Gerelateerde links
 
Seminar nieuwe begroting
1. Opening en mededelingen
Van de leden mw. Braam en de heren Bos en Putters is bericht ontvangen dat zij op 16 november niet aanwezig kunnen zijn. Mw. Akkaya en mw. Herbeck zijn gedeeltelijk aanwezig.
2. Vaststelling agenda en regeling van werkzaamheden
De agenda wordt overeenkomstig de gewijzigde voorstellen vastgesteld.
Motie vreemd aan de orde van de dag.
Door de fracties van de VVD, CDA en GL wordt de volgende motie ingediend:
Motie 2-1 (VVD, CDA, GL)
Provinciale Staten:
- een dringend beroep te doen op de Minister van Verkeer en Waterstaat en de
Minister van Financiën om een substantiële bijdrage aan het onderdeel
“aansluiting van de Noord-Hollandse tracédelen van de Westfrisiaweg op
- de A7” als eerste kraal toe te kennen;
deze motie onder de aandacht van de Vaste Kamercommissie voor Verkeer en
Waterstaat te brengen;
Van de fractie van de PvdD wordt aantekening verleend dat zij geacht wenst te worden tegen deze motie te hebben gestemd.
Motie vreemd aan de orde van de dag.
Door de fracties van de VVD, CDA en GL wordt de volgende motie ingediend:
Motie 2-1 (VVD, CDA, GL)
Provinciale Staten:
- een dringend beroep te doen op de Minister van Verkeer en Waterstaat en de
Minister van Financiën om een substantiële bijdrage aan het onderdeel
“aansluiting van de Noord-Hollandse tracédelen van de Westfrisiaweg op
- de A7” als eerste kraal toe te kennen;
deze motie onder de aandacht van de Vaste Kamercommissie voor Verkeer en
Waterstaat te brengen;
Van de fractie van de PvdD wordt aantekening verleend dat zij geacht wenst te worden tegen deze motie te hebben gestemd.
3. Vragenuur
De mondelinge vragen inzake de financiering Westfrisiaweg worden door de heer Gersteling gesteld en door mw. Baggerman (vervangster mw. Post) beantwooord.
5. Statenvoordracht (70) voorkeursrecht Wieringerrandmeer
Provinciale Staten besluiten:
1.tot het aanwijzen van gronden gelegen in het plangebied Wieringerrandmeer, als gronden waarop de artikelen 10–24, 26 en 27 Wvg van toepassing zijn, conform de bij dit besluit behorende kadastrale kaart met bijbehorende perceelslijst, e.e.a. naar de stand van de openbare registers van 7 september 2009, met de aantekening op de perceelslijst dat deze percelen in eerdere aanwijzingen op grond van de Wvg betrokken zijn geweest. Aan de aangewezen gronden wordt de volgende niet-agrarische bestemming toegedacht: water, wonen, maatschappelijke voorzieningen, bedrijven, jachthaven, natuur, dagrecreatie, verblijfsrecreatie, ontsluiting (infrastructuur) en waterstaatkundige werken;
2.de Nota van beantwoording vast te stellen;
3.dit besluit ter inzage te leggen, te publiceren in de Staatscourant van 17 november 2009 en voorts op de gebruikelijke wijze kenbaar te maken, het besluit in te doen schrijven in de openbare registers van de Dienst voor het Kadaster, alsmede de eigenaren en alle overige rechthebbenden op de voorgeschreven wijze van de procedurele en materiële rechtsgevolgen van dit besluit in kennis te stellen;
4.de provinciesecretaris te machtigen tot het doen inschrijven van het besluit in de openbare registers van het Kadaster en de directeur Beleid te mandateren tot het doen verzenden van de schriftelijke kennisgevingen.
Van de fracties van de SP en de CU wordt aantekening verleend dat zij geacht wensen te worden tegen deze voordracht te hebben gestemd.
1.tot het aanwijzen van gronden gelegen in het plangebied Wieringerrandmeer, als gronden waarop de artikelen 10–24, 26 en 27 Wvg van toepassing zijn, conform de bij dit besluit behorende kadastrale kaart met bijbehorende perceelslijst, e.e.a. naar de stand van de openbare registers van 7 september 2009, met de aantekening op de perceelslijst dat deze percelen in eerdere aanwijzingen op grond van de Wvg betrokken zijn geweest. Aan de aangewezen gronden wordt de volgende niet-agrarische bestemming toegedacht: water, wonen, maatschappelijke voorzieningen, bedrijven, jachthaven, natuur, dagrecreatie, verblijfsrecreatie, ontsluiting (infrastructuur) en waterstaatkundige werken;
2.de Nota van beantwoording vast te stellen;
3.dit besluit ter inzage te leggen, te publiceren in de Staatscourant van 17 november 2009 en voorts op de gebruikelijke wijze kenbaar te maken, het besluit in te doen schrijven in de openbare registers van de Dienst voor het Kadaster, alsmede de eigenaren en alle overige rechthebbenden op de voorgeschreven wijze van de procedurele en materiële rechtsgevolgen van dit besluit in kennis te stellen;
4.de provinciesecretaris te machtigen tot het doen inschrijven van het besluit in de openbare registers van het Kadaster en de directeur Beleid te mandateren tot het doen verzenden van de schriftelijke kennisgevingen.
Van de fracties van de SP en de CU wordt aantekening verleend dat zij geacht wensen te worden tegen deze voordracht te hebben gestemd.
Tweede termijn
Stemming
Stemming
6. Statenvoordracht (71) voorbereidingsbesluit inpassingsplan Westfrisiaweg
Provinciale Staten besluiten:
- Een voorbereidingsbesluit te nemen ter voorbereiding van een inpassingsplan voor de gronden gelegen binnen het gebied zoals aangegeven op de kaart die onderdeel uitmaakt van dit besluit;
- Te bepalen dat dit voorbereidingsbesluit in werking treedt op 16 november 2009 en te bepalen dat voor de toepassing van hoofdstuk IV afdeling 1 Woningwet Gedeputeerde Staten in de plaats treden van Burgemeester en Wethouders met dien verstande dat:
1. de beoordeling of sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 50 lid 3 onder a. Woningwet aan Gedeputeerde Staten blijft;
2. Burgemeester en wethouders de aanvraag om een bouwvergunning die binnen het op de kaart gearceerde gebied valt, aanhouden en ter beoordeling voorleggen aan Gedeputeerde Staten;
3. Dat indien Gedeputeerde Staten oordelen dat er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 50 lid 3 onder a. Woningwet, burgemeester en wethouders de aanvraag om een bouwvergunning kunnen afdoen conform de geldende bepalingen.
- te bepalen dat, om te voorkomen dat het op de kaart aangegeven gebied minder geschikt wordt voor de verwezenlijking van de beoogde bestemming, het volgende geldt:
A. Wijziging bestaand gebruik
Artikel 1 Verbodsbepaling
Het is verboden om binnen het op de kaart gearceerde gebied het feitelijk gebruik van de gronden en opstallen, zoals dat bestond op het moment van inwerkingtreding van dit besluit, te wijzigen in een ander gebruik, waaronder ook wordt verstaan wijziging in omvang en/of intensiteit, indien daardoor het gebied van het tracé Westfrisiaweg minder geschikt wordt voor de verwezenlijking van de bij het plan te geven bestemming. Onder een ander gebruik wordt verstaan een vorm van gebruik die op grond van het geldend bestemmingsplan bij recht, dan wel na vrijstelling of wijziging van dat bestemmingsplan, is toegestaan.
Artikel 2 Ontheffing
1. Gedeputeerde Staten kunnen op verzoek ontheffing verlenen van het in artikel 1 genoemde verbod.
2. Bij de beoordeling van de verlening van ontheffing als bedoeld in het eerste lid betrekken Gedeputeerde Staten:
- of door het voorgestane gebruik, dan wel door de daarvan te verwachten gevolgen, het gebied mogelijk minder geschikt wordt voor de verwezenlijking en het behoud van één of meer onderdelen, waarden of functies van het gebied en voorts of aan de mogelijke gevolgen door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen;
- de beoogde periode dat het voorgestane gebruik zal worden uitgeoefend;
- het advies van Burgemeester en Wethouders van de betreffende gemeente dat Gedeputeerde Staten inwinnen over het verzoek.
3. Gedeputeerde Staten kunnen een ontheffing als bedoeld in het eerste lid onder beperkingen verlenen en/of kunnen aan een ontheffing als bedoeld in het eerste lid voorwaarden verbinden, waaronder het verlenen van de ontheffing voor een bepaalde periode, waardoor voorkomen wordt dat het gebied minder geschikt wordt voor de verwezenlijking van de uiteindelijke bestemming.
Artikel 3 Verzoek om ontheffing
1. Een verzoek om ontheffing wordt schriftelijk ingediend bij Gedeputeerde Staten.
2. Gedeputeerde Staten doen het verzoek af conform de procedure van titel 4.1 Awb, met dien verstande dat Gedeputeerde Staten binnen 12 weken beslissen op het verzoek. Artikel 4.14 en 4.15 Awb zijn onverkort van toepassing.
Artikel 4 Uitzonderingen verbodsbepaling
1. Het in artikel 1 genoemde verbod geldt niet voor het wijzigen van bestaand feitelijk gebruik waarmee op het moment van inwerkingtreding van dit besluit is of mag worden begonnen krachtens een voor dat tijdstip verleende ontheffing van het vigerend bestemmingsplan.
2. Op volledige en ontvankelijke aanvragen van vrijstelling voor het wijzigen van bestaand feitelijk gebruik die voor de inwerkingtreding van dit besluit bij de gemeente is ingediend is dit besluit niet van toepassing.
3. Het in artikel 1 genoemde verbod geldt niet voor gebruik dat nodig is vanwege het normale onderhoud en beheer.
Artikel 5 Overtreding
Overtreding van het bepaalde in artikel 1 wordt aangemerkt als een strafbaar feit in de zin van artikel 1a onder 2 van de Wet Economische Delicten.
B. Werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden
Artikel 6 Aanlegvergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Gedeputeerde Staten de volgden werken, geen bouwwerken zijnde , en/of werkzaamheden te verrichten:
a.het bebossen of anderszins beplanten met hoogopgaande houtige gewassen, waaronder het kweken en telen van bomen, struiken en heesters;
b.het aanleggen, verbreden of verharden van wegen,paden en/of parkeergelegenheden, en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
c.het aanbrengen van bovengrondse en/of ondergrondse leidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur;
d.het ophogen en egaliseren van gronden en het aanleggen van geluidswallen;
e.het verlagen van de bodem en afgraven van gronden;
f.het bewerken en ploegen van en graven , boren of roeren in de bodem dieper dan 0,5 meter.
g.het aanleggen van voorzieningen ten behoeve van de dagrecreatie in de vorm van voet-, fiets-, en ruiterpaden, picknickplaatsen en parkeerplaatsen;
h.het vellen en rooien van houtgewas ten behoeve van randbeplanting;
i.het aan leggen van waterlopen en het vergraven, verruimen en dempen van bestaande waterlopen.
Artikel 7 Vergunningverlening
1. Bij de beoordeling van de verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 6 betrekken Gedeputeerde Staten:
- of door de voorgestelde werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan te verwachten gevolgen, het gebied mogelijk minder geschikt wordt voor de verwezenlijking en het behoud van één of meer onderdelen, waarden of functies van het gebied en voorts of aan de mogelijke gevolgen door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen;
- de beoogde periode dat het voorgestane werken of werkzaamheden zullen worden uitgeoefend;
- het advies van Burgemeester en Wethouders van de betreffende gemeente dat Gedeputeerde Staten inwinnen over de aanvraag.
2.Gedeputeerde Staten kunnen een vergunning als bedoeld in artikel 6 onder beperkingen verlenen en/of kunnen aan een vergunning als bedoeld in het eerste lid voorwaarden verbinden, waaronder het verlenen van een ontheffing voor een bepaalde periode, waardoor voorkomen wordt dat het gebied minder geschikt wordt voor de verwezenlijking van de uiteindelijke bestemming.
Artikel 8 Uitzonderingen vergunningplicht
1. Het in artikel 6 genoemde verbod geldt niet voor:
a. werken en werkzaamheden in het kader van het normale onderhoud, gebruik en beheer;
b. werken of werkzaamheden waarmee op het moment van inwerkingtreding van dit besluit is of mag worden begonnen krachtens een voor dat tijdstip op grond van het vigerende bestemmingsplan verleende aanlegvergunning.
2. Volledige en ontvankelijke aanvragen om aanlegvergunningen die voor de inwerkingtreding van dit besluit zijn ingediend worden door de gemeente behandeld op grond van het vigerende bestemmingsplan.
Artikel 9 Overtreding
Overtreding van het bepaalde in artikel 6 wordt aangemerkt als een strafbaar feit in de zin van artikel 1a onder 2 van de Wet Economische Delicten.
Van de fracties van de SP en de PvdD wordt aantekening verleend dat zij geacht wensen te worden tegen deze voordracht te hebben gestemd.
- Een voorbereidingsbesluit te nemen ter voorbereiding van een inpassingsplan voor de gronden gelegen binnen het gebied zoals aangegeven op de kaart die onderdeel uitmaakt van dit besluit;
- Te bepalen dat dit voorbereidingsbesluit in werking treedt op 16 november 2009 en te bepalen dat voor de toepassing van hoofdstuk IV afdeling 1 Woningwet Gedeputeerde Staten in de plaats treden van Burgemeester en Wethouders met dien verstande dat:
1. de beoordeling of sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 50 lid 3 onder a. Woningwet aan Gedeputeerde Staten blijft;
2. Burgemeester en wethouders de aanvraag om een bouwvergunning die binnen het op de kaart gearceerde gebied valt, aanhouden en ter beoordeling voorleggen aan Gedeputeerde Staten;
3. Dat indien Gedeputeerde Staten oordelen dat er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 50 lid 3 onder a. Woningwet, burgemeester en wethouders de aanvraag om een bouwvergunning kunnen afdoen conform de geldende bepalingen.
- te bepalen dat, om te voorkomen dat het op de kaart aangegeven gebied minder geschikt wordt voor de verwezenlijking van de beoogde bestemming, het volgende geldt:
A. Wijziging bestaand gebruik
Artikel 1 Verbodsbepaling
Het is verboden om binnen het op de kaart gearceerde gebied het feitelijk gebruik van de gronden en opstallen, zoals dat bestond op het moment van inwerkingtreding van dit besluit, te wijzigen in een ander gebruik, waaronder ook wordt verstaan wijziging in omvang en/of intensiteit, indien daardoor het gebied van het tracé Westfrisiaweg minder geschikt wordt voor de verwezenlijking van de bij het plan te geven bestemming. Onder een ander gebruik wordt verstaan een vorm van gebruik die op grond van het geldend bestemmingsplan bij recht, dan wel na vrijstelling of wijziging van dat bestemmingsplan, is toegestaan.
Artikel 2 Ontheffing
1. Gedeputeerde Staten kunnen op verzoek ontheffing verlenen van het in artikel 1 genoemde verbod.
2. Bij de beoordeling van de verlening van ontheffing als bedoeld in het eerste lid betrekken Gedeputeerde Staten:
- of door het voorgestane gebruik, dan wel door de daarvan te verwachten gevolgen, het gebied mogelijk minder geschikt wordt voor de verwezenlijking en het behoud van één of meer onderdelen, waarden of functies van het gebied en voorts of aan de mogelijke gevolgen door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen;
- de beoogde periode dat het voorgestane gebruik zal worden uitgeoefend;
- het advies van Burgemeester en Wethouders van de betreffende gemeente dat Gedeputeerde Staten inwinnen over het verzoek.
3. Gedeputeerde Staten kunnen een ontheffing als bedoeld in het eerste lid onder beperkingen verlenen en/of kunnen aan een ontheffing als bedoeld in het eerste lid voorwaarden verbinden, waaronder het verlenen van de ontheffing voor een bepaalde periode, waardoor voorkomen wordt dat het gebied minder geschikt wordt voor de verwezenlijking van de uiteindelijke bestemming.
Artikel 3 Verzoek om ontheffing
1. Een verzoek om ontheffing wordt schriftelijk ingediend bij Gedeputeerde Staten.
2. Gedeputeerde Staten doen het verzoek af conform de procedure van titel 4.1 Awb, met dien verstande dat Gedeputeerde Staten binnen 12 weken beslissen op het verzoek. Artikel 4.14 en 4.15 Awb zijn onverkort van toepassing.
Artikel 4 Uitzonderingen verbodsbepaling
1. Het in artikel 1 genoemde verbod geldt niet voor het wijzigen van bestaand feitelijk gebruik waarmee op het moment van inwerkingtreding van dit besluit is of mag worden begonnen krachtens een voor dat tijdstip verleende ontheffing van het vigerend bestemmingsplan.
2. Op volledige en ontvankelijke aanvragen van vrijstelling voor het wijzigen van bestaand feitelijk gebruik die voor de inwerkingtreding van dit besluit bij de gemeente is ingediend is dit besluit niet van toepassing.
3. Het in artikel 1 genoemde verbod geldt niet voor gebruik dat nodig is vanwege het normale onderhoud en beheer.
Artikel 5 Overtreding
Overtreding van het bepaalde in artikel 1 wordt aangemerkt als een strafbaar feit in de zin van artikel 1a onder 2 van de Wet Economische Delicten.
B. Werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden
Artikel 6 Aanlegvergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Gedeputeerde Staten de volgden werken, geen bouwwerken zijnde , en/of werkzaamheden te verrichten:
a.het bebossen of anderszins beplanten met hoogopgaande houtige gewassen, waaronder het kweken en telen van bomen, struiken en heesters;
b.het aanleggen, verbreden of verharden van wegen,paden en/of parkeergelegenheden, en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
c.het aanbrengen van bovengrondse en/of ondergrondse leidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur;
d.het ophogen en egaliseren van gronden en het aanleggen van geluidswallen;
e.het verlagen van de bodem en afgraven van gronden;
f.het bewerken en ploegen van en graven , boren of roeren in de bodem dieper dan 0,5 meter.
g.het aanleggen van voorzieningen ten behoeve van de dagrecreatie in de vorm van voet-, fiets-, en ruiterpaden, picknickplaatsen en parkeerplaatsen;
h.het vellen en rooien van houtgewas ten behoeve van randbeplanting;
i.het aan leggen van waterlopen en het vergraven, verruimen en dempen van bestaande waterlopen.
Artikel 7 Vergunningverlening
1. Bij de beoordeling van de verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 6 betrekken Gedeputeerde Staten:
- of door de voorgestelde werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan te verwachten gevolgen, het gebied mogelijk minder geschikt wordt voor de verwezenlijking en het behoud van één of meer onderdelen, waarden of functies van het gebied en voorts of aan de mogelijke gevolgen door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen;
- de beoogde periode dat het voorgestane werken of werkzaamheden zullen worden uitgeoefend;
- het advies van Burgemeester en Wethouders van de betreffende gemeente dat Gedeputeerde Staten inwinnen over de aanvraag.
2.Gedeputeerde Staten kunnen een vergunning als bedoeld in artikel 6 onder beperkingen verlenen en/of kunnen aan een vergunning als bedoeld in het eerste lid voorwaarden verbinden, waaronder het verlenen van een ontheffing voor een bepaalde periode, waardoor voorkomen wordt dat het gebied minder geschikt wordt voor de verwezenlijking van de uiteindelijke bestemming.
Artikel 8 Uitzonderingen vergunningplicht
1. Het in artikel 6 genoemde verbod geldt niet voor:
a. werken en werkzaamheden in het kader van het normale onderhoud, gebruik en beheer;
b. werken of werkzaamheden waarmee op het moment van inwerkingtreding van dit besluit is of mag worden begonnen krachtens een voor dat tijdstip op grond van het vigerende bestemmingsplan verleende aanlegvergunning.
2. Volledige en ontvankelijke aanvragen om aanlegvergunningen die voor de inwerkingtreding van dit besluit zijn ingediend worden door de gemeente behandeld op grond van het vigerende bestemmingsplan.
Artikel 9 Overtreding
Overtreding van het bepaalde in artikel 6 wordt aangemerkt als een strafbaar feit in de zin van artikel 1a onder 2 van de Wet Economische Delicten.
Van de fracties van de SP en de PvdD wordt aantekening verleend dat zij geacht wensen te worden tegen deze voordracht te hebben gestemd.
Tweede termijn
Schorsing
Stemming
Stemming
7a. Statenvoordracht (72) Provinciaal Beleidskader ISV 3
Provinciale Staten besluiten:
Het Provinciaal beleidskader ”Stedelijke vernieuwing in Noord-Holland 2010-2014” vast te stellen.
Het Provinciaal beleidskader ”Stedelijke vernieuwing in Noord-Holland 2010-2014” vast te stellen.
Stemming
7b. Statenvoordracht (73) verordening ISV
Provinciale Staten besluiten:
1. De ontwerp Verordening stedelijke vernieuwing Noord-Holland 2010 vast te stellen.
2. De Verordening te publiceren in het Provinciaal Blad.
1. De ontwerp Verordening stedelijke vernieuwing Noord-Holland 2010 vast te stellen.
2. De Verordening te publiceren in het Provinciaal Blad.
Stemming
8. Statenvoordracht (68) Waterplan
T.a.v. het waterplan dient pag. 119 te worden aangepast!
Bij de behandeling van dit onderwerp is het volgende amendement aangenomen:
Amendement 8-1 (GL, VVD, CDA, PvdA)
Provinciale Staten besluiten:
De tekst in hoofdstuk 5.7 (waterplan), zwemwater als volgt te wijzigen:
- de woorden “zwemwaterlocaties” en “locaties”, daarmee deze zwemwaterlocaties bedoelend, te vervangen wordt door “zwemwaterplekken” c.q. “plekken”.
- de tweede alinea van hoofdstuk 5.7: “anno 2008 Noord-Holland 78 officiële zwemlocaties,…….” te wijzigen in: “Anno 2009 telt Noord-Holland 119 officiële zwemwaterplekken. In 2011 zal dit aantal zijn uitgebreid tot 129”. In 2015 zal dit aantal 139 zijn.
Provinciale Staten besluiten:
1. De door gedeputeerde staten voorgestelde wijzigingen in het ontwerpplan naar aanleiding van ingediende zienswijzen in de inspraak en de disclaimer in het ontwerpplan over te nemen.
2. Het provinciaal Waterplan 2010-2015 vast te stellen.
3. Gedeputeerde staten te machtigen het provinciaal waterplan aan te passen aan de behandeling in provinciale staten en noodzakelijke redactionele en/of technische wijzigingen door te voeren.
Bij de behandeling van dit onderwerp is het volgende amendement aangenomen:
Amendement 8-1 (GL, VVD, CDA, PvdA)
Provinciale Staten besluiten:
De tekst in hoofdstuk 5.7 (waterplan), zwemwater als volgt te wijzigen:
- de woorden “zwemwaterlocaties” en “locaties”, daarmee deze zwemwaterlocaties bedoelend, te vervangen wordt door “zwemwaterplekken” c.q. “plekken”.
- de tweede alinea van hoofdstuk 5.7: “anno 2008 Noord-Holland 78 officiële zwemlocaties,…….” te wijzigen in: “Anno 2009 telt Noord-Holland 119 officiële zwemwaterplekken. In 2011 zal dit aantal zijn uitgebreid tot 129”. In 2015 zal dit aantal 139 zijn.
Provinciale Staten besluiten:
1. De door gedeputeerde staten voorgestelde wijzigingen in het ontwerpplan naar aanleiding van ingediende zienswijzen in de inspraak en de disclaimer in het ontwerpplan over te nemen.
2. Het provinciaal Waterplan 2010-2015 vast te stellen.
3. Gedeputeerde staten te machtigen het provinciaal waterplan aan te passen aan de behandeling in provinciale staten en noodzakelijke redactionele en/of technische wijzigingen door te voeren.
Tweede termijn
Stemming
9. Initiatiefvoorstel van het CDA inzake stimulering duurzame energie
Provinciale Staten besluiten:
Het initiatiefvoorstel om advies voor te leggen aan Gedeputeerde Staten, om daarna tezamen met het advies ter behandeling voor te leggen aan de Statencommissie WAMEN.
Het initiatiefvoorstel om advies voor te leggen aan Gedeputeerde Staten, om daarna tezamen met het advies ter behandeling voor te leggen aan de Statencommissie WAMEN.
10. Statenvoordracht (79) Randstedelijke Rekenkamer Het Groene Hart, een haalbare kaart
Deze statenvoordracht wordt wegens tijdsgebrek behandeld gedurende de statenvergadering van 7 december aanstaande.
12. Statenvoordracht (78) onderzoek Beheer en Onderhoud Kunstwerken; rapport Randstedelijke Rekenkamer
Deze statenvoordracht wordt wegens tijdsgebrek behandeld gedurende de statenvergadering van 7 december aanstaande.
11. Statenvoordracht (69) professionalisering financieringsfunctie; risico en rendement
Provinciale Staten besluiten:
Tijdelijk overtollige middelen uitsluitend uit te zetten op basis van de door het ministerie van Financiën geboden faciliteit integraal schatkistbankieren.
Tijdelijk overtollige middelen uitsluitend uit te zetten op basis van de door het ministerie van Financiën geboden faciliteit integraal schatkistbankieren.
Tweede termijn
Stemming
Motie 2-1
Schorsing
Afscheid van Borghouts
Selecteer provincie
Meest getoonde pagina's
-
Noord-Holland: Provinciale Staten
08-02-2010 -
Noord-Holland: Provinciale Staten
22-06-2009 -
Noord-Holland: Provinciale Staten
15-06-2009 -
Noord-Holland: Provinciale Staten
28-09-2009 -
Noord-Holland: Provinciale Staten
09-11-2009 -
Noord-Holland: Provinciale Staten
12-04-2010 -
Noord-Holland: Provinciale Staten
14-12-2009 -
Noord-Holland: Provinciale Staten
17-05-2010 -
Noord-Holland: Provinciale Staten
15-03-2010 -
Noord-Holland: Provinciale Staten
16-11-2009 -
Noord-Holland: Provinciale Staten
29-06-2009 -
Noord-Holland: Provinciale Staten
17-11-2008 -
Noord-Holland: Provinciale Staten
07-12-2009 -
Noord-Holland: Provinciale Staten
09-02-2009 -
Noord-Holland: Provinciale Staten
17-12-2007




