Klik op de kaart om een entiteit te selecteren

Provincie Noord-Holland, Provinciale Staten 11-07-2011






1. Opening en mededelingen


Remkes J.W.

Dames en heren, van harte welkom. De vergadering is geopend. Ik verzoek u uw mobiele telefoons tijdens de vergadering uit te zetten. Bericht van verhindering is ontvangen van de heer Uygun (GL) en mevrouw Brummer-van der Drift (VVD). De heer Uygun heeft mij bij brief van 29 juni jl. bericht dat hij vanwege persoonlijke omstandigheden en ontwikkelingen heeft besloten om zich per 1 september a.s. terug te trekken als Statenlid van Noord-Holland. Hij dankt de Statenleden voor de warme ontvangst en steun en heeft mij verzocht te volstaan met deze mededeling.


2. Vaststelling agenda en regeling van werkzaamheden


Remkes J.W.

Op grond van artikel 18 van het Reglement van Orde dient voor aanvang van de vergadering door het lot te worden bepaald met welk Statenlid een hoofdelijke stemming dient aan te vangen, waarna deze stemming verder plaatsvindt op volgorde van binnenkomst. De primus voor deze vergadering is nummer 22, de heer Van Unnik van de PVV. Ik stel u voor om agendapunten 9 en 10 (benoeming leden werkgroep Arondéuslezing en aanwijzen voorzitter Algemeen Bestuur Goois Natuurreservaat) samen te voegen, zodat wij kunnen volstaan met een schriftelijke ronde. Hebt u bezwaar tegen die samenvoeging?


Berkum S. van

Ik heb daar geen bezwaar tegen, maar ik heb een ander punt, namelijk een motie Vreemd aan de orde van de dag. Die wil ik graag aankondigen.


Remkes J.W.

Een motie Vreemd aan de orde van de dag? Is dat conform de regels gemeld?


Berkum S. van

Ik ben net bij de griffier geweest en ik heb het aangegeven.


Remkes J.W.

Ik verkeerde even in de veronderstelling dat daar een bepaalde termijn voor stond, maar dat schijnt niet het geval te zijn, dus u kunt de motie Vreemd aan de orde van de dag direct na agendapunt 2.a. indienen.


Hoogerwerf P.F.

Ik zou graag een motie willen indienen bij de Arondéuslezing.


Remkes J.W.

Die kan bij het agendapunt ingediend worden. Wil nog iemand over de agenda het woord? Zo niet, dan is de agenda overeenkomstig het voorstel van het Seniorenconvent vastgesteld, met dien verstande dat het Seniorenconvent voorstelt om het binnengekomen verzoek tot interpellatie te betrekken bij agendapunt 16 en daarbij de volgorde qua sprekers te hanteren die te doen gebruikelijk is bij de algemene politieke beschouwingen. Roept dat verder vragen of reacties op? Dat is niet het geval.


2.a. Beëdiging en installatie statenlid PVV


Remkes J.W.

Overeenkomstig artikel 8 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van PS heb ik tot lid van de Commissie van Onderzoek Geloofsbrieven benoemd mevrouw Zaal (D66), de heer Schraal (CDA) en de heer Van Berkum (GL). Ik geef het woord aan de heer Schraal, de voorzitter van de commissie, voor de bevindingen.


Schraal M.

Voorzitter. Ter voldoening aan uw opdracht hebben wij als commissie de geloofsbrieven en de daarbij behorende bescheidenonderzocht, die het benoemd verklaarde lid, de heer J.J.A.M. van Hooff, aan uw vergadering heeft toegezonden. Dat onderzoek heeft aangetoond dat blijkens de ingevolge artikel W.7, tweede lid van de Kieswet aan PS toegezonden afschriften van de besluiten van de voorzitter van het Centraal Stembureau voor de verkiezing van leden van PS van Noord-Holland van 11 juli 2011 tot lid van PS benoemd is verklaard de heer J.J.A.M. van Hooff in de vacature, ontstaan door opzegging van het Provinciale Statenlidmaatschap van de heer V.C.L. Dake. Wij stellen u dan ook voor om de heer J.J.A.M. van Hooff als lid van PS van Noord-Holland toe te laten. De commissie, de leden Van Berkum, Zaal en ondergetekende.


Remkes J.W.

De commissie adviseert om de heer Van Hooff toe te laten als lid van de Staten. Verlangt iemand hierover het woord? Zo nee, dan is unaniem door u besloten de heer Van Hooff als lid van PS toe te laten. Ik ontbind de Commissie van Onderzoek Geloofsbrieven en ik dank de leden voor de verrichte werkzaamheden. Ik verzoek de heer Van Hooff naar voren te treden. Mijnheer Van Hooff, PS hebben zojuist unaniem besloten u als lid toe te laten. Ik stel u daarom thans in de gelegenheid de in artikel 14 van de Provinciewet bedoelde eed/belofte in mijn handen af te leggen. Ik zal u eerst de formule van de eed of verklaring en belofte voorlezen. “Ik zweer of verklaar dat ik, om tot lid van PS benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer, verklaar en beloof dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer of beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van het provinciaal bestuur naar eer en geweten zal vervullen”. Ik verzoek u onder het opsteken van de voorste twee vingers van uw rechterhand mij na te zeggen: “Zo waarlijk helpe mij God almachtig” of “Dat verklaar en beloof ik”.


Hooff J.J.A.M. van

Zo waarlijk helpe mij God almachtig.


Remkes J.W.

Ik wens u veel geluk met uw lidmaatschap van PS. Ik schors de vergadering enkele minuten om u in de gelegenheid te stellen de heer Van Hooff te feliciteren.


Schorsing


2.b. Motie Vreemd aan de orde van de dag (GL)


Remkes J.W.

Ik heropen de vergadering en stel de heer Van Berkum in de gelegenheid zijn motie Vreemd aan de orde van de dag in te dienen.


Brinkman H.



Remkes J.W.



Berkum S. van

Voorzitter. Ik heb een motie Vreemd aan de orde van de dag over de aansluiting van de voorgestelde N23 Westfrisiaweg, Wogmergouw en de A7, waar wij discussie over hebben gehad. Vorige week maandag heeft de commissie Mobiliteit en Wonen een bijzondere avond gehad om hierover te praten. Hieruit kwam naar voren dat er veel onduidelijkheden zijn en nog steeds tegenstrijdige berichten over deze aansluiting. Ik denk dat het heel belangrijk is dat deze uit de wereld geholpen worden. Vandaar dat ik daartoe een voorstel indien. Ik zal de motie kort voorlezen.

M2-1
Vreemd aan de orde van de dag

Provinciale Staten van Noord-Holland in vergadering bijeen op 11 juli 2011.

Kennis genomen hebbende van de voortdurende discussie en onduidelijkheid omtrent de aansluiting Westfrisiaweg, Wogmergouw en de A7.

Constaterende:
- Dat de technische uitwerking van de verschillende scenario’s door de betrokken partijen tegenstrijdige uitkomsten laat zien;
- Dat het beeld is ontstaan dat de bewoners onvoldoende zijn gehoord en hun alternatieve planniet afdoende is onderzocht;
- Dat het ontstane wantrouwen onder bewoners schadelijk is voor het aanzien van de provincie en voor het project Westfrisiaweg.

Dragen GS op een onafhankelijk onderzoek door een niet eerder bij dit dossier betrokken bureau uit te laten voeren naar de haalbaarheid en wenselijkheid van de twee voorgestelde scenario’s en dit voor te leggen aan PS

en gaan over tot de orde van de dag.
Fractie GL.


Remkes J.W.

De motie zal aan het einde van de vergadering in bespreking en in stemming komen.


2.c. Beëdiging duo-commissielid PvdD en duo-commissielid PVV


Remkes J.W.

In verband met het aftreden van de heer Verdonkschot als duo-lid voor de PvdD en de heer Van Hooff als duo-lid van de PVV, hebben de fractievoorzitters van de PvdD en de PVV verzocht respectievelijk de heer Zoon (PvdD) en mevrouw Saleem (PVV) voor te dragen voor het duo-lidmaatschap. Op grond van het bepaalde in artikel 4, lid 5 van het Reglement van Orde voor de Statencommissies dient een commissielid dat geen lid van PS is, in de vergadering van PS in handen van de voorzitter de eed, verklaring of belofte af te leggen. Ik verzoek mevrouw Saleem en de heer Zoon naar voren te treden. Ik stel u thans in de gelegenheid de in artikel 4 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van Provinciale Statencommissies, bedoelde eed dan wel verklaring en belofte in mijn handen af te leggen. Het lid wiens naam wordt genoemd, wordt verzocht indien hij of zij de eed wenst af te leggen, onder het opsteken van de voorste twee vingers van de rechterhand, mij na te zeggen: “Zo waarlijk helpe mij God almachtig” of indien hij of zij de verklaring en belofte wenst af te leggen, uit te spreken de woorden: “Dat verklaar en beloof ik”. Ik zal u de formule van de eed of verklaring en belofte voorlezen: “Ik zweer of verklaar dat ik, om tot lid van een commissie benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer, verklaar of beloof dat ik, om iets in deze functie te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer of beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als adviseur van het provinciaal bestuur naar eer en geweten zal vervullen”.


Saleem R.

Zo waarlijk helpe mij God almachtig.


Zoon F.

Dat verklaar en beloof ik.


Remkes J.W.

Ik wens u geluk met uw duo-lidmaatschap en ik schors de vergadering.


Schorsing


2.d. Besluit PS inzake opheffen van opgelegde geheimhouding


Remkes J.W.

De vergadering is heropend. PS verzoeken op grond van een belang genoemd in artikel 10 van de Wob geheimhouding op te heffen ten aanzien van documenten betreffende Distriport, dan wel ontwikkeling regionaal bedrijventerrein Jaagweg Koggenland. Meer specifiek betreft het de volgende documenten:
- Een geheim memo met bijlage van 9 juni 2008 aan het Seniorenconvent over het verzoek van GS tot vervroegde ondertekening van de borgovereenkomst betreffende bedrijventerrein Jaagweg;
- Een vastgesteld geheim verslag van het Seniorenconvent van 12 juni 2008 over ondertekening borgovereenkomst;
- De geheime voordracht 61 met twee geheime bijlagen over de borgovereenkomst Jaagweg;
- Een geheim verslag van de Statencommissie FEPO van 8 september 2008 over de borgovereenkomst;
- De geheime notulen van PS van 22 september 2008 over de borgovereenkomst.
Krachtens artikel 25, tweede lid van de Provinciewet dient de opgelegde geheimhouding van bovengenoemde stukken in deze vergadering door uw Staten te worden opgeheven. Ik stel u voor daartoe te besluiten. Verlangt iemand hierover het woord? Zo dat niet het geval is, dan is de opgelegde geheimhouding ten aanzien van de genoemde stukken hiermee opgeheven.


3. Vaststelling notulen van de vergadering van 23 mei 2011


Remkes J.W.

Verlangt iemand over de notulen het woord? Zo nee, dan zijn de notulen ongewijzigd vastgesteld.


4. Vaststelling Lange Termijn Agenda


Remkes J.W.

Wenst iemand over de lange termijnagenda het woord? Zo niet, dan is de agenda vastgesteld.


5. Ingekomen stukken


Remkes J.W.

Alle ingekomen stukken zijn in te zien op het secretariaat van de Statengriffie. Verlangt iemand over de ingekomen stukken het woord? Zo nee, dan is voor wat betreft de afdoening van de brieven conform het voorstel van het presidium besloten.


6. Voortgangslijst van aangenomen en aangehouden moties en toezeggingen


Remkes J.W.

Verlangt iemand over de lijsten het woord? Zo dat niet het geval is, dan stel ik u voor deze lijsten voor kennisgeving aan te nemen.


7. Vragenuur


Remkes J.W.

Wij hebben zojuist ten aanzien van het interpellatieverzoek een besluit genomen. Er zijn geen overige vragen voor het vragenuur binnengekomen.


8. Hamerstukken


Remkes J.W.



8.a. Statenvoordracht 54 Wijziging Algemene Subsidieverordening Noord-Holland 2009, in verband met de evaluatie van de Algemene Subsidieverordening Noord-Holland 2009, motie Balkenendenorm en de Wet BIBOB


Remkes J.W.

Ik heb zojuist verzuimd het besluit van het Seniorenconvent tot het verdagen naar de septembervergadering van agendapunt 8.a. op verzoek van de fractie van de PVV te vermelden. Dit punt kan van deze agenda worden afgevoerd.


8.b. Statenvoordracht 55 Herindelingsontwerp grenscorrecties Noord-Holland en Zuid-Holland (Kaag en Braassem, Uithoorn, Nieuwkoop, Bloemendaal en Hillegom)


Remkes J.W.

Verlangt iemand over deze voordracht het woord of hoofdelijke stemming? Verlangt iemand een stemverklaring af te leggen? Geen behoefte aan aantekening? Dan is conform besloten over Statenvoordracht 55.


8.c. Statenvoordracht 58 Concept-vergaderschema PS 2012


Remkes J.W.

Verlangt iemand over deze voordracht het woord of hoofdelijke stemming? Verlangt iemand een stemverklaring af te leggen? Geen behoefte aan aantekening? Dan is conform besloten over Statenvoordracht 58.


9. Statenvoordracht 63 benoeming leden werkgroep Willem Arondéuslezing


10. Statenvoordracht 62 aanwijzen voorzitter van het algemeen bestuur Goois Natuurreservaat


Remkes J.W.

Ik stel voor om een stemcommissie te benoemen en mijn voorstel zou zijn om daarin te benoemen de heer Massom (PvdA) en de heer Van Berkum (GL).


Berkum S. van

Voorzitter, ik ben kandidaat voor een van de twee functies, dus dat lijkt mij niet handig.


Remkes J.W.

Als u dat liever niet doet, dan benoem ik gewoon mevrouw Van Heijst (GL) en mevrouw Driessen (VVD) en de heer Kardol (CU-SGP). U krijgt een lijst uitgereikt, de kandidaten zijn helder. Is er behoefte tot het stellen van andere kandidaten? Dat is niet het geval. De goede namen staan ingevuld, dat wil zeggen dat er een wijziging optreedt bij de kandidaten van de VVD en van het CDA. Ik wil mevrouw Hoogerwerf het woord geven als wij de stemming gehad hebben of wilt u een amendement indienen over een kandidaat?


Hoogerwerf P.F.

Een amendement ten aanzien van de voordracht. Ik denk dat het preciezer is om eerst het amendement te bespreken en daarna te stemmen.


Remkes J.W.

Dan wil ik u daartoe graag in de gelegenheid stellen.


Hoogerwerf P.F.

Voorzitter. Er komt een werkgroep voor de Arondéuslezing. Wij denken dat het belangrijk is zeker gezien de commotie van het afgelopen jaar, dat de werkgroep een heldere opdracht meekrijgt, die uit twee fasen zal bestaan. De eerste fase is een opdrachtformulering en werkwijze van de werkgroep, die eerst aan de Staten worden voorgelegd en daarna gaat de werkgroep ofwel een andere vorm verder. Daarom hebben wij als D66 gemeend met ondersteuning van GL, 50-plus, CU-SGP, PvdD, ONH, PvdA, VVD en CDA en wellicht zo meteen ook met instemming van de PVV en SP - ik zie ze al knikken, u mag nog tekenen - dit amendement in te dienen, zodat wij eerst aan het werk gaan met het proces en daarna met de inhoud, waarbij ik ervan uitga dat de mensen die in de werkgroep worden benoemd, zich ervoor zullen inzetten dat de lezing in welke vorm dan ook doorgezet wordt.

A9-1
Terugkoppeling werkgroep Arondéuslezing

Provinciale Staten van Noord-Holland in vergadering bijeen op 11 juli 2011.
Gehoord hebbende de discussie over de Statenvoordracht benoeming leden werkgroep Willem Arondéuslezing (voordracht 63).

Overwegende dat:
De tekst van het voorstel niet duidelijk genoeg is over de te volgen fasering.

Besluiten:
Aan hoofdstuk 1 - Inleiding, in de laatste alinea het volgende toe te voegen na ‘van motie 16-1’: door in de eerste fase te komen met een voorstel voor de opdrachtformulering en de werkwijze van de werkgroep, die aan de Staten ter vaststelling worden voorgelegd

en gaan over tot de orde van de dag.
Fracties D66, GL, 50-plus, PvdD, CU-SGP, ONH, PvdA, VVD, CDA.


Remkes J.W.

Dat kan natuurlijk aanleiding zijn voor sommige kandidaten om hun kandidatuur terug te trekken, maar ik ga er maar vanuit dat dat niet het geval is. Ik stel voor eerst te stemmen over de kandidaten en dan over het amendement. Er zijn geen andere kandidaten, begrijp ik.


Gersteling F.J.

Voorzitter. Ik had mij opgegeven bij dit agendapunt.


Remkes J.W.

Om daar het woord over te voeren? Dat is mij niet bekend, maar ik begrijp dat er twee woordmeldingen zijn.


Gersteling F.J.

Het is natuurlijk een werkgroep Willem Arondéuslezing, die een bepaalde geschiedenis heeft. Ik kan mij herinneren dat motie 16-1 met steun van vrijwel alle partijen is aangenomen met uitzondering van de PVV en de PVV doet een voordracht voor een kandidaat in deze werkgroep. Daarom heb ik een vraag aan de PVV, namelijk of zij zich achter de inhoud van motie 16-1 kunnen stellen. Zo niet, dan hebben de collega’s een groot probleem, als wij een werkgroep instellen om motie 16-1 uit te voeren. In die zin wil ik ook aan de PVV vragen of zij achter de Arondéuslezing staan. Zo niet, dan hebben wij straks ook een probleem bij de stemming. Een verzoek aan de PVV om ons helderheid te verschaffen.


Remkes J.W.

Ik wilde eerst de heer Schraal even het woord geven, want die heeft zich ook gemeld en afhankelijk van de bereidheid van de PVV om op de vragen te antwoorden, iemand van die fractie.


Schraal M.

Voorzitter. Zeven jaar geleden in deze Statenzaal is de Willem Arondéuslezing in het leven geroepen als instrument van de Staten en alle daar toen in vertegenwoordigde partijen en nooit als instrument van de een of andere partij, dan wel alspartijpolitiek wapen tegen de een of andere partij. Zes jaar lang is in goede harmonie de Willem Arondéuslezing georganiseerd, gevrijwaard van expliciete partijpolitiek, maar desalniettemin altijd met eigenzinnige sprekers, die de controverse niet schuwden en waar de vrijheid van meningsuiting binnen die spelregels voorop stond. Tot de editie van 2011. Als mede-initiatiefnemer betreur ik het dat de Arondéuslezing inzet werd van die partijpolitiek en een gepolariseerd debat, niet het beperken van de vrijheid van meningsuiting, die ik namelijk zeer hoog acht, maar het aantasten van de aard en het karakter van de lezing als instrument van de gehele Staten en alle daarin vertegenwoordigde fracties lag aan de afgelasting ten grondslag. Vanaf dat moment lijkt alles wat zich rond de lezing afspeelt, van partijpolitieke aard van de hoogste orde in deze Staten. Zelfs tot aan de voordracht van het benoemen van leden van de werkgroep toe. Deze partijpolitieke en soms ook door mij als oncollegiaal ervaren constellatie acht ik in strijd met de gedachte, waarmee ik in 2004 als geestelijk vader tot het instellen van de Willem Arondéuslezing ben overgegaan als bindmiddel van de Staten als geheel naar haar bevolking toe en als podium van debat met onze burgers. Daarom heb ik besloten mij niet langer beschikbaar te stellen als lid van de werkgroep. Gelijktijdig wil ik de nieuwe leden straks heel veel succes toewensen en spreek ik de hoop uit dat de Willem Arondéuslezing nog een lang leven beschoren blijft in deze politiek stormachtige tijd. Ik doe dat met de woorden van de prins der dichters, Adriaan Roland Holst, een boezemvriend van Arondéus. “Eens zullen allen die tussen ons kwamen, zijn weggevallen, wie weet nog hun namen. Eens zal de vete zijn bijgelegd en zal vergeten zijn ons bitter tweegevecht. Eens zal het weer regenen, stil, zoals toen, aan zee, kom mij dan tegen en ga met mij mee.”


Remkes J.W.



Brinkman H.

Voorzitter, om te beginnen wil ik mijn respect betuigen aan de vorige spreker en aan de heer Van Straaten voor de geweldige uitdaging, die zij hebben gekregen bij de vorige lezing en de zware beslissing, die zij hebben moeten nemen, waarvan u weet, voorzitter, dat de PVV daar ontzettend veel respect voor heeft gehad. Hoe je het wendt of keert, de intentie van de Arondéuslezing - en dat zeg ik ook tegen de heer Gersteling - is goed, het publieke debat. Als er iets is wat de PVV voorstaat en waar de PVV jarenlang zijn nek voor heeft uitgestoken in de Tweede Kamer, in een aantal gemeenteraden en nu ook in provincies, dan is het juist het politieke debat. Gaat u met mij het debat aan. Maar ik heb een Willem Arondéuslezing gezien die telkenmale aan het bashen was en dat moet gewoon niet gebeuren. Er moet iets geprolongeerd naar buiten komen en het is hartstikke goed dat iets besproken wordt en dat er vrij over wordt gedebatteerd, maar wij moeten niet een lezing hebben die jaar in, jaar uit de PVV aan het bashen is. Ik heb toegestemd dat een fractielid meedoet net als alle andere fractieleden,in de organisatie van de volgende Willem Arondéuslezing. Welke intenties en politieke strategie ik daarbij heb, dat gaat u, voorzitter, met alle respect, geen snars aan. Het feit blijft dat iedereen is uitgenodigd, iedere partij is uitgenodigd om daaraan deel te nemen en dat gaan wij ook doen. Wat onze achterliggende gedachte is, dat zult u vanzelf wel merken. Of ik mij in de huidige situatie maar ook in de toekomstige situatie achter de Arondéuslezing schaar, volgens mij heb ik daar een helder en duidelijk antwoord opgegeven. Voor de rest zou ik u willen adviseren, als u inderdaad op safe wilt gaan, sluit u ons uit en dan ligt daar precies de bevestiging van mijn vooroordeel.


Gersteling F.J.

Nee, mijn bedoeling is niet om u uit te sluiten. U zegt: “Welke achterliggende gedachten wij nog hebben, dat gaat u nog wel merken”. “Dat gaat u geen klap aan”. Ik moet zeggen dat dit mij als een dreigement in de oren klinkt. Wij gaan het wel merken wat u daar gaat doen, dan wel het door u aangewezen Statenlid dat in de werkgroep gaat zitten. Betekent dat wij heibel kunnen verwachten in de werkgroep? Is dat de intentie waarmee de PVV probeert motie 16-1 wel of niet tot uitvoering te brengen? Ik denk dat wij er recht op hebben om te weten of u loyaal meewerkt aan de uitvoering van motie 16-1 en aan het opzetten van een spannende Arondéuslezing, ongeacht waar het onderwerp over gaat of wat uw strategie is om de boel van binnen op te blazen.


Brinkman H.

Voorzitter. Ik kan u sowieso aangeven wanneer u absoluut geen heibel met ons krijgt. U krijgt geen heibel met ons als u ons voorstel in de commissie bewerkstelligt, namelijk om de heer Hans Jansen voor het volgende jaar uit te nodigen voor een lezing. De Arabist Hans Jansen heb ik nu al bereid gevonden om dat te doen en als u daar allemaal mee instemt, dan kan ik u verzekeren dat u vijf jaar lang geen heibel met de PVV krijgt over de Willem Arondéuslezing.


Remkes J.W.

Ik wou daar de discussie op dit moment niet over openen, want dan hoeven wij geen werkgroep in te stellen en dan gaan wij dat met 55 Statenleden bespreken. Als u daar uw voorkeur voor heeft, dan moet u tegen dit voorstel stemmen.


Brinkman H.

Voorzitter, ik heb tegen dit voorstel gestemd.


Remkes J.W.

Dan moet u tegen dit voorstel stemmen dat nu op tafel ligt.


Brinkman H.

Dat is nog de enige kans?


Remkes J.W.

Jazeker, u hebt die kans, want ik wil u nu voor gaan stellen om voor of tegen achter de namen in te vullen. Er zijn geen andere kandidaten en er moet schriftelijk gestemd worden. Ik wil vragen om de stembiljetten uit te delen.


Hoogerwerf P.F.

Voorzitter, kunt u eerst mijn amendement in stemming brengen?


Remkes J.W.

Ik heb zojuist voorgesteld om het net andersom te doen en daar wil ik aan vasthouden.


Loggen C.J.

De formuleren worden nu toch uitgereikt, maar met de woorden van de heer Brinkman nog vers in het achterhoofd, heeft mijn fractie behoefte aan enkele minuten schorsing.


Remkes J.W.

Dat kan, maar wij gaan eerst even de biljetten uitdelen en daarna kan er even geschorst worden. Er hoeven geen namen ingevuld te worden, gewoon voor of tegen.


Loggen C.J.

Voorzitter. Wij zouden graag voordat dit weer opgehaald wordt, even willen schorsen.


Remkes J.W.

Ik wil het eerst even uit laten delen, want anders onderbreken wij dat proces.


Brinkman H.

Voorzitter, met alle respect, volgens mij is de stemming al begonnen en een schorsing tijdens de stemming is niet reglementair.


Remkes J.W.

Nee, nee, nee. Ik ga nu voorstellen om even te schorsen.


Brinkman H.

Maar de stembiljetten zijn uitgedeeld!


Remkes J.W.

Maar de namen waren bekend.


Brinkman H.

Mensen mogen tijdens de stemming niet van hun plaats. Dat kan niet.


Remkes J.W.

Als u mij even in de gelegenheid stelt het Reglement van Orde te raadplegen, want het moet allemaal zorgvuldig en correct gebeuren. Ons Reglement van Orde zwijgt erover, maar de heer Brinkman heeft wel een punt, want in zijn algemeenheid is het zo dat er geen onderbreking van het stemproces plaatsvindt. Daar kan uitsluitend van afgeweken worden als de heer Loggen nu een ordevoorstel doet.


Loggen C.J.

Voorzitter, ik trek mijn verzoek tot schorsing in.


Remkes J.W.

Dan gaan wij nu echt schorsen. U gaat nu de formulieren invullen, die worden opgehaald en dan gaan wij daarna schorsen voor het stemmen. Ik ben even van mijn a propos. Zijn de stembriefjes allemaal opgehaald? Geen zwevende briefjes meer? Ik schors de vergadering.


Schorsing


Remkes J.W.

Ik heropen de vergadering. De voorzitter van de stemcommissie heeft het woord, mevrouw Driessen.


Driessen-Jansen L.M.

Voorzitter. Het heeft wat langer geduurd, omdat op buitengewoon bijzondere wijze is gestemd. Er zijn 49 stemmen uitgebracht, waarvan 44 op mevrouw Hoogerwerf.


Remkes J.W.

Dan is mevrouw Hoogerwerf benoemd.


Driessen-Jansen L.M.

4 tegen en 1 blanco. Waarvan 35 stemmen op mevrouw Nunes, 13 tegen en 1 op de heer Schraal.


Remkes J.W.

Dan is mevrouw Nunes benoemd.


Driessen-Jansen L.M.

47 stemmen op de heer Van Berkum, 1 tegen en 1 op de heer Van Straaten.


Remkes J.W.

Dan is de heer Van Berkum benoemd.


Driessen-Jansen L.M.

De heer Gersteling, 46 stemmen voor, 2 tegen en 1 maal blanco.


Remkes J.W.

Dan is de heer Gersteling benoemd.


Driessen-Jansen L.M.

Op de heer Leever, 47 stemmen voor, 1 tegen en 1 blanco.


Remkes J.W.

Dan is de heer Leever benoemd.


Driessen-Jansen L.M.

Mevrouw Eelman, 46 stemmen voor, 2 tegen en 1 blanco.


Remkes J.W.

Dan is mevrouw Eelman benoemd.


Driessen-Jansen L.M.

Op mevrouw Kaamer van Hoegee 46 stemmen voor, 2 tegen en 1 blanco.


Remkes J.W.

Dan is mevrouw Kaamer van Hoegee benoemd.


Driessen-Jansen L.M.

De heer Tekin, 44 stemmen voor, 4 tegen en 1 maal blanco.


Remkes J.W.

Dan is de heer Tekin benoemd en de leden van de werkgroep Arondéuslezing zijn van harte geluk gewenst met hun benoeming. Dan komen wij bij het andere agendapunt, de voorzitter van het algemeen bestuur van het Goois Natuurreservaat.


Driessen-Jansen L.M.

Voorzitter, waarschijnlijk heeft een aantal leden van deze Staten het onderste deel van het papier over het hoofd gezien, want het was niet ingevuld, dus dat moeten wij als blanco rekenen. De heer Bond heeft 30 stemmen voor, 10 stemmen tegen en 9 blanco.


Remkes J.W.

Dan is de heer Bond benoemd en van harte gelukgewenst met deze eervolle, doch tijdelijke taak. Ik wil de commissie bedanken voor de verrichte werkzaamheden.


Hoogerwerf P.F.

Voorzitter, u hebt mijn amendement niet in stemming gebracht.


Remkes J.W.

Excuus, dat klopt. Maar ik zeg erbij dat het formeel een probleempje is, want de voordracht is niet in stemming gekomen, dus een amendement op de voordracht ook niet.

Nou lijkt dat een hele formalistische redenering, dus ik zou hem wel in stemming willen brengen, zodat de werkgroep ook weet wat de gevoelens van de Staten zijn. Als wij het op die manier interpreteren, dan is er volgens mij niks loos. Mag ik eerst vragen wie daarover het woord wenst? Zo dat niet het geval is, wil ik verzoeken degenen die tegen het voorstel willen stemmen, hun vingers op te steken. De leden van de fractie van de PVV. Mag ik concluderen dat de overige leden daarvoor zijn? Het amendement is aanvaard.


Grooten L.

Voorzitter, mag ik iets vragen. Volgens mij hebben wij nu allen of niet allen, maar voor het amendement gestemd, maar niet de voordracht in behandeling genomen. Klopt dat?


Remkes J.W.

Dat was precies het punt dat ik bedoelde. Er hoefde niet gestemd te worden over de voordracht en dat is de reden waarom ik daar de interpretatie aan gegeven heb zoals ik hem gaf.


Driessen-Jansen L.M.



11. Statenvoordracht 47 Wijziging Reglement van Orde Provinciale Staten ivm het ineen schuiven van het presidium en het seniorenconvent en het in het leven roepen van periodiek overleg tussen de commissievoorzitters, een zgn. agendacommissie


Driessen-Jansen L.M.

De voordracht zal worden verdedigd door de heer Loggen als voorzitter van het Seniorenconvent. Omdat hierbij ook de rol en positie van de CdK in het geding is dan wel kan zijn, kan het verkieslijk zijn dat mevrouw Driessen dit agendapunt voorzit. Ik zou mevrouw Driessen willen vragen op deze stoel te gaan zitten.


Loggen C.J.

Voorzitter. Het is gebruikelijk dat er eerst een eerste termijn in de Staten gemaakt wordt.


Driessen-Jansen L.M.

Ik dacht dat u een toelichting wilde geven, maar dan beginnen wij direct aan de sprekerslijst.


Liere A.E. van

Voorzitter. Mijn fractie steunt het voorstel om het presidium en Seniorenconvent ineen te schuiven. In het Seniorenconvent is hierover in een eerder stadium gesproken en toen al heeft mijn fractie voorgesteld om het nieuwe presidium zelf de voorzitter te laten kiezen. De optie om de commissaris voorzitter te maken lag toen nog niet op tafel. Mijn fractie heeft bezwaren tegen deze specifieke optie in het kader van zuiver dualisme. Dit heeft dus niets te maken met de persoon, die momenteel dit ambt bekleedt. Allereerst is de CdK een volwaardig lid van GS. Ik vind het daarom al niet gelukkig dat in de Provinciewet is vastgelegd dat de CdK voorzitter is van zowel PS als GS, maar dit is door een hogere overheid wettelijk vastgelegd en dat hebben wij te accepteren. Een verdere stapeling van functies leidt tot een aantasting van het dualisme, hetgeen mijn fractie niet wenselijk vindt. Het idee van dualisme in 2002, bijna tien jaar geleden, was om de rollen en taken van PS en GS uit elkaar te halen. Dan is het niet logisch om de voorzitter van GS ook voorzitter te maken van een commissie van PS en het is ook niet nodig. Het nieuwe presidium is zeer wel in staat daarover te beslissen en Statenleden zijn zonder meer in staat de functie van voorzitter te vervullen.

Ik dien daarom het volgende amendement in, mede namens 50-plus, ONH, CU-SGP en ik begrijp dat de PVV daar ook sympathiek tegenover staat.

Amendement 11-1
Wijziging Reglement van Orde

Provinciale Staten van Noord-Holland in vergadering bijeen op 11 juli 2011

Constaterende dat:
- Het Seniorenconvent en het presidium ineen worden geschoven tot een nieuw presidium;
- De CdK voorzitter van het nieuwe presidium wordt met deze wijziging in het Reglement van Orde;
- De CdK een volwaardig lis is van GS en voorzitter van GS en PS.

Overwegende dat:
De voorzitter bij het staken van stemmen de doorslaggevende stem heeft.

Van mening dat:
- In het kader van dualisme een verdere stapeling van functies van leden van GS en PS over en weer niet wenselijk is;
- Het presidium zonder meer in staat is om zelf een (vice)-voorzitter van het presidium te kiezen.

Gehoord de discussie, besluiten
- Artikel 5, lid 3, luidende “De voorzitter van PS is voorzitter en de vicevoorzitter van PS is vicevoorzitter van het presidium.” te wijzigen in: “De leden van het presidium kiezen uit de Statenleden een voorzitter en een vicevoorzitter van het presidium.”
- Artikel 5, lid 12, luidende “De voorzitter van PS, de vicevoorzitter van PS, de griffier van het presidium en de griffier van de Staten zijn belast met de voorbereiding van de vergadering van het presidium.” te wijzigen in: “De voorzitter van het presidium, de vicevoorzitter van het presidium, de griffier van het presidium en de griffier van de Staten zijn belast met de voorbereiding van de vergadering van het presidium.”

en gaan over tot de orde van de dag.
Fracties PvdD,50-plus, ONH, CU-SGP


Leeuwen T.E.M. van

Voorzitter. Het ineen schuiven van het presidium en het Seniorenconvent is een praktisch voorstel en GL ondersteunt dat. Als de CdK een nieuw presidium wil voorzitten, dan lijkt ons dat prima. Het duaal bestuur dat net nog aan de orde was, wordt op provinciaal niveau sowieso anders ingevuld dan landelijk en als je het landelijk niveau zou doortrekken, dan zou de CdK eigenlijk ook niet deze Staten kunnen voorzitten. Dat lijkt ons juist wel gewenst. Wij zien het probleem anders dan degenen die net het amendement hebben ingediend en wij denken dat er niet veel problemen zijn met het voorzitterschap van het presidium door de CdK. Wij zien ook voordelen van afstand en neutraliteit, dat is ook wel handig.In de stemming in het presidium moet een onderscheid gemaakt worden tussen zaken die aan de orde zijn in de vergadering zelf, en zaken die duidelijk partijpolitiek zijn en vervolgens in de Staten politiek doorwerken. Dat zijn twee verschillende dingen. De orde van de vergadering betreft bijvoorbeeld het besluit over de eigen agendering, de wijze van behandelen, het uitnodigen van externen, het instellen van onderzoek, dat valt allemaal onder eigen regelingen van zaken en daarover kan met gewone meerderheid van stemmen van de aanwezigen in het presidium worden besloten. En meer partijpolitieke zaken betreffen vaak ook meer inhoudelijke voorstellen, zoals het instellen van bepaalde Statenwerkgroepen, de vraagstelling van de evaluatie. Dat laatste valt logischerwijze onder gewogen stemming. Wij zouden de griffie kunnen vragen een lijst te maken met punten van de ene of andere categorie en dan hebben wij een mooie leidraad voor de wijze van stemming in het presidium. Het punt dat ook nog aan de orde kwam, was het aanschuiven van duo-Statenleden van eenpersoonsfracties bij verhindering van het fractielid zelf. Op zich heeft GL daar geen principieel bezwaar tegen, maar de betreffende vier kleine partijen zouden dergelijke zaken ook onderling kunnen regelen, waarbij de een spreekt namens de ander, dat is wel zo praktisch. Dat allerlei mensen zouden willen aanschuiven bij de agendacommissie, dat is ook nog een punt dat naar voren kwam. Dat mag allemaal wel, maar ik kan mij niet zo goed voorstellen waarom men dat zou willen. Bij de agendacommissie gaat het al snel om regelzaken, die op zich weinig met partijpolitieke verschillen van doen hebben.


Brinkman H.

Voorzitter. Ik dien vier amendementen in en de eerste behandelt hetzelfde als het amendement van de PvdD, vandaar mijn instemming met zijn amendement. Het gaat inderdaad over de voorzitter van deze PS als voorzitter van een nieuw te vormen presidium na de aaneenschakeling van het huidige presidium met het Seniorenconvent. Wij gaan naar een duaal stelsel, althans dat zouden wij al jaren moeten doen. Je ziet dat met dit college en deze CdK juist geprobeerd wordt om de oppositie monddood te maken. Ik heb mij al vaker tegen de politieke rol van de CdK gekeerd. Dat is u ondertussen wel bekend en dat is niet om de persoon of het vertrouwen dat ik in dezeCdK heb, maar dat is om de politieke rol die hij als Kroon benoemde en niet democratisch gekozen vertegenwoordiger voert en dat vind ik niet goed. Een vermenging van volksvertegenwoordiging met bestuur over zaken die wij hier in PS moeten regelen, is uit den boze. Dat gebeurt nergens, niet in gemeenteraden en niet in de Tweede Kamer, dat gebeurt kennelijk alleen hier in de republiek Noord-Holland. Ik vind dat niet goed en daar moeten wij vanaf.

Amendement 11-2
Reglement van Orde

Provinciale Staten van Noord-Holland in vergadering bijeen op 11 juli 2011.

Overwegende dat:
Het onwenselijk is dat in een duaal stelsel de voorzitter van PS tevens voorzitter van het presidium wordt. Binnen het presidium worden tevens allerlei zaken besproken, die enkel PS aangaan en waarbij vermenging van volksvertegenwoordiging met bestuur - waarbij het bestuur een zware rol krijgt toebedeeld - met het oog op het duale stelsel onwenselijk is.

Stellen voor:
De tekst van artikel 5 onder lid 3 te laten vervallen en te vervangen door: “De voorzitter en vicevoorzitter van het presidium worden onder de leden verkozen”.

en gaan over tot de orde van de dag.
Fractie PVV

Het tweede amendement behelst en u weet ondertussen dat ik mij daar druk over maak, de openbaarheid van stukken en de openbaarheid van de vergadering. Ik kwam hier als fractievoorzitter van een nieuwe partij in een cultuur, waar alles tot op de dag van vandaag gesloten moet zijn. Geheime stukken, besloten vergaderingen. De leidraad was dat het Seniorenconvent besloten is, tenzij wij in meerderheid besluiten dat het openbaar moet zijn. Dat is fundamenteel verkeerd in Nederland anno 2011. De leidraad moet zijn openbaar en daar waar de wet zegt dat het niet openbaar kan zijn, moeten wij als wij dat willen, de wet kunnen volgen. Vandaar dat ik ook artikel 10 graag zou willen wijzigen. De leidraad moet namelijk zijn openbaar bestuur en de Wob heeft daarop een aantal limitatieve uitzonderingen gemaakt. Limitatief en daar waar wij willen uitzonderen, zullen wij eerst moeten kijken naar dat artikel 10, dat limitatief opsomt wat de uitzonderingen zouden kunnen zijn. Pas dan zouden wij ons af moeten vragen of wij in meerderheid die uitzondering willen gebruiken. Dat is de lijn en dat is niet de lijn zoals die staat in de wijziging van dit Reglement.

Amendement 11-4
Reglement van Orde

Provinciale Staten van Noord-Holland in vergadering bijeen op 11 juli 2011.

Overwegende dat:
Alle overheidsstukken openbaar behoren te zijn en dat dit leidend moet zijn. De Wob is hierover zeer duidelijk en geeft enkel in artikel 10 helder aan indien de overheid een uitzondering op deze algemene regel mag maken. Het is contra legem in een lagere regelgeving zelf extensieve uitzonderingen te maken. Hiermee zou ook de coalitie de overige leden van PS in bepaalde dossiers geheel buiten spel kunnen zetten en dit is absoluut onwettig en onwenselijk. Tevens is indiener van mening dat de agendacommissie bij een besluit van beslotenheid dit duidelijk moet motiveren en dit openbaar moet maken.

Stellen voor de tekst van artikel 8 te vervangen door:
a. De agendacommissie vergadert in beslotenheid in het geval dat het gaat om belangen, als bedoeld in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur;
b. Indien deze belangen zich voordoen, kan de voorzitter bij het samenstellen van de agenda een voorstel doen tot het vergaderen in beslotenheid ten aanzien van een specifiek onderwerp, waarna de agendacommissie hierover definitief beslist;
c. De agendacommissie zal in haar verslag bij een dergelijk besluit tot beslotenheid een heldere motivatie toevoegen die door de meerderheid van het presidium wordt opgesteld.

en gaan over tot de orde van de dag.
Fractie PVV

Dit is de enige echte juiste staatsrechtelijke weg die wij moeten volgen. Ik hoop dat wij deze weg wat betreft het regelement, ook kunnen volgen naar allerlei geheime stukken die ik binnenkrijg, waarvan GS besloten hebben dat ze geheim moeten zijn of waarover door het Seniorenconvent binnen PS besloten is dat PS vindt dat het besloten moet zijn. Ik kan u verzekeren dat alle stukken die bij de PVV-fractie binnenkomen, vanaf nu door kennismensen van de Wob getoetst zullen worden op de openbaarheid van bestuur. Als er het woordje ‘geheim’ op staat en zij komen die toets van artikel 10 niet door, dan kan ik u verzekeren dat de media deze stukken gewoon gaat krijgen. Dat artikel over het presidium geldt ook voor de agendacommissie, want daar zien wij dezelfde structuur, dus nogmaals ook voor de agendacommissie heb ik eenzelfde amendement. Ik zal het niet opnieuw herhalen. Ik heb eenzelfde amendement gemaakt.

Amendement 11-5
Reglement van orde

Provinciale Staten van Noord-Holland in vergadering bijeen op 11 juli 2011.

Overwegende dat:
Alle overheidsstukken openbaar behoren te zijn en dat dit leidend moet zijn. De Wob is hierover zeer duidelijk en geeft enkel in artikel 10 helder aan indien de overheid een uitzondering op deze algemene regel mag maken. Het is contra legem in een lagere regelgeving zelf extensieve uitzonderingen te maken. Hiermee zou ook de coalitie de overige leden van PS in bepaalde dossiers geheel buiten spel kunnen zetten en dit is absoluut onwettig en onwenselijk. Tevens is indiener van mening dat de agendacommissie bij een besluit van beslotenheid dit duidelijk moet motiveren en dit openbaar moet maken.

Stellen voor de tekst van artikel 10 te vervangen door:
a. Het presidium vergadert in beslotenheid in het geval dat het gaat om belangen als bedoeld in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur;
b. Indien deze belangen zich voordoen kan de voorzitter bij het samenstellen van de agenda een voorstel doen tot het vergaderen in beslotenheid ten aanzien van een specifiek onderwerp waarna het presidium hierover definitief beslist;
c. Het presidium zal in haar verslag bij een dergelijk besluit tot beslotenheid een heldere motivatie toevoegen, die door de meerderheid van het presidium wordt opgesteld

en gaan over tot de orde van de dag.
Fractie PVV

Dit is de enige juiste staatsrechtelijke weg die wij moeten volgen om te toetsen aan de Wob. Als er geheim op staat en deze stukken komen deze toets niet door, dan kan ik u verzekeren dat de media deze stukken gewoon gaan krijgen. Ook voor de agendacommissie heb ik eenzelfde amendement gemaakt. Artikel 8 vervalt, en het ingevoegd artikel is de lijn om eerst naar de Wob te kijken, artikel 10 limitatieve opsomming, voldoet het daaraan? Zo ja, gaan wij daar in meerderheid toe besluiten? Zo ja, dan is het besloten en als het er niet aan voldoet, dan hoeven de tweede en derde vraag niet eens meer gesteld te worden.

Het laatste amendement behelst de agendacommissie. Deze commissie is openbaar, maar hierin hebben de commissievoorzitters en u en uw collega zitting. Als wordt besloten tot beslotenheid, dan betekent dat dat bepaalde partijen geen deel kunnen uitmaken van deze commissie. Ik zal ervoor zorgen dat er altijd een lid van de PVV-fractie als toehoorder bij de agendacommissie aanwezig zal zijn. Ik vind het ondoenlijk en niet verkoopbaar als de agendacommissie in meerderheid besluit iets besloten te houden, dat een bepaalde fractie vervolgens die agendacommissie niet kan bijwonen.

Amendement 11-3
Reglement van Orde

Provinciale Staten van Noord-Holland in vergadering bijeen op 11 juli 2011.

Overwegende dat:
Door de samenstelling van de agendacommissie zou het zo kunnen zijn dat bij beslotenheid een bepaalde fractie niet aanwezig mag zijn. Dit amendement regelt dat ook bij beslotenheid alle fracties aanwezig zijn.

Stellen voor:
Artikel 7 te wijzigen in “De vergaderingen van de agendacommissie zijn in beginsel openbaar, waarbij in ieder geval ook bij beslotenheid een lid van elke fractie van PS aanwezig mag zijn.”

en gaan over tot de orde van de dag.
Fractie PVV


Driessen-Jansen L.M.

De amendementen maken onderdeel uit van de beraadslagingen.


Uijl X.J. den

Voorzitter. De PvdA stemt van harte in met het voorstel om het presidium en het Seniorenconvent in elkaar te schuiven, want wij achten dat een goede ontwikkeling. In deze Staten zijn opmerkingen gemaakt over het voorzitterschap en de openbaarheid. Ik zou willen zeggen dat wij denken dat het nieuwe presidium gediend is bij een zo onafhankelijk mogelijke voorzitter en in ons midden vinden wij de CdK de meest onafhankelijke, hoe duaal wij ook met elkaar zijn, die op grond van de wet voorzitter is van de Staten en daarmee ook een goede voorzitter van het presidium van deze Staten. Openbaarheid is een groot goed, daar zijn wij voor en wij zijn voor het uitgangspunt ‘openbaarheid, tenzij’. De Wob bepaalt dat je informatie moet verstrekken, tenzij je kunt motiveren om dat niet te moeten doen als openbaar orgaan, maar de Wob bepaalt niet wat wij zelf besloten of niet besloten mogen verklaren, vertelt alleen heel duidelijk dat dat geen invloed heeft op het feit of je informatie ter beschikking moet stellen. Wij zijn uiteraard van mening dat wij te allen tijde de wet moeten volgen, maar dat verhindert niet om op enig moment vast te stellen dat er een legitiem belang is, hopelijk in een beperkt aantal situaties, en dat het belang van de provincie vereist dat er niet voor openbaarheid wordt gekozen. Ik denk eerlijk gezegd dat wij daar in de praktijk wel uit moeten zien te komen. Ik heb overigens de amendementen van de PVV nog niet op schrift gezien, anders moet ik daar in de tweede ronde op reageren.


Brinkman H.

Voorzitter, ik heb een vraag aan de heer Den Uijl. Stel, er staat een stuk op de agenda dat niet valt onder de limitatieve opsomming van de Wob, artikel 10. Vindt de heer Den Uijl dat bijvoorbeeld PS of GS het recht hebben om zoiets toch in beslotenheid te behandelen?


Uijl X.J. den

Voorzitter, wij zijn een eigenstandig orgaan dat op grond van de wet besluiten kan nemen. Als wij in onze wijsheid een besluit nemen dat achteraf door de rechter getoetst, niet blijkt te kloppen, dan hebben wij achteraf gezien iets fout gedaan. Als wij in alle redelijkheid - en ik ben erg voor de redelijkheid - en openheid iets besluiten, dan nemen wij binnen de kaders van de wet echt het besluit.


Brinkman H.

Ik heb thuis een heel goed boek liggen van Prakke, Inleiding tot het Staatsrecht. Ik stel voor dat mijnheer Den Uijl dat boek eens even goed doorleest en dan ziet hij dat Nederland een verhouding kent in wetgeving. Bovenaan staan internationale verdragen, daarna de Grondwet, daarna formele wetgeving en pas daarna provinciale wetgeving. Wij staan heel erg laag op de ladder, dus u zult zich, mijnheer Den Uijl, aan die volgorde moeten houden. Als u hiermee al aangeeft dit aan uw laars te lappen, betekent dit eigenlijk dat u maling hebt aan de formele wetgever.


Driessen-Jansen L.M.

Ik wou het hierbij laten, want dit begint al op een tweede termijn te lijken.


Uijl X.J. den

Voorzitter, ik kon de heer Brinkman volgen, toen hij begon over het boek van de heer Prakke, want daar heb ik ook wel eens geprobeerd doorheen te worstelen. Als hij zegt dat ik de wet aan mijn laars lap, de heer Brinkman kan zijn punt ook maken zonder in dat soort extremen te vervallen en hij kan zeggen dat er hogere regelgeving is dan die van de Staten van Noord-Holland. Dat is ook zo, maar dat laat onverlet dat wij op grond van de wet de noodzaak hebben om onze eigen afwegingen te maken. Net als alle anderen in dit land, zijn wij onderworpen aan de regels van het recht. Als wij daar onverhoopt een keer een fout in maken, dan zal de rechter ons in voorkomende gevallen terecht wijzen, maar ik ga ervan uit dat wij geen fouten maken. Meestal.


Loggen C.J.

Voorzitter. Wij zijn gekomen aan het sluitstuk van een discussie die al gestart is meteen na aanvang van deze nieuwe Staten en dat was: hoe gaan wij om met de werkwijze binnen dit huis? Het verlagen van de werkdruk en het versimpelen van de werkwijze stonden hoog op ieders agenda. Dan is het onontkoombaar dat je ook kijkt naar een efficiëntere werkwijze. Als je twee organen hebt die vaak in elkaars verlengde opereren, zoals het presidium en het Seniorenconvent zoals dat in de afgelopen periode heeft gefunctioneerd, dan kom je al snel tot de conclusie dat het een stukje efficiënter kan. Dat is het Leitmotiv geweest bij het in elkaar schuiven van deze twee organen. In het verleden - en dan praat ik over de vorige periode en daarvoor - had men duidelijke motieven om deze gescheiden te houden, omdat het Seniorenconvent zich sec bezighield met politieke zaken ter voorbereiding op de behandeling in deze zaal en het presidium hield zich bezig met het agendatechnische procedurele deel. Gaandeweg zag je steeds vaker overlap en dat is de reden geweest voor dit voorstel voor één orgaan, het presidium, en daar wordt het Seniorenconvent onder geschoven. Op het moment dat het politiek is, moet er even in verbijzonderd worden. Dat is de opzet geweest en uiteindelijk is eraangedrongen op een zo onafhankelijk mogelijke voorzitter. En voor een zo onafhankelijk mogelijke voorzitter zonder politieke kleurkom je al heel snel dat je buiten de eigen geledingen kijkt. Dat is de reden geweest om in ieder geval de CdK te peilen of hij bereid was om voorzitter van het presidium te worden. Dat is geen unieke vraag, omdat ook bij gemeenteraden deze constellatie vaker wordt toegepast. Wij doen hier dus niets vreemd, het is een hele plausibele beweegreden om een onafhankelijke voorzitter het presidium te laten voorzitten. Dan iets over de stemming, moet het een gewogen stemming zijn of ‘one man, one vote’? Ook daar is uitvoering over gesproken en vastgesteld is dat het natuurlijk een verlengde van de Staten is en daarom zou het redelijk zijn om de democratische uitslag recht aan te doen door te zeggen, er is wel degelijk een gewogen stem, ook in het presidium. Wij zouden het onszelf nodeloos ingewikkeld maken om iedere keer dat je dat niet zou doen, het weer terug te brengen naar de Staten, om vervolgens vast te stellen dat het uiteindelijk toch een gewogen stemming zou moeten zijn in tweede instantie. Er is gesproken over duo-Statenleden ter vervanging. Ook daar zou ik niet voor zijn, want de wetgever kent formeel de positie van het duo-Statenlid niet. Dat is een positie die verkregen wordt op basis van het Reglement van Orde van dit huis en de wetgever heeft hem nooit geformaliseerd. Als je dit verder gaat formaliseren als plaatsvervanger van de fractievoorzitter in het presidium, dan ga je steeds verder op de oneigenlijke weg en dat lijkt mij niet verstandig. Daarnaast laten de zaken die daar aan de orde gesteld worden, zich goed lenen door voor elkaar het woord te voeren. Ik kan mij voorstellen dat als een eenmansfractie moeite heeft met een bepaalde werkwijze of een bepaald voorstel, hij of zij dit kenbaar maakt aan de voorzitter, dan wel aan een collega en ik weet zeker dat dit ingebracht zal worden. De openbaarheid van de stukken. Ik denkdat de heer Den Uijl daar heel goede dingen over heeft gezegd. Er wordt nu de illusie gewekt dat hier een bepaalde cultuur van beslotenheid bestaat en dat wil ik bestrijden, zeker waar het gaat over het presidium, want dat heeft altijd in openbaarheid gehandeld. Het Seniorenconvent daarentegen heeft heel lang het adagium gehad dat het besloten is, voordat de openheid erop van toepassing wordt verklaard. Ik denk dat niemand tegen die veranderende werkwijze is. Het Seniorenconvent handelt op dit moment al conform dat adagium, maar er zijn altijd zaken waarin de wetgever niet voorzien heeft. Ik zal ze hier niet uit mijn mouw schudden, want ik wil geen fouten maken met het verkeerde voorbeeld, maar er zijn altijd zaken waarin de wetgever niet voorzien heeft en waarvan het toch verstandig is om daarover in eerste aanleg met elkaar te spreken in beslotenheid, wel altijd met de bedoeling om zo snel mogelijk als het verantwoord is, de beslotenheid ervan af te halen. Het maakt even niet uit of er een boek is dat zegt dat het zo en zo zou moeten zijn en de Wob geeft aan wat je moet verstrekken. Dat heeft de heer Den Uijl juist opgemerkt. Dat wil niet zeggen dat het af en toe niet verstandig is om te kijken hoe bepaalde zaken aangevlogen dienen te worden. Er is gesproken over de agendacommissie en de beperkte deelnemers daaraan. Ook daarvan hebben wij in het Seniorenconvent gezegd dat als je dat in een keer heel groot optuigt, dan schiet je jezelf in de voet. Daarom hebben wij aangegeven, houd het klein en beknopt om de efficiency en slagvaardigheid te vergroten. Als het gevaar dreigt dat kleine partijen daarin niet gehoord zouden worden dan wel hun belangen met voeten getreden zouden worden, dan wil ik erop wijzen dat iedere fractievoorzitter lid is van het presidium. Dat betekent dat op het moment dat men constateert dat er iets niet in de haak is, je dat direct in het presidium kunt inbrengen. Volgens mij zou het van fatsoen getuigen als iemand iets aan de orde wil stellen omdat er in de agendacommissie niet conform afspraak is gehandeld, wij dat als fractievoorzitters met elkaar in het presidium aan de orde zullen stellen, zodat in ieder geval elke error die daar dreigt, vanzelf gecorrigeerd wordt. Daarmee is het presidium tevens het corrigerende mechanisme. Ik heb de amendementen nog niet gezien, dus daar kan ik niet over adviseren. Volgens mij heb ik wel alle vragen gehad.


Driessen-Jansen L.M.



Remkes J.W.

Heel kort, de heer Loggen verwees daar zojuist naar. Toen mij de vraag gesteld werd of ik eventueel voorzitter van het presidium wilde worden, toen heb ik natuurlijk ook wel even nagedacht over een paar principiële vragen. De heren Van Liere en Brinkman en anderen hebben gelijk dat de vraag gesteld kan worden of het voorzitterschap van GS en van de Staten zich wel met elkaar verhouden. Deze discussie is destijds zeer uitvoerig in de Kamer gevoerd en daar zijn heldere conclusies uit getrokken, namelijk dat de wetgever en medewetgever van opvatting waren dat die beide zaken in een dualistisch bestel op provinciaal en gemeentelijk niveau wel combineerbaar zijn. Ik zie eerlijk gezegd het voorzitterschap van het presidium in het verlengde van het voorzitterschap van de Staten. Ik ben, om helemaal zeker te zijn van mijn zaak, nog even landelijk te rade gegaan hoe er daar gedacht wordt. Ik kwam toen een brief van 11 december 2008 van de minister van Binnenlandse Zaken tegen, dus een brief van de vertegenwoordiger van de medewetgever zeg ik in de richting van de heer Brinkman, en ik citeer: “De burgemeester (en later wordt in de brief gezegd dat op provinciaal niveau voor de commissaris hetzelfde geldt) die voorzitter van de raad is, dient voorzitter van het presidium te zijn”. Dat was voor mij een hele geruststellende gedachte en dat ik dat zonder kleerscheuren op landelijk niveau kan doen. Ik heb absoluut geen behoefte aan politiek gedoe in het presidium, maar ik acht mij wel in staat om een vergadering onafhankelijk voor te zitten.


Driessen-Jansen L.M.

Welke minister van Binnenlandse Zaken was dat?


Remkes J.W.

Daarom noemde ik het jaartal erbij, dat was niet ikzelf. Dat was mijn opvolgster.


Driessen-Jansen L.M.

Ik dacht, ik vraag het maar even. Er zijn wat amendementen uitgedeeld. Is er behoefte aan een schorsing om daarna aan de tweede termijn te beginnen? Of kunnen wij meteen met volle kracht vooruit?


Alberts-Oosterbaan R.

Mijn fractie heeft behoefte om even over de amendementen te praten, dus een schorsing.


Driessen-Jansen L.M.

Ik stel voor tien minuten te schorsen. Mevrouw Alberts, is dat te lang? Goed, tien minuten of minder.


Schorsing


Driessen-Jansen L.M.

Ik heropen de vergadering. Voorafgaand aan de beraadslagingen wil ik even aan de PVV vragen, uw amendement A11-4, daarin zegt u dat artikel 8 vervalt, maar bedoelt u niet artikel 7, lid 8?


Onbekende spreker



Driessen-Jansen L.M.

Op een gegeven moment spreekt u over artikel 10 dat moet vervallen, maar dat gaat niet over hetgeen u amendeert.


Brinkman H.

Ik stel voor dat ik de strekking van de amendementen handhaaf en dat ik de amendementen zo wijzig, dat de artikelnummers overeenkomen met de inhoud.


Driessen-Jansen L.M.

Ja, want op dit moment klopt het niet wat u wilt. Dus artikel 2 gaat over iets anders, et cetera.


Brinkman H.

Dat zou kunnen, voorzitter, want ik heb ze vanmorgen heel vroeg gemaakt.


Driessen-Jansen L.M.

Ik wil niet weten waardoor u ’s morgens afgeleid wordt.


Brinkman H.

Wij gaan straks barbecueën, voorzitter.


Driessen-Jansen L.M.

Goed, wij gaan verder met de beraadslagingen. Ik volg de sprekerslijst. Mevrouw Hoogerwerf heeft gevraagd om in tweede termijn nog een opmerking te maken en ik heb dat bewilligd.


Tweede termijn


Liere A.E. van

Voorzitter. Ik heb twee korte opmerkingen over het voorstel van de PVV. Het lijkt mij technisch juist. De wetgever heeft niet in alles voorzien, zei de heer Loggen correct, maar volgens mij is dat net iets te ver gesteld voor de Wob, omdat die algemene kaders stelt waarbinnen je beslotenheid kunt regelen. Ik zie dat gevaar niet voor een aantal , dat wij dan niet in beslotenheid zouden kunnen behandelen, terwijl wij dat wel zouden willen omdat het anders onze belangen gaat beschadigen. Ik zie dat gevaar eigenlijk niet en het lijkt mij geen enkel probleem om de voorstellen van de PVV te steunen, omdat wij daarmee recht doen aan wat er in de Wob staat. Het tweede punt gaat over de positie van de voorzitter, het dualisme versus onafhankelijkheid lijkt een beetje de discussie te zijn. Dat het niet vreemd is dat de commissaris voorzitter van het presidium zou zijn, is voor mij niet echt een argument. De vraag is of het goed is. Mijn positie daarin is helder. Ik moet overigens zeggen dat de heer Loggen zichzelf enigszins tekort doet door te zeggen dat de onafhankelijkheid van een Statenlid minder zou zijn, want ik heb hem in de periode dat ik hem als voorzitter heb meegemaakt, op geen enkele afhankelijkheid kunnen betrappen. Wat dat aangaat, lijkt mij het punt van onafhankelijkheid een beetje vervallen. Het punt dat de CdK zelf wil maken, is dat de vraag over dualisme wel degelijk gesteld kan worden en dat blijft over. Daarom zou ik zeggen, steun dit amendement maar.


Driessen-Jansen L.M.



Leeuwen T.E.M. van

Voorzitter. Over de positie van de CdK als voorzitter heb ik in eerste termijn gesproken en daar blijven wij bij, zeker omdat het presidium in het verlengde ligt van de Staten. Wij zullen niet voor de moties van de PvdD en PVV stemmen. Ik haak nog even aan bij het punt van de gewogen stemming in het presidium. Als je kijkt naar wat er gebeurde in de laatste commissie WEB, dat met gewone meerderheid van stemmen werd bepaald dat de vergadering in openbaarheid moest plaatsvinden en niet in beslotenheid. Ook werd bij meerderheid van stemmen besloten dat een bepaald Statenlid, dat niet bevoegd was om in die commissie te spreken, wel toestemming kreeg om dat te doen. Dat vind ik allemaal dingen die ook in het presidium aan de orde kunnen komen en daarom houd ik eraan vast dat in het presidium zaken, die niet direct inhoud en partijpolitieke kwesties betreffen, met gewone meerderheid van stemmen moeten kunnen worden afgehandeld. Dan ga ik nog even over naar de amendementen. Het eerste van het lid Brinkman, daar heb ik mij net over uitgesproken. De tweede, ik verbaas mij even over het geweldige gewicht - zonder de huidige voorzitter geweld aan te doen - dat aan de agendacommissie wordt gegeven. De agendacommissie regelt allerlei zaken, maar die gaat niet over de inhoud of politiek, want zodra het daarover gaat, wordt er verwezen naar commissies of het presidium. Natuurlijk openbaar, dat moet en daar kan ik niet tegen zijn, maar over het regelen van beslotenheid, denk ik, jongens schei uit. Laten wij gewoon nuchter zijn en de agendacommissie in zijn waarde laten en altijd openbaar en verder geen gedoe eromheen. Het punt van het presidium speelt wel, maar dat staat wat verder dan artikel 10. Ik denk dat je ook als presidium, met name als het gaat over personele kwesties, je de ruimte moet hebben om onderling te besluiten met gewone meerderheid van stemmen. Ik ben tegen het amendement in zijn vergaandheid, als het gaat over 11.5 van de heer Brinkman.


Driessen-Jansen L.M.



Brinkman H.

Voorzitter. Ik heb het gehad over het duaal stelsel en ik moet eerlijk zeggen, met tranen in mijn ogen luister ik naar de heer Loggen, over de manier waarop hij het duale stelsel kennelijk ziet. Duaal hoeft volgens hem niet te zijn dat je geen politiek met elkaar bedrijft, maar hij zegt dat er ondanks alles onderwerpen kunnen zijn waarin de wet niet voorziet en dat is denk ik een juiste constatering. Waarvan je ondanks dat het op de agenda staat en er stukken zijn, je toch vindt dat je dat in beslotenheid moet behandelen. Dat moet op een bepaalde manier aangevlogen dienen te worden, zoals hij dat letterlijk zei. Ik weet het niet, maar volgens mij kunnen wij dat ook buiten de vergadering aanvliegen en kunnen wij elkaar ook buiten de vergadering aanspreken. Dat is toch ook een stuk politiek bedrijven. Hier in de Staten en commissies, anno 2011, dan moet toch alles openbaar zijn? Het kan toch niet zo zijn dat voor elk wissewasje, ook al voorziet de wetgeving er niet in, wij met zijn alles beslissen dat iets besloten moet zijn. Ik vind het vreselijke politiek en ik verzet mij daar hevig tegen en dat zal ik blijven doen. De amendementen over de wijziging van artikel 7, ik ben ten aanzien van artikel 7 terecht gewezen door een opmerking van D66 dat ik wil hebben dat ook in beslotenheid een PS-lid van elke fractie van PS aanwezig mag zijn. Ik heb u zojuist het gewijzigde amendement gegeven. Beide amendementen over artikelen 8 en 10 zijn gewijzigd. Het een moet zijn artikel 7 onder 8 en het andere moet zijn artikel 5 onder 10 en daarmee heb ik ook die omissies hersteld.


Driessen-Jansen L.M.

In amendement 11-3 schrijft u artikel 7 wijzigen, maar welk lid wilt u gewijzigd hebben? Dat is nog steeds niet duidelijk.


Brinkman H.

Voorzitter. Artikel 7, lid 7. Zeker lid 7.


Driessen-Jansen L.M.

Dan verander ik dat op het nieuwe originele amendement en dat wordt opnieuw gekopieerd.


Uijl X.J. den

Voorzitter. De voorliggende amendementen over het voorzitterschap van het presidium, ik denk dat ik over hoe wij daarin staan, in eerste termijn helder ben geweest. Over de openbaarheid geldt dat het presidium en de agendacommissie openbaar zijn, tenzij. Als ik het goed begrijp, dan spitst het zich toe op de bepaling die nu in de voordracht staat, dat bij meerderheid kan worden besloten om op dat moment in beslotenheid te behandelen. Ik vind dat beslotenheid iets is waar je buitengewoon spaarzaam mee om moet gaan, want openbaarheid is de norm. Je moet jezelf de middelen niet ontnemen voor situaties die je vooraf niet kunt voorzien om iets in beslotenheid te bespreken. Degenen die zeggen dat openheid de norm is, hebben groot gelijk, en degenen die zeggen dat je buitengewoon spaarzaam moet zijn met beslotenheid want je bent een openbaar orgaan, hebben ook gelijk, maar degenen die zeggen dat je jezelf de middelen niet moet ontnemen om in voorkomende gevallen toch te handelen en een besluit te nemen, hebben volgens mij ook gelijk en daarom steun ik de amendementen niet.


Hoogerwerf P.F.

Voorzitter. Wij steunen dit voorstel, maar willen ingaan op de amendementen. Wij denken dat de voorzitter van PS ook voorzitter van het presidium kan zijn. Zo is het ook gebruikelijk bij gemeenteraden en daarom zullen wij de motie van de PvdD niet steunen. Wat betreft de moties van de PVV, wij denken dat de Wob niet toepasbaar is voor commissies, het presidium en de agendacommissie - in de Wob staat dat het voor bestuursorganen is -, maar zoals u weet zijn wij erg voor openbaarheid. Onze fractievergadering is bijvoorbeeld ook openbaar en misschien zou het goed zijn als de PVV ook in de eigen partij de openbaarheid gaat bevorderen. A11-3 dat veranderd is, steunen wij en de andere niet.


Driessen-Jansen L.M.



Loggen C.J.

Voorzitter. Ik denk dat de meeste argumenten gewisseld zijn. Waar het gaat over geheimhouding, zit er een fundamenteel van inzicht in ieder geval tussen de PVV en mijzelf, maar ik heb daarover ook andere partijen gehoord. Geheimhouding doet men niet zomaar en daar moet je buitengewoon spaarzaam mee omgaan. De wetgever erkent dat ook. Kijk maar naar de Awb, hoofdstuk 5, uitzonderingsgrond en beperkingen. De artikelen 10 en 11 geven aan dat er momenten zijn, situaties, waarin het van belang is om in vertrouwelijkheid en onder geheimhouding er in eerste aanleg over te spreken. Ik denk dat dit de weg is die in dit huis bewandeld wordt als het gaat over stukken die geheim zijn, wij willen allemaal en zo heb ik u als collega’s leren kennen, zoveel mogelijk in openbaarheid doen. Er staat vandaag ook een punt op de agenda, waarvan wij ook allemaal hebben uitgesproken dat het in de openbaarheid moet, zoveel als verantwoord is. Daarom moet je dat instrument niet aan jezelf ontnemen. De heer Brinkman gaf in eerste termijn aanzelf een toetsingscommissie in te stellen,waarin de besluiten van de Staten die eventueel vertrouwelijk zijn, worden getoetst of deze voldoen aan de criteria van de PVV en als er niet aan wordt voldaan, dan verklaart hij ze openbaar. Ik wil hem erop wijzen dat hij daarmee een strafbaar feit zou begaan en dat zou hij als wetgevend orgaan niet moeten willen. Ik adviseer hem dat ook niet te doen.


Brinkman H.

Ik heb aangegeven dat als hogere wetgeving bepaalt dat iets openbaar is en moet zijn, dat het niet zo kan zijn dat de lagere wetgeving daar tegenin druist. Ik heb voor de helderheid even aangegeven dat de media die stukken dan waarschijnlijk zal krijgen. Ik heb nooit gezegd dat ik die naar buiten zal brengen.


Loggen C.J.

Waarvan akte. Ik wil een stukje over collegialiteit meegeven, hoe ga je met elkaar om in dit huis? Volgens mij doen wij dat met elkaar op een hele beschaafde manier. Neem het voorbeeld van de ingediende amendementen. Procedureel kloppen ze niet. De heer Brinkman geeft dat toe en wij bewegen ook mee, om hem ter wille te zijn en hem de gelegenheid te geven deze aan te passen. Ik denk dat dit een hele goede werkwijze is in hoe je met elkaar om dient te gaan en dat neemt niet weg dat ik vind dat de heer Brinkman dan te kwader trouw heeft gehandeld. Dat zou ik als laatste willen toevoegen aan deze discussie.


Brinkman H.

Dit is echt klinkklare nonsens. In tweede termijn is het aan iedereen toegestaan om gewijzigde amendementen in te dienen. Voor mijn tweede termijn krijg ik in de gaten dat het in plaats van artikel 10 moet zijn artikel 7 onder 10, dan heb ik het recht om dat te wijzigen. Daar kunt u helemaal niets aan doen. Dat heb ik gedaan, ik heb de gewijzigde amendementen aan de voorzitter overhandigd, voordat ik begon met mijn tweede termijn. Met alle respect, ook al zou u op uw kop gaan staan, dan kunt u daar nog niets aan doen.


Loggen C.J.

Voorzitter, laat ik er maar niets over zeggen, ik denk dat de werkwijze voor het merendeel van deze Staten duidelijk is.


Driessen-Jansen L.M.



Leeuwen T.E.M. van

Het valt mij op dat de heer Loggen zowel in zijn eerste als tweede termijn niet ingaat op het punt van de gewogen versus de meerderheidsstemming in het presidium. Hij is niet ingegaan op mijn motivatie in tweede termijn en ik vind het een beetje een raar punt. Het is toch gewoon simpel?


Loggen C.J.

Voorzitter. Ik heb in eerste termijn geantwoord dat dit punt ook in het Seniorenconvent is besproken, waarbij de argumenten zijn gewisseld en dat men heeft gemeend de democratische uitslag van de verkiezingen te moeten laten doorklinken, ook in het presidium, niet alleen in de Statenzaal. Die argumenten zijn gewisseld in het Seniorenconvent en daarvan zijn notulen opgemaakt. Daar zijn geen nieuwe inzichten of argumenten bijgekomen en daarom heb ik in tweede termijn gezegd dat die argumenten mijn inziens gewisseld zijn.


Leeuwen T.E.M. van

Wat dat betreft heb ik even verwezen naar commissies. Daar is een hele kleine weging in de zin dat er per grotere partij meer stemmen zijn dan per kleine, maar daar is een soort meerderheidsbesluitvorming over de regeling van eigen zaken en dat zou je in het presidium ook kunnen doen.


Loggen C.J.

Voorzitter, dan zou je een herhaling krijgen van alle argumenten die zijn gewisseld in het Seniorenconvent en daarom verwijs ik nogmaals naar de discussie die daar gevoerd is. Ik heb geen nieuwe argumenten gehoord om dat besluit te heroverwegen en ik zou daar niet voor zijn. Ik reageer straks in mijn stemverklaring op de amendementen.


Driessen-Jansen L.M.

Ik constateer dat de beraadslagingen afgerond zijn. Heeft men de herziene amendementen van de PVV ontvangen? Die komen net binnen, dus ik wacht even.


Schorsing


Driessen-Jansen L.M.

Ik ga over tot het in stemming brengen van de amendementen. A11-1. Verlangt iemand hoofdelijke stemming of een stemverklaring?


Loggen C.J.

Voorzitter. Zoals ik als scheidend voorzitter van het Seniorenconvent heb verklaard waarom wij hier niet voor zijn, wil ik dat ook namens de VVD doen. Wij hebben er vertrouwen in dat de commissaris de onafhankelijkheid waarborgt in de discussie in het presidium. Niet dat wij enige twijfel hebben dat die onafhankelijkheid op dit moment onder druk zal staan. Wij hebben gekozen voor een zo onafhankelijk mogelijke voorzitter en dat is bij uitstek de CdK en de wetgever maakt het mogelijk. Daarom zullen wij tegen dit amendement stemmen.


Kardol J.A.

Voorzitter, wij hebben zeker vertrouwen in de CdK als voorzitter van het presidium. Niettemin vinden wij het belangrijk dat de keuze bij het presidium zelf ligt. Vandaar dat wij voor zullen stemmen.


Wellink D.C.J.M.

Met hetzelfde argument. Wij vertrouwen de onafhankelijkheid van de voorzitter van PS. Dat is voor ons een argument om tegen dit voorstel te stemmen.


Uijl X.J. den

Voorzitter. Ik sluit mij aan bij degenen die gezegd hebben vertrouwen te hebben in de onafhankelijkheid van de voorzitter van deze Staten en daarom steunen wij dit niet.


Driessen-Jansen L.M.

Wil iemand aantekening? Nee. Dan ga ik over tot elektronische stemming, die nu openstaat. U kunt nu stemmen. Er is iets aan de hand met het systeem, dus we gaan stemmen met hand opsteken. Wie is tegen dit amendement? Ik constateer dat de VVD, CDA, SP, GL, D66 en de PvdA tegen stemmen. Wie is voor? Dat zijn de fracties van de PVV, PvdD, ONH, 50-plus en CU-SGP. Het amendement is verworpen.

A11-2, wil iemand een stemverklaring afleggen of aantekening? Niemand. U kunt nu stemmen. Hij doet het weer niet. A11-2, wie is tegen? Dat zijn de fracties van de PvdA, D66, GL, SP, CDA en VVD. Wie is voor? De fracties van de PVV, CU-SGP, 50-plus, ONH en de PvdD. Het amendement is verworpen.

A11-3, aangepast. Wie is voor dit amendement? Stemverklaring.


Loggen C.J.

Stemverklaring. Ons inziens schetst dit amendement een hypothetisch verhaal, dat zich in de praktijk nimmer zal voordoen, want de agendacommissie kan door iedereen bijgewoond worden. Daarnaast, zoals al tijdens de behandeling gezegd, zal het presidium bij een misstap corrigerend optreden. Dat maakt dit amendement volstrekt overbodig en daarom zullen wij het niet steunen.


Leeuwen T.E.M. van

Dat geldt voor ons ook, wij vinden het een overbodig amendement.


Brinkman H.

Het is pas overbodig als de hele alinea over beslotenheid eruit gehaald is.


Driessen-Jansen L.M.

Wenst iemand aantekening? Dan gaan wij over tot stemming. Wie is tegen? PvdA, GL, SP, VVD en CU-SGP en het CDA. Wie is voor? De fracties van D66, PvdD, ONH, 50-plus en PVV. Daarmee is dit amendement verworpen.

A11-4. Op de nieuwe versie treft u de wijzigingen en aanpassingen aan. Wenst iemand een stemverklaring?


Wellink D.C.J.M.

Wij zijn van mening over A11-4 en A11-5 dat het hier gaat over zaken die betrekking hebben op een soort repressief toezicht op grond van de Wob. Vanwege inhoudelijke argumenten zijn wij het met beide amendementen oneens.


Loggen C.J.

Wij vinden dat deze amendementen de discussie over openbaarheid wel heel erg eenzijdig belichten en verengen, terwijl de werkelijkheid toch altijd iets kleurrijker en breder is dan zoals hier geschetst. Daarom zijn wij tegen beide amendementen.


Uijl X.J. den

Er kan geen misverstand zijn dat wij voor de openbaarheid zijn en voor een beperking van uitzonderingen van beslotenheid, maar daar kan ook bijhoren dat de vergadering kan besluiten dat hij besloten is. Daarom zullen wij tegen beide amendementen stemmen.


Kardol J.A.

Voorzitter. Ik sluit mij bij de laatste spreker aan. Wij zijn voor openbaarheid, maar willen ons wat dat betreft niet echt beperken tot wat hier voorgesteld is. Wij zullen tegenstemmen.


Liere A.E. van

Voorzitter. Zoals ik de amendementen lees, proberen zij de criteria van de Wob toe te passen op wat wij zelf over beslotenheid gaan besluitenen dat lijkt een goed uitgangspunt. Wij zullen de amendementen steunen.


Driessen-Jansen L.M.

Wenst iemand aantekening? Nee. Wij gaan stemmen. Wie is tegen dit amendement? Dat zijn de fracties van de PvdA, D66, SP, GL, CDA, VVD en CU-SGP. Wie is voor? Dat zijn de fracties van de PvdD, 50-plus, ONH en de PVV. Dit amendement is verworpen.

A11-5. Wenst iemand een stemverklaring af te geven of aantekening? Wie is tegen? Dat zijn de fracties PvdA, D66, SP, GL, CDA, VVD en CU-SGP. Voor het amendement zijn 50-plus, PvdD, ONH en PVV. Het amendement is verworpen. Ik breng voordracht 47 in stemming. Wenst iemand een stemverklaring af te leggen? Nee. Wenst iemand aantekening? Nee, dan breng ik de voordracht 47 in stemming. Wie is voor? Dat zijn de fracties van de PvdA, D66, GL, SP, CDA, VVD, PvdD, CU-SGP en ONH en tegen de voordracht de fracties van de PVV en 50-plus. Daarmee is de voordracht aangenomen.


12. Statenvoordracht 56 Zienswijzen financiële stukken Recreatieschappen


Remkes J.W.

Mevrouw Van Heijst, wij leven met u mee.


Heijst A.P. van

Voorzitter. Het was mij een lief ding waard geweest als ik het vanaf mijn plaats had mogen doen, maar misschien was daar weer een aanpassing van de verordening voor nodig, dus dat doen wij dan maar niet.


Remkes J.W.

In soortgelijke omstandigheden kunt u daar rustig om verzoeken.


Heijst A.P. van

Ja? Ik wil straks nog iets vertellen en het is zo’n gedoe op deze manier. Sorry. Tijdens een commissievergadering op 6 juni hebben de meeste fracties zich uiterst bezorgd getoond over de financiële situatie, waarin veel recreatieschappen zich op dit moment bevinden. Gezien de financiële situatie van de gemeenten op dit moment, de gemeenten die een bijdrage leveren aan de recreatieschappen, valt vanuit die richting niet veel te verwachten in de nabije toekomst om die situatie te verbeteren. De commissie ROM zal binnenkort een bijeenkomst organiseren om te praten over de toekomst van recreatieschappen en wat de mogelijkheden zijn om hier verbetering in aan te brengen. Ik denk dat het een goed initiatief is, maar het is ook belangrijk dat de Statenleden goed op de hoogte zijn van wat de recreatieschappen eigenlijk zijn, waar liggen zij, hoe zien zij eruit. Ik moet u eerlijk bekennen dat ik er twee goed ken en dat zijn Het Twiske redelijk en Spaarnwoude heel goed, maar verder gaat mijn kennis niet. Ik stel PS voor om af te spreken - ook al zullen sommigen wel weer gaan mopperen over de kosten die dat met zich meebrengt - een aantal recreatieschappen te bezoeken om ons ter plekke op de hoogte te laten stellen van de situatie en met het bestuur te praten. Wij kunnen die besturen natuurlijk ook hierheen laten komen, maar het is altijd handig als je ziet waar het over gaat. Ik verzoek u in uw bijdrage hierop te reageren. Ik heb dat niet in de commissie neergelegd, omdat ik toen nog niet op het idee was gekomen. Ik leg het hier aan u voor.


Remkes J.W.



Hoog P.A.M.

Voorzitter. Een jaar geleden stond ik hier ook en sprak ik namens de VVD mijn bezorgdheid over de begroting 2011 uit en of deze wel haalbaar was, gezien de geluiden uit de gemeenten en de economische wind die er waaide. Vervolgens zijn de begrotingen naar beneden bijgesteld en constateer ik uit de voorliggende stukken dat een aantal recreatieschappen een negatief resultaat voor bestemming zal hebben, waardoor zij interen op hun reserves. Ook dit jaar hebben wij de begrotingen voor 2012 ontvangen, waarvan de VVD zich afvraagt of deze, gegeven de vele ontwikkelingen die er spelen, zoals de grote landelijke bezuinigingen, het bestuursakkoord, de kaderbrief met de ‘trap op-trap af’ constructie en ook nog de Bleker-brief, wel voldoende robuust zijn. Commissiebreed is hierover de zorg uitgesproken en wij zijn blij dat er na het zomerreces een bijeenkomst wordt belegd. Laat duidelijk zijn dat de VVD recreatie belangrijk vindt. Wij zien een aantrekkelijk leefklimaat als een belangrijke factor om de internationale economische concurrentiepositie van Noord-Holland te behouden en te versterken. De provincie Noord-Holland neemt deel in gemeenschappelijke regelingen van zeven recreatieschappen. Van de meeste recreatieschappen zijn wij voorzitter. De afgelopen jaren hebben wij veel geïnvesteerd om de achterstanden weg te werken en daarnaast is ingezet op het genereren van meer inkomsten, maar met alle onzekerheden die er nu zijn, is ons verzoek aan GS om pas op de plaats te maken. Waarom een nieuwe plek ontwikkelen als er te weinig geld is om voldoende onderhoud te plegen binnen de gegeven begroting? Een kostenbatenanalyse van een nieuwe investering is ons inziens dan ook op zijn plaats. Wij vragen GS om binnen de begroting van 2012 kritisch te kijken of in de huidige onzekere situatie de juiste keuzes worden gemaakt. Daarnaast de vraag of wij er verstandig aan doen om akkoord te gaan met begrotingen, die leiden tot een negatief resultaat voor bestemming, waardoor er weer ingeteerd wordt op het eigen vermogen. Daarnaast nog een aantal specifieke vragen. Met betrekking tot Spaarnwoude vragen wij GS om in 2011 en niet in 2012 met een aantal scenario’s met betrekking tot het exploitatietekort te komen. Wij hopen daarnaast dat er binnenkort duidelijkheid komt over de plannen voor het Fort. Uit de Recreatiemonitor 2009 blijkt dat de naamsbekendheid van Spaarnwoude bijzonder goed is in Noord-Holland. Waarom dan nog zoveel geld uitgeven aan communicatie? Met betrekking tot Loosdrecht is de situatie penibel. Er is geen post onvoorzien en in de balans is geen enkel weerstandsvermogen om eventuele calamiteiten op te vangen. Uitstel van investering in het gebied is een financiële oplossing en leidt tot zeer ongewenste effecten. Ook kan de veiligheid in het geding komen. Een inhoudelijke toekomstdiscussie is op zijn plaats. Het verzoek aan GS is om ook hier vaart achter te zetten, zodat dit nog dit jaar afgerond kan worden en niet pas in 2013. Wij maken ons allen zorgen en hopen hiermee de urgentie die wij voelen, beter geduid te krijgen. Wij zijn blij met de toezegging van GS dat zij na het reces een gedegen discussie gaan voeren. Daarbij zouden wij graag willen zien dat deze breder getrokken gaat worden.


Wagemaker E.P.

Voorzitter. Er zijn door mevrouw Hoog heel verstandige dingen aan de orde gesteld en daar zal ik verder niets op aanvullen. In september gaan wij zoals afgesproken in de commissie, naar alle waarschijnlijkheid - maar dat hoor ik graag van de gedeputeerde - verder spreken over de zaken die nu aan de orde zijn. Wij geven ook even aan dat met name de wijze van werken bij de recreatieschappen van belang is. Uiteraard willen wij dan ook praten over de organisatiestructuur. Wat heel sterk aan de orde is, is uiteraard de commercialisering van de recreatieschappen. Wij zullen ongetwijfeld toe moeten naar een vorm van heroriëntatie. Wij weten dat vanuit Den Haag niet alle zegeningen over de provincies uitgespreid worden, zeker als het gaat over de EHS, de RUD’s en Rijksbufferzones, dus dat zou allemaal in het najaar aan de orde moeten komen om tot een goede heroriëntatie te komen. Wij geven de aanwezigen graag mee dat bezuinigingen op recreatieschappen vaak betekenen dat bepaalde zaken niet meer uitgevoerd worden, zoals het onderhoud. Je zult ook gaan zien dat bepaalde delen van parken op een gegeven moment onbegaanbaar worden en afgesloten worden. Dat betekent wel dat je na verloop van tijd in de komende jaren die problemen moet gaan oplossen en dan ga je echt veel geld uitgeven. Die boodschap geef ik ook aan de gedeputeerde mee. Met betrekking tot wat mevrouw Van Heijst heeft ingebracht, het is natuurlijk verstandig om naar die recreatieschapen te gaan. Wij kunnen natuurlijk met de hele familie op zondag alle recreatieschappen afgaan, maar dat is niet de juiste manier en dat begrijp ik ook wel. Het lijkt mij goed om met de commissie of geïnteresseerden vanuit deze Staten zoveel mogelijk te zien in de provincie.


Eelman-van 't Veer N.D.K.

Voorzitter. De sprekers die mij voor zijn gegaan, hebben verteld hoe wij er in de commissie over gesproken hebben en de zorg die wij hebben over de financiële situatie van onze recreatieschappen. Ik ben het met mevrouw Hoog eens dat recreatie belangrijk is, ook voor het CDA. Wij moeten onze best doen om met elkaar en de recreatieschappen een niveau te handhaven waardoor er echt gerecreëerd kan worden. Daar kom ik zo nog even op terug. Het CDA heeft in de commissie het dilemma naar voren gebracht over het proces. Nu instemmen betekent dat wij akkoord gaan met de financiële situatie van nu. Wij hebben het over de conceptbegrotingen en als wij dan een zienswijze moeten inbrengen, waartegen brengen wij dan een zienswijze in? Wij spreken uit dat wij zorg hebben over de situatie en daar zouden wij met zijn allen over na moeten denken. Strikt genomen is het nog te vroeg om een zienswijze in te dienen, maar zullen wij wel iets moeten doen in het kader van de begrotingscyclus van de recreatieschappen. Ik denk dat er duidelijk gecommuniceerd moet worden met de recreatieschappen over hoe de Staten daar tegenaan kijken en hoe zij erover denken en er in de commissie en nu in de Staten over hebben gesproken. Wel spreken wij ons vertrouwen uit naar de gedeputeerde, die in de commissie uitgebreid heeft geantwoord en uitgelegd hoe verschillend de recreatieschappen in elkaar zitten, organisatorisch en daardoor ook financieel. Ik denk dat hij ook ingestemd heeft, maar ook wij zijn blij dat de Staten in het najaar een themabijeenkomst zullen houden om de zaak onder de loep te nemen. Dan reageer ik meteen op mevrouw Van Heijst. Ik vind het voorstel van mevrouw Van Heijst om op pad te gaan, een goed idee. Ik wil er wel op wijzen dat wij niet alleen moeten gaan kijken, maar ook communiceren met de bestuurders van de recreatieschappen, zodat het ook een inhoudelijk karakter krijgt. Het CDA is het ook eens met wat mevrouw Hoog heeft ingebracht over de financiële situatie van de provincie zelf. Ook wij zullen de tering naar de nering moeten zetten en kijken naar wat er van ons verwacht wordt en hoe wij dat dan doen. Welke ruimte hebben wij? Wij constateren dat er veel verschillen zijn tussen de schappen onderling. De zorg zit met name bij die recreatieschappen, waar zoveel bezuinigingen doorgevoerd moeten worden dat de veiligheid voor de burgers in het geding komt. Daar zitten wij ook niet op te wachten. Ik heb gelezen in de voordracht dat de stuurgroepen van de recreatieschappen ook nadenken over hoe het verder moet en ik denk dat er een goede uitwisseling moet komen tussen de Staten en stuurgroepen en samen met de gedeputeerde optrekken over hoe wij het financieel in het vat kunnen gieten.


Remkes J.W.



Bond J.H.M.

Voorzitter. Ook de Staten bedankt voor de inbreng bij dit onderwerp en al in de commissie bleek dat wij allemaal zeer betrokken zijn bij de schappen. Het mag duidelijk zijn en dat heb ik ook al in de commissie gezegd, dat wij een van de participanten zijn in een gemeenschappelijke regeling. Ik denk dat het goed is om in het najaar - september of oktober, dat zal door de commissiegriffier georganiseerd worden in samenspraak met het recreatieschap Noord-Holland - met elkaar te spreken, om aan te geven hoe lastig het is om te zien hoe zo’n schap bestuurlijk in elkaar zit, met een DB en AB, waarin wethouders van verschillende gemeenten allemaal een rol spelen. Ik ga daar nu niet uitgebreid op in, maar ik stel voor om dat in het najaar te doen. Een mooi voorbeeld dat nu speelt is het Fort Benoorden en dat hebben wij het over Spaarnwoude. Wij hebben een aantal opties om met die schappen om te gaan. Het economisch belang is er gewoon, daar hoeven wij het niet over te hebben. Het maakt ons een hele aantrekkelijke provincie, ook voor internationale bedrijven, om zich hier te vestigen. Het is van belang voor de mensen in Noord-Holland, een Randstadprovincie, dat zij dicht in de buurt kunnen recreëren en ontspannen. Je kunt gaan bezuinigen en proberen om de inkomstenkant te verhogen en bepaalde delen van het gebied afstoten, verkopen. Per schap kun je verschillende maatregelen treffen. De vierde is om te besluiten om het bedrag dat je bijdraagt aan de schappen, te verhogen, maar dan heb je wel met een aantal gemeenteraden en wethouders te maken, die op dit moment allemaal voor een bezuinigingsopgave staan. Dat is dus geen gemakkelijke. Wij gaan er als provincie niet alleen over, laat dat duidelijk zijn. Wij zitten daar met meerdere partners aan tafel. Dat moeten wij ons ook realiseren. Wij hebben wel een les geleerd bij achterstallig beheer en onderhoud, want in de periode 2003-2007 hebben deze Staten in de begroting een bedrag van 25 miljoen euro vrijgemaakt. Dat is toen geïnvesteerd in achterstallig beheer en onderhoud van de schappen. Daar hebben wij wel een punt als provincie, dat wij zeggen, dat gaat ons niet weer gebeuren, dat wij dat als provincie Noord-Holland in zo’n gemeenschappelijke regeling opnieuw gaan oplossen. Veiligheidscriteria staan bij recreatieschap Noord-Holland wel bovenaan. Daar houden zij heel goed een vinger aan de pols en dat moet ook, want dat heeft niet alleen met veiligheid te maken, maar ook met de aansprakelijkheid voor de bezoekers van het schap. Mevrouw Hoog, een pas op de plaatsmaken bij het doen van investeringen, dat is precies onderdeel van de discussie die wij met elkaar voeren. Wat doe je wel en niet en hoe kijk je er begrotingstechnisch naar? Voor Spaarnwoude vraagt u al in 2011 verschillende scenario’s. Ik heb de vier mogelijkheden al genoemd en als wij in het najaar de discussie met elkaar voeren, dan zijn alle suggesties van de Staten van harte welkom. U noemt Loosdrecht specifiek en dat is ook een specifiek probleem, dat heeft vooral te maken met het feit dat de gemeente Utrecht afhaakt, ook dat is een gevaar dat je ziet bij de schappen, dat gemeenten er zelfs helemaal uit willen stappen. Dat betekent dat het bedrag voor een kleinere groep op de begroting komt te staan en dat is helemaal een probleem. Die gemeenschappelijke regeling voorziet daar trouwens wel in. Heroriëntatie, ook in relatie tot de landelijke ontwikkelingen. Ja, inderdaad, en daar zijn wij volop mee bezig en daarover zullen wij in het najaar uitgebreider met elkaar spreken. Grote verschillen, vele verschillende partners, een DB en AB, met heel veel wethouders en een gedeputeerde die voorzitter is van zes schappen. Wij komen er in het najaar uitgebreid op terug. Ik deel uw zorg en ik denk dat wij met zijn allen moeten praten over hoe wij dit probleem op korte termijn gaan oplossen. Ik zou er niet voor zijn om nu al vanuit de Staten een oplossing met geld aan te bieden. Ik vind dat het een gezamenlijk probleem is dat wij gezamenlijk moeten oplossen.


Remkes J.W.

Wie voor de tweede termijn? Mevrouw Van Heijst geen belangstelling. Mevrouw Hoog, mijnheer Wagemaker, mevrouw Eelman. Mag ik dan constateren dat wij over kunnen gaan tot de stemming? Bestaat er behoefte aan hoofdelijke stemming of een stemverklaring?


Zaal I.

Heel kort even een reactie op mevrouw Van Heijst. Wij ondersteunen dat van harte.


Remkes J.W.

Op bezoek. De heer Brinkman.


Brinkman H.

Gaat de stemming ook over het voorzitterschap van het recreatieschap?


Remkes J.W.

Nee. U hebt geen behoefte aan een tweede termijn?


Lange C.A. de

Voorzitter. Ik steun de inbreng van GL volkomen, er zijn inderdaad hele grote problemen bij de recreatieschappen, die niet blijken uit de informatie die voorligt en dat kan ook moeilijk anders. Het is van het grootste belang dat dat tot in detail besproken wordt in september.


Gersteling F.J.

Wij proberen wat tijd te sparen door niet mee te doen aan het debat, maar wij zullen de voordracht steunen, evenals de suggestie van mevrouw Van Heijst. Wat mij betreft hoeft niet alles in een keer in een dag gepropt te worden. Het mag van mij twee dagen zijn.


Remkes J.W.

Dat laten wij gaarne over aan de organisatie van de commissie. Verlangt iemand aantekening of stemming over de voordracht? Niet? Dan is de voordracht met algemene stemmen aanvaard.


13. Statenvoordracht 57 Vaststelling Provinciale Milieuverordening Tranche 7


Remkes J.W.



Heijst A.P. van

Voorzitter. Tijdens de commissievergadering Ruimte en Milieu heeft GL aangegeven in grote lijnen in te kunnen stemmen met deze 7e tranche van de Milieuverordening. Wij hebben aangegeven wel problemen te hebben met het feit dat er nog steeds geen beleid over donkerte is opgenomen in deze verordening. Er staat in het ontwerpbesluit te lezen en ik citeer: “Stilte en donkerte. Er is inhoudelijk aanleiding om het beleid voor stiltegebieden in de PMV aan te passen en te overwegen nieuw beleid in de PMV op te nemen voor donkerte. Dit komt politiek gezien voort uit een amendement van PS over stilte en donkerte bij de behandeling van de Structuurvisie.” Over deze tekst was GL nogal verbaasd. Eerlijk gezegdrolde ik zowat van mijn stoel, want laat ik u even een geschiedenislesje geven als u mij toestaat. Op 27 september 2007 heeft onze voormalig fractiegenoot, Klaas Breunissen, een initiatiefvoorstel ingediend en dat was voor het eerst met een hele mooie powerpointpresententatie, want dat mocht toen nog in de Staten en dat initiatiefvoorstel had de titel ‘Kom op voor de duisternis’. Met dit voorstel pleitte GL en pleiten wij nog steeds voor een provinciaal duisternisbeleid. Het is belangrijk dat met alle verlichting die steeds meer ook ’s nachts aan blijft, er ook nog plaatsen zijn waar het donker is. Het is goed voor het menselijk welbevinden, voor de natuur en het is noodzakelijk vanwege de klimaatproblematiek. Dit voorstel is destijds uitgebreid besproken in de daarop volgende commissie en PS-vergadering. Er lag een motie bij het voorstel, waarin GL de provincie opriep om, en ik citeer uit de motie: “Ieder jaar mee te doen met de manifestatie Nacht van de Nacht, een provinciedekkende inventarisatie te maken van de huidige lichtsituatie ’s nachts in de vorm van een nulmeting en PS binnen een jaar - en dat was dus in 2007 - een beleidsnotitie Provinciaal duisternisbeleid ter besluitvorming voor te leggen.” In die beleidsnotitie staan onder meer de doelstellingen van ons beleid geformuleerd, evenals een overzicht van de te ondernemen maatregelen en activiteiten en een financiële vertaling. In het daaropvolgende jaar heeft GL er telkens bij GS op aangedrongen deze motie uit te voeren. Bij de behandeling van de Structuurvisie in de laatste vergadering van PS van vorig jaar voor het reces, heeft GL amendementen ingediend om ook duisternis en stilte opgenomen te krijgen in deze visie. Het stond nota bene niet eens in de Structuurvisie, terwijl wij al jaren daarvoor erover gesproken hadden en er een motie door de Staten was aangenomen. Ondanks de afspraken die met PS drie jaar daarvoor waren gemaakt. In de commissie Ruimte en Milieu van 6 juni zegt gedeputeerde Talsma toe om uit te zoeken of deze donkere gebieden benoemd kunnen worden. Ik wil de gedeputeerde vragen of er vanaf 2007 - het moment waarop het initiatiefvoorstel van GL werd besproken - al iets is uitgezocht of ondernomen door u of uw ambtenaren om tot aanwijzing van donkere gebieden te komen. Is er na vier jaar een provinciedekkende inventarisatie van de lichtsituatie in de nacht? Is er al een nulmeting gedaan? Wanneer kunnen wij van GS zoals toegezegd naar aanleiding van die motie, een beleidsnota verwachten met doelstellingen, beleid, maatregelen en activiteiten en een financiële vertaling van het duisternisbeleid? Ik ben benieuwd naar het antwoord van GS.


Eelman-van 't Veer N.D.K.

Voorzitter, heel kort gezien onze beschikbare tijd en de onderwerpen die nog wachten. Hartelijk dank voor het memo met antwoord op gestelde vragen in de commissie. Dat is helder en transparant en toont aan dat de zaken een moeilijke materie betreffen. Namens het CDA wil ik aangeven dat de speerpunten goed gekozen zijn en het CDA kan zich vinden in deze voordracht met de aantekening dat wij de bemoeienis van de ARO onnodig achten bij de aardkundige monumenten. Doorgaans bevinden die zich onder de grond en de ARO zou naar ons idee een overbodig bureaucratisch instrument zijn.


Zaal I.

Voorzitter. D66 staat in het algemeen zeer positief tegenover de wijziging van de PMV. Op een punt zouden wij deze willen amenderen en dat betreft het absolute verbod op WKO (warmte/koudeopslagsystemen) in grondwaterbeschermingsgebieden. Laat ik voorop stellen dat D66 het belang van schoon drinkwater en bescherming van kwetsbare waterwingebieden absoluut onderschrijft. Daartegenover staat echter het belang van WKO-systemen,die een duurzame manier van het opwekken van energie zijn en bijdragen aan de provinciale ambities op dat terrein. Er bestaat een spanning tussen beide belangen, maar naar de mening van D66 zijn deze niet onverenigbaar. Ik noem een voorbeeld. In Culemborg is een woonwijk vlakbij een waterwingebied, waarbij zelfs de warmtepompen aangesloten zijn op het systeem van het waterleidingbedrijf. Van geval tot geval zal moeten worden beoordeeld of een WKO-systeem in een kwetsbaar grondwaterbeschermingsgebied mogelijk is. Deze belangenafweging is op dit moment wel mogelijk
voor aardkundige monumenten, omdat daarvoor ontheffing mogelijk is, maar niet voor grondwaterbeschermingsgebieden, want daarvoor geldt een absoluut verbod. D66 wil daarom in de PMV opnemen dat ontheffing ook mogelijk is in die gebieden. Voor de duidelijkheid, D66 wil absoluut niet dat WKO-systemen in kwetsbaar grondwaterbeschermingsgebied zonder meer mogelijk zijn, maar bij een absoluut verbod zonder ontheffing vrezen wij dat de duurzame opwekking van energie in de toekomst ongewenst zal worden begrensd. Ontheffing kan dan uiteraard alleen in uitzonderlijke omstandigheden onder restrictieve voorwaarden en in overleg met het waterleidingbedrijf, zoals nu al opgenomen is in artikel 5.4.4. in de Milieuverordening ten aanzien van ontheffingen ten aanzien van andere verbodsbepalingen. Ook de RIVM heeft aanbevelingen gedaan, die een rol kunnen spelen bij de belangenafweging in ontheffingssituaties. Eerder is gesproken over het jezelf ontnemen van bevoegdheden. Ik zou hier willen zeggen, dit is een bevoegdheid die je jezelf niet moet willen onthouden, omdat op het moment dat ontheffing niet mogelijk is in een specifieke situatie die in de toekomst kan liggen, en wellicht geen mogelijkheden meer zijn. Een milieuverordening, een wijziging ten aanzien van een project lijkt mij in dat geval niet wenselijk.

Amendement 13-1
WKO PMV tranche 7

De Provinciale Staten van Noord -Holland, in vergadering bijeen op 11 juli 2011.
Gehoord de discussie over de Provinciale Milieuverordening (voordracht 57).

Constateren dat:
- De regels voor bescherming van grondwaterbeschermingsgebieden en aardkundige monumenten in het voorstel duidelijk vastgelegd zijn;
- Er voor toepassing van Warmte en Koude Opslag systemen (WKO) in aardkundige monumenten een ontheffing verleend kan worden, maar uit voorzorg niet voor grondwaterbeschermingsgebieden;
- Er al voorbeelden zijn in Nederland waar WKO-systemen toegepast worden ingrondwaterbeschermingsgebieden in goed overleg met waterwinbedrijven en provincie;
- Het rapport van de RIVM van mei 2011 duidelijke kwaliteits- en handhavingsaanbevelingen geeft, die in ontheffingssituaties toegepast kunnen worden;
- De Rijksoverheid momenteel onderzoek laat verrichten naar de mogelijke risico\'s en langetermijneffecten van WKO.

Overwegen dat:
- WKO-systemen goed passen binnen de ambities van Noord-Holland op het gebied van duurzame energie;
- Het ontbreken van een ontheffingsregeling de mogelijkheden van duurzame energieopwekking in de toekomst ongewenst zou kunnen beperken.

Besluiten:
Artikel 5.3.10 toe te voegen aan Artikel 5.4.4. zodat een ontheffing mogelijk wordt in grondwaterbeschermingsgebieden. Artikel 5.4.4 luidt dan als volgt: Indien in een bijzonder geval het algemeen belang de uitvoering van een activiteit waarop het verbod betrekking heeft, noodzakelijk maakt, kunnen GS zonodig in afwijking van artikel 9.3, eerste lid, ontheffing verlenen van de in de artikelen 5.3.5, 5.3.6, 5.3.10, 5.3.11 opgenomen verboden. Aan de ontheffing worden de voorschriften verbonden die de hoogst mogelijke vorm van bescherming voor de kwaliteit van grondwater bieden

en gaan over tot de orde van de dag.
Fractie D66.


Remkes J.W.

Het amendement maakt deel uit van onze beraadslagingen.


Hoog P.A.M.

Voorzitter. Voor ons ligt de PMV, tranche 7. Deze ligt hier in verband met de kaderstellende rol van PS. In tranche 7 was de herziening van de PMV aan de orde en de belangrijkste wijzigingen betreffen de onderwerpen grondwaterbescherming, de bescherming van 17 aardkundige monumenten en daarnaast vervallen de regels voor gescheiden houden van bedrijfsafvalstoffen, wat de VVD bijzonder toejuicht in het kader van deregulering en het schrappen van overbodige regels. Tot slot is de verordening gebruiksvriendelijk gemaakt en daar is de VVD tevreden over en dat vergunningverlening efficiënter en transparanter wordt. Dit zou ertoe moeten leiden dat instellingen en provincie hier minder tijd aan kwijt zijn. De VVD heeft tijdens de commissievergadering een aantal vragen gesteld. De eerste heeft betrekking op de stiltegebieden. Wat opvalt is dat het om heel veel, 41, stiltegebieden gaat die versnipperd over heel Noord-Holland liggen en voor meer dan de helft het eiland Texel beslaan. Onze vraag is of er wijzigingen zijn in het aantal stiltegebieden. Uit de beantwoording blijkt dit niet het geval te zijn, maar dit jaar wordt een onderzoek gedaan naar de geluidsbelasting en dat kan leiden tot een wijziging van het aantal stiltegebieden. Onze vraag is wanneer wij de uitkomsten van dit onderzoek mogen verwachten en of in dit onderzoek meegenomen wordt de vraag in hoeverre deze stringente stiltebeperking de beleving in dit gebied sterk bevordert of deze beperking het bevorderen van het gebruik en het verbeteren van de exploitatie - waardoor wij meer inkomsten kunnen genereren - van het gebied hindert. Tot slot hebben nieuwe regels voor grondwaterbescherming gevolgen voor ondernemingen. Uit de beantwoording van onze vraag blijkt dat de ondernemingen acht jaar in plaats van de eerder gestelde vier jaar hebben om zich aan te passen. Dit lijkt lang, maar veranderingen kunnen dusdanige investeringen vragen dat dit de nodige voorbereiding kost. Ons verzoek is -in het kader van de slogan ‘leuker kunnen wij het niet maken, maar wel gemakkelijker’ -om de ondernemingen die het betreft, op de hoogte te brengen. Daarnaast is onze vraag of er in vergelijking met de CO2 -loketten ook iets is van een loket, dat de onderneming hiermee kan helpen om zich aan te passen aan de nieuwe regels voor grondwaterbescherming en zo ja, of dit gecommuniceerd gaat worden. Ik verneem graag uw reactie.


Remkes J.W.

U weet dat u met de door de Belastingdienst gehanteerde slogan wel erg voorzichtig moet zijn.


Talsma T.

Voorzitter. Ik dank de Statenleden die zich positief uitgelaten hebben over wat inderdaad een verbetering is van de regelgeving op het gebied van milieu, zoals die vastgesteld is en zoals het ook in de commissie naar voren gekomen is. Ik wil de vragen graag beantwoorden. Eerst de vragen van mevrouw Van Heijst over de stilte- en donkertegebieden. Gezien de uitgebreide beantwoording in de memo die bij de stukken zat, verbaast het mij een beetje dat u die vraag stelt, want ik denk dat daar toch wel heel duidelijk in staat wat de bedoeling is. Ik herhaal nog even puntsgewijs. In de beantwoording heb ik gezegd dat het initiatiefvoorstel van 2007 ‘Kom op voor de duisternis’ suggesties bevat die wij zeker meenemen. Ik heb aangegeven het uitvoeren van een provinciaal dekkende inventarisatie van donkerte- en lichtsituaties nog dit jaar rond te hebben. De nachtelijke hemelhelderheidskaart - want dat is eigenlijk beter dan duisternis en ik hoop dat u die term wilt overnemen, want een hemelhelderheidskaart zegt veel meer dan een duisterniskaart - zal dit jaar meer duidelijkheid geven. Verder loopt het IPO-project en ook daar sluiten wij op aan en wordt onderzocht wat de mogelijkheden voor de provincie zijn om beleid voor de duisternis uit te voeren. Ook daar doen wij aan mee en hoop ik dat wij in de commissies nog dit jaar verslag kunnen doen.Naar mijn gevoel is daarmee uw vraag over de motie die indertijd ingediend is op 27 september, beantwoord. Dan mevrouw Eelman, die terugkomt op de discussie over de bemoeienis van de ARO. Het is een afweging en omdat wij echt willen hebben dat de regels goed uitgevoerd worden, leek het ons verstandig de ARO te vragen als er een verzoek wordt ingediend, om over die zeer waardevolle aardkundige projecten en andere delen van Noord-Holland die wij zo bestemd hebben, een advies te geven. Bemoeienis met, zo ervaar ik het niet, want ik denk dat de ARO hele goede tips geeft op dat gebied. Het geeft nog wat extra zekerheid in de afweging om op een gegeven moment in een gebied dat wij zeer waardevol vinden, iets te doen ja of nee. Mevrouw Zaal komt met een amendement in de lijn zoals wij besproken hebben tijdens de commissievergadering. Mevrouw Zaal heeft daar al aangekondigd dat amendement in te dienen. Ik heb toen ook gezegd, een moeilijke afweging. Het zijn twee duurzaamheidsaspecten, die je tegen elkaar af moet wegen. Wij hebben in deze notitie gekozen om vooral die aardkundige monumenten en waterwingebieden te beschermen. U stelt voor, maar als je in dat gebied toch iets wilt met WKO, laat dat dan toe. Ik snap de afweging, alleen het is het afwegen van twee dingen die je heel graag zou willen, waarbij het zwaarste dan moet wegen. Zoals ik in de commissie gezegd heb, houd ik vast aan het idee om die kwetsbare gebieden en die aardkundige monumenten en de waterwingebieden te ontzien. Even ingaan op uw amendement, u was zo aardig om het van tevoren toe te sturen, dus dat maakt het gemakkelijk om er meteen op te reageren. In de waterwingebieden, zeg maar de 60-dagenzone, zijn alleen handelingen toegestaan die betrekking hebben op drinkwaterwinning, dat even ten aanzien van het tweede bolletje in uw opsomming van dingen die u constateert. Dan geeft u verder aan dat er voorbeelden zijn in Nederland, ik dacht dat u Culemborg noemde.


Zaal I.

Voorzitter. Ik heb het amendement gewijzigd, want er staat ten onrechte waterwingebieden, het moet zijn grondwaterbeschermingsgebieden. Mijn excuus.


Talsma T.

Dan heb ik waarschijnlijk nog de vorige versie van het geheel. Nou goed, dan reageer ik nog even op de andere dingen die u stelt en als u daar inmiddels anders over denkt, dan hoor ik het wel. Er zijn voorbeelden, heeft u in uw bijdrage gezegd, bijvoorbeeld Culemborg, waar in Nederland WKO-systemen toegepast worden in waterwingebieden. Volgens mijn informatie is het een misverstand dat wij in Nederland in waterwingebieden WKO’s hebben geïnstalleerd. Bij hoge uitzondering is er toestemming verleend voor WKO binnen grondwaterbeschermingsgebieden. Een andere opmerking die u maakt is dat de Rijksoverheid momenteel onderzoek laat verrichten naar de mogelijke risico’s en langetermijneffecten van WKO. De provincie Noord-Holland is nauw betrokken bij de uitvoering van die onderzoeken. In uw overwegingen stelt u voor om een uitzondering te maken ten aanzien van het toch in die gebieden boringen te laten verrichten. Het is juist dat de WKO-systemen goed passen binnen de ambities.


Zaal I.

Voorzitter. Ik denk dat een deel van uw opmerkingen berust op het misverstand over waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden, want ook dat Culemborgvoorbeeld is inderdaad grondwaterbeschermingsgebied.


Talsma T.

Dan kunnen wij dat argument laten vervallen. Op uw ‘overwegende dat’ terugkomende, het is juist dat het WKO-systeem goed past binnen de ambities van Noord-Holland voor duurzame energiesystemen. Wij hebben dat ook een aantal keren in commissies besproken, ook in andere commissies dan de commissie R&M, dus wij zijn voor duurzame energiesystemen. Noord-Holland stimuleert in principe echter alleen de grote rendabele systemen, omdat het om een relatief klein gebied gaat,dat wij beschermen ten aanzien van de grondwaterbeschermingsgebieden en aardkundige monumenten. Waar de WKO-behoefte nauwelijks aanwezig is, is een beperking van de WKO-toepassing in de toekomst nihil. Noord-Holland stimuleert het gebruik van warmte/koudeopslag, maar streeft naar het gebruik van grote systemen en zorgt voor communicatie over effectiviteit over bodemenergiesystemen. Kortom, om een heel lang en technisch verhaal kort te maken, wij raden dit amendement af. Niet op grond van het feit dat het niet een mooi streven is om iets te doen aan KWO, maar nou even niet in dat gebied. Laten wij dat met rust laten, want dan zetten wij misschien toch de deur open naar andere activiteiten, die wij absoluut niet willen in dit gebied. Mevrouw Hoog, dank u voor de opmerking over transparanter en duidelijker en een goede regelgeving voor de PMV, tranche 7. Over de uitkomsten van het onderzoek, waar u ook in de commissie naar gevraagd heeft, heb ik geantwoord dat het streven is om die uitkomsten dit jaar aan u te kunnen presenteren, daar gaan wij naar streven. Ten aanzien van het aanmelden bij loketten, ja, dat is wel de bedoeling.


Remkes J.W.

Wie in de tweede termijn?


Tweede termijn


Heijst A.P. van

Voorzitter. Ten eerste, mijn oprechte verontschuldigingen aan de heer Talsma. Ik had namelijk niet verder gelezen dan mijn neus lang was, alleen het verslag van de commissie. Ik ben heel blij met de antwoorden die u nu gegeven hebt en die u ook op papier gegeven hebt. Daarbij doet de voortvarendheid waarmee dit wordt aangepakt, mij deugd. Toch lik ik het leed van drie jaar af, want ik vind het wel heel erg dat wij er zo lang op hebben moeten wachten en ervoor hebben moeten strijden. Daar hebben wij het niet meer over, want het komt er nu.


Eelman-van 't Veer N.D.K.

Dank u, voorzitter.


Remkes J.W.

Mevrouw Zaal, mevrouw Hoog?

Dan zijn wij toe aan de stemming over het amendement. Wenst iemand daar een stemverklaring over te geven?


Massom G.

Voorzitter. De PvdA gaat tegen het amendement stemmen, omdat wij deze gebieden niet voor niets onder bescherming hebben gebracht.


Liere A.E. van

Voorzitter. Wij begrijpen de verschillende belangen die hier op tafel liggen, enerzijds het strijden voor duurzame energie, anderzijds de bescherming van grondwater. Zou het zuiver gaan om gesloten WKO-systemen, dan kunnen wij ons iets voorstellen bij het amendement, maar open systemen lijken ons absoluut niet aan de orde. U verwijst naar een RIVM-aanbeveling die ik niet ken, maar ik kan op dit moment niet overzien wat er in de aanbevelingen staat. Zouden daar open systemen uitgesloten worden, dan zou ik het kunnen steunen, maar dat kan ik nu niet overzien en ga veiligheidshalve tegen stemmen.


Gersteling F.J.

Wij zullen tegenstemmen, hoewel het opkomen voor WKO uiterst sympathiek is. In onze optiek zijn er niet veel grondwaterbeschermingsgebieden. Een aardkundig monument is niet voor niets een monument en daar moet je niets mee doen, althans er geen open of gesloten buizen doorheen gooien. Wij denken dat dit amendement geen verbetering is.


Heijst A.P. van

Voorzitter. Ik sluit mij aan bij wat de PvdD en SP zeiden, het is te risicovol en daarom zullen wij tegen het amendement stemmen.


Kardol J.A.

Voorzitter. Ook onze partij kan niet overzien wat de situatie is op dit punt, dus voorzichtigheidshalve volgen wij het voorbeeld van de PvdD en van GL en zullen tegen stemmen.


Leever J.H.

Voorzitter. Het gras is al voor mijn voeten weggemaaid. Ik zou het met dezelfde stellingen willen beargumenteren. Het is niet een waterdicht en gesloten systeem en daar kunnen wij dan ons fiat niet aan geven en stemmen tegen.


Lange C.A. de

50-plus sluit zich daarbij aan.


Hoog P.A.M.

Voorzitter. Ook wij zullen niet voor dit amendement stemmen, hoewel het zeer sympathiek is. Ook wij kunnen de gevolgen niet overzien en wij volgen GS en sluiten ons aan bij de vorige sprekers.


Remkes J.W.

Mag ik de voorstanders van het amendement vragen hun vinger op te steken? Dat zijn de fracties van D66 en PVV. Mag ik constateren dat de overige leden tegen hebben gestemd? Ja, dat is het geval en is het amendement verworpen. Dan komen wij bij de voordracht. Bestaat er behoefte aan een stemverklaring of aan stemming? Die is er niet en ik concludeer dat de voordracht met algemene stemmen is aanvaard.


14. Statenvoordracht Doorstart Regionale Ontwikkelingsmaatschappij voor het Noordzeekanaalgebied NV (RON)


Remkes J.W.



Brinkman H.

Vanmorgen hebben wij in het Seniorenconvent gesproken over de agenda, waarbij het ons verbaast dat project Distriport onder agendapunt 16 staat, want wij hadden dat liever vooraan in de agenda gehad. Toen werd gezegd dat als wij snel door de agenda heen wandelen, wijruim voldoende tijdhebben voor het belangrijke onderwerp. Ik constateer dat het nu vier uur is geweest en dat wij nog niet toe zijn aan dat agendapunt 16. Ik stel voor om agendapunt 16 nu te behandelen en de andere onderwerpen daarna.


Remkes J.W.

Dat is een voorstel van orde, want wij hebben eerder deze dag anders besloten. Wij kunnen natuurlijk sowieso bij de twee agendapunten die nog resten, de nodige terughoudendheid in acht nemen.


Brinkman H.

Ik wil even aangeven dat de partijen die er vanmorgen voorstander van waren om Distriport als laatste te behandelen, juist hebben ingebracht dat zij terughoudendheid wilden gaan betrachten voor de andere onderwerpen. Ik heb net even bij u op de inschrijflijst gekeken en juist die partijen gaan inspreken bij de volgende twee onderwerpen. Dat verbaast mij enigszins en ik voel mij een beetje verlummeld en vandaar dat ik nu verzoek om nu Distriport te behandelen.


Remkes J.W.

Het denken houdt niet op, dus het is niet verboden om als Statenlid zich van de sprekerslijst te laten schrappen. Ik breng het voorstel van de heer Brinkman in stemming. Wie is daarvoor? De leden van de PVV-fractie, de heer Leever, de heer Van Liere en de heer De Lange. Ik constateer dat het ordevoorstel is verworpen. N is aan de orde statenvoordracht 64. Gedeputeerde Van Run heeft gevraagd om eerst wat actuele informatie te geven en ik hoop dat dat ertoe kan leiden dat onze bespreking bekort kan worden.


Run J. van

Voorzitter. U hebt een aangepast financieel stuk gehad. Ik kan u berichten dat hedenmorgen het college van B&W van Zaanstad heeft besloten dat het eerste voorstel, de zogenaamde Zaanse optie, inderdaad geëffectueerd zal worden, hetgeen betekent dat de vermogensinstandhoudingsverplichting en het noodkrediet niet nodig zijn. Ik wil ze met uw welnemen wel laten staan, want er moet nog een definitieve handtekening komen, maar het college van Zaanstad is akkoord met het onderhandelakkoord met de BNG en dat betekent dat er geen extra verplichtingen onze kant opkomen, buiten wat u in uw stukken vindt. Dat wilde ik u even meedelen. Mijn excuses dat dit donderdag nog niet bekend was, maar ik krijg het pas vanmiddag door.


Remkes J.W.

Ik zou op de Statenleden een beroep willen doen, want de tijd schrijdt voort. Nou is zes uur niet een absolute deadline, maar wij moeten toch proberen om dat allemaal een beetje binnen de perken te houden.


Berkum S. van

Voorzitter. Het is een treurig besluit dat wij vandaag moeten nemen, want wij schrappen de RON of tenminste de doelen van de RON, hoewel ik het voorstel steun. Ik wil zelfs de gedeputeerde feliciteren met het rondkrijgen van de financiering. Toch betekent dithet wegvallen van het nut of het doel achter de RON, omdat dit het laatste project voor het RON was. Dat betekent dat er een groot pijnpunt is, want de bedoeling was ooit om oude gebieden in het Noordzeekanaalgebied opnieuw te herstructureren en daar duurzaam nieuwe invulling aan te geven. Verder was het doel om het Noordzeekanaalgebied verder te ontwikkelen binnen de bestaande grenzen. Dat zijn allemaal doelstellingen, die wij niet meer kunnen behalen met dit middel. De noodzaak tot deze doelstelling blijft nog steeds overeind staan, dus ik wil de gedeputeerde vragen of hij bijvoorbeeld in het najaar met voorstellen kan komen voor hoe wij dit doel alsnog kunnen bereiken en er alsnog voor kunnen zorgen dat wij een betere coördinatie krijgen binnen het Noordzeekanaalgebied. Dit is in principe wat wij willen bereiken. Dit voorstel biedt de minst slechte optie en ik denk dat wij hiermee moeten instemmen, omdat er anders een nog slechter scenario voorligt. Ik heb nog een aantal kleine punten.


Remkes J.W.

Zouden die niet in de commissievergadering aan de orde kunnen komen?


Berkum S. van

In de commissievergadering hebben wij deze bespreking al gehad. Daar is ook het punt van de erfpacht besproken. Ik wil naar voren brengen dat de erfpacht nodig is voor het behalen van de kwaliteitsdoelstellingen en dat daarvoor de Structuurvisie en de bestemmingsplannen niet goed genoeg zijn. Ik wil een zwaar beroep doen op de gedeputeerde om daar mogelijkheden in te vinden om het middel van erfpacht te behouden.


Kardol J.A.

Voorzitter. Als gevolg van de kredietcrisis zijn deeconomische omstandigheden voor de RON sterk veranderd. Uit de drie scenario’s, te weten liquidatie, afbouw en doorstart,is gekozen voor een bescheiden doorstart en daarbij hoort het convenant tussen de gemeente Amsterdam-Zaanstad en de provincie Noord-Holland. Dat maakt duidelijk dat de regionale benadering en de bestuurlijke verantwoordelijkheid gehandhaafd blijven als het gaat om de bedrijvigheid rond het Noordzeekanaal. De onderbouwing en de financiële risico’s van de doorstart zijn getoetst door de accountantsdienst van de gemeente Amsterdam op basis van een quick scan en de BNG is bereid gevonden om een lening te verstrekken. De keuze voor een bescheiden doorstart van de RON door middel van een convenant doorstart tussen de gemeente Amsterdam-Zaanstad en de provincie Noord-Holland heeft de steun van mijn fractie.


Remkes J.W.

De heer Tekin houdt zijn maidenspeech.


Tekin A.

Voorzitter. Eerst iets over het besluitvormingsproces. Een kleine twee weken geleden ontvingen wij de desbetreffende stukken. Daarin stond vermeld dat de commissie WEB-vergadering een informeel karakter zou hebben, omdat de deal met BNG nog niet rond was. Een paar dagen later ontvingen wij echter het bericht dat de commissie toch adviseerde dat er haast zou zijn ondanks dat de deal met de BNG nog niet definitief was. Tijdens de commissievergadering gaf de heer Van Run aan dat nog die week een definitief akkoord verwacht werd. Afgelopen vrijdag ontvingen wij het bericht dat de deal met de BNG rond was en dat deze binnen de kaders van het convenant valt. Ik laat een paar vragen over Zaanstad achterwege. Mijn punt als nieuw Statenlid is dat je volledig en op tijd geïnformeerd wilt worden, zeker over dit dossier, dat een belangrijk dossier is ook voor de toekomst van onze provincie. Daarom doe ik een dringend beroep op de hoeder van het besluitvormingsproces en dat is onze voorzitter, voorzitter van PS en GS, om in de toekomst hier oog voor te hebben. Dit is geen verwijt aan de heer Van Run of het college, het is gelopen zoals het is gelopen, wij hebben te maken met drie publieke partijen en een externe financier. Dat begrijp ik wel, maar ik wilde dit toch even gezegd hebben. De RON ging in 1999 met grote ambities van start, maar is helaas door verschillende oorzaken nu failliet. De private partijen zien geen brood meer in de toekomst en hebben inmiddels het schip verlaten zonder dat zij daarbij extra eisen hebben gesteld. Dit was een belangrijk punt voor mijn fractie. Dit noopt tot nadenken over hoe wij in de toekomst omgaan met PPS-constructies. Vanaf dat moment lag er feitelijk maar een optie voor, een doorstart van de RON in afgeslankte vorm met alleen publieke partijen. Die optie lijkt,en ik zeg lijkt een kans van slagen te hebben, want hiermee kunnen de investeringen van betrokken partijen veiliggesteld worden en niet onbelangrijk, kunnen de grondposities behouden blijven en kan er ontwikkeld worden. Die ontwikkeling is van belang als wij willen meedraaien als economische regio, die zich blijft ontwikkelen en vernieuwen en blijvend kiest voor duurzaamheid. Dat de gemeente Amsterdam de uitvoering ter hand gaat nemen is geen garantie voor succes, maar zegt wel iets over het belang van het project voor de regio. Amsterdam heeft jarenlang ervaring met dergelijke ontwikkelingsprojecten en er stapt nu dus een partner in, die gepokt en gemazeld is. Dat heeft de RON nodig. Hierdoor zal het liquiditeitsrisico van de vennootschap afnemen. Ik ga afronden. Ik wil de heer Van Run bedanken voor het toesturen van het advies van de Amsterdamse accountancy, er werd net al aan gerefereerd. De ACAM, zo heet de dienst, bevestigt het beeld dat wij hebben. Door het behoudend rekenen van de uitgifteschema’s van de gronden is de kans van slagen van het project toegenomen. Het belangrijkste risico van de RON is en blijft de uitgifte van de gronden. Nog twee opmerkingen. Vorige week hebben wij in de commissie ook gesproken over de erfpacht, maar niet naar mijn volle tevredenheid en ik geloof ook niet van andere fracties. Wij begrijpen dat de erfpacht op dit project eraf is gehaald, maar voor ons is van belang te horen hoe GS willen omgaan met de expertise, die het erfpachtbedrijf de afgelopen jaren heeft opgebouwd, niet specifiek voor dit project, maar in brede zin voor de ambtelijke organisatie en voor het bestuur. In de woorden van de heer Van Berkum, wij zien het voorstel als het beste van de slechtst mogelijke oplossingen en zullen hiermee instemmen.


Remkes J.W.

Van harte gelukgewenst. Het is overigens zo dat met name voor nieuwe Statenleden bij dossiers die al langjarig lopen, die behoefte hebben aan historische informatie, met name de griffie een bepaalde rol bij kan spelen. Ik snap heel goed dat dat soms lastig kan zijn.


Tekin A.

Ik werd door de heer Broekhoven geholpen in de vorige commissievergadering.


Remkes J.W.

Dat zijn de goede collegiale vormen.


Broekhoven C.

Voorzitter. Er wordt gelijk geroepen, alles is al gezegd, dus ga maar weg. Ik denk dat het ongeacht de barbecue, goed is om hier even bij stil te staan. Wij hebben het hier over een belangrijk gebeuren, waar de provincie ook financieel behoorlijk mee te maken heeft. In de commissie heb ik gezegd dat ik bij dit onderwerp een beetje een Griekenlandgevoel heb. Wij moeten gewoon kiezen voor scenario 3, want als wij het niet doen, dan zijn wij gewoon 13,2 miljoen euro kwijt op dit moment. Wij gaan proberen om die financiële belangen veilig te stellen door ons op dit moment te focussen op met name alleen hoogtij. Ik sluit mij een beetje aan bij wat GL zei. Het is in die zin een beetje een pijnpunt, omdat je toen met de RON als vehikel een bedoeling had om met name in het masterplangebied, het Noordzeekanaalgebied, belangrijke doelen te gaan halen, vooral als het gaat om de herstructurering van het Noordzeekanaalgebied. Daar had je een aantal goede partijen aan tafel die met elkaar in staat waren om de goede dingen te doen. Nu moeten wij omwille van dat het financieel - ik zeg het maar even met mijn eigen woorden - door de hoeven zakt, het op dit moment gaan doen en dat is toch een beetje jammer. Niettemin, ik heb een half jaar geleden bij een voorbespreking al gezegd dat de keuze die gemaakt moet worden, voorligt en dat is optie 3. Er is helemaal geen andere. Daarom ben ik blij dat met name de partijen die zijn overgebleven, er op deze manier met elkaar ingaan. Je moet je wel realiseren wat je doet. Als wij nu zeggen dat wij onze lening van 11,2 miljoen euro omzetten in een achterstelling en die maken wij rentevrij, dan moet je wel beseffen dat je de komende jaren daar financieel een behoorlijke veer laat. Dat doen wij op dit moment. Je moet je ook realiseren dat als het gaat om het overdragen van taken aan Amsterdam - daar ben ik positief over - de operationele taken die nu in uitvoering komen bij de gemeente Amsterdam, omdat die met name zelf op deze manier gecommitteerd gaat worden in het Noordzeekanaalgebied en dat is geen verkeerde zaak. Ik heb nog steeds het gevoel dat partijen vaak een beetje tegen elkaar in staan te werken en het is in dit geval gewoon niet aan de orde. Het gaat erom dat wij er goed uitkomen met elkaar. Ik heb begrepen dat met name waar het gaat om Zaanstad, dat daar de zaken nu rond zijn. Wij moeten ook niet vergeten dat de eisen die BNG stelt, mij ook wel bekend voorkomen - ik ben tenslotte oud-bankier - en dat ik mij dat kan voorstellen, omdat zij er namelijk zelf stevig inzitten. Zij beginnen nu met dat er wel risico’s aanzitten en wij moeten een vermogensinstandhoudingsverklaring tekenen, want als er maar een klein beetje door het eigen vermogen gezakt wordt, dan hebben wij een probleem. Dat probleem blijft gewoon boven de markt hangen en wij moeten ons realiseren dat de enige kans dat wij hier de komende jaren uitkomen, ligt in het feit dat de markt meewerkt. De hoop hierop mogen wij hier uitspreken, dat de markt ons helpt, dat wij inderdaad kunnen doen wat hier staat en dan mogen wij met elkaar het vertrouwen uitspreken dat het gaat lukken op de manier, waarop het nu wordt aangepakt. Nog even over erfpacht. Ik heb ook in de commissie daar het een en ander over gezegd, maar ik sluit mij daar ook bij aan. Ik weet dat het niet verstandig is om dat hier te handhaven, want dat gaat namelijk de prijs van de grond drukken, dus dat is simpel. Maar over het vehikel erfpacht in dat belangrijke gebied moeten wij in de commissie verder praten, hoe wij dat vanuit de provincie vorm en inhoud geven om er de komende jaren iets mee te doen, want het vehikel erfpacht is een middel dat wij de komende jaren absoluut nodig hebben om sturing te brengen in dit soort processen.


Alberts-Oosterbaan R.

Voorzitter, omwille van de snelheid een paar opmerkingen. Ik betreur de traagheid van de BNG, die had best wat vaart mogen maken. Zij hebben ons lang aan het lijntje gehouden. Ik ga ervan uit dat de gedeputeerde dat keurig overbrengt. Wij kiezen voor optie 3, omdat deze de minst erge is. Het is een negatieve keuze in plaats van een positieve. Wij zien het opnieuw als een voorbeeld van een mislukte PPS-constructie. Daar hebben wij er een paar van, straks nog een. Wij willen het verhaal van de erfpacht zeker op de agenda houden. Hoewel de RON nu op termijn onderuit zal gaan, heb ik de vraag aan de gedeputeerde gesteld over wat de relatie is met de verzelfstandiging van de Haven van Amsterdam. Ik heb toen in dit huis voorgesteld om eens na te denken over een provinciaal havenbedrijf, een regionaal havenbedrijf. Het is misschien handig om dat met uw collega Haven te bespreken.


Hoog P.A.M.

Voorzitter. Ook ik heb woorden lopen schrappen in deze voordracht, maar ook wat de heer Broekhoven al eerder heeft gezegd, het is dusdanig belangrijk dat wij hier goed bij stil moeten staan. Allereerst wil ik iedereen danken die de afgelopen maanden onder grote tijdsdruk gewerkt heeft aan deze voordracht en bijbehorende stukken. In de commissievergadering is aan de orde gekomen of er al een besluit genomen kon worden en gelukkig is dat nu het geval, dankzij deze hele prettige berichtgeving, dat B&W van Zaanstad hier vandaag 11 juli 2011, een besluit over genomen heeft. In 1985 hebben de Havengemeenten en de haven, bedrijfsleven en provincie het Havenconvenant gesloten, om de krachten te bundelen en dat heeft een krachtige impuls gegeven. Het idee was en is om een stevige internationale concurrentiepositie van de haven, de industrie en logistiek te verkrijgen en te behouden, waarbij alle partners betrokken zijn. De RON is vervolgens opgericht als PPS, als uitvoeringsinstrument voor het herontwikkelen van de bedrijventerreinen. Helaas is de RON in 2009 in de problemen gekomen. Achteraf gezien vanwege te hoge rendementseisen en door de recessie, waardoor de uitgifte van bedrijventerreinen stagneerde. Gezien onze economische visie op het Noordzeekanaalgebied en de provinciale belangen is eind 2010 door de Staten besloten om GS de opdracht te geven scenario 3, de doorstart van de RON, verder uit te werken. Ook voor de VVD was dit een keuze voor de minst slechte optie. Vervolgens is op 31 maart het convenant door de drie partijen getekend, dat erin voorziet dat er een strak geregisseerd traject is voor de doorstart van de RON. In ons collegeprogramma 2011-2015 staat dat bedrijvigheid in het Noordzeekanaalgebied niet ter discussie staat en dat wordt ingezet op de verschillende logistieke modaliteiten, waaronder transport over water. De reservering voor natte bedrijventerreinen wordt dan ook gehandhaafd. In deze Statenvoordracht ligt de uitkomst van de opdracht voor de doorstart van de RON te gaan realiseren met de drie overgebleven aandeelhouders, de provincie Noord-Holland, Zaanstad en Amsterdam. Er is gewerkt aan het ondernemingsplan en een nieuwe aandeelhoudersovereenkomst en gewijzigde statuten en de contractovername van de lening en een achtergestelde renteloze lening. Met deze vier onderdelen is ook de VVD content dat het ondernemingsplan en de onderliggende business case door de ACAM is bekeken. De ACAM geeft aan dat het positieve resultaat een directe relatie heeft met de organisatorische en financiële maatregelen, die de aandeelhouders van RON bereid zijn te nemen met als belangrijkste randvoorwaarde dat de BNG het krediet uitbreidt. Dat is vandaag gelukt. De VVD ziet het als positief dat de drie aandeelhouders hun bijdrage en inspanningen leveren aan deze doorstart met als portee, wij geloven erin en wij moeten en gaan het met zijn drieën doen. Er zijn duidelijke en controleerbare afspraken gemaakt met een heldere prioritering. Voorts wordt door de VVD op meer waarde geschat dat de Haven van Amsterdam de operationele werkzaamheden en taken gaat overnemen. De vraag is nu hoe dit specifiek wordt ingevuld en wat dit voor gevolgen kan hebben. De meest recente ontwikkelingen ten aanzien van de onderhandelingen stemmen ons zeer positief. Met betrekking tot de financiën is het de VVD duidelijk dat wij risico’s lopen, maar de andere optie is echter nog onaantrekkelijker. Wij zijn inderdaad afhankelijk van de markt en wij hopen dat wij internationaal aantrekkelijk blijven en daarmee andere bedrijven aantrekken. De VVD hoopt dat met de doorstart van de RON deze risico’s beperkt worden en dat wij aan het eind van het traject op een positief saldo gaan uitkomen. Voor de VVD is het duidelijk dat de eerstkomende jaren cruciaal zijn, daarom willen wij dat de nieuwe RON strak gemanaged gaat worden. Als aandeelhouder willen wij graag dat de frequentie van rapporteren hoger is dan de nu voorgestelde een keer per jaar. Als PS willen wij onze controlerende taak goed kunnen uitvoeren en wij vragen dan ook of GS bereid zijn binnen het reële tijdspad van de business case en in lijn met de managementrapportages - want ik kan mij voorstellen dat er op kwartaalbasis of iets dergelijks gerapporteerd wordt - ons in commissieverband te informeren over de stand van zaken en mochten wij achterlopen op het schema, hoe de RON dit denkt op te lossen. Hiermee willen wij ook aan onze partners het signaal geven dat wij onze verantwoordelijkheid nemen om samen met hen de RON tot een goed einde te brengen. In de tijdslijn zijn PS de eerste die een go/no go beslissing nemen ten aanzien van de doorstart van de RON. Dit schept wat ons betreft extra verplichtingen om zeer zorgvuldig tot besluitvorming te komen. De gemeenteraad van Amsterdam beslist op woensdag 13 juli en van Amsterdam is bekend dat de raadscommissie positief heeft geadviseerd. Op donderdag 21 juli wordt de voordracht in Zaanstad behandeld. De eindvraag is nu: gaan wij ervoor? Hebben wij voldoende vertrouwen in de plannen en onze partners, de andere twee aandeelhouders, of laten wij de boel met het zicht op de finish toch failliet gaan? Deze vraag kan denk ik, afhankelijk van de antwoorden die u geeft, positief beantwoord gaan worden door de VVD.


Yurdakul Z.

Voorzitter. Ook ik heb een ingekort verhaal. RON kan haar bedrijfsactiviteiten nu niet meer voortzetten, omdat er vanuit de markt nauwelijks meer sprake is van vraag naar de kavels die de RON in erfpacht zou kunnen afgeven. Met andere woorden, de mate waarin en het tempo waarmee de kavels kunnen worden uitgegeven, bepalen het succes van de RON, nu, maar ook straks. D66 is groot voorstander van het ontwikkelen van het Noordzeekanaalgebied. Nu gaan wij wat meer focussen op een duidelijke plek en dat is goed, want het andere wat voorheen tot de doelstelling werd gerekend, is niet meer haalbaar. Het is goed om dit te doen, want water heeft de toekomst en bovendien is water voor D66 ook verbinding met de wereld. Onder de huidige marktomstandigheden lijkt het voorstel van het college het meest haalbare te zijn. D66 vindt het belangrijk dat de eigendom van de bedrijfsterreinen in deze slechte marktomstandigheden in handen blijft van de overheden die aandeelhouder zijn, dat de uitgifte van deze gronden via erfpacht geschiedt en dat er tempo wordt gemaakt met de ontwikkeling van het plangebied. Alleen als deze ontwikkeling daadwerkelijk binnen afzienbare tijd tot stand komt, kunnen wij de investeringen van de provincie wellicht terughalen, in totaal gaat het om 13 miljoen euro. D66 vindt dat deze investeringen moeten renderen voor dit gebied en niet mogen verdampen in ingewikkelde projectorganisaties. Zowel ACAM als TEC merken op dat dit project een risicovol project is en dat wij daar ook als zodanig mee moeten omgaan. Daarom stellen wij voor om na het definitieve sein een mijlpalenplanning op te stellen voor het realiseren van de doelstellingen, zodat PS middels halfjaarlijkse rapportages toezicht kan houden op realisatie van de gewenste ontwikkelingen. Het moment waarop inkomsten gegenereerd zullen worden middels uitgifte van kavels is nu gepland in 2014. Als in 2014 de geplande inkomsten niet binnen zullen lopen, dan zullen wij wederom worden geconfronteerd met de situatie waarin wij nu verkeren. Om te voorkomen dat dat gaat gebeuren, willen wij dat er een inspanning wordt gepleegd, zowel door PS als GS, om ervoor te zorgen dat wij de inkomsten door gronduitgifte daadwerkelijk binnenhalen. Wij vinden dat de geschetste ontwikkelingen met RON binnen deze bestuursperiode moeten uitkristalliseren. Met andere woorden, niet over de verkiezingen heen tillen, die plaats zullen vinden in 2015. Wij willen in de Staten kunnen vaststellen dat onze inspanningen hebben geleid tot verbeteringen en tot voortzetting van de RON tot ergens in 2020.


Broekhoven C.

Ik hoor die inspanningsverplichting in 2014. U hebt zelf aangegeven dat wij volledig afhankelijk zijn van de markt. Hoe moeten wij GS gaan verplichten? Hoe moeten wij dat doen?


Yurdakul Z.

Ik denk dat er in eerste instantie een planning moet komen. Binnen de planning moet nagedacht worden over hoe je wilt acquireren en het gebied wilt positioneren. Door dat soort aspecten goed onder de loep te nemen en daarop te sturen kunnen wij het uitgeven van de kavels naar voren halen, want dat is cruciaal en een succesfactor voor de RON, nu en straks.


Broekhoven C.

Het is natuurlijk opgenomen in de planning, want degene die met de uitvoering belast is, wil natuurlijk niets anders dan dit. Dit is dus een overbodige vraag.


Yurdakul Z.

Gedeputeerde Van Run heeft in de commissie gezegd dit hoofdpijndossier met een paracetamolletje te kunnen tackelen. Wij willen de gedeputeerde helpen om van zijn hoofdpijn af te komen met een motie.

M14-1
RON

Provinciale Staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen op 11 juli 2011.
Gehoord de discussie over statenvoordracht Regionale Ontwikkelingsmaatschappij voor het
Noordzeekanaalgebied NV (RON) (voordracht 64).

Overwegen dat:
- De activiteiten van de RON voortvarend ter hand genomen moeten worden;
- PS de voortgang van de werkzaamheden van de RON goed willen volgen.

Verzoeken het college om:
- Zich in te spannen om afgifte van de kavels medio 2014 mogelijk te maken;
- Halfjaarlijks bij de rekening en zomernota te rapporteren over de voortgangbinnen de RON

en gaan over tot de orde van de dag.
Fractie D66


Remkes J.W.

De motie maakt onderdeel uit van de beraadslagingen.


Run J. van

Voorzitter. Ik heb u erg goed gehoord over de erfpacht en het lijkt mij goed dit in het najaar in de commissie terug te laten komen om daarover met elkaar van gedachten te wisselen. Dat lijkt mij bijzonder nuttig. De SP. Tegenwoordig heet het inderdaad BNG -1 geloof ik in het jargon. Ik zal inderdaad uw zorgen zeker overbrengen. De rapportage zoals de VVD en D66 vragen, ik kan mij voorstellen dat twee keer per jaar geen enkel probleem is, dat kan ik u hier gewoon toezeggen. De inspanningsverplichting, hoe sneller de gronden verkocht kunnen worden, hoe beter. Aan de andere kant ligt er een gedegen onderzoek aan ten grondslag voor wanneer wij kunnen beginnen met uitgeven, maar als het eerder kan, dan zeg ik u toe dat wij eerder gaan verkopen, maar dat moet wel goed kunnen in de tijd. De heer Broekhoven gaf heel terecht aan, de markt moet wel meewerken. Het kan sowieso geen kwaad, want hoe sneller wij verkopen, hoe beter het voor ons allen is. Het paracetamolletje hopen wij na deze stemming inderdaad naar binnen gewerkt te hebben. Dat zou fantastisch zijn, want dat betekent dat wij met elkaar door kunnen met de RON.


Driessen-Jansen L.M.



Berkum S. van

Voorzitter. Ik had u gevraagd of u in het najaar ook het licht wilt laten schijnen over de toekomst en dat u meer informatie geeft over hoe wij de doelstellingen alsnog kunnen bereiken via een andere route.


Run J. van

Gezien de vragen die er waren gesteld, lijkt het mij goed om over de erfpacht met elkaar inhoudelijk in de commissie te spreken. Als wij dat hier gaan doen, dan hebben wij een debat van een uur met elkaar.


Berkum S. van

Het is breder dan de erfpacht, vandaar. Het gaat over de hele doelstelling van de RON die er oorspronkelijk lag en hoe wat dat alsnog kunnen vormgeven.


Run J. van

Mijn excuses, het mag duidelijk zijn dat de doelstellingen daarvan nog steeds hoog in het vaandel staan. Ik wil die natuurlijk graag meenemen, u ziet het aan de verschillende herstructureringsprojecten. Toevallig wordt er overmorgen een nieuwe kade geopend in IJmuiden, die met die herstructureringsregeling is voltooid. Dat zijn zaken waar wij zeker mee doorgaan, maar daar wil ik graag in de commissie op terugkomen.


Driessen-Jansen L.M.

Is er behoefte aan een tweede termijn? Ik zie niemand.

Dan gaan wij over tot stemming.


Yurdakul Z.



Driessen-Jansen L.M.

Daar komt de motie. Is er behoefte aan een schorsing voor deze motie? De gedeputeerde geeft eerst een reactie.


Broekhoven C.



Driessen-Jansen L.M.



Run J. van

Voorzitter. Ik heb toegezegd dat ik eraan zou voldoen, dus op dit moment is hij overbodig geworden. Dat wil niet zeggen dat de motie niet nuttig is ter ondersteuning aan wat wij willen met elkaar. Dus zeer waardevol.


Tekin A.

Bent u niet bang dat er onnodige politieke druk wordt gezet op de uitgifteschema’s? Dat is juist wat de ACAM zegt, omdat ze juist behoudend zijn berekend.


Run J. van

Zonder meer, maar dat is wat ik heb aangegeven. Het gaat om een inspanningsverplichting waarbij wij duidelijk met elkaar afspreken dat dit het scenario is waar wij voor gaan, maar als het eerder kan, stel dat de markt volgend jaar in een keer aantrekt, dan zou dat fantastisch zijn.


Tekin A.

Ik denk dat u het niet zou moeten willen, is mijn inschatting, om er onnodige politieke druk op te zetten.


Driessen-Jansen L.M.

Waarvan akte. Mijnheer Van Run, hebt u naar uw gevoel de motie besproken op de wijze zoals de heer Broekhoven dat graag zou willen?


Run J. van

Voor alle duidelijkheid. Wij willen ons daar natuurlijk voor inspannen om dat te doen als de markt daarvoor is. Is de markt er niet, dan kunnen wij ons inspannen wat wij willen, maar dan heeft het weinig zin.


Driessen-Jansen L.M.

Dat staat duidelijk in de motie. De heer Remkes brengt de motie in stemming.


Remkes J.W.

Dan stemmen wij over de motie. Stemverklaring.


Tekin A.



Remkes J.W.



Tekin A.

Voorzitter. Ik denk dat de heer Van Run duidelijk is geweest over de motie van D66. Wij achten de motie overbodig.


Hoog P.A.M.

Wij hebben goed naar de gedeputeerde geluisterd en naar wat de heer Tekin van de PvdA gezegd heeft. Wat ons betreft is de motie overbodig, want wij willen niet te grote politieke druk neerleggen. Als het eerder gerealiseerd kan worden is het prima.


Broekhoven C.

Ik vind het jammer dat D66 die ik een goed hart toedraag, hem niet snapt. Ze hadden hem beter in kunnen trekken, want wat de gedeputeerde gezegd heeft is: wij gaan het gewoon doen en zet er nou geen druk op. De intentie is prima, maar hij kan beter ingetrokken worden.


Yurdakul Z.

Volgens mij begrijpt de heer Broekhoven niet dat het om een inspanningsverplichting gaat en geen resultaatsverplichting. Hetzelfde zeg ik in de richting van de PvdA.


Remkes J.W.



Berkum S. van

Wij achten de motie overbodig.


Kardol J.A.

Het feit dat de RON bestaat, betekent dat zij dit graag willen. Daar zijn zij voor in het leven geroepen, sterker nog, ze zijn opnieuw ‘eager’ om dit te realiseren. Zij willen het graag doen. De intentie van de motie is relevant en wordt door onze partij ondersteund, maar hij is overbodig.


Leever J.H.

Ook de ONH,gezien het relaas van de gedeputeerde, vindt het een overbodige motie. De gedeputeerde gaf zelf al aan dat hij een inspanningsverplichting heeft, dus van ons krijgt hij het voordeel van de twijfel.


Remkes J.W.

Een verworpen motie is ook een uitspraak, zeg ik tegen de heer Yurdakul.


Yurdakul Z.

Voorzitter. Dank voor uw aansporing. Ik heb dit dossier eerder meegemaakt, want ik zit al geruime tijd in de Staten. Ik wil niet op mijn geweten hebben dat dit dossier in deze bestuursperiode niet wordt opgelost.


Remkes J.W.

Dan brengen wij de motie in stemming. Mag ik de voorstanders van de motie vragen hun hand op te steken? De fractie van D66. De overige leden stemmen tegen, dus dan is de motie verworpen. Is er behoefte aan een stemverklaring over de voordracht of bestaat behoefte aan stemming? Mag ik concluderen dat de voordracht door alle fracties is aanvaard met uitzondering van de fractie van de PVV, die geacht wordt tegen de voordracht te hebben gestemd.


15. Initiatiefvoorstel van de SP en GL ‘Het belang van signalering’


Remkes J.W.



Boelhouwer C.



Remkes J.W.

Mag ik mevrouw Grooten vragen om naast mij plaats te nemen?


Grooten L.

Voorzitter. Een aantal weken geleden hebben wij samen met de SP het initiatiefvoorstel ingediend om een onderzoek te laten doen naar de signaleringsfunctie in de thuiszorg. Dat voorstel kwam er, mede door verontrustende signalen uit onze provincie, van stakende werknemers in de thuiszorg. GL en de SP vrezen voor een uitholling van de thuiszorg, als deze enkel verwordt tot schoonmaakwerk. De signaleringsfunctie is op dit moment nergens vastgelegd in de Wmo en volgens ons is dit een belangrijke ontbrekende schakel, die tussen wal en schip is geraakt. Afgelopen donderdag hebben wij het voorstel en de reactie van GS in de commissie besproken. Daarbij bleek dat alle aanwezige partijen de zorgen van de SP en GL delen, maar helaas geen rol zien voor de provincie en ons voorstel daarom niet kunnen steunen. Dat leverde een interessante discussie op over de grenzen van de provinciale taken en wat ondersteuner en kennismakelaar zijn, inhoudt. Een van de terugkomende vragen was wat de spankracht van de provincie eigenlijk is, als wij de resultaten van een dergelijk onderzoek in handen zouden hebben. Wij zijn blij met de serieuze behandeling van dit onderwerp en de verkenning van de grenzen in de commissie. Wij zijn ook blij met de aanzet van het CDA om de vragen en dit thema mee te nemen in de regionale sociale agenda’s. Ook het idee van de PvdA voor een gezamenlijke brief, die er nu vandaag ook ligt en de aanzet van de VVD om een enquête te houden in onze eigen bestuurlijke achterban, waarderen wij zeer. Toch vinden wij de gedane toezeggingen uit het verslag van de commissienog wat te vrijblijvend. De provincie zou bijvoorbeeld via toekomstige regionale sociale agenda’s de vraagstukken en problemen van gemeenten na invoering van de Wmo kunnen agenderen. Het spreekt voor zich dat wij betreuren dat de partijen, aanwezig in de commissie, het voorstel niet kunnen steunen. Ons inziens past een overkoepelend onderzoek bij uitstek in de rol van de ondersteuner. Wij zouden als provincie smeerolie in de raderen kunnen zijn om een cruciaal punt als dit te agenderen en te signaleren.

Dit alles overwegende hebben wij besloten het initiatiefvoorstel niet in te dienen, maar er een motie van te maken. Een motie die de zorgen van de commissie bekrachtigt, als signaal naar buiten, en de aanzet voor het meenemen in de regionale sociale agenda’s, omzet in een besluit.

M 15-1
Signaleringsfunctie thuiszorg

Provinciale Staten van Noord-Holland in vergadering bijeen op 11 juli 2011
Gehoord de discussie omtrent het initiatiefvoorstel van SP en GL over de signaleringsfunctie in de thuiszorg.

Overwegende dat:
- Er onrust in Noord-Holland over dit thema bestaat onder o.a. thuiszorgmedewerkers en cliënten;
- De sigaleringsfunctie van de thuiszorg ontbreekt in de huidige Wmo;
- De commissie de gesignaleerde problematieken onderkent en de uitspraak van de gedeputeerde steunt om vanuit de bestaande ondersteunende rol van de provincie actie te ondernemen;
- De commissie van mening is dat de provincie in de rol van kennismakelaar kan zorgen dat er op regionale schaal inzicht ontstaat in vraagstukken en de mogelijke oplossingen.

Besluit:
1. GS op te dragen alert te zijn op het punt van de signalering in de thuiszorg in de toekomstige regionale sociale agenda\'s;
2. GS op te dragen op dit thema proactief op te treden en de commissie op de hoogte te stellen als er vragen van gemeenten op dit punt richting de provincie komen;
3. GS op te dragen de commissie om de zes maanden te updaten met betrekking tot dit thema

en gaan over tot de orde van dag
Fracties SP en GL


Remkes J.W.

Dit was de maidenspeech van mevrouw Grooten, ik had dat niet vermeld. Gefeliciteerd. U hebt voor een redelijk novum gezorgd door eerst een toelichting op een initiatiefvoorstel te geven, vervolgens dit voorstel in te trekken - zo heb ik het maar geïnterpreteerd, want het was ingediend - en opnieuw een motie in te dienen, die nu onderwerp van de beraadslagingen is. Mevrouw Gamri wil in eerste termijn iets zeggen en ook voor mevrouw Gamri is het de maidenspeech.


Gamri A.

Voorzitter. Zodra u dat zo benadrukt, word ik een beetje zenuwachtig. Ik houd het kort, omdat GL uitgebreid heeft stilgestaan bij het debat dat in de commissie gevoerd is, maar ook bij wat er uiteindelijk van terecht is gekomen. Wij steunen de motie van GL. Wij hebben in de commissie aangekondigd dat wij graag een brief willen schrijven, waarin wij onze zorgen uitspreken. Het gaat namelijk om Noord-Hollanders en vanuit onze rol als volksvertegenwoordiger vindt mijn fractie dat wij een signaal moeten afgeven. De brief is getekend door de fractie van het CDA, VVD, GL, SP en wij als schrijver. Over de brief hoeft geen besluit te worden genomen, omdat het vanuit de fractie gaat. Wij hopen dat er meer fracties de brief gaan tekenen om samen onze zorgen uit te spreken.


Remkes J.W.



Hoogerwerf P.F.

Voorzitter. Het is goed dat er initiatiefvoorstellen zijn, maar helaas is die ingetrokken. Wij wachten het antwoord van de gedeputeerde af over de motie. In algemene zin kan ik mij erin vinden, maar volgens mij heeft de gedeputeerde dit in de commissie allemaal al toegezegd, namelijk proactief in gesprek te gaan. Zij heeft ook aangeboden omde instellingen aan te spreken op de criteria van aanbestedingen. Ik wacht haar reactie daarop af. Uiteraard is de thuiszorg heel belangrijk, maar wij gaan er als provincie niet meer over. De vraag is wat je vervolgens kunt doen. Het is aan de fracties om een brief te sturen, maar als wij naar de toonzetting van de brief kijken, dan vinden wij hem een beetje betuttelend als je tegen een raad van commissarissen en directie zegt dat ze het erg serieus moeten nemen en nogmaals naar het ingezette beleid moeten kijken. Ik raad u aan, verstuur de brief, wij zullen het onderwerp bij onze eigen fracties in gemeenten onder de aandacht brengen. Ik denk dat die brief daarnaar toe zou moeten zijn gestuurd.


Remkes J.W.

Bestaat er bij de andere leden van de Staten nog behoefte om over dit onderwerp het woord te voeren? Als dat niet het geval is, dan is het woord aan gedeputeerde Sweet.


Sweet E.

In de commissie heb ik duidelijk aangegeven dat wij hierop negatief adviseren, omdat wij uiteindelijk niet de behoefte hebben om in de bevoegdheid te treden, noch van de gemeente, noch van gemeenteraden. Ik sta wel heel positief tegenover deze motie, maar let wel, wij hebben het over het feit dat het gaat over vraaggericht. De verschillende regio’s zullen in het kader van de regionale agenda’s zelf aangeven waar zij behoefte aan hebben, maar ik sta er wel positief tegenover.


Remkes J.W.

Bestaat er behoefte aan een tweede termijn?

Ik zie dat dat niet het geval is, dan gaan wij over de motie stemmen.


Kardol J.A.



Remkes J.W.



Grave-Verkerk D.G.M. de

Stemverklaring. Met een oog op de absolute noodzaak om als provincie rolvast te blijven, zal mijn fractie wel voor deze motie stemmen, omdat wij het belangrijk vinden dit signaal te laten klinken. Wij zullen het zeker doorzetten naar onze liberale gemeenteraadsfracties, waar wij vinden dat dit onderwerp in ieder geval primair thuishoort.


Remkes J.W.



Hoogerwerf P.F.

Stemverklaring. In mijn eerste termijn had ik gevraagd wat de gedeputeerde hiervan vond en die stemt positief in met deze aansporing in de motie en daarom zullen wij hiermee instemmen, omdat wij dit een belangrijk signaal vinden.


Remkes J.W.

Mag ik de leden van de Staten die tegen de motie zijn, vragen hun hand in de lucht te steken? Er gaan geen vingers de lucht in, zodat ik constateer dat de motie met algemene stemmen is aanvaard met begeleidend applaus. Over het initiatiefvoorstel zelf hoeft niet meer gestemd te worden.


16. Statenvoordracht 65 project Distriport


Remkes J.W.

Ik zou de heer Brinkman willen uitnodigen om de aftrap te geven.


Hansen F.H.

Voorzitter. Nog even van mijn kant een kleine verklaring. Ik zal mij bij dit onderwerp onthouden van stemming en ik zal ook niet deelnemen aan de beraadslagingen in verband met de zakelijke belangen, die ik in het recente verleden bij de locatie en de daarnaast gelegen locatie heb gehad. Om iedere schijn van belangenverstrengeling voor te zijn, leek het mij wijs en verstandig mij te onthouden van stemming en bij de stemming zal ik de zaal verlaten om het zuiver te houden.


Remkes J.W.

Dat is buitengewoon zorgvuldig.


Brinkman H.

Voorzitter. Na alle ellende van de afgelopen jaren voor de provincie Noord-Holland was het zo mooi geweest hieronder eindelijk een keer een streep te zetten. Alle ellende achterlatend en met een schone lei te beginnen. Distriport, Wieringerrandmeer, Landsbanki. Maar wat doen wij? Dit college gaat gewoon op de oude voet verder. Alles in het geniep en het geheim, geen schoon schip maken en proberen PS buiten te sluiten door middel van geheimhouding van stukken en geheime side letters, van het bestaan waarvan PS niet eens op de hoogte waren. Dit is een aanfluiting voor de democratie en Nederland onwaardig. Het begint hier in Noord-Holland waarlijk wel op de Antillen te lijken. Bij bestudering van de stukken is mij het verhaal helemaal duidelijk. Hooijmaijers ging buiten zijn boekje en buiten zijn mandaat. Geen intentionele afspraken, maar duidelijk inhoudelijk. Politiek van belang is nu dat gedeputeerde Bond bij deze ondertekening aanwezig was. Maar lees ik het niet goed in een memo van 6 juli 2011, dat de heer Bond wel aanwezig was bij de ondertekening van de side letter, maar dat de inhoud van de side letter aan hem niet bekend was? Wat is dit voor grappenmakerij? Onze flappentapper is niet alleen een flappentapper, maar ook nog eens een moppentapper. Denkt gedeputeerde Bond echt dat iemand in deze zaal nog gelooft dat hij al die tijd bij al die belangrijke onderhandelingen aanwezig was, zelfs bij de ondertekening van de geheime side letter, en dat hij niet van de inhoud op de hoogte was? Wat heeft hij tijdens die onderhandelingen dan gedaan? Ik wil het eigenlijk allemaal niet weten. De rol van gedeputeerde Bond is dermate dubieus, omdat hij meerdere keren de kans heeft gekregen PS in te lichten over het bestaan van de geheime side letter. Om te beginnen had hij zijn mannetje moeten staan tegenover Hooijmaijers en in het geweer moeten komen. Kennelijk durfde hij dat niet. Daarnaast had hij erop kunnen staan dat de geheime side letter aan PS moest worden gezonden, na de uitspraak van de bestuursrechter van de Raad van State. Het kan toch niet zo zijn in dit land dat burgers meer recht hebben op openbaarheid van stukken dan de volksvertegenwoordiging. Ik ben overigens ook van mening dat na een uitspraak van de bestuursrechter over openbaarheid van stukken middels een Wob-procedure en deze in het voordeel van de openbaarheid heeft besloten, deze stukken meteen naar PS moeten worden gezonden, ook al zijn deze stukken volgens een besluit van GS of PS geheim. Ik heb hier overigens vandaag al eerder een opmerking over gemaakt. Ik heb hier een motie over ingediend met de strekking die ik zojuist noemde.

M16-1
Distriport

Provinciale Staten van Noord-Holland in vergadering bijeen op 11 juli 2011

Spreken uit dat ‘geheime’ stukken na een positieve uitspraak voor openbaarheid van een rechter, meteen naar PS worden gezonden met vermelding van de uitspraak en een uitvoerige uitleg van het handelen van GS in deze

en gaan over tot de orde van de dag.
Fractie PVV


Remkes J.W.

De motie is onderwerp van de beraadslagingen.


Brinkman H.

Vervolgens had gedeputeerde Bond schoon schip kunnen maken tijdens zijn aanstelling en de stukken gewoon naar PS kunnen zenden. Dit alles heeft hij niet gedaan. In plaats daarvan heeft hij struisvogelpolitiek bedreven. De man die altijd alles zo eerlijk zegt, probeert lafhartig PS in alle periodes dom te houden. Het gaat er bij mij allemaal niet in. Ik heb een aantal vragen. Ik verwacht van gedeputeerde Bond dat hij aangeeft dat hij nog steeds van mening is dat hij de inhoud van de side letter niet wist. Wist hij wel de strekking van de side letter? Waarom heeft hij het niet gevraagd aan Hooijmaijers? Hij was er toch zelf bij? Waar was hij bang voor? Begrijpt gedeputeerde Bond dat PS zich behoorlijk in hun hemd gezet voelen door zijn optreden en van Hooijmaijers? Hoe denkt gedeputeerde Bond dit geschonden vertrouwen te herstellen? Ik verwacht een diepe kniebuiging van gedeputeerde Bond en welgemeende excuses. Daarmee staat of valt niet voor de PVV wat het eindoordeel hierover is, want het moge duidelijk zijn, óf hij was erbij en had het moeten weten, óf hij is een waardeloze bestuurder. Een van de twee. Gedeputeerde Bond is niet de enige die iets heeft uit te leggen. Ik vraag mij werkelijk af waarom de CdK op 27 januari een brief stuurt aan de Stichting Berkhout is Boos en onder andere de side letter openbaar maakt, maar vervolgens de stukken aan PS onthoudt. Is de CdK het niet met mij eens dat indien de rechter volgens de wet heeft gesproken, een lager gremium niet zomaar zelfstandig bepaalde stukken aan een volksvertegenwoordiging kan onthouden? Hadden deze stukken niet tegelijkertijd én naar de stichting, maar ook naar PS moeten worden gezonden? Is overigens wat betreft de openbaarheid van stukken de Wob niet gewoon leidend? Inhoudelijk heeft de provincie een megagroot probleem. De afspraken rond het afsprakenkader en ook de inhoud van de side letter maken dat volgens een bijgevoegd memo van de stukken d.d. 25 augustus 2010 dat het mogelijk is dat bij funding er sprake is van onrechtmatige staatssteun. Dat is precies de reden dat gedeputeerde Bond tijdens de bespreking aangaf dat er wel degelijk juridische bezwaren kleefden. Niet Distriport valt iets te verwijten, zo lijkt het, maar de provincie. Zij heeft zich gestort in een avontuur waarbij het juridisch aan alle kanten rammelt. Door power play te spelen probeert de provincie zich eruit te wurmen, maar ik ben bang dat dat op deze manier niet gaat lukken. Een rechtszaak hierover is niet zomaar gewonnen. Sterker nog, zou wel eens tot zwaar verlies kunnen leiden. Waarom niet alsnog en dat is een oproep, om de tafel gaan, met de billen bloot, het liefst met vers bloed en nieuwe mensen aan die tafel? Wat de provincie in ieder geval niet moet doen, is zelf de exploitatie ter hand nemen. Om te beginnen strookt dit niet met de kerntaken van de provincie en is het risico op dit moment tijdens de crisis veel te groot. Ik hoop vurig dat hiervoor in PS geen meerderheid te vinden is. Ten slotte, wat er verder ook gebeurt met dit vreselijke drama, ik meen dat personen zoals gedeputeerde Bond, van dit dossier worden afgehaald en dat zij hierop in ieder geval nooit meer acteren, ook al zou gedeputeerde Bond uiteindelijk mijn vertrouwen kunnen herwinnen. Daarvoor roep ik hem op zijn uiterste best te doen.


Wellink D.C.J.M.

Voorzitter. Het is een goede zaak dat nu alle stukken beschikbaar zijn, die te maken hebben met Distriport en dat die door het college openbaar zijn gemaakt. Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad en een compliment aan iedereen die het vuur uit zijn sloffen heeft gelopen. Het is een goede zaak dat de heer Hansen van de VVD zijn verantwoordelijkheid met betrekking tot dit agendapunt oppakt. Ik heb het heel erg vervelend gevonden deze zaak in de commissie WEB aan de orde te stellen, maar hij heeft het goed begrepen. De voordracht geeft aan dat er in 2007 nogal wat schortte aan de besluitvorming met betrekking tot de communicatie. Een gedeputeerde die ver buiten zijn mandaat opereerde, collegevergaderingen waarin niet alle relevante stukken op tafel zijn gelegd, een onvolledige en gebrekkige informatie en raadpleeglijn richting PS, die als volksvertegenwoordiging uiteindelijk de koers bepalen en de uitvoering door GS controleren en in de gelegenheid moeten worden gesteld bij te sturen waar nodig. Er was sprake van een onvolledige berichtgeving. Onze fractie heeft vanaf het eerste moment dat er een vorm van samenwerking dreigde met partners van wie thans afscheid is genomen, gewezen op de risico’s die aan een dergelijke samenwerking vastzitten. Wij hebben afstand genomen van deze ontwikkeling. Als het tot een ontwikkeling zou komen - zo is door ons gesteld - dan moesten de ontwikkelaars zelf hun broek ophouden en de rol van de provincie zich dienen te beperken tot een passief faciliterende en niet een risicodragende rol. Bij de geheime behandeling van de borgovereenkomst op 22 september 2008 - u kunt het nu gelukkig allemaal lezen - hebben wij nog eens uitgelegd dat de toetsrapportage van Pels Rijcken geen duidelijk positief geluid liet horen over de actieve participatie van de overheid, maar dat wordt aangegeven dat de provincie zich degelijk bewust moet zijn van de risico’s, die participatie met zich mee zouden brengen. Waarom dan een actieve rol in de projectfinanciering en niet alles aan de marktpartijen overlaten? Nu zitten wij met de gebakken peren. Partijen die zich niet aan de afspraken blijken te kunnen houden, financieringsvormen waaraan de nodige haken en ogen kleven, een onvolledig advies in de verwijzing naar de noodzaak van verder onderzoek door deskundigen. Over en weer worden partijen in gebreke gesteld en dat alles over de hoofden van de Noord-Hollandse burger heen, die voor de zoveelste keer wordt geconfronteerd met de vraag of het provinciebestuur wel helemaal opgewassen is tegen zijn taak. Waar wij ons als fractie over hebben verbaasd en de vorige spreker heeft er ook op gewezen, is dat er vanaf het moment van de ondertekening van het afsprakenkader bij geen van de aanwezigen het idee is doorgedrongen PS tijdig te betrekken en actief op de hoogte te houden van wat er aan de hand is. Sedert 2003 zijn de verhoudingen tussen GS en de Staten formeel gewijzigd en bestaat er een actieve informatieplicht. Bij de ondertekening van het afsprakenkader met side letter door de heer Hooijmaijers waren meerdere gedeputeerden aanwezig, waaronder onze huidige gedeputeerde, de heer Bond. Waarom heeft laatstgenoemde zich niet geroepen gevoeld de Staten te informeren en te raadplegen? Het is door mijn voorganger al uitgebreid onder de aandacht gebracht. De handelwijze van de betrokken bestuurders wordt afgekeurd.

Ik leg u dan ook een motie van afkeuring voor die deze handelswijze afkeurt.

M16-2
Motie van afkeuring

Provinciale Staten van Noord-Holland, bijeen in vergadering op maandag 11 juli 2011.
Gehoord de beraadslaging met betrekking tot de planontwikkeling Distriport.

Overwegende dat:
Uit de bij de voordracht overgelegde stukken is gebleken dat de heer T. Hooijmaijers als (toenmalig)
gedeputeerde tweemaal buiten zijn mandaat namens de provincie stukken heeft ondertekend,
namelijk het afsprakenkader en de daarbijgevoegde \'side letter\' en dat deze ondertekening
onder meer heeft plaatsgevonden in aanwezigheid van gedeputeerde de heer Bond en ex-gedeputeerde Schipper.

Voorts overwegende dat:
PS hiervan op de hoogte hadden moeten worden gesteld.

Constaterende dat:
het huidige lid van GS, de heer J. Bond, zijn rol om in ieder geval PS van deze gang van zaken op de hoogte te stellen, niet goed heeft opgepakt.

Spreken hierbij hun afkeuring uit over de hierboven geschetste handelingen van ex-gedeputeerde Hooijmaijers en het huidige lid van GS, de heer J. Bond.

en gaan over tot de orde van de dag.
Fractie SP


Remkes J.W.

De motie maakt onderdeel uit van de beraadslagingen.


Wellink D.C.J.M.

Voorzitter. De hele gang van zaken roept bij onze fractie een aantal vragen op. Ik zal ze u noemen. Waarom hebben GS ervoor gekozen niet te wachten met het opzeggen van de samenwerking na opties voorgelegd te hebben aan de commissies en aan de Staten? Waarom hebben GS niet gekozen voor mediation in plaats van een gerechtelijke procedure? Waarom hebben GS niet gekozen eerst de rechter de private partijen op te leggen dat zij zich aan de afspraken dienen te houden en dit eventueel met een boete af te dwingen, alvorens eenzijdig de samenwerking op te zeggen? Waarom hebben GS niet gewacht op het opzeggen van de afspraken door de private partijen, zodat zij eventueel hieruit voortvloeiende financiële gevolgen dienen te dragen? Dames en heren, wij hebben de regie uit handen gegeven en het wordt hoog tijd dat wij die weer terugpakken, zelf de kaders stellen, GS aanspreken op hun gedrag, niet duiken achter argumenten als ‘het staat nou eenmaal zo in het coalitieprogramma’. Zijn GS het met ons eens dat de vervolgstappen in het project Distriport aan de Staten zijn? Dat dit ook geldt voor de keuze van het onderzoeksbureau en dat de Staten opdracht moeten geven voor onderzoek naar mogelijke opties na de nu ontstane situaties, inclusief de keuze van het onderzoeksbureau? Dat het zelf uitvoeren van het project alleen maar kan op basis van eerder omschreven provinciale belangen, let op, op basis van eerder beschreven provinciale belangen. Een actualisatie van de bestaande vraag op basis van de SER-ladder - u wel bekend -, en nut en noodzaak met als achtergrond de huidige economische recessie. Dat meerdere varianten van ontwikkeling moeten worden voorgelegd met daarbij risico’s en voordelen op transparante wijze in kaart gebracht. Maar misschien is het wellicht nodig een nader onderzoek in te stellen naar hoe de situatie rond Distriport zich heeft kunnen ontwikkelen en welke lessen wij daaruit kunnen trekken als PS. Is de wijze waarop de provincie heeft geparticipeerd aan dit project debet geweest aan het beëindigen van de samenwerking met een aantal partijen? Hoe zijn de financiële risico’s allemaal afgewogen? Op welke wijze zijn de Staten daar allemaal bij betrokken geweest? Kortom, is de provincie wel voldoende geëquipeerd geweest om projecten met daarin samenwerking met private partijen aan te kunnen? Kunnen wij het wel? Het besluit in de voordracht gaat weer de verkeerde kant op. GS willen dat zij van de Staten opdracht krijgen om scenario’s voor Distriport uit te werken. Dan zeg ik, scenario’s op basis waarvan dan? Het is allemaal weer een beetje te snel door de bocht.

Daarom leg ik u een amendement voor waarin de verantwoordelijkheid wordt opgepakt en wordt gelegd daar waar deze hoort, bij de Staten.

A16-1
Wijziging besluit voordracht Distriport.

Provinciale Staten van Noord-Holland, bijeen in vergadering op maandag 11 juli 2011.
Gehoord de beraadslaging met betrekking tot de planontwikkeling Distriport.

Overwegende dat:
- De provincie bij de ontwikkeling van bedrijventerreinen weliswaar een faciliterende rol kan spelen, maar dat het een gegeven is dat de ontwikkeling van bedrijventerreinen geen provinciale kerntaak is;
- Dit ook geldt voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein Distriport;
- PS bij ontwikkelingen als de onderhavige, de koers bepalen, de uitvoering ervan door GS controleren en bijsturen waar nodig is.

Voorts overwegende dat:
het aan PS is te bepalen hoe verder wordt gegaan met het project Distriport inclusief de keuze van een onderzoeksbureau en het formuleren van de onderzoeksvragen.

Besluiten de zin \"GS op te dragen in de vergadering van de Statencommissie WEB op 29 september 2011 scenario\'s voor te leggen voor de toekomst van Distriport.\" te vervangen door:
1. De vraag of en op welke wijze Distriport verder kan worden ontwikkeld aan PS te laten. Daartoe zullen PS onderzoeksvragen opstellen en het te kiezen bureau aanwijzen. GS leggen een hierop betrekking hebbend voorstel aan PS voor;
2. Dat in de te stellen onderzoeksvragen in ieder geval nut en noodzaak, met de huidige crisis als gegeven, aspecten als staatssteun en aanbesteding en overige relevante zaken die betrekking hebben op een ontwikkeling als de onderhavige, worden meegenomen;
3. Dat daarna pas binnen de door PS te stellen kaders en voorwaarden ontwikkelingsscenario\'s worden uitgewerkt.

en gaan over tot de orde van de dag.
Fractie SP

Voorzitter. Niet alleen in 2007 heeft het ontbroken aan een goede wisselwerking tussen PS en GS. Ook de afgelopen vier maanden is naar het oordeel van mijn fractie een en ander niet lekker verlopen.


Remkes J.W.

Het amendement maakt deel uit van de beraadslagingen.


Wellink D.C.J.M.

Op 21 februari van dit jaar hebben GS al na geruime voorbereiding de ontbinding van artikel 2.1 van de Grondovereenkomst ingeroepen, maar pas recent zijn PS op de hoogte gebracht van de beslissing de samenwerking niet te laten doorgaan. Vier maanden lang zijn PS in ieder geval niet geraadpleegd over de problemen, waarmee het college kampte en de te maken keuzes, waarmee ons als Staten de mogelijkheid is onthouden onze verantwoordelijk bij het ontbinden van de Grondverkoop- en Borgovereenkomst en de daaraan verbonden consequenties te nemen of op zijn minst daarover mee te denken. De indruk is ontstaan dat de Staten door het college op afstand zijn gehouden, terwijl het juist de Staten zijn die de kaders zetten hoe om te gaan met het project en het zijn GS die het uitvoeren.

Wij als fractie betreuren de hele gang van zaken en leggen een motie van treurnis voor, waarin dit alles tot uitdrukking wordt gebracht.

M16-3
Motie van treurnis

Provinciale Staten van Noord-Holland, bijeen in vergadering op maandag 11 juli 2011.
Gehoord de beraadslaging met betrekking tot de planontwikkeling Distriport.

Overwegende dat:
- GS al bij brief van 21 februari 2011 (verzenddatum 23 februari 2011) de ontbinding hebben ingeroepen van art. 2.1 van de Grondovereenkomst, op 24 maart 2011 (verzendatum 28 maart 2011) een \'laatste bod\' hebben gedaan en op 15 april hebben herhaald, maar pas recentelijk PS op de hoogte hebben gebracht van de beslissing de samenwerking niet door te laten gaan;
- PS in ieder geval vanaf februari 2011 tot heden, zijnde een periode van vier maanden, niet zijn geraadpleegd over de ontstane situatie en de te maken keuzes, waardoor PS de
mogelijkheid is onthouden hun verantwoordelijkheid bij het ontbinden van de Grondverkoop- en Borgovereenkomst, met de daarbij behorende consequenties, te nemen;
- De publiciteit na het besluit van GS om de samenwerking op te zeggen, inclusief die rond het beslagleggen van de gronden door de privaten de provincie schadeheeft gebracht en er in dit opzicht onvoldoende \'damage-control\' heeft plaatsgevonden;
- Het ontwikkelen van bedrijventerreinen geen provinciale kerntaak is, dus ook niet hetontwikkelen van Distriport en dat het aan de Staten is om te bepalen hoe verder wordtgegaan met het project inclusief de keuze van een onderzoeksbureau en het formuleren vande onderzoeksvragen.

Spreken hun treurnis uit dat :
- PS niet eerder geïnformeerd en betrokken zijn bij een mogelijke verbreking van desamenwerking, hetgeen gelet op de vergaande consequenties van de genomen beslissingen, als eengebrek kan worden aangemerkt;
- Een afdoende beleid ontbrak om de stroom aan negatieve publiciteit als gevolg van het besluit door GS te vermijden.

Spreken voorts uit:
1. Dat de mogelijkheden van verdere ontwikkeling van Distriport onderzocht dienen te worden;
2. Dat PS de onderzoeksvragen opstellen en het te kiezen bureau aanwijzen;
3. Dat in de testellen vragen ook nut en noodzaak, met de huidige crisis als gegeven, worden meegenomen

en gaan over tot de orde van de dag.
Fractie SP


Remkes J.W.

De motie maakt onderdeel uit van de beraadslagingen.


Liere A.E. van

Voorzitter. Nog niet zo lang geleden voorspelde ik op deze plaats dat ik mij niet voor het laatst zou schamen als lid van PS. Dat deze voorspelling zo snel zou uitkomen, had ik toen niet gedacht. De provincie Noord-Holland komt weer negatief in het nieuws en niet ten onrechte. PS zijn verkeerd geïnformeerd door GS en gedeputeerden hebben drie maal buiten hun mandaat gehandeld. “Op deze wijze loopt de provincie geen enkel risico.” Ik citeer nu uit een memo van 23 juli 2007 over het afsprakenkader dat is ondertekend. Over de side letter staat niets in de memo, noch over wat hier inhoudelijk in staat. PS werden toen verkeerd en onvolledig geïnformeerd. Ondanks dat twee gedeputeerden tegen het maken van intentieafspraken stemden, tekende gedeputeerde Hooijmaijers juridisch bindende afspraken met een geheime side letter in aanwezigheid van de heer Bond. Gedeputeerde Bond zegt niet op de hoogte te zijn van de inhoud van de side letter. Dat is toch vreemd. Hij zag toch dat er een tweede contract getekend werd? Hij kwam, hij zag, maar hij vroeg niets. Waar was toen zijn politieke antenne? Daarbovenop, er stonden ook juridisch bindende afspraken in het afsprakenkader, kennelijk was hij daar wel mee bekend, maar greep niet in. November 2010, Distriport en gedeputeerden Bond en Driessen maakten nadere afspraken. Enkele weken later blijkt dat ook deze afspraken buiten mandaat zijn gemaakt. Dit wordt in januari 2011 hersteld en dat liep dus goed af, maar PS moeten erop kunnen vertrouwen dat gedeputeerden zich houden aan hun mandaat. Hoe kan het dat gedeputeerden zo handelen? Waren dit vergissingen of gaat dit nog vaker voorkomen? Ik stel deze vraag in het bijzonder aan de nog zittende gedeputeerde Bond. Er is nog een derde maal waarin GS buiten hun mandaat hebben gehandeld. De Grondverkoopovereenkomst is niet door PS vastgesteld, maar door GS getekend. In deze overeenkomst wordt alle planologische medewerking toegezegd. Alle planologische middelen is natuurlijk inclusief het inpassingsplan, maar dat is echter voorbehouden aan PS. Daarover kunnen GS geen juridisch bindende afspraken maken. Dat is wel gebeurd. Hoewel de overeenkomst is getekend op 19 juni 2008 en de nieuwe Wro twee weken later in werking trad, mochten de ondertekenaars van elkaar verwachten dat de ondertekening ook betrekking had op aanstaande bevoegdheden, want de nieuwe Wro was bekend en zou zeer snel in werking treden. Binnen twee weken dus. Daarom hadden GS de overeenkomst aan PS moeten voorleggen. Het vertrouwen dat GS binnen mandaat handelen en PS volledig en correct informeren is aangetast. Het is vandaag aan GS om dat vertrouwen te herstellen. De voordracht waarin PS de opdracht aan GS geven om scenario’s uit te werken over Distriport, geeft zo weinig richting en is eigenlijk zo vanzelfsprekend dat de PvdD zich afvraagt wat dit voor doel heeft. Dat geeft alvast weinig vertrouwen.


Leever J.H.



Remkes J.W.



Kardol J.A.



Remkes J.W.



Leever J.H.



Lange C.A. de

Voorzitter. De geest van Ton Hooijmaijers waart nog steeds rond in Noord-Holland. Na een langdurige episode waarin de provincie Noord-Holland bestuurlijk ernstig in diskrediet is gebracht, zou je verwachten dat er schoon schip gemaakt zou zijn. Dat kan natuurlijk pas als men lering trekt uit wat er gebeurd is. Daarbij is een belangrijke oorzaak geweest de nogal zieke heersende bestuurscultuur in Noord-Holland, met name bij de VVD, waar men slagvaardigheid verwart met onberadenheid, bestuurlijke handigheid met een totaal gebrek aan fatsoen en wellicht corruptie, assertief gedrag met onbeschoftheid. Is er wel enige ruimte voor vergaande veranderingen en verbeteringen? Zijn die er in de afgelopen jaren ook gekomen? Was de uitgesproken wil aanwezig om inderdaad schoon schip te maken of stond het verdoezelen van feiten en het beschermen van de eigen politieke positie in de afgelopen periode misschien toch voorop? Laten wij maar eens zien. Allereerst bestaat er in bestuurlijk Noord-Holland alle reden voor bescheidenheid, terughoudendheid en allerminst voor arrogantie. De burger van onze provincie heeft, zonder erom gevraagd te hebben, een lange reeks schandalen en financiële debacles over zich heen gekregen. Je zou verwachten dat na het aftreden van Hooijmaijers alle projecten, ik herhaal alle projecten waar de man bij betrokken was en waarvoor hij verantwoordelijkheid droeg, uitgebreid geanalyseerd zouden zijn en waar nodig met terugwerkende kracht, ingegrepen zou zijn. Schoon schip maken heet dat, maar is het ook gebeurd? Helaas moeten wij meteen al constateren dat er weinig tot niets van het verleden geleerd is. Ten aanzien van Distriport is er een memo van Hooijmaijers uitgegaan, waarin gesteld wordt dat de provincie geen enkel risico loopt. Dit blijkt simpelweg gelogen. Zoals helaas te doen gebruikelijk in deze provincie, worden opnieuw miljoenen risico’s bij de belastingbetaler gedeponeerd. Niet alleen had een tijdige analyse de in dit memo gedebiteerde onzin al veel eerder aan het licht kunnen brengen, duidelijk is ook dat gedeputeerde Bond aanwezig was bij diverse cruciale gelegenheden waaronder het tekenen van de zo langzamerhand beruchte geheime side letter. Gedeputeerde Bond heeft niet ingegrepen. Evenmin heeft hij het nodig gevonden het hoogste orgaan in onze provincie, PS, in detail op de hoogte te brengen. De burgers van de provincie zijn veel dank verschuldigd aan de actiegroep Berkhout is Boos. Zonder enige medewerking van de zijde van de provincie hebben zij met grote persoonlijke inzet met een beroep op de Wob voor de bestuursrechter openbaarheid van diverse stukken afgedwongen. Dat was in januari van dit jaar. GS waren toen al op de hoogte van alle stukken inclusief de side letter en hebben - kennelijk bewust - nagelaten PS op de hoogte te stellen. Het niet tijdig inlichten van PS is naar de mening van mijn fractie - wij sluiten ons graag aan bij de terminologie die door de heer Leever is gebruikt in het Noord-Hollands Dagblad - een politieke doodzonde. PS is het hoogste orgaan in de provincie en wij worden geacht de uitvoering van besluiten door GS te beoordelen en te controleren. Als ons daarbij relevante informatie wordt onthouden, dan kunnen PS deze taak niet naar behoren uitoefenen en daarmee wordt ons democratisch systeem van checks and balances in de kern aangetast. Geen enkele politieke partij die het democratisch proces serieus neemt, kan hier genoegen mee nemen. 50-plus doet dat in elk geval niet. In de korte tijd die verlopen is na de verkiezingen van 2 maart jl., is er in de provincie helaas al sprake geweest van meerdere incidenten, waarbij PS voorbij gelopen werden en waarbij de leden van PS voor de uitoefening van hun taak essentiële informatie uit de krant mochten vernemen. Denk aan de aankondiging van de coalitiesamenstelling, de onverkwikkelijke soap rond de Arondéuslezing en nu als klap op de vuurpijl Distriport. Kennelijk is er GS niet zoveel aan gelegen om het hoogste orgaan in onze provincie tijdig en volledig te informeren en dit een hoge prioriteit te geven. Integendeel, met de arrogantie die de macht helaas vaak kenmerkt, wordt zelfs in PS geprobeerd de kleine partijen monddood te maken. Juist die partij die in de affaire Hooijmaijers de meest ranzige boter op het hoofd heeft, loopt hierbij voorop. Je moet maar durven. Waar staan wij nu? De provincie is sinds vrijdag in een proces gewikkeld met een aantal projectontwikkelaars, die al eerder beslag hebben laten leggen op de gronden. PS mochten het weer uit de pers vernemen. Dagen, weken, maanden, jaren heeft men de tijd gehad de enige instantie met werkelijke zeggenschap in het hele proces, PS, bij de zaak te betrekken. Men heeft dat nagelaten en men heeft daarmee ernstig gefaald. Pas afgelopen vrijdag werd bij de Statenleden persoonlijk een envelop thuisbezorgd met nieuwe informatie. Nog afgezien van de kosten van een dergelijke exercitie, is de timing ervan niets meer of minder dan een slag in het gezicht van alle leden van PS. Hoe kan men in redelijkheid verwachten van mensen die geacht worden hun taak in deeltijd te vervullen, meteen na het weekend met een afgewogen oordeel te komen over een dergelijk omvangrijk dossier? Niet het geven van openheid lijkt aan de basis te staan van deze handelwijze, maar vooral de wens om snel voor het zomerreces een aantal zaken zonder al teveel commotie toe te dekken. Na de pogingen de kleine fracties monddood te maken, kunt u niet verwachten dat wij hier en nu bereid zijn op deze veel te korte termijn vergaande beslissingen te nemen die de belangen van onze burgers in zeer belangrijke mate raken. 50-plus zal zich daar in elk geval met alle macht tegen verzetten. Hoe verder? Het volledige college van GS heeft ernstig gefaald en dat kan niet zonder gevolgen blijven. Het komt op mijn fractie dan ook curieus over dat er zeer onlangs alsnog een onderzoek naar het handelen van Hooijmaijers is ingesteld in het dossier Distriport. 50-plus kan zich niet aan de indruk onttrekken dat een zondebok als Hooijmaijers in dit stadium buitengewoon goed van pas komt. Liever dan het hanteren van afschuifmethodieken, is voor 50-plus klip en klaar dat het falen van GS vooral op het conto van gedeputeerde Bond komt. Vooral door zijn toedoen en door het niet nakomen van zijn verantwoordelijkheden ten opzichte van PS zijn wij in de situatie beland, waarbij de burger alle risico’s van wanbeleid op het bord krijgt. Voor 50-plus is dit niet aanvaardbaar, en wij verwachten dan ook dat gedeputeerde Bond zelf de gevolgen van zijn nalatigheid onder ogen zal zien en vrijwillig terug zal treden. Niet voor niets spreken wij van een politieke doodzonde. Nu kan gedeputeerde Bond bewijzen dat hij als een man staat voor zijn eigen handelen en bereid is de politieke consequenties ervan onder ogen te zien. Nu kan hij daadwerkelijk tonen dat openheid in de politiek prioriteit heeft boven alle andere overwegingen. Het is genoeg geweest. De geest van Hooijmaijers moet onmiddellijk terug in de fles, daar kunnen wij geen jaren, maanden,weken, dagen, zelfs geen uren meer op wachten.


Leever J.H.

Voorzitter. Graag willen wij als ONH het onderwerp Distriport nog eens op een andere manier benaderen. Door er vanuit een ander gezichtspunt naar te kijken en dan verbind ik nog even deze opmerkingen over Distriport met een kritische kanttekening, die overigens nog niet zo lang geleden over een aantal zaken gemaakt zijn. Daarbij denken wij ook onder andere nog aan het Wieringerrandmeer, de Landsbanki-affaire en nog andere affaires die in de toekomst voor ons liggen waarschijnlijk. Wanneer wij ons nu los maken van alle detailkritieken op deze zaken, dan blijft er toch een punt over waaraan al deze zaken getoetst moeten en kunnen worden. Dan gaat het heel concreet over het functioneren van de democratie bij deze provinciale overheid, bij haar doen en laten. Bij dit punt vallen ook de grenzen tussen college en niet-college partijen weg. Het is de taak van ieder lid van GS en PS, dat de democratie in dit huis goed en optimaal functioneert. Dit zijn een taak en verantwoordelijkheid, die zeker het belang van genoemde onderwerpen overstijgen. Als de ONH dan deze toets uitvoert, kunnen wij geen andere conclusie trekken dan dat er wel degelijk wat hapert aan het functioneren van de democratie bij de provincie Noord-Holland. Om het maar niet al te sterk uit te drukken, als er een organisatie in onze samenleving is, die een goed voorbeeld moet geven hoe de democratie binnen een openbaar bestuur moet functioneren door gekozen volksvertegenwoordigers, dan is het toch wel de overheid. En dit kan van GS van Noord-Holland op dit moment zeker niet gezegd worden. Dat is spijtig en te betreuren en het moet beter. Als Statenlid van ONH zal ik na het zoveelste debacle daar in deze bestuursperiode zeer alert op toe blijven zien. Als slot een vingerwijzing naar deze bestuursperiode van de coalitie. Een breuk kun je lijmen, maar een barst blijf je zien.

Ik heb een motie van treurnis die ik wil indienen.

M 16-4
Motie van treurnis

Provinciale Staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen op II juli 2011 te Haarlem ter
behandeling van de Statenvoordracht Distriport.

Constaterende dat:
- Gedeputeerde Hooijmaijers in aanwezigheid van gedeputeerde Bond zonder mandaat het juridisch bindende afsprakenkader en de geheime side letter tekende;
- Gedeputeerden Bond en Driessen buiten hun mandaat nadere afspraken maakten met Distriport;
- PS verkeerd zijn geïnformeerd middels het memo van 23-7-2007.

Overwegende dat:
- PS volledig en correct geïnformeerd dienen te worden door het college van GS;
- GS alleen mogen handelen binnen hun mandaat.

Van mening dat:
het college van GS verkeerd heeft gehandeld;

Gehoord de discussie, spreken als hun mening uit:
- De gang van zaken rond Distriport te betreuren;
- GS geen geheime afspraken voor PS verborgen mogen houden.

Dragen het college van GS op:
alleen te handelen binnen hun mandaat en PS volledig en correct te informeren

en gaan over tot de orde van de dag.
Fracties ONH, 50-plus, PVV, PvdD, CU-SGP


Remkes J.W.

De motie maakt onderdeel uit van de beraadslagingen.


Kardol J.A.

Voorzitter. Afgelopen zaterdag, toen ik alle stukken rond Distriport nog een keer de revue liet passeren voor het schrijven van mijn bijdrage van vanmiddag, bekroop mij een onbehaaglijk gevoel. Waarom hebben GS niet in een eerder stadium PS geïnformeerd over de problemen rond Distriport? De wereldwijde economische problematiek van oktober 2008 heeft toch ook gevolgen voor onze economie gehad en voor alle grote projecten? Vanaf januari 2010 waren er forse problemen tussen het Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland-Noord en de provincie Noord-Holland over Distriport. Waarom is hier geen enkele mededeling over gedaan richting PS? Wat moet je nu als Statenlid? Het gaat om tientallen miljoenen euro’s gemeenschapsgeld. Wat blijft er nog over van het imago van de provincie Noord-Holland, dat toch al zo kwetsbaar is na de IJsland-affaire? Weer een mislukt project, zoals het Wieringerrandmeer, weer een onderzoek, weer een motie van wantrouwen misschien? Maar ook, hoe zit het met de persoonlijke verantwoordelijkheden van Statenleden? Nu en in 2008, want toen begon het allemaal. Ik ben dankbaar dat mijn fractie samen met de SP, D66 en de fractie Braam op 22 september 2008 tegen de borgovereenkomst heeft gestemd. Met name in die vergadering zijn door de SP en D66 heel kritische vragen gesteld over Distriport en die vragen zijn ook nu heel erg relevant. Opvallend waren bij nalezing de weinig kritische bijdragen van de coalitiepartijen op dat moment. Andere overeenkomsten, afsprakenkader, grondovereenkomst zijn niet in PS geweest. De vraag is of dat niet toch had gemoeten. De hele aanpak van het project Distriport in de aanloop naar de Statenvergadering van 22 september 2008 heeft indertijd van mijn fractie kritiek gekregen in het FEPO, het Seniorenconvent en in de Statenvergadering. Daarover kan geen misverstand bestaan. Toen was het moment geweest om daar iets aan te doen. in die vergadering van 22 september 2008 was naar het oordeel van mijn fractie ook het moment geweest voor PS om gedeputeerde Hooijmaijers terug te fluiten over het voortijdig tekenen van het afsprakenkader op 20 juni 2007 en de grondovereenkomst van 19 juni 2008. Dat is toen niet gebeurd. Om daar nu achteraf weer op terug te komen bij iemand die ook al met pek en veren is overladen, is onjuist wat betreft de politieke verantwoordelijkheid voor Distriport vanaf januari 2010. Over gedeputeerde Bond zijn al een aantal vragen gesteld en ik ben benieuwd naar de antwoorden. Er zijn reeds tientallen miljoenen euro’s overheidsgeld in Distriport geïnvesteerd. Als Statenlid heb ik samen met 54 andere Statenleden het mandaat van de inwoners van de provincie om erop toe te zien dat GS zorgvuldig met overheidsgelden omgaan en hierover op het goede moment verantwoording afleggen. De zekerheid dat dit zorgvuldig gebeurt, is zeker bij dit project nogmaals aangetast. De vraag die overblijft, is of de provincie capabel is om dit soort projecten tot een goed einde te brengen. De conclusies van mijn fractie zijn ten eerste dat PPS-constructies in de toekomst anders en veel voorzichtiger moeten worden aangepakt en ook dat er onafhankelijk onderzoek nodig is naar veranderende scenario’s gedurende de looptijd van zo’n project, die heel lang kan zijn. Tot nu toe lijkt het alsof dat kennelijk niet goed gebeurd is en dat die PPS-constructies allemaal niet goed aflopen. Ten tweede, dat met name het verschuiven van risico’s van private partijen naar de provincie, zoals wij bij het Wieringerrandmeer en ook bij Distriport hebben gezien, dient te worden voorkomen, maar dat het een soort usance is. Wij hebben het tot nu toe nog helemaal niet gehad over de privaten. De private partijen in dit dossier hebben geen enkele intentie gehad - zo lijkt het - om zelf geld in dat project te stoppen. Zij hebben geen financiering voorzien. Het zijn wel de privaten die ook hier veel verwijten te maken vallen. Ik heb dat nog nergens gehoord. Ten derde, dat in het project Distriport geen externe financiering mogelijk lijkt en dat de grote vraag is of een rendabele exploitatie door de provincie, die kennelijk GS op 14 juni voor ogen hadden, dan wel mogelijk kan zijn. Ten vierde, dat ook in de periode januari 2010 tot 14 juni 2011 GS rond het project in gebreke zijn gebleven om op een adequate manier PS te informeren.

Om deze redenen dient mijn fractie een motie van treurnis in.

M16-5
Motie van treurnis

Provinciale Staten van Noord-Holland, op 11 juli 2011 in vergadering bijeen.

Kennis genomen hebbende van:
- Het besluit van GS van 14 juni 2011 om niet langer met de partijen Zeeman, De Peyler, het Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord en de Distriport CV het project Distriport uitte voeren;
- Het overzicht Distriport Historie d.d. 28 juni 2011, opgesteld onderverantwoordelijkheid van GS;
- De uitleg van gedeputeerde Van Run in de bijeenkomst van deStatencommissies WEBen R&Mgehouden op 4 juli 2011, waarbij isgebleken dat de gevolgen van het GS-besluit groot zijn en vergaande consequenties kunnen hebben.

Overwegende dat:
1. GS vanaf januari 2010 Distriport CV hebbengemaand de afspraken in de borgovereenkomst en degrondovereenkomst na te komen;
2. Vanaf maart 2010 duidelijk werd dat voor de private partijen definanciering van Distriport buitengewoon moeilijk te realiseren was;
3. In de periode april tot december 2010 de wijze vancommunicatie tussen het ontwikkelingsbedrijf Noord-HollandNoord en de provincie Noord-Holland over Distriport intoenemende mate verslechterde;
4. De ontwikkelaars uiteindelijk niet bereid bleken de gronden vande provincie Noord-Holland terug te kopen;
5. Het GS-besluit van 14 juni 2011 is genomen om het projectDistriport in eigen regie uit te voeren zonder PS hierin op de een of andere wijze te betrekken;
6. PS vanaf januari 2010 tot 14juni 2011 op geenenkele manier zijn geïnformeerd over de problemen rond Distriport.

Besluiten:
- Hun treurnis uit te spreken over de communicatie/informatievoorziening door GS richting PS;
- Hun treurnis uit te spreken over het gevoerde beleid door GS rond Distriport

en gaan over tot de orde van de dag.
CU-SGP


Remkes J.W.

De motie is onderdeel van de beraadslaging.


Leeuwen T.E.M. van

Voorzitter. Waar gaat het vandaag over? Over iets wat de gemoederen terecht bezig lijkt te houden, over de zoveelste erfenis van een vorig GS-lid, over hoe publieke en private partijen en belangen met elkaar omgaan, over hoe wordt omgegaan met publieke middelen en over een democratisch bestel zoals een provincie,met het dagelijks bestuur in de vorm van GS en controleurs in de vorm van PS. Het is een veel vragen oproepende zaak en een aaneenrijging van onduidelijkheden en geheime gebeurtenissen. In de commissie WEB kwamen al veel vraagtekens langs, die geleid hebben tot aanvullende of herhaalde informatie in dikke enveloppen de afgelopen weken en het afgelopen weekend. Het gaat om een stuk Noord-Holland en vele miljoenen en over een veel vraagtekens oproepend bestuur, een side letter met een bizarre inhoud die gretige projectontwikkelaars de handjes moeten vullen en ga zo maar door. Het lijkt geen zaak, waarin in een tweetal debatten ook echt de onderste steen bovenkomt. Er gaat binnenkort ook nog een gang naar de rechter en daarom lijkt een expliciet onderzoek naar rol en optreden van GS en individuele leden daarvan in de periode van 2004 tot nu in evaluerende zin sowieso zeer gewenst. Dat kan gaan in de vorm van een extern onderzoek of het wordt in eigen huis opgenomen in de vorm van een enquête. Wij willen eerst de reactie van GS afwachten, voordat wij hier verder op doorgaan in een motie. Wij moeten toch sowieso nu ook al de essenties boven water zien te krijgen en in eerste instantie ook de rol en het optreden van GS in relatie tot PS, dat ook gericht op de toekomst. In de voordracht die wij hebben gekregen wordt op diverse plaatsen door GS onderkend waar het fout is gegaan, maar hoe trekken GS met het zicht op het gebeurde, lessen voor de toekomst? Juist in de omgang met PS. Nut en noodzaak van het bedrijventerrein Distriport is in het kader van de vaststelling van de structuurvisie volgens PS als niet onderbouwd beschouwd, terwijl GS ondanks dit PS-besluit recent ook zonder PS-besluit zelf een niet rendabel bedrijventerrein willen gaan ontwikkelen. Het huidige GS spreekt met een mond, oké, daar waar PS het in de commissie WEB moet doen met de heer Van Run. Het zou verstandig en correct zijn als gedeputeerde Bond de gelegenheid aangrijpt in deze Staten zijn eigen rol in het geheel in zijn eerdere functie en zijn betrokkenheid met Distriport te verhelderen en toe te lichten. Zijn naam duikt op diverse plaatsen op, collega’s noemden het al, in de chronologie van het gebeuren, maar wat heeft hij op welk moment in de onderhandelingen gedaan? En waarom en hoe kijkt hij er nu in de huidige situatie tegenaan? Dan de vraag naar hoe verder met Distriport en hoe GS hierbij gaan optreden, om PS daadwerkelijk te raadplegen en te betrekken. Wij kunnen vandaag zoals in de afgelopen week opgestelde voordracht staat, besluiten om in eerste instantie in de commissie van 29 september het te hebben over de door GS ontwikkelde scenario’s voor de toekomst van Distriport, maar dat lijkt een vlucht vooruit. Wij hebben geen behoefte aan een provincie die daar ter plekke projectontwikkelaartje gaat spelen. Wij hebben behoefte aan een provincie die lessen trekt uit de gebeurtenissen tot nu toe en een plan maakt voor hoe zij hieruit kan komen, ook financieel. Een exit plan dus. Dat moet onderdeel zijn van het voorstel in de voordracht. Wij wachten het antwoord van GS af, alvorens met een amendement te komen.


Loggen C.J.

Voorzitter. Vandaag spreken wij over de ontstane situatie van het project Distriport en dat zal vermoedelijk niet voor de laatste keer zijn. In een zeer korte tijd zijn wij overladen met juridische stukken, brieven, memo’s, krantenartikelen, nieuwsberichten per televisie, kortom, een brij aan informatie, waarover wij als niet juridisch deskundigen geacht worden een standpunt over in te nemen. Echter dienen wij niet te vergeten welke belangen er voor de provincie op het spel staan. Ten eerste het financiële belang. Het gaat hier om substantiële bedragen. Ten tweede het imago van de provincie en ten derde, de betrouwbaarheid van de provincie als partner. Wij spreken over forse belangen voor de provincie en als wij het feitenrelaas en de bijlagen goed op ons laten inwerken, dan merk je snel dat men in een positiespel is gekomen. Dat is lastig, want dat verhardt de standpunten en het geloof in het eigen gelijk. Vandaar ook onze eerste vraag. Zijn er ergens in het proces nog ruimte dan wel overwegingen geweest om tot mediation tussen partijen over te gaan? Ten tweede, het imago van Noord-Holland is in het geding, zo lijkt het op het eerste gezicht. Is dat ook zo? Wat zou er gebeurd zijn als de samenwerking niet zou zijn opgezegd? Was dit dan allemaal aan het licht gekomen? Hadden wij dan geweten dat er buiten mandaat is gehandeld? Waren wij dan te weten gekomen dat zo op het eerste gezicht er een vreemde, bijzondere constructie was gekozen over hoe om te gaan met de risicodeling en de besteding van de verwachte winsten voor de provincie? Dit zou ook allemaal de reputatie van de provincie schaden als wij dit pas achteraf hadden vernomen. Deelt het college deze redenering? Dan de betrouwbaarheid van de overheid in deze en de betrouwbaarheid van de provincie. Ik ben grootgebracht met het adagium ‘een man, een man, een woord, een woord’. Anders gezegd, je houd je aan de afspraken. Het feitenrelaas lezende, kun je snel tot de conclusie komen dat de private partijen hun afspraken niet nakwamen en telkens tornden aan het bestaande afsprakenkader. Iets waar de provincie niet in mee kon gaan, omdat het staatsteuncriterium om de hoek kwam kijken. Bij deze de vraag aan het college, welk belang zouden de private partijen kunnen hebben om telkens de afspraken te willen oprekken in een positie, waarbij het onvermijdelijk zou zijn dat men op de vingers getikt zou worden wegens het geven van staatssteun? Daarnaast lijken er verdacht veel vertragingstactieken te worden toegepast. Kunt u aangeven welk mogelijk belang dit zou kunnen dienen? Kortom, betrouwbaarheid moet wel van twee kanten komen. Het dossier blinkt uit in vreemde constructies en onduidelijkheid en om voor ons een en ander helder te krijgen, hebben wij nog wat algemene vragen. Wanneer waren GS integraal op de hoogte van de afspraken, de side letter en de borgstellingsovereenkomst? Wanneer was men op de hoogte dat gedeputeerde Hooijmaijers buiten mandaat had gehandeld? Heeft hij buiten mandaat gehandeld en zo ja, welke actie heeft u hierop genomen of gaat u nog nemen? Waarom is er niet achteraf mandaat verleend of waarom zijn deze afspraken niet herroepen? De informatie die tot ons is gekomen, is ons inziens gefragmenteerd tot ons gekomen. Kunt u aangeven waarom dit zo is? Ligt er ook gefragmenteerde informatie in de organisatie en zo ja, hoe kon dat dan? Zo nee, waarom moeten wij zo lang wachten op een integraal beeld van de positie van de provincie? Kunt u garanderen dat dit alle informatie is of dat er nog meer is? Met andere woorden, wat weten wij nog niet? In uw verhaal komt naar voren dat ontwikkelaars de gronden tegen de afspraken in, niet wilden afnemen. Welk belang zouden zij hierbij hebben om dit te doen? Zouden GS kunnen schetsen wat er gebeurd zou zijn als deze samenwerking niet was opgezegd? Met dit in het achterhoofd zouden wij een iets andere aanvliegroute willen kiezen dan de voorgaande sprekers hebben gedaan. Wij hebben namelijk als volksvertegenwoordiger in het kader van onze controlerende taak voldoende informatie om tot een politieke oordeelsvorming te kunnen komen op dit dossier. Het dossier naar de Staten halen en er met 55 personen op te gaan sturen, achten wij niet verstandig. Op basis van de aangeleverde stukken zouden wij geneigd zijn te zeggen dat wij voldoende informatie moeten hebben om tot politieke oordeelsvorming te komen, ware het niet dat wij afgelopen week zijn geïnformeerd dat de provincie gedagvaard wordt in dit dossier. Dit zou men als tegenpartij alleen doen als men verwacht juridisch sterk te staan. Het zou dan ook de ‘proof of the pudding’ moeten zijn, zou je zeggen. Dat maakt het voor mijn fractie op dit ogenblik lastig om politieke duiding te geven. Wel is voor ons helder dat de onderste steen boven dient te komen. Ik wil gaan afronden, maar wij hebben nog enkele wensen. Op de eerste plaats zijn wij blij met het feitenrelaas zoals het ons is toegezonden. Het is duidelijk, het is uitgebreid en overzichtelijk en geeft een goed beeld over hoe het in de periode is gegaan, maar wij zouden dit feitenrelaas wel periodiek geactualiseerd willen zien. Als laatste zouden wij dit dossier in de grootst mogelijke openheid willen behandelen en alleen daar waar het de directe belangen van de provincie schaadt, financieel of juridisch, in beslotenheid, maar waarna dan wel zo snel mogelijk tot openheid overgegaan dient te worden. Vele sprekers voor mij hebben vragen gesteld en wij zien met belangstelling de beantwoording daarvan tegemoet. Wij zouden graag een visie van het college tegemoet zien over hoe om te gaan met de gronden in het gebied. Gezien de complexiteit en de verstrekkendheid kunnen wij ons voorstellen dat niet alles direct beantwoord kan worden en wij stellen GS in de gelegenheid om dit in de zomermaanden verder op te pakken, waarbij wij graag zien wat de provincie verder met dit project wil.


Wellink D.C.J.M.

Voorzitter. Ik zou graag willen weten of u in een paar zinnen kunt zeggen hoe u aankijkt tegen wat er in de afgelopen vier maanden is gebeurd, hoe u als fractie daartegenaan kijkt, hoe het college met de kennis van nu, gehandeld heeft. Kunt u daar even uw oordeel over geven?


Loggen C.J.

Voorzitter, volgens mij heb ik dat al voor een belangrijk deel in mijn bijdrage gedaan, maar ik snap de vraag van de heer Wellink. Als ik zie wat er de afgelopen drie maanden en ik kijk even naar de periode van de opzegging tot op heden is gebeurd, dan kan ik constateren dat er buitengewoon hard gewerkt is door dit college om in ieder geval alle informatie die wij horen te hebben, ook aan ons beschikbaar te stellen. Dat stelt ons in staat om een goed integraal beeld te krijgen. Als het gaat over wat er voor die laatste drie maanden gebeurd is, daar hebben wij juist vragen over gesteld om het beeld scherper te krijgen. Wij wachten de antwoorden af om een goede weging te kunnen maken.


Uijl X.J. den

Voorzitter. Soms is het heel vervelend dat je complimenten moet maken, niet omdat ik niet graag complimenten uitdeel, maar ik zou een compliment willen maken over het feit dat wij toch nog voor deze Statenvergadering deze informatie hebben gekregen. Waar ik de pest over in heb, is dat dat nodig was. Dat geeft toch wat gemengde gevoelens in dit voor de provincie weer het zoveelste pijnlijke dossier. Wij als PvdA hebben de neiging om dit breed te zien. Wij hebben het gevoel dat er een stortvloed aan zaken is met name uit de periode 2007 tot 2009, waar wij als provincie telkens mee geconfronteerd worden. Wij willen dat er schoon schip gemaakt wordt. De onderste steen moet boven. Dat is een verplichting aan deze Staten en het college dient daar ook voor te zorgen, want de goede naam van de provincie staat op het spel. Zeker omdat wij moeten constateren dat de grootste politieke zonde is begaan, namelijk het niet informeren van PS en zelfs het niet informeren van GS. Dan hebben wij het met name over de beroemde side letter, geheime afspraken die opeens uit het niets blijken op te duiken. In de commissie WEB is vorige week al toegezegd dat in de toekomst GS ervoor zal zorgdragen dat wanneer informatie op grond van de Wob openbaar wordt, die ook vanzelf naar de Staten gaat. Ik wou in ieder geval nog een bevestiging van het college dat die afspraak is gemaakt. Wat ik ook graag zou willen horen, is de vraag hoe het college de side letter inhoudelijk beoordeelt, ook vanuit de gedachte dat wij niet in dit traject gestapt zijn om als provincie winst te maken, maar ervoor te zorgen dat een aantal ruimtelijke ontwikkelingen ook op het gebied van mobiliteit, mogelijk gemaakt zouden worden. Wij zouden heel graag dat beeld van het college willen hebben. Rond de side letter speelt ook de vraag die aan gedeputeerde Bond is gesteld door anderen, maar ik wil hem ook namens de PvdA stellen. U was bij de bijeenkomst waarbij het afsprakenkader en de side letter werden getekend en u hebt verklaard dat u daar niet van wist. Dat kan, maar wij hebben toch behoefte om nog een keer uit uw mond te horen hoe dat gegaan is. Uw handtekening staat er niet onder, want dan was het wel moeilijk geworden, maar wat ons betreft kan daar een heel plausibele verklaring voor zijn en wij gaan ervan uit dat wij die te horen krijgen. Dan een punt wat ons in de fractie heeft beziggehouden, dat is de positie van het Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland-Noord. Wij hebben allemaal stukken gelezen, ook over de vraag of de provincie zich wel of niet gecommitteerd had aan de funding van de ontwikkelingsmaatschappij. Wij zouden graag van GS nog eens helder willen horen hoe GS terugkijkend in perspectief, daar nu naar kijken. Er zijn allemaal stukken over de juridische vraag, maar toch ook de vraag, zit er nou een punt waarvan wij achteraf moeten zeggen, wij hebben daar als provincie wel eens gedraaid? Of ga ik nou te ver als ik dat zeg? Graag de opvatting van GS daarover. Dan het gedoe, zal ik maar zeggen, van de afgelopen maanden. Er liggen allerlei zaken onder de rechter en ik heb altijd begrepen dat je dan een beetje voorzichtig moet zijn, dat staat in het handboek van Prakke of een ander handboek. Wij zullen niet over deze kwestie tot een finaal oordeel komen, maar wij kunnen ons niet helemaal aan de indruk onttrekken dat in deze PPS-constructie een aantal risico’s wel erg in potentie bij de provincie terechtgekomen is of zou zijn en dat een aantal private partijen vanuit hun winstmotief gedacht hebben dat zij de provincie in hoge mate onder druk zouden kunnen hebben zetten door deze opstelling te kiezen. Het verbaast mij ook dat sommige in deze zaal die er toch ook niet op uit zijn om private partijen te spekken ten laste van de publieke middelen, dat niet doorzien en op deze manier hierover GS aanspreken. Laten wij wel wezen, de PvdA heeft geen finaal oordeel, maar denkt in deze fase dat het college heel goed heeft gehandeld door op enig moment te zeggen, nou is het genoeg, nou zijn wij lang genoeg aan het lijntje gehouden, het gaat hier om een publiek belang. Wij zijn er niet om de particulieren te spekken. Die hebben recht op hun eigen bedrijfsvoering en resultaat, maar niet ten koste van de publieke middelen. Ik hoor daar nog graag een keer een reactie op van GS. Ten slotte, de toekomst. Wat ons betreft, wij denken dat het heel goed is via de commissie WEB een aantal scenario’s neer te leggen over wat wij nu moeten met Distriport. Daarbij vinden wij uitdrukkelijk dat GS in de lead moeten blijven. Degenen die zeggen dat PS alles naar zich toe moeten trekken, zien volgens ons de verhouding tussen GS en PS niet helemaal scherp. Wij hebben onze eigen kaderstellende rol, maar laten het uitvoerende werk vooral bij GS. Als wij vinden dat zij het niet goed doen, dan spreken wij ze daarop aan, maar geen rolvermenging. Wat er ook bij hoort - ik weet niet of het op dat moment moet - is een discussie over PPS en hoe wij daar als provincie in gevaren zijn, want wij hebben net het Wieringerrandmeer achter de rug en nu hebben wij Distriport. Hebben wij voldoende scherp beleid en kaders vastgesteld? Wat hebben wij daarvan geleerd? Wat ons betreft zaak voor debat, een goed gefundeerd debat. Het laatste punt, wij hebben als PvdA vastgesteld dat er uit de periode 2007-2009 nog af en toe een geur omhoog stijgt en wij zouden van GS willen weten wat er nog gaat komen. Dan bedoel ik niet alleen maar lopende onderzoeken van justitie en de Rijksrecherche, maar of GS een scan hebben gemaakt of gaan maken van alle contracten en afspraken uit die periode met de vraag of daaruit nog iets boven tafel kan komen. Als GS dat nog niet hebben gedaan, wanneer gaan zij dat wel doen en wanneer kunnen wij daar het resultaat van verwachten? Als de onderste steen boven moet, dan willen wij graag horen wat er de komende tijd nog op tafel komt, dan heb ik het niet over de resultaten, maar vooral over wat GS gaan doen om ervoor te zorgen dat de Staten en daarmee ook de burgers van Noord-Holland, het gevoel hebben dat de onderste steen bovengekomen is.


Brinkman H.

Voorzitter. Ik heb eigenlijk drie vragen, maar dat is een beetje teveel, dus het zijn er twee. Ik vraag mij af wat de heer Den Uijl ons kan vertellen als PvdA-lid over de PvdA in Muiden, die gewag maakt van een side letter over de Bloemendalerpolder. Aangezien de gedeputeerde die daarover gaat, ook van zijn partij is, of hij niet met mij benieuwd is of daar ook een geheime side letter gaande is en dat GS dat willen weten.


Remkes J.W.

Overigens is dat op dit ogenblik niet aan de orde.


Brinkman H.

Ik mag toch vragen wat ik wil?


Remkes J.W.

Jawel, maar dat is buiten de orde, want het staat niet op deze agenda.


Brinkman H.

Het is naar aanleiding van een opmerking van de heer Den Uijl zelf, waarin hij zegt dat hij alles boven water wil hebben. Daar haak ik op aan, want dat vond ik een mooie ingang. Wat dat betreft zijn wij het volgens mij helemaal met elkaar eens. Ten tweede, ik hoor de heer Den Uijl al een excuus bedenken voor de heer Bond dat hij wel bij besprekingen aanwezig was, maar niet van de inhoud van de side letter op de hoogte was. Misschien ook voor de toekomst, stel dat de heer Den Uijl ooit nog eens een keer daar gaat zitten, dan zou ik toch wel willen weten
met wat voor soort bestuurder ik dan te maken krijg. Ik kan er echt met de beste gedachte niet bij dat een gedeputeerde, zeg maar een minister van de provincie, een stevig betaalde bestuurder, dat hij tig-keren bij onderhandelingen aanwezig is, samen met een andere gedeputeerde. Dat er op enig moment contracten getekend worden en dat hij tijdens de onderhandelingen niet enig moment iets gehoord heeft over de inhoud van een side letter. Ik ben heel erg benieuwd naar een heel voor de hand liggend excuus van de heer Den Uijl zelf en dat misschien ooit in de toekomst van de heer Den Uijl terugkomt.


Uijl X.J. den

Voorzitter. Ik wou beginnen met een dankwoord aan de heer Brinkman over de door hem geschetste perspectieven. Los daarvan, als wij het hebben over de heer Bond, hij eerst zelf zijn verhaal moet houden, daar heb ik hem ook toe uitgenodigd, anderen ook, en dan horen wij wel wat hij daarover te zeggen heeft. Daar loop ik niet op vooruit. Het tweede punt, helderheid, ik heb ook gezien dat er over de Bloemendalerpolder vragen zijn gesteld en terecht. Ook daar gaat een Wob-procedure lopen, heb ik begrepen. Wij zijn hartstikke blij om te zien wat daaruit komt.


Brinkman H.

Voorzitter, voor de helderheid. Het is volgens mij de gedeputeerde van de PvdA die daarover gaat, maar ik wil even terugkomen op het excuus dat de heer Den Uijl al zag voor het handelen van de heer Bond. Hij zegt wel, ik ben ook benieuwd naar waar de heer Bond mee komt, maar hij zegt aan de andere kant ook dat hij zich goed kan voorstellen dat er een reden is waarom hij niet op de hoogte is van de inhoud, met andere woorden, u loopt wel degelijk vooruit op de feiten en op het antwoord van de heer Bond. Ik zeg nogmaals, ik kan er met mijn hoofd niet bij dat een goed bestuurder, vet betaald, überhaupt niet op de hoogte is van de inhoud van een dergelijke side letter.


Uijl X.J. den

Voorzitter. De heer Brinkman herhaalt zich en dus doe ik dat ook. Ik stel gewoon vast dat ik de heer Bond vragen heb gesteld over zijn optreden en kennis op dat moment en ik wacht het antwoord af. Dan maken wij onze mind op over hoe wij dat beoordelen. Zo is het netjes en as is verbrande turf.


Wellink D.C.J.M.

Voorzitter. Ik wil de heer Den Uijl even aanspreken op opmerkingen die hij maakte over een politieke doodzonde. Ik zou graag willen weten hoe u als PvdA met dat soort zaken omgaat. Geeft u de absolutie, om maar even in kerkelijke termen te blijven? Hoe gaat u ermee om?


Uijl X.J. den

Voorzitter. De vraag van de heer Wellink is helder. Op het moment dat wij met elkaar afspreken dat de Staten worden geïnformeerd, dan moeten de Staten ook volledig worden geïnformeerd. Wij hebben kunnen vaststellen in de stukken van GS dat de Staten op een aantal punten niet waren geïnformeerd. Ook GS zelf niet. Dat is een politieke doodzonde. Hoe wij daarmee omgaan, dat beoordelen wij op het moment dat wij de helderheid hebben over de reactie van GS. Ik wil wel zeggen dat wat ik in het feitenrelaas lees, is dat GS volstrekt helder lijken te zijn over hoe dat gelopen is en wat er indertijd gebeurd is. Op zich is dat goed voor de Staten om daar kennis van te kunnen nemen.


Yurdakul Z.

Voorzitter. Voor D66 is de transparantie van besluitvorming een groot goed voor het laten functioneren van de democratie. Besluitvorming rond borgovereenkomsten en grondverkoopovereenkomsten was destijds mistig. In het Seniorenconvent, een besloten niet-besluitvormend orgaan, is in juni 2008 besloten om de handelingen van ex-gedeputeerde Hooijmaijers goed te keuren. Dat hebben alle fracties die destijds in deze zaal zaten, gedaan, behalve D66. Ook in de besloten PS-vergadering van september 2008 heeft D66 tegengestemd. De besluitvorming was niet transparant. Vanwege geheimhouding konden wij de inhoud niet bij derden toetsen, zoals kijken of wij er als provincie voordelig of nadelig uitkomen in de aangegane overeenkomsten. Wij constateerden ook dat de nadelen van het contract vooral bij de provincie zaten en de voordelen vooral bij de private partijen. Wij hebben ook diverse vraagtekens gesteld bij in hoeverre de uitwerking aansloot bij de randvoorwaarden van de motie 8-32 uit 2004. D66 is blij dat PS vandaag de geheimhouding op de stukken rond Distriport hebben opgeheven. D66 vindt dat zowel GS als PS te allen tijde zeer terughoudend moeten zijn met het opleggen van geheimhouding op de stukken. D66 kan de consequenties van het beëindigen van de samenwerkingsovereenkomst op dit moment niet geheel overzien. Kunnen GS deze consequenties op een rij zetten? Hebben GS een duidelijk scenario over het gevolg? Worden daarbij nut en noodzaak opnieuw bezien? Tegen het bestemmingsplan Jaagweg loopt een procedure bij de Raad van State, onder meer met betrekking tot de ligging van de EHS. Waarom hebben GS de rechterlijke uitspraak niet afgewacht, alvorens de samenwerkingsovereenkomst eenzijdig op te zeggen? Hiermee komt heden het project in een behoorlijk risico terecht en wij vragen ons af of GS ook maatregelen gaan nemen om dit project als risicovol project aan te merken en welke maatregelen daarvoor worden genomen. Hoewel het afsprakenkader en de side letter op 22 juni 2007 door ex-gedeputeerde Hooijmaijers zonder medeweten van GS zijn ondertekend, zijn precies een jaar later op 22 juni 2008 deze afspraken bekrachtigd middels een borgovereenkomst en een grondverkoopovereenkomst. Hiermee lijken alle afspraken rechtsgeldig bindend voor de provincie. Kunnen GS dit bevestigen of ontkennen? Toch iets over de rol van gedeputeerde Bond. Wij horen graag van de heer Bond wat zijn rol is geweest bij de ondertekening van het afsprakenkader in 2007. De onderhandelingen om te komen tot een borgovereenkomst in 2008 en waarbij hij, toen hij hoorde van de side letter, de informatie niet gelijk heeft doorgespeeld naar PS. Tot slot, wanneer wist gedeputeerde Bond van het bestaan van de side letter en waarom heeft hij dat niet onmiddellijk aan PS gemeld?


Broekhoven C.

Voorzitter. Er zijn zoveel vragen gesteld dat ik als laatste spreker op dit moment geen behoefte heb om er verder vragen aan toe te voegen, want ik wil eerst de beantwoording straks kunnen beoordelen. Waar het wel om gaat, is dat wij vanuit het CDA een statement willen afgeven over dit onderwerp. Er is in de commissie over gesproken en ik heb toch behoefte om de hele zaak van een andere kant te benaderen. Iemand anders heeft dit ook gedaan. Ik wil even terug naar de jaren 2004, 2005, 2006 en even in de context plaatsen van de tijdgeest waarin wij toen leefden. Op dat moment was de economie booming, wij moesten van alles gaan ontwikkelen, want het was allemaal nodig. Als wij dat gingen doen, dan was het vooral noodzakelijk dat wij dat duurzaam gingen doen. Dat komt met name tot uitdrukking in die motie, waarin een aantal toevoegingen wordt gedaan met betrekking tot de toegevoegde waarde van het te ontwikkelen terrein. De manier waarop dat op dat moment is gegaan, is dat er een afsprakenkader is gemaakt en een overeenkomst getekend. Ik denk dat het belangrijk is te constateren dat de gang van zaken die heeft geleid tot de borgtochtovereenkomst, de grondovereenkomst en de side letter, vragen oproept. Het is wel zo dat het op dat moment niet ongebruikelijk was - het was een beetje een hype op dat moment - om met side letters te werken. Ik geef onmiddellijk toe aan de heer Brinkman - en dat heb ik in de commissie ook al gezegd - dat side letters zeker in het openbaar bestuur verboden moeten worden, want werken met side letters moet gewoon niet kunnen. Er is niks te verbergen of af te spreken, dat moet allemaal to the point gebeuren. Nu even de gang van zaken op dit moment. Hoe zijn wij in deze materie terechtgekomen? Op dit moment zijn de partijen waarmee wij samenwerken, de grondpartijen, niet bereid om de gemaakte afspraken na te komen, namelijk de grond af te nemen. Dat leidt ertoe dat er een enorme commotie ontstaat die leidt naar het begin van het traject en wat er allemaal is gebeurd. Er zijn twee dingen. Het eerste is, waar gaat het om bij de schuldvraag? Wie is nou schuldig aan de positie waarin wij op dit moment verkeren en wie komt daar nadelig uit? Dat verhaal gaat de rechter bepalen. Het lijkt mij niet verstandig, gelet op deze materie, het door de rechter te laten doen. Het zou verstandiger zijn vond ik op dat moment, om misschien met een mediator te werken, want het gaat erom om hier op een verstandige manier uit te komen. Het gaat erom dat wij linksom of rechtsom met grond zitten, die wij moeten gaan ontwikkelen en die ja of nee een boel geld gaat kosten of opleveren. Het punt is dat wij dat op een goede manier moeten gaan regelen voor de burger van Noord-Holland. Dat is de huidige situatie. Als ik goed naar de stukken kijk, dan worden wij op dit moment in een positie gemanoeuvreerd door de tegenpartij, de ontwikkelaars, waarin toch een beetje een aantal argumenten wordt gegeven, college, jullie hebben je werk niet goed gedaan. Aan de andere kant geef ik het college gelijk dat een keer de maat vol is, als ik naar de afspraken kijk en dat je een keer tot zaken moet komen en dat is ook gebeurd. Het lijkt erop dat de ontwikkelaars de zaak door willen drijven. Ik leid dat ook een beetje af uit de benadering van de bank, die niet bereid is om de 2 miljoen euro rente te betalen. Het lijkt erop in deze economisch slechte situatie dat er gewoon geen geld is en dat de kas leeg is en dat de banken ook niet bereid zijn om op dit moment te financieren. Of dat zo is, ik hoor het graag, maar die positie is niet ondenkbaar. Dan terug naar de materie zelf. De zaken die buiten de mandaten om gedaan zijn, verdienen absoluut geen schoonheidsprijs. Dat is een zaak wat niet kan. Het is goed om daar bij stil te staan, maar ik wil enige clementie voor de positie van de heer Bond. Hij wordt nu aangevallen als geen goed bestuurder en ik heb een aantal dingen gehoord die wel erg ver gaan. Bond is de afgelopen jaren geprezen als gedeputeerde van Economische Zaken in de gehele provincie. Toen de side letter getekend werd, zat Bond nog maar net in het college. Hij heeft een erfenis meegekregen uit de onderhandelingen van de vorige gedeputeerde en hij zat daarbij. Als je naar de side letter kijkt, wat staat er nou precies? Er staat in de side letter dat als er meer opbrengsten komen uit de transacties, dat dan het meerdere geld wordt besteed aan het meer verduurzamen van dat terrein, het gaat terug naar de exploitatie. Als je dat hoort en leest en hierbij betrokken bent, kun je je de vraag stellen wat hier mis mee is. Dat is gewoon heel goed dat dat gebeurt. Als je kwaad wilt, dan kun je daar van alles bij bedenken en als je goed wilt, dan kun je er ook van alles bij bedenken. Ik denk erbij wat ik net vertelde. Ik ken Bond heel goed en ik kan mij heel goed voorstellen dat hij zo heeft gedacht, maar dat moet hij zelf straks maar uitleggen.


Wellink D.C.J.M.

Ik wil toch zeggen dat de heer Bond ongetwijfeld niet met zijn ogen dicht heeft gezeten. Hij heeft gezien dat er twee documenten zijn getekend. Er staan overigens vier handtekeningen op, maar dat hoor ik ook graag van de heer Bond. Over de zaken daarna, waarin deskundigen worden gevraagd een oordeel uit te spreken over de risicovolheid van deze zaak, hebben wij ook in de geheime commissies gesproken en naar gevraagd.


Remkes J.W.



Wellink D.C.J.M.

Wat vindt u ervan dat gedeputeerde Bond meegewerkt zou hebben aan een onderzoeksvraag aan een deskundige, waarin heel nadrukkelijk in het antwoord de side letter buiten beschouwing is gelaten? Er staat heel nadrukkelijk bij: dat is getoetst minus de side letter.


Remkes J.W.



Broekhoven C.

De vraag die overblijft is of hier sprake is van ongeoorloofde staatssteun, daar gaat het tenslotte om. Dan lees je in de stukken dat de juristen zich hier ook over uitspreken en de jurist die de provincie adviseert, zegt dat er geen sprake is van ongeoorloofde staatssteun. Dat komt nadrukkelijk naar voren in de borgtochtovereenkomst, dat er wordt gesproken over de provincie in de grondovereenkomst. Door de borgstelling komt zij tegemoet aan het project, dat ermee gezegd zou kunnen worden dat wij het stukje extra niet als staatssteun zien, maar als een extra investering in een anders onvolwaardige ontwikkeling van het terrein.


Wellink D.C.J.M.

U sluit dus uit dat welbewust de organisaties die advies zijn gevraagd, dat stuk bewust niet hebben gekregen.


Broekhoven C.

Ik sluit niets uit. Ik wil eerst het antwoord van GS op de gestelde vragen horen.


Liere A.E. van

Ik raak een beetje in verwarring tijdens het betoog van de heer Broekhoven. Enerzijds zegt hij, de side letter, dat kan eigenlijk niet, dat zouden wij niet moeten doen en vervolgens komt er een verhaal over deze side letter die in het geheim ondertekend is, dat dit eigenlijk wel een goed idee was. Vond u dat nu echt een goed plan om deze side letter te tekenen of zegt u dat wij dat nooit hadden moeten doen?


Broekhoven C.

Met het verstand en de wetenschap van vandaag hadden wij dat nooit moeten doen. Ik ben begonnen te zeggen dat het in de tijdgeest van dat moment het gewoon was, een soort hype, dat ook bij de privaten werd gewerkt met side letters. Achteraf, nee, dat hadden wij nooit moeten doen. Ik heb het gevoel dat de betrokkenen gedacht hebben dat zij het goed deden, omdat het ten goede kwam aan de duurzaamheid van het terrein. Er is geen gedachte geweest om de zaak willens en wetens verkeerd te doen.


Brinkman H.

Voorzitter. Ik kom er niet onderuit. Ik wil graag van de heer Broekhoven weten, wiens mening ik oprecht respecteer, want het gaat in essentie om informatie die aan PS is onthouden. Dat is de cruciale vraag. Bent u het met mij eens dat gedeputeerde Bond, die volgens mij op dat moment absoluut van de side letter wist en bijvoorbeeld in januari dit jaar de side letter niet naar PS heeft gestuurd, dat had hij dat al na de uitspraak van de bestuursrechter van de Raad van State had moeten doen?


Broekhoven C.

Dat had hij moeten doen en daarom denk ik ook dat hij met name gewoon altijd is uitgegaan van de goede bedoelingen van dat moment. Het geven van informatie over de laatste stand van zaken in de laatste vier maanden en wat relevant wordt met betrekking tot 2007, dat had het college eerder moeten doen. In de voordracht zegt het college dat zij slordig is geweest en dat had zij beter moeten doen. Dat is gewoon zo en daar ben ik het mee eens. Ik ben reuze benieuwd naar wat zij te zeggen hebben, maar ik kan niets anders bedenken dan dat zij zeggen dat zij dat niet goed gedaan hebben. Allerlei mensen vragen wat dan de consequenties zijn, maar ik stel voor om te proberen zorgvuldig om te gaan met de provincie Noord-Holland. Wij hebben al genoeg gedoe en wij moeten proberen het imago niet verder te beschadigen, maar een beetje heel te laten.


Remkes J.W.

Ik stel u voor om te schorsen tot 18.50 uur, vanwege het feit dat het college zich moet buigen over de moties die u allemaal hebt ingediend.


Schorsing


Remkes J.W.

Ik was van plan om de vergadering weer te heropenen, want wij beginnen wat in tijdsproblemen te komen in relatie tot de inwendige mens en in de relatie tot de kwaliteit van het gebodene, zo schijnt het, maar laten wij eerst even de eerste termijn van de kant van GS doen. Ik was van plan om het zo te doen dat gedeputeerde Bond begint namens het college en die zal het accent leggen op het verleden, daarna gedeputeerde Van Run en die zal met name het accent leggen op het heden en het jongste verleden en dan zijn er nog een paar kleinere punten die door gedeputeerden Talsma en Post behandeld worden, zodat u daar met uw interrupties ook rekening mee kunt houden. Het woord is aan gedeputeerde Bond.


Bond J.H.M.

Voorzitter. Voor het project Jaagweg, zoals het eerst heette, heb ik mij als toenmalig fractievoorzitter van het CDA behoorlijk ingezet, omdat het een bedrijventerrein was - in ieder geval naar het idee van de CDA-fractie indertijd - dat belangrijk was voor de regionale economie van West-Friesland. Het moest een regionaal, logistiek bedrijventerrein worden op een locatie gelegen aan de A7, in ieder geval aan goede infrastructurele verbindingen. Daar heb ik mij toen voor ingezet en toen ik gedeputeerde werd in 2007 kwam dat in mijn portefeuille en ook vanuit die positie heb ik mij ervoor ingezet dat dat bedrijventerrein er zou komen. Als je kijkt naar harde feiten en gescheiden verantwoordelijkheden, daar wil ik het over hebben en ook over de politieke emotie. De huidige Staten kennen 35 nieuwe Statenleden en het tijdsbeeld in 2004 - de publiek-private samenwerking is ook al geschetst door de heer Broekhoven - publiek-private samenwerkingsverbanden (PPS) kwamen toen vaker voor en dat is ook in dit project gebeurd. Jaagweg Een werd het niet en dat had alles te maken met de rol van de gemeente Koggenland, want de gemeente Koggenland wilde zichtlijnen vrijhouden en die wilde wel medewerking verlenen aan een bedrijventerrein, maar dan op de plaats waar nu Distriport ook in onze Structuurvisie staat en daarvoor trouwens ook in het streekplan, maar dan als zoeklocatie. Dus er is ingezet op dit bedrijventerrein en in de Staten hebben wij best pittige discussies gehad. Dat heeft er uiteindelijk toe geleid dat er een behoorlijke claim lag op dit bedrijventerrein als het gaat om ambitie. 50 ha EHS en er was nog een stuk dat natuur moest blijven. 15% ruimtewinst, het moest perfect passen in het beeldkwaliteitsplan en het landschap en parkmanagement was een verplichting. Dat betekende wel dat het qua kosten een ambitieus project was, want later kwam er ook nog de bijdrage aan de Westfrisiaweg bij. In 2007 viel dat onder mijn portefeuille EZ, bedrijventerreinen. Daar zat wel een gescheiden verantwoordelijkheid in, want gedeputeerde Financiën en Grondzaken ging over een ander deel en dat was het financiële en grondzakendeel. Ik kom daar straks nog even op terug. Dan kom ik bij wat alle fracties hebben ingebracht en dat is de side letter en de kritiek van, hoe kon je niet weten dat daar een side letter getekend wordt? Ik ben uitgenodigd voor die bijeenkomst in Middenbeemster voor het ondertekenen van een intentieovereenkomst. Dat had alles te maken met het feit dat ik de voorzitter van de stuurgroep zou worden voor de verdere uitvoering van het project. Daar was ook de ex-gedeputeerde Hans Schipper bij, want hij heeft in de voorgaande collegeperiode ook aan dit project getrokken, om te kijken of het er kon komen. Op 19 juni 2007 werd dat in GS besproken en waarom was dat? Dat was wel heel belangrijk, want de gemeente Koggenland had op 10 juni besloten om wel te faciliteren in het bestemmingsplan, maar niet te participeren in het project. En daar kwam een novum voor de provincie, namelijk het overnemen van de grond. Een technische maatregel waardoor je de grond fiscaal bouwrijp moet maken en dat leverde een voordeel op van rond de 1,5 miljoen euro. Ik heb het u al gezegd dat het een ambitieus project was met een zware financiële druk, dus dat konden we natuurlijk niet laten lopen. Wij hebben dus die gronden tijdelijk overgenomen. Ook daar kom ik straks even op terug, want dat is natuurlijk van belang voor die borgovereenkomst en die grondovereenkomst. En dan die side letters, want ik was daar inderdaad bij op 20 juni, de dag daarna. En dan wordt de vraag gesteld van: wist Bond dit? En ik kan u zeggen: nee, ik wist het niet. En dan komen we bij een andere vraag. Kan ik mijnheer Bond dan geloven, want ik moet nu iets bewijzen wat bijna onmogelijk is, want het is gewoon de vraag: gelooft u mij of gelooft u mij niet? Maar wat ik wel kan zeggen als het gaat om die side letter, dat is het volgende. Dat heb ik toen zo gedaan, maar dat zou ik morgen weer zo doen. Als je in het college zit, in een collegiaal bestuur en een collega-gedeputeerde, krijgt dan een mandaat van GS voor een intentieovereenkomst en ik ben daar die dag daarop bij, dan ga ik niet op het moment dat mijn collega die handtekening zet, vragen: stop want ik wil nu wel even kijken of jij die afspraak die wij gisteren met elkaar in het college hebben gemaakt, of jij die nakomt. Dat heb ik toen niet gedaan, maar dat zou ik morgen ook niet doen, want ik ga er wel vanuit dat je elkaar als collegiaal bestuur op dat punt kunt vertrouwen. Dus ik was erbij, maar ik kende de side letter niet. Ik kende de side letter op 9 oktober 2010 in mijn staf op maandagochtend. En ik heb op 10 oktober 2010 dit gemeld in GS. Ik heb een kopie uitgereikt. Wij hebben toen, want daar hebben wij met elkaar, maar ook mijn in eigen herinnering, hebben wij het er eigenlijk niet heel erg over gehad toen, want eerst moest er uitgezocht worden van wat de consequenties van die side letter zijn. De consequenties van die side letter als het gaat om het feit dat de opbrengsten in het project gestoken moesten worden vanwege die zware opgave die daar lag en die zware eisen die er lagen, dat was wat er eigenlijk in stond en dat was verwerkt in die borgovereenkomst. Daarmee was de side letter dus papier en inhoudelijk had hij geen status meer, want dat was verwerkt in de borgovereenkomst. Als u dan aan mij vraagt van, mijnheer Brinkman, een diepe kniebuiging en excuses, dan kijk ik naar motie 16-4 zoals die hier ligt van de ONH. Wel met enige nuances, misschien kunt u die erbij pakken, want dan staat er bij het tweede streepje dat Bond en Driessen buiten hun mandaat nadere afspraken hebben gemaakt. Dat is terecht, maar met die kanttekening dat dat twee weken later in GS gewoon gerepareerd is, zoals dat heet, want als je in de onderhandelingen zit heb je gewoon niet de tijd om op dat moment naar het college te gaan. Dat moest ook verwerkt worden in een voordracht naar GS en die is ook gemaakt. Als er dan staat: van mening dat het college van GS verkeerd heeft gehandeld, dan zou ik zeggen, ja het college van GS heeft in 2007 slordig gehandeld. Dat staat ook in de voordracht en dan trek ik mij dat aan en dat neem ik ook ter harte, want ik had op dat moment die week daarop moeten zeggen namens GS, deze side letter die moet naar PS toe. Dat had ik moeten doen. Ik heb dat niet gedaan, het college heeft daar ook niet toe besloten en dat trek ik me aan en dat neem ik ook ter harte. Dat zou ik anders gedaan hebben. Want dan zeg ik ook naar die 35 nieuwe Statenleden toe dat als het gaat om mijn rol, want daar is ook expliciet naar gevraagd, dan ben ik voorzitter geworden van die stuurgroep. Dat had te maken met de uitvoering en dat had te maken met het feit dat de intentieovereenkomst uitgewerkt moest worden in die borgstelling, in die grondovereenkomst. Daar zaten vier partijen bij: het ontwikkelingsbedrijf, De Peyler, Zeeman en de provincie, maar op dat moment hadden wij dus geen rol. Die rol is pas veranderd op het moment dat Koggenland zich terugtrok. Toen kwamen wij actief in het project. Dan kom ik op het ontwikkelingsbedrijf, want hoe zit dat nu? Het was de bedoeling dat Koggenland, het ontwikkelingsbedrijf en de twee projectontwikkelaars ieder 25% voor hun rekening zouden nemen en dat de provincie dus buiten het project zou blijven. Dat werd toen anders. Het werd anders toen Koggenland die grond niet overnam voor het fiscaal technisch bouwrijp maken van die grond. Toen gingen de panelen ook schuiven en kon het ontwikkelingsbedrijf die 25% niet waarmaken. Wij konden ze niet in de positie brengen, want dan kom je echt in de staatssteun terecht en toen is inderdaad die borgstellingsovereenkomst in GS maar ook in PS geweest en die zijn daarmee akkoord gegaan. Vanaf dat moment hebben wij onderhandeld over 80/20 en hebben wij er alles aangedaan en met ‘wij’ bedoel ik dan ook mijn collega Driessen, om voor het belang van de provincie - want laat ik daar duidelijk in zijn, ik ben dan voor het belang van de provincie bezig - om te zorgen dat de provincie uit die borgovereenkomst en uit die afspraak die gemaakt is met PS dat wij ons daaraan houden, maar dat wij ook die andere partijen daaraan houden en dat hebben wij gedaan. Dan zijn wij in die periode diverse keren bij elkaar geweest en u kunt dat ook zien in de tijdslijn en er is ook zwaar ambtelijk overleg geweest, ook zwaar juridisch advies. Uiteindelijk hebben wij in februari besloten om de overeenkomst op te zeggen, omdat de twee projectontwikkelaars hun afspraak niet nakwamen voor het terugnemen van de grond. Dat was puur in het belang van de provincie, niets anders, niks meer en niks minder. Die staatssteun, dat was nou juist daar de discussie. Wij wilden daar niet in belanden, wij wilden niet in de staatssteun belanden en dat is de reden waarom wij ons daar in die onderhandelingen stevig hebben opgesteld en dat wij ook toen het besluit hebben genomen om in ieder geval juridisch die borgovereenkomst eenzijdig op te zeggen, vanwege het feit dat projectontwikkelaars de grond niet terugnamen. Daarna is er nog vaak overleg geweest, want wij hebben een stuk of vijf, zes opties voorgelegd, ook allemaal juridisch uitgezocht en ook ambtelijk, daar zijn ook allemaal stukken van. Die heeft u allemaal gehad en anders krijgt u ze nog. Wij hebben dus die opties besproken en wij kwamen er niet uit met elkaar. Zo simpel is het. Als het dan gaat om nut en noodzaak, want ook dat is gevraagd, dat zijn wij nu ook aan het aantonen, want dat is ook een vraag die de Raad van State heeft gesteld. Er is wel een grote vraag naar grond op dit bedrijventerrein, daar kan ik ook duidelijk in zijn. Dat is ook iets waar wij ook op verzoek van de Raad van State ambtelijk aan werken. Ik heb hem zelf nog niet gezien, maar wij zijn daarmee bezig. Dan Bond eraf, zegt de heer Brinkman. Dat klopt, mijnheer Brinkman, want ik ben eraf. Maar ik moet u ook zeggen als ik hier zo vandaag sta, ook wel voor een deel tot mijn spijt, want ik voel me wat dat betreft meer verantwoordelijk voor dit project dan mijn collega Jan van Run, die dit in zijn nieuwe portefeuille heeft gekregen. Hij heeft deze portefeuille, maar ik ben wel verantwoordelijk voor datgene dat ik in dit project heb gedaan en dan ben ik aanspreekbaar op de door mij gezette handtekeningen en dan ben ik aanspreekbaar op het resultaat van de onderhandelingen, waarin ik een rol heb gespeeld en wat ook aan de Staten is voorgelegd en door de Staten is goedgekeurd. Daar kunt u mij op aanspreken. Waarom niet PS actief geïnformeerd, een vraag van de SP. Ik heb daar al antwoord op gegeven, als het gaat om M16-4. Een aantal vragen wordt ook nog behandeld door mijn collega Van Run als het gaat om heden en toekomst, dus die sla ik maar even over. Waarom niet gewacht tot de private partijen het op zouden zeggen? Dat was geen optie, want op een gegeven moment ben je uit onderhandeld en op een gegeven moment heb je je punt gemaakt en op een gegeven moment kom je erachter dat je er niet uitkomt met elkaar. Op een gegeven moment kom je er ook achter dat het het belang van de provincie gewoon schaadt. Dat was geen gemakkelijk besluit, maar wij hebben het wel genomen en dat is ook een besluit waar ik nog steeds achter sta. Het gaat om februari en het opzeggen, want toen was Van Run nog geen gedeputeerde. Als het gaat om heroriëntatie, dat wordt allemaal gedaan. De PvdD noemt een aantal keren dat zij verkeerd geïnformeerd zijn en die noemt mijn politieke antenne. En gelukkig mijnheer Van Liere, u zit ook wat langer in de Staten en ik heb dat ook eerder horen zeggen, degenen die weten hoe ik werk, die weten dat dat mijn manier van werken is. Ik betrek de Staten er altijd bij. Of het gaat om een landbouwagenda, of het gaat om een wet, of het gaat om de HIRB, of het gaat om een werkgroep die de herstructurering van bedrijventerreinen overdraagt aan de nieuwe Staten. Ik doe dat en dat blijf ik ook doen en in dit geval had ik het inderdaad in oktober 2010 ook moeten doen. Dat is wel mijn manier van werken en dat is iets wat 35 nieuwe Statenleden nog niet kennen. Ik deel alles met PS, want jullie zijn mijn baas. Dat is wat de heer De Lange van 50-plus heeft gezegd. Ik sta voor mijn eigen handelen en daar ben ik verantwoordelijk voor en daar kunt u mij ook op aanspreken, maar in dit geval heb ik volgens mij genoeg gezegd over mijn aanwezigheid bij de side letter en mijn rol daarin en dat ik de inhoud niet kende. Ik heb de vragen van de CU ook beantwoord als het gaat om niet eerder geïnformeerd. Als het gaat om de voorstellen voor mediation en hoe verder, daar komt collega Van Run op terug. Als het gaat om kritisch naar PPS-constructies kijken, prima lijkt mij. Ik heb mijn rol toegelicht naar GL toe. En volgens mij, voorzitter, heb ik nu het belangrijkste deel daarvan beantwoord. Het ontwikkelingsbedrijf, daar wil ik nog wel even op terugkomen, over de positie van het ontwikkelingsbedrijf.


Remkes J.W.

Zullen wij het zo doen dat de gedeputeerde even zijn antwoorden afmaakt en dat daarna de mogelijkheid bestaat tot een rondje interrupties. Zullen wij het zo doen?


Bond J.H.M.

Ik wil nog even ingaan op de rol van het ontwikkelingsbedrijf, want dat is natuurlijk wel een belangrijke. Als het ontwikkelingsbedrijf inderdaad die rol had gekregen, als het gaat om een ontwikkelingsbedrijf à la Brabant of à la Limburg, dan kan een ontwikkelingsbedrijf ook ontwikkelen en dat kan ons ontwikkelingsbedrijf niet. Die hebben niet het financiële vermogen om dat te kunnen. Dat is natuurlijk ook een hele belangrijke geweest in de discussie en dat is zeer relevant, want door die een derde van die 20% waar het ontwikkelingsbedrijf partij in was, ontstond daar natuurlijk wel een belangrijk probleem. Die een derde wilden wij niet overnemen. Bij ons was die 80% de grens. Wij hebben gezegd: dit is wat wij hebben afgesproken en het een derde deel van dat ontwikkelingsbedrijf nemen wij niet over, want dan komen wij pas echt in de staatssteun terecht. Dan nog de vraag, wat gaat er dan nu nog komen? Dat is waar ik nog het meest over wakker lig, want ik weet niet wat er nog gaat komen. Als je ziet wat er nu komt en wat er ligt, dan zitten daar dus dingen bij die ik niet kende. Ik weet dus niet of er nog meer van dat soort zaken zijn, maar ook daar komt onze voorzitter straks nog even op terug. Ik heb volgens mij de vragen die aan mij gesteld zijn beantwoord.


Remkes J.W.



Wellink D.C.J.M.

Voorzitter, ik heb nog een paar vragen. Naar aanleiding van de veranderde positie van Koggenland, u bent toch gewoon verder gegaan. In diezelfde periode waren er allerlei rapporten, het STEK-rapport vanuit de Wob, een vrijgekomen rapport in Koggenland van een onderzoeksbureau uit Arnhem, dat zei dat het een ontwikkeling is die je niet moet doen. Het rapport van Pels Rijcken, dat zegt dat er allerlei risico’s aan vast zitten, niet doen. Was die veranderde positie van Koggenland juist geen reden om te zeggen van, nou gaan we niet verder? Dan heb ik een stuk of vier vragen. Nut en noodzaak, u zegt daar zijn wij mee bezig in het kader van, ik neem aan, de bestemmingsplanprocedure.


Bond J.H.M.

Deze is voor mijn collega Van Run.


Wellink D.C.J.M.

Ja, maar dan zegt u nut en noodzaak, dat is het tweede.


Bond J.H.M.



Wellink D.C.J.M.

Een vraag was waarom niet de rechter ingeschakeld. Als je een overeenkomst hebt, dan ga je met elkaar in discussie als een partij niet nakomt.


Remkes J.W.

Dat is ook gedeputeerde Van Run.


Wellink D.C.J.M.

Oké, wij kwamen er niet uit, zei u. Ik reageer op de woorden van betrokkene. Maar wij hebben een abonnement op eenzijdig opzegging wil ik eigenlijk zeggen en dat is niet altijd verstandig.


Bond J.H.M.

Als je een onderdeel van een overeenkomst of een van de twee partijen niet nakomt, dan kan een van die twee partijen opzeggen.


Wellink D.C.J.M.

Als dat heel veel verstrekkende gevolgen heeft, maar dan ga ik naar de inhoud, kun je ook zeggen, ik ga er een rechter opzetten.


Bond J.H.M.

Op de gevolgen komen collega’s Van Run en Post op terug.


Wellink D.C.J.M.

Nu zegt u, u bent de persoon die altijd de Staten bij de zaken betrekt. Wij kennen u nog niet, tenminste een aantal mensen kent u nog niet, maar toch hebt u al die tijd niet gereageerd. Vanaf vorig jaar niet, dit jaar nog niet, dus kunt u mij nog eens duidelijk maken hoe het komt dat dat toch in de mist is blijven hangen? Als laatste, u hebt uw rol beschreven bij die bijeenkomst van de ondertekening van de side letter en dat andere. U voelde zich niet geroepen uw collega daarop aan te spreken, maar u had toch kunnen zeggen van, wat was dat eigenlijk die tweede overeenkomst? Dat is misschien een herhaling.


Bond J.H.M.

Dat is zeker een herhaling, want ik heb daar ook al van gezegd wat mijn rol daar was en hoe ik daar tegenaan kijk, ook vandaag nog.


Wellink D.C.J.M.



Bond J.H.M.

Ik geef antwoord op twee vragen. Dat is de positie van Koggenland en dat gaat over het STEK-rapport. Dan wijs ik de heer Wellink ook op de regionale bedrijventerreinenvisie en de koppeling met Westfrisia-noord. Dat bent u dan waarschijnlijk vergeten, maar wij hebben natuurlijk in die regionale bedrijventerreinenvisie de nodige hectares geschrapt in Noord-Holland-Noord. Dat was naar aanleiding van dat STEK-rapport en daar heeft de regionale bedrijventerreinenvisie in voorzien. Als het gaat om 10 oktober, ik heb daarvan gezegd dat ik dat verkeerd heb gedaan en dat neem ik ter harte. Daarom heb ik ook verwezen naar motie 16-4 en dat had absoluut aan PS medegedeeld moeten worden. Dat heb ik net ook al gezegd en ik zeg het nu weer. Met de kennis van vandaag.


Leever J.H.

Voorzitter, in het begin van het betoog van de heer Bond heb ik het even geverifieerd voor wat betreft het chronologisch overzicht en het zeer gedetailleerde verslag van de griffie. Waarin hij verwijst dat hij op 10 oktober, het briefje heeft hij nog bij zich of dat kan hij laten zien, het gemeld heeft in GS. Dat staat niet in dit chronologisch overzicht vermeld en dat zou ik toch graag wel willen zien. Tevens zou ik de vraag willen stellen, bent u samen met Hooijmaijers in één auto naar die ondertekening gegaan van dat contract?


Bond J.H.M.

Nee.


Leever J.H.

Want ik wou zeggen, dan is het een-tweetje natuurlijk om te zeggen van wat je hier verder nog in je hand.


Remkes J.W.

Toen speelde de bezuiniging op dienstauto’s nog niet.


Leever J.H.

Jammer genoeg nog niet, wellicht nu wel, maar ik betwijfel het nu ook niet hoor.


Bond J.H.M.

Voorzitter, ik heb die datum van 10 oktober genoemd, dat moet ook in de notulen van GS staan. Ik weet dat nog als de dag van gisteren, want op 9 oktober kwam het in mijn staf naar boven en op dinsdag 10 oktober heb ik het gemeld. Dat is dan een hiaat in de tijdslijn, maar ik noem hem wel.


Remkes J.W.

Ik zeg u dat bij het opstellen van zo’n tijdslijn zich altijd de vraag voordoet van wat neem je wel op en wat neem je niet op. En de tijdsdruk was zo groot, dat zeg ik hier ook maar even voor alle helderheid, dat het moeite kost om alle mails en alles uit die organisatie te krijgen. Dus ik sluit niet helemaal uit dat er zo hier en daar nog een mail is, die er niet exact in staat. Wij hebben geprobeerd om naar vermogen de informatie ten behoeve van dit debat te verstrekken, zodat de Staten ook in staat zijn om op hoofdlijnen dit debat op een goede manier te voeren.


Yurdakul Z.

Voorzitter, een tweetal vragen. Gedeputeerde Bond zegt dat hij zich verantwoordelijk voelt voor het genomen besluit om te stoppen met private partijen, waaraan de provincie verbonden was en dat hij dat gedaan heeft in het belang van de provincie. Mijn vraag is, mocht dat in de toekomst blijken dat uw besluit niet in het belang van de provincie heeft gewerkt, hoe zou u daar tegenover staan? Tweede vraag. U zegt, in oktober wist ik van het bestaan van de side letter, ik had dat moeten melden, ik heb het verkeerd gedaan. Dat heeft u gezegd, maar wat dacht u toen u dat onder ogen zag en wat voor gedachten had u dan om het niet meteen aan PS te melden?


Bond J.H.M.

Ik heb daar ook in mijn eerste termijn al op geantwoord op die laatste vraag, omdat de side letter technisch achterhaald was, omdat die was verwerkt in de borgovereenkomst. Dat was de reden. En als het gaat om ‘als’- vragen, ik vind het moeilijk om daar een antwoord op te geven. Ik weet wel dat in februari ook vanuit de juridische afdeling gezegd is, van nu moeten wij echt de stap maken en dat hebben wij ook gedaan en dat was dus het opzeggen van die borgstelling en daarna zijn wij nog aan het onderhandelen geweest en toen zat het nieuwe college er inmiddels. Daar zijn die onderhandelingen verder gevoerd.


Remkes J.W.

Ik wil de heer Yurdakul overigens niet onthouden dat de gedeputeerde, en dat zegt hij hier niet gemakkelijk in de openbare Statenzaal, maar in het college andere woorden gebruikt heeft, toen hij er achter kwam dat er een side letter was.


Bond J.H.M.

Die zijn niet geschikt voor de notulen.


Brinkman H.

Voorzitter, ik heb een aantal vragen over het moment van ondertekening van onder andere de side letter waar de heer Bond, zoals hij ook zelf zegt, bij aanwezig was. Was daar bijvoorbeeld een notaris aanwezig?


Bond J.H.M.

Nee.


Brinkman H.

Zijn de contracten überhaupt door iemand voorgelezen, doorgelezen, doorgenomen of verhaald wat er in stond? De heer Bond heeft een hele lange tijd de hele zaak onder portefeuille gehad en op enig moment komt ineens die side letter boven water. Hoe is die side letter boven water gekomen? Dacht de heer Bond misschien op enig moment, laat ik eens kijken naar een side letter, want misschien is er wel een side letter of kwam er een tip of rolde die ineens ergens uit een map of is die naar aanleiding van een Wob-verzoek van een stichting, die bezig was om de documenten boven water te krijgen van die onverkwikkelijke zaak, ineens boven water gekomen en als dat het geval is, voorzitter, dan reken ik het, met alle respect voor de woorden die de heer Bond nu uit, de heer Bond buitengewoon aan dat hij niet meteen open kaart heeft gespeeld. Plus het feit, ik wil graag weten wat de heer Bond vindt van een duur betaalde bestuurder met dienstauto die dan ook nog in zijn eentje terugrijdt terwijl hij gezamenlijk had kunnen rijden, dat is ook al heel erg kwalijk uiteraard. Voorzitter, wat vindt de heer Bond als bestuurder van het feit dat je bij een ondertekening zit van een zeer belangwekkend stuk wat gaat om heel veel geld, en je ziet dat een collega-bestuurder iets ondertekent, althans dat had kunnen zien of dat had moeten zien en hoe kwalificeert hij dat? Graag antwoord op alle vragen.


Bond J.H.M.

Voorzitter, het ging niet om heel veel geld op 20 juni 2007. Het ging om een intentieovereenkomst, dat die partijen het project verder gingen ontwikkelen. Dat was wat daar ondertekend werd, een intentieovereenkomst, en dat moest verder uitgewerkt worden in aanloop naar die borgovereenkomst, die gewoon aan GS en PS is geweest en die door PS ook is goedgekeurd. Ik ben ook in die periode voorzitter van de stuurgroep geweest en daarna is dat overgenomen door een wethouder van Koggenland, want toen was de rol van de provincie als het gaat om dat deel, klaar.


Brinkman H.

Voorzitter, ik heb heel vragen gesteld en ik heb onder andere gevraagd of er is voorgelezen, is er een tekst van de afspraken voorgelezen of is het gewoon rondgedeeld? In hoeveel-voud is die rondgedeeld? Of is die van persoon naar persoon gegaan? Sorry, voorzitter, ik vind het namelijk van cruciaal belang, want ik kan er met mijn hoofd niet bij dat daar een duur betaalde bestuurder zit, die hier met droge ogen beweert niet van de inhoud van de side letter op dat moment weet te hebben. Buiten het feit dat, want hij geeft ook al aan dat op dat moment een andere gedeputeerde buiten zijn mandaat gaat, hij op dat moment niet meteen aan de bel trekt.


Bond J.H.M.

Voorzitter, dat laatste dat is nou juist waar het precies om gaat, want dat wisten wij dus op dat moment niet, dat de gedeputeerde buiten zijn mandaat ging. Ik heb gezegd en ik heb dat volgens mij inmiddels drie of vier keer herhaald, dat als wij morgen in GS een afspraak maken met elkaar en een gedeputeerde wordt gemandateerd en ik ben daar bij, dan ga ik niet controleren wat die gedeputeerde tekent, want dat noem ik gewoon collegiaal bestuur, dat noem ik betrouwbaarheid en als ik daar niet meer van op aan kan dat mijn collega-bestuurders zich aan die afspraken houden, dan is het onmogelijk op een goede manier verder te gaan. Het stuk komt gewoon op 9 oktober in mijn staf. En wat nou de aanleiding ervan is geweest dat dat stuk plotseling opdook, hij kwam op 9 oktober in mijn staf en ik heb het op 10 oktober in GS gemeld.


Lange C.A. de

Over de side letter, ik ben eigenlijk even verbaasd als vele anderen, dat u er wel bij zat en geen kennis van de zaak heeft. Daar zal ik geen vragen over stellen, uitsluitend mijn verbazing daarover uitdrukken. Wat me wel verbaast, is dat u zegt dat als een dergelijke gelegenheid zich weer voor zou doen, dat u er op dezelfde manier bij zou zitten omdat u dat schuift onder collegiaal bestuur.


Bond J.H.M.

‘In vertrouwen’ heb ik daar ook nog nadrukkelijk bij genoemd.


Lange C.A. de

Ja, dat heeft u genoemd. Zou u niet denken dat slechte ervaringen uit het verleden, want dit is toch een hele slechte ervaring uit het verleden, dat dat toch ook enigszins maatgevend zou zijn of zou moeten zijn voor de toekomst? Dat is mijn eerste vraag. Mijn tweede vraag is en dat is denk ik een hele principiële, toen u op de hoogte kwam van de handel en wandel van gedeputeerde Hooijmaijers, al jaren geleden, had het toen niet voor de hand gelegen dat al die onderwerpen die in uw portefeuille zaten en die eerder behandeld waren door de heer Hooijmaijers, dat u al die onderwerpen nog eens eventjes uitgebreid aan een grondige screening zou onderwerpen om u zeker te stellen dat uw verantwoordelijkheid genomen kon worden na het debacle Hooijmayers?


Bond J.H.M.

Voorzitter, wat dat betreft is het antwoord eigenlijk ook wel heel simpel. Ik heb daar ook expliciet op uw eerste termijn op geantwoord dat ik verantwoordelijk ben voor datgene wat ik gedaan heb. Daar kunt u mij op aanspreken. Daar staat mijn handtekening onder, dat zijn stukken van mij die in GS zijn geweest en dat is de informatie die ik niet aan PS heb verstrekt, daar kunt u mij op aanspreken en daar ben ik verantwoordelijk voor. U kunt mij niet verantwoordelijk maken voor dat wat een collega-bestuurder doet. Hij heeft daar zijn eigen verantwoordelijkheid in en dat weet u ook.


Lange C.A. de

Dat doe ik niet, maar ik kan u ook verantwoordelijk houden voor dingen die u niet gedaan hebt en wellicht had moeten doen. Bent u dat met mij eens?


Bond J.H.M.

Dat ben ik niet met u eens, want alles wat ik gedaan heb, is in GS en PS geweest en vastgelegd in de notulen van de stuurgroep.


Lange C.A. de

Het is mij duidelijk, ik heb geen vragen.


Kardol J.A.

Een vraag van een heel andere orde. De provincie heeft grond overgenomen van, ik neem aan Zeeman en Peyler en ik veronderstel ook dat ze daarvoor betaald hebben, geld. Ik heb later begrepen dat ze die grond niet meer terug konden kopen. Dat de financiering daarvoor ontbreekt om de een of andere reden. Kennelijk.


Bond J.H.M.

Daar komt collega Van Run op terug.


Kardol J.A.

De vraag is in ieder geval, hoe kan dat nu precies. Is dat geld plotseling verdwenen, wat hebben ze er meegedaan? Hoe is het nu zo gekomen dat zij dat niet meer konden betalen? Kortom, hoe zit het precies.


Bond J.H.M.

Wat ik ervan weet is dat ik geen antwoord op die vraag kan geven, omdat ik niet weet of zij het wel of niet konden betalen. Dat werd gesuggereerd door de inbreng van een van de Statenleden, maar dat heeft u GS niet horen zeggen. U zult het mij ook niet horen zeggen, want ik kan niet kijken in de portemonnee van de projectontwikkelaars. Dus wat de reden daarvan is, dat zal nog duidelijk worden.


Remkes J.W.

Gedeputeerde Van Run zal daar nader op terugkomen.


Liere A.E. van

Ik heb nog een vraag over het historisch overzicht, dat de heer Bond geschetst heeft. Hij heeft namelijk gezegd dat hij erop vertrouwde dat uiteraard gedeputeerde Hooijmaijers zich binnen zijn mandaat zou gedragen. Op zichzelf een volstrekt begrijpelijk standpunt, maar ik heb begrepen dat hij zelf de onderhandelingen vervolgens heeft opgepakt met de projectontwikkelaars. Dus op een zeker moment moet hij zich gerealiseerd hebben dat wat een intentionele overeenkomst zou zijn, veel meer was dan dat. Wanneer heeft hij zich gerealiseerd dat dat afsprakenkader wel degelijk meer was? Dat blijkt ook uit de stukken, dat wordt ook gesteld door het memo. Wat hebt u met die informatie gedaan toen?


Bond J.H.M.

Het afsprakenkader is verwerkt in de borgovereenkomst en daar staat ook de grondaankoop in. Dat stuk is ook naar GS en PS gegaan en daar heeft u al PS ook uw mening over gegeven, zoals blijkt uit de notulen en de stukken, die nu vandaag voorliggen. Dus die stukken zijn allemaal keurig naar GS en PS gegaan.


Remkes J.W.

Ik heb de indruk dat in ieder geval dit deel van de geschiedenis wel redelijk verhelderd is. Ik wil nu eigenlijk aan deze interruptieronde een einde maken. U krijgt nog een tweede instantie. Ik hoop wel dat deze interruptieronde de tweede instantie bekort. Ik wil nu gedeputeerde Van Run vragen om zijn onderwerpen te behandelen.


Run J. van

Voorzitter. Ik zal het vooral met u hebben over het heden, het niet zo lange verleden en de toekomst. Daar heeft het college al eerder uitspraken over gedaan. De vragen van de SP, de vragen van de interpellatie, zoals die binnen zijn gekomen, zijn voor een deel al door collega Bond beantwoord. Wat voor het college erg belangrijk is, is dat wij in ongeveer tweeënhalf jaar tijd zes verschillende financieringsopties uit de provincie hebben voorgelegd. Dat de privaten enkele andere financieringsvoorstellen hebben gedaan, die om uiteenlopende redenen dan wel financieel, dan wel juridisch zijn afgewezen. En dat dit betekent dat er zeer ruim de tijd is genomen om te discussiëren met de private partijen. Dit is dan ook een antwoord op veel van de vragen die vooral onder andere de SP stelde, waar het aankomt op mediation, andere vormen van oplossing. Er zijn in den brede vragen gesteld over, had het college dit mogen doen, dit besluit nemen. Ja, de Provinciewet is daar erg duidelijk in. In artikel 158, lid 1 staan duidelijk de bevoegdheden van GS en daar is het voeren van dit soort procedures, in ieder geval het aanspannen daarvan, er één van. Waar het aankomt op de vraag inderdaad over, wij staan nu ergens en ik zal op de huidige juridische zaak in het openbaar niet teveel ingaan, zult u begrijpen in het belang van de provincie, maar uw vraag, waar gaan wij naar toe, dat is belangrijk. Wij hebben daar die gronden liggen, Distriport en waar wil het college graag met u naar toe? Dat is belangrijk, met u naar toe. Het college zou graag deze zomermaanden gebruiken om te komen tot een voorstel met verschillende scenario’s. Dit zijn geen scenario’s, die wij dan klakkeloos gaan uitvoeren zoals door sommigen wel wordt gesuggereerd, maar dit zijn scenario’s met opties waarvan één optie - en dat wil ik vooral ook in de richting van GL heel duidelijk maken - is niet doorgaan. Die optie zal GS volledig uitwerken inclusief alle risico’s die daarmee samenhangen, zowel financieel als juridisch, als ook eventuele positieve zaken die daaraan zouden kunnen kleven. Dan ga ik door, de vragen vanuit de VVD. U stelt de vraag, mijnheer Loggen, zou de provincie in een imagoprobleem zijn gekomen als dit nu niet naar boven was gekomen? Het antwoord naar de mening van het college is: ja. Als dit naar boven was gekomen, op welk moment dan ook, dan had dat automatisch tot imagoschade geleid. Zitten wij met de ondertekening van de borgovereenkomst vast aan het afsprakenkader en side letter? Zoals collega Bond heel duidelijk heeft gemaakt, die zijn daarin opgegaan, dat staat ook als zodanig vermeld. Die teksten heeft u, die zijn gelukkig ook openbaar, want dat deel ik met u. Ik ben bijzonder gelukkig dat wij hier nu in de openbaarheid met u kunnen spreken over deze zaken, want dat is een stuk makkelijker praten als we gewoon alles open en bloot hebben. U vraagt, wat is het belang van de ontwikkelaars? Het sluit ook een beetje aan bij de vragen van de heer Kardol van de CU, die hij net toevoegde. Dat is moeilijk, GS konden natuurlijk niet in het hoofd kijken van de ontwikkelaars, ook niet in de portemonnee kijken van de ontwikkelaars, dus dat is slechts speculeren. Wat duidelijk is, is wat zij in ieder geval niet hebben gedaan. Wat zij niet hebben gedaan, daar weten wij ook het fijne niet van. Dan nog inderdaad de vraag van GL, die is duidelijk. Dan wil ik met u de moties en de amendementen doornemen, dat lijkt mij verhelderend voor ons allemaal.


Remkes J.W.

Ik zou het eigenlijk graag zo zien, dat zeg ik erbij, dat wij hetzelfde zouden doen als bij de gedeputeerde Bond, want dat werkt volgens mij bekortend, als wij het achter elkaar doen.


Loggen C.J.

Het antwoord wat de gedeputeerde zojuist gegeven heeft over niet in het hoofd kunnen kijken van de private partijen, mag ik dan een directe vraag stellen aan de gedeputeerde? Zouden de private partijen een financieel belang hebben, er financieel voordeel uit kunnen hebben, door de tactieken toe te passen, zoals zij die op dit ogenblik hebben toegepast?


Run J. van

Dat kunnen GS niet uitsluiten.


Remkes J.W.

Dan kan ik de heer Kardol niet weigeren, want die stelt nu natuurlijk over hetzelfde thema een vraag.


Kardol J.A.

Mijn vraag is, wij kunnen natuurlijk niet in de hoofden van mensen kijken, dat begrijp ik, maar dit zijn bedrijven waar je met jaarverslagen kunt volgen hoe zo’n bedrijf er bij staat en ik neem aan dat sinds de moeilijkheden begonnen zijn, dat had gekund. Bent u het daar met mij over eens dat u dat had kunnen doen?


Run J. van

Daar zijn een paar mitsen en maren bij. Distriport b.v. is natuurlijk een eigen vehicle. Dit vehicle dat kan men eventueel zelfs laten klappen, zoals dat dan heet. Dat betekent dat wat er in de moederbedrijven zit, niet perse in de onderliggende b.v. terechtkomt. Dat betekent dat die stukken bijzonder weinig zeggen over waar wij het hier over hebben. Daar komt nog bij dat hoe goed of slecht die stukken ook zijn, wij natuurlijk niet kunnen kijken wat banken zeggen tegen deze ontwikkelaars. Dat zijn geen openbare stukken, dus daar kunnen wij niet direct op afgaan of ingaan. Nogmaals, ik zou het met alle liefde inderdaad heel duidelijk voor u op een rijtje hebben, maar dat hebben wij gewoon niet.


Remkes J.W.



Leever J.H.

Wat ik graag helder wil hebben is, als je een contract sluit binnen twee partijen met zulke grote zakelijke belangen, is het dan niet zo dat je vraagt aan de tegenpartij om ook een borgstelling, in dit geval niet in een side letter, maar op een side-rekening te zetten?


Run J. van

In dit geval kunnen wij enkel constateren dat dat dus niet is gebeurd.


Remkes J.W.

Nu maar even het oordeel van GS over de moties en het amendement.


Run J. van

Dan beginnen wij met het amendement, dat is natuurlijk de gewoonte. GS ontraden dit amendement ten zeerste. Het moet tenslotte niet zo zijn dat PS integraal het werk van GS gaan doen, want dat betekent dat wij 55 gedeputeerden zouden hebben. Motie 16-1 van de heer Brinkman van de PVV. Dit is inderdaad aangegeven door het college in de afgelopen commissievergadering, dat ons dit een bijzonder goede regel lijkt en dat zullen wij hier ook gestand doen, dat dat inderdaad iets is, mijnheer Brinkman, waar u gewoon volkomen gelijk in heeft. Het lijkt mij heel goed als wij dit doen. Motie 16-2, deze wordt niet gedeeld door GS. Wij ontraden hem dan ook. Vooral de tekst: “spreken hierbij” et cetera, en dan de heer Bond zoals duidelijk is geworden door ook wat de heer Bond hier heeft verteld, kunnen GS hier op geen enkele manier natuurlijk een positief oordeel aan knopen. Motie 16-3, daar komen wij weer bij het punt, wie stelt wat aan, wie stelt wie aan? Waar het aankomt op onderzoeksbureaus, daar heeft de provincie raamcontracten. Binnen die raamcontracten worden deze bureaus aanbesteed. Het is dus niet zo dat wij gewoon een willekeurig bureautje kiezen, waar wij net zin in hebben die dag. Dat gaat via gedegen, normale trajecten, dus dat is gedaan. Daar komt bij dat dit natuurlijk een privaatrechtelijk verhaal is. Daarbij gezegd is wel dat de exit-regeling, zoals ook naar GL toegezegd, natuurlijk een van de zaken is die wij in de scenario’s meenemen.Wij komen dan ook na de zomer bij u terug en staan natuurlijk open voor uw input. Dat moge ook heel duidelijk zijn. Motie 16-4, daarvan heeft collega Bond aangegeven dat hij hem zeer ter harte neemt. De motie zoals hij nu voorligt, echter is niet geheel correct. Bij “Constaterende dat” wordt er erg simpel overheen gestapt dat er direct gerepareerd is aan het mandaat bij het tweede streepje. Daar komt bij dat het college inderdaad slordig zou hebben gehandeld in 2007.


Leever J.H.

Voorzitter, kunnen wij die alinea bijstellen?


Remkes J.W.

U kunt straks in tweede termijn een gewijzigde motie indienen.


Leever J.H.

Akkoord.


Run J. van

En bij 16-5, daar lijkt u ook te zeggen dat u betreurt dat het project is stopgezet door GS. GS betreuren dit geenszins, GS zijn van mening dat dit een juiste beslissing was, een weloverwogen beslissing waar ook lang over is nagedacht, dus wij ontraden ook deze motie. Daarmee, voorzitter, heb ik volgens mij de moties en het amendement gehad.


Brinkman H.

Voorzitter, de heer Van Run is nog niet zo lang gedeputeerde, maar toch wil ik hem vragen wanneer hij kennis had genomen van het bestaan van de side letter en de inhoud daarvan.


Run J. van

De exacte datum daarvan kan ik mij niet herinneren, maar die moet in de afgelopen weken gelegen hebben.


Brinkman H.

Dus als ik het goed begrijp, dan was de heer Van Run in ieder geval al op de hoogte voor de laatste PS-vergadering. Inderdaad, heel goed, dat laatste was vorige week, dus als ik het goed begrijp, voorzitter.


Run J. van

Mag ik niet antwoorden?


Brinkman H.

U kijkt uw protegé aan en uw protegé geeft antwoord, dus ik nam meteen aan dat dat het antwoord was.


Remkes J.W.

De heer Van Run heeft het woord.


Run J. van

Het college was natuurlijk op dat moment op de hoogte, mede door het artikel in het Financieele Dagblad, waarmee u, nou ik erover nadenk, op exact die plaats stond te wapperen en dat wij nog een discussie met elkaar hebben gehad over iPad versus papier.


Brinkman H.

Kijk voorzitter en dat is precies het punt waar ik mijnheer Van Run wil hebben, want op het moment dat hij zo’n gevat antwoord gaf over het krantje dat hij ook die ochtend gelezen had, heb ik hem gevraagd om alle informatie vrij te geven. Toen zei hij letterlijk tegen mij “Dit is alle informatie, u hebt alle informatie al”. En u wist al van het bestaan van de side letter af, u had die side letter al gelezen. U hebt andermaal weer opnieuw de fout gemaakt die Jaap Bond op 10 oktober vorig jaar heeft gemaakt. U hebt niet meteen aan de bel getrokken, u hebt niet gezegd, mensen dit kan zo niet. Deze informatie moet meteen doorgespeeld worden naar PS. Ik vraag me echt af voorzitter, wat dit voor een cultuur is hier? Wat is dit voor een cultuur?


Remkes J.W.

Even voor de juiste proportie, de gedeputeerde Bond heeft erbij gezegd, de relevantie van de side letter was op dat ogenblik niet meer aanwezig, want deze was opgegaan in de borgovereenkomst.


Brinkman H.

Voorzitter, ik maak hiertegen buitengewoon veel bezwaar. Ik maak hier buitengewoon veel bezwaar, dit is een heel belangrijk politiek punt. U bemoeit zich er als onafhankelijk voorzitter telkenmale mee door het bestuur hier aanwezig, te vergoelijken en goed te praten. U moet daarmee ophouden, dit kan niet en dit is precies het dualisme, waar ik u elke keer over loop aan te vallen. Ik vind dat u daar echt mee op moet houden.


Remkes J.W.

Ik probeer te voorkomen dat er vragen dubbel beantwoord worden.


Brinkman H.

Dat kunnen deze mensen heel goed zelf, dat hoeft u niet te doen.


Run J. van

Voorzitter. In de vergadering van afgelopen maandag heeft het college heel duidelijk aangegeven dat er stukken nog niet openbaar waren. Die hebt u begin deze vergadering openbaar verklaard, dus wij hebben geenszins gesteld dat dit alles zou zijn. Wat het college heel duidelijk heeft gemaakt, is dat wat er inderdaad in het stuk van het Financieele Dagblad stond, dat u die informatie uit dat stuk kennelijk had, maar dat de discussie in het openbaar op dat moment niet gevoerd kon worden vanwege de geheime stukken. Die hebben wij gelukkig vandaag allemaal openbaar met elkaar.


Brinkman H.

Omdat u af en toe souffleert, mag ik nog een derde vraag stellen. Mijnheer Van Run, u stelt dat u mijn motie ondersteunt en die motie zegt dat als de rechter heeft uitgesproken binnen een Wob-procedure dat er stukken openbaar gemaakt mogen worden, dan vindt u dat ze ook meteen openbaar gemaakt moeten worden. De rechter heeft in januari al voor dit jaar uitgesproken dat de side letter openbaar gemaakt moet worden. 27 januari heeft deze CdK een brief gestuurd naar de Stichting Berkhout is Boos, waarin aangegeven werd dat die stukken openbaar zijn. Waarom hebt u niet vorige week gezegd, mijnheer Brinkman, u hebt gelijk, er ligt nog een stuk met geheimhouding van GS, maar laten we dat nu stante pede openbaar maken, zodat u dat kunt krijgen?


Run J. van

Dan is er toch sprake van een Babylonische spraakverwarring. Het stuk waarop geheimhouding rustte, was niet de side letter, dat ging juist om de stukken die u vanochtend met elkaar heeft geopenbaard. Daar lag geheimhouding op.


Brinkman H.

Met andere woorden, u had de side letter gewoon openbaar kunnen maken.


Run J. van

Mag ik nooit uitpraten van u? Er zijn ook nog stukken in GS geweest, die onder geheimhouding zijn besproken, die hebt u ondertussen ook openbaar mogen ontvangen, maar dat moet wel via een conform besluit, waarbij dan wel PS dan wel GS die geheimhouding opheffen en dat is zo snel mogelijk gebeurd, inderdaad, mijnheer Brinkman.


Wellink D.C.J.M.

Voorzitter. Ik heb een paar vragen, op het moment dat via een amendement of via een motie door de SP ingediend, als wij het hebben over het stellen van kaders, dan komt u met een verhaal - dat zei u bijvoorbeeld bij die motie van de SP - van, wij hebben een raamcontract en wij zetten allemaal dingen uit bij derden. U noemt iets van privaatrechtelijke zaken en zo, maar ik ben toch benieuwd of u het met mij eens bent dat het aan PS is om de kaders vast te stellen? U aan te geven als GS, zo moet u het doen en zo gaat u naar allerlei externe bedrijven? Hoe ziet u dat nou, het lijkt net alsof u ons onze functie wil ontnemen. Dat is de eerste vraag. En de andere vraag, daar wil ik even op ingaan. Misschien heb ik het gewoon verkeerd begrepen, dat kan, maar ik heb de vraag gesteld over mediation of waarom de contracten opgezegd. Toen verwees u naar een artikel 158, ik heb het niet precies gevolgd, maar dat u bevoegd was om op te zeggen, maar daar gaat het natuurlijk niet om. Het gaat er om dat u als uitvoerder van ons beleid met alle problemen worstelt, dan zeg ik als volksvertegenwoordiger: kom dan naar ons toe en help ons erbij. Wij komen er niet uit en stel de kaders bij of geef ons mogelijkheden. Hoe kijkt u daar tegenaan?


Run J. van

Over de kaders kunnen GS vrij duidelijk zijn, mijnheer Wellink. Die kaders waren er en die kaders zijn er. Binnen die kaders hebben GS ook gehandeld. Dat is ook de reden dat wij dat hebben gedaan en dat is ook de reden dat uiteindelijk die opzegging is gekomen. U hebt het erover, waarom toch die opzegging? Wij hebben net een heel duidelijk beeld geschetst waarin wij uiteenzetten dat wij heel lang en heel grondig met elkaar in overleg zijn geweest met die private partijen. Dat is ook essentieel, juist als overheid moet je daar het goede voorbeeld geven. De reden is dus op een gegeven moment dat je zegt als GS, jongens nu houdt het echt op. Wij zijn nu lang genoeg aan het lijntje gehouden en dan neem je dat besluit op basis van juist die kaders. Dan zeg je, wij komen dus niet tot een overeenstemming binnen die kaders en dan zeg je op. Maar inderdaad u hebt gelijk, die kaders zijn door PS gesteld en die moeten ook altijd door PS gesteld worden, want daar zijn PS voor. Wat wij met dit nieuwe verhaal in de zomer willen doen, is een voorzet geven aan PS, zodat zij kunnen kijken met de informatie die op dat moment beschikbaar is, hoe zouden wij verder willen. Wat voor kaders zouden wij eventueel bijgesteld willen zien? Maar daarover wil ik dan wel met u in gesprek in die commissie, zodat u ook mij heel duidelijk kunt maken van, verdraaid dit is misschien toch een goed idee of verdorie, toch niet. Daar zoeken wij heel erg naar, juist om die dialoog en die kaderstelling helder te krijgen, maar het gaat om kaderstelling natuurlijk en niet om uitvoering.


Wellink D.C.J.M.

Ik vind als verantwoordelijk bestuur en u bent uitvoerder van het bestuur, dat het erg van belang is dat wij ons hebben kunnen uitspreken over bijvoorbeeld een exit-regeling, voordat u daar al invulling aan heeft gegeven. Dus ik denk dat u daar toch iets te hard gelopen hebt.


Remkes J.W.

Dat is inderdaad wel voldoende gewisseld. Ik constateer dat wij nu over kunnen gaan voor het punt van gedeputeerde Talsma.


Talsma T.

Voorzitter, de heer Brinkman heeft via de heer Den Uijl aan mij gevraagd hoe het zit met de Bloemdalerpolder. Zo vertaal ik uw vraag maar even. Toen ik het dossier Bloemendalerpolder overnam, heb ik alle betrokkenen, dat wil zeggen ambtenaren en ook voorgangers, gevraagd of daar misschien dingen zijn die ik als gedeputeerde moet weten in verband met onderhandelingen, die ik met de private partijen gevoerd heb. De betrokken mensen hebben mij ervan verzekerd dat behalve de stukken die er lagen en dat waren alle officiële stukken, er geen geheime stukken of side letters waren. In de gesprekken die ik vervolgens met de private partijen gevoerd heb de afgelopen weken, maanden, is niet één keer door de private partijen een toespeling gemaakt op een mogelijke side letter of geheime afspraken. Dus ik ga er dan vanuit dat die er dan ook niet zijn. Bij de vaststelling van de afspraken op 30 juni jl., die u als u in de commissie R&M zit ook ontvangen heeft, heeft u waarschijnlijk gezien dat daar geen side letter bij zit, noch dat daar sprake van is. Ik doe namelijk niet aan side letters, mijnheer Brinkman, en wat mij betreft zitten ze er ook niet bij. Wat betreft de periode voor mij, ga ik uit van wat mij ter ore is gekomen aan de hand van de vragen die ik gesteld heb. Ik houd dat scherp in de gaten en ik zal u verzekeren dat, mochten er toch side letters opduiken op dit dossier of alle andere projecten waar ik mee bezig ben als gedeputeerde Ruimtelijke Ordening, dan zal ik daar de commissie ogenblikkelijk van op de hoogte stellen.


Brinkman H.

Voorzitter, ik dank de gedeputeerde Talsma voor zijn eerlijke beantwoording. Ik heb een vraagje, heeft de heer Talsma contact gehad met de heer Hooijmaijers om te vragen waar die bewering vandaan komt van uw partijgenoot in Muiden, als zou zij gehoord hebben dat de heer Hooijmaijers had verteld dat er toch een side letter zou zijn.


Talsma T.

Ik heb inderdaad uit de krant vernomen dat de PvdA, voorzitter volgens mij van de afdeling Muiden, gezegd heeft dat hij gehoord heeft dat de heer Hooijmaijers hem dat verteld heeft. Ik vind het niet helemaal mijn weg om nou de heer Hooijmaijers te vragen of dat verhaal klopt.


Remkes J.W.

Dat zou ik vooral ook niet doen.


Talsma T.

Nee, nogmaals ik vind het niet mijn weg om dat te vragen. Ik kan u wel uitleggen waarom ik ook niet de meest logische persoon ben om dat te vragen denk ik. Dus ik ga er vanuit gehoord hebbende de mensen die nu in functie zijn en met het dossier bezig zijn, dat er geen side letters zijn en voor zover die toch op mochten duiken, dan zal ik ook de afdeling Muiden daarvan op de hoogte stellen. Wat mij betreft was het Wob-verzoek niet nodig geweest. Als men mij het gewoon gevraagd had, dan had ik dat ook wel kunnen uitleggen zonder een Wob-verzoek. Nog even voor wat betreft de duidelijkheid. Op 30 juni hebben wij dus afspraken gemaakt met de private partijen over de Bloemendalerpolder. Ik ga er vanuit dat met die afspraken, die u allen ontvangen hebt en waar wij op 5 september in de commissie over spreken, alle mogelijke geheime overleggen, alle mogelijke geheime side letters ook van de baan zijn.


Brinkman H.

Ik wil uw woorden onderschrijven, ik zou dat ook niet doen, in ieder geval niet telefonisch.


Remkes J.W.



Post E.

Voorzitter, er resteert nog een vraag en dat is de vraag van de heer Yurdakul en die gaat over welke maatregelen GS gaan treffen om risico’s in de toekomst te beperken, te voorkomen. Daar is geen eenvoudig antwoord op te geven, ik kan alleen aangeven wat er op dit moment is gedaan. Wij hebben natuurlijk in de risicoparagraaf het risico op waardevermindering van de gronden bij Distriport opgenomen. Daar is een bedrag voor gereserveerd in de saldireserve. Uit mijn hoofd iets van 520.000 euro en hoe dat is opgebouwd, dat weet u als u de kadernota Risicomanagement erop naslaat. Daar staat precies in welke stappen wij moeten hanteren om dat bedrag vast te stellen. Datgene wat je in de toekomst kunt doen, is uiteraard afhankelijk van het scenario dat je uiteindelijk kiest. Op het moment dat je kiest voor, zoals door collega Van Run ook al is aangegeven, een agrarische bestemming, dan zijn de risico’s anders dan wanneer je kiest voor ontwikkeling zelf, door derden of noem maar op. En afhankelijk van het te kiezen plan, zul je dan moeten bepalen wat de risico’s zijn, die wij daar bij lopen. Wat zijn de beheersmaatregelen die je kunt nemen en wat zijn de risico’s, die dan resteren, en hoe spelen wij daarop in als het gaat om ons weerstandsvermogen en de buffer, die wij moeten aanhouden in de saldireserve.


Bond J.H.M.

Mag ik nog één opmerking plaatsen? Dat gaat over die datum van wanneer het in mijn staf was, 9 oktober was een zaterdag, dus dat is 11 oktober geweest. Voor de notulen is dat wel van belang. 11 oktober in mijn staf, 12 oktober in GS.


Remkes J.W.

Goed, dan is dat ook voor de geschiedenis vastgelegd. Als ik er vanuit mijn wat meer algemene waarneming nog een enkel woord aan toe mag voegen. In de Statenvoordracht bezigt het college van GS de term slordig. Toen ik zelf beter tot mij door liet dringen op basis van een aantal feiten, wat er nou allemaal precies gebeurd was, toen heb ik in deze casus de conclusie getrokken dat er soms sprake geweest is van besluitvorming met te rafelige randen. Die je niet als echt zorgvuldig kunt kwalificeren, om maar eens even een understatement te gebruiken, en dat er ook sprake is geweest van gedeputeerden in die periode, die te los aan de teugel liepen. En dat dat een bestuursstijl en een bestuurscultuur is, die eigenlijk niet toelaatbaar is. U zult aan de antwoorden van de gedeputeerden ook wel geproefd hebben dat wij niet uitsluiten dat er nog andere feiten op tafel komen. U weet ook dat het gaat om twee situaties - dat onderzoek zal overigens binnenkort bij de Staten gepresenteerd worden - waar gedeputeerde Hooijmaijers bij betrokken is geweest. Wij zullen het initiatief nemen - sommige leden hebben gezegd schoon schip en daar kan het college zich iets bij voorstellen - voor de periode grosso modo van 2005 tot 2009 om de operatie ‘Schoon Schip’ maar eens even te starten. Om te zorgen binnen het vermogen natuurlijk, dat als er bij projecten, waar de toenmalige gedeputeerde Hooijmaijers bij betrokken is geweest, zaken niet bekend zijn die wel bekend moeten worden, dat die dan ook op tafel komen en dat de resultaten van die operatie ook aan de Staten zullen worden gepresenteerd. Dat zal een initiatief zijn van het college. De gedeputeerde Post heeft daarnaast zojuist iets gezegd over risicoreductie. Het college is op zichzelf ook bereid om informatie over het project Distriport kwartaalsgewijs à la de rapportages die de Staten bijvoorbeeld over het huisvestingsproject of over een aantal andere projecten krijgen, die ook in de richting van de Staten te sturen, zodat een optimale betrokkenheid ook gegarandeerd is. Ik hoorde ook een aantal Statenleden zeggen, wordt het niet tijd om eens te kijken naar de vraag wat kan de provincie wel en wat kan de provincie niet. In het huidige economische gewricht zal er onvermijdelijk een discussie komen - en overigens ook niet alleen in deze provincie - en die discussie die zal in den lande gevoerd worden, over wat als het gaat om gebiedsontwikkeling de rol van de overheid is in relatie tot de rol van private partijen. Ik had eigenlijk wel de behoefte om die wat meer algemene noties nog aan de beantwoording van de gedeputeerden toe te voegen op het risico af dat de heer Brinkman de voorzitter beticht van teveel eenzijdig met de pet van GS op, maar volgens mij is dat wel een adequate reactie op wat gezegd is uit de Staten. U krijgt nog een tweede termijn.


Yurdakul Z.

Het is inderdaad een beetje lastig, u bent voorzitter en tegelijkertijd nu ook als voorzitter van GS aan het woord. Maar ik wil u toch wel iets zeggen en vragen over wat u net heeft verteld. Het is fijn dat GS ons alle opties over de toekomst, hoe het allemaal verder moet, inclusief hoe risicobeheersing zal plaatsvinden, laat toekomen na de zomer. Fijn, maar er blijft nog een ander thema en dat is wat is de rol van GS geweest in de besluitvorming, in de periode hiervoor, los van andere projecten waar ex-gedeputeerde Hooijmaijers bij betrokken is. Het loopt nu allemaal door elkaar, maar wij willen weten wat de rol is geweest van GS en de afzonderlijke leden daarvan op dit dossier voor het genomen besluit. Mijn vraag is: zit dit ook in uw achterhoofd om dat mee te nemen in het uitwerken van het plan wat wij na de zomer gaan zien en meemaken?


Remkes J.W.

Wij moeten volgens mij twee dingen scherp uit elkaar halen, dat is de discussie hoe het verder gaat met Distriport, dat is de ene discussie. Daarover hebben de gedeputeerden net het een en ander gezegd. Even uit elkaar halen, van zeg maar die operatie Schoon Schip waar ik het net over had, want dat zijn twee onderscheiden dingen en die moeten wij vooral niet met elkaar vermengen. Ik wou nu even met u praten hoe wij verder gaan, want er is vanzelfsprekend nog een tweede termijn, ik hoop wel dat de interrupties ertoe bijdragen dat die tweede termijn zo kort mogelijk is, en wij hebben de barbecue. Nou zou mij er een lief ding aan gelegen zijn dat de tweede termijn - maar u moet dat zeggen - nu direct aansluitend plaatsvindt. Ik zie geknik. Kunt u mij toezeggen, want ik snap de gedeputeerden ook wel, dat u het kort houdt? Dat afscheid nemen wij, maar dat kost niet zoveel tijd. Excuus, maar mevrouw Klomp begrijpt precies wat ik bedoel. Als u dat vindt, dan gaan wij de tweede termijn nu direct aansluitend doen en is het woord aan de heer Brinkman.


Tweede termijn


Brinkman H.

Voorzitter. Ik ga die twee zaken, namelijk aan de ene kant Distriport en aan de andere kant uw aangekondigd operatie Schoon Schip helder en duidelijk uit elkaar halen. Want ik zal u heel eerlijk vertellen, ik heb ze nog nooit wat dat betreft zo bont gezien. Ik vind het onvoorstelbaar dat het bestuur met droge ogen loopt te beweren dat die meer dan drie jaar niet van de inhoud van de side letter wist, terwijl die side letter onder zijn ogen ondertekend werd door een gedeputeerde, waar al sinds een paar jaar vraagtekens bij stonden. Die zelfs onderzoek is van corruptie. Met alle respect, dat vind ik, ook al had hij het niet gezien, een bestuurder onwaardig. En die onwaardigheid die heeft gedeputeerde Bond mij andermaal ook vanavond laten zien. Hij heeft dat laten zien door aan te geven dat, op het moment dat een bestuurder kennelijk toch zijn mandaat te buiten gaat, hij daar op dat moment niet optreedt. En voorzitter, in deze tijd van crisis, in deze tijd van transparantie hebben wij dat soort bestuurders niet nodig. Ik vind het onverteerbaar dat 10 oktober 2010, 10-10-10, de datum was waarop de heer Bond schoon schip had kunnen maken. En hij heeft er duidelijk en helder voor gekozen dat niet te doen. Hij heeft ervoor gekozen op de oude weg verder te gaan en heel eerlijk gezegd, ik hoor af en toe wat woorden van spijt, maar het heeft allemaal niet veel waarde. Het Distriport gebeuren is wat mij betreft, helder en duidelijk en ook voor mijn fractie.

Derhalve de volgende motie van wantrouwen.

M16-6
Motie van wantrouwen

Provinciale Staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen op 11 juli 2011 te Haarlem ter behandeling van de Statenvoordracht Distriport

Constaterende dat:
- Gedeputeerde Bond in 2007 aanwezig was bij de ondertekening van een geheime side letter door de voormalig gedeputeerde Hooijmaijers en dat GS tot vorige week deze geheime side letter niet openbaar heeft gemaakt aan PS;
- Reeds in januari 2011 de bestuursrechter van de Raad van State had uitgesproken dat deze geheime side letter openbaar moest worden gemaakt;
- Gedeputeerde Bond nimmer op eigen initiatief een aanzet heeft gegeven tot het openbaar maken van deze geheime sideletter.

Van mening dat door deze handelwijze de controlerende taak van PS ernstig is belemmerd.
Spreken uit geen vertrouwen meer te hebben in gedeputeerde Bond

en gaan over tot de orde van de dag.
Fractie PVV, 50-plus, ONH


Remkes J.W.

De motie maakt onderdeel uit van de beraadslagingen.


Brinkman H.

Voorzitter, wat betreft uw aangekondigde operatie. Ik herken natuurlijk deze strategie wel. Het is de bedoeling om te proberen om in ieder geval sommige gedeputeerden - en in dit geval ongetwijfeld ook de gedeputeerde Bond - een beetje uit de wind te houden. Natuurlijk moet die operatie Schoon Schip er komen. Als u hem niet had bedacht, dan waren PS er wel mee gekomen, want natuurlijk zijn wij hier met zijn allen ontzettend bang dat er toch nog ergens ineens plotseling een side letter uit het dossier komt rollen, zoals dat bij dit dossier ook is gebeurd.


Remkes J.W.

Het kan ook wat anders zijn, hoor.


Brinkman H.

Ja, maar ja, in ieder geval laten wij voorop stellen dat het iets geheims is geweest wat wij in ieder geval nog niet wisten, hoe je het ook noemen wilt. Laten wij dan in ieder geval afspreken dat wat wij ook gaan doen met uw operatie, dat u PS zo spoedig mogelijk inhoudelijk met uw plannen op de hoogte brengt van die operatie en dat alles wat uit het verleden heeft gespeeld en boven water komt, alles maar dan ook echt alles openbaar is en niets geheim gehouden wordt en niets aan het zicht onttrokken wordt. Ik hoop dat wij in ieder geval die afspraak kunnen maken.


Wellink D.C.J.M.

Voorzitter, ik heb een paar opmerkingen, een paar vragen. Om met die operatie Schoon Schip te beginnen, waarover u zelf begon. Er komt dus een operatie Schoon Schip, maar ik wil u erop wijzen, voorzitter en Staten, dat het u bekend is dat bij de overdracht van het oude college naar het nieuwe college er een quick scan is verricht, ik denk mede naar aanleiding van vragen die door onze partij zijn gesteld, om alles te onderzoeken met betrekking tot de handel en wandel van de plannen waar de heer Hooijmaijers ooit bij betrokken is geweest. Er is dus al een quick scan geweest en er is ons verzekerd dat er niks meer zit. Wil dat dus zeggen dat de quick scan niet volledig is geweest? Klopt het? Dat wil ik van u weten. En dan is er de vraag, met zo’n quick scan duikt u de archieven in, u hebt zelf gezegd dat het erg moeilijk is geweest om deze lijst die wij gekregen hebben en die ontzettend veel tijd heeft gekost van de ambtenaren en anderen die er aan gewerkt hebben, en om informatie naar boven te krijgen. Is het misschien zo dat u alle informatie bij de overdracht heeft gekregen? Zijn er misschien mailtjes gewist of hoe dan ook, kunt u daar nog iets over zeggen, zodat dat beeld ook bij ons completer wordt. Dan nog een andere vraag of een constatering. Ik constateer dat door de heer Bond geen enkele knieval is gedaan, het is wel uitgelegd, misschien een klein knikje richting de ONH is er gedaan, maar ik wil toch zeggen dat een lid van het college niet alleen verantwoordelijk is voor zaken waar hij zijn handtekening onder zet, maar dat hij in feite verantwoordelijk is voor wat GS in het geheel doet. Dus dat constateer ik. PS en dat is mij ook nog een beetje onduidelijk, moeten de kaders stellen en dat er dus ook aan exit-regels wordt gewerkt. Dat betekent in feite dat kaders van toen of de kaders die gehanteerd zijn, eigenlijk niet compleet zijn. Wij vinden als fractie dat PS eerst eventuele kaders zouden die er zijn, moeten bijstellen of herbevestigen.


Liere A.E. van

Ik dank GS voor de beantwoording van de door ons gestelde vragen en zeker ook de gedeputeerde Bond. Hij heeft duidelijk over zijn eigen handelen gezegd dat dat op punten verkeerd was. Dat interpreteer ik wel degelijk als een knieval. Zijn positieve houding in de richting van de mede door mij ondertekende motie nummer 16-4, interpreteer ik dan ook als zijnde ‘dit was niet goed’ op de punten die genoemd zijn. Dat gaan wij niet meer doen en ik verwacht met de aanpassing die voorgesteld wordt, dan ook een ruiterlijk positief advies van dit college. In dat geval lijkt het mij helder dat er een begin gemaakt is met het herstel van vertrouwen, wat mij betreft. Ik zal in dat geval dan ook geen steun verlenen aan de motie van afkeuring of wantrouwen. Met betrekking tot amendement 16-1 denk ik dat de correcte wijze zou moeten zijn dat het presidium de opdracht gaat krijgen om aan de slag te gaan en in dat geval kan ik hem steunen, anders niet. Motie 16-1 is eigenlijk al toegezegd, maar als deze in stemming gebracht wordt, zal ik hem desalniettemin steunen. Volgens mij ben ik al helder geweest over 16-2, die zal ik niet steunen. Met betrekking tot motie 16-3 van de SP. Er staat een heel aparte passage: “Spreken hun treurnis uit dat en een afdoende beleid ontbrak om de stroom van negatieve publiciteit als gevolg van het besluit van GS te vermijden”. Dat lijkt me nou echt een hele slechte zaak. Als het college van GS namelijk slechte besluiten neemt, dan hoop ik dat dat breed uitgemeten wordt in de media, want dat is nou ook onderdeel van de controlerende taken van die media en ook van PS. Het lijkt mij helemaal niet goed dat er een uitstekend pr-beleid wordt opgezet om fouten te gaan verdoezelen. Dus deze passage heeft wat mij betreft een hele vreemde connotatie en om die reden zal ik hem ook niet steunen. Volgens mij is de motie van de CU/SGP, 16-5, niet specifiek gericht op het besluit van 14 juni maar in algemene zin. En als zodanig interpreteer ik hem en zal ik hem dan ook steunen. Er zijn nog wel wat vragen over, ik heb geprobeerd daar antwoord op te krijgen middels een interruptie. Dat gaat met name over dat intentionele karakter van het afsprakenkader. Wanneer realiseerde de gedeputeerde zich nou, dit is meer dan intentioneel? Hij antwoordde daarop, ja, het is vervolgens omgezet in een borgovereenkomst. De conclusie die dat bij mij naar boven brengt, is in feite dat ik mij dat helemaal niet realiseerde tijdens die behandeling en de onderhandelingen. Dat kwam eigenlijk pas naar boven op het moment dat die side letter naar boven komt. Dat is de indruk die ik daar gekregen heb. Dus dat zou ik dan nog even helder willen hebben, is die beleving correct? Er zijn nog wel twijfels overgebleven, voorzitter, een nader onderzoek lijkt mij dan ook verstandig en wij zullen zien hoe dat verder vorm zal krijgen.


Remkes J.W.

Ik houd nu even dezelfde volgorde aan als in eerste termijn.


Lange C.A. de

Voorzitter, dank ook aan de gedeputeerden voor hun antwoorden, maar daar houdt mijn dank toch wel op, omdat ik toch vind dat de antwoorden wat mij betreft onvoldoende zijn. Ik heb niet het gevoel gekregen na een zeer lange en zeer slopende discussie vandaag, dat wij wellicht over drie maanden niet weer voor iets dergelijks staan. En daarin ben ik gesterkt door datgene wat de CdK zei, namelijk dat het toch wel eens zo zou kunnen zijn dat er wat voor dingen ook, boven tafel komen die opnieuw de provincie in diskrediet brengen. Zijn voornemen om schoon schip te maken deel ik uiteraard. Het is altijd beter ten halve te keren dan ten hele te dwalen, maar ik heb in mijn bijdrage tot twee keer toe gezegd dat het mij buitengewoon verbaast dat op het moment dat de handel en wandel van gedeputeerde Hooijmaijers duidelijk is, dat op dat moment niet de beslissing genomen wordt om al die projecten waar deze man bij betrokken is geweest, tegen het licht te houden en uit te zoeken wat daarmee aan de hand was. Dat lijkt mij eigenlijk een dusdanige open deur dat ik uiteraard het voornemen van u steun, maar ik het uiteraard ook veel te laat vind. Maar nogmaals: beter laat dan nooit. Dan is er een ander punt dat wellicht van belang is. Ik denk dat er inderdaad onderzoek moet komen naar de toedracht van diverse zaken. Ik denk ook dat bij dat onderzoek de mogelijkheid moet bestaan dat de mensen die betrokken zijn, onder ede gehoord worden. Mijn voorstel zou zijn, en daar moet maar eens over gedacht worden, om daar de Rijksrecherche voor in te schakelen.


Leever J.H.

Voorzitter. Ik kom in eerste instantie even terug op de motie die een aanpassing behoefde en daar wil ik in de derde alinea dus bij zetten dat “hoewel dit in januari 2011 werd hersteld” en dat heeft dan betrekking op de zin over het feit dat gedeputeerde Bond en Driessen buiten hun mandaat nadere afspraken maakten in Distriport. Dus dat is die aanvulling zoals ik die bij deze doe.


Remkes J.W.

De tweede suggestie was, als ik mij dat goed herinner, om “van mening dat in 2007 verkeerd heeft gehandeld”.


Leever J.H.

Mag ik even een pen?


Remkes J.W.

Dank u wel, dan is de motie gewijzigd ingediend. Het eerste exemplaar is ingetrokken en maakt onderdeel uit van de beraadslaging.


Leever J.H.

Voorzitter, verder ben ik u erkentelijk om de uitspraak die u doet van schoon schip maken. Ik weet zelf wat dat inhoudt als ik na afloop van schoon schip altijd de inspectie moest doen en ik houd u daar ook aan om na dat u schoon schip gemaakt heeft, mijn witte handschoenen aan te trekken en de inspectie door PS als zodanig nog in vervulling te laten gaan.


Kardol J.A.

Voorzitter. Gedeputeerde Bond, bedankt voor de antwoorden, die zijn zeker acceptabel voor mijn partij, de CU/SGP. Ook wat betreft schoon schip, dat is zeker nodig. Blijft natuurlijk de vraag hoe de provincie in de toekomst omgaat met PPS-constructies, met gebiedsontwikkeling in het algemeen. Daar is een algemene opmerking over gemaakt door de CdK. Ik zou graag een betere toezegging of in ieder geval een definitieve toezegging hebben om op kortere termijn daar concreter mee om te gaan in discussie met de Staten. Wij moeten daar helderheid over hebben en dat moet niet al te lang duren. Dus wat dat betreft, voordat wij met een motie komen, zal een toezegging daarvoor van de gedeputeerde voor CU/SGP acceptabel zijn. Ik denk dat belangrijk is, ik heb daarvan gezegd dat het zo niet verder kan. Ten aanzien van de kennis van de contractpartners, ik denk toch echt dat het beter kan. Als je met iemand gaat onderhandelen, dan moet je daar helderheid over hebben en daar is echt beter onderzoek mogelijk dan u aanduidde. Nog even een aanmerking op wat de heer Yurdakul van D66 zei. CU/SGP heeft steeds tegengestemd, is tegen geweest. Hij zei dat niet zo concreet, maar dat ik wil ik dan toch even gezegd hebben. Dan als laatste, wij hebben een motie ingediend en ik wil die een heel klein beetje wijzigen. In het tweede besluit waar staat “hun treurnis uit te spreken over het gevoerde beleid” wil ik de woorden “het gevoerde” veranderen door “slordig”, dus hun treurnis uit te spreken over slordig beleid door GS rond Distriport.


Leeuwen T.E.M. van

In mijn eerste termijn kondigde ik een motie en een amendement aan, afhankelijk van de antwoorden van GS. Het amendement zou gaan over een werkzame exit-strategie rond Distriport voor de toekomst. Ik heb begrepen van de heer Van Run dat dat nu wel wordt toegevoegd aan het gebeuren en zal dat amendement daarom niet indienen. Ik ga ervan uit dat dat dan ook gebeurt. De motie zal gaan over onderzoek dat toch gewenst is om de onderste steen boven te krijgen bij het hele gebeuren rond Distriport, omdat wij toch nog wel vraagtekens hebben bij deze beantwoording en omdat wij daar ook, gelet op allerlei andere zaken die mogelijk spelen of gaan spelen, wel lessen uit willen trekken.

Daarom willen wij toch nog een motie indienen.

M 16-7
Distriport

Provinciale Staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen op 11 juli 2011.

Kennis genomen hebbende van de discussie rondom Distriport en van het verweer van de gedeputeerden tijdens deze vergadering.

Constaterende dat de bijdrage van de GS de twijfels over haar rol niet geheel wegneemt.

Dragen het presidium op een extern onderzoek in te stellen naar de totstandkoming en het
ontbinden van de overeenkomst Distriport

en gaan over tot de orde van de dag.
Fractie GL, PvdD


Remkes J.W.

De motie maakt onderdeel uit van onze beraadslagingen.


Loggen C.J.

Dank voor het antwoord van de gedeputeerden en dank voor de intenties, die zij uitspreken en de toezeggingen die zij hebben gedaan, die stemmen in ieder geval hoopvol voor de nabije toekomst en de verdere toekomst. Voorts ondersteunt de VVD-fractie operatie Schoon Schip. Wij denken dat het verstandig is om daar openheid van zaken, voor zover die er nog niet zou zijn, in ieder geval te geven. Dan resteer nog een paar vraagpunten en wellicht retorisch, maar zij spelen toch nog bij ons in gedachten. Hebben betrokkenen ter kwader trouw gehandeld? Vanuit het handelen van de betrokken bestuurders hebben wij dat tenminste niet kunnen opmaken. Wel kunnen wij constateren dat alle documenten en aanvullende voorstellen van private partijen in het nadeel van de provincie zijn en waren. Is er gehandeld vanuit winstbejag? Ook hier duidt dat niet op het handelen van de provincie. Uit de schriftelijke en mondelinge informatie kun je wel concluderen dat de private partijen baat hebben bij vertraging van het proces en het handelen tegen de afspraken in. Hebben wij alle informatie boven tafel? U weet dat niet en wij weten dat ook niet. Wel weten wij dat wij een helder en duidelijk uitgebreid overzicht hebben gekregen van de informatie, die tot op dit moment bekend is. Het is een lastig dossier met veel valkuilen. De betrokken bestuurders hebben ons inziens binnen hun vermogen hun best gedaan in het belang van de provincie. De dagvaarding en de rechtszaak later dit jaar zullen dan ook, zoals ik al in eerste termijn zei, de proof of de pudding zijn. Dan blijft er bij ons ook een vraag hangen. Hebben wij GS destijds niet met een te zware opdracht op pad gestuurd? Rekening houdend met een lange looptijd van dit project en de veranderende macro-economische omstandigheden. Hadden wij dan geen veiligheidsventiel op de afspraken moeten zetten? Ik kom hierop naar aanleiding van de motie 8-32, ingediend op 25 oktober 2004, waarin een aantal zware opgaven opgesomd staan waarvan je in redelijkheid kunt afvragen of je deze in dit tijdsgewricht nog wel zou stellen. Ik meen te moeten vaststellen dat ook de heer Wellink in eerste termijn daar even aan raakte toen hij deze motie ook aanriep. Waren de opdrachten in deze motie redelijkerwijs uitvoerbaar en hoe reageerde de private partijen hierop? Zou met dit in het achterhoofd, de materie beter te begrijpen zijn? Wij concluderen dat het college kennis heeft genomen van de side letter op 10.10.10. De inhoud van de side letter is verwerkt in de borgstellingovereenkomst en aangenomen door de Staten. Wel kun je zeggen dat GS alerter hadden moeten omgaan met deze procedure. Kwalificaties hierover laten wij nog even voor ons. Wel sluiten wij aan bij hetgeen de voorzitter heeft gezegd over de kwaliteit van deze besluitvorming. Wij dienen lering te trekken uit hetgeen gebeurd is richting de toekomst. De elementen van de PVV- motie, en dan heb ik het over motie 16-2.


Remkes J.W.

De heer Leever wil u over het voorgaande nog een vraag stellen.


Leever J.H.

Ik wou graag een vraag stellen aan de heer Loggen. Ik had zo straks begrepen van het relaas van de heer Bond dat GS niet op 10.10.10 zijn geïnformeerd, maar op 11.10.10. Is dit correct?


Loggen C.J.

Ik heb begrepen dat op 9.10.10 het in de staf van de heer Bond behandeld is en dat hij dit direct in de GS van 10.10.10 heeft medegedeeld.


Bond J.H.M.

Ik heb inmiddels vlak voor de sluiting van de eerste beantwoording, de eerste termijn van GS gemeld dat dat een maandag en een dinsdag was en dat die data in eerste instantie niet klopten, want 10.10 was een zaterdag.


Loggen C.J.

In ieder geval concluderen wij dat - en dan laat ik even de data weg - de heer Bond het in zijn staf heeft behandeld en vervolgens direct daags daarna het in GS heeft gebracht. Vooral dienen wij lering te trekken uit hetgeen gebeurd is richting de toekomst. Elementen van de PVV-motie en dan heb ik het over motie 16-2, pleiten voor een vaste procedure voor hoe je omgaat na een WOB-verzoek en zeker als daar de rechter aan te pas is gekomen. GS hebben aangegeven dat zij zo’n procedure zullen gaan hanteren en dat maakt het dat de motie overbodig is geworden en wij kunnen de procedure natuurlijk in beginsel ondersteunen. Daarnaast zouden wij ook moeten gaan nadenken over hoe om te gaan met projecten, die een zware financiële druk kennen en die voortgekomen zijn of veroorzaakt worden door moties van de Staten. Wij zouden het verstandig vinden om een nieuwe visie te ontwikkelen over hoe om te gaan met PPS-constructies. Er dienen een duidelijk kader en profiel te komen voor nieuwe samenwerkingsconstructies en deze dienen door de Staten toetsbaar te zijn en duidelijk voor partijen, die zaken willen doen met de provincie als zij in een dergelijke samenwerking willen stappen. Tevens dient die ook toekomstbestendig te zijn. Bestendig in veranderende macro-economische omstandigheden. Nu wij dit dossier nog niet helemaal politiek kunnen duiden, zijn voor mijn fractie de moties die gaan over treurnis, afkeuring of wantrouwen,niet aan de orde. Het dossier Distriport zal nog niet worden gesloten en wij zullen kritisch en nauwlettend de ontwikkelingen volgen. Dat maakt ook dat wij ons finale politieke oordeel vooralsnog opschorten en dat betekent dat wij ons vooralsnog kunnen vinden in de voorstellen en antwoorden van GS.


Uijl X.J. den

Voorzitter, vorige week in de fractie van de PvdA was onze conclusie dat de heer Bond een goed verhaal moest hebben over de side letter, wilden wij daar in mee kunnen gaan. Onze constatering is dat de heer Bond een goed verhaal had. Zijn betoog over de side letter heeft ons de bevestiging gegeven van wat in de schriftelijke stukken stond over wat de heer Bond verklaard heeft over zijn kennis van de side letter. Wij hebben ook met instemming kennis genomen van het feit dat hij aangegeven heeft achteraf spijt te hebben van het feit dat op het moment dat hij wel kennis droeg van de sideletter, hij deze niet gelijk doorgestuurd heeft naar de Staten. Inmiddels heeft het college ook in de commissie WEB en ook hier nogmaals bevestigd dat het beleid is aangepast, in die zin dat als op grond van de Wob de provincie verplicht wordt tot openbaarmaking, ook de Staten dan wel commissie per ommegaand daarover worden geïnformeerd. Dat maakt wat ons betreft motie 6-1 overbodig. Hoe nu verder? De heer Van Run heeft aangekondigd dat de zomer wordt gebruikt om alle verschillende constructies, mogelijkheden, opties ten aan zien van Distriport helder te maken, zodat de Staten daar na de zomer verder over kunnen spreken. Voor zover daar dingen nog niet helder zijn, dan gaan wij ervan uit dat ze wel helder worden. Wat ons betreft hoort daar ook wel een iets bredere discussie bij over de vraag hoe wij nou als provincie verder gaan met PPS-constructies, want wij hebben nu een paar keer, mede als gevolg van de financiële crisis, een forse tik op de neus gekregen, maar het zou toch wel heel verstandig als wij daarover een wat breder debat zouden voeren in de Staten en een wat helderder lijn zouden voeren naar de toekomst toe, want dit heeft ons genoeg gekost. Dan de actie Schoon Schip, zoals die door de commissaris is aangekondigd. Dat sluit aan bij datgene waar wij ook om gevraagd hebben in eerste termijn. Wij willen helderheid, de onderste steen boven over de vraag of er nou nog andere dingen zijn waarvan wij achteraf moeten zeggen, dat had zo niet gemogen, dat had zo niet gekund, had zo niet moeten gaan. Wij realiseren ons goed dat er ook rechercheonderzoeken lopen en wij zien dus ook de mogelijkheid dat dingen door elkaar heen gaan lopen, maar ik heb in eerste termijn gezegd dat wij niet kunnen blijven wachten op de sterke arm der wet, maar dat wij ook vanuit ons eigen functioneren als PS gewoon helderheid moeten hebben over of er nog dingen liggen waar wij met elkaar een debat over zouden moeten voeren. Met veel belangstelling wachten wij af waar GS in deze precies mee komt, maar de onderste steen moet boven. Tenslotte voorzitter, weten wij nou alles? Het antwoord daarop is nee, want anders zouden er niet een aantal nadere onderzoeken en trajecten lopen. Weten wij op dit moment voldoende om tot een oordeel te kunnen komen over waar wij nu staan, in de wetenschap dat over Distriport de komende tijd nog het nodige gezegd zal worden. Wat ons betreft vinden wij belangrijk om zaken in samenhang te zien, dus niet alleen maar Distriport te onderzoeken. Wij denken dat wij hierover inmiddels een hoop weten, maar wij sluiten niet uit dat wij op Distriport in samenhang met andere zaken, nog een keer terug moeten komen. Dus als wij gaan onderzoeken, dan liever wat breder en dan liever op een later moment. Dus op dit moment hebben wij geen behoefte aan een extern onderzoek, maar wij sluiten helemaal niet uit dat dat in een volgende fase nodig is, maar dat zal wat ons betreft beter zijn dan Distriport. Samenvattend, wij hebben geen behoefte aan moties van treurnis, afkeuring en zeker ook niet van wantrouwen. Daar vinden wij geen aanleiding voor. Wij vinden het wel buitengemeen goed dat deze zaken zo in dit debat op tafel zijn gekomen. Wij realiseren ons heel goed dat wij niet aan het eind van de rit zijn gekomen, maar misschien nog pas ergens in het begin, dan wel middenin, maar voor dit moment is dit ook wat ons betreft afdoende.


Remkes J.W.



Liere A.E. van

Ik had nog een vraag aan u, het gaat over de motie 16-4. Ik proef eigenlijk een positieve houding bij het college ten opzichte van die motie. Er staat inderdaad motie van treurnis onder, maar ik denk dat wij toch wel met zijn allen kunnen concluderen dat er ook wel treurige dingen zijn gebeurd. Zegt u dan, ik ga in geen geval zo’n motie steunen, want daar staat motie van treurnis onder? Dat zou jammer zijn.


Uijl X.J. den

Het betreft twee dingen ten aanzien van die motie. Op de eerste plaats heeft onze fractie op dit moment geen behoefte aan een motie van treurnis. Het tweede is en ik snap de goede bedoeling daarvan, maar “Draagt het college van GS op alleen te handelen binnen hun mandaat en PS volledig en correct te informeren”. Dit zijn open deuren, het is erg genoeg dat wij hier hebben moeten constateren dat dat niet gebeurd is maar ik ga geen motie voorstellen om dit aan te nemen alsof dat een feit is wat je moet vaststellen. Degene die dit achterwege laat, moet daar politiek mee geconfronteerd worden, zoals wij in feite vandaag ook doen. Dat maakt dit dus een overbodige motie.


Yurdakul Z.

Voorzitter. Dank aan GS voor de antwoorden op onze vragen en andere vragen. Inhoudelijk, de lijn die wordt uitgezet, kunnen wij goed volgen. Wij kunnen ook volgen dat de risicobeheersing bij toekomstige ontwikkelingen met verschillende opties en mogelijkheden bij het onderzoek en plan wordt betrokken. Dank daarvoor. Wij zijn het ook eens met operatieSchoon Schip. Wie wil geen schoon schip zou je zeggen, dus wat betreft heeft dat ook onze steun. Maar wij willen wel dat dat breder wordt gezien dan alleen maar projecten waar ex-gedeputeerde Hooijmaijers bij betrokken is geweest. Wij hebben recentelijk nog een heel debacle rond de jeugdzorg meegemaakt. Ook daar was sprake van onvoldoende goede informatie richting PS. Wij waren ook bezig een schip te besturen zonder kompas. Ik weet niet of dat schip schoon was, eerlijk gezegd. Verder als het gaat om de rol die GS hebben gespeeld bij het dossier Distriport en vooral als het gaat om de informatievoorziening naar PS toe, dan vinden wij dat dat nog steeds bijzondere aandacht verdient. Het moet niet zo zijn dat wij nu zeggen, wij hebben daarover gesproken en het is af en wij beschouwen het als afgerond. Dat zal de werkelijkheid niet ten goede komen, dus wij willen dat bij Schoon Schip ook dit onderwerp wordt betrokken, de informatievoorziening dus en de manier waarop GS zijn omgegaan met PS in deze. Verder zijn er heel wat moties en amendementen ingediend. Wij vinden het heel erg vroeg om nu conclusies te trekken, want er gaat een plan komen, er komen dus diverse andere zaken ook nog aan de orde. Wij willen dat eerst afwachten, voordat wij ons oordeel gaan vellen over het functioneren van GS of over of het project al dan niet ten onrechte is teruggehaald bij de particuliere partners, waar wij mee samenwerken.


Remkes J.W.



Yurdakul Z.

Tot slot, de motie van de ONH kunnen wij op dit moment niet steunen, omdat wij ook daar te weinig informatie over hebben, maar dat betekent niet dat wij ooit als wij de informatie hebben, een andere mening toegedaan zijn. Dus wij wachten rustig de studies af.


Broekhoven C.

Voorzitter, ik durf bijna niet meer, want als laatste spreker en iedereen heeft haast en ik zie dat ik ook geen spreektijd meer heb. Ik ga beginnen met mij conformeren aan de woorden gesproken door de VVD en de PvdA. Die dingen die daar gezegd zijn, die had ik eigenlijk ook wel kunnen zeggen of willen zeggen. Die ga ik niet herhalen. Ik wil toch nog wel een opmerking maken naar de heer Brinkman, over 2007. Even proberen alles in de juiste context te brengen, dat is wel verstandig denk ik om dat te doen. Toen zei u, Hooijmaijers met die reputatie, ja Bond, als je daarnaast zit, dan moet je toch je knopen tellen, zo ongeveer. Maar in 2007 - en dat wil ik toch opgemerkt hebben - stond de reputatie van Hooijmaijers niet ter discussie. Dat moeten wij wel voor ogen houden. Het is wel het moment 2007, dat de side letter getekend is en op dat moment stond de reputatie van Hooijmaijers niet ter discussie. Het tweede punt is dat ik het college wil bedanken voor de gesproken woorden en ik vind ook dat Jaap Bond op het moment dat hij zegt, op 11 oktober staf en 12 oktober in GS heb ik het gemeld, hij spijt betuigt. Hij zegt, ik heb er spijt van, ik had het moeten doen. Nou, er is door iemand van de PvdD gezegd, een knieval, en ik denk ook dat hij hiermee tot uitdrukking brengt, ik heb het in eerste termijn ook al gezegd en wat ik toen probeerde te zeggen vanuit mijn hart, maar dat heeft hij nou zelf ook gedaan. Het tweede en derde punt is, wij steunen die operatie Schoon Schip. Goede zaak denk ik en wij gaan met elkaar proberen om er weer wat van te maken en daarvoor krijgt u in ieder geval de steun van het CDA.


Remkes J.W.



Bond J.H.M.

Er is maar een vraaggesteld door de heer van Liere van de PvdD. De intentionele afspraken zitten in het afsprakenkader en dat is in uw bezit. De intentionele afspraken waar de heer Van Liere om vroeg in zijn tweede termijn, zijn vastgelegd in het afsprakenkader en dat was de basis voor het uitwerken van de borgovereenkomst.


Remkes J.W.

Gedeputeerde Van Run nog behoefte? Ik zie nee, en volgens mij zijn er ook geen nadere vragen gesteld aan gedeputeerde Talsma. Over Muiden nog of anderszins?


Talsma T.

Voorzitter, er zijn opmerkingen gemaakt over gebiedsontwikkeling en PPS-constructies en ik wil daar graag, en daar is ook naar gevraagd, met de commissie en andere belangstellenden nog eens een goede discussie over hebben, want ik neem aan dat het u ook niet ontgaan is dat de tijden veranderd zijn en zeker met de periode 2007. Er is sprake van stagnatie en in het spel tussen Staten of provincie en ontwikkelaars en klanten, bewoners, dat is een generatie van mensen die ook graag wil wonen, in dat spel, dat driehoekspel, is er veel veranderd de afgelopen jaren en ik denk dat wij goed met elkaar moeten overleggen dat wij gaan kijken hoe wij dat toch in gang kunnen houden, want stagnatie is voor alle drie partijen niet goed. Of je nou in GS zit of PS, ik denk dat wij daar elkaar moeten vinden om te zorgen dat ook in de toekomst verdere ontwikkelingen mogelijk zijn. Voor wat betreft de PPS-constructies, ik denk dat wij daar nog eens een keer goed naar moeten kijken. In de Bloemendalerpolder althans, dat is dan zo’n beetje het eerste grote project wat er binnenkort zit aan te komen om er met elkaar over te discussiëren, is geen sprake van PPS en dat vind ik eigenlijk wel prettig zo.


Remkes J.W.

Gedeputeerde Post geen behoefte meer? Er zijn twee vragen aan mij gesteld. De heer Brinkman vraagt openbaar, als vertrekpunt volstrekt openbaar, want een schoon schip moet je kunnen laten zien. De heer Wellink heeft gevraagd naar de quick scan. Wat er aan de orde is, is dat er naar twee projecten onderzoek geweest is. Dat is het project Wieringerrandmeer en de Bloemendalerpolder. Op dat onderzoek doelde ik namelijk, dat zal binnenkort totaal worden afgerond en dat zal aan de Staten worden gestuurd, maar kennelijk heb ik u niet goed begrepen.


Wellink D.C.J.M.

Wij hebben ooit eens een keer vragen gesteld toen er problemen dreigden met het Wieringerrandmeer. Toen hebben wij dat heel voorzichtig geformuleerd, om alle projecten, waar destijds door de heer Hooijmaijers - die nou een beetje de kop van Jut wordt in alles - waar de heer Hooijmaijers bij betrokken is, nog eens even te scannen. Zitten er nog lijken in de kast? Dat onderzoek en dat ging over alle projecten, niet alleen het Wieringerrandmeer.


Remkes J.W.

Ik moet die toezegging even terughalen, maar volgens mij spitste zich dat toe.


Wellink D.C.J.M.

Op alle projecten en ons is verzekerd dat er geen lijken meer zijn. Het was vanuit, zijn er nog lijken die uit de kast kunnen komen?


Remkes J.W.

En dan zeg ik u toe, want dit heeft zich waarschijnlijk voltrokken voordat ik hier fysiek aanwezig was, dat ik dat verhaal natuurlijk nog even goed zal nalezen, wat toen allemaal wel en niet is gezegd en geschreven. En de heer Yurdakul die zei, moet het nog allemaal niet veel breder? Daar ben ik buitengewoon aarzelend in, want ik weet een ding wel, dat als je dat bij wijze van spreken provinciebreed gaat doen, dan ben je in de tijd helemaal weg. Als u de behoefte hebt om dat type discussies te voeren, dan zou ik dat gewoon voeren op het moment dat dat onderwerp zich aandient. Op het moment dat wij dit onderwerp breed gaan behandelen, dan gaan wij ook schieten met hagel en dat is volgens mij nooit de beste manier om te schieten.


Yurdakul Z.

Ik wil twee opmerkingen maken. Ik denk dat schoon schip of schoon is of vuil en niet ergens halverwege. Dus als u zegt, wij gaan sommige dingen wel doorlichten, andere dingen niet, dan is dat wat mij betreft nu al geen schoon schip. Dus wat dat betreft sturen wij er wel op aan om het breder te trekken en dus ook deze onderwerpen, Distriport en de rol van GS als het gaat om informatievoorziening, zouden daarbij betrokken kunnen worden.


Remkes J.W.

Ik heb het in eerste instantie zo geformuleerd: projecten uit de periode 2005-2009, toegespitst op die projecten waar de heer Hooijmaijers met name bij betrokken is geweest. Of er daarna nog iets moet komen, dat zien wij dan wel, laten wij ook een beetje pragmatisch zijn.

Ik zou met uw welnemen over willen gaan tot de stemming. Wij beginnen met de stemming over het amendement A16-1. Bestaat er behoefte aan een stemverklaring? Geen behoefte? Mag ik de voorstemmers vragen hun vinger op te steken? Dat zijn de fracties van de SP, ONH, PvdD, CU-SGP en 50-plus. De overige leden stemmen tegen, zodat het amendement is verworpen.

Dan motie 16-1. Bestaat de behoefte tot het afleggen van een stemverklaring? Geen stemverklaringen? Mag ik de voorstanders vragen hun vinger op te steken? Dat zijn de fracties van GL, SP, PVV, CU-SGP, 50plus, PvdD en de ONH. De overige leden stemmen tegen, dan is de motie verworpen.

M16-2. Behoefte aan een stemverklaring? Zo niet, mag ik de voorstanders vragen hun vinger op te steken? Fracties van de PVV, SP, 50-plus en ONH. De overige leden tegen, dan is de motie verworpen.

M16-3. Behoefte aan stemverklaringen? Zo niet, mag ik de leden die voor zijn, vragen hun vinger op te steken? Fracties van de SP, PVV, 50-plus en ONH. De overige leden tegen, de motie is verworpen.

M16-4 is gewijzigd onder hoofdstukje “Constaterende” is toegevoegd achter het tweede gedachtestreepje: “Hoewel dit in januari 2011 werd hersteld “ en “achten van mening dat”, invoegen “in 2007”. Mag ik de voorstanders vragen? Dat zijn de fracties van GL, PVV, SP, CU-SGP, 50-plus, PvdD en de fractie ONH. De overige leden tegen, de motie is verworpen.

Dan M16-5 is ook gewijzigd. In de tweede regel van onder wordt het “gevoerde” gewijzigd in “slordige”. Mag ik de voorstanders vragen hun vingers op te steken? Fracties van GL, PVV, SP, CU-SGP, 50-plus, PvdD en de ONH. De overige leden tegen, dus de motie is verworpen.

Dan M16-6, de motie van wantrouwen. Mag ik vragen of er behoefte bestaat aan een stemverklaring?


Wellink D.C.J.M.

Wij zijn als fractie voor een actieve informatieplicht, dat dat nadrukkelijk plaatsvindt en wij blijven vinden dat de heer Bond hierin gebreke is gebleven en om die reden zullen wij deze motie steunen.


Remkes J.W.

Behoefte aan andere stemverklaringen? Zo niet, dan vraag ik de voorstanders hun vinger op te steken. De fracties van PVV, SP, 50-plus en de ONH. De overige leden tegen, de motie is verworpen.

Dan M16-7, behoefte aan een stemverklaring? Zo dat niet het geval is, mag ik de voorstanders vragen hun vinger op te steken? De fracties van GL, SP, CU-SGP, 50-plus, PvdD en ONH voor. De overige leden tegen, zodat de motie is verworpen. Dan de voordracht. Bestaat er behoefte aan een stemverklaring over de voordracht?


Liere A.E. van

Voorzitter, ik hoor regelmatig dat overbodige moties net zo goed tegen gestemd kunnen worden. Wat mij betreft is de voordracht zodanig logisch, dat verwacht ik minimaal van een college zonder enige voordracht. Dus ik zal om die reden, een overbodige voordracht, tegen stemmen.


Remkes J.W.

Behoefte aan andere stemverklaringen?


Wellink D.C.J.M.

Wij hebben tot uitdrukking gebracht dat wij voor alles gaan voor de erkenning van de kaderstelling door de kaderstellende rol in alles en nog wat vanaf het begin door PS en wij vinden deze voordracht daarin onvoldoende en wij zullen dus tegen deze voordracht stemmen.


Remkes J.W.

Mag ik de tegenstemmers vragen hun vinger op te steken? De fracties van PVV, SP, CU-SGP, 50-plus, PvdD en ONH. De overige leden voor, de voordracht is aanvaard.


16.a. Motie Vreemd aan de orde van de dag (GL)


Remkes J.W.

Mag ik de gedeputeerde vragen om daar commentaar op te geven?


Post E.

Het college ontraadt deze motie. Er staat dat er kennis genomen is van de voortdurende discussie en onduidelijkheid omtrent de aansluiting Westfrisiaweg. Die onduidelijkheid is er niet. Er is wel verschil van mening en dat verschil van mening spitst zich toe op datgene wat de bewonersgroepering wil en het contract wat wij inmiddels hebben afgesloten met dertien gemeenten, het Hoogheemraadschap en de Kamer van Koophandel. Er is geen onduidelijkheid, maar als ik het in het Engels zou moeten samenvatten, kan ik alleen maar stellen dat ‘We agree to disagree’ en dat dat het hoogst haalbare is. De uitwerking van de verschillende scenario’s laat ook geen tegenstrijdige uitkomsten zien, het verschil zit hem in de onderzoeksopdracht die Movaris heeft gekregen, die alleen is gegaan over de IC-verhouding op de Ovatonde zelf, maar waarbij geen onderzoek gedaan is naar de consequenties voor de aanliggende wegvakken en dat is nu juist waar zich de problemen voordoen. Sterker nog, met de aanleg van een Ovatonde op de plek zoals voorgesteld, vindt de terugslag plaats op de A7. Dan constateert u dat het beeld is ontstaan dat bewoners onvoldoende zijn gehoord en dat hun alternatieve plan niet afdoende is onderzocht. Ik ga hier specifiek in op de positie van mevrouw Weber, omdat zij in feite de verpersoonlijking is van de bewoners in de regio. En dan moet ik iets meer uit de doeken doen over de hoedanigheden waarin gesproken is met mevrouw Weber en haar achterban en medestanders. Wij hebben met haar gesproken, dat wil zeggen het projectbureau heeft met haar gesproken, in haar hoedanigheid van haar zelf. Er is met haar gesproken uit hoofde van haar hoedanigheid als vertegenwoordiger van de bewonersgroep Zwaagdijk 443, 441, 426, 424, 439, 422, 437, 435 en 445. De derde hoedanigheid waarin met haar gesproken is, is uit hoofde van haar rol in de klankbordgroep Hoorn/Medemblik - A7 tot Oostergouw. De vierde hoedanigheid waarmee met haar gesproken is, is als vertrouwenspersoon namens de Stichting Lidwinaschool. De vijfde hoedanigheid waarin met haar gesproken is, is als bewoner rondom de spoorbuurt in Zwaagdijk West en bewoners van Hoorn, die rondom het kruispunt Westfrisiaweg/noord wonen. De zesde hoedanigheid is haar woordvoerderschap voor de spoorbuurt gemeente Medemblik- Zwaagdijk-West. De zevende hoedanigheid is haar lidmaatschap van de klankbordgroep van de projectgroep N23 Westfrisiaweg. De achtste hoedanigheid waarmee met haar gesproken is, is als lid van de klankbordgroep projectgroep A7-Hoorn. De negende hoedanigheid waarin met haar gesproken is, is die van lid van de dorpsraad Zwaagdijk-West. De tiende hoedanigheid is als lid van de klankbordgroep A7-Markerwaard en de elfde en laatste hoedanigheid is de Vereniging Milieudefensie en klankbordgroep A7-Markerwaard. In die hoedanigheid is in de afgelopen periode sinds 2007 veertig maal met haar gesproken. Dat de bewoners onvoldoende gehoord zijn, kan dus op geen enkele wijze gestaafd worden. Dat er wantrouwen is, ben ik ook niet met u eens. Nogmaals, wij zijn het niet met elkaar eens. Om een onafhankelijk onderzoek uit te laten voeren op een voorstel dat al twee keer is onderzocht, gaat in mijn ogen echt te ver, ook omdat wij weten dat de contracten er liggen en dat ik niet bereid ben om die contracten open te breken en dat ik van oordeel ben dat de communicatie met de bewoners en zeker met mevrouw Weber zeer zorgvuldig, zeer uitgebreid en zeer frequent heeft plaatsgevonden. En daarom ontraad ik u deze motie op alle punten.


Remkes J.W.

Ik zit in de richting van de leden van de Staten te kijken. Kunnen wij hier direct over stemmen? Wenst iemand nog een stemverklaring te geven? Mag ik dan de voorstanders van de motie vragen hun vinger op te steken. Ik neem aan de fracties van GL, SP, CU-SGP, 50-plus, PvdD, ik zie de heer Leever niet. De overige leden stemmen tegen, dus de motie is verworpen.


17. Beëindiging statenlidmaatschap mw. L. Klomp (PvdA)


Remkes J.W.

Dames en heren, wij zijn aangekomen bij het laatste agendapunt van deze laatste vergadering voor het zomerreces. Als u na de zomervakantie het werk in de Staten en de commissies weer oppakt, zult u het vertrouwde gezicht van mevrouw Liesje Klomp van de PvdA moeten missen. Zij maakt dan namelijk geen deel meer uit van PS. Bij haar afscheid van de Staten wil ik nu even stilstaan. Mevrouw Klomp, tussentijds afscheid nemen als volksvertegenwoordiger is geen besluit dat je lichtvaardig neemt en voor u zal dat zeker niet anders zijn geweest, toen u voor de beslissing stond de provinciale politiek te verlaten en dus dit huis te verlaten, waarin u zich vanaf 2007 als een vis in het water hebt gevoeld. Ik heb u de afgelopen jaren ten minste leren kennen en heb dat ook van een aantal van uw collega’s begrepen, als een ambitieus en enthousiast Statenlid, voortvarend opererend en met een goed ontwikkeld politiek gevoel. U was vooral thuis op het gebied van de infrastructuur, openbaar vervoer, sociale veiligheid, jeugd en jongeren, maar als het zo uitkwam, voerde u net zo moeiteloos en betrokken het woord over andere onderwerpen, die tot het domein van de provincie behoren en dat is ook niet zo verwonderlijk. Immers u was al jong politiek actief en u hebt een goede en brede leerschool gehad bij de Jong Socialisten. Waardevolle buitenlandse ervaring op het gebied van politiek en bestuur deed u op bij de Alfred Mozesstichting, waarvoor u onder meer naar Oost-Europa trok om daar jongeren te trainen in partijvorming, verkiezingen en democratische verhoudingen, gebaseerd op het sociaaldemocratische gedachtegoed. Dit internationale aspect mevrouw Klomp, is ongetwijfeld een aanwijzing geweest voor de richting waarin u voor uw loopbaan uiteindelijk hebt gekozen, de diplomatieke dienst. U verlaat niet alleen het bestuur van deze provincie, u verlaat dit continent om in een land hier ver vandaan de draad van de publieke dienst weer op te pakken. Op de Nederlandse ambassade in Buenos Aires gaat u als ambtenaar van Buitenlandse Zaken het Nederlandse belang behartigen, maar voor het zover is, zal in Haarlem eerst nog sprake zijn van gezinsuitbreiding. Uw nieuwe leven begint dan ook aan het eind van het jaar, als u zich met zijn drieën gaat settelen in die totaal andere cultuur van dat geweldige land op het Zuid-Amerikaanse continent. Ik zie u in uw vrije tijd al lopen over die prachtige besloten pleinen in de Zuid-Amerikaanse stad Buenos Aires of ik zie u al in de nachtlokalen van die stad de tango dansen. Ondanks de moderne communicatiemiddelen zullen uw zo dierbare Alkmaar, Haarlem en de Dreef in meer dan een opzicht ver achter u liggen. Wellicht dat u met behulp van dit klassieke beeldmateriaal dat ik u nu ga overhandigen, in ieder geval de herinnering aan uw politieke jaren aan de Dreef levend weet te houden en dan volgt het beeld van het Paviljoen. Ik wens u en uw gezin het allerbeste en heel veel geluk, zowel privé als in uw verdere carrière. Dank u wel.


18. Sluiting


Remkes J.W.

Dames en heren, deze vergadering is tot een einde gekomen. Het is later dan voorzien en beoogd, ik weet niet wat er allemaal nog van over is, maar ik nodig u graag van harte uit voor onze jaarlijkse barbecue buiten in de tuin van het Paviljoen. Ik sluit de vergadering om 21.15 uur en wens u een goed reces.

Welkom bij Politiek Archief

In Politiek Archief vindt u de digitale bestanden van vergaderingen van allerlei overheidsinstellingen. U kunt bijvoorbeeld zoeken op 'Provincie Noord-Holland', 'Amersfoort' en 'stadsdeel West'.
Typ hier de naam van de overheidsinstelling(en) waar u iets over wilt weten en klik vervolgens op 'Selecteer entiteit'. Daarna kunt u met de buttons op deze pagina de informatie opvragen die u zoekt.


Klik hier voor een uitgebreide uitleg van de zoekopties.

Zoek per gemeente, provincie of waterschap