Klik op de kaart om een entiteit te selecteren

Provincie Noord-Holland, Provinciale Staten 17-05-2010






1. Opening en mededelingen


Meché A.P. van der

Dames en heren. Het is 10.00 uur. Ik open de vergadering en ik verzoek u uw mobiele telefoons tijdens de vergadering uit te zetten.
Ik deel u mede dat bericht van verhindering is ontvangen van het lid de heer Roetman (CU-SGP).
Mevrouw Smits, de heren Stevens, Harteveld, Van Run en Breunissen zullen later komen.


Loggen C.J.



Heijst A.P. van



Meché A.P. van der



Wellink D.C.J.M.



Meché A.P. van der



2. Vaststelling agenda en regeling van werkzaamheden


Meché A.P. van der

Op grond van artikel 18 van het reglement van orde dient voor aanvang van de vergadering door het lot bepaald te worden met welk Statenlid een hoofdelijke stemming dient aan te vangen, waarna deze stemming verder plaatsvindt op volgorde van binnenkomst. De primus voor de huidige vergadering is nummer 21, mevrouw Boelhouwer (SP).
Wil iemand over deze agenda het woord? Ja. Het woord is aan mevrouw Blokker.


Blokker G.

De PvdA doet het voorstel om de Statenvoordracht Herijking EHS (agendapunt 9) te verdagen. Er is veel inspanning geleverd om recht te doen aan de structuurvisie, maar alle inspanningen om een goed eindresultaat voor de EHS te bereiken moeten ook recht worden gedaan.


Meché A.P. van der

Wordt dit ordevoorstel door een meerderheid ondersteund?


Loggen C.J.

De VVD-fractie heeft geen bezwaar tegen dit ordevoorstel.


Meché A.P. van der

De SP-fractie is voor.


Oeveren R.E. van

Wij sluiten ons ook aan.


Meché A.P. van der

Ouderenpartij Noord-Holland is ook voor.


Bruins Slot J.P.H.

Het CDA is ook voor.


Meché A.P. van der

Dan is er een meerderheid in de Staten die herijking van de EHS op een later moment wil behandelen. Het agendapunt wordt van de agenda afgevoerd.
Nog andere wensen over de agenda? Nee. Dan is de agenda overeenkomstig het voorstel van het presidium vastgesteld.


3a. Vaststelling notulen van de vergadering van 12 april 2010


Meché A.P. van der

Verlangt iemand over de notulen het woord? Het gaat daarbij niet over het besloten deel. Nee. Dan zijn de notulen ongewijzigd vastgesteld.


3b. Vaststelling geheime notulen van de besloten vergadering van 12 april 2010


Meché A.P. van der

De vaststelling van de geheime notulen van de besloten vergadering van 12 april zal plaatsvinden aan het einde van deze vergadering. U bent in de gelegenheid de notulen tot het einde van deze vergadering in te zien en u kunt zich daarvoor melden bij mevrouw Berens, medewerkster van de Statengriffie.


4. Vaststelling Lange Termijn Agenda


Meché A.P. van der

Wenst iemand over de langetermijnagenda het woord? Nee. Dan is de langetermijnagenda vastgesteld.


5. Ingekomen stukken


Meché A.P. van der

Verlangt iemand over de ingekomen stukken het woord? Nee. Dan is wat betreft de afdoening van de brieven conform het voorstel van het presidium besloten.


6. Vragenuur


Meché A.P. van der

Er heeft zich niemand gemeld.


6a. Verzoek van de sp-fractie tot het houden van een interpellatie over besluitvorming bouwaanvragen periode Hooijmaijers






Meché A.P. van der

Wenst de heer Wellink zijn verzoek nader toe te lichten? Ja. Hij krijgt daartoe de gelegenheid. Het is vervolgens aan u om te besluiten over het doorgaan van de interpellatie.


Wellink D.C.J.M.

Ik stel het op prijs als ik meteen mijn bijdrage voor de eerste termijn zou kunnen houden. Het is slechts een A4. In de bijdrage wordt ook de motivering voor het interpellatieverzoek gegeven.


Meché A.P. van der

Zal ik dan meteen vragen of de vergadering ermee instemt?


Loggen C.J.

Is dat de eerste termijn voor de structuurvisie?


Meché A.P. van der

Nee. Het gaat over de interpellatie. Kunt u instemmen met de interpellatie? Ik neem aan dat u daarmee instemt. De PvdA stemt ermee in. De Partij voor de Dieren. De VVD. Er zijn daardoor voldoende Statenleden voor.


Bruins Slot J.P.H.

Het CDA is ook voorstander, zij het met moeite. We dachten namelijk dat de afspraak was gemaakt om niet te veel vergadertijd in te ruimen voorafgaande aan het volgende agendapunt. Vooruit, dus.


Meché A.P. van der

Statenleden hebben het recht om te interpelleren. Het woord is aan de heer Wellink.


Wellink D.C.J.M.

Na het verschijnen van persberichten begin april over mogelijke ambtelijke corruptie van ex-gedeputeerde de heer Hooijmaijers heeft de SP-Statenfractie in schriftelijke vragen aan GS verzocht om het stilleggen van alle procedures waarbij de heer Hooijmaijers betrokken is geweest en waarbij bestuurlijke toezeggingen in het verleden een rol spelen. Gedeputeerde Staten weigeren in de beantwoording van de SP-vragen het verzoek in te willigen. GS motiveren dit besluit door te stellen dat bestemmingsplannen, ontheffingen en bouwaanvragen uitsluitend worden beoordeeld op planologische gronden. Bovendien stellen zij in de beantwoording dat sprake is van staand beleid. Volgens de SP-fractie bagatelliseert het college van GS de ernst van de bedenkingen die de rijksrecherche en de FIOD-ECD hebben tegen de gewezen VVD-gedeputeerde de heer Hooijmaijers. Als er sprake is van steekpenningen, zijn die juist bedoeld om andere dan ruimtelijke argumenten de doorslag te laten geven, namelijk het persoonlijk financiële gewin van de ontvanger. Als smeergeldbetalingen kunnen worden vastgesteld, kan er van worden uitgegaan dat zij ook het gewenste effect hebben gehad. Het is namelijk niet aannemelijk dat wordt betaald voor uitvoering van een regulier verlopen procedure. Uitgerekend de verlening van ontheffingen van het bebouwingsverbod in buitengebieden druist in tegen het staand beleid. Zeker als de enige motivering daarvoor is gelegen in het feit dat er in het verleden door de ex-gedeputeerde bestuurlijke toezeggingen zijn gedaan. Als voorbeeld daarvan kunnen de waterlandwoningen bij de Blaricummermeent worden genoemd. Daar ontbrak en ontbreekt de noodzaak voor de ontheffing. Een meerderheid van Provinciale Staten adviseerde dan ook om de gevraagde ontheffing van het verstedelijkingsverbod niet te verlenen, maar toch zijn GS daartoe overgegaan. Desgevraagd heeft de gedeputeerde toen verklaard niet meer terug te kunnen komen op eerdere toezeggingen. Uit uitlatingen in de pers blijkt dat er een ruime politieke meerderheid is voor een door de SP bepleit moratorium op alle procedures waarmee ex-gedeputeerde Hooijmaijers in verband kan worden gebracht. De SP-fractie legt zich niet neer bij de weigering van GS en vraagt daarom door middel van een motie een uitspraak van Provinciale Staten van Noord-Holland.

Motie 6-1
De SP-fractie dient de volgende motie in.

Provinciale Staten van Noord-Holland, bijeen op 17 mei 2010,

overwegende:
- dat de rijksrecherche en de FIOD-ECD momenteel een onderzoek instellen naar de vraag of bij ruimtelijke plannen en bouwprojecten sprake is (geweest) van oneigenlijke beïnvloeding en/of strafbare feiten, met name of er sprake is van ambtelijke corruptie van oud-gedeputeerde Hooijmaijers;
- dat het van belang is dat lopende het strafrechtelijke vooronderzoek geen onomkeerbare besluiten worden genomen aangaande bouwprojecten waarvan later kan blijken dat de besluitvorming op een oneigenlijke of strafbare wijze is beïnvloed;
- dat dit in het bijzonder geldt voor bouwplannen die dateren uit de periode Hooijmaijers en voor plannen die zijn of nog zullen worden ingediend en waarbij een beroep wordt gedaan op toezeggingen uit dezelfde periode.

verzoeken Gedeputeerde Staten om:
- de besluitvorming over bouwaanvragen en bouwplanontwikkelingen uit de periode Hooijmaijers die nog niet zijn afgerond en de besluitvorming waarbij toezeggingen uit dezelfde periode een rol kunnen spelen, aan te houden tot het onderzoek van rijksrecherche en FIOD-ECD is afgerond en daaruit niet blijkt dat er sprake is van directe of indirecte oneigenlijke beïnvloeding of enig strafbaar feit door oud-gedeputeerde Hooijmaijers.

En gaat over tot de orde van de dag.


Meché A.P. van der

De motie zal deel uitmaken van de beraadslaging. Daarover zal later gestemd worden. Ik geef nu het woord aan mevrouw Driessen. De interpellant mag twee keer het woord voeren. De gedeputeerde mag slechts een keer het woord voeren.


Driessen L.M.

Wij hebben inderdaad naar eer en geweten de door de SP gestelde vragen beantwoord. Een reactie op de interpellatie van de kant van de SP is dat een ontheffing een beslissing op een aanvraag is. Het beoordelingskader daarvoor is het provinciaal ruimtelijke beleid vastgelegd in de streekplannen en in de Provinciale ruimtelijke verordening Noord-Holland (zoals in 2009 vastgesteld). Het gaat om door Provinciale Staten met het oog op een goede ruimtelijke ordening vastgestelde provinciale belangen. GS moeten met twaalf weken beslissen en kunnen deze termijn zo nodig verlengen. Het is juridisch onjuist, onhoudbaar en onrechtmatig om niet te beslissen op een aanvraag om redenen die niet tot dat beoordelingskader horen. Als wij niet beslissen, kan dat voor de aanvrager aanleiding zijn om GS in gebreke te stellen op grond van de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen. De aanvrager kan ook meteen in beroep gaan bij de rechter tegen het niet tijdig beslissen. Bij een gegrondverklaring van het beroep dienen GS alsnog binnen twee weken te beslissen. De bestuursrechter heeft in enkele gevallen het in gebreke blijvende bestuursorgaan een veel hogere boete opgelegd dan de in de Algemene wet bestuursrecht genoemde boete. Dat gaat vanaf 20.000 euro. Bovendien staat een gang naar de burgerlijke rechter wegens onrechtmatige daad open. Dus, om een duidelijk antwoord te geven op de interpellatie van de SP: nee, mijnheer Wellink, dat kan niet.


Tweede termijn


Wellink D.C.J.M.

Een deel van wat nu door de gedeputeerde naar voren is gebracht is ook terug te vinden in het antwoord dat wij hebben ontvangen op onze schriftelijke vragen van begin april. U moet zich echter goed realiseren dat het niet zo is dat u een ontheffing moet verlenen. Het wordt zo voorgesteld alsof er een beslissing moet worden genomen, ongeacht welke gebreken er kleven aan de afweging. Mevrouw Driessen zegt dat je een besluit moet nemen. Maar GS kunnen ook besluiten om geen ontheffing te verlenen. Het verhaal dat wij onrechtmatig zouden handelen jegens de vergunninghouder wordt op dit moment hoger aangeslagen dan het feit dat de provincie verplicht is om bij de verlening van ontheffingen alle relevante zaken op grond van de Algemene wet bestuursrecht te betrekken. Dat houdt ook in dat oude toezeggingen daarin een rol kunnen spelen. Het is dus niet zo dat – zoals de gedeputeerde zegt – alleen maar puur ruimtelijke aspecten daarin een rol spelen. Nee, alle relevante zaken moeten daarin op grond van de Algemene wet bestuursrecht worden meegenomen. Het is natuurlijk van de zotte dat als er binnen twaalf weken moet worden beslist op een facultatieve beslissing – wij kunnen ook anders beslissen, we zijn niet verplicht om te beslissen – ons een beslissing door de strot wordt geduwd over een bouwplan waarvan misschien over een halfjaar blijkt dat er oneigenlijke beïnvloeding heeft plaatsgevonden.


Meché A.P. van der

Verlangt een van de andere leden het woord? Nee. Dan stel ik voor om de motie nu in stemming te brengen en daarmee niet te wachten tot het einde van de vergadering. Hebt u behoefte aan een schorsing?


Loggen C.J.

Wij zouden het op prijs stellen als de motie via de reguliere procedure – dus aan het einde van de vergadering – in stemming wordt gebracht.


Meché A.P. van der

Nee. Volgens de reguliere procedure wordt de motie bij het agendapunt zelf in stemming gebracht, zodat de mensen die de vergadering volgen meteen resultaat zien.
Ik schors de vergadering voor tien minuten. Ik wil u nadrukkelijk verzoeken om uw best te doen om na die tijd terug te zijn in deze zaal.


Schorsing


Meché A.P. van der

Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de stemming over de SP-motie. Wil iemand stemverklaringen afleggen?


Wellink D.C.J.M.

Ik wil graag een hoofdelijke stemming houden.


Meché A.P. van der



Loggen C.J.

Wij steunen de motie niet en ik verwijs voor de redenen naar de woorden van de gedeputeerde. Wij hechten eraan om aan te geven dat de VVD-fractie er net als eenieder in dit huis grote waarde aan hecht om in dit dossier de onderste steen boven te krijgen. Dat laat echter onverlet dat wij niet de hele provincie op slot kunnen doen.


Talsma Tj.P.J.

Stemverklaringen behoren normaliter kort en krachtig te zijn, maar ik wil nu graag een wat langere stemverklaring houden. Het gaat om een ernstige zaak die ons allen zeer bezighoudt. We kunnen op de uitkomst niet vooruitlopen, want de onderzoeken worden niet voor niets gedaan. Ik vind de interpellatie van de SP terecht, omdat de Staten heel alert moeten zijn op het verloop van dit alles. Maar waar justitie en anderen onderzoek doen, behoort de politiek een stap terug te doen, omdat wij die onderzoekers op geen enkele wijze voor de voeten moeten lopen. Wij moeten hen alleen volledig ondersteunen. Dus is de interpellatie terecht. Wij delen de zorgen met de SP en de andere partijen in dit huis. In mijn fractie worden wel vraagtekens geplaatst bij de vraag of de in de motie aangekondigde maatregelen de oplossingen zijn op dit moment. We kunnen immers niet overzien wat het gevolg is van weliswaar begrijpelijke maatregelen maar die wellicht veel slechter uitpakken dan bedoeld. Daardoor wordt de zaak door ons alleen maar verslechterd. Het in de motie verwoorde voorstel om alle projecten uit de periode Hooijmaijers niet meer verder uit te voeren is volgens ons technisch helemaal niet mogelijk. Wij stellen daarom de volgende rol van PS voor. De commissie ROG heeft in dit soort gevallen het recht om zich in de procedure over ontheffingen uit te spreken. Daardoor is het mogelijk om GS scherp te houden op alle projecten waarmee mogelijkerwijs iets aan de hand zou kunnen zijn. We kiezen er dus in plaats van de voorstellen in de motie voor om PS hun rol te laten spelen via een kritische blik van de commissie ROG op alle ontheffingsprocedures. Zij worden meestal als voorgenomen besluiten door GS ingediend. De PvdA kiest in zijn algemeenheid voor voorzichtigheid en een pas op de plaats, ook ten aanzien van de grote projecten, maar de motie gaat haar een stap te ver. De voltallige PvdA-fractie zal de motie daarom niet steunen.


Meché A.P. van der

Het is inderdaad een tamelijk lange stemverklaring geworden.


Bruins Slot J.P.H.

De CDA-fractie zal de motie niet steunen en sluit zich voor de motivering daarvan aan bij de verwoordingen door de fracties van VVD en PvdA.


Binnema H.A.

Terecht is gezegd dat de onderste steen boven moet komen. Wij verwachten daarom dat GS er naast de externe onderzoeken actief mee bezig zullen zijn. Volgens ons zou naast de gehouden quickscan voor de zomer duidelijkheid moeten bestaan over hoe het intern staat. Hopelijk gaan GS daarmee aan de slag. We willen weten waaraan we toe zijn. Hoe langer het duurt, des te langer verkeren we in onzekerheid of er al dan niet van steekpenningen of andere verkeerde handelingen sprake is geweest. Dat is ook in het kader van wat onze provincie in de afgelopen jaren is overkomen niet bepaald iets wat we erbij kunnen hebben. Als er sprake is geweest van verkeerde handelingen, denken wij dat dit maatregelen voor de betrokken partijen met zich mee moet brengen. We zullen op dit moment niet voor de motie stemmen, maar vragen om het als waarschuwingssignaal in het achterhoofd te houden. Wij sporen GS aan om hiermee actief aan de slag te gaan en hopen op zo spoedig mogelijke helderheid.


Bruystens P.J.

Ik zie deze motie als niet anders dan een terechte pas op de plaats. We hebben immers uit de krant kunnen vernemen dat de rijksrecherche van mening is om een halfjaar nodig te hebben om een en ander duidelijk in beeld te brengen. Wij stemmen dan ook voor de motie.


Geldhof J.

De SP heeft de interpellatie terecht aangevraagd. De motie is onduidelijk over de tijd dat projecten moeten worden bevroren. Het is voor ons belangrijk dat er geen onomkeerbare beslissingen worden genomen en dat er op dit moment geen ontheffingen worden verleend, tenzij heel erg zeker vaststaat dat de juiste procedures zijn gevolgd. We vragen GS om in hun optiek onvermijdbare besluiten gemotiveerd voor te leggen aan de commissie ROG en om in de geest van de motie te handelen. Ik vermoed namelijk dat er geen meerderheid is voor de motie. Ik vraag GS om de motie wel als een heel belangrijk signaal te zien en zich voor te bereiden op eventuele claims van andere partijen, die zich voelen benadeeld op het moment dat echt blijkt dat op verkeerde gronden besluiten zijn genomen. We zullen voor de motie stemmen om daarmee aan te geven dat we het belangrijk vinden dat dit gebeurt.


Oeveren R.E. van

Wij denken dat de motie erg belangrijk is als signaal naar de burgerij dat de overheid betrouwbaar is en wil zijn. De motie wil alleen maar die projecten tijdelijk stilleggen die nog niet zijn afgerond en waarin toezeggingen kunnen zijn gedaan. Het gaat dus niet om alle projecten, er is dus geen sprake van een totale stop in Noord-Holland en de gevolgen zijn dus beperkt. We zullen daarom voor de motie stemmen.


Kardol J.A.

Integriteit en rechtmatigheid zijn heel belangrijke aspecten bij de toekenning van ontheffingen. De provincie Noord-Holland moet enerzijds rekening houden met de problemen die zouden kunnen ontstaan als er onrechtmatig is gehandeld in het verleden. Daarvoor moet ook heel duidelijk zijn dat er meer dan toe nu toe moet worden gelet op de procedures en processen tijdens de periode Hooijmaijers. Dat betekent dat – als iets aan de commissie ROG wordt voorgelegd – dat aspect helderder naar voren komt dan gebruikelijk is. Normaal gesproken ziet de commissie helemaal niets van het voorafgaande proces. Dat aspect moet veel helderder naar voren komen. Het is ons niet helemaal duidelijk over hoeveel projecten het in de motie gaat. Het is natuurlijk niet de bedoeling om de provincie op slot te doen. We moeten aan alle kanten rechtmatig en integer zijn. We zullen niet voor de motie stemmen, maar we roepen GS met D66 en GroenLinks op om alert te zijn en extra onderzoek te doen naar de projecten die in de pijplijn zitten, negatief te reageren bij eventuele problemen en daarbij de commissie ROG te betrekken.


Braam C.J.

Op basis van signalen vanuit de samenleving is het onderzoek van de rijksrecherche uitgebreid. Wij kunnen ons niet langer veroorloven om deze signalen te negeren. Ik zal deze motie dan ook zeker ondersteunen. Volgens mij kan de duur hiervan worden verkort door GS te vragen om een indringend onderzoek te doen. Hoe eerder zij met resultaten naar voren komen, des te duidelijker wordt het dat we door kunnen gaan. Wij moeten iets doen. Wij laten te weinig horen aan de burger.


Meché A.P. van der

Ik heb een ruime stemverklaring toegelaten omdat het om een interpellatie gaat en u daardoor geen tweede termijn heeft. Ik zal de rest van deze vergadering wel kort proberen te houden, zodat de structuurvisie kan worden afgehandeld. Heeft iedereen in de zaal de presentielijst getekend? Ik meld u dat de heer Yurdakul heeft laten weten verlaat te zijn. Ik vraag de heer Wellink of hij nog steeds behoefte heeft aan een hoofdelijke stemming.


Wellink D.C.J.M.

Ja. Ik heb de reacties gehoord en heb nog steeds behoefte aan een hoofdelijke stemming. Ik wil weten hoe eenieder over deze zaak denkt, mede gezien de draagwijdte van wat er allemaal aan de hand is.


Meché A.P. van der

Dan gaan we over tot de hoofdelijke stemming, te beginnen bij mevrouw Boelhouwer. (De heer Kraak was aanwezig maar heeft niet aan de stemming deelgenomen).


Boelhouwer C.

Voor de motie.


Meché A.P. van der



Zeeman A.

Tegen.


Meché A.P. van der



Klomp L.S.

Tegen.


Ajouaau N.

Tegen.


Stil Y.M.

Tegen.


Schraal M.

Tegen.


Bruins Slot J.P.H.

Tegen.


Eelman-van 't Veer N.D.K.

Tegen.


Massom G.

Tegen.


Ulzen O. van

Tegen.


Talsma Tj.P.J.

Tegen.


Oortgiesen A.

Tegen.


Poelgeest P. van

Voor.


Bijl-Baerselman I.S. de

Tegen.


Hoog P.A.M.

Tegen.


Wilms F.F.J.

Tegen.


Gersteling F.J.

Tegen.


Geldhof J.

Voor.


Gör K.

Tegen.


Run J.J.W. van

Tegen.


Bos H.K.

Voor.


Wieringa L.A.

Tegen.


Vis R.E.

Tegen.


Grave-Verkerk D.G.M. de

Tegen.


Braam C.J.

Voor.


Wagemaker E.P.

Tegen.


Nagel A.M.

Tegen.


Butter D.J.

Tegen.


Graaf R.J. de

Voor.


Binnema H.A.

Tegen.


Wellink D.C.J.M.

Voor.


Akkaya S.

Tegen.


Putters H.

Voor.


Kardol J.A.

Tegen.


Blokker G.

Tegen.


Heijst A.P. van

Tegen.


Broekhoven C.

Tegen.


Oeveren R.E. van

Voor.


Straaten J.P.M. van

Tegen.


Kirch-Voors P.E.

Tegen.


Diest C.P.J. van

Tegen.


Loggen C.J.

Tegen.


Meché A.P. van der

Tegen.


Vries A.A. de

Voor.


Bruystens P.J.

Voor.


Smits L.A.

Voor.


Meché A.P. van der

De motie is verworpen met 13 stemmen voor en 33 stemmen tegen.


7. Hamerstukken


Meché A.P. van der

Voor voordracht 30 Zienswijze PS op ontwerpbegrotingen recreatieschappen hebben zich twee sprekers gemeld. Daarom is agendapunt 7a toegevoegd aan de agenda. Hopelijk kan het heel kort, omdat we in deze vergadering zoveel mogelijk tijd willen besteden aan de structuurvisie.


7a. Zienswijze provinciale staten op ontwerpbegrotingen recreatieschappen (voordracht 30)






Meché A.P. van der



Blokker G.

Het onderwerp recreatieschappen is te belangrijk om alleen maar te agenderen als hamerstuk. De schappen zorgen ervoor dat recreatie dicht bij huis voor iedereen (ongeacht besteedbaar inkomen) mogelijk is. De PvdA wil dat zo houden. Wij willen graag de discussie voeren of de bezuinigingen op de schappen – zoals te lezen in het GS-besluit van 11 mei – wenselijk zijn. Rust, ruimte, recreatie, natuur, EHS, Natura 2000 en aardkundige monumenten vormen de aantrekkelijkheid van deze schappen. We danken u voor de beantwoording van de vragen die wij per e-mail hebben kunnen indienen. We voeren graag de discussie over deze schappen in commissieverband op een later vast te stellen datum.


Hoog P.A.M.

Zoals eerder aangegeven verdient het proces over de ontwerpbegrotingen recreatieschappen geen schoonheidsprijs. Begin juni moeten de opmerkingen richting de recreatieschappen echter bekend zijn. Ik wil in dat kader het volgende meegeven.
Zoals ons allen bekend is staan we voor een grote bezuinigingsoperatie. Dit zal helaas ook aan de recreatieschappen niet voorbijgaan. Wij willen meegeven in het ontwerpbesluit dat de recreatieschappen hun steentje moeten bijdragen aan die bezuinigingsoperatie. Aan de hand van de kaderbrief moet daarnaar worden gekeken.


Meerhof R.

De procedure voor de recreatieschappen is door de planning ingewikkeld geworden en eigenlijk te schriftelijk. Je zou er namelijk graag inhoudelijk over willen spreken. Het eerstvolgende inhoudelijke moment is de bespreking van de kadernota in de commissie en in de Staten. De recreatieschappen zijn in beeld bij de grote bezuinigingsoperatie. Overigens wordt hun voortbestaan niet bedreigd. Hopelijk wordt hun efficiency verhoogd. Uit de bestuursvergaderingen van de recreatieschappen blijkt nu al dat men zich er heel erg van bewust is dat minder middelen beschikbaar komen. In het bijzonder de gemeentelijke vertegenwoordigers nemen die houding in. We kunnen met andere woorden het gesprek met elkaar op een later moment voeren, ingestoken door de financiën en door de gewenste doelen van de Staten voor dit beleidsveld.


Meché A.P. van der



Meerhof R.



Meché A.P. van der

Ik denk niet dat er behoefte bestaat aan een tweede termijn? Dat is juist. Ik ga dan over tot de stemming over voordracht 30. De stemming is open. De stemming is gesloten. De voordracht is unaniem aangenomen (44 stemmen voor).


7. Hamerstukken


Meché A.P. van der

Ik ga dan met u terug naar agendapunt 7, de hamerstukken. Hierop staat nog een stuk: Statenvoordracht benoeming vice-voorzitter Statencommissie ROG (voordracht 29). Ik neem aan dat u daarmee instemt? Ja. Ik ga over tot de stemming. De stemming is open.


Graaf R.J. de

Volgens mij kan er over personen alleen schriftelijk en geheim worden gestemd. Dat is bij het elektronisch stemmen niet het geval. Er moet schriftelijk en geheim worden gestemd of de voordracht moet met algemene stemmen worden aanvaard.


Meché A.P. van der

Ik aanvaard uw laatste voorstel. De in voordracht 29 genoemde persoon wordt bij acclamatie benoemd tot vice-voorzitter van de Statencommissie ROG. Aldus is besloten.


8a. Statenvoordracht GS tot vaststellen provinciale structuurvisie Noord-Holland 2040 en provinciale ruimtelijke ordening


Meché A.P. van der

Het woord is aan de heer Butter. Ik wil u goed aan de spreektijd houden, zodat we een kans maken om het agendapunt vanavond af te ronden. Het zal eraan liggen hoe u de discussie in elkaar steekt of ik GS aan de spreektijd kan houden.


Eerste termijn PS


Butter D.J.

De weg die heeft geleid tot de voordracht is in het licht van de discussie over het middenbestuur en haar kerntaken en van de financiële situatie een grote uitdaging. De VVD is overtuigd van het belang om de provinciale structuurvisie nu vast te stellen. Ooit moet de eerste stap worden gezet. Uiteindelijk is de visie geen profetie, want wij belanden niet op de brandstapel als blijkt dat een onderdeel op een andere manier beter zou functioneren. De praktijk zal het uitwijzen en daarop zullen wij alert moeten inspelen.
In de provinciale structuurvisie steunt de VVD nadruk op landbouw en economie. In het bijzonder de koppeling tussen beide onderwerpen is de kracht van Noord-Holland als geheel. Onze producten worden wereldwijd verscheept en geroemd. Verdere specialisatie kan alleen maar bijdragen aan de kracht en de dynamiek van de Noord-Hollandse samenleving. Hoewel het aantal landbouwbedrijven in de afgelopen decennia alleen maar is afgenomen (van 410.000 naar 73.000 agrarische ondernemingen) speelt de landbouw in de Nederlandse economie een belangrijke rol. De productie nam echter fors toe door onder meer schaalvergroting en mechanisatie. Als gevolg van deze productiestijging verdient Nederland circa 10% van zijn nationaal inkomen direct c.q. indirect met de agrarische activiteiten. Een vijfde deel van de Nederlandse export is gelieerd aan de agrarische sector. Dus staat Nederland en in het bijzonder Noord-Holland in economisch perspectief er goed voor.
De VVD vindt helderheid en flexibiliteit zeer belangrijk bij aanvaarding van deze provinciale structuurvisie en de daarbij behorende verordening. Daardoor zijn we in staat om in te spelen op nieuwe inzichten en ontwikkelingen. We willen geen rigiditeit door regels waarmee economische vooruitgang wordt belemmerd. We willen ondernemers kansen geven en stimuleren. Het moet niet meer maar minder en eenvoudigere procedures worden die bovendien sneller doorlopen kunnen worden. De praktijk zal de werkbaarheid van de visie en de verordening uitwijzen. Wij moeten daarbij niet bang zijn om constructiefouten in de visie, de verordening of in de aanhangende documenten doortastend aan te pakken en te verbeteren.
Daarnaast is de VVD van mening dat we ambities op peil moeten houden. Hoewel de visie tot 2040 loopt, moeten we in de tussentijd goed helder houden wat er al eerder klaar kan zijn. Uitvoeringsprogramma’s mogen ambitieus worden ingezet met een maximale looptijd en met een streeftijd voor afronding. De VVD wil dat de provincie altijd de rode draad van haar belangrijkste taak in het oog houdt. Dat is ervoor zorgen dat de Nederlanders die in Noord-Holland wonen, werken en leven alle reden hebben om hier te blijven. Zij moet dat zien te bereiken door de ruimtelijke behoeften te faciliteren, ordenen en stimuleren.
De rol van de provincie als leidinggevend regisseur ziet de VVD hierin als doorslaggevend. Regie is volgens de VVD het veld overzien en na gedegen afweging het instrument kiezen dat het beste past, belangen op korte en lange termijn doorzien, belangen in bestuurlijke niveaus kanaliseren en dat zowel horizontaal als verticaal, belangen van het gemenebest verkiezen boven die van het individu, belangen kunnen vertalen in concrete, uitvoerbare afspraken die leiden tot efficiënt en effectief beleid. Deze provinciale structuurvisie moet daaraan gaan bijdragen.
Daarom steunt de VVD deze visie als geheel en zal zij voor de voordracht stemmen. Tegelijkertijd zal zij samen met de coalitiepartners een aantal moties en amendementen indienen om zowel de visie als de verordening te versterken. Ik zal wat die moties en amendementen betreft per thema aangeven welke verdere nuancering wij nodig achten.
Het eerste thema is duurzaamheid. De VVD is van mening dat duurzaamheid een ontwikkelingsgebied is waarop veel valt te winnen. Het is daarom wenselijk om een aantal experimenten te doen met gebruikmaking van het RO-instrumentarium, zodat op de lange termijn met meer kennis van zaken kan worden ingezet op het halen van duurzame doelstellingen van de provincie. De VVD wil GS verzoeken om na te gaan of in de motie voorgestelde duurzaamheidspilots kunnen werken en of opname in de vorm van een koppeling aan het uitvoeringsprogramma daarvoor een geschikte vorm kan zijn.

Motie 8-12
Duurzaamheid

De fracties van CDA, VVD, PvdA en GroenLinks dienen de volgende motie in.

Provinciale Staten Noord-Holland in vergadering bijeen op 17 mei 2010, gehoord de discussie over voordracht 26 inzake de structuurvisie/Provinciale ruimtelijke verordening,

overwegende dat:
Noord-Holland de ambitie heeft om topregio op het terrein van duurzaamheid te zijn; wat in februari 2010 vastgelegd is in het werkprogramma 2010-2011 van de impuls Duurzaamheid en Klimaatbestendigheid door de stuurgroep Duurzaamheid en Klimaatbestendigheid van metropoolregio Amsterdam, waarvan de inzet is om de komende twee jaren de MRA-ambitie – om in 2020 zoveel mogelijk klimaatneutraal te zijn – voortvarend aan te pakken en tevens werk te maken van het voorbereiden van de energietransitie naar niet-fossiel die in 2040 moet zijn voltooid;
in Noord-Holland de bouwproductie ten gevolge van diverse factoren, waaronder de economische crisis, tot een dieptepunt is gezakt;
er door initiatieven uit de bouwnijverheid en recente ontwikkelingen verscheidene voorstellen zijn gedaan om te experimenteren met woningbouw met een hoge duurzaamheid om daarmee een bijdrage te leveren aan het doel: topregio op het gebied van duurzaamheid;
er op het terrein van duurzaamheid weliswaar een grote hoeveelheid kennis bestaat, maar dat deze kennis relatief weinig wordt toegepast en, indien toegepast, zelden wordt opgeschaald;
bruikbare toegepaste kennis sneller ontstaat wanneer voldoende proeftuinen/experimenteerzones worden gecreëerd waarin men de theoretische kennis kan toepassen en de toepassing door middel van een weloverwogen communicatietraject kan overdragen naar derden en nieuwe locaties;
het derhalve wenselijk is om, teneinde het doel topregio in duurzaamheid te bereiken, een experimenteerzone voor duurzame bouwprojecten in de provinciale structuurvisie op te nemen en in samenwerking met het bedrijfsleven en het maatschappelijk middenveld (milieuorganisaties, bewonersgroepen) een vijf- tot tiental experimenten op te starten met een grote veelvormigheid, zoals:
duurzaam bouwen in het hoogstedelijk gebied met hoge dichtheden en grote leefkwaliteit;
ontwikkeling van wonen op water;
woonwijken waar duurzaamheid, groen en landschapsontwikkeling hand in hand gaan;
bijvoorbeeld dorpse ontwikkelingen die op een duurzame wijze gestalte krijgen etc.;
daarbij diversifiëring van de experimenten en snelheid van uitvoering een voorwaarde vormt voor het meedoen in dit experiment;
alle experimenten vergezeld gaan van communicatietrajecten die verdere opschaling en versnelling van duurzaam bouwen mogelijk maken;
de provincie dergelijke experimenten dan ook gepaard moet doen gaan met inzet van het RO-instrumentarium, voor zover dat nodig is ter versterking en/of versnelling van dit beleid.

verzoeken GS:
om de mogelijkheden te verkennen tot het uitvoeren van bovengenoemde duurzaamheidsexperimenten op het gebied van woningbouw, renovatie (herstructurering), bedrijventerreinen, kantoorlocaties en glastuinbouw – met als gezamenlijk kenmerk een hoge duurzaamheid;
waarbij heldere criteria voor ‘duurzaamheid’ worden geformuleerd,
waarbij deze experimenten als katalysator dienen voor het bereiken van de provinciale doelstellingen op het gebied van duurzaamheid, inhoudende energiebesparing en inzet van duurzame energie, waaronder onder andere wordt verstaan het gebruik van restwarmte, WKO en aardwarmte, zonne-energie en biomassa;
waarbij door middel van het RO-instrumentarium deze doelstellingen kunnen worden gehaald;
en waarbij door ondersteuning van gerichte communicatietrajecten de verspreiding van theoretische kennis en praktische toepassing van duurzaamheid in de toekomst wordt gewaarborgd.

En gaan over tot de orde van de dag.

Een ander onderwerp waarbij de VVD graag wil stilstaan is de grootte van agrarische bouwpercelen. De VVD steunt vooralsnog tot 2 ha in heel Noord-Holland en 2 ha+ in de Wieringermeer als uitwijklocatie, zowel grondgebonden als niet grondgebonden agrarische bedrijvigheid. De VVD wil hiermee een heldere lijn trekken die uitgaat van een basisregel voor omvang van alle typen van agrarische bedrijfsvoering, van aardappel tot bollenteelt, glastuinbouw of intensieve veeteelt, waarin niet te veel beperkingen worden opgelegd. Door niet van tevoren te strakke regels op te leggen wil de VVD ruimte geven aan agrarische ondernemers die willen uitbreiden. Denkt u daarbij ook aan recente trends in bijvoorbeeld de veeteelt. De schaalvergroting is niet altijd gericht op vermeerdering van het aantal dierplaatsen per bedrijf ofwel beest per vierkante meter, maar steeds vaker op uitbreiding van de oppervlakte van de totale bedrijfsvoering om zodoende meer vierkante meters per dier te creëren (denk daarbij bijvoorbeeld aan de biologische veehouderij) of om te kunnen voldoen aan een aangescherpte eis voor een veilige productie, effecten op milieu en omgeving en invloed op de volksgezondheid. Nut en noodzaak dienen bij ontheffingsaanvragen voor bebouwing op landbouwpercelen te worden aangetoond. De VVD ziet hier echter geen rol voor de ARO weggelegd.
Een ander punt dat de aandacht verdient is definitie ‘buiten en binnen bbg’. Hierover heeft lange tijd onduidelijkheid bestaan, maar de recente beantwoording van GS is voor de VVD voldoende om de gewenste helderheid te creëren. Wij willen hierbij benadrukken dat naast het feit dat de VVD voorstander is van een heldere regeling voor de honorering van bouwen buiten het bbg hierover democratisch is besloten. De VVD gaat uit van een vastgesteld bestemmingsplan door de gemeenteraad, in de wetenschap dat het bestemmingsplan nog niet onherroepelijk is. Er dient nadrukkelijk sprake te zijn van een aantoonbaar democratisch draagvlak.
MIRT. Het Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport verschijnt jaarlijks als onderdeel van de rijksbegroting. Het heeft tot doel om de samenwerking tussen Rijk en de decentrale overheden verder te verbeteren en om meer samenhang en afstemming te brengen in de besluitvorming over investeringen in grote ruimtelijke projecten, infrastructuur en vervoer. De MIRT Gebiedsagenda Noordwest-Nederland bevat programma’s en projecten die zijn gericht op Noord-Holland-Noord en op de metropoolregio Amsterdam. Maar de achterliggende visies en ambities lijken niet in lijn te zijn met de visie en de ambitie van de provincie Noord-Holland wat deze regio’s betreft. De VVD ziet het als wenselijk om de onderliggende beleidsvisies over deelgebieden – zoals de MIRT Gebiedsagenda Noordwest-Nederland – inclusief de verstedelijkingsafspraken als toetsingskaders vast te stellen, zodat voor zowel overheden, burgers als bedrijfsleven duidelijk is wat erop wordt getoetst. De VVD zal daarom een motie indienen over de juridische structuur, waarin de gebiedsagenda deel uitmaakt van de juridische structuur van de provinciale structuurvisie en de verankering van de overige beleidsplannen in de provinciale structuurvisie.

Motie 8-1
Motie juridische structuur/aanvullende toetsingskaders provinciale verordening

De fracties van VVD, CDA, PvdA, GroenLinks en CU-SGP dienen de volgende motie in.

Provinciale Staten, in vergadering bijeen op 17 mei 2010, gehoord de discussie over voordracht 26 inzake provinciale structuurvisie/provinciale verordening,

overwegende dat:
het van groot belang is dat de juridische structuur van de provinciale structuurvisie en de daarbij behorende provinciale verordening duidelijk is;
in de provinciale structuurvisie de grote lijnen van het provinciale ruimtelijke beleid worden geschetst, en de visie een zelfbindend instrument is;
de provinciale verordening het juridische instrument is waarmee uitvoering wordt gegeven aan de inhoud van de provinciale structuurvisie;
de provinciale verordening duidelijke toetsingskaders behoeft voor zowel de lagere overheden als burgers en bedrijfsleven;

dragen Gedeputeerde Staten op:
toetsingskaders voor de provinciale verordening te ontwikkelen c.q. te actualiseren ten aanzien van. onder andere detailhandel, bedrijventerreinen, infrastructuur, wonen, toerisme en recreatie, voor zover dit nog niet is geschied;
de beleidsvisies vervolgens door Provinciale Staten te laten vaststellen;
voor zover deze visies al bestaan, deze duidelijk als toetsingskaders te verankeren in de provinciale verordening;
alle vormen van beleidsuitingen – zoals leidraden en beleidsagenda’s – door duidelijke verwijzingen in de beleidsvisies neer te zetten, waaronder in de provinciale structuurvisie.

En gaan over tot de orde van de dag.

Er volgen nu twee punten waarop niet inhoudelijk wordt ingegaan, maar ik zal ze wel aanduiden. De coalitiepartijen hebben hiervoor amendementen voorbereid over de Bloemendalerpolder en het Wieringerrandmeer.
De VVD kan zich vinden in de aangepaste tekst van GS en zal een amendement indienen om de door GS aangedragen gewijzigde tekst in de visie op te nemen.

Amendement 8-1
Bloemendalerpolder/KNSF

De fracties van VVD, GroenLinks, PvdA en CDA dienen het volgende amendement in.

Provinciale Staten, in vergadering bijeen op 17 mei 2010, gehoord de discussie over voordracht 26 inzake de provinciale structuurvisie/provinciale verordening,

overwegende dat:
gegeven de afspraken die zijn gemaakt met de minister van VROM en gegeven het risico van het verlopen van het voorkeursrecht het noodzakelijk is dat de tekst van de projectomschrijving Integrale Gebiedsontwikkeling Bloemendalerpolder/KNSF, weergegeven in bijlage 1.2 behorende bij de provinciale structuurvisie, gewijzigd wordt;

besluiten de structuurvisie als volgt te wijzigen:
de tekst van de projectomschrijving Integrale Gebiedsontwikkeling Bloemendalerpolder/KNSF, als weergegeven in bijlage 1 van de ongedateerde brief met het kenmerk 2010-28421, in de plaats te stellen van de tekst, als weergegeven in bijlage 1.2 ‘Integrale Gebiedsontwikkeling Bloemendalerpolder’ behorende bij de provinciale structuurvisie.

En gaan over tot de orde van de dag.

De VVD kan zich wat het Wieringerrandmeer betreft eveneens vinden in de aangepaste tekst van GS en zal een amendement indienen om deze tekst in de visie op te nemen.

Amendement 8-2
Wieringerrandmeer

De fracties van VVD, GroenLinks, PvdA en CDA dienen het volgende amendement in.

Provinciale Staten, in vergadering bijeen op 17 mei 2010, gehoord de discussie over voordracht 26 inzake de provinciale structuurvisie/provinciale verordening,

overwegende dat:
- gegeven de afspraken die zijn gemaakt met de minister van VROM en gegeven het risico van het verlopen van het voorkeursrecht het noodzakelijk is dat de tekst van de projectomschrijving Integrale Gebiedsontwikkeling Wieringerrandmeer, weergegeven in bijlage 1.4 behorende bij de provinciale structuurvisie, gewijzigd wordt;

besluiten de structuurvisie als volgt te wijzigen:
de korte projectomschrijving, zoals deze is opgenomen in bijlage 1.5, behorende bij de provinciale structuurvisie, luidende:
“Het Wieringerrandmeer voorziet in de aanleg van een nieuw meer in het grensgebied van Wieringen en Wieringermeer. Ook worden maximaal 2100 woningen en 664 ha nieuwe natuur gerealiseerd en krijgt in het gebied een recreatieve functie.”
te wijzigen in:
‘Plan is om maximaal 2100 woningen (mits financieel haalbaar dan 1845 woningen) en 684 ha natuur te realiseren en om het gebied een recreatieve functie te geven. Rol van de provincie is niet alleen uitvoerder, maar ook regelgever en aanjager.’

En gaan over tot de orde van de dag.

Ik kom nu te spreken over het motorcrossterrein Den Helder. GS vragen in de visie om toestemming tot een onderzoek naar de mogelijkheden voor een permanente locatie. De VVD ondersteunt deze opzet. Zij is van mening dat er uiteindelijk voldoende lokaal bestuurlijk draagvlak moet zijn om dit te kunnen realiseren in Den Helder. Zij gaat er daarbij van uit dat het motorcrossterrein als provinciaal belang wordt betiteld. Dit is cruciaal. Als er een andere partij is die dit onderwerp wenst te amenderen, zal de VVD dat niet steunen. Zij wil GS de gelegenheid geven om het onderzoek te plegen.
De mogelijk beoogde uitbreiding van het bedrijventerrein De Veken fase IV in de gemeente Opmeer. Ik verzoek de gedeputeerde om hierover een standpunt in te nemen. Opmeer heeft bij ons benadrukt dat een extra uitbreiding van het bedrijventerrein – in de tekst staat nu ongeveer 4 ha – tot 7 ha noodzakelijk is voor de bekostiging van de toekomstige infrastructurele maatregelen c.q. ontsluitingswegen. Hoe staat de gedeputeerde hier tegenover?
Intensieve veehouderijen. In de provinciale structuurvisie is een concentratiegebied voor intensieve hokgebonden dierhouderijen in de Wieringermeer aangewezen. De VVD kan zich niet vinden in de motivering van GS bij de aanwijzing van dit concentratiegebied, namelijk om nieuwvestiging in de rest van Noord-Holland te voorkomen. De VVD wil uitbreiding van bestaande intensieve veehouderijen op de huidige locatie mogelijk houden en ziet het concentratiegebied in de Wieringermeer als een uitwijklocatie voor bestaande intensieve veehouderijen in andere delen van Noord-Holland, wier uitbreidingswens van de perceelsgrootte op de huidige locatie niet kan worden gehonoreerd. De VVD zal dit door middel van een amendement tot uiting brengen.

Amendement 8-3
Intensieve veehouderij

De fracties van VVD en CDA dienen het volgende amendement in.

Provinciale Staten, in vergadering bijeen op 17 mei 2010, gehoord de discussie over voordracht 26 inzake de provinciale structuurvisie/provinciale verordening,

overwegende dat:
bestaande intensieve veehouderijen zich niet op een duurzame wijze kunnen ontwikkelen buiten het door Gedeputeerde Staten voorgestane concentratiegebied intensieve veehouderijen;
het aantal intensieve veehouderijen in Noord-Holland 25 bedraagt en dat de benodigde ontwikkelingsruimte voor deze bedrijven vrij gering is;
deze bedrijven veelal op locaties in het landelijke gebied gevestigd zijn, waar voldoende ruimte is voor lichte uitbreidingen, die eveneens kunnen voldoen aan de wettelijk gestelde milieueisen;
de volgende definitie voor intensieve veehouderij in de provinciale verordening wordt gebruikt (titel 1, artikel 1, begripsbepaling nr. 19):
“intensieve veehouderij: niet-grondgebonden agrarische bedrijven die zelfstandig of als neventak (nagenoeg) geheel in gebouwen varkens, pluimvee, konijnen, vleeskalveren, pelsdieren en/of overig kleinvee houden. Het biologisch houden van dieren conform de Landbouwkwaliteitswet, het kweken van vis en het houden van melkvee en overig rundvee, geiten, schapen of paarden wordt niet aangemerkt als intensieve veehouderij”;

van mening zijnde dat:
bestaande intensieve veehouderijen zich buiten het door Gedeputeerde Staten voorgestane concentratiegebied intensieve veehouderijen op een duurzame wijze moeten kunnen blijven ontwikkelen;
nieuwvestiging van intensieve veehouderijen buiten het door Gedeputeerde Staten voorgestane concentratiegebied intensieve veehouderijen niet is toegestaan;
het door Gedeputeerde Staten voorgestane concentratiegebieden als een uitwijkgebied aangemerkt moet worden voor bestaande intensieve veehouderijen in andere delen van Noord-Holland, wiens wens tot uitbreiding van de perceelsoppervlakte op de huidige locatie niet gehonoreerd kan worden;

besluiten:
artikel 25, lid 1d van de Provinciale ruimtelijke ordening structuurvisie als volgt te wijzigen:
‘Bestemmingsplannen bieden geen gronden of regels waardoor vestiging van nieuwe volwaardige veehouderijen wordt toegestaan. Uitsluitend bestaande intensieve veehouderijen krijgen, voor zover aan alle wettelijke milieueisen is voldaan, de ruimte op de huidige locatie op duurzame wijze te ontwikkelen. Het door Gedeputeerde Staten voorgestane concentratiegebied dient als uitwijkgebied voor bestaande intensieve veehouderijen in andere delen van Noord-Holland aangemerkt te worden, wier wens tot uitbreiding van de perceelgrootte op de huidige locatie niet gehonoreerd kan worden.’

En gaan over tot de orde van de dag.


Geldhof J.

Ik was enigszins verrast dat u het tekstwijzigingsvoorstel van GS over het Wieringerrandmeer integraal wilt overnemen, omdat het enige wat feitelijk wordt gewijzigd het aantal woningen in de korte projectomschrijving is. Hebt u zich dat gerealiseerd? Het komt niet in de plaats van de totale paragraaf B1.5.


Butter D.J.

Ik heb mij dat volledig gerealiseerd. In de brief van GS – dat is de ongedateerde brief (ik zag vanochtend echter dat hij op 10 mei is gestempeld) – staat dat wat u aanhaalt terecht is. Maar ik heb alleen het gedeelte voorgelezen dat wordt gecorrigeerd. De VVD en de overige coalitiepartijen kunnen met dat deel instemmen. We realiseren ons dat dit kleine stukje tekst niet in de plaats komt van de volledige tekst. We halen er slechts een alinea uit.


Geldhof J.

In het financieel perspectief op bladzijde 2 van B1.5 staat dat de provincie zich garant stelt voor de overige publieke bijdragen aan het project, terwijl we op dit moment niet weten over welke publieke bijdragen hier wordt gesproken. Waarvoor denkt u dat de provincie zich op basis van deze visie qua publiek werk garant stelt?


Butter D.J.

U moet dan allereerst een andere discussie gaan voeren. Het onderwerp uit de structuurvisie is volgens mij gezien als een ruimtelijke component. Ik ben het met u eens dat we niet lang geleden (ik dacht twee weken) in beslotenheid uitvoerig hebben stilgestaan bij de financiële zijde van het Wieringerrandmeer. Ik wilde me daartoe beperken. Ik wil nu alleen maar ter discussie stellen wat ruimtelijk zou kunnen worden mogelijk gemaakt. Daarop heeft de tekst betrekking.


Geldhof J.

Dat begrijp ik. U beseft dus dat in de stukken staat dat door instemming van PS … Ons voorstel zou zijn om het ter kennisneming aan te nemen en dus nog geen besluit te nemen, gelet op alle discussies die nog worden gevoerd en er staat dat de provincie zich daarnaast garant heeft gesteld voor de overige publieke bijdragen aan het project. Het kan nog wel wat betekenen als u zegt ‘laat het maar in deze visie staan’.


Butter D.J.

U geeft aan dat de D66-fractie zal aangeven er slechts kennis van te nemen. Daardoor houdt u uw handen vrij. Ik beperk me nu - en dat is ook de insteek vanuit de coalitie - tot een tekstuele aanpassing vanwege gemaakte afspraken en het voorkeursrecht gemeenten. Ik wil er niet iets financieel mee hebben gezegd.
ARO. De VVD wenst dat de taken van de ARO worden omkaderd door heldere richtlijnen die het voor de aanvrager helder maken waaraan een aanvraag moet voldoen.
De VVD wenst dat tevens een procedurele gang van zaken van de ARO wordt aangepast door mogelijk te maken dat gemeenten na de afweging van nut en noodzaak de mogelijkheid wordt geboden om naar de ARO te stappen, een prealabele vraag te stellen en op die manier van tevoren meer inzicht te vergaren in het vereiste van ruimtelijke kwaliteit voor het specifieke project of plan. Het door een van de coalitiepartijen in te dienen amendement wordt door de VVD gesteund.
Rol van PS c.q. commissie ROG bij de besluitvorming over specifieke projecten of provinciale inpassingsplannen. De VVD wil de rol van PS gewaarborgd zien in grote, invloedrijke of ingrijpende ruimtelijke projecten in de provincie. Daarom wenst zij dat het de commissie ROG altijd vrij staat om indien gewenst een specifiek project of inpassingsplan in haar vergadering te behandelen. Dit wordt vormgegeven door standaardvermelding op de B-agenda van alle afwijkende projecten, bestemmingsplannen of ontheffingsaanvragen, die mogelijk naar de A-agenda kunnen worden verplaatst. De VVD dient hierover een motie in.

Motie 8-2
Motie borging rol PS bij ‘grote’ ruimtelijke projecten

De fracties van VVD, CDA, GroenLinks en PvdA dienen de volgende motie in.

Provinciale Staten, in vergadering bijeen op 17 mei 2010, gehoord de discussie over voordracht 26 inzake de provinciale structuurvisie/provinciale verordening,

overwegende dat:
de rol van Provinciale Staten geborgd moet zijn ten aanzien van de besluitvorming over omvangrijke, invloedrijke of ingrijpende ruimtelijke projecten binnen de provincie;
dit te realiseren is wanneer het de Statencommissie ROG altijd vrij staat om - indien gewenst - een specifiek project of een beoogd inpassingsplan als B-agendapunt in haar vergadering te behandelen;

van mening dat:
het wenselijk is dat Gedeputeerde Staten omvangrijke, invloedrijke of ingrijpende ruimtelijke plannen waarvoor een provinciaal ruimtelijk instrument ingezet moet worden, altijd ter bespreking aan de Statencommissie ROG voorleggen;

besluiten:
Gedeputeerde Staten te verzoeken bovengenoemde handelwijze in hun werkmethode te integreren.

En gaan over tot de orde van de dag.

Het evaluatiemoment van de provinciale structuurvisie. Aan de hand van een visie wil de VVD aandacht vragen voor regelmatige aanpassing en periodieke cijfermatige bijstelling van de voorliggende documenten. Hoewel de benoemde provinciale belangen bedoeld zijn als toekomstbestendige belangen, houdt de VVD het voor mogelijk dat maatschappelijke, juridische of wereldlijke veranderingen kunnen plaatsvinden die herziening of aanvulling van deze drie hoofdbelangen nodig maken. Denk hierbij aan snellere klimaatverandering, herziening van de wettelijke taken van de provincie, technologische vernieuwing op vervoersgebied of aan nieuwe keuzes in Europees supranationaal beleid dat juridisch doorwerkt in nationale en regionale regelgeving. De visie en verordening moeten volgens de VVD kunnen worden aangepast om op onverwachte of externe ontwikkelingen in te spelen. De VVD wil daarom een mogelijke aanpassing van de visie en verordening inbouwen in beide documenten. Zij wil dit vormgeven in een amendement.

Motie 8-3
Periodieke evaluatie visie en verordening

De fracties van VVD, GroenLinks, PvdA en CDA dienen het volgende amendement in.

Provinciale Staten, in vergadering bijeen op 17 mei 2010, gehoord de discussie over voordracht 26 inzake de provinciale structuurvisie/provinciale verordening,

overwegende dat:
de provincie Noord-Holland zorgt dat Noord-Holland een mooie, veelzijdige en internationaal concurrerende provincie blijft door in te zetten op klimaatbestendigheid, ruimtelijke kwaliteit en duurzaam ruimtegebruik;
op basis van de drie hoofdbelangen, als weergegeven onder 3.3.2 in de provinciale structuurvisie nog twaalf onderliggende provinciale belangen benoemd zijn;
deze provinciale belangen bedoeld zijn als toekomstbestendige belangen, die aan maatschappelijke, juridische of wereldlijke veranderingen onderhevig zijn, die herziening c.q. aanvulling van de eerder aangehaalde hoofdbelangen kan inhouden;

besluiten:
Gedeputeerde Staten te verzoeken om de provinciale structuurvisie en de Provinciale ruimtelijke verordening structuurvisie jaarlijks ter evaluatie aan de Statencommissie ROG voor te leggen en wel in ieder voorjaar, voor het eerst in 2012.

En gaan over tot de orde van de dag.

De voorliggende provinciale structuurvisie is essentieel voor de toekomst van Noord-Holland. Een provincie zonder heldere visie is een structuurloos en onbestuurbaar geheel. Toch moet men niet altijd op de wind en op de donkere wolken letten. Dan zal hij noch zaaien noch oogsten. Wie geen risico durft te nemen, komt nooit verder. Daarom zegt de VVD dat wie kan sturen bij elke wind zeilt. De VVD draagt dat ook uit. De structuurvisie is een grote uitdaging geweest en heeft stuurmanskunst gevergd. Er is land in zicht. Het doel is bereikt. Laten we vandaag aan land gaan en de provinciale structuurvisie daar zaaien en planten. Wellicht komt de oogst dan eerder dan verwacht.


Meché A.P. van der

Er heeft enige discussie achter de tafel plaatsgevonden. We zitten een beetje met de amendementen. In principe hebben GS alles afgerond en de voorliggende tekst geproduceerd. Elk amendement moet dus een tekstvoorstel bevatten. De tekstonderdelen die GS hebben opgesteld en tekstonderdelen die PS ter vervanging wensen. We moeten zo strikt zijn. Naar aanleiding van een van de amendementen van de VVD is achter de tafel een discussie geweest. De griffie zal met de VVD-fractie contact opnemen over aanscherping. Ik roep u op om bij twijfel met de griffie contact op te nemen voorafgaand aan de indiening.
Het woord is aan mevrouw Nagel, woordvoerster van het CDA.


Nagel A.M.

Het was een boeiend proces om tot deze eerste structuurvisie voor de hele provincie Noord-Holland te komen. Het allereerste besluit is in 2006 genomen. Een uitdaging voor allen die daarbij in verschillende rollen waren betrokken. In het bijzonder voor de Statenleden die in de nieuwe werkgroep Ruimtelijke Ordening het proces van heel dichtbij hebben kunnen volgen. Tot het laatste was het een intensief traject. Het resultaat zal in de toekomst zeker om een evaluatie vragen. Daartoe dienen nu al criteria te worden opgesteld. Structuurvisies zijn zelfbindend, benoemen belangen en de wijze waarop en het instrumentarium waarmee zij uitgevoerd of geborgd moeten worden.
In de provinciale structuurvisie zijn de drie hoofdbelangen gedefinieerd van klimaatbestendigheid, ruimtelijke kwaliteit en duurzaam ruimtegebruik. Een nieuwe systematiek en een nieuwe werkwijze met een doorkijk tot 2040. In veertig jaar zijn we van elf streekplannen naar een de hele provincie omvattende structuurvisie gegaan. Bij de doorkijk tot 2040 houden we rekening met klimaatverandering, globalisering en wijziging in bevolkingssamenstelling.
Hoe spelen we daarop nu al in? Hoe houden we daarbij onze metropoolregio en de rest van de provincie economisch slagvaardig en aantrekkelijk? Houden we bij onze aandacht voor ruimtelijke kwaliteit voldoende rekening met economische en maatschappelijke veranderingen waarop we tijdig en besluitvaardig moeten anticiperen? En daarbij decentraal wat kan en centraal wat moet? Hebben we hierin de juiste synthese gevonden? Bestaat onze provincie nog in 2040 staatkundig en natuurkundig? Is het hier dan nog steeds goed wonen, werken en recreëren? Is dynamisch ondernemen mogelijk in een goede leefomgeving met voldoende ontspanningsmogelijkheden binnen bereik? Zo ja, dan hebben wij ons werk goed gedaan. Democratisch en met besluitvorming die leidt tot slagvaardig beleid. In onze Randstadregio en provincie zal ook de Wabo daartoe straks bijdragen.
Over het proces dat we met elkaar gelopen hebben. Het provinciebestuur van Noord-Holland - zowel GS als PS - en het ambtelijke apparaat hebben de voorliggende provinciale structuurvisie grondig voorbereid. Er zijn veel commissiebehandelingen geweest waarin onze inbreng geleid heeft tot aanpassingen. Wij hebben de grenzen van de verschillende rollen van GS en PS verkend, soms tot op het bot. Nu ligt er aan PS een visie ter besluitvorming voor. Gemeenten, maatschappelijke organisaties en ondernemers hebben door middel van zienswijzen en hoorzittingen veel zaken onder onze aandacht gebracht. Wat ons is aangereikt, hebben wij zo zorgvuldig mogelijk gewogen en beoordeeld. PS kunnen nu hun invloed nog doen gelden waar zij dat noodzakelijk achten.
De CDA-fractie kiest ervoor de gekozen systematiek zoveel mogelijk te eerbiedigen. Onze vele vragen in de commissie zijn door de gedeputeerde en haar staf uitgebreid beantwoord. Dank daarover. Dat scheelt uiteindelijk enkele moties en amendementen. Wij omarmen uw voorstellen gedaan in de bijlage van voordracht 26 ad 2 ter besluitvorming een erratum op de Provinciale ruimtelijke verordening structuurvisie op te nemen c.q. wijzigingsvoorstellen betreffende de artikelen 17 en 2 op te nemen. Dat geldt ook voor de voorgestelde amendementen van de projecten Bloemendalerpolder/KNSF en Wieringerrandmeer. Ik merk naar mevrouw Geldhof op dat wij bij de SOK het commitment hebben gedaan om voor bepaalde zaken de provincie te laten opdraaien. De CDA-fractie merkt bij deze projecten op dat wij heel erg hechten aan het betrekken van de gemeenten (waarin die projecten zijn gelegen) bij het proces en de uitvoering. Het is van groot belang dat je met elkaar aan iets kunt werken in plaats van met macht te werken.
Wij hebben een aantal accenten, waartoe wij moties en amendementen hebben voorbereid. Ik wil daaraan voorafgaand ingaan op enkele punten.
Het motorcrossterrein. We wachten af wat de gedeputeerde hierover zal berichten. De CDA-fractie is van mening dat belofte schuld maakt en dat nog langer wachten - op zijn zachtst gezegd - niet netjes is. Wij waarderen dan ook de inspanningen die momenteel worden gepleegd. Wij zijn echter tegen schrapping van de locatie Aartswoud voordat een definitieve oplossing in beeld is.
Zoeklocatie Wieringermeer voor windenergie. Op land zijn wij kritisch, vooral over de nearshorelocaties op het IJsselmeer. We wachten eerst de onderzoeksuitkomsten af, maar plaatsen hierbij alvast een kanttekening.
Olympische Spelen 2028 (pagina 98). Het CDA geeft voor een eventueel olympisch dorp de voorkeur aan een locatie als de Purmer (Purmermeer) boven eventuele beslagen op het Amsterdamse havengebied. Tegen die tijd zal de Noord/Zuidlijn moeten zijn doorgetrokken naar Purmerend. Daarom vragen wij u om geen onomkeerbare ontwikkelingen toe te staan in het Purmerbos dan wel op of rond het terrein van de nabijgelegen golfbaan. Wellicht zijn dit in onze ogen kleine en venijnige of juist grote en meeslepende zaken. Wij zetten in op de herstructurering van het havengebied. Daarom kunnen we niet toestaan dat in de haven gelegen terreinen voor andere functies worden geclaimd. Ons commitment moet ons bijna heilig zijn.
Project Integrale Gebiedsontwikkeling Haarlemmermeer-Westflank. De CDA-fractie is bezorgd over de financiële haalbaarheid van dit project - en niet alleen dit project - in het huidige tijdsgewricht. Een sluitende exploitatie blijft voor ons uitgangspunt bij deze en andere ruimtelijke ontwikkelingen.
De ondergrond. Mijn fractie is daarop meermalen diep ingegaan, onder andere door middel van een initiatiefvoorstel. We hebben daarover in WAMEN een stuk ontvangen. Als deze structuurvisie klaar is, wil ik u wijzen naar wat in Drenthe voorligt. Daar bestaat een structuurvisie voor de ondergrond. Dat is wat de CDA-fractie al in de vorige periode beoogde te bereiken. Ik vraag daarvoor uw aandacht. Ik heb een exemplaar van deze visie bij me, die wellicht aan de gedeputeerde kan worden overhandigd.
De ondergrondse verbinding in het kader van de RAAM-brief en de verstedelijkingsopgave in Almere is een springend punt dat de Staten zeer bezighoudt. Als die ondergrondse verbinding er niet komt vanwege de grote investering, vragen wij ons af of wij in Noord-Holland tegen wellicht geringere infrastructurele kosten een flink deel van de verstedelijkingsopgave op ons kunnen nemen, natuurlijk mits er voldoende geld voor een goede ontsluiting tegenover staat. Wellicht kan ook dit punt worden meegenomen in de woonvisie. Wij benadrukken dat het natuurlijk niet over Flevoland gaat, maar dat wij liever de ontwikkelingen aan de andere kant zouden zien en daarbij gebruikmaken van de bestaande infrastructuur.
Voordat ik begin aan de moties en de amendementen wil ik benadrukken dat het ons ernst is dat onze inwoners veel plezier zullen hebben bij het wonen, werken en recreëren in onze prachtige provincie. De besluiten die wij vandaag daartoe nemen moeten bijdragen aan deze zaak, nu en in de toekomst (tot 2040 en daarna).
De amendementen. Het eerste amendement gaat over de ARO. De grote zorg en het verzet van ondernemend Noord-Holland, VNO-NCW, MKB-Nederland, LTO Noordwest-Holland en de Kamers van Koophandel over de slagvaardigheid en impact zijn met grote getale binnengekomen. Daarom zullen wij de ARO niet omarmen. Een kerntaak van de provincie is de ruimtelijke ordening en de inzet op ruimtelijke kwaliteit. Wij gaan in Noord-Holland voor de uitkomsten van de commissie-Lodders, misschien met nog enkele flodders. Bovendien is er het instrument beeldkwaliteitsplan sinds 2004, kennen we de PARK en hebben we de taskforce Ruimtewinst omarmd. Daarnaast is er nog het Kwaliteitsteam Groene Hart en de PPC. In deze tijd van deregulering en de roep om grote slagvaardigheid is ons de ARO een brug te ver. Wij pleiten wel voor het doorgaan met onze PARK en de taskforce Ruimtewinst.

Amendement 8-4
Adviesorgaan Ruimtelijke Ontwikkeling (ARO)

De fractie van het CDA dient het volgende amendement in.

Provinciale Staten Noord-Holland in vergadering bijeen op 17 mei 2010, gehoord hebbend de beraadslaging voordracht 26 inzake de Structuurvisie Noord-Holland 2040 inclusief kaarten, Provinciale ruimtelijke verordening inclusief kaarten en het plan MER Structuurvisie Noord-Holland,

overwegende dat:
ruimtelijke ordening een kerntaak is van de provincie en advisering om de ruimtelijke kwaliteit te borgen belangrijk is;
daar nu mede in wordt voorzien door de onafhankelijke Park, de PPC, het kwaliteitsteam Groene Hart en veelal voorbereiding door middel van begeleidende beeldkwaliteitsplannen;
het uit oogpunt van organisatieontwikkeling binnen de provincie en kostenbeheersing niet wenselijk is een extern adviesorgaan als de ARO in het leven te roepen;
gemeenten met betrekking tot hun bestemmingsplannen een eigen toetsingskader bieden en bij ontheffingsaanvragen bij de provincie zorg dragen voor onderbouwing op basis van beeldkwaliteitsplannen;
een tweede toetsingskader in de vorm van een ARO extra regeldruk geeft;
het uit oogpunt van deregulering niet wenselijk is dat er naast de afweging van nut en noodzaak, duurzaamheid etc. nog een extern adviesorgaan wordt ingesteld;

besluiten:
het instrument adviescommissie Ruimtelijke Ordening uit de provinciale structuurvisie te halen, daar waar zij wordt genoemd, of waar daarnaar wordt verwezen.

Een motie voor de kleinschalige ontwikkelingen in het landelijke gebied.

Motie 8-4
Kleinschalige ontwikkelingen in landelijk gebied

De fracties van CDA, VVD, GroenLinks en PvdA dienen de volgende motie in.

Provinciale Staten, in vergadering bijeen op 17 mei 2010, gehoord de discussie over voordracht 26 inzake de provinciale structuurvisie/provinciale verordening,

overwegende dat:
een deel van de sportterreinen en recreatieterreinen volgens de verordening buiten het bestaand bebouwd gebied valt en aldus behoort tot het landelijke gebied;
conform artikel 14 voor nieuwe verstedelijking of uitbreiding van bestaande verstedelijking in landelijk gebied een ontheffing vereist is;
in dit artikel infrastructuur (terecht) als een vorm van verstedelijking wordt beschouwd;

voorts overwegende dat:
dit verstedelijkingsverbod met bijbehorende ontheffing ook zou gelden voor de aanleg of uitbreiding van voet- of fietspaden op sportterreinen en recreatieterreinen;
hetzelfde ook zou kunnen gelden voor recreatieve wandel- en fietspaden in het landelijke gebied;

verzoeken GS:
na te gaan in hoeverre kleinschalige ontwikkelingen zoals bovengenoemde kunnen worden uitgezonderd van de procedure van ontheffing;
een voorstel aan Provinciale Staten voor te leggen waarin voor deze specifieke situaties ingezet wordt op maatwerk;
aan te geven in hoeverre dit maatwerk zou leiden tot aanpassingen van de (toelichting op de) structuurvisie.

En gaan over tot de orde van de dag.


Driessen L.M.

Is dit naar aanleiding van artikel 14 van de verordening?


Nagel A.M.

Ja. Daarop sluit de motie aan.
Ik kom dan op een aantal moties en amendementen die voor het CDA belangrijk zijn, omdat het haar uitgangspunt is dat een leefbaar, aantrekkelijk en betaalbaar landelijk gebied zonder boeren moeilijk denkbaar is. In diverse rapporten staat ook dat landbouw de belangrijkste economische drager is in bufferzones, Nationale Landschappen en buiten het bebouwde gebied. Toch zijn veel overheidsmaatregelen gericht op verdere terugdringing van de agrarische productiefunctie. De CDA-fractie vindt dat de aanwezigheid van vitale agrarische bedrijven juist in het grootstedelijke landschap onmisbaar is. GS hebben daarin weliswaar goed voorzien, maar we hebben daarin nog enkele wensen. GS verdienen overigens een compliment.

Motie 8-5
Ruimte voor ruimte

De fracties van VVD, GroenLinks, PvdA en CDA dienen de volgende motie in.

Provinciale Staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen op 17 mei 2010, gehoord hebbend de beraadslaging over de Structuurvisie Noord-Holland 2040 inclusief kaarten en over de Provinciale Ruimtelijke Verordening, inclusief kaarten en het plan-MER Structuurvisie Noord-Holland,

overwegende dat:
met het beleidskader Ruimte voor ruimte de provincie een uitstekend instrument beschikbaar heeft om, door middel van het opruimen van voormalige en niet meer functionele (agrarische) bouwwerken, de ruimtelijke kwaliteit van het landelijke gebied te vergroten;
de implementatie van een goed functionerend Ruimte voor ruimte-beleid in de gemeentelijke bestemmingsplannen ervoor kan zorg dragen dat de schaalvergroting in de agrarische sector gepaard gaat met een toename van de ruimtelijke kwaliteit in het landelijke gebied;
de inzet van het Ruimte-voor-ruimtebeleid van groot belang is om bedrijfsverplaatsingen te faciliteren en daarmee onder meer bij te dragen aan het bereiken van provinciale doelen (onder andere glastuinbouwconcentratie);

van mening zijnde dat:
in het beleidskader Ruimte voor ruimte een op de praktijk toegesneden bedrijfsverplaatsingscomponent moet worden opgenomen om enerzijds zorg te dragen voor voldoende ontwikkelingsmogelijkheden voor agrarische bedrijven, die om verschillende redenen op de bestaande locatie niet kunnen worden ingevuld, en anderzijds voor het realiseren van provinciale doelen (glastuinbouwconcentratie).

dragen Gedeputeerde Staten op:
om bij de aanpassing van het beleidskader Ruimte voor ruimte een op de praktijk toegesneden bedrijfsverplaatsingsregeling op te nemen, enerzijds om agrarische bedrijven te kunnen verplaatsen die zich op de bestaande locatie niet meer verder kunnen ontwikkelen, anderzijds om provinciale doelen (glastuinbouwconcentratie) te kunnen realiseren.

En gaan over tot de orde van de dag.

Tevens een amendement voor ruimtebeleid bij voorkeur in of tegen bestaand bebouwd gebied.

Amendement 8-5
Ruimte voor ruimte

De fracties van CDA, VVD, PvdA en GroenLinks dienen het volgende amendement in.

Provinciale Staten Noord-Holland in vergadering bijeen op 17 mei 2010, gehoord hebbend de beraadslaging voordracht 26 inzake de Structuurvisie Noord-Holland 2040 inclusief kaarten, Provinciale ruimtelijke verordening inclusief kaarten en het plan MER Structuurvisie Noord-Holland,

overwegende dat:
met het beleidskader Ruimte voor ruimte de provincie een uitstekend instrument beschikbaar heeft om, door middel van het opruimen van voormalige en niet meer functionele (agrarische) bouwwerken, de ruimtelijke kwaliteit van het landelijk gebied te vergroten;
de implementatie van een goed functionerend Ruimte-voor-ruimtebeleid er in de gemeentelijke bestemmingsplannen voor kan zorg dragen dat de schaalvergroting in de agrarische sector gepaard gaat met een toename van de ruimtelijke kwaliteit in het landelijke gebied;
de inzet van het Ruimte-voor-ruimtebeleid van groot belang is om bedrijfsverplaatsingen te faciliteren en daarmee onder meer bij te dragen aan het bereiken van provinciale doelen (onder andere glastuinbouwconcentraties);

van mening zijnde dat:
het provinciaal beleidskader Ruimte voor ruimte optimaal moet worden ingezet om de ruimtelijke kwaliteit van het landelijk gebied te vergroten;
het beleidskader derhalve niet uitsluitend verplicht moet worden gesteld in de EHS, de nationale landschappen, de rijksbufferzones, de weidevogelleefgebieden en de Rods-gebieden, maar in principe in het hele landelijke gebied;
in het beleidskader Ruimte voor ruimte een op de praktijk toegesneden bedrijfsverplaatsingscomponent moet worden opgenomen om enerzijds zorg te dragen voor voldoende ontwikkelingsmogelijkheden voor agrarische bedrijven, die om verschillende redenen op de bestaande locatie niet kunnen worden ingevuld, en anderzijds voor het realiseren van provinciale doelen (glastuinbouwconcentratie);
de bestaande agrarische bedrijven niet mogen worden beperkt in hun ontwikkelingsmogelijkheden door nieuw te bouwen woningen in het landelijke gebied;

besluiten:
artikel 16 van de Provinciale ruimtelijke verordening structuurvisie als volgt aan te vullen:
lid 1, sub c: niet meer woningen worden toegestaan dan noodzakelijk is om de sloop van bedoelde bebouwing of functies te realiseren;
‘de compensatie vanuit het Ruimte-voor-ruimtebeleid dient bij voorkeur plaats te vinden in/tegen bestaand bebouwd gebied.’
lid 2, een nieuw sub lid f: ‘Voor het landelijke gebied, niet betrekking hebbend op de gebieden genoemd onder de subleden a tot en met e, moet de uitwerking van het beleidskader Ruimte voor ruimte in de bestemmingsplannen worden gestimuleerd; de provincie Noord-Holland zal de gemeenten actief stimuleren en begeleiden bij de uitwerking van het beleidskader Ruimte voor ruimte op bestemmingsplanniveau.’
lid 3, een nieuw sub lid e: ‘door de nieuw te bouwen woning(en) mogen de bedrijfsvoering en de ontwikkelingsmogelijkheden van omringende agrarische bedrijven niet worden beperkt.’

Dan kom ik op het behoud van de Ecologische Hoofdstructuur en de ecologische verbindingszones. Het punt komt steeds weer terug dat compensatiebepalingen pas gelden na eigendomsverwerving. Nu worden bestaande bedrijven die nog niet in eigendom zijn genomen toch gedwongen om een natuurbestemming te krijgen.

Amendement 8-6
Behoud en ontwikkeling Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en Ecologische Verbindingszones (EVZ)

De fracties van CDA en VVD dienen het volgende amendement in.

Provinciale Staten Noord-Holland in vergadering bijeen op 17 mei 2010, gehoord hebbend de beraadslaging voordracht 26 inzake de Structuurvisie Noord-Holland 2040 inclusief kaarten, Provinciale Ruimtelijke Verordening inclusief kaarten en het plan MER Structuurvisie Noord-Holland,

overwegende dat:
het behoud en de ontwikkeling van de EHS en EVZ op diverse wijzen in het bestemmingsplan kunnen worden opgenomen;
de implementatie van de EHS en EVZ in het landelijke gebied plaatsvindt op basis van vrijwilligheid en de begrenzing geen gevolgen heeft in het kader van de ruimtelijke ordening (bestemmingsplannen);
voor de continuïteit van de agrarische bedrijven in de EHS en EVZ de agrarische functie niet onder het overgangsrecht mag komen te vallen;

zijn van mening dat:
in de natuurgebiedsplannen nadrukkelijk is opgenomen dat de implementatie van de EHS plaatsvindt op basis van vrijwilligheid; en de begrenzing tot natuur- en/of beheergebied geen gevolgen heeft in het kader van de ruimtelijke ordening;
al sinds de introductie van de EHS en EVZ in de provincie Noord-Holland de afspraak geldt dat bij de realisatie van de EHS en EVZ de bestemming het eigendom volgt; dat betekent dat pas na verwerving en/of pachtvrij maken van de voor EHS of EVZ begrensde percelen de agrarische bestemming kan worden gewijzigd in een natuurbestemming;
het voorstel in de Provinciale ruimtelijke verordening om de begrensde EHS en EVZ op voorhand een natuurbestemming te geven als ongewenst wordt beschouwd; de bestaande agrarische functie komt daarmee onder het overgangsrecht te vallen waarmee de continuïteit van de agrarische bedrijfsvoering onder druk komt te staan;
bij de implementatie van de EHS en EVZ de bestaande afspraak het uitgangspunt dient te zijn: dat betekent dat in de bestemmingsplannen een wijzigingsbevoegdheid wordt opgenomen om bij verwerving en/of pachtvrij maken van de agrarische productiegronden binnen de EHS en EVZ de agrarische bestemming te kunnen wijzigen in een natuurbescherming;

besluiten:
- de tekst van artikel 19, lid 1, sub b van de Provinciale ruimtelijke verordening structuurvisie te wijzigen in:
‘b. dat in het bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid wordt opgenomen om bij verwerving en/of pachtvrij maken van de agrarische gronden binnen de EHS en EVZ de agrarische bestemming te wijzigen in een natuurbestemming’;de toelichting bij
- artikel 19 van de Provinciale ruimtelijke verordening structuurvisie dienovereenkomstig aan te passen.

Dan een amendement over weidevogelleefgebieden. Het is naar aanleiding van een van de vragen die wij hebben gesteld over het hebben van invloed op de bedrijfsvoering. Wij vinden dat juist die agrarische bedrijven zo belangrijk zijn voor de weidevogels.

Amendement 8-7
Weidevogelleefgebieden

De fracties van CDA, GroenLinks en VVD dienen het volgende amendement in.

Provinciale Staten Noord-Holland in vergadering bijeen op 17 mei 2010,
gehoord hebbend de beraadslaging voordracht 26 inzake de Structuurvisie Noord-Holland 2040 inclusief kaarten, Provinciale ruimtelijke verordening inclusief kaarten en het plan MER Structuurvisie Noord-Holland,

overwegende dat:
in artikel 24, lid 1 sub a van de Provinciale ruimtelijke verordening structuurvisie is opgenomen dat binnen weidevogelleefgebieden geldt dat ‘nieuwe bebouwing, anders dan bebouwing die als gevolg van een geldend bestemmingsplan mogelijk is op een agrarisch bouwperceel’ niet is toegestaan.
in de nota van beantwoording (pagina 115) expliciet is opgenomen dat de aanduiding ‘weidevogelleefgebied’ de agrarische ontwikkeling niet beperkt;

zijn van mening dat:
de op kaart 2 van de Provinciale ruimtelijke verordening structuurvisie aangegeven weidevogelleefgebieden niet belemmerend maar stimulerend zijn voor de in deze gebieden gevestigde agrarische bedrijven;
het beleid voor de weidevogelleefgebieden niet van invloed is op een economisch duurzame ontwikkeling van de in deze gebieden gevestigde agrarische bedrijven;
het beleid voor de gebieden voor grootschalige landbouw en gecombineerde landbouw onverkort van toepassing is op de agrarische bedrijven die gevestigd zijn in de weidevogelleefgebieden;

besluiten:
om de toelichting van artikel 24 van de Provinciale ruimtelijke verordening structuurvisie als volgt aan te vullen:
‘Met verwijzing naar lid 1, sub a geldt dat voor de ontwikkeling van de agrarische bedrijven in de weidevogelleefgebieden het beleid voor de gebieden voor grootschalige landbouw of gecombineerde landbouw onverkort van toepassing is.’

En gaan over tot de orde van de dag.

Dus geen extra beperkingen omdat het weidevogelleefgebied is, omdat juist die bedrijven ervoor zorgen dat de weidevogels er nog zijn. Het zijn vaak de vossen en de kraaien die de weidevogels de das omdoen. Niet de agrarische bedrijven, mits zij blijven binnen de door u gestelde regels.
Ik kom dan op de intensieve veehouderij. Onze gedeputeerde is in China. Ik weet dat het hem zeer spijt dat hij er vandaag niet bij kan zijn. Zijn data lagen echter al lang vast, terwijl onze vergaderdatum is gewijzigd. Wij sluiten ons aan bij het amendement van de VVD over dit onderwerp (A8-3).
Glastuinbouw. Wij vinden het belangrijk dat bedrijven geaccommodeerd kunnen blijven op de plekken waar zij zijn gevestigd. Ons amendement daarvoor wordt door andere partijen gesteund.

Amendement 8-8
Glastuinbouw

De fracties van CDA, GroenLinks en VVD dienen het volgende amendement in.

Provinciale Staten Noord-Holland in vergadering bijeen op 17 mei 2010,

beraadslagende over voordracht bij GS-nota 2010-8574: Structuurvisie Noord-Holland 2040 inclusief kaarten, Provinciale ruimtelijke verordening inclusief kaarten en het plan-MER Structuurvisie Noord-Holland,

overwegende dat:
- nieuwvestiging van glastuinbouwbedrijven en uitbreiding van bestaande glastuinbouwbedrijven op basis van artikel 25, lid 1e van de Provinciale ruimtelijke verordening structuurvisie uitsluitend mogelijk is binnen de op kaart 5 van genoemde verordening aangegeven glastuinbouwconcentratiegebieden;
- een inzet op concentratie van glasopstanden, zonder de beschikbaarheid van flankerend beleid, niet mag leiden tot het op slot zetten van bestaande glastuinbouwbedrijven buiten de glastuinbouwconcentratiegebieden;
- om meerdere redenen niet alle vrij liggende glastuinbouwbedrijven (onder meer sublocaties van zaadteeltbedrijven) zich kunnen verplaatsen naar de glastuinbouwconcentratiegebieden;

van mening zijnde dat:
- de inzet van de provincie gericht moet zijn op het concentreren van glastuinbouwbedrijven in de daarvoor aangewezen glastuinbouwconcentratiegebieden;
- nieuwvestiging van glastuinbouwbedrijven te allen tijde moet plaatsvinden binnen de daarvoor op kaart 5 van de Provinciale ruimtelijke verordening structuurvisie aangegeven glastuinbouwconcentratiegebieden;
- als gevolg van het ontbreken van flankerend beleid de bestaande glastuinbouwbedrijven buiten deze glastuinbouwconcentratiegebieden zich blijvend moeten kunnen ontwikkelen;
- het vigerende beleid, als gevolg waarvan Gedeputeerde Staten op basis van een ondernemingsplan ontheffing kunnen verlenen voor een ontwikkeling van vrij liggende glastuinbouwbedrijven boven de 2 ha gecontinueerd moet worden;

Besluiten:
in artikel 25 lid 1e en lid 3c van de Provinciale ruimtelijke verordening structuurvisie als volgt aan te passen:
Lid 1e:
‘e.1: Nieuwvestiging van glastuinbouwbedrijven is uitsluitend binnen de op de kaart 5 of op de digitale verbeelding ervan aangegeven glastuinbouwconcentratiegebieden toegestaan en mag in het bestemmingsplan niet onmogelijk worden gemaakt;
e.2: Bestaande glastuinbouwbedrijven buiten de glastuinbouwconcentratiegebieden kunnen het areaal glas uitbreiden tot maximaal 2 ha. Bestemmingsplannen die gronden omvatten voor deze categorie glastuinbouwbedrijven wijzen derhalve geen bestemmingen aan en stellen geen regels die een uitbreiding van het areaal tot meer dan 2 ha onmogelijk maken’;

Artikel 25, lid 3, zijnde:
“Gedeputeerde Staten kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid onder h voor:
- teeltondersteunend glas tot een maximum van 4000 m2 of;
- teeltondersteunend glas tot een maximum van 200 m2 per hectare teeltondersteunend glas voor een bedrijf met een perceel van minimaal 20 ha;
mits de noodzaak daartoe is aangetoond door middel van een bedrijfsplan.”

als volgt aan te passen met toevoeging van:
Lid 3.
- glastuinbouwbedrijven buiten de glastuinbouwconcentratiegebieden van een omvang groter dan 2 ha.

Dan over gebieden voor gecombineerde landbouw en de bouwblokkendiscussie. Wij willen graag die 2 ha hebben en denken daarbij aan de mensen die hebben gepleit om de gecombineerde gebieden een ontheffingsmogelijkheid te geven. Wij weten dat daarvoor in de provincie niet voldoende draagvlak bestaat. Als je bedenkt dat vanaf 2015 biologische landbouw vier keer zoveel ruimte voor een koe in een stal eist dan wat nu normaal wordt gevonden, dan wordt het krap met genoemde 2 ha zonder ontheffingsmogelijkheid. Gelukkig wil de VVD jaarlijks evalueren. Dus als het nodig is, kunnen we altijd nog een ontheffingsmogelijkheid krijgen.


Butter D.J.

U gaf aan dat slechts de VVD wil evalueren, maar het was de strekking om u allen te laten evalueren.


Nagel A.M.

Het gaat erom dat het uw initiatief was. Als er knelpunten ontstaan, kan het nog eens opnieuw worden bezien. De jonge boeren moeten dan nog maar even wachten. Helemaal geen ontheffingsmogelijkheid bieden is voor mij op slot doen. Ik wil die hartenkreet hier graag laten horen. Maar ja, waar niet is, verliest de keizer zijn recht.
Dan is er nog een voorstel voor een kaartwijziging. Het heeft te maken met een schrijnend geval. Dat is het bloembollenbedrijf Van Schagen in de gemeente Bergen. Het verzoek is om de kaart aan te passen.

Amendement 8-9
Amendement Bloembollenbedrijf Van Schagen in de gemeente Bergen

De fractie van CDA dient het volgende amendement in.

Provinciale Staten Noord-Holland in vergadering bijeen op 17 mei 2010,
beraadslagende over voordracht bij GS-nota 2010-8574: Structuurvisie Noord-Holland 2040 inclusief kaarten, Provinciale ruimtelijke verordening inclusief kaarten en het plan-MER Structuurvisie Noord-Holland,

overwegende dat:
- bloembollenbedrijf Nic van Schagen & Zn BV, gevestigd aan de Bergerweg 82 in de gemeente Bergen, het bedrijf in de begin jaren tachtig heeft verplaatst vanuit de voormalige gemeente Egmond naar de huidige locatie in de gemeente Bergen;
- bloembollenbedrijf Nic van Schagen & Zn BV op de locatie Bergerweg 82 met vergunning grasland heeft omgezet ten behoeve van de permanente bloembollenteelt;
- uit onderzoek van de toenmalige Provinciale Waterstaat van Noord-Holland (juli 1987) bleek dat de vooruitzichten en omstandigheden om in de regio Noord-Kennemerland in het algemeen en op de locatie Bergerweg 82 in het bijzonder zeer gunstig waren om de bloembollensector respectievelijk het Bloembollenbedrijf Nic van Schagen & Zn BV verder te ontwikkelen;
- de ontwikkeling van het Bloembollenbedrijf Nic van Schagen & Zn BV op de locatie Bergerweg 82 is belemmerd nadat Provinciale Staten van Noord-Holland op 19 december 1988 de nota Zonering voor de permanente omzetting van grasland in het westen van Noord-Holland (zoneringsnota) hebben vastgesteld als gevolg waarvan het bedrijf in het zogenaamde consolideringsgebied is komen te liggen. Binnen het consolideringsgebied is de omzetting van grasland ten behoeve van de permanente bloembollenteelt niet toegestaan;

van mening zijnde dat:
- bij de vestiging van het Bloembollenbedrijf Nic van Schagen & Zn BV op de locatie Bergerweg 82 niet kon worden voorzien dat de ontwikkeling van het bedrijf als gevolg van het vaststellen van de zoneringsnota zou worden belemmerd;
- de bedrijfsontwikkeling op locatie als gevolg van de vaststelling van de zoneringsnota is stopgezet;
- voor de continuïteit van het bedrijf het uitermate gewenst is dat de met vergunning voor de permanente bloembollenteelt gerealiseerde en in gebruik zijnde gronden op en rond de locatie Bergermeer 82 binnen de begrenzing van het bloembollenconcentratiegebied worden opgenomen;

besluiten:
om de met vergunning voor de permanente bloembollenteelt gerealiseerde en in gebruik zijnde gronden op en rond de locatie Bergerweg 82 (zie kaartbeeld; ‘witte’ percelen) binnen de begrenzing van het bloembollenconcentratiegebied in Noord-Kennemerland op te nemen.

Ten slotte in deze reeks nog een amendement op de regionale waterkeringen. Het hoogheemraadschap heeft een ernstig beroep gedaan en wij hebben een tekstvoorstel voor artikel 29 gedaan.

Amendement 8-10
Regionale waterkeringen

De fracties van CDA, VVD en GL dienen het volgende amendement in.

Provinciale Staten Noord-Holland in vergadering bijeen op 17 mei 2010,
gehoord hebbend de beraadslaging over voordracht 26 inzake de Structuurvisie Noord-Holland 2040 inclusief kaarten, Provinciale ruimtelijke verordening inclusief kaarten en het plan MER Structuurvisie Noord-Holland,

overwegende dat:
- de tekst in artikel 29 lid 1 ‘Regionale waterkeringen’ van de Provinciale ruimtelijke verordening structuurvisie: “Voor zover een bestemmingsplan mede betrekking heeft op regionale waterkeringen, zoals aangegeven op kaart 6 en de digitale verbeelding ervan, voorziet het bestemmingsplan in bescherming van de waterkerende functie door het leggen van een bestemming waterkering en de daarbij behorende regels en voorziet het bestemmingsplan tevens in een vrijwaringzone van 10 m aan weerszijden van de waterkeringen opdat reconstructies van de waterkeringen niet onmogelijk worden gemaakt” niet aansluit bij de praktijk van de hoogheemraadschappen in de provincie Noord-Holland;
- een basisvrijwaringzone van 10 m naar ervaring van de hoogheemraadschappen te gering is en geen recht doet aan de ruimtebehoefte om ook in de toekomst duurzame waterveiligheid te kunnen bieden;
- dit op termijn, bij herstelwerkzaamheden, zou kunnen leiden tot conflicten met gebruikers van de grond die ter plaatse opstallen hebben, waardoor vertragingen te verwachten zijn en oplopende kosten, die weer doorberekend moeten worden in de waterschapsbelasting;

van oordeel zijnde:
- dat regels uit de nieuwe verordening doelmatig moeten zijn en rechtszekerheid moeten bieden;
- de door GS gekozen bewoordingen noch de ingelanden, noch de betrokken overheden voldoende houvast, duidelijkheid en rechtszekerheid bieden;

van mening zijnde:
- dat in de Provinciale ruimtelijke verordening structuurvisie geen specifieke maat moet worden aangegeven voor de vrijwaringzone, maar dat moet worden aangegeven dat de lokale benodigde vrijwaringzone moet worden overgenomen van de Noord-Hollandse hoogheemraadschappen;
- dat gemeenten en burgers, onder wie projectontwikkelaars, vanuit de provinciale verordening duidelijkheid moeten krijgen over reële mogelijkheden voor ontwikkelingen bij regionale keringen, waarbij in gemeentelijke bestemmingsplannen wordt uitgegaan van de maat van de vrijwaringzones, zoals vastgelegd in de legger van de hoogheemraadschappen;

besluiten:
de tekst van artikel 29, lid 1 ‘Regionale waterkeringen’ Provinciale ruimtelijke verordening structuurvisie te wijzigen in:
‘Voor zover een bestemmingsplan mede betrekking heeft op regionale waterkeringen, zoals aangegeven op kaart 6 en de digitale verbeelding ervan, voorziet het bestemmingsplan in bescherming van de waterkerende functie door op deze functie toegesneden bestemmingen en regels en voorziet het bestemmingsplan tevens in een vrijwaringzone aan weerszijden van de waterkeringen opdat reconstructies van de waterkeringen niet onmogelijk worden gemaakt. Deze lokaal benodigde vrijwaringzones worden overgenomen van de hoogheemraadschappen.’

Dan kom ik op de calamiteitenberging De Ronde Hoep. De polder heeft een unieke cultuurhistorische waarde en voorziet het omringende stedelijke milieu van een oase aan rust en ruimte. In de provinciale structuurvisie wordt deze polder als enige polder in Noord-Holland aangewezen voor calamiteitenberging als ruimtelijke nevenfunctie. Het rondje Ronde Hoep is een begrip tot in de wijde omtrek. GS erkennen in de toelichting op de structuurvisie dat de afwenteling van de waterproblematiek niet op veel steun kan rekenen bij agrariërs en bewoners. Dan is het van belang te beseffen dat de agrariërs toch onmisbaar zijn voor het behoud van de polder. Zij houden de polder vitaal en zorgen voor behoud van het landschap, de natuurwaarden en de cultuurhistorische waarde van de polder. Nu de provincie van de agrariërs en de overige bewoners een offer vraagt - namelijk de bereidheid om hun woon- en werkgebied onder water te laten zetten als de nood aan de man is om de inwoners in de wijde omtrek droge voeten te laten houden en zeer grote schade buiten de polder te voorkomen (vele honderden miljoenen wordt gezegd) - is het billijk om in de vorm van flankerend beleid en een beheergrondbank middelen ter beschikking te stellen. Het moet ons van het hart dat de brief van gedeputeerde Meerhof na een weerbarstig verleden een stapje in de goede richting is, maar toch weinig concreet houvast biedt. Het is tenslotte geen nieuw punt. Dat geldt voor de voorgangers van de gedeputeerden die hier nu aanwezig zijn. Bij de vaststelling van het waterplan heeft de woordvoerder van het CDA duidelijk gemaakt dat het ons ernst is om bij de aanwijzing ook boter bij de vis te doen. Gedeputeerde Kruisinga heeft toen toegezegd om met concrete voorstellen te zullen komen. De huidige tekst van de aanwijzing is wel heel erg mager en onderkoeld. Bent u bereid om bij het voorjaarsbericht met een concrete financiële vertaling van de voorstellen te komen voor de beheergrondbank? Dat kan ook een toezegging zijn om gronden die niet meer worden afgenomen bijvoorbeeld ter beschikking te stellen in het gebied of het flankerende beleid. Dus boter bij de vis. Wij horen het verhaal van de evaluatie grondbank Laag Holland al enkele jaren, waarbij het wachten op de oprichting van een beheergrondbank Amstelland en Vechtstreek nu al enkele jaren duurt. Wanneer komt dat rapport op tafel? Ik verwijs ook naar de bijdrage van mijn fractie bij de algemene beschouwingen in de afgelopen drie jaren. Bent u van plan om ons opnieuw met een kluitje in het riet te sturen? Wij zien met belangstelling uit naar uw beantwoording.

Amendement 8-11
Calamiteitenberging polder De Ronde Hoep

De fracties van CDA en GL dienen het volgende amendement in.

Provinciale Staten Noord-Holland in vergadering bijeen op 17 mei 2010,
gehoord hebbend de beraadslaging over voordracht 26 inzake de Structuurvisie Noord-Holland 2040 inclusief kaarten, Provinciale ruimtelijke verordening inclusief kaarten en het plan MER Structuurvisie Noord-Holland,

constaterende dat:
- in de Structuurvisie Noord-Holland 2040 aan het gebied polder De Ronde Hoep calamiteitenberging als ruimtelijke nevenfunctie wordt toebedeeld;

overwegende dat:
- polder De Ronde Hoep een unieke cultuurhistorische waarde heeft;
- de polder het omringende stedelijke milieu voorziet van een oase aan rust en ruimte;
- polder De Ronde Hoep als enige gebied in Noord-Holland is aangewezen voor calamiteitenberging;
- voor de bedrijfsvoering van de agrariërs en voor de overige bewoners van de polder op adequate wijze compensatie zal moeten worden geregeld,

besluiten:
de tekst van paragraaf 4.1.3 te verwijderen en te vervangen door: ‘De provincie Noord-Holland wijst polder De Ronde Hoep (Amstelscheg, ten zuiden van de A9) vooralsnog aan voor calamiteitenberging als ruimtelijke nevenfunctie. Dit zal geschieden met inachtneming van de ruimtelijke kwaliteit en de unieke cultuurhistorische waarde van deze polder. Daarbij zullen de gevolgen van de aanwijzing voor de bedrijfsvoering van de agrariërs en voor de overige bewoners van de polder in ogenschouw worden genomen.”

Het is dus een afgezwakt amendement.
Dan nog het punt van de vrijwaring oevers Vecht en Amstel landgoederenzones.

Amendement 8-12
Vrijwaring oevers Vecht, Amstel

De fracties van CDA, D66, SP, Ouderenpartij Noord-Holland en GL dienen het volgende amendement in.

Provinciale Staten Noord-Holland in vergadering bijeen op 17 mei 2010,
gehoord hebbend de beraadslaging over voordracht 26 inzake de Structuurvisie Noord-Holland 2040 inclusief kaarten, Provinciale ruimtelijke verordening inclusief kaarten en het plan MER Structuurvisie Noord-Holland,

overwegend dat:
- de rivieren Vecht en Amstel door een landschappelijk en cultuurhistorisch waardevol gebied stromen, dat gekenmerkt wordt open weidelandschap en agrarisch beheer;
- de openheid van dit landschap zowel door provincie Noord-Holland, de Vechtplassencommissie als het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht als zeer waardevol wordt aangemerkt;
- de provincie Noord-Holland dit als centrale doelstelling in haar ‘Ontwikkelingsstrategie Amstelscheg, Amstel tussen stad en land’ heeft opgenomen;
- beide rivieren stromen in gebied van ‘de Stelling van Amsterdam’, waarvan behoud van de inundatievlakken een provinciaal doel is;
- de provincie Noord-Holland voor het behoud van vrij zicht op de Vechtoever bij de reconstructie van de provinciale weg, ‘de Dammerweg’ in Weesp en Nederhorst den Berg, aanzienlijke bedragen heeft geïnvesteerd om de daar gelegen woonschepen te verplaatsen;
- de gemeente Weesp en de gemeente Muiden bij de kaderstelling voor ontwikkelingen in de Bloemendalerpolder hebben verklaard de openheid van de Vechtoevers te willen borgen en daar geen ontwikkelingen toe te laten;

besluiten:
- de openheid van de Vecht- en Amsteloevers te borgen en daar geen mogelijkheid te geven voor landgoederenontwikkeling;
- daartoe de tekst op pagina 61 van de structuurvisie te wijzigen, door onder 6.4.2.1.2 ‘landgoederenzones’ de tekst bij het derde bolletje zijnde ‘de westzijde van de Amstel tussen Amsterdam en Ouderkerk aan de Amstel en de Vecht (inclusief zone in Bloemendalerpolder)’ te verwijderen en niet te vervangen door een andere tekst.


Meché A.P. van der

U begrijpt dat ingediende moties en amendementen onderdeel zullen vormen van de beraadslaging.


Wagemaker E.P.

In een lang en intensief traject hebben we de afgelopen periode mogen nadenken over de wijze waarop de provincie Noord-Holland zich in de komende dertig jaar kan ontwikkelen tot de meest aantrekkelijke leefomgeving voor haar ingezetenen en bezoekers. Dit traject resulteert nu in de voorliggende Provinciale Structuurvisie Noord-Holland 2040.
De PvdA is ervan overtuigd dat niet alles meer kan. De ruimte in Noord-Holland is beperkt en er zijn veel ruimteclaims. Keuzes maken is moeilijk, maar onvermijdelijk. We zullen zuiniger met onze ruimte moeten omgaan. Dubbelgebruik zal geen uitzondering op de regel meer zijn. Kwaliteit moet voortdurend het uitgangspunt zijn. De PvdA wil duidelijke keuzes maken. Voor de PvdA zijn de thema’s wonen, werken en natuur (waarvan recreatie een afgeleide is) de leidende onderwerpen bij ons denken.
Veel bouwstenen staan aan de basis van de drie provinciale hoofdthema’s, zoals het milieubeleidsplan, het waterplan, de leidraad Landschap en cultuurhistorie, de Detailhandelsnota, de visie Landelijk gebied enzovoorts. Deze studies vormen het fundament van de PSV, de provinciale structuurvisie. Ik kort het af vanwege de tijd.
Onze collega’s van de VVD hebben een motie voorbereid die door ons wordt gesteund. U hebt dat zojuist kunnen horen. De opdracht vanuit het Rijk is helder: stop de verrommeling van het landschap. De PvdA ondersteunt het voorstel voor een onafhankelijke adviescommissie Ruimtelijke Ordening (ARO) dan ook van harte. Daarbij kan het natuurlijk niet zo zijn dat de ARO de voortgang van procedures en werkzaamheden vertraagt. Ze zal daarom binnen de daarvoor gestelde termijnen een advies moeten uitbrengen na - maar soms ook voor - de procedure waarin nut en noodzaak is aangetoond. Liever ziet de PvdA dat de ARO waar mogelijk haar advies in prealabele sfeer uitbrengt als klankbord aan de gemeenten. Daartoe is samen met GroenLinks en VVD een amendement opgesteld, waarvan het dictum straks door GroenLinks zal worden voorgelezen. Wij willen graag tevens deskundigheid op het gebied van natuur toegevoegd zien aan de ARO. Natuurlijk moeten we de werkwijze van de ARO op de voet volgen. Ons voorstel is dan ook om het eerste jaar mee te kijken bij haar werkzaamheden en te evalueren na bijvoorbeeld twee jaar. Welke afspraken kunnen we hierover maken, gedeputeerde?
Eerder gaf ik aan dat de PvdA voor de komende dertig jaar duidelijke keuzes wil maken. De PvdA kiest voor wonen, werken en natuur (daaraan gekoppeld recreatie). Aan de hand van deze thema’s zullen we de provinciale structuurvisie dan ook behandelen, hier en daar versterkt door moties en amendementen die door ons of door andere fracties zullen worden ingediend.
Wonen. De meest recente bevolkingsgroeicijfers liegen er niet om. Liet het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in 2008 nog weten dat de demografische ontwikkeling in Noord-Holland met uitzondering van Den Helder redelijk stabiel zou blijven, recentere berekeningen (aangereikt via de Atlas van Nederland) duiden steeds meer op een spoedige krimp van de bevolking in vrijwel alle regio’s van Noord-Holland. Zelfs in Almere en Lelystad is sprake van een krimp. Alleen de studentensteden vormen hierop een uitzondering (Amsterdam, Utrecht, enzovoorts). Het beleid moet daarom in de komende maanden rigoureus om. Terwijl de provinciale structuurvisie nog spreekt van 215.000 extra te bouwen woningen in Noord-Holland, is het de vraag of dit aantal in het licht van recente cijfers over de bevolkingsgroei nog wel reëel is. De woonvisie is in concept gereed en zal nog voor de zomer worden behandeld. We gaan er dus van uit dat het aantal noodzakelijke woningen in de woonvisie aan de orde zal komen. Daarom zullen we op dit moment niet dieper ingaan op de noodzakelijke woningaantallen. Wel realiseren wij ons dat minder woningen bouwen - bijvoorbeeld in Almere - zijn weerslag zal hebben op de realisatie van de verbindingen met het oude land en daardoor op mogelijke woningbouwintensivering in Noord-Holland. Er zal voor de woningbouw in de overige delen van Noord-Holland een kwaliteitsslag moeten worden geleverd. Terecht wordt zwaar ingezet op verdichting in steden en dorpen (bouwen binnen bestaand bebouwd gebied, bbg, genoemd). Inzet van de provinciale structuurvisie hierop is 70 à 80%. Dat is een lovenswaardige maar bijzonder ambitieuze inzet die het wenselijk maakt te kijken naar de kaders volgens welke zo nodig ook buiten bbg woningbouw is toegestaan. Daarbij kunnen sommige gebieden in Noord-Holland gelden als potentiële woningbouwlocaties zonder dat nu al in de provinciale structuurvisie vast te leggen. Van belang is dat deze plekken vooralsnog met rust worden gelaten. Om inzicht te krijgen in de bouwstromen binnen bbg dient inventariserend onderzoek te worden verricht naar de mogelijkheden. Op basis daarvan kan nauwkeuriger worden beoordeeld welke plekken buiten bbg vrijgehouden kunnen worden. Hoe denkt de verantwoordelijke gedeputeerde dit aan te pakken? Zou een studieopdracht aan de TU Delft soelaas kunnen bieden? De PvdA heeft voor de woonvisie een motie opgesteld.

Motie 8-6
Woningaantallen

De fractie van de PvdA dient de volgende motie in.

Provinciale Staten Noord-Holland in vergadering bijeen op 17 mei 2010, gehoord de discussie over voordracht 26 inzake de structuurvisie/Provinciale ruimtelijke verordening,

overwegende:
- dat in de provinciale structuurvisie en de verordening op verschillende plekken woningbehoefteaantallen worden genoemd;
- dat recent onderzoek (Atlas van Nederland) met betrekking tot de demografische ontwikkelingen de vraag opwerpt of de genoemde aantallen te bouwen woningen ook daadwerkelijk gerealiseerd moeten worden;
- dat het aanstaande rijksbesluit over een mogelijk nieuwe ov-verbinding tussen Almere en Amsterdam verstrekkende gevolgen kan hebben voor de woningdruk in Noord-Holland;
- dat onderzoek naar het effect en de opbrengst van binnenstedelijk wonen in Noord-Hollandse gemeenten nog moet plaatsvinden;
- dat voorlopig binnen bbg voldoende ruimte is om te bouwen;
- dat de woonvisie ter behandeling in aantocht is;

constaterende:
- dat er veel verschillende opinies zijn aangaande de toekomstige demografische ontwikkelingen;
- dat daarom onvoldoende bekend is met betrekking tot het noodzakelijke aantal woningen in Noord-Holland;
- dat het mede door het ontbreken van het juiste aantal woningen moeilijk is te beoordelen waar uiteindelijk woningen gebouwd dienen te worden;
- dat er onvoldoende duidelijkheid bestaat voor welke doelgroepen gebouwd moet worden;

besluiten:
- GS op te dragen nader onderzoek te doen naar de demografische ontwikkelingen in Noord-Holland;
- de doelgroepenbehoefte nader in kaart te brengen;
- te onderzoeken wat de mogelijke woningopbrengst in Noord-Holland kan zijn bij bouwen binnen bestaand bebouwd gebied (bbg);
- de discussie over kwaliteit en kwantiteit van woningen uit te stellen tot de behandeling van de provinciale woonvisie;
- de resultaten daarvan op te nemen als bouwsteen van de PSV.

En gaan over tot de orde van de dag.

Ondanks het moeizame proces rond de totstandkoming van het Wieringerrandmeer blijft de PvdA positief over de uiteindelijke realisatie. Wel bestaat er bij de PvdA sterke behoefte om de vier fasen meer als afgeronde eenheden te bezien, ook in financieel opzicht. Eindbeeld voor de PvdA blijft de Mastroute van het Amstelmeer naar het IJsselmeer. Per fase moet echter een afgerond geheel ontstaan, waarbij een uitspraak over go of no go mogelijk moet zijn zonder in te boeten op de bestaande kwaliteit.
De inrichting van de Bloemendalerpolder/KNSF-terrein, Brediusgronden en de oevers van de Vecht kan van de PvdA hangende het onderzoek van de rijksrecherche en de Belastingdienst op een laag pitje worden gezet of zelfs bevroren worden.
Dat geldt voor ons ook wat Distriport betreft.
Verschillende partijen hebben de behoefte om nu al onderdelen van beide plannen te amenderen. De PvdA vindt dat de discussie hierover moet plaatsvinden nadat vragen zijn beantwoord en we hebben besloten om de draad weer op te pakken. Vooralsnog onderschrijven wij de tekst van GS hierover. Daarover is een amendement/motie ingediend door de VVD met steun van de PvdA. Graag volstrekte helderheid van de gedeputeerde op dit punt.
De PvdA heeft moeite met het landschappelijk wonen zoals in de provinciale structuurvisie voorgesteld. Zij vreest dat mooie landschappen moeten plaatsmaken voor bungalowbouw. Daarom ondersteunt zij het amendement van GroenLinks hierover.
Wij hebben minder problemen met landgoederen op nader te bepalen plekken in Noord-Holland. Voor de PvdA blijft hierin wel het karakteristieke toegankelijke Noord-Hollandse landschap uitgangspunt.
Wij hebben een lijst aangeleverd gekregen waarop staat aan welke bouwplannen voortgang wordt gegeven. We gaan ervan uit dat dit overzicht zo goed als volledig is. Als dat niet het geval is, dan geldt voor de PvdA dat in geval van bouwen buiten bestaand bebouwd gebied sprake moet zijn van maximaal een jaar oude schriftelijke akkoordverklaring van de plannen door GS. Ook hierover graag een reactie van de gedeputeerde.
Op sommige plekken in Noord-Holland zullen maatregelen moeten worden getroffen om droge voeten te houden. Wijken moeten worden verhoogd en zandsuppletie langs de Noordzeekust is onvermijdelijk. De PvdA constateert dat de waterschappen en Rijkswaterstaat zich als direct belanghebbenden (vaak ook de opdrachtgevers) met wisselend succes kwijten van hun taak. Vaak is hun handelen uitsluitend gericht op de uitvoering van hun specifieke taak, terwijl er vaak veel meer mogelijk is. Meer actie vanuit de provincie zou hier welkom zijn. Uitgangspunt bij dit soort projecten kan bijvoorbeeld worden om werk met werk te maken. De PvdA heeft een motie voorbereid voor een optimale benutting van de mogelijkheden.

Motie 8-7
Werk met werk 3

De fracties van de PvdA, CDA, VVD en GroenLinks dienen de volgende motie in.

Provinciale Staten Noord-Holland in vergadering bijeen op 17 mei 2010, gehoord de discussie over voordracht 26 inzake de structuurvisie/Provinciale ruimtelijke verordening,

overwegende:
- dat op verschillende plekken in Noord-Holland werkzaamheden in voorbereiding of in uitvoering zijn op het gebied van waterbescherming door noodzakelijke dijk- en duinversterking (‘droge voeten’);
- dat het daarbij met name gaat om de kust van het IJsselmeer, de Noordzee en het Markermeer;
- dat dit veelal met zandsuppletie of dijkverzwaring en -verhoging gepaard gaat;
- dat bij deze werkzaamheden veel mensen en organisaties betrokken zijn;

dragen GS op:
- een actieve rol te nemen om plannen goed op elkaar af te stemmen;
- waar sprake is van historische elementen zorg te dragen voor een historisch verantwoorde wijze van werken en daar waar mogelijk het principe van ‘werk-met-werk’ toe te passen.

En gaan over tot de orde van de dag.

Werk is ons tweede thema. Noord-Holland is zeer gevarieerd in werkaanbod. Veel werk in de land- en tuinbouw, in het Noordzeekanaalgebied, in en bij de centrumsteden, bij Schiphol, bij de offshore, in de zaadveredeling, in de recreatiesector, in de energiesector, enzovoorts. Vanuit simpele tot hoog technologische arbeid. Dat moet worden gekoesterd. Ook daarin is echter het maken van keuzes onvermijdelijk. Noord-Holland is niet van elastiek. De PvdA is voor intelligent ruimtegebruik, zoals kernachtig staat beschreven in het Havenplan van de gemeente Amsterdam (‘De slimme haven’). Daarin wordt bijna een verdubbeling voorgesteld van het grondgebruik door gestapelde opslag. Dat is een voorbeeld van hoeveel er nog mogelijk is op bestaand beschikbaar gebied. Hoewel de PvdA voorstander is van een vergrote zeesluis bij IJmuiden, mag dit niet betekenen dat na 2020 de Houtrakpolder en de Wijkermeer gaan worden ingevuld met nog meer industrie. De PvdA hecht eraan dat de uitbreidingen op enig moment eindig zullen zijn. Opvallend is dat de Stelling van Amsterdam in de Wijkermeer niet staat ingetekend op het kaartmateriaal, terwijl dat wel het geval is bij de algemene maatregel van bestuur. De PvdA vindt dat de Stelling zelf en het directe gebied eromheen moeten worden gerespecteerd en zij heeft daarom een amendement voorbereid.

Amendement 8-17
Stelling

De fracties van de PvdA en GroenLinks dienen het volgende amendement in.

Provinciale Staten, in vergadering bijeen op 17 mei 2010, gehoord de discussie over voordracht 26 inzake de structuurvisie/Provinciale ruimtelijke verordening,

overwegende dat:
- de Stelling van Amsterdam als werelderfgoed te boek staat bij de UNESCO;
- de Stelling van Amsterdam een aaneengesloten keten is, rond Amsterdam;
- op het kaartmateriaal bij de verordening de Stelling van Amsterdam in de Wijkermeerpolder als witte vlek ingetekend staat;

besluiten:
- het gedeelte van de Stelling van Amsterdam dat zich bevindt in de Wijkermeerpolder op het kaartmateriaal en in de tekst van de verordening aan te merken als beschermd gebied waar geen industriële bebouwing mag plaatsvinden.

En gaan over tot de orde van de dag.

De PvdA is niet alleen vanuit de ruimtelijke overwegingen tegen de vestiging van megastallen. Binnen de fractie is er ook weerstand tegen deze vorm van veeteelt. Grondgebonden agrarische bedrijven met een schaalgrootte van 2+ ha is voor de PvdA acceptabel in de Wieringermeer. Hierin beoordeelt de ARO de ruimtelijke aspecten. We vinden het overigens vreemd dat geitenhouderijen niet worden genoemd in de verordening. Misschien kan de gedeputeerde hierop een toelichting geven. Na intensief beraad kan de PvdA uitbreiding van agrarische percelen naar 1,5 ha in de overige Noord-Hollandse gebieden accepteren. De beoordeling daarvan is aan de gemeenten met gebruikmaking van de in die gemeenten opererende welstandscommissies. Bij de uitbreidingsaanvraag van agrarische bouwblokken tot maximaal 2 ha (zoals het in de provinciale structuurvisie staat) - 2 ha komt overeen met vier voetbalvelden, een echt fors terrein dus - moeten nut en noodzaak worden aangetoond. De ARO geeft daarbij een zwaarwegend advies. Wij hebben samen met GroenLinks hiervoor een amendement voorbereid.

Amendement 8-13
Grootte agrarische bouwpercelen

De fracties van de PvdA en GroenLinks dienen het volgende amendement in.

Provinciale Staten Noord-Holland in vergadering bijeen op 17 mei 2010, gehoord de discussie over voordracht 26 inzake de structuurvisie/Provinciale ruimtelijke verordening,

overwegende dat:
- de gebieden voor gecombineerde landbouw, zoals veenweidegebieden of cultuurhistorische waardevolle gebieden, landschappelijk kwetsbaar zijn;
- in deze gebieden terughoudendheid bij de uitbreiding van agrarische activiteiten geboden is;
- de landschappelijke inpassing van eventuele uitbreiding zorgvuldig dient te gebeuren, onder meer om verrommeling en aantasting van het landschap tegen te gaan;

voorts overwegende dat:
- de agrarische sector in de gebieden van gecombineerde landbouw tegelijk een prominente rol als landschapsbeheerder heeft;
- behoud van een sterke positie van de agrarische sector om deze reden juist in deze gebieden wenselijk is;
- bij behoud van deze positie een rendabele bedrijfsvoering behoort, die kan leiden tot schaalvergroting;

besluiten:
- in artikel 27 van de verordening in het eerste lid ‘2 ha’ te wijzigen in ‘1,5 ha’;
- aan artikel 27 van de verordening analoog aan het bepaalde in artikel 25 tweede lid een extra lid toe te voegen, dat luidt:
‘Gedeputeerde Staten kunnen - gehoord de adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling (ARO) - ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid voor groter bouwperceel (tot ten hoogste 2 ha) mits de noodzaak daartoe is aangetoond door middel van een bedrijfsplan.’

De noodzakelijke uitbreiding van een agrarisch bouwblok vanwege activiteitenverbreding is voor de PvdA geen doorslaggevende reden voor vergroting van het bebouwde oppervlak. Verbreding is prima, maar moet niet leiden tot bijvoorbeeld een groot campingterrein rond een daaraan bijna ondergeschikte boerderij. Los van de ruimtelijke aspecten geeft de Rekenkamer eerder aan dat hier en daar sprake is van oneerlijke concurrentie, omdat de regelgeving rond kamperen bij de boer schappelijker is dan kamperen op een officiële camping. Daarom lijkt meer duidelijkheid over verbreding op zijn plaats. Daarom hebben wij een motie voorbereid.

Motie 8-10
Verbreding

De fracties van de PvdA en GroenLinks dienen de volgende motie in.

Provinciale Staten Noord-Holland in vergadering bijeen op 17 mei 2010, gehoord de discussie over voordracht 26 inzake de structuurvisie/Provinciale ruimtelijke verordening,

overwegende dat:
- verbredingsactiviteiten op een agrarisch perceel een relatie moeten hebben met de agrarische kernactiviteiten;

constaterende dat:
- in de structuurvisie en de verordening weinig tot niets over verbredingsactiviteiten wordt gezegd;
- deze verbredingsactiviteiten ruimte innemen op de beschikbare agrarische percelen;
- dat op sommige plekken in Noord-Holland de verbredingsactiviteiten in omvang toenemen;

besluiten om aan GS te vragen:
- onderzoek te doen naar de mogelijkheden van verbreding van activiteiten op agrarische percelen;
- te bezien of deze verbreding aan grenzen gebonden zou moeten worden;
- te formuleren welke grenzen dit betreft.

En gaan over tot de orde van de dag.

De PvdA vraagt over dit onderwerp aan de gedeputeerde om de uitdrukkelijke toezegging dat verharding op een agrarisch perceel deel uitmaakt van een bebouwd blok.
De PvdA heeft kennisgenomen van de problemen in de bollensector. De vraag naar bollen neemt af, terwijl de teelt onverminderd doorgaat. Bloembollen worden niet alleen geteeld in de van oudsher bekend regio’s zoals Noordkop, Egmond en Aalsmeer, maar ook in andere delen van Noord-Holland komt er steeds meer bollenteelt voor. De bollenteelt is vooral in de traditionele gebieden een belangrijke inkomstenbron en een toeristische trekpleister. Wij zijn van mening dat de bollenteelt in de traditionele gebieden moet worden behouden, ondanks het feit dat de bollenteelt het milieu nog steeds zwaar belast. Wij hebben echter grote moeite met de uitbreiding van het bollenareaal, omdat dit niet in het belang is van de sector of het milieu. Daarom stellen wij voor om in de provinciale structuurvisie vast te leggen de bollenteelt te beperken tot de traditionele bollengebieden.
In de recreatiesector liggen voor Noord-Holland veel werkgelegenheidskansen. Eerder heb ik genoemd het Wieringerrandmeer en de plannen om met het werken-met-werkenprincipe meer natuur te scheppen. Ik noem verder de mogelijkheden van de Binnenduinrand, de doorvaarbaarheid van Noord-Holland, de historische steden aan de Oostkant van Noord-Holland met hun havens en Haarlem en Amsterdam. Dat zijn allemaal juweeltjes die met steeds meer vrije tijd kunnen worden verzilverd. Recreatie schept veel werkgelegenheid. Daarom steunt de PvdA waar mogelijk initiatieven in deze richting. Dat betekent niet dat alle huidige terreinen met caravans en houten chalets moeten transformeren tot dure bungalowdorpen. Ook mensen met een kleine portemonnee moeten op mooie plekken kunnen recreëren. Die terreinen liggen vaak in of aan beschermde natuurgebieden. Vaak is daar vanwege het element natuur sprake van een zomer- en winterregeling, met de uitdrukkelijke bedoeling om de natuur in de winterperiode de gelegenheid te geven tot herstel. De PvdA wil naast de bescherming van de PPC en de ARO zoals in hoofdstuk 3 van de verordening omschreven de zomer- en winterregeling als extra argument meegeven bij de beoordeling door de ARO van voorgenomen transformaties. Daartoe wordt met steun van GroenLinks het volgende amendement ingediend.

Amendement 8-16
Leidraad

De fracties van de PvdA en GroenLinks dienen het volgende amendement in.

Provinciale Staten, in vergadering bijeen op 17 mei 2010, gehoord de discussie over voordracht 26 inzake de structuurvisie/Provinciale ruimtelijke verordening;

overwegende:
- dat zich hier en daar in Noord-Holland campings bevinden in of aan de rand van natuurgebieden;
- dat er vaak sprake is van een zomer- en winterregeling voor de openstelling van deze campings;
- dat daardoor de aldaar aanwezige natuur voldoende rust krijgt om te herstellen;

constaterende:
- dat deze campings in sommige gevallen worden verkocht;
- dat vervolgens de zomer- en winterregeling verdwijnt;
- dat de recreanten, veelal met een kleine beurs, gedwongen worden te vertrekken;
- dat er vervolgens veelal sprake is van verstening van het campingterrein door de bouw van dure bungalows;
- dat de mogelijkheid van permanente woning daarmee binnen bereik komt;
- dat daardoor de aanwezige natuur onvoldoende tot rust kan komen;

besluiten:
- in de tekst van de Provinciale ruimtelijke verordening structuurvisie aan artikel 18 - recreatiewoningen - een artikel met de volgende tekst toe te voegen:
- bestemmingsplannen, waarin bestaande recreatieparken, liggend in of tegen beschermde natuurgebieden, met een zomer- en winterregeling, moeten deze regeling respecteren en handhaven, teneinde de natuur in het winterseizoen de mogelijkheid te geven te herstellen.

En gaan over tot de orde van de dag.

De PvdA heeft de leidraad Landschap en cultuurhistorie goed ontvangen. We denken dat het voor de ARO en de gemeenten een prima kapstok kan zijn om de beoogde uitvoeringen te toetsen. Hier en daar zijn de beschrijvingen vager dan gewenst. Laten we daarom de leidraad na een jaar evalueren.
De PvdA wil in verband met de leidraad pleiten voor handhaving en misschien zelfs uitbreiding van de stiltegebieden en van de plekken waar nog geen sprake is van extra duisternis. We steunen daarom een amendement van GroenLinks in die richting.
Het is verder nogal storend dat op verschillende plekken in de Provinciale structuurvisieverordening nog wordt gesproken over de beleidsnota in plaats van leidraad. We lossen dat op met het volgende amendement.

Amendement 8-15
Leidraad

De fracties van de PvdA, VVD, CDA en GroenLinks dienen het volgende amendement in.

Provinciale Staten, in vergadering bijeen op 17 mei 2010, gehoord de discussie over voordracht 26 inzake de structuurvisie/Provinciale ruimtelijke verordening,

constaterende:
- dat op verschillende pagina’s in de provinciale structuurvisie en provinciale verordening gesproken wordt van ‘beleidsnota Landschap en cultuurhistorie’;

besluiten:
- dat de term ‘beleidsnota’ waar bedoeld wordt de aanduiding ‘leidraad’ in combinatie met de tekst Landschap en cultuurhistorie met leidraad te wijzigen.

En gaan over tot de orde van de dag.

De PvdA draagt de duurzaamheid hoog in het vaandel. In het MER op pagina 61 en 62 staat dat de doelstelling van de provincie voor duurzame energieopwekking ver onder de landelijke doelstellingen blijft. Er worden aanbevelingen gedaan om - gekoppeld aan bedrijventerreinen, glastuinbouw, intensieve veehouderij, havenuitbreiding Den Helder en Schiphol - in te zetten op benutting van restwarmte-uitwisseling en zonne-energie. Energieopwekking kan op verschillende duurzame manieren. Van ruimtelijk belang is vooral de locaties voor windmolens. Onze voorkeur gaat uit naar plaatsing langs kanalen en wegen, op industrieterreinen en in de Wieringermeer (en bij voorkeur in lijnopstellingen). Graag een reactie van de gedeputeerde.
Mobiliteit vormt binnen het duurzaamheidsthema een belangrijk aandachtspunt. De infrastructuur die hieraan ten grondslag ligt is een wezenlijk onderdeel van de ruimtelijke inrichting van Noord-Holland. Bij activiteiten buiten bestaand bebouwd gebied doorloopt realisatie van de infrastructuur dezelfde procedure als in geval van bebouwing. Met de PPC en de ARO. Graag een bevestiging hierop van de gedeputeerde.
Planologische inpassing van woningen en bedrijven moet altijd worden gekoppeld aan een adequate infrastructuur die is gebaseerd op ketenmobiliteit. Dus niet eerst grote woonwijken bouwen en pas daarna de infrastructuur aanleggen, maar waar mogelijk de infrastructuur naar voren halen, vooral bij openbaar vervoer.
Bij elke woningen- of bedrijvenconcentratie dienen park-and-ridevoorzieningen aanwezig te zijn.
We houden natuurlijk ook hier een pleidooi voor een goed fietspadenplan.
De congestie op de wegen kan aanzienlijk worden beperkt door op strategische plekken in Noord-Holland overslagmogelijkheden via laad- en loswallen te realiseren. De PvdA stelt een onderzoek naar de mogelijkheden hiertoe zeer op prijs. De PvdA heeft een amendement voorbereid om een dergelijk onderzoek te bewerkstelligen.

Amendement 8-14
Laad- en loswallen

De fracties van de PvdA en GroenLinks dienen het volgende amendement in.

Provinciale Staten Noord-Holland in vergadering bijeen op 17 mei 2010, gehoord de discussie over voordracht 26 inzake de structuurvisie/Provinciale ruimtelijke verordening,

overwegende dat:
- op verschillende plekken in Noord-Holland initiatieven bestaan om een laad- en loswal te realiseren;
- laad- en loswallen de congestie van het verkeer op het Noord-Hollandse wegennet kan verminderen;

constaterende dat:
- in de structuurvisie en de verordening weinig tot niets over laad- en loswallen wordt gezegd;

besluiten:
- dat er een onderzoek moet komen naar de mogelijke behoefte aan en realiseerbaarheid van laad- en loswallen in Noord-Holland.

En gaan over tot de orde van de dag.

Het is schier onmogelijk om alle van belang zijnde opmerkingen over de provinciale structuurvisie hier te maken.


Driessen L.M.

Ik heb een vraag ter verduidelijking. Waarvoor wilt u de laad- en loswallen aanleggen?


Wagemaker E.P.

Door de aanleg is er minder vrachtverkeer over de weg nodig. Dat leidt tot minder verkeerscongestie op de weg.
Er volgen nog enkele punten. Het zijn niet de onbelangrijkste punten, maar ik ga er toch snel doorheen.
Veiligheid. Bij bestemmingsplannen vindt altijd een veiligheidstoets plaats. Een dergelijke toets hoort ook thuis bij provinciale inpassingsplannen. Daarom hebben wij een motie voorbereid.

Motie 8-8
Veiligheid

De fracties van de PvdA, CDA, VVD en GroenLinks dienen de volgende motie in.

Provinciale Staten Noord-Holland in vergadering bijeen op 17 mei 2010, gehoord de discussie over voordracht 26 inzake de structuurvisie/Provinciale ruimtelijke verordening,

overwegende:
Artikel I.dat in de structuurvisie een pleidooi gehouden wordt om beschikbare ruimte in Noord-Holland intensiever te gebruiken;
Artikel II.dat dit consequenties heeft voor de veiligheid;
Artikel III.dat in het provinciaal milieubeleidsplan is geconstateerd dat externe veiligheid beter verankerd moet worden in bestemmingsplannen;
Artikel IV.de ruimtelijke relevante aspecten van dagelijkse branden doorgaans niet aan bod komen in ruimtelijke plannen;
Artikel V.dat de structuurvisie de mogelijkheid biedt aan de provincie om inpassingsplannen te maken die vergelijkbaar zijn met gemeentelijke bestemmingsplannen;
Artikel VI.dat in de Provinciale ruimtelijke verordening structuurvisie geen tekst is opgenomen over fysische veiligheid bij bestemmingsplannen inpassingsplannen;

besluiten Gedeputeerde Staten op te dragen dat bij de toelichting van de inpassingsplannen in de toekomst wordt aangegeven in hoeverre rekening is gehouden met:
a)tweezijdige bereikbaarheid van woonwijken en andere gebieden waar veel mensen verblijven, zoals bedrijventerreinen, kantoorparken, winkelcentra, etc.;
b)tweezijdige bereikbaarheid van individuele bouwwerken en bluswatervoorzieningen;
c)de bereikbaarheid voor nood- en hulpdiensten van het betreffende terrein;
d)de in het gebied en in de omgeving van het gebied, aanwezige risicobronnen zoals aangegeven op de provinciale risicokaart.

En gaan over tot de orde van de dag.

De PvdA heeft ook nog een uitgesproken mening over Seed Valley ten oosten van Harenkarspel. De PvdA opteert voor uitbreiding aan de westzijde van Warmenhuizen. Die plek stond oorspronkelijk in de provinciale structuurvisie. We vinden de argumentatie van GS zoals verwoord in de laatst ontvangen brief niet overtuigend. Daarom heeft de PvdA een motie voorbereid.

Motie 8-9
Seed Valley Warmenhuizen

De fracties van de PvdA en GroenLinks dienen de volgende motie in.

Provinciale Staten Noord-Holland in vergadering bijeen op 17 mei 2010, gehoord de discussie over voordracht 26 inzake de structuurvisie/Provinciale ruimtelijke verordening.

overwegende dat:
- openheid een belangrijke kernkwaliteit is voor de beleving van het Noord-Hollandse landschap;
- daarom zorgvuldig moet worden omgegaan met bestaande open landschappen;

voorts overwegende dat:
- concentratie van zaadveredelingsbedrijven aangesloten op bestaande bebouwing ten goede komt aan het open landschap en verrommeling tegen kan gaan;
- Seed Valley Warmenhuizen (gemeente Harenkarspel) daarom beter aan de westzijde van dorpskern Warmenhuizen kan worden gesitueerd;
- in de nota van beantwoording van GS de concentratie echter is uitgebreid in zuidelijke en oostelijke richting;

besluiten:
- de tekst zoals in de nu voorliggende conceptstructuurvisie te schrappen en;
- vast te houden aan de oorspronkelijke tekst zaadveredelingsconcentratiegebied zoals genoemd in de Structuurvisie Noord-Holland zoals deze ter visie is gelegd.

En gaan over tot de orde van de dag.


Meché A.P. van der

De ingediende moties en amendementen zullen deel uitmaken van de beraadslagingen later op de dag.
Het woord is aan de heer Binnema, woordvoerder GroenLinks.


Binnema H.A.

Voordat ik aan mijn eigenlijke betoog begin, wil ik een omissie rechtzetten. Het heeft te maken met het hoge tempo waarin ik vanmorgen moties en amendementen heb ondertekend. Op amendement 8-8 over de glastuinbouw staat per ongeluk een handtekening en sticker van GroenLinks. Ik trek het hierbij terug.
Als je elk jaar op vakantie gaat naar dezelfde camping, heb je het vrij eenvoudig. Je kunt je koffer vullen met ongeveer dezelfde inhoud (wellicht dit jaar met een paar extra sokken of een warmere jas en je neemt Kolonisten mee in plaats van Monopoly) maar de route is bekend en je weet wat je ter plekke zult aantreffen. Als je toch iets bent vergeten, dan is vaak de campingwinkel of de buurtsuper dichtbij om de voorraad snel aan te vullen. Wie ongeorganiseerd op reis gaat in onbekend en ruig gebied met zo weinig mogelijk bagage (alleen het strikt noodzakelijke) heeft het een stuk lastiger, omdat wat hem te wachten staat veel meer onvoorspelbaar is. Er is geen ervaring van de vorige keer om op terug te vallen en wat je bent vergeten, kan niet zomaar worden bijgevuld of aangevuld.
Hoe gaan wij als Provinciale Staten op reis? Sommigen van u zullen zeggen dat het vergelijkbaar is met de jaarlijkse campingtocht, omdat we onze provincie kennen van zuid tot noord en van oost tot west en we via de streekplannen al jaren aan ruimtelijke ordening doen. We hebben daardoor in de afgelopen jaren geleerd wat werkt en wat niet werkt. We kennen de voorbeelden van geslaagde projecten en we weten waar het jammerlijk is misgegaan. Anderen zullen tegenwerpen dat we een heel nieuwe situatie hebben met de nieuwe Wet ruimtelijke ordening. Het is weliswaar nog steeds dezelfde provincie (we bestaan nog), maar de manier waarop we dit gebied willen gaan ordenen is nu heel anders geworden. Een visie in plaats van een plan. En met een bijbehorende verordening. Oftewel: andere artikelen in onze bagage. De ervaringen uit het verleden bieden helaas geen garantie of inzicht voor de toekomst. Als we onderweg mochten constateren dat de ingezette instrumenten niet of niet goed werken, hoe eenvoudig is het dan om aan te vullen of bij te sturen?
Ik heb geen sluitend antwoord op die vraag, behalve dan dat het een spannende reis is en dat de voorpret minstens zo leuk was als de reis zelf. De totstandkoming van de structuurvisie heeft een lange adem gevraagd. Daarvoor zijn enorme hoeveelheden papier geproduceerd, zoals concepten, ontwerpen, reacties, vragen, antwoorden, errata en aanvullingen. Dat is des te meer reden om de digitalisering van deze Staten nu eens echt, krachtig ter hand te nemen. Er zijn woorden en termen die ik zo langzamerhand eigenlijk niet meer kan horen (zonder er een inhoudelijk oordeel over te geven): ARO, klein en venijnig, bouwpercelen en bollenconcentratiegebieden. Velen hebben een bewonderenswaardige hoeveelheid werk verricht. Zij hebben daarvoor meermalen mijn complimenten in ontvangst kunnen nemen.
Ik zal mijn betoog houden aan de hand van zeven begrippenparen. Ik zal ze eerst introduceren. Daarna zal ik aan de hand van deze duo’s de voor GroenLinks belangrijke onderwerpen bespreken. Een aantal keren zal dat vergezeld gaan van een motie of een amendement. Die begrippenparen zijn: stoer en soft, binnen en buiten, natuur en landbouw, meten en sturen, expert en politicus, bouwen en beschermen en heden en toekomst.
Stoer en soft. We benoemen met deze structuurvisie een groot aantal provinciale belangen. Belangen die zijn bedoeld om ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan en om gewenste ontwikkelingen te stimuleren. Wij hopen en verwachten uiteraard dat gemeenten, corporaties, ontwikkelaars, natuurbeheerders en het bedrijfsleven de waarde zullen inzien van het landschap en van de natuur. Wij hopen en verwachten dat zij met ons willen werken aan de realisatie van voldoende woningen voor diverse doelgroepen en ons ondersteunen in de overgang naar een echt duurzame economie. Wij hopen en verwachten uiteraard dat zij plannen maken en uitvoeren die het Noord-Holland dat ons voor ogen staat dichterbij brengt. In veel gevallen zal het maken van afspraken en de opstelling van convenanten dan ook prima werken en kan de provincie regisseren, stimuleren en aanjagen. GroenLinks is een warme pleitbezorger van deze softe aanpak. Maar, ‘decentraal wat kan’ is niet heilig. Soms zal het nodig zijn om steviger in te grijpen ter waarborging van onze belangen, omdat die anderen soms niet zullen willen meewerken of omdat zij zelfs acties ondernemen die ingaan tegen provinciale belangen. Een dergelijke situatie vraagt om gepaste stoerheid. De wet en de verordening bieden ons daarvoor de mogelijkheid. Het begint met het op orde hebben van de bestemmingsplannen. We moeten helaas al veel jaren constateren dat gemeenten met verouderde plannen werken. Soms dateren die plannen uit 1959. Dat heeft zeer nadelige gevolgen voor natuur en landschap. Daarom stellen wij een amendement voor om de bestemmingsplannen actueel te houden en in actie te komen als de gemeenten het laten afweten.

Amendement 8-18
Actualiteit bestemmingsplannen

De fracties van GroenLinks, VVD, CDA en PvdA dienen het volgende amendement in.

Provinciale Staten Noord-Holland in vergadering bijeen op 17 mei 2010, gehoord de discussie over voordracht 26 inzake de structuurvisie/Provinciale ruimtelijke verordening,

overwegende dat:
- het van belang is dat gemeenten actuele bestemmingsplannen hebben, die bovendien in overeenstemming zijn met de verordening;
- artikel 43 vaststelt binnen welke termijn de bestemmingsplannen aangepast dienen te zijn;

voorts overwegende dat:
- de verordening echter niet aangeeft hoe wordt omgegaan met plannen van gemeenten die zijn gebaseerd op verouderde bestemmingsplannen;

Besluiten:
- aan artikel 43 een lid toe te voegen dat luidt: ‘Gedeputeerde Staten nemen geen verzoek tot ontheffing in overweging dat gebaseerd is op een verouderd bestemmingsplan. Indien de provinciebelangen beschermd dienen te worden, die niet in het verouderde bestemmingsplan zijn geborgd, neemt de provincie indien nodig de verantwoordelijkheid van gemeenten over door middel van het inpassingsplan.’

En gaan over tot de orde van de dag.

Hieraan dient toegevoegd te worden dat inpassingsplannen volgens GroenLinks onder de verordening dienen te vallen. We zijn het daarom niet eens met het laatste aanpassingsvoorstel van GS om de inpassingsplannen buiten artikel 2B te laten vallen.
Binnen en buiten. GroenLinks is blij met de nadrukkelijke aandacht voor bouwen binnen bestaand bebouwd gebied. Wij steunen de aanpak waarbij pas in het landelijke gebied mag worden gebouwd nadat nut en noodzaak zijn aangetoond, alle mogelijkheden voor intensivering, combineren en transformeren zijn benut en de plannen regionaal zijn afgestemd. Ter ondersteuning van deze inzet op bouwen binnen bestaande steden en dorpen wordt een project opgestart rondom ov-knooppunten en stedelijke verdichting. We geven het college graag nog een extra zetje mee door deze twee onderzoeken met elkaar te verbinden en de provinciale rol binnen het bestaand bebouwd gebied iets minder bescheiden te laten zijn. Daartoe wordt de volgende motie ingediend.

Motie 8-11
Ov-knooppunten en stedelijke verdichting

De fracties van GroenLinks, CDA, VVD en PvdA dienen de volgende motie in.

Provinciale Staten Noord-Holland in vergadering bijeen op 17 mei 2010, gehoord de discussie over voordracht 26 inzake de structuurvisie/Provinciale ruimtelijke verordening,

overwegende dat:
de structuurvisie inzet op het zoveel mogelijk realiseren van ruimte voor wonen en werken binnen bestaand bebouwd gebied;
deze verdichting zowel waardevol landschap spaart als bijdraagt aan de kwaliteit van steden en dorpen;

voorts overwegende dat:
twee projecten behorend bij de structuurvisie ingaan op ondersteuning van verdichting, in het bijzonder rondom ov-knooppunten;
hierin met name de nadruk wordt gelegd op de rol van aanjager en expert;

Roepen Gedeputeerde Staten op:
zich in samenwerking met gemeenten en andere betrokkenen actief in te zetten voor het optimale gebruik van de ruimte binnen bestaand gebouwd gebied, in een rol die niet beperkt hoeft te blijven tot aanjagen en beschikbaar stellen van expertise;
de projecten Ondersteunen van Stedelijke Verdichting en Verdichten Rond Ov-knooppunten nadrukkelijk aan elkaar te koppelen;
hiervoor waar nodig ook financiële middelen beschikbaar te stellen, in elk geval door voortzetting na 2010 van de taskforce Ruimtewinst.

En gaan over tot de orde van de dag.

We maken ons zorgen over een andere ontwikkeling in het landelijke gebied. Wij hebben die zorgen al sinds de introductie van de woonlandschappen in het Ontwikkelingsbeeld Noord-Holland-Noord. De meeste geprojecteerde woonlandschappen zijn toen gelukkig geschrapt, met uitzondering van wonen in het groen bij Heiloo. Nu wordt een onderzoek aangekondigd naar landschappelijk wonen. Ik zal hierover ronduit zeggen dat wij weinig tot niets zien in landschappelijk wonen. Weinig woningen op veel hectaren verspreiden de bebouwing in kwetsbaar landschap en dat vaak losstaand van de bestaande bebouwing. Dat wordt dan ook nog eens verkocht onder het mom ‘rood voor groen’. U kunt zich wat ons betreft de moeite van het onderzoek besparen. Daarom dienen wij het volgende amendement in.

Amendement 8-19
Landschappelijk wonen

De fracties van GroenLinks en PvdA dienen het volgende amendement in.

Provinciale Staten Noord-Holland in vergadering bijeen op 17 mei 2010, gehoord de discussie over voordracht 26 inzake de structuurvisie/Provinciale ruimtelijke verordening,

overwegende dat:
- behoud en bescherming van natuur en landschap een centraal uitgangspunt is van de structuurvisie;
- stedelijke ontwikkelingen volgens deze visie zoveel mogelijk binnen bestaand bebouwd gebied moeten plaatsvinden;

voorts overwegende dat:
- landschappelijk wonen mogelijk negatieve effecten op natuur en landschap kan hebben;
- landschappelijk wonen leidt tot sterk verspreide bebouwing die niet aansluit op bestaand bebouwd gebied;
- ontheffing verleend kan worden voor verstedelijking in het landelijke gebied onder de voorwaarden genoemd in de verordening;

besluiten:
- het onder 7.6.9 genoemde onderzoek naar landschappelijk wonen te schrappen;
- verwijzingen naar landschappelijk wonen uit de structuurvisie te schrappen;

En gaan over tot de orde van de dag.

Een nieuw fenomeen in de structuurvisie zijn de zogenaamde transformatiegebieden, zoals de Bloemendalerpolder en het Wieringerrandmeer. Opvallend is (of eigenlijk: was) dat deze gebieden – waarvoor een ander regime lijkt te gelden dan voor andere verstedelijking in het landelijke gebied – in de verordening niet zijn gedefinieerd. Het is wat ons betreft echter niet ‘vrijheid, blijheid’ en ‘alles moet kunnen’ in de transformatiegebieden. We dienen daarom het volgende amendement in (met dank aan de tekst van GS).

Amendement 8-20
Transformatiegebieden

De fracties van GroenLinks, VVD, CDA en PvdA dienen het volgende amendement in.

Provinciale Staten Noord-Holland in vergadering bijeen op 17 mei 2010, gehoord de discussie over voordracht 26 inzake de structuurvisie/Provinciale ruimtelijke verordening,

overwegende dat:
- Gedeputeerde Staten ontheffing van het verstedelijkingsverbod kunnen verlenen voor ontwikkeling van woningen, bedrijven, kantoren, infrastructuur en voorzieningen in zogenaamde transformatiegebieden (verordening artikel 12 lid 6a, artikel 13 lid 5c, artikel 14 lid 4);
- op kaart 1 behorend bij de verordening vijf van deze transformatiegebieden zijn aangewezen;
- noch in de structuurvisie, noch in de verordening het begrip ‘transformatiegebied’ is gedefinieerd;

voorts overwegende dat:
- het onduidelijk is welke randvoorwaarden gelden voor verstedelijking in de transformatiegebieden en welke rol de ARO hierbij speelt;
- de structuurvisie stelt dat nut en noodzaak van woningbouw in de transformatiegebieden al eerder is aangetoond, maar het gaat om de integrale ontwikkeling in het gebied;

besluiten:
- in artikel 1 de volgende definitie van transformatiegebied op te nemen: ‘Een zoekgebied voor verstedelijking waarin meerdere opgaven – bijvoorbeeld voor wonen, water, recreatie, natuur en bedrijvigheid – in samenhang worden ontwikkeld met inachtneming van ruimtelijke kwaliteit, bereikbaarheid en duurzaam bouwen.’
- aan artikel 12 lid 6 toe te voegen: c. het bepaalde in artikel 15 in acht wordt genomen;
- aan artikel 14 lid 4 toe te voegen: hierbij wordt het bepaalde in artikel 15 in acht genomen.

Die transformatiegebieden bieden gezien hun omvang volop mogelijkheden voor duurzaam bouwen. Er zijn volgens GroenLinks andere plekken in de provincie waar veel kan worden gedaan met duurzame energie en energiebesparing. Wij lazen recentelijk tot ons genoegen dat Noord-Holland vooroploopt in het klimaatbeleid en dat de gemeenten daaraan volop meewerken. Het onderwerp leeft in de Staten, zoals blijkt uit ingediende initiatiefvoorstellen en uit de enthousiaste ontvangst van recent besproken nota’s en visies. Duurzaam bouwen en het gebruik van duurzame energie moet volgens ons zo langzaamaan vanzelfsprekend worden. Zo staat in de structuurvisie dat ontwikkelingen buiten bestaand bebouwd gebied aan de eisen van duurzaam bouwen moeten voldoen. Daarom stellen wij voor om het begrip duurzaamheid duidelijk in de verordening te verankeren en wij dienen daarvoor het volgende amendement in.

Amendement 8-21
Duurzaamheid

De fracties van GroenLinks, CDA en PvdA dienen het volgende amendement in.

Provinciale Staten Noord-Holland in vergadering bijeen op 17 mei 2010, gehoord de discussie over voordracht 26 inzake de structuurvisie/Provinciale ruimtelijke verordening,

overwegende dat:
- in de structuurvisie wordt ingezet op energiebesparing en het zoveel mogelijk invullen van de resterende vraag met duurzame energie;
- de structuurvisie tevens stelt dat ontwikkelingen buiten bestaand bebouwd gebied moeten voldoen aan eisen op het gebied van duurzaam bouwen;
- in de strategische nota Duurzame energie 2009-2014 wordt aangekondigd dat gemeenten verplicht zullen worden bij de voorbereiding van nieuwbouw, renovatie of revitalisering een energievisie op te laten stellen waarin zij aangeven welke vormen van duurzame energie dienen te worden toegepast;

voorts overwegende dat:
- deze ambitie in het uitvoeringsprogramma en in de verordening, met uitzondering van windenergie, onvoldoende vertaling heeft gekregen;
- er naast windenergie veel meer mogelijk is op het gebied van energiebesparing en opwekking van duurzame energie, zoals ook in initiatiefvoorstellen vanuit PS aangegeven;

besluiten:
- aan de provinciale verordening een artikel toe te voegen:
‘Energie en duurzaam bouwen;
- bestemmingsplannen voor woningbouw, renovatie, (herstructurering) bedrijventerreinen, kantoorlocaties en glastuinbouw dienen te beschrijven op welke wijze invulling wordt gegeven aan energiebesparing en inzet van duurzame energie, waaronder mede wordt verstaan het gebruik van restwarmte, WKO en aardwarmte, zonne-energie en biomassa;
- nieuwe verstedelijking of uitbreiding van bestaande verstedelijking dient aan eisen van duurzaam bouwen te voldoen.’

Natuur en landbouw. Wij maken ons zorgen over de verrommeling van het landschap. We zien dat agrarische activiteiten worden aangevuld met andere activiteiten of zelfs helemaal lijken plaats te maken voor nevenactiviteiten. Dat kan negatieve effecten hebben voor het landschap. Voorbeelden zijn caravanopslag, paardenboxen en uit de kluiten gegroeide recreatie. Dergelijke voorbeelden stemmen ons niet vrolijk. Ook de gangbaardere uitbreiding van kassen en stallen wordt niet overal op de goede manier landschappelijk en duurzaam ingepast. Kortom: de belangen van enerzijds natuur en landschap en anderzijds landbouw kunnen soms met elkaar botsen. Matiging en inperking zijn daar volgens ons op hun plaats. Maar het is ook mogelijk om beide heren te dienen en we zien vaak een goede combinatie van natuur en landbouw. Wij erkennen de waarde van de agrarische sector als landschapsbeheerder. We hebben er begrip voor dat voor een economisch gezonde bedrijfsvoering in sommige gevallen schaalvergroting nodig kan zijn. Maar in kwetsbare gebieden, zoals Waterland en andere gebieden die tot de gecombineerde landbouwgebieden behoren, is grote voorzichtigheid geboden. Wij vinden in die afweging een bouwblok tot 1,5 ha acceptabel, maar doen daarbij wel de oproep aan de sector en de gemeenten om zo creatief mogelijk concrete invulling te geven aan de duurzame en landschappelijke inpassing. We willen heel duidelijk zijn over intensieve veehouderij. Niet grondgebonden grootschalig. Het in deze Staten besproken burgerinitiatief en de daaropvolgende GroenLinks-motie spraken en spreken heldere taal. Het is een industriële manier van het houden van dieren en staat ver af van wat wij onder diervriendelijk en duurzaam verstaan. Dat gevoel is versterkt met alle bijbehorende nuances en het verschil tussen de provincies Noord-Brabant en Noord-Holland. Dus geen nieuwvestiging van intensieve veehouderij of een concentratiegebied in de Wieringermeer.
Meten en sturen. Hoeveel woningen, hectaren bedrijventerreinen en kantoren zijn er nodig? Hoe actueel en accuraat zijn de cijfers? Worden de ramingen in de ene gemeente of regio afgestemd met die in de andere gemeente of regio? GroenLinks heeft de indruk dat dit laatste onvoldoende gebeurt, dat de kwaliteit van de beschikbare cijfers matig is en dat de ramingen altijd lijken uit te gaan van de meest optimistische scenario’s in plaats van een reële inschatting op basis van historische data. Wij proeven uit de structuurvisie eenzelfde soort ontevredenheid, omdat er meer dan voorheen wordt ingezet op meten en monitoren. Wij kunnen dat alleen maar toejuichen, omdat wij ons afvragen hoe het toch mogelijk is dat gewoon wordt doorgegaan met Distriport ondanks de achterblijvende uitgiften en de naar beneden bijgestelde ramingen. Wat is dan de waarde van de inventarisatie van harde en zachte plannen? Hoe is het mogelijk dat nog steeds begerig wordt gekeken naar de Wijkermeerpolder en de Houtrakpolder, terwijl de jaarlijkse rapportages laten zien dat er nog volop ruimte is op de bestaande haventerreinen? Met andere woorden: meten en monitoren dient ook effect te hebben en dient te leiden tot bijsturing en beleidsaanpassing. Wat doen we als drie gemeenten op basis van dezelfde behoefteraming een kantorenpark willen aanleggen? Wat doen we als die gemeenten op basis van eenzelfde marktverkenning allemaal hun uitleglocatie voor kapitaalkrachtige ouderen willen realiseren? Dan is provinciaal optreden toch gepast.
Expert en politicus. Een burgemeester zei dat we eigenlijk allemaal amateurs zijn. Dat werd hem niet in dank afgenomen, maar hij had natuurlijk een beetje gelijk. De woordvoerders ruimtelijke ordening hebben zich lang en intens met de structuurvisie beziggehouden, maar we zijn nog steeds geen echte experts. Misschien is het juist om die reden dat het voorstel om de experts binnen te halen en in de vorm van een adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling een nadrukkelijke rol te geven de gemoederen flink heeft beziggehouden. GroenLinks is voorstander van de ARO, vanuit de wens om bescherming en behoud van natuur en landschap serieus te nemen en vanuit de wens om verstedelijking in het landelijke gebied zorgvuldig en duurzaam te doen (waar dat wordt toegestaan). Maar experts hebben niet altijd gelijk en niet alles moet op de schouders van een onafhankelijke commissie terechtkomen. Er hoort ook ruimte te zijn voor politieke afwegingen. Het is de dure plicht van de Staten om uitvoering en werking van de structuurvisie zelf te controleren, zodat de Staten zelf de volgens hen belangrijke waarden en kwaliteiten borgen. GroenLinks doet daarom twee voorstellen, naast het voorstel ingediend door de VVD. Enerzijds moet de ARO dichter bij de provincie en de gemeenten worden gebracht en moet ervoor worden gezorgd dat de ARO voldoende divers is samengesteld. Anderzijds door de rol te vergroten van de Staten respectievelijk de commissie ROG.

Amendement 8-22
ARO

De fracties van GroenLinks, VVD en PvdA dienen het volgende amendement in.

Provinciale Staten Noord-Holland in vergadering bijeen op 17 mei 2010, gehoord de discussie over voordracht 26 inzake de structuurvisie/Provinciale ruimtelijke verordening,

overwegende dat:
- met artikel 4 van de verordening een adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling (ARO) wordt ingesteld die adviseert aan Gedeputeerde Staten;
- de adviezen van de ARO ook van belang kunnen zijn voor Provinciale Staten en bij gebiedsontwikkeling betrokken gemeenten;

voorts overwegende dat:
- het van belang is dat de expertise van de leden van de ARO zo breed mogelijk is om een integraal advies te kunnen geven;

besluiten:
- aan artikel 4 van de verordening een lid toe te voegen: ‘Gemeenten kunnen, wanneer nut en noodzaak van de betreffende verstedelijking buiten bestaand bebouwd gebied is aangetoond, in een vroeg stadium over ontwikkelingen op hun grondgebied advies vragen aan de ARO.’
- in artikel 4 lid 3 na het woord ‘water’ in te voegen: ‘natuur’.

Amendement 8-23
Rol Provinciale Staten

De fracties van GroenLinks, CDA, VVD en PvdA dienen het volgende amendement in.

Provinciale Staten Noord-Holland in vergadering bijeen op 17 mei 2010, gehoord de discussie over voordracht 26 inzake de structuurvisie/Provinciale ruimtelijke verordening,

overwegende dat:
- het wenselijk is dat Provinciale Staten c.q. de vakcommissie betrokken zijn bij grote wijzigingen in de structuurvisie, verordening en bijbehorende kaarten;

voorts overwegende dat:
- Gedeputeerde Staten blijkens de verordening de bevoegdheid hebben de grenzen van het bestaand bebouwd gebied en van de Ecologische Hoofdstructuur te wijzigen;

besluiten:
- in artikel 10 na ‘Gedeputeerde Staten kunnen’ in te voegen: ‘gehoord Provinciale Staten, c.q. de vakcommissie’;
- in artikel 19 lid 7 na ‘Gedeputeerde Staten kunnen’ in te voegen: ‘gehoord Provinciale Staten, c.q. de vakcommissie’.

Bouwen en beschermen. De provincie kent twee gezichten: het drukke zuiden met de nadruk op wonen en werken en het rustigere noorden met de nadruk op landbouw, natuur en recreatie. Daardoor is de balans tussen behoud en ontwikkeling delicaat. In het zuiden vraagt de weinig overgebleven groene en open ruimte om bescherming. In het noorden moet mede in het licht van de scheve verhouding tussen woningen en arbeidsplaatsen ruimte worden gemaakt voor bedrijvigheid. Wij stimuleren met de structuurvisie beide ontwikkelingen, omdat wij weten dat de provincie meedoet als een van de spelers op een druk bezet speelveld en omdat wij vinden dat wat goed is, moet worden behouden. De weidsheid en pracht van het noorden waarvan vele Noord-Hollanders en anderen dagelijks genieten en de hoogstedelijke milieus in het zuiden waar veel mogelijk is op weinig hectares door een intelligente combinatie van functies. De kwaliteiten van het Noord-Hollandse landschap staan echter onder druk. GroenLinks heeft herhaaldelijk aandacht gevraagd voor de waarden van stilte en duisternis. Dat is essentieel in een jachtige 24-uurseconomie, waarin het verschil vervaagt tussen stad en landelijk gebied, tussen dag en nacht en tussen rumoer en rust. Daarvoor ontbreekt de aandacht in de structuurvisie en in de verordening en daarom dienen wij het volgende amendement in.

Amendement 8-24
Stilte en duisternis

De fracties van GroenLinks, CDA en PvdA dienen het volgende amendement in.

Provinciale Staten Noord-Holland in vergadering bijeen op 17 mei 2010, gehoord de discussie over voordracht 26 inzake de structuurvisie/Provinciale ruimtelijke verordening,

overwegende dat:
- in de structuurvisie openheid wordt benoemd als kernkwaliteit voor de beleving van het landschap (paragraaf 5.1.1.4);
- naast openheid ook de kwaliteiten stilte en duisternis van belang zijn bij de beleving van het landschap;

voorts overwegende dat:
- de verordening in artikel 15 lid 1c uitspreekt dat met de openheid van het landschap rekening dient te worden gehouden bij verstedelijking in het landelijke gebied;
- de elementen stilte en duisternis in deze afweging ontbreken, evenals bijbehorende gebieden waar deze waarden geborgd kunnen worden;

besluiten:
- aan de titel van paragraaf 5.1.1.4 toe te voegen: ‘duisternis en stilte’;
voor de zin ‘De Provincie Noord-Holland wil ...’ in te voegen: ‘Ook duisternis en stilte zijn belangrijke kernwaarden van de beleving van een landschap’;
- in de tekst bij het eerste gedachtestreepje na ‘open’ in te voegen: ‘donkere en stille’;
- in de verordening aan artikel 15 lid 1c toe te voegen: ‘daarbij inbegrepen stilte en duisternis’.

Wij hebben in onze provincie gelukkig veel waardevolle gebieden. Sommige zijn betiteld als Nationaal Landschap, zoals de Purmer. Tot mijn schrik worden daarover ideeën over woningbouw en Olympische Spelen genoemd, terwijl dit het hart is van het Nationale Landschap. Voordat in het Nationaal Landschap aan verstedelijking kan worden gedacht moet een reeks voorwaarden zijn vervuld. Die regels zijn door het Rijk opgesteld, maar zij zijn onvoldoende vertaald in onze verordening. Bovenstaan ontstaat er een onlogisch verschil met de door ons opgestelde regels voor de Ecologische Hoofdstructuur. Wij dienen daarom een amendement in om dit verschil gelijk te trekken.

Amendement 8-25
Nationale Landschappen

De fracties van GroenLinks, VVD, CDA en PvdA dienen het volgende amendement in.

Provinciale Staten Noord-Holland in vergadering bijeen op 17 mei 2010, gehoord de discussie over voordracht 26 inzake de structuurvisie/Provinciale ruimtelijke verordening,

overwegende dat:
- het Rijk randvoorwaarden heeft geformuleerd voor beleid ten aanzien van de nationale landschappen;
- deze randvoorwaarden zijn: beschermen en versterken van de kernkwaliteiten, geen grootschalige bouwprojecten en niet meer bouwen dan voor de eigen behoefte;

voorts overwegende dat:
- deze randvoorwaarden door provincies en gemeenten nader ingevuld dienen te worden;
- in de verordening niet alle randvoorwaarden volledig en helder zijn verwoord;

besluiten:
- in artikel 22 lid 1 de tekst ‘geen significant negatieve effecten kunnen hebben op de kernkwaliteiten en/of uitzonderlijke universele waarden’ te vervangen door ‘de kernkwaliteiten en/of uitzonderlijke universele waarden behouden of versterken’;
- aan artikel 22 lid 4 toe te voegen ‘er geen reële andere mogelijkheden zijn’.

Een andere afweging tussen bouwen en beschermen gaat over de schaalsprong Almere, of meer algemeen, de opgave van nogal wat woningen (vele tienduizenden) in de metropoolregio Amsterdam. In het collegeprogramma is al uitgesproken om terughoudend te zijn met bouwen in het IJmeer. Volgens GroenLinks moet helemaal worden afgezien van bouwen in het IJmeer. Als we de ecologische vooruitgang van het IJmeer serieus nemen, moet er zo weinig mogelijk verstoring door verkeer of woningen zijn. Provinciale Staten hebben dit standpunt vorig jaar zeer breed onderschreven. Ik wil die discussie dan ook niet herhalen, maar er slechts het specifieke onderdeel van de verkeersverbinding tussen Amsterdam en Almere uithalen. GroenLinks meent dat allereerst moet worden gekeken naar de opwaardering van bestaande verbindingen, maar – zoals in de motie van vorig jaar is verwoord – als het Rijk kiest voor een nieuwe verbinding door het IJmeer, dan kan dit alleen een ondergrondse verbinding worden. Daartoe wordt het volgende amendement ingediend.

Amendement 8-26
IJmeerverbinding

De fracties van GroenLinks en CDA dienen het volgende amendement in.

Provinciale Staten Noord-Holland in vergadering bijeen op 17 mei 2010, gehoord de discussie over voordracht 26 inzake de structuurvisie/Provinciale ruimtelijke verordening;

overwegende dat:
- Provinciale Staten op 22 juni 2009 zich hebben uitgesproken tegen een verkeersbrug door het IJmeer als verbinding tussen Noord-Holland en Flevoland en indien het Rijk zou besluiten tot een verbinding door het IJmeer, dit alleen een ondergrondse verbinding kan zijn;

voorts overwegende dat:
- de stellingname in deze discussie is genoemd als bouwsteen voor de structuurvisie;

besluiten:
- de tekst in project B1.1.17 ‘bij voorkeur ondergronds door het IJmeer’ te vervangen door ’bij voorkeur door opwaardering van de bestaande verbindingen. Indien het Rijk besluit tot een verbinding door het IJmeer, dient dit wat Noord-Holland betreft een ondergrondse verbinding te zijn.’

Heden en toekomst. In de bijlage bij de structuurvisie vinden we veel projecten en onderzoek. U kent ons gebrek aan enthousiasme voor het permanente motorcrossterrein. De gedeputeerde weet uit eigen ervaring waarom dat zo is. Het onderzoek naar de optimale benutting van het havengebied kan wel op onze instemming rekenen. Graag wil ik de gedeputeerde straks namens onze fractie enkele ingrediënten voor die discussie meegeven. Onderzoeksbureau CE Delft heeft voor onze fractie een rapport gemaakt, getiteld ‘Op koers naar duurzame havens in het Noordzeekanaalgebied’. Ik bied u daarvan straks graag een exemplaar aan. Een Structuurvisie 2040. Wij zouden die hier graag vandaag willen vaststellen met de kennis van de toekomst. We zullen echter moeten redeneren vanuit het heden. GroenLinks ziet een provincie voor zich, waarin duurzame energie uit wind en andere bronnen centraal staat, waarin wonen en werken dicht bij elkaar zijn gebracht en waarin als er wordt gereisd dit zoveel mogelijk met het openbaar vervoer gebeurt, waarin ruimte wordt geboden aan een duurzame en landschapsbewuste agrarische sector, waarin voor iedereen geschikte huisvesting is, waarin open en waardevol landschap is beschermd (inclusief rust en duisternis) en waarin meer natuurgebieden zijn bijgekomen. Is dat met deze structuurvisie en met deze verordening gegarandeerd? We hebben geprobeerd om deze op zich goede documenten verder aan te scherpen met de indiening van moties en amendementen. De rest ligt echter besloten in de reis, die ons nog te wachten staat. Het lijkt GroenLinks in elk geval verstandig om regelmatig om ons heen te kijken, terug te blikken, in onze koffer te kijken of we nog de juiste bagage bij ons te hebben en op de TomTom te kijken of de route ons naar de juiste bestemming leidt. Want een ontdekkingstocht was het, is het en zal het blijven.


Meché A.P. van der

Dank u wel. We zetten de ontdekkingstocht voort met de heer Kardol.


Kardol J.A.

Als je de dikke pakken papier en de hoeveelheid regeltjes ziet, komt bijna automatisch een zucht naar buiten. Is dit nu het echte leven waar we middenin zitten? Wat was het paradijs dan heerlijk. Daar hadden we helemaal geen huizen nodig. We konden eten en drinken wat we wilden. Alleen van die ene boom mochten we niet eten. De ruimte was schitterend geordend. Er was meer een regel: niet eten van de vruchten van de boom. De enige taak die God de mens had gegeven was om hof en later de aarde te bewerken en te bewaren. Na de zondeval kwamen er opeens allerlei andere regels. De echte vrijheid was verdwenen. Het boek Exodus staat vol met precieze voorschriften over hoe om te gaan met de natuur, het gebruik van het land, voedsel, hygiëne en milieu, eigendom en talloze andere zaken. Regels dus na de zondeval. Daarmee zitten wij nu.
Dat brengt ons bij het onderwerp van vandaag: het perspectief na 2040. De Structuurvisie Noord-Holland 2040. Wat weten wij van 2040? We weten daarvan nog heel weinig. We kunnen ook nauwelijks vermoeden hoe de wereld eruit zal zien in 2040. Vergelijk het met het jaar 1980. Of met een andere periode tussen toen en nu. Dat zijn werelden van verschil. Denk eens aan de tijd tussen 1913 en 1946, met twee wereldoorlogen waarvan vooraf absoluut de gevolgen niet waren te voorzien door de PvdA.
Hoe maakbaar is Noord-Holland? De structuurvisie is daarin terecht heel terughoudend. Er zijn autonome processen binnen en buiten Nederland die meebepalen hoe het zal gaan. Provinciale Staten van Noord-Holland kunnen dus niet in detail bepalen hoe de Noord-Hollandse wereld er in 2040 zal uitzien. We kunnen alleen maar nadenken over de toekomst en over de vormgeving van onze leefomgeving en de richting aangeven (en daar – inderdaad – steeds opnieuw bij blijven). Het blijft echter onzeker waar het eindigt.
De nieuwe Wet ruimtelijke ordening vervangt een wet uit 1962. Een nieuwere versie was gelet op alle ontwikkelingen sindsdien op zijn plaats. Wat waren ook al weer de ideeën daarbij? Vereenvoudiging, vermindering van administratieve lastendruk en een duidelijkere afbakening van taken en bevoegdheden van de bestuurslagen. Dat zijn belangrijke doelstellingen van de nieuwe wet. Het is zinvol om daarnaar door middel van evaluatie steeds opnieuw te kijken.
De structuurvisie is zelfbindend en de wet bepaalt ‘decentraal wat kan en centraal wat moet’. In de christelijke ruimtelijke ordening wordt steeds meer aandacht gevraagd voor een zorgvuldige omgang met de schepping. Ontwikkelen is dus niet meer alleen uitputting (zoals vroeger het geval was), maar ook bewaren en ontwikkelen met respect voor de schepping en de natuur en een rechtvaardige verdeling van lusten en lasten. Rentmeesterschap met oog voor alle belangen. We moeten aspecten die daartegen ingaan of ingingen bijsturen. Ik geef enkele voorbeelden daarvan.
Ten eerste het extreem scheiden van wonen en werken. Vroeger werd dat juist gewenst vanuit het milieuaspect. Dat is door de mobiliteitsproblematiek nu ongewenst geworden. Wonen en werken moet juist dichter bij elkaar worden gebracht en we moeten de noodzaak van mobiliteit verminderen. Als je niet hoeft te reizen, is er ook geen fileprobleem of milieuprobleem. Als toch mobiliteit nodig is, moet gebruik van het openbaar vervoer worden bevorderd in het woon-werkverkeer. Ten tweede moet duurzaamheid vooropstaan in alle plannen. Milieu, energie en klimaat moeten belangrijke aspecten worden bij alle activiteiten. Ten derde moet de toegevoegde waarde als slim principe worden gemaximaliseerd. Het zou leidend moeten zijn bij het opzetten van nieuwe economische activiteiten. Bulkactiviteiten horen daar niet zomaar bij. Vanuit de visie van de CU-SGP zijn er veel elementen die wij herkennen in de provinciale structuurvisie: verantwoord beheer, rentmeesterschap en mogelijkheden voor ontplooiing. Dus past ruimtelijke kwaliteit, duurzaam ruimtegebruik en klimaatbestendigheid goed in onze visie. Maar niet alles moet op slot. Ondernemers moeten kunnen blijven ondernemen zonder al te veel bureaucratische rompslomp.
De juiste vraag is en blijft hoe je dat aanpakt. Welke aspecten zou onze fractie graag gewijzigd willen zien? Ik ga acht moties en amendementen indienen.
Ten eerste op pagina 21 van de structuurvisie. Hier wijzen Gedeputeerde Staten de polder De Ronde Hoep aan als waterberging. Gedeputeerde Meerhof onderzoekt mogelijkheden voor flankerend beleid. Dat is te waarderen. Het is belangrijk voor bewoners en boeren in het gebied. Daarbij is goede communicatie wezenlijk. Als die discussie serieus wordt genomen, is de aanwijzing hooguit als voorlopig aan te merken. Daarom dient mijn fractie de volgende motie in.

Motie 8-13
Calamiteitenberging polder De Ronde Hoep

De fractie van ChristenUnie-SGP dient de volgende motie in.

Provinciale Staten van Noord-Holland, op 17 mei 2010 in vergadering bijeen,

constateren:
- dat de provincie Noord-Holland voornemens is de polder De Ronde Hoep aan te wijzen als calamiteitenberging (hoofdstuk 4.1.3 bladzijde 21);
- dat deze aanwijzing vooralsnog noodzakelijk lijkt te zijn om bescherming te bieden tegen overstromingen in de regio rond Amsterdam (Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht) als gevolg van klimaatverandering;
- dat het overleg tussen de verantwoordelijke overheden (provincie, gemeente Ouder-Amstel, Hoogheemraadschap AGV) met de bewoners, eigenaren, ondernemers en terreinbeheerders nog gaande is;

overwegende:
- dat het noodzakelijk is dat er in/na overleg met de bewoners, eigenaren, ondernemers en terreinbeheerders passende en compenserende maatregelen worden uitgewerkt en vastgesteld zoals een inrichtingsplan, een schaderegeling en een vergoeding van eventuele planschade;
- dat Provinciale Staten kennis hebben genomen van de notitie Calamiteitenberging De Ronde Hoep en de schadevergoedingsregeling van het Hoogheemraadschap AGV;
- dat Gedeputeerde Staten volgens een memo van 28 april 2010 mogelijkheden zien en voornemens zijn om flankerend beleid te ontwikkelen voor de nadelige consequenties die de bewoners en de ondernemers in De Ronde Hoep ondervinden door de aanwijzing als calamiteitenberging;

besluiten:
- het woord vooralsnog toe te voegen in de bewuste passage van hoofdstuk 4.1.3 bladzijde 21;
- Gedeputeerde Staten op te dragen om binnen een periode van twee jaar flankerend beleid voor de polder De Ronde Hoep uit te werken en te realiseren met het memo van 28 april 2010 als uitgangspunt.

En gaan over tot de orde van de dag.

Ten tweede op pagina 32. Hierop worden kerktorens toegevoegd in de structuurvisie. Dat is verheugend. Maar zijn ook vuurtorens geen structuurdragers van provinciaal belang, omdat vuurtorens langs de Noord-Hollandse kust eeuwenlang voor de scheepvaart en de bevolking een geografische oriëntatiefunctie hebben vervuld? We dienen daarom het volgende amendement in.

Amendement 8-27
Structuurdragers van provinciaal belang

De fractie van ChristenUnie-SGP dient het volgende amendement in.

Provinciale Staten van Noord-Holland, op 17 mei 2010 in vergadering bijeen,

constateren:
- dat in de opsomming van structuurdragers van provinciaal belang (hoofdstuk 5.1.1.6 op bladzijde 32) de vuurtorens ontbreken;

overwegende:
- dat vuurtorens langs de Noord-Hollandse kust eeuwenlang voor de scheepvaart en de bevolking een geografische oriëntatiefunctie hebben vervuld;

besluiten:
- vuurtorens te vermelden in hoofdstuk 5.1.1.6 (bladzijde 32) als object van bovenlokaal belang.

En gaan over tot de orde van de dag.

Dat moet natuurlijk ook in de leidraad Landschap en cultuurhistorie worden toegevoegd.
Ten derde in hoofdstuk 6.2. Daarin wordt een aantal economische activiteiten rondom de Zuidas expliciet genoemd. De visie en de ambitie van de provincie voor het gebied Noord-Holland-Noord zijn in de structuurvisie heel behoudend geformuleerd en wijken af van de meer ontwikkelingsgerichte visie en ambitie in de gebiedsagenda voor dit gebied. Het is niet consequent om het zuiden op een andere manier te behandelen dan het noorden. Daarom dient onze fractie het volgende amendement in.

Amendement 8-28
Hoofdstuk 6 Duurzaam Ruimtegebruik

De fractie van ChristenUnie-SGP dient het volgende amendement in.

Provinciale Staten van Noord-Holland, op 17 mei 2010 in vergadering bijeen,

constaterende:
- dat in de provinciale structuurvisie de provinciale belangen zijn aangegeven en uitgewerkt;
- dat in de voordracht het MRA-gebied vertrekpunt is voor de Noord-Hollandse visie;
- dat de omschrijving van het duurzame ruimtegebruik voor het gebied Noord-Holland-Noord in de provinciale structuurvisie ontbreekt;

overwegende:
- dat de focus in Noord-Holland-Noord is gericht op versterking van de eigen kracht en het meer in evenwicht brengen van de woon-werkbalans;
- dat er minimaal 10.000 arbeidsplaatsen in Noord-Holland-Noord moeten worden gerealiseerd;
- dat de gebiedsagenda MIRT voor Noordwest-Nederland tot stand is gekomen in samenwerking tussen Rijk (V en W, VROM, WWI, LNV en EZ) en de regio (provincies Noord-Holland en Flevoland);

besluiten,
aan hoofdstuk 6, Duurzaam Ruimtegebruik, de onderstaande paragraaf 6.2.2.3 Noord-Holland-Noord toe te voegen:
‘Noord-Holland-Noord heeft een uitstekende uitgangspositie voor de ontwikkeling van een duurzaam energiecluster, waarin zowel onderzoek, onderwijs en ondernemerschap samengaan. Noord-Holland-Noord wordt een belangrijke leverancier van duurzame energie in Nederland en ontwikkelt op termijn een energieneutrale regio. Onder meer de zeehaven Den Helder met een belangrijke functie voor offshore-industrie, het onderzoekscentrum voor (duurzame) energie ECN in Petten, de testvelden voor duurzame energie in de Wieringermeer en de Huisvuilcentrale Alkmaar zullen hieraan een belangrijke bijdrage leveren.
Perspectief biedt ook de verdere ontwikkeling van de agrarische sector (bollenteelt en glastuinbouw) met vestigingsmogelijkheden zoals Het Grootslag in West-Friesland en de Agriport A7 in de Wieringermeer.’

En gaan over tot de orde van de dag.

Ten vierde in bijlage 3 van de structuurvisie. Daarin ontbreken de behoefteramingen van bedrijven van harde en zachte plannen in Noord-Holland-Zuid. Bovendien moeten in 2010 nieuwe behoefteramingen worden vastgesteld, zoals staat vermeld in het uitvoeringsprogramma. Dat moet worden gedaan in samenhang met de Structuurvisie Amsterdam. Het moet een leidend principe worden dat duurzaamheid vooropstaat bij de ontwikkeling en herontwikkeling van kantoren, bedrijven en zeehaventerreinen. Bijlage 3 is dus niet compleet. Onze fractie dient daarom het volgende amendement in.

Amendement 8-29
Hoofdstuk 6.2 Bedrijventerreinen (bladzijden 46 en 47) en bijlage 3 (bladzijde 165)

De fractie van ChristenUnie-SGP dient het volgende amendement in.

Provinciale Staten van Noord-Holland, op 17 mei 2010 in vergadering bijeen,

constaterende:
- dat in hoofdstuk 6 van de provinciale structuurvisie het begrip duurzaamheid niet als leidend principe wordt genoemd;
- dat de primaire inzet van Gedeputeerde Staten als het gaat om de (her-)ontwikkeling van bedrijventerreinen gericht is op regionalisering, herprioritering en revitalisering;
- dat in bijlage 3 de behoefteramingen van bedrijventerreinen van harde en zachte plannen in Noord-Holland-Zuid ontbreken en in 2010 nieuwe behoefteramingen worden vastgesteld (uitvoeringsprogramma B1.11);
- dat in uitvoeringsprogramma B1.10 (bladzijde 130) staat vermeld dat de herstructurering van bestaande bedrijventerreinen het primaat heeft;
- dat de in dit opzicht van invloed zijnde Structuurvisie Amsterdam 2040 naar verwachting het komend halve jaar zal worden vastgesteld;
- dat in het gebiedsdocument voor de conferentie van 9 april 2009 de bestuurlijke afspraken voor Metropoolregio Amsterdam staan vermeld met betrekking tot de behoefteramingen van kantoren, bedrijven- en zeehaventerreinen tot 2030 (een reductie van 8,5 miljoen tot 5 miljoen vierkante meter bruto vloeroppervlak kantoren, de realisatie van 1800 ha bedrijventerreinen en circa 600 ha zeehaventerreinen);

overwegende:
- dat duurzaamheid vooropstaat bij de (her-)ontwikkeling van kantoren, bedrijven- en zeehaventerreinen;
- dat regionalisering, herprioritering en revitalisering vooraf moeten gaan aan het ontwikkelen en inrichten van nieuwe bedrijventerreinen;
- dat een actueel overzicht van de behoefteramingen van bedrijventerreinen van harde en zachte plannen in Noord-Holland-Zuid in bijlage 3 van de provinciale structuurvisie ontbreekt.

besluiten:
- Gedeputeerde Staten op te dragen om uiterlijk in 2010 aan Provinciale Staten geactualiseerde behoefteramingen bedrijventerreinen van harde en zachte plannen in Noord-Holland-Zuid ter besluitvorming voor te leggen;
- in afwachting hiervan de Provinciale Structuurvisie Noord-Holland 2040 vast te stellen met uitzondering van bijlage 3.

En gaan over tot de orde van de dag.

Ten vijfde. Er is er veel discussie over de omvang van het agrarische bouwblok. De provincie Noord-Holland heeft een beperkte fysieke en milieugebruiksruimte. Regulering is dus noodzakelijk. Gedeputeerde Staten willen tegemoetkomen aan de bedrijfseconomische trend van schaalvergroting en efficiencyverbetering. De risico’s voor de volksgezondheid en het dierenwelzijn moeten echter worden beheerst door het stellen van beperkingen aan staluitbreidingen voor de intensieve veehouderij. Dat is al eerder door Provinciale Staten vastgesteld. Daarom dient onze fractie het volgende amendement in.

Amendement 8-30
Hoofdstuk 6, paragraaf 6.5.1 Grootschalige land- en tuinbouw. Verordening artikel 25 lid 1 onder b.

De fractie van ChristenUnie-SGP dient het volgende amendement in.

Provinciale Staten van Noord-Holland, op 17 mei 2010 in vergadering bijeen,

constaterende:
- dat in de provinciale structuurvisie de provinciale belangen zijn aangegeven en uitgewerkt;
- dat in Noord-Holland-Noord de productielandbouw prioriteit krijgt;
- Gedeputeerde Staten in dit gebied de mogelijkheid willen bieden om het bouwblok te vergroten tot maximaal 2 ha, met een ontheffingsmogelijkheid van Gedeputeerde Staten tot meer hectares;

overwegende:
- dat de provincie Noord-Holland een beperkte fysieke en milieugebruiksruimte heeft en regulering noodzakelijk is;
- dat de provincie Noord-Holland tegemoet wil komen aan de bedrijfseconomische trends van schaalvergroting en efficiencyverbetering;
- dat risico’s voor de volksgezondheid en het dierenwelzijn moeten worden beheerst door beperkingen te stellen aan uitbreidingen van stallen voor de intensieve veehouderij;

besluiten:
- artikel 25 lid 1 onder b te wijzigen zodat stallen niet meer dan een bouwlaag hebben en het agrarische bouwblok niet groter wordt dan 1,5 ha;
- dat Gedeputeerde Staten in Noord-Holland-Noord de bevoegdheid hebben om ontheffing te verlenen voor het agrarische bouwblok tot maximaal 2,5 ha.

En gaan over tot de orde van de dag.

De heer KARDOL (CU-SGP): Ten zesde. Gedeputeerde Staten veronderstellen dat de instelling van de adviescommissie Ruimtelijke Ordening een kwalitatieve meerwaarde heeft bij de beoordeling van plannen buiten het bbg. Het feitelijk functioneren van de ARO en de uitvoering van de provinciale structuurvisie onttrekken zich echter aan de beoordeling van Provinciale Staten. Onze fractie is niet tegen de instelling van de ARO. Kwaliteit staat voorop, maar de fractie dient wel het volgende amendement in.

Amendement 8-31
Ontwerpbesluit

De fractie van ChristenUnie-SGP dient het volgende amendement in.

Provinciale Staten van Noord-Holland, op 17 mei 2010 in vergadering bijeen,

constaterende:
- dat in de provinciale structuurvisie de provinciale belangen zijn aangegeven en uitgewerkt;
- dat Gedeputeerde Staten een adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling, verder te noemen ARO, willen instellen;
- dat de ARO aan Gedeputeerde Staten adviseert voor aangelegenheden betreffende de ruimtelijke ordening, verstedelijking en ruimtelijke kwaliteit indien de bepalingen van de Provinciale ruimtelijke verordening structuurvisie dat voorschrijven;

overwegende:
- dat de besluitvorming door Gedeputeerde Staten provincie Noord-Holland door de instelling van de ARO een kwalitatieve meerwaarde krijgt;
- dat het feitelijk functioneren van de ARO en de uitvoering van de provinciale structuurvisie zich onttrekken aan de beoordeling van Provinciale Staten;
- dat het rijksbesluit, Besluit algemene regels ruimtelijke ordening, in het vakjargon aangeduid met Barro, in artikel 2.4 lid 2 voorschrijft dat het bestaand bebouwd gebied binnen een periode van vier jaar, gerekend vanaf de dagtekening van het desbetreffende aanwijzingsbesluit, telkens opnieuw wordt aangewezen;

besluiten:
aan het ontwerpbesluit nummer 26 een tweede lid toe te voegen waarvan de tekst luidt: ‘met betrekking tot het functioneren van de ARO ontvangen Provinciale Staten iedere drie jaar een evaluatieverslag inclusief een rapportage over de knelpunten bij de uitvoering van de Provinciale ruimtelijke verordening structuurvisie.’ Het eerste evaluatieverslag wordt uitgebracht in het najaar van 2012.

En gaan over tot de orde van de dag.

Dus elke drie jaar, maar de eerste keer op kortere termijn (2012).
Ten zevende. De leidraad Landschap en cultuurhistorie. De vraag blijft hoe de leidraad zal gaan functioneren en of de terminologie voldoende precies is. Vage termen worden gebruikt, zoals ‘in acht nemen’, ‘rekening houden met’ en ‘meenemen in het ontwerp’. Daaraan kunnen bij de uitvoering moeilijk harde eisen worden ontleend. Het is onduidelijk hoe dit zal gaan functioneren. Onze fractie wil hier niet voor gaan liggen, maar stelt voor om een evaluatie te houden over twee jaar. Daarom wordt het volgende amendement ingediend (samen met het CDA).

Amendement 8-32
Ontwerpbesluit 27

De fracties van ChristenUnie-SGP en CDA dienen het volgende amendement in.

Provinciale Staten van Noord-Holland, op 17 mei 2010 bijeen,

constaterende:
- dat in de provinciale structuurvisie de provinciale belangen zijn aangegeven en uitgewerkt;
- dat Gedeputeerde Staten een leidraad Landschap en cultuurhistorie willen vaststellen als deel van het uitvoeringsprogramma van de provinciale structuurvisie;
- dat de leidraad Landschap en cultuurhistorie een nieuw te gebruiken element is in het proces van vergunningverlening door GS;

overwegende:
- dat de besluitvorming door Gedeputeerde Staten provincie Noord-Holland door de vaststelling van de leidraad Landschap en cultuurhistorie kwalitatieve meerwaarde kan krijgen;
- dat het feitelijk functioneren van de leidraad Landschap en cultuurhistorie en de uitvoering van de provinciale structuurvisie zich onttrekken aan de beoordeling van Provinciale Staten;

besluiten:
- aan het ontwerpbesluit nummer 27 een tweede lid toe te voegen waarvan de tekst luidt: ‘met betrekking tot het functioneren van de leidraad Landschap en cultuurhistorie ontvangen Provinciale Staten iedere twee jaar een evaluatieverslag inclusief een rapportage over de knelpunten bij het gebruik ten behoeve van de uitvoering van de Provinciale ruimtelijke verordening structuurvisie.’ Het eerste evaluatieverslag wordt uitgebracht in het najaar van 2012.

En gaan over tot de orde van de dag.

Ten achtste. De versterking van het hoogwaardig openbaarvervoernetwerk (het uitvoeringsprogramma B1.17) heeft voor onze fractie prioriteit. De mogelijkheid om plannen uit te werken voor een bovengrondse IJmeer/Markermeerverbinding stuit op verzet van onze fractie. Daarom dienen wij het volgende amendement in.

Amendement 8-33
OV-SAAL (B1.17 Netwerkverbeteringen ov)

De fractie van ChristenUnie-SGP dient het volgende amendement in.

Provinciale Staten van Noord-Holland, op 17 mei 2010 bijeen,

constaterende:
- dat in projectomschrijving B1.17 Netwerkverbeteringen ov (bladzijde 145) staat vermeld dat de provincie Noord-Holland een voorkeur heeft voor een ondergrondse IJmeerverbinding;
- dat Provinciale Staten op 22 juni 2009 in overgrote meerderheid hebben uitgesproken dat zij het IJmeer/Markermeer open willen houden en de bouw van een bovengrondse verkeersverbinding door het IJmeer tussen Almere en Amsterdam van de hand wijzen;

tevens constaterende:
- dat de economische recessie het noodzakelijk maakt da de voortgang van bouwplannen met kracht wordt gestimuleerd;
- de provincie Noord-Holland de noodzaak van verbetering van de ov-verbinding tussen Noord-Holland en Flevoland onderschrijft;

besluiten:
- dat zij het IJmeer/Markermeer open willen houden;
- de bouw van een bovengrondse verkeersverbinding door het IJmeer tussen Almere en Amsterdam van de hand te wijzen;
- de passage op bladzijde 145 van de provinciale structuurvisie Noord-Holland 2040 te wijzigen in: ‘Provincie Noord-Holland is bereid mee te werken aan een ondergrondse oeververbinding’.

En gaan over tot de orde van de dag.

Ontwikkelingsplanologie is de goede dingen doen. Bouwen en bewaren is ons geleerd en voorgehouden. Die taak blijft. De vraag is of de structuurvisie voldoende mogelijkheden geeft om ontwikkelingen van het wonen en vooral de werkgelegenheid te stimuleren. In 2010 gaat het geheel in werking en wij willen verder aan onze provincie Noord-Holland ontwikkelen. Daartoe wenst onze fractie aan de gedeputeerde Gods zegen toe.


Meché A.P. van der

De ingediende moties en amendementen zullen onderdeel vormen van de beraadslagingen. Ik wil u melden dat er interne problemen zijn geweest met de internetverbinding. Volgens ons is de vergadering wel uitgezonden op internet. Ik heb beloofd de heer Butter nog een keer het woord te geven. Daarna zal ik de vergadering schorsen.


Butter D.J.

In de dicta van de amendementen 8-1 (Bloemendalerpolder/KNSF) en 8-2 (Wieringerrandmeer) en in de overwegingen en het dictum van motie 8-12 (Duurzaamheid) worden technische wijzigingen aangebracht (die wijzigingen zijn al in de weergave van amendementen en motie hierboven verwerkt, notulist).


Meché A.P. van der

De moties worden in de schorsing gecorrigeerd en verspreid.


Wagemaker E.P.

In de door de PvdA ingediende moties en amendementen zijn in overleg met de griffier enkele (volgens ons) inhoudelijk niet van belang zijnde geringe tekstwijzigingen aangebracht.


Meché A.P. van der

U krijgt van de amendementen en de motie van de VVD na de lunch een nieuwe versie. Alle andere moties en amendementen blijven zoals zij oorspronkelijk waren.
Ik schors de vergadering (13.05 uur).


Schorsing


Meché A.P. van der

Ik heropen de vergadering (14.00 uur). Ik deel u mee dat een condoleancebrief rondgaat. De heer Roetman zal straks aanwezig zijn. Ik geef het woord aan de heer Bruystens.


Bruystens P.J.

De Ouderenpartij Noord-Holland is over het algemeen positief over de voorliggende structuurvisie. Wij onderschrijven in hoofdlijnen het beleid om te kiezen voor hoogstedelijke milieus in combinatie met een geactualiseerde provinciale woonvisie, voor herstructurering en een zeer beperkte uitleg van bedrijventerreinen. Hierbij bestaat de indruk dat er van overcapaciteit sprake is. Het open en dichtbij houden van het landelijke gebied, de versterking van de waterkeringen en verbetering van de waterlopen is allemaal materieel van aard.
Ouderenpartij Noord-Holland wil een hogere prioriteit voor de leefbaarheid. De periode tot 2040 wordt grotendeels beheerst door de vraag welke maatregelen nodig zijn in verband met de vergrijzing. Die vergrijzing kan voor Noord-Holland in economische zin van grote betekenis zijn, als de provincie hierop goed beleid inzet. Een bijkomend interessant aspect is de vraag of er voldoende aangepaste woningbouwcapaciteit bestaat tot 2040. Aangepaste woningbouw is in dit geval het verband tussen woningvoorraad, nieuwbouw en vergrijzing. Dit kan voor een aanzienlijk deel worden ingevuld doordat de overheid op de juiste wijze op dit verband inspeelt oftewel op de wens van ouderen om hun te grote woningen op termijn in te ruilen voor een geschikte kleinere woning of appartement. Deze toenemende vraag naar kleine woningen zal zich in geheel Noord-Holland voordoen. Gevolg van het adequaat inspelen op de vraag naar geschikte kleine woningen of appartementen is dat op termijn vele duizenden koop- en huurwoningen vrijkomen, terwijl jonge gezinnen die na gezinsuitbreiding enzovoorts graag groter willen wonen daarvan graag willen gebruikmaken. Zij kunnen hiervan profiteren. Het mes snijdt dan aan beide kanten: men kan aan de toenemende wens van ouderen tegemoetkomen om zolang mogelijk zelfstandig te blijven wonen in aangepaste woonvormen en de jonge gezinnen kunnen een keus maken uit een ruimer aanbod van woningen. Mensen met een beperking of chronische ziekte kunnen door hierbij domotica en zorg op afstand op de juiste manier in te zetten langer zelfstandig wonen. Deze toepassingen kunnen ook het zorgproces en de dienstverlening verbeteren. Het is voor de oudere inwoners van Noord-Holland van groot belang dat de provincie via monitoring en verdere sturing op ontwikkelingen zicht houdt op lokale en regionale ontwikkelingen in de zorgwoningen.
Monitoring woningbouw. Een voor de hand liggende vraag is welke veranderingen de huidige recessie voor Noord-Holland zal inhouden. Je moet bij de vaststelling van deze structuurvisie constateren dat de komende jaren cruciaal zullen zijn, als je kennisneemt van het grote huizenaanbod. Veel van die woningen staan leeg, omdat zij onverkoopbaar zijn geworden. De conclusie ligt voor de hand. Er is momenteel sprake van overcapaciteit in sommige delen van Noord-Holland. Er is dus reden om nog eens kritisch te kijken naar de provinciale woningbouwplannen. De komende twee jaar zullen uitwijzen in hoeverre de monitor woningbouw en de verdere sturing op ontwikkelingen hierdoor moeten worden bijgesteld.
Openbaar vervoer. Er wordt in het openbaar vervoer nog steeds niet goed ingespeeld op de vergrijzing in Noord-Holland. De marktwerking blijkt in de praktijk niet goed te werken. De voortdurende klachtenstroom over de reguliere bus en de ov-taxi baart ons zorgen. De provincie zal in overleg met de vervoersmaatschappijen betere oplossingen moeten vinden en daarbij uitgaan van de wens van ouderen om in staat te worden gesteld om langer zelfstandig te kunnen wonen en zelf keuzes te kunnen maken naar welke winkelcentra, postkantoren, overheidsinstellingen, banken, familiebezoek, zorgcentra, ziekenhuizen enzovoorts men wil gaan.
ARO. In de laatste vergadering van de commissie ROG is veel aandacht besteed aan nut en noodzaak van de ARO. De commissie wenst zicht te houden en betrokken te blijven bij alle ontheffingsaanvragen en adviezen over ruimtelijke kwaliteit. Het is met andere woorden duidelijk dat de commissie de vinger aan de pols wil houden.
Landbouwgronden. De vraag blijft in Noord-Holland actueel in hoeverre wij kostbare land- en veeteeltgronden moeten opofferen voor moerasgebieden met hier en daar een plukje riet dan wel aan de landbouw de ruimte te geven voor schaalvergroting, waaraan in deze sector grote behoefte is.
Megastallen. Wij kunnen hierin meedenken als dit een verbetering is ten opzichte van de ongewenste ontwikkelingen, het leidt tot een kwaliteitsverbetering en men beschikt over een milieuvergunning. Daarbij staat het dierenwelzijn voorop. Verder dient de 2 ha-regeling ter voldoening aan milieu- en dierenwelzijneisen in relatie te staan tot de gebieden en gedifferentieerd te worden toegepast.
Wieringermeer en Bloemendalerpolder. Wij zouden voor vandaag door GS worden geïnformeerd over het door hen ingestelde forensische onderzoek naar de handelingen van oud-gedeputeerde de heer Hooijmaijers. Het ligt in de rede dat wij op korte termijn niet kunnen doen alsof er verder niets aan de hand is, omdat er een lopend onderzoek is van de rijksrecherche. We hebben inmiddels uit de pers vernomen dat de rijksrecherche haar strafrechtelijk onderzoek met een halfjaar heeft verlengd. Wij kunnen en mogen in afwachting van het resultaat van dit onderzoek geen risico nemen. Die projecten moeten volgens worden stilgelegd zolang de uitkomsten van dit rijksonderzoek niet bekend zijn. Wat zullen hiervan de consequenties zijn? Welke vertragende veranderingen in deze PPS-constructie zullen hierdoor optreden? Daarom moeten volgens ons het Wieringerrandmeer en de Bloemendalerpolder vandaag buiten de vaststelling van de structuurvisie worden gehouden. Eerst zal de onderste steen boven moeten komen.
IJsselmeer en aanverwante wateren. Op langere termijn wordt in West-Europa een groot tekort aan zoetwater verwacht. Daarom is het van het allergrootste belang om het IJsselmeer voor de zoetwaterhuishouding van Noord-Nederland onaangetast te laten. Mede hierom is verdere inpoldering van het IJsselmeer voor ons onaanvaardbaar. Wij zijn tevens van mening dat de bestaande oude kustlijn van de Zuiderzee van Medemblik tot Enkhuizen cultuurhistorisch van onschatbare waarde is en onaangetast moet blijven. Alleen bij de havenplaatsen kunnen onder strenge voorwaarden haven- en watergebonden faciliteiten worden aangebracht. Wij wijzen ook verdere aantasting van de Waddenzee af.
Afsluitdijk. In de structuurvisie ontbreekt aandacht voor een van de grootste ingrepen van de komende jaren. Dat zijn de door de Waterwet opgelegde veiligheidseisen, verhoging, verstevigingen en aanpassing van de Afsluitdijk en andere zeedijken, inclusief bruggen, sluizen enzovoorts in Noord-Holland op de langere termijn. De informatie bij het onderdeel Hoogheemraadschap Noord-Hollands Kwartier – namelijk de aanpassing van de waterkering voor Den Oever – heeft tot grote onrust geleid bij de inwoners van Wieringen. Dit onderdeel moet voor 2015 zijn gerealiseerd. Binnenkort zullen de vakcommissies hierover nader worden geïnformeerd.
Men gaat ervan uit dat verdere globalisering, klimaatveranderingen en substantiële milieueffecten grote gevolgen kunnen hebben voor het toekomstbeeld van Noord-Holland. Voor de klimaatverandering, die nu in het middelpunt van de belangstelling staat, wordt telkens verwezen naar kostbare gepubliceerde onderzoeken naar de stijging van de zeespiegel waarbij wordt gegoocheld met jaartallen. Dat geeft de indruk dat deze milieuonderzoeken de toets der kritiek zo langzaam aan niet meer kunnen doorstaan.
Ik ga akkoord met de voordracht Structuurvisie 2010-2040 en de leidraad Landschap en cultuurhistorie met uitzondering van de door mij gemaakte opmerkingen. Ik zal op die opmerkingen later en gedetailleerd in de commissie terugkomen.


Oeveren R.E. van

Er is veel werk verzet door ambtenaren en gedeputeerden. De Partij voor de Dieren is in het algemeen positief over vorm en inhoud van de structuurvisie en de verordening. Wij onderschrijven de hoofdlijnen van harte, al hebben wij hier en daar vanzelfsprekend andere ideeën over de uitwerking.
Klimaat en duurzame energie. Natuurlijk juichen wij toe dat GS ruimte maken voor de ontwikkeling van duurzame energie en proberen om duurzame ontwikkelingen een extra impuls te geven. Voor ons had dat echter iets steviger gedaan mogen worden. Waarom zou er nog een ontheffing gegeven worden voor een woonwijk of bedrijventerrein buiten bestaand bebouwd gebied als dat niet klimaatneutraal gebeurt? In de structuurvisie lijkt die ambitie door GS tot op zekere hoogte te worden gedeeld, maar in de verordening komt hiervan niets terug. Ik citeer uit de structuurvisie: “Daarnaast gelden andere afwegingen van goede ruimtelijke ordening, zoals klimaatbestendigheid en bereikbaarheid. Die afwegingen maken deel uit van de ambtelijk uitgevoerde nut en noodzaaktoets en worden door GS meegenomen in het integrale besluit over de ontheffing.” So far, so good. In de verordening is hierover echter niets terug te vinden. Mijn fractie vindt dat een grote omissie. Natuurlijk moeten GS een integrale afweging maken, waarbij klimaatbestendigheid en bereikbaarheid worden afgewogen. Natuurlijk moet dat voor de burger duidelijk zijn en dus in de verordening staan. Daarin zijn de toetsingsgronden voor de ontheffing opgenomen. Wij stellen voor om deze omissie te repareren door de ontheffingsaanvraag rechtstreeks aan de structuurvisie te toetsen, en wij dienen daarvoor het volgende amendement in.

Amendement 8-34
De fractie van de Partij voor de Dieren dient het volgende amendement in.

De Provinciale Staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen op 17 mei 2010 te Haarlem, ter behandeling van de Structuurvisie 2010-2040 en de Ruimtelijke verordening,

overwegende:
- dat de structuurvisie beschrijft wat Noord-Holland beschouwt als goede ruimtelijke ordening;
- verzoeken tot ontheffingen van verboden uit de Structuurvisieverordening;

van mening dat:
- verzoeken tot ontheffingen van verboden uit de Structuurvisieverordening rechtstreeks aan de structuurvisie getoetst moeten kunnen worden;

gehoord de discussie,

besluiten:
-toe te voegen aan artikel 15 lid 1 van de Structuurvisieverordening:
‘6. de goede ruimtelijke ordening zoals beschreven in de structuurvisie’.

En gaan over tot de orde van de dag.

De Partij voor de Dieren wil dat in 2050 de Nederlandse energievoorziening klimaatneutraal is. De energie moet dan komen van zon, wind en water, maar wel op een ecologische en diervriendelijke wijze. Die voorwaarde ontbreekt in de structuurvisie. Het heien in de zeebodem voor windmolenparken heeft een desastreus effect op het zeeleven. Windmolens zullen dus op een andere manier moeten worden gefundeerd. De locatie is eveneens een aandachtspunt, omdat een windmolenpark in een vogeltrekroute of in een vleermuizenfoerageergebied een slecht plan is. Dit zal in de verdere uitwerking de nodige aandacht moeten krijgen.
Natuur en landschap. We zijn redelijk tevreden met de bescherming die de structuurvisie en de verordening bieden voor landschap en natuur. De Ecologische Hoofdstructuur is goed beschermd in het beleid en moet vooral nog worden uitgebreid. Dat is echter onderdeel van een andere discussie. Wij hebben op twee punten onze bedenkingen over de bescherming van het landschap. De vergroting van de bouwvlakken naar 2 ha of meer heeft niets met maatwerk te maken. Voor de landschappelijke waarde van onze mooie provincie is het cruciaal om de vinger aan de pols te houden, maar dat kan niet als we iedere uitbreiding tot 2 ha zonder meer toestaan. Als we de landschappelijke kwaliteit een provinciaal belang vinden, moet de ARO al vanaf 1 ha kunnen adviseren. Dat is niet om uitbreidingen van agrariërs tegen te gaan, maar dat is ter waarborging van de landschappelijke kwaliteiten. Wij vinden dat een provinciaal belang en dus moeten de provinciale regels dat borgen. Daarom dienen wij het volgende amendement in.

Amendement 8-35
De fractie van de Partij voor de Dieren dient het volgende amendement in.

De Provinciale Staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen op 17 mei 2010 te Haarlem, ter behandeling van de Structuurvisie 2010-2040 en de Ruimtelijke verordening,

overwegende dat:
- agrarische bouwblokken een grote impact hebben op de ruimtelijke kwaliteit;
- agrarische bouwblokken groter dan 1 ha een significant effect kunnen hebben op de ruimtelijke kwaliteit;

van mening dat:
- maatwerk geboden is bij ontwikkelingen die een significant effect kunnen hebben op de ruimtelijke kwaliteit;

gehoord de discussie,

besluiten:
- voor agrarische bouwblokken groter dan 1 ha de in de verordening opgenomen bepalingen (artikelen 25 en 27) zodanig aan te passen dat een ontheffing nodig is van de Ruimtelijke verordening.

En gaan over tot de orde van de dag.

De leidraad Landschap en cultuurhistorie beschrijft de grote lijnen in de kwaliteiten van het Noord-Hollandse landschap. De titel dekt de lading, omdat de natuurlijke kwaliteiten niet erg goed in deze nota in beeld komen. Ook de rol die dieren hebben gespeeld bij de totstandkoming van het Noord-Hollandse landschap wordt te veel in de zijlijn geplaatst. De prachtige, groene weidse landschappen worden dankzij de Noord-Hollandse boer begraasd, maar niet door de boer zelf. De openheid van Noord-Holland is te danken aan haar koeien en schapen. Naast de vele voordelen voor milieu en natuur bij het gewoon in de wei staan van de koeien, is het van cultuurhistorische en landschappelijke waarde. De openheid van het grasland is slechts leegte zonder dieren.
Open grasland heeft voor het vee ook een nadeel, omdat het door het ontbreken van bomen en hoge struiken geen natuurlijke beschutting biedt tegen extreme weersomstandigheden. De oplossing is simpel. De provincie staat namelijk toe dat de boeren schuilstallen plaatsen. Zij worden aangemerkt als ondergeschikte bouwwerken en mogen daarom zonder ontheffing worden geplaatst. Dat is goed geregeld door de provincie, maar helaas blijken niet alle gemeenten daarvan op de hoogte. Daarom hierbij een oproep aan Gedeputeerde Staten om te bevestigen dat de schuilstallen als ondergeschikte bouwwerken worden aangemerkt en dus zijn toegestaan. Het is voldoende om dat hier nadrukkelijk uit te spreken. De goedwillende boeren kunnen er dan mee aan de slag.
De borging van de landschappelijke kwaliteiten van Noord-Holland door middel van de adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkelingen (ARO) baart ons zorgen. Wij verwachten dat de ARO niet snel een ongewenste ontwikkeling zal tegenhouden. Gemeenten zullen in al hun bestemmingsplannen moeten rekening houden met de leidraad. Wij zullen een voorstel daartoe dan ook steunen.
Bij de herijking van de EHS blijkt maar weer hoe belangrijk het is om iets extra’s te doen voor de gebieden die cultuurhistorisch van belang zijn, zoals de graslanden in Santpoort. Zij horen niet in de EHS, dat heeft de ecologische structuur als basis, maar ze mogen ook niet zomaar verloren gaan. Wij zien een onderzoek naar landgoederen met belangstelling tegemoet. Als er strenge, groene voorwaarden aan worden gesteld, kan een landgoed ook in deze tijd iets moois opleveren. We beschermen nu toch ook landgoederen uit het verleden als monument? Er is geen reden waarom men nu niet in staat zou zijn om er ook iets moois van te maken. Landschappelijk wonen is echter geen goede ruimtelijke ordening, omdat het te veel ruimte inneemt en relatief weinig ruimte oplevert voor de ruimtelijke kwaliteit. Dat onderzoek hoeft voor ons niet te worden uitgevoerd. De ecologische waarde van het KNSF-terrein moet worden gerespecteerd en wel zonder voorwaarden (dus niet slechts waar mogelijk).
Landbouw. We onderschrijven het belang van voldoende en gedifferentieerde ruimte voor de landbouw, maar in deze structuurvisie is er sprake van bijkans onbeperkte ruimte voor de landbouw. Zelfs verregaande schaalvergroting, mondiale concurrentie en de door de bevolking nadrukkelijk niet gewenste intensieve veehouderij worden gefaciliteerd. De Partij voor de Dieren kiest voor duurzame, grondgebonden kwaliteitslandbouw met oog voor natuur en milieu en dierenwelzijn. We zijn tegen bulkproductie voor een bodemprijs. Dat is niet tegen de boeren, omdat die bulkproductie voor de boer evenmin iets heeft opgeleverd.
Een aantal voorstellen in de structuurvisie strookt niet met onze voorstelling. Het meest springt daarbij de intensieve veehouderij in het oog. Milieudefensie en de dierenbescherming initieerden het eerste burgerinitiatief uit de geschiedenis van de Noord-Hollandse Staten. Meer dan 25.000 mensen tekenden tegen de intensieve veehouderij. Een meerderheid van deze Staten steunde de motie-Breunissen om vast te houden aan het tegengaan van de intensieve veehouderij. Het plan-MER staat vol ruimtelijke argumenten tegen intensieve veehouderij. Op basis van het rapport van BRO in opdracht van deze Provinciale Staten gemaakt en een van het Instituut voor Agrarisch Recht hebben wij een amendement geschreven. De korte samenvatting daarvan is dat nieuwvestiging van intensieve veehouderij geen redelijk provinciaal doel dient en daarom niet hoeft te worden toegestaan, en dus volgens ons niet moet worden toegestaan. Het amendement luidt als volgt.

Amendement 8-36
De fractie van de Partij voor de Dieren dient het volgende amendement in.

De Provinciale Staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen op 17 mei 2010 te Haarlem, ter behandeling van de Structuurvisie 2010-2040 en de Ruimtelijke verordening;

constaterende dat:
- intensieve veehouderij niet grondgebonden is;

overwegende dat:
- Provinciale Staten het tegengaan van nieuwvestiging van intensieve veehouderij willen continueren (motie-Breunissen 16 maart 2009);
- Noord-Holland zich inzet voor een duurzame agrarische sector (Structuurvisie 2040);
- de provincie functionele ontwikkelingen die niet voldoende bijdragen aan de samenleving fysieke ruimte mag onthouden (rapport BRO);
- het burgerinitiatief ‘Stop Veefabrieken in Noord-Holland’ vraagt om een duurzame, grondgebonden landbouw;

van mening dat:
- landbouw grondgebonden moet blijven om natuur en milieu te sparen;

gehoord de discussie,

besluiten:
- in de structuurvisie bijlage 1 van dit amendement op te nemen;
- in de Ruimtelijke verordening bijlage 2 van dit amendement op te nemen;

Bijlage 1: Intensieve Veehouderij
Nieuwvestiging van intensieve veehouderij in de provincie is vanuit het oogpunt van voedselvoorziening, doelmatige agrarisch gebruik, agrarische
productiestructuur en werkgelegenheid maatschappelijk niet noodzakelijk. Ook is nieuwvestiging van de intensieve veehouderij in Noord-Holland niet noodzakelijk voor het goed kunnen functioneren van deze bedrijfstak op nationaal niveau. Nieuwvestiging van intensieve veehouderij biedt ook geen meerwaarde op het gebied van ruimtelijke kwaliteit, economische structuur en werkgelegenheidsontwikkeling of leefbaarheid die van betekenis is voor het functioneren van de maatschappij van Noord-Holland. Privaat ondernemerschap biedt geen juridische grondslag voor de provincie om, ondanks het ontbreken van een maatschappelijke noodzaak of meerwaarde voor haar grondgebied, nieuwsvestiging van intensieve veehouderij toch toe te staan. Het provinciaal bestuur kiest er daarom voor nieuwvestiging van intensieve veehouderij binnen haar grondgebied niet toe te staan. De intensieve veehouderij heeft een negatieve impact op de belevingswaarde van het buitengebied, zorgt voor overbelasting van de plattelandswegen, is gebiedsvreemd aan het landelijk gebied van Noord-Holland, kan een gevaar vormen voor de volksgezondheid en leidt tot grotere milieu- en ziektedruk en vermindering van de natuurwaarden in de wijde omgeving. De provincie beschouwt herontwikkeling van een bestaand agrarisch bedrijf naar een intensief veehouderijbedrijf als een functionele nieuwvestiging. Herontwikkeling van een bestaand agrarisch bedrijf naar intensieve veehouderij wordt daarom eveneens uitgesloten. Doorontwikkeling van een bestaande intensieve veehouderij op de huidige locatie is alleen toegestaan indien deze doorontwikkeling geen toename van de intensieve veehouderij betreft en op de huidige locatie op een ruimtelijk en milieuhygiënisch verantwoorde manier kan plaatsvinden. Het ontwikkelen van neventakken naast bestaande gegunde ruimte voor intensieve veehouderij blijft hierdoor mogelijk. Verplaatsing van een bedrijf beschouwt de provincie als nieuwvestiging op een andere locatie. Aan verplaatsing van een bestaand intensieve veehouderijbedrijf wordt daarom geen medewerking verleend. Indien doorontwikkeling op de huidige locatie niet mogelijk is zal de provincie het beëindigen van de huidige bedrijfsvoering op die locatie actief
ondersteunen.

Bijlage 2: Artikel X Intensieve veehouderijen
Bestemmingsplannen wijzen geen gronden aan en geven geen regels waardoor de vestiging van intensieve veehouderijen wordt toegestaan.
Bestemmingsplannen geven geen regels waardoor doorontwikkeling van een bestaande intensieve veehouderij wordt toegestaan tenzij deze doorontwikkeling geen toename van de intensieve veehouderij betreft.

En gaan over tot de orde van de dag.

In de structuurvisie is alleen grondgebonden landbouw toegestaan in het zuiden van de provincie, maar we zien ook graag in het noorden van onze provincie alleen grondgebonden landbouw. Grondgebonden landbouw heeft een binding met de grond, zoals landbouw behoort te hebben. De grond moet het benodigde voedsel kunnen opbrengen en de afvalstoffen van de landbouw kunnen verwerken. Dan hoeven er geen schaarse grondstoffen uit het buitenland te worden gehaald. Door veevoer uit bijvoorbeeld Brazilië te importeren creëren we daar een fosfaattekort en stimuleren we de vernietiging van regenwoud. Voor natuur, milieu en sociale rechtvaardigheid is het beter om alleen grondgebonden landbouw toe te staan. Daarom dienen wij het volgende amendement in.

Amendement 8-37
De fractie van de Partij voor de Dieren dient het volgende amendement in.

De Provinciale Staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen op 17 mei 2010 te Haarlem, ter behandeling van de Structuurvisie 2010-2040 en de Ruimtelijke verordening;

overwegende dat:
- Noord-Holland zich inzet voor een duurzame agrarische sector (Structuurvisie 2040);
- het burgerinitiatief ‘Stop Veefabrieken in Noord-Holland’ vraagt om duurzame grondgebonden landbouw;

van mening dat:
- alleen grondgebonden landbouw duurzaam kan zijn;

gehoord de discussie,

besluiten:
- toe te voegen aan artikel 25 van de Ruimtelijke verordening als een nieuw lid 6, luidend:
‘In aanvulling op het eerste lid voorziet het bestemmingsplan niet in bestemmingen of regels ten behoeve van niet-grondgebonden agrarische activiteiten’ zoals ook in artikel 27 is geregeld.

En gaan over tot de orde van de dag.

De definitie van intensieve veehouderij uit de verordening verbaast ons. Ik citeer: “Niet grondgebonden agrarische bedrijven die in gebouwen varkens, pluimvee, konijnen, vleeskalveren, pelsdieren of overig kleinvee houden, uitgezonderd biologische veehouderij, het kweken van vis, melkvee, rundvee, geiten, schapen of paarden.” Dus elke vorm van geitenhouderij is volgens GS extensief. Volgens ons is het kweken van vis altijd intensief en het houden van geiten, schapen en koeien kan dat zijn, namelijk als het niet grondgebonden is. GS maken onderscheid naar diersoorten in plaats van naar gelang de wijze waarop dieren worden gehouden. Dat is verkeerd. Grondgebonden is volgens GS agrarische bedrijfsvoering die hoofdzakelijk niet in gebouwen plaatsvindt, waarbij het gebruik van agrarische gronden noodzakelijk is voor het functioneren van het bedrijf. Hoe meet je dat? Er moet volgens ons wel een toetsbaar criterium zijn. Wij stellen voor om grondgebonden veehouderij zo te definiëren. Een bedrijf is grondgebonden als het niet meer dan 1,8 grootvee-eenheden per hectare heeft en een beperkte weidegang volgens de regeling Ammoniak en veehouderij toepast. Dat is momenteel tien per dag in de zomer- en lenteperiode. Deze criteria in onze definitie van grondgebondenheid zijn gebaseerd op een uitgebreide studie van het Centrum voor Landbouw en Milieu naar de verschillende definities van grondgebondenheid. De door ons voorgestelde criteria zijn de meest ruime die in de studie zijn beschreven. Elke grens is arbitrair, maar we hechten niet precies aan de begrenzingen en willen daarover best discussiëren. Er moet wel duidelijkheid zijn. Er moet iets meetbaar zijn. Daarom wordt het volgende amendement ingediend.

Amendement 8-38
De fractie van de Partij voor de Dieren dient het volgende amendement in.

De Provinciale Staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen op 17 mei 2010 te Haarlem, ter behandeling van de Structuurvisie 2010-2040 en de Ruimtelijke verordening;

constaterende dat:
- stikstofdepositie de natuurwaarden onder druk zet (Planbureau voor de Leefomgeving: Ammoniak in Nederland);
- koeien steeds minder in de wei staan in Nederland (Grassland Science in Europe);
- de melkveehouderij significant bijdraagt aan de uitstoot van broeikasgassen (FAO: Livestock’s Long Shadow);

overwegende dat:
- Provinciale Staten een grote melkveehouderij beschouwen als intensieve veehouderij (motie Breunissen/GroenLinks 16 maart 2009);
- Noord-Holland zich inzet voor een duurzame agrarische sector (Structuurvisie 2040);

van mening dat:
- weidegang behouden moet blijven voor de belevingswaarde van het Noord-Hollandse Landschap;
- een grondgebonden bedrijf de grondstoffen overwegend van eigen grond betrekt en de afvalstoffen overwegend op eigen grond afzet;
- landbouw grondgebonden moet blijven om natuur en milieu te sparen;
- een grondgebonden veebedrijf beperkte weidegang volgens de regeling Ammoniak en veehouderij in de milieuvergunning toepast en niet meer dan 1,8 GVE per hectare heeft;

gehoord de discussie,

besluiten:
- in de verordening bij de definitie ‘intensieve veehouderij’ aan het eind toe te voegen ‘indien deze grondgebonden zijn’.

En gaan over tot de orde van de dag.

Het kweken van vis is altijd intensief. De dieren worden onmogelijk dicht op elkaar gehouden, zij produceren veel afvalstoffen en hebben zelf grote hoeveelheden vis nodig om te groeien. Aquacultuur is dus gewoon intensieve veehouderij en moet ook als zodanig worden beschouwd. Daarom wordt het volgende amendement ingediend.

Amendement 8-39
De fractie van de Partij voor de Dieren dient het volgende amendement in.

De Provinciale Staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen op 17 mei 2010 te Haarlem, ter behandeling van de Structuurvisie 2010-2040 en de Ruimtelijke verordening,

constaterende dat:
- veel vissen worden gehouden;

overwegende dat:
- dezelfde risico’s voor dierziekten voor aquacultuur bestaan als voor intensieve veehouderij;
- een vergelijkbare druk op natuur en milieu uitgaat van aquacultuur als van intensieve veehouderij;
- aquacultuur niet grondgebonden is;

van mening dat:
- er geen redenen zijn om het houden van vissen uit te zonderen als intensieve veehouderij;

gehoord de discussie,

besluiten:
- in de verordening bij de definitie ‘intensieve veehouderij’ geen uitzondering te maken voor het kweken van vis (aquacultuur).

En gaan over tot de orde van de dag.

De geitenhouderij kan ook zeer intensief zijn. Dat is in de afgelopen maanden ook gebleken. Door de Q-koorts werd de enorme toename van het aantal geiten in Nederland en Noord-Holland algemeen bekend. Onnatuurlijk grote aantallen dieren bij elkaar is vragen om problemen. Die hebben we dan ook gekregen. Laat de volksgezondheid in Noord-Holland leidend zijn. Daarom wordt het volgende amendement ingediend.

Amendement 8-40
De fractie van de Partij voor de Dieren dient het volgende amendement in.

De Provinciale Staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen op 17 mei 2010 te Haarlem, ter behandeling van de Structuurvisie 2010-2040 en de Ruimtelijke verordening,

constaterende dat:
- Q-koorts in Noord-Holland tot ruimingen van geiten heeft geleid;
- het aantal geiten snel toeneemt en de sector grootschaliger wordt;
- schapen intensief gehouden kunnen worden;

overwegende dat:
- het dicht bij elkaar houden van veel geiten en schapen bij elkaar risico’s met zich meebrengt voor de volksgezondheid;

van mening dat:
- er geen redenen zijn om geiten of schapen uit te zonderen als intensieve veehouderij;

gehoord de discussie,

besluiten:
- in de verordening bij de definitie intensieve veehouderij geen uitzondering te maken voor het houden van schapen en geiten.

En gaan over tot de orde van de dag.

Het moge duidelijk zijn dat wij geen voorstander zijn van de agroparken zoals beschreven in de bijlage van de structuurvisie. Wel steunen we de pogingen om de glastuinbouw te verduurzamen. In deze context wijzen wij op de gesloten kas. Minder infectiedruk en dus minder bestrijdingsmiddelen, er wordt energie opgewekt en de productie neemt ook nog eens toe. Dat is mooi.


Meché A.P. van der

De amendementen zijn al overlegd en vormen een onderdeel van de discussie die we met elkaar voeren. Het woord is aan de heer Gersteling.


Gersteling F.J.

Het proces dat is voorafgegaan aan de totstandkoming van de provinciale structuurvisie was een goed proces, waarin ruimte was voor opbouw. Dank aan de ambtenaren, insprekers, lobbyisten en de GS-leden die zich hebben ingezet voor de structuurvisie. Ook dank aan de werkgroep Nieuwe Wet Ruimtelijke Ordening. Helaas zien we op het einde dat er alleen overleg is geweest tussen de coalitiepartijen over moties en amendementen en dat andere partijen daarbij niet hebben kunnen aansluiten. Dat leidt tot een onnodige overlap van amendementen en moties. Een belangrijk moment was de vaststelling van de provinciale belangen. We kunnen daarover heel tevreden zijn, omdat het een goed fundament is. Daarna hebben we de juiste keuze gemaakt om met een verordening te gaan werken die een doorwerking in bestemmingsplannen heeft. Ook dat is een goed middel. Inderdaad zal de provincie regie moeten voeren. De vraag is niet of maar hoe dat zal gebeuren. Dat past bij de kerntaak van het middenbestuur, omdat grote delen van Noord-Holland zonder de provincie Noord-Holland ongewenst zouden zijn volgebouwd en er dan veel bedrijventerreinen zouden zijn verschenen die vervolgens hadden leeggestaan. Noord-Holland is per slot van rekening niet het paradijs, maar zelfs in het paradijs gold maar een regel en ook die regel werd overtreden. Ook daar had dus misschien meer regie aanwezig moeten zijn. Noord-Holland is geen paradijs, maar misschien wel the next best thing.
Voldoet deze provinciale structuurvisie aan de visie die nodig is tot aan 2040? Het antwoord is natuurlijk altijd ‘deels’, omdat we niet weten hoe 2040 eruitziet en omdat we nu al een aantal grote veranderingen kunnen zien aankomen waarop niet volledig wordt ingespeeld.
Een voorbeeld daarvan is de klimaatverandering. Er is in de structuurvisie wel de nodige aandacht aan water besteed, maar voor energiebesparing en duurzame energie (met uitzondering van windturbines) is er veel te weinig aandacht. Dat geldt ook voor het vervoer, namelijk de inzet van minder auto’s. Ook dat komt in deze structuurvisie nauwelijks aan bod.
Een andere belangrijke ontwikkeling is de demografische ontwikkeling. Die ontwikkeling heeft effect op de woningbouwplannen. Je ziet echter dat het wellicht voor Noord-Holland-Noord een veel te positieve en optimistische inschatting is en dat bijstelling naar beneden voor de hand ligt. Er ontbreekt ook een visie op de krimp en wellicht op de vraag naar nieuwe arbeidskrachten van over de grens.
Er komt natuurlijk ook een verandering aan in de economie. De economie zal veel duurzamer worden. De structuurvisie gaat daarop niet in en geeft alleen maar een facilitering van economische zaken aan. Toch zullen wij keuzes moeten maken. Ik zal er in ieder geval waar het gaat over het haventerrein in mijn verhaal op terugkeren. Ook de landbouw en de veeteelt zullen uiteindelijk duurzamer zijn in 2040.
Essentieel in de structuurvisie is de introductie van bbg, bestaand bebouwd gebied. Dat past heel sterk in de geest van de structuurvisie: wonen, werken en recreatie moeten zo dicht mogelijk bijeen blijven. Deze elementen zijn ook voor ons een leidraad voor bijstelling van de PSV in de toekomst. Het is per slot van rekening een levend document. De VVD heeft voorgesteld om jaarlijks te evalueren. Daarmee kunnen we dan ook van harte instemmen.
Ik zal ingaan op een aantal zaken, waaronder de werkwijze rondom de PSV, wonen, werk, agrarische zaken, recreatie, natuur en energie. Bij bespreking van een zaak zal ik onze amendementen en/of moties indienen.
Werkwijze. De ARO is in dit verband een veel besproken onderdeel. Een aantal partijen zijn tegen de ARO, andere partijen zijn voor de ARO. Op zich zou de ARO een bijdrage kunnen leveren, omdat het bestaat uit deskundigen. De provincie heeft die bruikbare deskundigheid zelf niet in huis. We vinden echter wel dat de ARO veel meer handen en voeten moet krijgen. De leidraad Landschap en cultuurhistorie is daarvoor ontoereikend. Er moeten criteria komen. Daarom dienen wij de volgende motie in.

Motie 8-14
ARO

De fractie van de SP dient de volgende motie in.

Provinciale Staten van Noord-Holland, bijeen op 17 mei 2010,

overwegende dat:
- de instelling van de ARO (adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling) een bijdrage kan zijn om te komen tot een kwalitatief goede inpassing van bebouwing buiten bbg en alle nieuwe ontwikkelingen in het landelijke gebied die daarvoor in aanmerking komen;
- de ARO de leidraad Landschap en cultuurhistorie als kader meekrijgt;
- deze beleidsnota een nuttige en leesbare notitie is maar te weinig handvatten biedt om keuzes te maken bij conflicterende belangen (bijvoorbeeld het gebruiksbelang, economische belang of natuurbelang);
- dat nooit eenduidig zal zijn en per gebied varieert;

dragen Gedeputeerde Staten op:
- criteria vast te stellen aan de hand waarvan advisering door de ARO kan plaatsvinden;
- deze criteria voor te leggen aan Provinciale Staten.

En gaan over tot de orde van de dag.

In de structuurvisie en de verordening komt een hele serie van mogelijkheden tot ontheffingen en wijzigingen voor die Gedeputeerde Staten zelf mogen doorvoeren. Wij vinden dat daardoor te weinig plek is voor Provinciale Staten. Zo is er de wijzigingsbevoegdheid voor het bbg-gebied. Dat gaat ons te ver. Hetzelfde geldt voor een wijzigingsbevoegdheid van de begrenzing van het EHS-gebied. Verder is er een hele serie ontheffingsmogelijkheden bij bedrijventerreinen, kantorenlocaties, nieuwe woningbouw in landelijk gebied, overige vormen van verstedelijking, bebouwing EHS, weidevogelleefgebieden, enzovoorts. Wij vinden dat de rol van PS daarin sterker moet zijn en wij dienen daarom het volgende amendement in.

Amendement 8-41
Versterking rol van PS (resp. commissie ROG)

De fractie van de SP dient het volgende amendement in.

Provinciale Staten van Noord-Holland bijeen op 17 mei 2010,

overwegende dat er vele wijzigings- en ontheffingsregelingen zijn opgenomen in de verordening, namelijk:
- art. 10 (wijziging gebied bbg),
- art. 12 lid 2 (nieuwe bedrijventerreinen en kantoorlocaties),
- art. 13 lid 2 (nieuwe woningbouw in landelijk gebied),
- art. 14 lid 2 (overige vormen van verstedelijking),
- art. 19 lid 3 (bebouwing EHS),
- art. 19 lid 7 (wijziging begrenzing EHS),
- art. 22 lid 4 (nationale landschappen en UNESCO-werelderfgoed),
- art. 23 leden 3 en 4 (bebouwing rijksbufferzones),
- art. 24 lid 3 (weidevogelgebieden),
- art. 25 lid 2 (bouwperceel groter dan 2 ha) en lid 3 (teeltondersteunend glas),
- art. 31 lid 4 (andere locaties windturbines);

voorts overwegende dat de rol van PS verstevigd dient te worden en dat dit deels kan door op te nemen dat voor ontheffingen eerst de Statencommissie belast met de ruimtelijke ordening wordt gehoord en dat over wijzigingsvoorstellen (bbg, EHS) en ontheffingen voor nieuwe bedrijventerreinen/kantoorlocaties door PS wordt besloten;

besluiten:
- in de verordening in de artikelen 13 lid 2, 14 lid 2, 19 lid 3, 22 lid 4, 23 leden 3 en 4, 24 lid 3, 25 leden 2 en 3 en 31 lid 4 op te nemen na de tekst: ‘Gedeputeerde Staten kunnen …’ respectievelijk na de tekst: ‘Gedeputeerde Staten kunnen – gehoord de adviescommissie Ruimtelijke Ordening ...’ toe te voegen: ‘na horen van de Statencommissie belast met de ruimtelijke ordening’;
- in de verordening in de artikelen 10, 12 lid 2 en 19 lid 7 de tekst ‘Gedeputeerde Staten’ vervangen door ‘Provinciale Staten’.

En gaan over tot de orde van de dag.

Volgens ons is in de woningbouwplannen voor Noord-Holland-Noord te veel capaciteit opgenomen. Dat betreft niet zozeer het aandeel sociale woningbouw – want dat zal ongetwijfeld krap zijn – maar wel het totale aantal. Het gaat precies om het gebied waar het grootste knelpunt ontstaat om te bouwen binnen bbg of juist buiten bbg. Wij zijn blij dat volgens de overzichten het grootste deel van de woningbouwplannen grotendeels binnen bbg kan plaatsvinden. Dat biedt de mogelijkheid om niet te bouwen in gebieden waaraan wij bijzonder sterk hechten, zoals de EHS-gebieden, Natura 2000-gebieden, Nationale Landschappen, weidevogelleefgebieden en rijksbufferzones. De gedeputeerde zou naar aanleiding van een discussie in de commissie met een tekstvoorstel komen. Dat voorstel is nooit gedaan. We hebben wel een verhaal gelezen, waarin staat dat het in principe ‘nee, tenzij’ is. Je moet je afvragen of het bij de mogelijkheden om de woningbouwopgave binnen bbg te realiseren zinvol is om een algehele ontheffingsmaatregel te hebben. Daarom dienen wij het volgende amendement in (dit amendement is verwerkt in het verslag van de tweede termijn van PS gehouden op 27 mei 2010).

Betekent het dan dat het meest briljante voorstel nooit meer zal kunnen? Nee, natuurlijk niet. Er is een heel simpele weg voor deze uitzondering, te weten via PS. Dan moet namelijk de PSV worden gewijzigd.
Als we met woningbouw te maken hebben, dan hebben we ook te maken met krimp. De krimp wordt op zich wel benoemd in de PSV, maar er bestaat weinig visie op de krimp. Ik merk in de discussies met gemeenten dat veel gemeenten een strategie voeren die erop neerkomt zoveel mogelijk woningen te bouwen en zoveel mogelijk bedrijventerreinen aan te leggen, zodat het voorzieningenpeil zoveel mogelijk op peil blijft. Uiteraard blijkt dat die strategie uiteindelijk eindig is. Die strategie zorgt evenmin voor wat je nodig hebt in de gemeente. Wij vinden dat er een visie moet komen voor de gemeenten zodat zij kunnen omgaan met de krimp (meer met minder doen). Ook daarvoor hebben wij een motie voorbereid (die motie is verwerkt in het verslag van de tweede termijn van PS gehouden op 27 mei 2010).

In de structuurvisie moeten er ook een aantal onderzoeken komen, zoals naar landschappelijk wonen. Een aantal partijen is daarvan geen voorstander. Ook wij zijn daarvan geen voorstander. Daarom dienen wij het volgende amendement in.

Amendement 8-42
Landschappelijk wonen

De fractie van de SP dient het volgende amendement in.

Provinciale Staten van Noord-Holland bijeen op 17 mei 2010,

overwegende:
- dat in de structuurvisie het leidende principe voor nieuwbouw van woningen is het niet bebouwen van het gebied buiten bbg en dat nieuwe woningbouw derhalve zoveel mogelijk binnen bbg dient plaats te vinden;
- dat landschappelijk wonen altijd buiten bbg zal plaatsvinden en daarmee ingaat tegen het leidende principe;

besluiten:
- in de structuurvisie de tekst onder het kopje 6.4.2.1.1 Landschappelijk wonen te schrappen;
- het uitvoeringsprogramma 7.6.9 Onderzoek landschappelijk wonen te schrappen;
- de verordening hierop aan te passen.

En gaan over tot de orde van de dag.

In ons hart zijn wij ook geen voorstander van een onderzoek naar landgoederen. Ik heb echter begrepen dat daarvoor nog niet eens een begin van een meerderheid is. Wij wachten de resultaten van dit onderzoek daarom af.
Als we het over wonen hebben, dan hebben we het ook over de definitie van bbg. In de commissie is over de begrenzing van bbg een debat geweest. Op zich is weliswaar in de verordening uitgelegd wat tot de bbg moet worden gerekend en wat niet. Waar het echter gaat om de stedelijke groenvoorzieningen, is de definitie onduidelijk. Daarin wordt namelijk gezegd dat een gebied dat voor het merendeel is omsloten met stedelijke functies tot het bbg wordt gerekend. In de commissie werd echter gezegd dat de noemer is dat deze met 75% moet zijn omsloten. Wij vinden dat het bij ‘merendeels ’moet gaan om 51%. Dan is de definitie van bbg veel te ruim. Daarom dienen wij het volgende amendement in.

Amendement 8-43
Definitie bbg stedelijke groenvoorzieningen

De fractie van de SP dient het volgende amendement in.

Provinciale Staten van Noord-Holland bijeen op 17 mei 2010,

overwegende:
- dat het van belang is dat de definitie van bbg eenduidig, controleerbaar en niet voor meerdere uitleg vatbaar is;
- dat het gebruik van de term ‘voor het merendeel door stedelijk gebied omsloten’ tot interpretatiegeschillen leidt en dat in de vergadering van de commissie ROG werd gesteld dat merendeel gelijk is aan 75% omsloten;
- dat de definitie van bbg, zoals verwoord in de verordening, ruimer is dan het gebruikte begrip bbg in de AMvB (Barro);

besluiten:
- in de verordening onder a. wat is wel in bbg opgenomen, de tekst van lid 5 te wijzigen in:
- ‘In afwijking van het bepaalde in A1 zijn ook stedelijke groenvoorzieningen (dagrecreatieterreinen, campings, golfbanen en dergelijke) zonder of met nauwelijks feitelijk aanwezige of op grond van bestemmingsplan geprojecteerde bebouwing die voor minstens 75% door stedelijk gebied zijn omsloten, toch binnen bbg opgenomen’;

- het kaartmateriaal overeenkomstig aan te passen.

En gaan over tot de orde van de dag.

Wij willen het kaartmateriaal aanpassen, omdat – hoewel in de commissie werd gezegd dat de tekst van bbg leidend is – in de verordening staat dat het kaartmateriaal leidend is.
Uiteraard is er ook de nodige aandacht voor een aantal transformatiegebieden, zoals de Bloemendalerpolder en het Wieringerrandmeer. Wij hadden voor de Bloemendalerpolder een amendement willen indienen over de Brediusgronden en de Vecht. Wij zien daarvan nu af, omdat GS een voorstel hebben gedaan om het uitvoeringsprogramma aan te passen. Dat voorstel is overgenomen door de coalitiepartijen. Bovendien heeft de gedeputeerde gezegd dat PS door het overnemen van de aanpassing van het uitvoeringsprogramma nog geen besluiten nemen over bebouwing buiten de rode contour. We zullen daarom ons kruit droog houden voor de discussies die volgen. Ons standpunt over het Wieringerrandmeer is bekend. Wij zijn daarvan geen voorstander. Het is ook bekend dat wij tegenstander zijn van bebouwing van het IJmeer. We kunnen daarom de filosofie volgen om eerst te kijken naar de volledige benutting van de huidige infrastructuur plus de voorgenomen uitbreiding daarvan (die gaat niet via het IJmeer) te benutten en pas daarna te kijken naar vervoer via het IJmeer.
Als het we het hebben over werkgelegenheid en bedrijventerreinen, dan kunnen we constateren dat het waarschijnlijk in een veel te ruime jas zit (zie ook het rapport over Distriport). We zijn van mening dat de definiëring van een hard plan niet een goedgekeurd bestemmingsplan is maar een onherroepelijk bestemmingsplan. Je kunt zeggen ‘ach, wat maakt het uit? Als de Raad van State zegt dat hij het niet goedkeurt, dan verdwijnt het bestemmingsplan vanzelf’, maar ik vind het te rommelig om daarmee in de structuurvisie te gaan schuiven. Wat is erop tegen om dat punt in die zin aan te passen? D66 zal daarover met amendementen komen. Ik geef op voorhand aan om ze te steunen.
Als we het over werk hebben, dan hebben we het ook over de haven van Amsterdam en het Noordzeekanaalgebied. In de structuurvisie wordt gesproken over een onderzoek dat zich richt op verdichting, innovatie en herstructurering van het havengebied. Wij zijn van mening dat daarin meer zaken aan de orde zouden moeten komen, omdat dit een vrij instrumentele benadering is. Het gaat natuurlijk ook om de vraag welke bedrijvigheid en functies daar gewenst zijn en om de vraag of daarin de verhouding met Rotterdam niet meer moet worden meegenomen. Daartoe dienen wij de volgende motie in.

Motie 8-15
Onderzoek havengebied

De fractie van de SP dient de volgende motie in.

Provinciale Staten van Noord-Holland, bijeen op 17 mei 2010,

overwegende dat:
- in het onderzoek – voorafgaand aan de afweging voor mogelijke uitbreiding van (nat) bedrijventerrein van het havengebied – naast verdichting, innovatie en herstructurering van het havengebied meer zaken een rol spelen;
- ook de vraag of bepaalde bedrijvigheid en functies wel gewenst of optimaal zijn en de verhouding met Rotterdam aan de orde moeten komen;

besluiten:

in het onderzoek ook te betrekken:
- de mate waarin het type bedrijf, opslag en overslag bijdraagt aan een toegevoegde waarde voor het Noordzeekanaalgebied en het directe achterland in Nederland;
- de mate waarin bepaalde bedrijvigheid ook – of zelfs beter – in Rotterdam kan worden afgehandeld;
- de mate waarin bedrijvigheid past binnen een duurzame en klimaatbestendige provincie Noord-Holland;
- en de mate waarin gewenste bedrijvigheid door de aanwezigheid van vervuilende industrie zich niet daar, of in de omgeving, wil vestigen.

En gaan over tot de orde van de dag.

Als je het over de haven hebt, heb je het ook over de mogelijkheid dat de Wijkermeerpolder of de Houtrakpolder voor een havenuitbreiding in aanmerking zou kunnen komen. In de structuurvisie wordt dan ook gesteld dat wij daarover in 2015 een discussie zullen gaan voeren. De SP is van mening dat in elk geval de Wijkermeerpolder daarvoor niet geschikt is en zij is daarom van mening dat de Wijkermeerpolder moet worden uitgesloten van deze uitbreiding. Ook daartoe dienen wij een amendement in.

Amendement 8-44
Wijkermeerpolder

De fractie van de SP dient het volgende amendement in.

Provinciale Staten van Noord-Holland bijeen op 17 mei 2010,

overwegende:
- dat PS pas in 2015 zullen afwegen of uitbreiding van het haventerrein na 2020 gewenst is;
- dat niet uitbreiden ook mogelijk is en bij uitbreiding er tussen gebieden (Houtrakpolder en Wijkermeerpolder) wordt gekozen;
- dat de Wijkermeerpolder onderdeel dient te zijn van de Stelling van Amsterdam en qua logistiek minder goed aansluit dan de Houtrakpolder;

besluiten:
- de Wijkermeerpolder toe te voegen aan de Stelling van Amsterdam;
- in de structuurvisie onder het kopje 6.2.1.2 Zeehaventerrein in de laatste zin te schrappen: ‘in de Wijkermeerpolder en’;
- in het uitvoeringsprogramma 7.6.12 onderzoek optimale benutting bestaand haventerrein in de laatste zin te schrappen: ‘in de Wijkermeerpolder en’.

En gaan over tot de orde van de dag.

Een meer technisch onderdeel bij bedrijventerreinen is dat op een aantal bedrijventerreinen bepaalde milieucategorieën zich wijzigen. Heel bekend is categorie 4 of 5, de meest milieuvervuilende bedrijven. Een proces dat je ook op deze terreinen ziet, is een wijziging van categorie 3 naar 2. Dat alles heeft grote gevolgen voor de druk op de gebieden buiten bbg. We zouden daarom een verscherping willen zien van de verordening. Daartoe dienen wij het volgende amendement in.

Amendement 8-45
Bedrijventerreinen milieucategorie

De fractie van de SP dient het volgende amendement in.

Artikel 11 lid 3 regelt dat bij herstructurering van een bedrijventerrein in de toelichting op het bestemmingsplan dient te worden opgenomen wat de wijze is waarop in het verlies aan bedrijfsterrein wordt voorzien zowel naar oppervlakte als naar specifieke milieubelastende bedrijfssoorten.

Provinciale Staten van Noord-Holland bijeen op 17 mei 2010,

overwegende:
- dat deze verantwoording niet alleen dient te gelden voor de categorieën 4 en 5 (de meest milieuvervuilende bedrijven) maar ook bij wijziging van categorie 3 naar 2;
- dat wijziging van categorieën om zo woningbouw mogelijk te maken ook druk kan uitoefenen op bebouwing buiten bbg;

besluiten:
Artikel 11 lid 3 te wijzigen door in plaats van ‘als beschikbaarheid van voldoende terrein voor specifieke milieubelastende bedrijfssoorten’ op te nemen ‘als beschikbaarheid van voldoende terrein voor alle aanwezige bedrijven en hun milieucategorie’.

En gaan over tot de orde van de dag.

Een ander belangrijk onderdeel in de structuurvisie betreft de landbouw. Positief is dat een groot gebied is aangewezen voor gecombineerde landbouw. Natuurlijk zouden wij liever een landbouw en veeteelt willen zien die meer biologisch is en meer grondgebonden. Dat is echter een discussie die we later met elkaar zullen gaan voeren. We hebben ook hiervoor een aantal amendementen voorbereid. Er is een amendement over de verbreding van de landbouw. De structuurvisie heeft een artikel 17 dat zowel over verbreding als over functiewijziging gaat. Dat zijn echter twee verschillende zaken. In dat artikel wordt bepaald dat verbreding van de landbouw al dan niet een nevenfunctie kan zijn. Je ziet dat er – vaak met de beste bedoelingen – eerst een kleine nevenfunctie komt, maar dat die nevenfunctie steeds groter wordt om te eindigen met een horecavoorziening c.q. een kleine fabriek. Die ontwikkeling is onwenselijk. Daarom proberen wij dat uit elkaar te trekken. Dat doen wij met het volgende amendement.

Amendement 8-46
Verbreding landbouw

De fractie van de SP dient het volgende amendement in.

Provinciale Staten van Noord-Holland bijeen op 17 mei 2010,

overwegende:
- dat verbreding van de landbouw voor een aantal van de agrarische bedrijven noodzakelijk is en daarom mogelijk moet zijn;
- dat het doel van verbreding is het bestaande agrarische bedrijf bedrijfseconomisch beter te kunnen laten functioneren;
- dat onder de vlag van verbreding stapsgewijs een gehele functiewijziging plaatsvindt (bijvoorbeeld naar horeca of fabriek) en dit vaak gepaard gaat met ‘verrommeling’.

besluiten:
- lid 1 van artikel 17 te wijzigen in:
lid 1: Verbrede landbouwfuncties
Een bestemmingsplan voorziet slechts in de mogelijkheid dat agrarische gebouwen inclusief de agrarische bedrijfswoning(en) en uitgezonderd kassen, als nevenfunctie, op het bouwperceel worden gebruikt voor kleinschalige vormen van bijzondere huisvesting, werken, recreatie en zorgfuncties indien: (vervolgen met bestaande tekst).
- toe te voegen nieuw lid:
lid 2: Functiewijziging agrarische bouwpercelen
Gedeputeerde Staten kunnen, na het horen van de Statencommissie belast met de ruimtelijke ordening, een ontheffing verlenen voor een functiewijziging van bestaande agrarische gebouwen inclusief de agrarische bedrijfswoning(en) en uitgezonderd kassen, op het bouwperceel ten behoeve van kleinschalige vormen van bijzondere huisvesting, werken, recreatie en zorgfuncties indien: (vervolgen met bestaande tekst).
- lid 2 wordt vernummerd tot lid 3 etc.

En gaan over tot de orde van de dag.

Een ander heikel punt betreft de intensieve veehouderij, met andere woorden de megastallen. Een aantal partijen heeft al gezegd dat daarover een debat is geweest en dat er nogal wat burgers van Noord-Holland zijn die zich daarover druk maken. In de discussie in de commissie kwam ook aan bod dat je wel iets kunt vinden en dat opneming dat bepaalde zaken niet gewenst zijn zelfs wel mogelijk is via de Wet ruimtelijke ordening, maar dat je een ruimtelijke onderbouwing moet geven als je iets wilt regelen dat stand houdt bij de rechter. Dat is een leidraad geweest voor het volgende amendement, waarin het gaat om elementen als de grotere milieudruk en de ziektedruk in de toename van antibiotica waardoor de mens kan worden besmet met micro-organismen enzovoorts en waarna besmetting van mens op mens mogelijk is. Wij willen dit soort bedrijven daarom niet in Noord-Holland hebben op dezelfde manier als de ongewenstheid van een kerncentrale vanwege allerlei gevaren die hieraan kleven.

Amendement 8-47
Intensieve veehouderij (megastallen)

De fractie van de SP dient het volgende amendement in.

Provinciale Staten van Noord-Holland bijeen op 17 mei 2010,

overwegende dat intensieve veehouderij leidt tot grotere milieu- en ziektedruk voor de bevolking van Noord-Holland;
intensieve veehouderij leidt tevens tot een vermindering van de natuurwaarden in de wijde omgeving;

de grotere milieudruk uit zich onder andere in een toename van fijnstof en ammoniak;
de ziektedruk in een toename van antibiotica waardoor de mens besmet kan raken met resistente micro-organismen (zoals MRSA en ESBL-producerende E. coli) door direct contact met vee of door het eten van voedsel, waarna besmetting van mens op mens mogelijk is;

overwegende dat dit op gespannen voet staat met de provinciale belangen ‘duurzaam ruimtegebruik’ en ‘klimaatbestendigheid’;

besluiten:
- geen (nieuw)vestiging van intensieve veehouderijen toe te staan, dit met inbegrip van verplaatsing van een bestaand bedrijf en herontwikkeling van een bestaand agrarisch bedrijf naar, al dan niet als nevenfunctie, intensieve veehouderij;
- in de provinciale structuurvisie in paragraaf 6.5.1 de passage vanaf ‘grootschalige dierhouderijbedrijven (hokgebonden)’ … tot en met ‘onder meer dierziektenoverslag’ te schrappen en te vervangen door:
- ‘In Noord-Holland wordt geen (nieuw)vestiging van intensieve veehouderijen toegestaan. Dit vanwege de grotere milieu- en ziektedruk voor de bevolking van Noord-Holland en een vermindering van de natuurwaarden in de wijde omgeving. Onder nieuwvestiging wordt ook verstaan de verplaatsing van een bestaand bedrijf en herontwikkeling van een bestaand agrarisch bedrijf naar, al dan niet als nevenfunctie, intensieve veehouderij.’
- in de verordening artikel 25 lid 1 sub d te wijzigen in:
- ‘Een nieuwe intensieve veehouderij en de uitbreiding van het aantal dierplaatsen voor intensieve veehouderij, al dan niet als neventak, is niet toegestaan.’

En gaan over tot de orde van de dag.

Voorstel van GS in de structuurvisie is om het aantal bouwvlakken aanzienlijk uit te breiden. We hadden een regeling waarbij dit 1 ha was. Nu wordt voorgesteld om een gebied aan te wijzen waarvoor 2 ha het maximum is en een gebied waarvoor zelfs een ontheffing boven die 2 ha mogelijk is. Wij vinden dit veel te rigoreus en pleiten voor terugkeer naar de oude regeling. Daartoe hebben wij het volgende amendement opgesteld.

Amendement 8-48
Grootte bebouwingsvlakken agrarische bedrijven

De fractie van de SP dient het volgende amendement in.

Provinciale Staten van Noord-Holland bijeen op 17 mei 2010,

overwegende:
- dat agrarische bouwblokken een grote impact hebben op de ruimtelijke kwaliteit;
- dat agrarische bouwblokken groter dan 1 ha een significant effect kunnen hebben op de ruimtelijke kwaliteit.

besluiten:
- artikel 25 lid 1 sub b te wijzigen door maximaal 2 ha te vervangen door maximaal 1 ha;
- artikel 27 lid 2 te wijzigen door ‘groter dan 2 ha’ te vervangen door ‘groter dan 1 ha’.

En gaan over tot de orde van de dag.

In het zuidelijk gebied van de landbouw (zoals op de kaart aangegeven) zal het voor ons echt om uitzonderingen gaan en is de weg van de wijziging mogelijk, als het betekent dat er toch een keer een wijziging op moet plaatsvinden.
Als je over recreatie spreekt, dan heb je het over zaken die misschien een keer ter discussie zouden moeten staan maar waarvan wij niet weten hoe we dat via de PSV kunnen regelen. Een dergelijke ontwikkeling is de verstedelijking van de campingterreinen. Je ziet daar dat de zwakkere krachten en functies worden vervangen door de meer geld opbrengende functies. Grotendeels blijft het een gemeentelijke bevoegdheid. Toch zou het goed zijn om een keer met elkaar stil te staan bij wat ermee te doen is.
Onder recreatie valt natuurlijk ook het motorcrossterrein. Diverse partijen hebben hierover gesproken. Ook daartoe hebben wij een amendement voorbereid.

Amendement 8-49
Motorcrossterrein

De fractie van de SP dient het volgende amendement in.

Provinciale Staten van Noord-Holland bijeen op 17 mei 2010,

overwegende:
- dat een permanent motorcrossterrein, al dan niet in combinatie met andere geluidssporten zoals 4x4, trial, karten, hondensport en microlightaircraft, in Noord-Holland niet mag leiden tot een toename van geluidsoverlast voor bewoners;
- dat de provincie Noord-Holland vooralsnog niet inzet op juridische instrumenten (zoals beschreven is in het uitvoeringsprogramma);
- dat de provincie naar een terrein in Noord-Holland, met uitzondering van Texel, zoekt voor deze geluidssporten en het geen gegeven is dat dit in Den Helder, nabij de Kooyhaven, dient plaats te vinden;
- dat motie 5-16 die PS hebben aangenomen op 12 december 2009 alleen voorziet in een eenmalige subsidie voor het treffen van geluidsisolerende maatregelen van de huidige motorcrossbaan, maar niet in een functie als permanent motorcrossterrein;
- dat in het kader van ‘kleine luchtvaart’ nog besloten moet worden of er gelegenheid wordt geboden voor MLA-vliegtuigen;

besluiten:
- in het uitvoeringsprogramma B1.23 Motorcrossterrein geen passage op te nemen waarin een voorkeur voor vestiging van een permanent motorcrossterrein in Den Helder (Kooyhaven) wordt uitgesproken;
- GS te verzoeken om op basis van onderzoek naar geschikte locaties aan PS besluiten voor te leggen over mogelijke locaties voor een permanent motorcrossterrein en over de wenselijkheid van combinaties met andere geluidssporten.

En gaan over tot de orde van de dag.

In de provincie Noord-Holland zijn er de nodige sportterreinen. Gemeenten hebben wel eens de neiging om een sportterrein op te eten voor woningbouw of andere functies. Vervolgens drukt dan de vraag voor een sportterrein op het gebied buiten bbg. Je zou daarvoor eigenlijk ook een soort van SER-methodiek moeten hebben. Je zult daarover ook een afspraak moeten hebben om eerst te bekijken of er binnen bbg compensatiemogelijkheden zijn. Dan zie je ook dat een probleem is dat niet bekend is wat vraag en aanbod naar sportterreinen is. Ook daartoe hebben wij een amendement voorbereid.

Amendement 8-50
Sportterreinen

De fractie van de SP dient het volgende amendement in.

Provinciale Staten van Noord-Holland bijeen op 17 mei 2010,

overwegende:
- dat sportterreinen vaak plaatsmaken voor andere functies en als gevolg hiervan buiten bbg als nieuwe stedelijke functie een plek krijgen;
- dat er voldoende inzicht is in vraag en aanbod van sportterreinen;
- dat het ook bij sportterreinen wenselijk is dat van een SER-methodiek wordt gebruikgemaakt;

besluiten:
- in artikel 14 een nieuw lid 2 op te nemen:
- ‘De toelichting bij het bestemmingsplan dat voorziet in transformatie van sportterreinen en recreatieterreinen geeft een verantwoording over de wijze waarop in het verlies van sport- en recreatieterrein wordt voorzien zowel wat oppervlakte betreft als beschikbaarheid van voldoende terrein voor specifieke sporten en recreatie’;
- en een nieuw lid 3 op te nemen:
- ‘Op basis van gemeentelijke gegevens houdt de provincie een sport- en recreatieterreinmonitor, welke wordt gebruikt bij de beoordeling als bedoeld in de leden 2 en 4 van dit artikel’;
- (lid 2 wordt vernummerd tot 4 etc.).

En gaan over tot de orde van de dag.

Als je over sport spreekt, heb je het over een Olympisch dorp. Dat moet je volgens ons niet in de Purmer doen (het hart van het landschap in Noord-Holland). Dat dorp hoort gewoon in Amsterdam.
Wij hebben ook een aantal amendementen opgesteld over de natuur. Een amendement voor het behoud van veenpakketten. Daarvan is de essentie dat een bestemmingsplan in de veenpolderlandschappen – grotendeels is dat ook weidevogelleefgebied – geen regel bevat die voorziet in het scheuren van graslanden.

Amendement 8-51
Behoud veenpakketten

De fractie van de SP dient het volgende amendement in.

Provinciale Staten van Noord-Holland bijeen op 17 mei 2010,

overwegende:
- dat het behoud van veenpakketten een wezenlijk ruimtelijk doel is voor Nationaal Landschap Laag Holland en Nationaal Landschap Het Groene Hart;
- dat veenpakketten een kernkwaliteit vormen van deze Nationale Landschappen;
- dat door grondbewerking door middel van het scheuren van grasland, onder meer ten behoeve van het telen van maïs, de blootstelling aan zuurstof wordt vergroot en derhalve de oxidatie van het veen wordt versneld;
- dat andere gewassen dan gras zoals maïs in het veenweidegebied een heel beperkte omvang hebben maar in sommige deelgebieden wel toenemen;
- dat in de structuurvisie onder project B1.10 Programma’s Nationale Landschappen het volgende is vermeld:
- “In veenweidegebieden die kwetsbaar zijn voor oxidatie bij bodembewerking wordt de mogelijkheid van ruwvoerteelten, die gepaard gaan met bodembewerkingen, zoals maïsteelt, uitgesloten.”
- dat in de structuurvisie veenpolderlandschappen zijn aangeduid door middel van een kaartbeeld ‘behoud en ontwikkeling van Noord-Hollandse cultuurlandschappen’;

besluiten:
- in de provinciale verordening op te nemen een nieuw lid in artikel 27:
- ‘Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op veenpolderlandschappen bevat geen regels die voorzien in het scheuren van grasland.’

En gaan over tot de orde van de dag.

Een amendement is ook voorbereid over de ruimtelijke bescherming van weidevogelleefgebieden en peilverlaging.

Amendement 8-52
Ruimtelijke bescherming weidevogelleefgebieden (werken voor peilverlaging)

De fractie van de SP dient het volgende amendement in.

Provinciale Staten van Noord-Holland bijeen op 17 mei 2010,

overwegende:
- dat het voorkomen van weidvogels een karakteristiek is van het Noord-Hollandse landschap;
- dat het voorkomen van weidevogels een ruimtelijke kernkwaliteit is van het Nationaal Landschap Laag Holland;
- dat de provincie Noord-Holland de neerwaartse trend in de ontwikkeling van de weidevogelstand wil ombuigen;
- dat een serie onderzoekingen van de laatste jaren aantoont dat behalve het beheer, de afwezigheid van bebouwing, de afwezigheid van opgaande begroeiing en bovendien gunstige omgevingscondities in hoge mate bepalend zijn voor het succes van weidevogelpopulaties;
- dat relatief natte omstandigheden (samen met een niet te hoge bemesting) essentiële omgevingscondities zijn voor duurzame weidevogelpopulaties vanwege de open structuur van graslanden (die noodzakelijk is voor de overleving van weidevogelkuikens);
- dat peilverlagingen in bestaande weidevogelleefgebieden in strijd zijn met het provinciaal ruimtelijke beleid voor behoud van weidevogels;
- dat peilbesluiten in de toekomst niet meer door de provincie kunnen worden gecontroleerd;
- dat de kaders door de provincie dienen te worden aangegeven;

besluiten:
- artikel 24 in de provinciale verordening over weidevogelleefgebieden aan te vullen met een bepaling onder een nieuw lid met de volgende tekst:
- ‘Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op weidevogelleefgebieden voorziet niet in de mogelijkheid werken uit te voeren die realisatie van nieuwe peilverlagingen mogelijk maken.’

En gaan over tot de orde van de dag.

Er is een amendement voorbereid over functiefacilitering in relatie tot weidevogelleefgebieden.

Amendement 8-53
Uitvoeringsproject functiefacilitering weidevogelleefgebieden

De fractie van de SP dient het volgende amendement in.

Provinciale Staten van Noord-Holland bijeen op 17 mei 2010,

overwegende:
- dat het voorkomen van weidvogels een karakteristiek is van het Noord-Hollandse landschap;
- dat de provincie Noord-Holland de neerwaartse trend in de ontwikkeling van de weidevogelstand wil ombuigen;
- dat weidevogelleefgebieden bestaan uit weidevogelkerngebieden en gruttokerngebieden;
- dat een serie onderzoekingen van de laatste jaren aantoont dat behalve de afwezigheid van bebouwing, de afwezigheid van opgaande begroeiing en het beheer omgevingscondities in hoge mate bepalend zijn voor het succes of falen van weidevogelpopulaties;
- dat relatief natte omstandigheden (samen met een niet te hoge bemesting) essentiële omgevingscondities zijn voor duurzame weidevogelpopulaties vanwege de open structuur van graslanden (die noodzakelijk is voor de overleving van weidevogelkuikens);

besluiten:
- in het project B1.8 Functiefacilitering op te nemen dat voor weidevogelleefgebieden wordt onderzocht hoe veranderingen in het waterbeheer uitwerken op de weidevogelstand en hoe deze uitwerken op de kosten van het in stand houden van de weidevogels.

En gaan over tot de orde van de dag.

Als je over natuur spreekt, dan heb je het over de EHS en over de herijking van de EHS. We hebben daarover in de commissie WAMEN gediscussieerd. De ontgrensde gebieden zijn niet alleen de gebieden met minder ecologische kwaliteit, maar bevatten ook enkele gebieden die een heel hoge ecologische kwaliteit hebben maar gewoon te duur zijn. Die gebieden zouden vanwege het zijn van ontgrensde gebieden niet opeens bebouwd mogen worden. Daartoe hebben wij een motie opgesteld.

Motie 8-16
Bescherming landschap te ontgrenzen EHS

De fractie van de SP dient de volgende motie in.

Provinciale Staten van Noord-Holland, bijeen op 17 mei 2010,

overwegende:
- dat een belangrijk deel van de te ontgrenzen EHS-gebieden, gebieden zijn met potentiële en/of actuele natuurwaarden. Dit geldt voor de gebieden vanaf categorie 4, welke zijn opgenomen in ‘de ecologische eindwaarde – R. van ’t Veer 2009’;
- dat voorkomen moet worden dat deze gebieden, door het wegvallen van de bescherming die de EHS biedt, bebouwd worden, anders dan voor agrarische en/of beheersdoelen;

spreken uit:
- dat GS bij de wijziging van de provinciale structuurvisie naar aanleiding van de herijking EHS een voorstel aan de Provinciale Staten dienen te doen toekomen waarin wordt voorzien dat in deze gebieden geen nieuwe bouwwerken worden toegestaan, anders dan voor agrarische en/of beheerdoeleinden.

En gaan over tot de orde van de dag.

We hebben nog een amendement over lokale natuurwaarden, landschapswaarden en cultuurhistorische waarden buiten de EHS voorbereid, omdat er natuurlijk veel meer cultuurhistorie, landschap en natuur is buiten de EHS-gebieden.

Amendement 8-54
Lokale natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden buiten EHS

De fractie van de SP dient het volgende amendement in.

Provinciale Staten van Noord-Holland bijeen op 17 mei 2010,

overwegende:
- dat natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden ook buiten de EHS belangrijk zijn voor een gezonde leefomgevingskwaliteit en voor de totale biodiversiteit;
- dat borging van deze elementen in het belang is voor de ruimtelijke kwaliteit voor de gehele provincie;
- dat gemeenten een eigen verantwoordelijkheid hebben in de wijze waarop lokale natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden worden vastgesteld;

besluiten:
- in de verordening op te nemen dat in de toelichting en in de voorschriften van de bestemmingsplannen de bescherming van lokale natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden wordt vastgelegd en geborgd.

En gaan over tot de orde van de dag.

Een element dat voor ons meer kan worden uitgewerkt in de structuurvisie is duurzame energie en energiebesparing. Daarvoor hebben wij ook een aantal amendementen voorbereid. Een van die amendementen wil bewerkstelligen dat meer rekening wordt gehouden met energiebesparing en duurzame energie op lokaal niveau.

Amendement 8-57
Bewerkstelligen dat er meer rekening gehouden dient te worden met energiebesparing en duurzame energie op lokaal niveau

De fractie van de SP dient het volgende amendement in.

Provinciale Staten van Noord-Holland bijeen op 17 mei 2010,

constaterende dat:
- de provincie in de Structuurvisie op bladzijde 23 heeft aangegeven dat zij het energiegebruik in samenwerking met gemeenten in het stedelijke gebied, op bedrijventerreinen en in de glastuinbouw zoveel mogelijk wil beperken en de resterende vraag met duurzame energie wil invullen;
- de toepassing van duurzame energie in de gebouwde omgeving moet worden vergroot, aldus de structuurvisie (bladzijde 23);
- deze wens, behoudens voor windenergie, niet verder concreet is gemaakt in de provinciale verordening dan wel in het uitvoeringsprogramma;
- er naast windenergie nog heel veel meer mogelijk is op het gebied van energiebesparing en opwekking van duurzame energie, zoals biomassa, zonne-energie, warmtekoudeopslag (WKO), aardwarmte, restwarmte en andere, nog onbenoemde, energievormen;
- de provincie in de strategische nota Duurzame energie 2009-2014 heeft aangegeven dat zij in de provinciale structuurvisie van plan is gemeenten te verplichten om, als zij bezig zijn met de voorbereiding van nieuwbouw, renovatie of revitalisering, een energievisie op te laten stellen waarin zij aangeven welke vormen van duurzame energie dienen te worden toegepast;

overwegende dat:
- het hebben van voldoende ruimte voor het opwekken van duurzame energie als provinciaal belang wordt erkend;
- in het Klimaat- en Energieakkoord, dat op 14 januari 2009 tussen Rijk en provincies werd gesloten door het interprovinciaal overleg (IPO), de provincie vanuit de verantwoordelijkheid als ruimtelijke ordenaar energiebesparing bevordert en tevens de randvoorwaarden voor de ruimtelijke inpassing van energieprojecten en infrastructuur invult (artikel 1.3 provinciale rol IPO-akkoord). Tevens staat in het IPO-akkoord dat provincies hun verordening inzetten om energiebesparing en vermindering van de uitstoot van broeikasgassen te bevorderen;

besluiten:
- in hoofdstuk 7 ‘Energie’ van de Provinciale ruimtelijke verordening structuurvisie op te nemen:
- Artikel 31a: Energiebesparing en duurzame energie
De toelichting op een bestemmingsplan bevat een klimaatparagraaf waarin in ieder geval wordt beschreven op welke wijze rekening is gehouden met energiebesparing en de inzet van duurzame energie, waaronder mede wordt verstaan het gebruik van restwarmte, WKO en aardwarmte, zonne-energie en biomassa.

En gaan over tot de orde van de dag.

We hebben een amendement over ruimtelijke koppelingen energiebesparing, duurzame energievoorziening en opwekking duurzame energie voorbereid.

Amendement 8-55
Ruimtelijke koppelingen energiebesparing, duurzame warmtevoorziening en opwekking duurzame energie

De fractie van de SP dient het volgende amendement in.

Provinciale Staten van Noord-Holland bijeen op 17 mei 2010,

constaterende:
- dat er in Noord-Holland meer mogelijk is om de energie- en klimaatdoelen van het Rijk – die de provincie mede onderschrijft – te realiseren;
- dat er kansen liggen op bovenlokaal/regionaal niveau om energiebesparing en productie van duurzame energie te bevorderen;

overwegende:
- dat het energiegebruik en het energieaanbod ruimtelijk beter op elkaar kunnen worden afgestemd;
- dat er in de provincie meer energie kan worden bespaard of duurzaam kan worden opgewekt (door gebruikmaking van onder andere restwarmte, aardwarmte, warmtekoudeopslag, biomassa, zonne-energie en het potentiaalverschil tussen zoet en zout water (blauwe energie));
- dat de provincie een onmisbare speler is voor de coördinatie van grootschalige inzet van restwarmte en gemeentegrensoverschrijdende gebiedsontwikkeling;

besluiten:
- in de uitvoeringsprogramma’s van de Provinciale ruimtelijke verordening structuurvisie op te nemen:
- ‘7.6.21 Ruimtelijke koppelingen energiebesparing, duurzame warmtevoorziening en opwekking duurzame energie;
Dat wordt opgebouwd uit de volgende onderdelen:
a. een ‘warmte-koudekansenkaart’, als instrument om het potentieel voor de ruimtelijke ontwikkeling van warmteplannen zoals restwarmtegebruik, warmtekoudeopslag, aardwarmte, afstemming warmtevraag en -aanbod en warmte- en koudenetten inzichtelijk te maken;
b. een ruimtelijk kader met ontwerpprincipes en instrumenten voor het ontwerpen en integraal afwegen van warmteplannen (zoals genoemd onder 7.6.21-a) en innovatieve vormen van duurzame energieopwekking (zoals blauwe energie);
c. de aanwijzing van drie pilots op kansrijke locaties voor energieneutrale of energieproducerende gebiedsontwikkeling, waarbij ruimtelijke functies en energiestromen worden gekoppeld (bijvoorbeeld de Haarlemmermeer, de Bloemendalerpolder of de Wieringermeer).’

En gaan over tot de orde van de dag.

Er is ook een amendement opgesteld over duisternis, want ook dat is volgens ons beschermingswaardig.

Amendement 8-56
Duisternis als een landschappelijke kwaliteit te beschermen

De fractie van de SP dient het volgende amendement in.

Provinciale Staten van Noord-Holland bijeen op 17 mei 2010,

overwegende:
- dat duisternis een landschappelijke kwaliteit is waar mensen van genieten;
- dat de kwaliteit van de duisternis zich kan meten met de drie noordelijke provincies;
- dat duisternis van belang is voor de kwaliteit van onze natuurgebieden;
- dat duisternis als zodanig in de structuurvisie als kwaliteit wordt erkend;
- dat duisternis valt onder het provinciaal belang ruimtelijke kwaliteit en duurzaam ruimtegebruik;
- dat behoud van duisternis onder druk staat;
- dat ook in het stedelijke gebied duurzame vormen van verlichting de voorkeur genieten;

besluiten:
- in de verordening op te nemen dat de toelichting bij bestemmingsplannen de wijze beschrijft waarop met duisternis en met de vermindering van lichthinder rekening wordt gehouden;
- in de structuurvisie op te nemen dat de provincie, bij de ontwikkeling van plannen waar zij mede verantwoordelijkheid voor draagt, rekening zal houden met lichthinder en bescherming van duisternis (voorbeelden: Wieringerrandmeer, Bloemendalerpolder, Amsterdamse Waterlinie).

En gaan over tot de orde van de dag.


Meché A.P. van der

De moties en amendementen zullen deel uitmaken van de beraadslaging zodra ze zijn gereproduceerd. Het woord is aan mevrouw Geldhof.


Geldhof J.

Vindt u het ook zo saai vandaag? Je zou bijna denken dat er iets wonderlijks aan de hand is. Er is geen dynamiek in het debat. Je zou dan denken dat we het eens zijn met elkaar en dat we tot integrale vaststelling kunnen overgaan. Maar tegelijkertijd zijn er honderd moties en amendementen ingediend. Eigenlijk begrijp ik dat niet. Misschien hebben we het erg druk gehad met de voorbereiding of is er te weinig overleg geweest.


Wagemaker E.P.

Is het niet zo dat de pot de ketel verwijt? Ik heb u ook nauwelijks gezien of gehoord in dit strijdperk.


Geldhof J.

Ik ben tot nu toe de enige geweest die van de interruptiemicrofoon gebruik heeft gemaakt.


Meché A.P. van der

U hebt nu iedereen wakker gemaakt en kunt dus beginnen met uw betoog.


Geldhof J.

De Structuurvisie Noord-Holland 2040 is een nieuw instrument in de ruimtelijke ordening en is gebaseerd op de nieuwe Wet ruimtelijke ordening. De grote vraag is of het gaat werken. Kunnen we het provinciaal belang beter definiëren en beheren? Landschappen in en rond de steden zijn continu in verandering. D66 gaat het om ethiek in de ruimtelijke ordening. Zuivere besluitvorming over zingeving en weging van veranderingen is daarbij essentieel. Uiteindelijk gaat het om de kwaliteit van onze leefomgeving: een veilige, schone en ontspannen plek. De uitdijende metropool en de groeiende afhankelijkheid van de auto betekent een serieuze uitdaging voor duurzaamheid. Relatief goedkope fossiele brandstof maakt wonen op afstand (de metropool) mogelijk. Een goed functionerend regionaal openbaar vervoer netwerk is essentieel. Door onvoldoende investering in openbaar vervoer tot nu toe en gebrek aan middelen in de komende periode moeten de bestaande netwerken beter worden benut. Realisatie van complete woonmilieus rond stations is een uitdaging. Bescherming van landschappelijke waarden tegen voortgaande verspreiding van bebouwing is een andere. Voorkoming van verdere verrommeling en ruimtecorruptie.
Er zal nog het nodige moeten worden verzet. Er is al veel werk verzet. De structuurvisie is een dynamisch instrument dat de afwegingen voor het benutten van de ruimte probeert te objectiveren door randvoorwaarden en kwaliteiten vast te leggen in provinciale doelen, zodat afwegingen minder geldgedreven maar werkelijk op nut en noodzaak zijn gebaseerd. Bij gebleken nut en noodzaak hoort ook de kwaliteit van de inpassing. Wij zijn aan onszelf en toekomstige generaties verplicht dit zo goed mogelijk te doen. De verordening is daarvoor het juridische kader. Structuurvisie en verordening zullen met regelmaat moeten worden geactualiseerd.
D66 kan zich in hoofdlijnen vinden in de geformuleerde belangen hoewel de borging en uitwerking van de belangen soms te wensen overlaat. Ik kom daarop later terug bij mijn moties en amendementen. Ik wil graag ons Duostatenlid Hein Struben danken voor het vele werk dat hij heeft verzet in de aanloop naar de vaststelling van de Structuurvisie Noord-Holland 2040. Voor Hein Struben was een voorbereiding met een reis naar Cannes niet nodig. In de voordracht staat dat een dergelijke reis nuttig zou zijn geweest voor de provincie. Wij betwijfelen dat nut ten zeerste.
D66 vindt dat de structuurvisie rijp is om te worden vastgesteld. Wel zullen wij voorstellen het uitvoeringsprogramma en in het bijzonder de beschrijving in de bijlage B1 tot en met B1.24 voor kennisgeving aan te nemen en geen onderdeel te laten zijn van de vaststelling. Daarvoor dien ik de volgende motie in.

Motie 8-17
Bijlage B1.1 tot en met B1.24

De fractie van D66 dient de volgende motie in.

Provinciale Staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen te Haarlem op maandag 17 mei 2010, gehoord de beraadslaging over de Structuurvisie Noord-Holland 2040,

overwegende dat:
- de projectomschrijvingen een hoge mate van detaillering kennen;
- vele projecten verdieping behoeven qua omschrijving;
- een nadere concretisering een betere uitvoering ten goede komt;
- het van belang is dat Provinciale Staten zorgvuldig over iedere projectomschrijving kunnen besluiten;

besluiten:
de projectomschrijvingen zoals vermeld in bijlage B1.1 tot en met B.24 thans voor kennisgeving aan te nemen en op een nader te bepalen tijdstip in Provinciale Staten te bespreken en vast te stellen.

En gaan over tot de orde van de dag.

Natuur en landschap zijn onderdeel van onze primaire levensbehoefte. D66 wil fors investeren in natuur, landschap en water. Bestaande natuur en landschap moeten worden beschermd. Wij willen waardevolle landschappen en natuur zekerstellen en dienen daarom de volgende motie in.

Motie 8-18
Zekerstelling waardevolle landschappen en natuur

De fractie van D66 dient de volgende motie in.

Provinciale Staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen te Haarlem op maandag 17 mei 2010, gehoord de beraadslaging over de Structuurvisie Noord-Holland 2040,

overwegende dat:
- natuurgebieden, Ecologische Hoofdstructuur (c.q. uitsluitingsgebieden in Ontwikkelingsbeeld Noord-Holland-Noord) en waardevolle landschappen zoals Natura 2000, EHS, EHS grote wateren, ecologische verbindingszone, robuuste verbindingen en weidevogelleefgebieden (buiten bestaande agrarische kavels), Stelling van Amsterdam, Wierdijk en Westfriese Omringdijk moeten worden benoemd en aangewezen als van provinciaal belang;
- er geen discussie mag zijn – noch over nut of noodzaak, noch na advies van een ARO – of daar gebouwd mag worden;

van mening dat:
- juist ten aanzien van natuurgebieden, EHS en waardevolle landschappen de provincie strikt haar belang moet vastleggen en bewaken;
- de themakaart structuurvisie ‘behoud en ontwikkeling van natuurgebieden’ aangevuld moet worden met rijksbufferzones en waardevolle landschappen;

voorts van mening dat:
- deze aangevulde themakaart structuurvisie ‘behoud en ontwikkeling van natuurgebieden’ met uitzondering van de transformatiegebieden de basis vormt voor de zekerstelling van natuurgebieden, EHS en waardevolle landschappen, en als zodanig deel dient uit te maken van de verordening;

dragen Gedeputeerde Staten op:
- in de verordening op te nemen dat de themakaart structuurvisie ‘behoud en ontwikkeling van natuurgebieden’ de gebieden aangeeft waar geen bebouwing mogelijk is, behoudens die welke nodig is voor de beheerfunctie;
- de themakaart structuurvisie ‘behoud en ontwikkeling van natuurgebieden’ en de digitale verbeelding ervan aan te vullen met rijksbufferzones en waardevolle landschappen als Natura 2000, EHS, EHS grote wateren, ecologische verbindingszone, robuuste verbindingen, weidevogelleefgebieden (buiten bestaande agrarische kavels), Stelling van Amsterdam, Wierdijk en Westfriese Omringdijk.

En gaan over tot de orde van de dag.

Niet alleen de kaart maar ook de verordening moet worden aangepast. Daarom dien ik de volgende motie in.

Motie 8-19
Verordening hoofdstuk 5 De groene ruimte
Toevoegen: stiltegebieden, grondwaterbeschermingsgebieden, vogelrichtlijngebieden, habitatrichtlijngebieden, natuurbeschermingswetgebieden

De fractie van D66 dient de volgende motie in.

Provinciale Staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen te Haarlem op maandag 17 mei 2010, gehoord de beraadslaging over de Structuurvisie Noord-Holland 2040,

overwegende dat:
- het een provinciaal belang is een samenhangend stelsel van waardevolle groene open gebieden te behouden en te versterken;
- bij het maken van bestemmingsplannen voldaan moet worden aan wettelijke regelingen en dat
- stiltegebieden,
- grondwaterbeschermingsgebieden,
- vogelrichtlijngebieden,
- habitatrichtlijngebieden,
- natuurbeschermingswetgebieden, gebieden zijn waar geen verstedelijking is toegestaan;
- deze gebieden op de kaart aangeduid moeten worden en in de verordening opgenomen moeten worden;

dragen Gedeputeerde Staten op,
in de verordening hoofdstuk 5 voorafgaand aan titel 5 Landbouw aan te vullen me een titel en artikel beschermingsgebieden, waarin opgenomen een regeling omtrent stiltegebieden, grondwaterbeschermingsgebieden, vogelrichtlijngebieden, habitatrichtlijngebieden en natuurbeschermingswetgebieden.

En gaan over tot de orde van de dag.

Wij dienen het volgende amendement in.

Amendement 8-58
Kaart 3 Nationale en Metropolitane landschappen: Beemster

De fractie van D66 dient het volgende amendement in.

Provinciale Staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen te Haarlem op maandag 17 mei 2010, gehoord de beraadslaging over de Structuurvisie Noord-Holland 2040,

overwegende dat:
- de Beemster als UNESCO-werelderfgoed integraal bescherming
behoeft;
- de Zuidoostkwadrant van de Beemster ten onrechte buiten het gebied van de Stelling van Amsterdam is gehouden;
- de Beemster om redenen van groene waarden en open ruimte ook uit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening beschermd dient te worden;

besluiten:
op kaart 3 van de verordening (en de totaalkaart en themakaart van de visie) en de digitale verbeelding ervan, de grens van het gebied behorende tot de Stelling van Amsterdam zodanig aan te passen dat de Zuidoostkwadrant van de Beemster binnen de grenzen van de Stelling van Amsterdam wordt gebracht.

Ik heb een vergelijkbaar amendement voorbereid voor de Wijkermeerpolder.

Amendement 8-59
Kaart 3 Nationale en metropolitane landschappen: Wijkermeerpolder

De fractie van D66 dient het volgende amendement in.

Provinciale Staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen te Haarlem op maandag 17 mei 2010, gehoord de beraadslaging over de Structuurvisie Noord-Holland 2040,

overwegende dat:
- de Stelling van Amsterdam als UNESCO-werelderfgoed integraal
bescherming behoeft;
- de Wijkermeerpolder deel uitmaakt van de Stelling van Amsterdam;
- de Wijkermeerpolder ten onrechte buiten het gebied van de Stelling van Amsterdam is gehouden;
- de Wijkermeerpolder om redenen van groene waarden en open ruimte ook uit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening beschermd dient te worden;

besluiten:
- op kaart 3 van de verordening (en de totaalkaart en themakaart van de visie) en de digitale verbeelding ervan, de grens van het gebied behorende tot de Stelling van Amsterdam zodanig aan te passen dat het gebied van de Wijkermeerpolder binnen de grenzen van de Stelling van Amsterdam wordt gebracht.

Kaart 4 kan volgens D66 tot verwarring leiden. D66 dient daarom het volgende amendement in ter verduidelijking.

Amendement 8-60
Kaart 4 Landbouwgebieden

De fractie van D66 dient het volgende amendement in.

Provinciale Staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen te Haarlem op maandag 17 mei 2010, gehoord de beraadslaging over de Structuurvisie Noord-Holland 2040,

overwegende dat:
- de teksten bij kaart 4 Landbouwgebieden tot verwarring kunnen
leiden aangezien er nu staat: ‘gebied voor gecombineerde landbouw’ c.q. ‘gebied voor grootschalige landbouw’ terwijl iets anders wordt bedoeld;

besluiten de tekst bij kaart 4 Landbouwgebieden als volgt te wijzigen:
- omschrijving lichtgroene gebieden: gebied waarbinnen grootschalige landbouw voorkomt;
- omschrijving donkergroene gebieden: gebied waarbinnen gecombineerde landbouw voorkomt.

Er moet natuurlijk ook nieuwe natuur en ruimte voor recreatie komen. Vooral in de metropool en de verstedelijkte gebieden moet er nieuw groen zijn. Het plan voor een groen netwerk met extra groen bij steden (Rods: recreatie om de stad), karakteristieke Nationale Landschappen en een robuuste Ecologische Hoofdstructuur moeten ruimtelijk samenhangend, slim en snel worden uitgevoerd. Daarvan staat het een en ander in de structuurvisie, maar daarin staat over de metropolitane landschappen ook dat zij samen met (semi-)overheid en private partijen in het landelijke gebied van de metropoolregio worden opgezet. Doel is daarbij versterking, behoud en ontwikkeling van het landschap. Er zijn echter tot 2040 heel veel projecten opgesteld. Tot 2020 zijn er 24 projecten opgesteld, die in totaal op 1,3 miljard euro aan investeringen worden geschat. Dat is nogal wat. Zeker als de financiering nog niet zo duidelijk is en allerlei overheden de hand op de knip moeten houden. Daarom dient D66 de volgende motie in.

Motie 8-22
B1.9 Metropolitane landschappen

De fractie van D66 dient de volgende motie in.

Provinciale Staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen te Haarlem op maandag 17 mei 2010, gehoord de beraadslaging over de Structuurvisie Noord-Holland 2040,

overwegende dat:
- het project Metropolitane Landschappen staat voor samenwerking tussen de verschillende (semi-)overheden en private partijen in het landelijke gebied van de metropoolregio Amsterdam;
- het project ten doel heeft versterking, behoud en ontwikkeling van het landschap;
- voor de verschillende landschappen ontwikkelingsperspectieven zijn opgesteld tot 2040, waarbij voor de periode tot 2020 een actieprogramma is opgesteld van in totaal 24 projecten;
- voor een deel van het project Metropolitane Landschappen een risico-inschatting is gemaakt waaruit blijkt dat vervolgonderzoek nodig is om een significant (negatief) effect uit te kunnen sluiten;
- de totale investering tot 2020 voor het project Metropolitane Landschappen wordt geraamd op 1,3 miljard euro;
- de rol van de provincie bij de uitvoering van deelprojecten en de financiering niet duidelijk is;

besluiten:
- Provinciale Staten tijdig voorafgaand aan de MRA-conferentie 2011 nader te informeren over de rol van de provincie bij de realisering van de Metropolitane Landschappen en het aandeel in de financiering door de provincie.

En gaan over tot de orde van de dag.

Het accent op het belang van kwaliteitsbehoud van landschap en natuur en op versterking van de stedelijkheid door intensivering van de steden en het accent op de metropool met als ruggengraat de knooppunten ov en de metropolitane stadslandschappen bevalt ons. Dat is op de kaart niet voldoende duidelijk te zien en daarom wordt de volgende motie ingediend.

Motie 8-24
Kaart Stationsgebieden

De fractie van D66 dient de volgende motie in.

Provinciale Staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen te Haarlem op maandag 17 mei 2010, gehoord de beraadslaging over de Structuurvisie Noord-Holland 2040,

constaterende dat:
- de rode cirkels van de stationsgebieden op een aantal plekken buiten het bbg reiken, waardoor verondersteld kan worden dat bebouwing in het gebied van de rode cirkel is toegestaan en het aan gemeenten is daartoe beslissingen te nemen;
- de vele op de kaart aangeduide stationsgebieden verschillend zijn van karakteristiek, omdat de intensivering van stationsgebieden niet overal in dezelfde mate aan de orde c.q. wenselijk is;
- op een aantal plekken stationsgebieden, die zich lenen voor verdere uitbreiding stedelijk gebied, kunnen worden toegevoegd, zoals aan een station aan de Westergracht te Haarlem (bijvoorbeeld voormalig postkantoor);
- de problematiek van spoorse doorsnijdingen een wezenlijke belemmering vormt voor de verdere verstedelijking rond stations en in samenhang met de mogelijkheid tot verdichting moeten worden beschouwd;

dragen Gedeputeerde Staten op:
- de rode cirkels als aparte laag op te nemen op de kaart en de digitale verbeelding en duidelijk in de tekst te maken dat het geen aanwijzing betreft voor het toestaan van bebouwing;
- stationsgebieden in categorieën in te delen en aan te geven welke prioriteit die gebieden krijgen bij verdichting;
- de problematiek van spoorse doorsnijding in de tekst en op de kaart te vermelden;
- station Westergracht te Haarlem op te nemen als mogelijk aanvullend station.

En gaan over tot de orde van de dag.

D66 vindt een versterking van het accent op duurzaamheid nodig. Daarbij is de vraag van nut en noodzaak bij nieuwe ontwikkelingen essentieel. Als daartoe na alle afwegingen echter wordt besloten, moeten de ontwikkelingen vanaf het begin duurzaam zijn. Voor duurzaamheid is het belangrijk dat geen gebruik wordt gemaakt van fossiele energiebronnen, dat er meer aandacht is voor differentiatie en kleinschaligheid en dat men zich voorbereidt op de zonne-energie- en waterstofeconomie en terughoudend is bij subsidiegedreven grootschalige windparken. Wij zullen initiatieven voor energiebesparing en duurzame energie van harte steunen. Zelf hebben we ze niet voorbereid, maar ze zullen beslist deel uitmaken van de moties en amendementen van vandaag. De provincie moet gemeenten eventueel verplichten tot opneming van een energieparagraaf in de bestemmingsplannen. Wij komen daarop mogelijk in tweede termijn terug met een motie of amendement.
Demografische veranderingen lijken zich sneller te voltrekken dan voorzien. De heer Wagemaker noemde al de teruggang in bevolkingsaantallen in Noord-Holland-Noord in de nabije toekomst. In dat kader dient D66 de volgende motie in.

Motie 8-20
Woningbouwcapaciteit Noord-Holland

De fractie van D66 dient de volgende motie in.

Provinciale Staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen te Haarlem op maandag 17 mei 2010, gehoord de beraadslaging over de Structuurvisie Noord-Holland 2040,

constaterende dat:
- uit het overzicht ‘Woningbouwcapaciteit absoluut’ op bladzijde 166 blijkt dat er voldoende plancapaciteit voor woningbouw in Noord-Holland-Noord aanwezig is binnen bbg (25.500) om de behoefteraming voor Noord-Holland-Noord (bladzijde 167: 25.000 woningen) ten minste tot 2020 te dekken;
- zelfs tot 2030 in het noordelijke deel van de provincie in bestaande bestemmingsplannen voldoende capaciteit aanwezig is om in de vraag naar woningen te voorzien;
- op basis van de huidige prognose en veronderstellingen over de productie er vanaf 2030 tot 2040 geen behoefte meer is aan uitbreiding van de woningvoorraad in Noord-Holland-Noord (bladzijde 168);
- dit betekent dat in de Kop van Noord-Holland in de planperiode tot 2020 – maar in de prognose tot 2040 – geen nieuwe plancapaciteit buiten bbg toegestaan behoeft te worden;

besluiten:
- in het noordelijke deel van de provincie Noord-Holland alleen gebruik te maken van artikel 13 lid 3 en lid 3 van de verordening nadat eerst de bestaande beschikbare capaciteit in plannen in de regio is benut voordat sprake kan zijn van nieuw aan te wijzen ruimte voor bebouwing buiten bbg;
- dat daarbij bij aantoonbare betere ruimtelijke ordening het principe van nieuw voor oud gehanteerd mag worden;
- dat Provinciale Staten worden gehoord indien Gedeputeerde Staten nieuwe ruimte voor bebouwing buiten bbg willen aanwijzen.

En gaan over tot de orde van de dag.

Den Helder. De Kop van Noord-Holland heeft het lastig wat betreft de economie. In dat kader dient D66 de volgende motie in.

Motie 8-21
Motorcross

De fractie van D66 dient de volgende motie in.

Provinciale Staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen te Haarlem op maandag 17 mei 2010, gehoord de beraadslaging over de Structuurvisie Noord-Holland 2040,

overwegende dat:
- de vrijheid om sporten te beoefenen die men wil een groot goed is;
het kunstig en gemotoriseerd snel berijden van een moeilijk terrein kennelijk een grote aantrekkingskracht heeft en in een behoefte voorziet;
- de overheid grenzen kan en moet stellen ook bij sportbeoefening die het leefklimaat van anderen aantast, milieuhinder veroorzaakt of veiligheid in gevaar brengt;
- motorcross op zich een sport is die weinig te maken heeft met een duurzame leefomgeving;
- overal in Noord-Holland een open motorcrossterrein overlast zal veroorzaken;

van mening dat:
- motorcross alleen zou moeten plaatsvinden op een locatie waar geluidhinder beheerst kan worden;
- een combinatie van motorcross met een durfsportcentrum voldoet aan de vraag en een economische/toeristische stimulans kan zijn voor een regio;
- de regio Den Helder zo’n stimulans goed kan gebruiken;
- Den Helder echter alleen in aanmerking komt wanneer er een hal gebouwd wordt waar durfsport en motorcross overdekt kan plaatsvinden;

spreken uit dat:
- de regio Den Helder de meest geschikte regio is voor een hal voor durfsport en motorcross;

dragen Gedeputeerde Staten op:
- een oplossing te zoeken door regels te verbinden aan het geluidsniveau van de motoren; afspraken te maken over het handhaven daarvan en in te zetten op het realiseren van een overdekte voorzienig in de regio Den Helder.

En gaan over tot de orde van de dag.

D66 dient ook de volgende motie in voor de Kop van Noord-Holland.

Motie 8-25
B1.18 Infra aanpassingen – onderzoek naar overnemen N9 van Rijk en opwaardering westelijke ring Alkmaar

De fractie van D66 dient de volgende motie in.

Provinciale Staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen te Haarlem op maandag 17 mei 2010, gehoord de beraadslaging over de Structuurvisie Noord-Holland 2040,

constaterende dat:
- de provincie Noord-Holland werkt aan nieuwe schakels in het infrastructuurnetwerk ter verbetering van de oost-westverbindingen in de noordelijke helft van de provincie;
- ook de noord-zuidverbinding tussen Den Helder en Alkmaar verder verbetering behoeft;
- niet de provincie maar het Rijk wegbeheerder is van de A9;
- op delen van de N9 werkzaamheden worden uitgevoerd voor het verbeteren van de veiligheid en de doorstroming;
- de provincie Noord-Holland financieel heeft bijgedragen aan de maatregelen bij Schoorldam en De Stolpen;
- na de aanpak van de oostelijke ring van Alkmaar ook de westelijke ring van Alkmaar een betere doorstroming behoeft;

dragen Gedeputeerde Staten op:
- te onderzoeken onder welke voorwaarde de provincie het beheer van de provinciale weg N9 kan overnemen van het Rijk opdat de bereikbaarheid van Den Helder op korte termijn verbeterd kan worden;
- onderzoek te doen naar de mogelijkheden en kosten van opwaardering van de westelijke ring van Alkmaar.

En gaan over tot de orde van de dag.

Daarmee kom ik terecht bij de bedrijventerreinen in Noord-Holland-Noord. De woon-werkbalans moet natuurlijk altijd worden hersteld, maar dat betekent niet dat terreinen in ontwikkeling moeten worden genomen waarnaar op dit moment geen vraag is. U zegt terecht dat er harde en zachte plannen zijn in de structuurvisie. Maar er wordt gegoocheld met bedrijventerrein Distriport. Eerst was het zacht en daarna hard.
Er zit bovendien enige rechtsongelijkheid in. Daarom wordt het volgende amendement ingediend.

Amendement 8-61
Rechtsongelijkheid bezwaren belanghebbenden en provincie

De fractie van D66 dient het volgende amendement in.

Provinciale Staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen te Haarlem op maandag 17 mei 2010, gehoord de beraadslaging over de Structuurvisie Noord-Holland 2040,

overwegende dat:
- de rechtsongelijkheid tussen bezwaren van belanghebbenden (niet zijnde de provincie) en de provincie Noord-Holland ongewenst is;

besluiten:
in de toelichting bij artikelen 9 en 10 van de verordening (regels voor bestaand bebouwd gebied), onderdeel A IV:
- te schrappen huidige tekst: “Bebouwing als bedoeld onder 1. in ontwerpbestemmingsplannen van gemeenten die bij gemeenten op grond van artikel 3.8 Wro ter visie zijn gelegd en waartegen wij geen zienswijzen hebben ingediend”;
- te vervangen door: ‘Bebouwing als bedoeld onder 1. in ontwerpbestemmingsplannen van gemeenten die bij gemeenten op grond van artikel 3.8 Wro ter visie zijn gelegd en waartegen geen zienswijzen zijn ingediend’.

Het kan toch niet zo zijn dat als de provincie geen bezwaar heeft ingediend, het niet meetelt dat driehonderd organisaties dat wel deden. Daarom moet het woord ‘wij’ worden geschrapt.
D66 dient het volgende amendement in over harde en zachte plannen.

Amendement 8-62
Harde en zachte plannen

De fractie van D66 dient het volgende amendement in.

Provinciale Staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen te Haarlem op maandag 17 mei 2010, gehoord de beraadslaging over de Structuurvisie Noord-Holland 2040,

constaterende dat:
- in de van GS ontvangen beantwoording op technische vragen kenmerk 2010-28421 bij de definiëring van harde plannen in de voetnoot op bladzijde 2/6 in punt 2 is opgenomen:
o-door gemeenteraad vastgesteld plan of besluit waartegen nog beroep mogelijk is of waartegen beroep is ingesteld;

van mening dat:
- een plan waartegen nog beroep of bezwaar mogelijk is niet als hard plan mag worden gekwalificeerd;

besluiten:
- het onder punt 2 gestelde bij de definitie van harde plannen te schrappen;
- het onder punt 2 gestelde bij harde plannen toe te voegen aan de definiëring van zachte plannen.

Ik kom dan terecht bij bedrijventerrein Distriport. D66 dient daarvoor het volgende amendement in.

Amendement 8-63
Harde en zachte plannen

De fractie van D66 dient het volgende amendement in.

Provinciale Staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen te Haarlem op maandag 17 mei 2010, gehoord de beraadslaging over de Structuurvisie Noord-Holland 2040,

constaterende dat:
- in de structuurvisie GS 16.02.10, bijlage bladzijde 165 in tabel zachte plannen is opgenomen: Koggenland / Distriport Noord-Holland / te ontwikkelen tot en met 2020, 54,6 ha / te ontwikkelen na 2020 23,4 ha;
- nut en noodzaak van een bedrijventerrein gericht op logistieke bedrijven van buiten West-Friesland niet is aangetoond in de onderbouwing van het bestemmingsplan (rapport Stogo d.d. 14 mei 2010);
- de raad van de gemeente Koggenland het bestemmingsplan Distriport op 8 februari 2010 heeft vastgesteld;
- in de structuurvisie op bladzijde 164 staat dat ‘de planningsopgave voor Noord-Holland-Noord bestaat uit harde plannen (vastgesteld bestemmingsplan), zachte plannen (bestemmingsplannen per 10 maart 2009 nog niet vastgesteld) en strategische reserves’;
- op 3 mei 2010 bij de Raad van State zowel beroep is ingesteld als een voorlopige voorziening is aangevraagd inzake het bestemmingsplan en exploitatieplan Distriport Noord-Holland;
- het GS-standpunt dat Distriport Noord-Holland de status van hard plan krijgt nadat de gemeente Koggenland het bestemmingsplan heeft vastgesteld, in strijd is met de Provinciale verordening structuurvisie;

besluiten:
- op de kaart van de structuurvisie en de digitale verbeelding ervan het bedrijventerrein Distriport Noord-Holland te wijzigen van hard naar zacht plan.


Meché A.P. van der

U bent door uw spreektijd heen. Wilt u snel afronden?


Geldhof J.

Ja. D66 dient de volgende motie in over de N23.

Motie 8-26
B1.18 Infra aanpassingen – N23

De fractie van D66 dient de volgende motie in.

Provinciale Staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen te Haarlem op maandag 17 mei 2010, gehoord de beraadslaging over de Structuurvisie Noord-Holland 2040,

constaterende dat:
- de provincie Noord-Holland werkt aan nieuwe schakels in het infrastructuurnetwerk ter verbetering van de oost-westverbindingen in de noordelijke helft van de provincie;
- de provincie Noord-Holland initiatiefnemer is van de Westfrisiaweg, voorzitter is van de stuurgroep, de onderzoeken trekt en de voorbereidingen treft voor het opstellen van een inpassingsplan;
- de provincie Noord-Holland een deel van de aanlegkosten heeft gereserveerd;
- de volledige financiering voor het totale traject niet sluitend is;

dragen Gedeputeerde Staten op:
Provinciale Staten stelselmatig te informeren over de voortgang van het project, de financiële stand van zaken, ontwikkelingen in de bijdragen van gemeenten in de regio en andere geldschieters, de interne en externe plankosten, de eventuele bijstellingen in de plannen en de eventuele gefaseerde uitvoering die past bij de financiële mogelijkheden.

En gaan over tot de orde van de dag.

D66 dient het volgende amendement in over kavelgrootte. Er is maatwerk nodig. Dat heeft te maken met het gedifferentieerde landschap in Noord-Holland (verschillen tussen zuid en noord).

Amendement 8-64
Kavelgrootte

De fractie van D66 dient het volgende amendement in.

Provinciale Staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen te Haarlem op maandag 17 mei 2010, gehoord de beraadslaging over de Structuurvisie Noord-Holland 2040,

overwegende dat:
- Titel 5 Landbouw artikel 25 Gebied voor grootschalige landbouw, lid 1b toestaat dat een agrarisch bouwperceel vergroot mag worden tot maximaal 2 ha ten behoeve van een volwaardig agrarisch bedrijf mits …
- het gedifferentieerde landschap in Noord-Holland vraagt om een zorgvuldige afweging en om maatwerk;

besluiten de tekst Titel 5 Landbouw artikel 25 Gebied voor grootschalige landbouw, lid 1b als volgt te wijzigen:
- een agrarisch bouwperceel vergroot mag worden tot maximaal 2 ha ten behoeve van een volwaardig agrarisch bedrijf mits dit noodzakelijk en doelmatig is voor bedrijfsvoering alsmede voor het oprichten van een biomassa-inrichting ten behoeve van eigen gebruik, waarbij maatwerk plaatsvindt in de afweging ten opzichte van de kwaliteit van het gedifferentieerde landschap van Noord-Holland.

Voorzitter, volgens mij valt het voorlezen van een dictum buiten de spreektijd. Ik heb nu al twintig dicta voorgelezen. Daarom heb ik nog enige tijd beschikbaar.


Meché A.P. van der

Even dan. Probeert u tot een snelle afronding te komen.


Geldhof J.

Ik zie dat de klok doorloopt als ik een dictum voorlees.


Meché A.P. van der

Volgens mij staat het niet zo in het reglement.


Geldhof J.

Ik ben dat niet met u eens en ik heb het reglement samen met u opgesteld.


Meché A.P. van der

Ik zal het nakijken. Maar komt u alstublieft tot een snelle afronding.


Geldhof J.

Ja. Ik kom dan terecht bij de zaadveredelingsbedrijven. Daarvoor dien ik de volgende motie in.

Motie 8-23
Kaart bbg – Zaadveredelingsbedrijven Enkhuizen

De fractie van D66 dient de volgende motie in.

Provinciale Staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen te Haarlem op maandag 17 mei 2010, gehoord de beraadslaging over de Structuurvisie Noord-Holland 2040,

constaterende dat:
- op de digitale verbeelding van de kaart van de structuurvisie (viewer) bij Enkhuizen de gronden voor de zaadbedrijven als bbg staan aangegeven;
- de betreffende gronden dusdanig essentieel waren voor de zaadbedrijven dat de opwaardering van de N23 (de zogeheten bochtafsnijding) niet over deze grond kon lopen en de N23 een andere route zou moeten volgen;
- de aanmerking van deze gronden als bbg tot gevolg heeft dat de gemeente kan beslissen tot bebouwing;
- de opmerking van deze gronden als bbg wel haast een kaartfout moet zijn;

dragen Gedeputeerde Staten op:
- het gebied van de zaadbedrijven buiten bbg te brengen en een agrarische functie te geven;
- de kaart en digitale verbeelding daarvan hiermee in overeenstemming te brengen.

En gaan over tot de orde van de dag.

Wij steunen de moties en amendementen over veiligstelling van lokale natuur-, landschap- en cultuurhistorische waarden buiten de EHS. Dat geldt ook voor de moties en amendementen over stiltegebieden en duisternisbescherming.
Ik kom dan terecht bij transformatiegebied Limmen, strikt beperkt tot de omvang die nodig is voor het Wonen in het Groenproject, en dien daarvoor het volgende amendement in.

Amendement 8-70
B1.7 Integrale gebiedsontwikkeling Wonen in het Groen

De fractie van D66 dient het volgende amendement in.

Provinciale Staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen te Haarlem op maandag 17 mei 2010, gehoord de beraadslaging over de Structuurvisie Noord-Holland 2040,

constaterende dat:
- het project Wonen in het Groen een gebied beslaat gelegen tussen Heiloo en Castricum;
- er in dit project zorgvuldig gezocht is naar een juiste balans tussen wonen, natuur, landschap, recreatie en een goede infrastructuur en bereikbaarheid van het gebied;
- de plannen voor Wonen in het Groen bij Limmen thans zo ver geconcretiseerd zijn dat het transformatiegebied beperkt kan worden tot de omvang die nodig is voor het Wonen in het Groenproject;
- het transformatiegebied op de kaart veel ruimer is aangegeven dan nodig voor het project Wonen in het Groen;
- niet duidelijk is waarom het op bijgaande kaartbeeld rood omrande gebied tot het transformatiegebied moet behoren;

besluiten:
- de kaart van de structuurvisie en de digitale verbeelding van het transformatiegebied Heiloo-Castricum aan te passen en de indicatie transformatiegebied te beperken tot het gebied dat strikt nodig is voor het Wonen in het Groenproject.

Over bouwen binnen bestaand bebouwd gebied. Vanochtend is de quickscan met plannen bbg aan de orde geweest. In de quickscan stond ook camping Sandevoerde. Daarvoor dienen wij de volgende motie in.

Motie 8-30
Camping Sandevoerde

De fractie van D66 dient de volgende motie in.

Provinciale Staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen te Haarlem op maandag 17 mei 2010, gehoord de beraadslaging over de Structuurvisie Noord-Holland 2040,

constaterende dat:
- camping Sandevoerde opgenomen is in de quickscanplannen buiten bestaand bebouwd gebied van 11 maart 2010;
- camping Sandevoerde een terrein is van circa 5 ha met circa 220 stacaravans dat aan herstructurering toe is vanuit achterstallig onderhoud, te dichte bezetting met stacaravans en brandveiligheid;
- een vastgoedmaatschappij het terrein gekocht heeft en een projectontwikkelaar in de arm genomen heeft die door middel van de bouw van een aantal villa’s op het terrein en/of op aansluitende voetbalvelden de herstructurering wil betalen;
- het behoud van de doelgroep van belang is en de herstructurering in overleg met gebruikers moet plaatsvinden;
- het terrein van camping Sandevoerde aangewezen is als een aardkundig waardevol gebied;
- de camping midden in EHS-gebied ligt waarbij de belangrijke verbinding tussen de Kennemerduinen aan weerszijde van de Zandvoortselaan onder druk staat;
- toename van de bebouwing van de beperkte vrije open ruimte in dat gebied ongewenst is;
- de herstructurering uit de gewone exploitatie betaald moet worden;

dragen Gedeputeerde Staten op:
- niet in te stemmen met bebouwing buiten bestaand bebouwd gebied en woningbouw op of bij de Camping Sandevoerde niet toe te staan.

En gaan over tot de orde van de dag.

D66 dient de volgende motie in over integrale gebiedsontwikkeling Haarlemmermeer-Westflank.

Motie 8-31
B1.3 Integrale gebiedsontwikkeling Haarlemmermeer-Westflank

De fractie van D66 dient de volgende motie in.

Provinciale Staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen te Haarlem op maandag 17 mei 2010, gehoord de beraadslaging over de Structuurvisie Noord-Holland 2040,

constaterende dat:
- het project Haarlemmermeer-Westflank de laatste grote uitleglocatie is in de provincie, waarbij de provincie inzet op een kwalitatief hoogwaardig woonmilieu en bijpassende ontsluiting die tijdig beschikbaar is;
- de Westflank daarnaast moet voorzien in het tekort aan recreatiemogelijkheden in de regio, zowel voor bestaande als nieuwe bewoners;
- de voorkeur uitgaat naar publiekprivate samenwerking met bestuurlijk overleg dat uitmondt in een bestuursakkoord tussen de publieke partijen;
- dat de samenwerkende partijen ieder investeren in de ontwikkeling van het gebied, waarbij de provincie ten minste zal investeren in het regionaal groen en in noodzakelijke aanpassingen aan provinciale wegen;

overwegende dat:
- het van belang is vroegtijdig vast te leggen wat verstaan wordt onder ‘regionaal groen’, welke gronden dat betreft en wat de grenzen zijn van de provinciale bijdrage in financiële zin;
- de provincie de noodzakelijke aanpassingen aan provinciale wegen – waaronder de Nieuwe Bennebroekerweg – en openbaar vervoer moet financieren;
- de provinciale investeringen in regionaal groen en provinciale wegen en ov verevend moeten worden met de woningbouw;

dragen Gedeputeerde Staten op:
- de definiëring van regionaal groen vroegtijdig vast te leggen en financieel te begrenzen en verevening plaats te laten vinden van de provinciale investeringen met de woningbouw.

En gaan over tot de orde van de dag.


Bruins Slot J.P.H.

Wordt D66 bij de eerstvolgende verkiezingen zo groot, gelet op de spreektijd?


Meché A.P. van der

Ik heb geconstateerd dat D66 meer spreektijd gebruikt dan ze van de kiezers democratisch heeft gekregen. Maar laat de fractie haar betoog afmaken, omdat we moeten nagaan of het voorlezen van dicta buiten de spreektijd valt.


Bruins Slot J.P.H.

U kunt voor het lezen van het dictum vragen wat mevrouw Geldhof erover wil zeggen. Dan wordt de tijd evenmin opgenomen. U hebt er waarschijnlijk nog tien liggen. Wat wilt u daarover zeggen?


Geldhof J.

Dank u wel. Dan maken we het debat vandaag toch nog levendig, mijnheer Bruins Slot.
Ik wil over de integrale gebiedsontwikkeling Haarlemmermeer-Westflank ook een amendement indienen.

Amendement 8-65
B1.3 Integrale gebiedsontwikkeling Haarlemmermeer-Westflank - PPS

De fractie van D66 dient het volgende amendement in.

Provinciale Staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen te Haarlem op maandag 17 mei 2010, gehoord de beraadslaging over de Structuurvisie Noord-Holland 2040,

constaterende dat:
- het project Haarlemmermeer-Westflank de laatste grote uitleglocatie is in de provincie, waarbij de provincie inzet op een kwalitatief hoogwaardig woonmilieu en bijpassende ontsluiting die tijdig beschikbaar is;
- de voorkeur uitgaat naar publiekprivate samenwerking met bestuurlijk overleg dat uitmondt in een bestuursakkoord tussen de publieke partijen;
- op bladzijde 117 staat ’tijdens de masterplanfase zal samengewerkt worden met relevante marktpartijen’;
- deze formulering indruist tegen Europese regels voor diensten en overheidswerken, die zeggen dat selectie van marktpartijen voor diensten en overheidswerken boven de drempelwaarde openbaar moeten worden aanbesteed;

van mening dat:
- Gedeputeerde Staten geen relatie of enige vorm van samenwerking met marktpartijen dienen aan te gaan dan nadat op basis van definitieve ontwerpen de financiële consequenties en risico’s bekend zijn en Provinciale Staten daarover zijn geïnformeerd;
- pas daarna en na een openbare aanbesteding conform Europese regelgeving, een relatie met marktpartijen kan worden aangegaan;

besluiten:
- in de paragraaf Planning op bladzijde 117 de tekst ‘tijdens de masterplanfase zal worden samengewerkt met relevante marktpartijen’ te schrappen;

en dragen Gedeputeerde Staten op Provinciale Staten voor het aangaan van PPS/realisatieovereenkomsten bij het proces te betrekken.

En gaan over tot de orde van de dag.

Dan kom ik terecht bij de integrale gebiedsontwikkeling Wieringerrandmeer. Volgens mij neemt iedereen de tekst over van de coalitiepartijen. D66 dient echter de volgende motie in.

Motie 8-27
B1.5 Integrale Gebiedsontwikkeling Wieringerrandmeer

De fractie van D66 dient de volgende motie in.

Provinciale Staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen te Haarlem op maandag 17 mei 2010, gehoord de beraadslaging over de Structuurvisie Noord-Holland 2040;

overwegende dat:
- de projectbeschrijving B1.5 Integrale Gebiedsontwikkeling Wieringerrandmeer (evenals de door GS voorgestelde vervangende tekst) een hoge mate van detaillering kent;
- een nadere concretisering een betere uitvoering ten goede komt;
- het vastleggen van de namen van de partners in de structuurvisie tot onbekende en/of ongewenste gevolgen kan leiden;
- het financieel perspectief op bladzijde 120 vermeldt dat de provincie zich garant stelt voor de overige publieke bijdragen aan het project, terwijl thans niet bekend is om welke publieke bijdragen het gaat;
- het van belang is dat Provinciale Staten zorgvuldig over een project als de Gebiedsontwikkeling Wieringerrandmeer kunnen besluiten;

besluiten:
- de projectbeschrijving zoals vermeld in bijlage B1.5 thans niet vast te stellen c.q. voor kennisgeving aan te nemen en op een nader te bepalen tijdstip in Provinciale Staten te bespreken en vast te stellen.

D66 dient voor de Stelling van Amsterdam en Nieuwe Hollandse Waterlinie de volgende motie in.

Motie 8-28
B1.12 – B1.13 Stelling van Amsterdam en Nieuwe Hollandse Waterlinie

De fractie van D66 dient de volgende motie in.

Provinciale Staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen te Haarlem op maandag 17 mei 2010, gehoord de beraadslaging over de Structuurvisie Noord-Holland 2040;

constaterende dat:
- zowel het project Nationaal Landschap Stelling van Amsterdam als het project Nationaal Landschap Nieuwe Hollandse Waterlinie tot doel heeft het behouden en ontwikkelen van de kernkwaliteiten van deze Nationale Landschappen;
- het Rijk de belangrijkste partner is voor beide projecten;
- de budgetten van Rijk en andere partners als gevolg van de bezuinigingsopgave sterk onder druk staan, waardoor de uitvoering van de projecten in gevaar kan komen;

dragen Gedeputeerde Staten op:
- Provinciale Staten regelmatig te informeren over de voortgang van deze projecten, de financiële stand van zaken, de interne en externe plankosten.

En gaan over tot de orde van de dag.

De coalitiepartijen willen weliswaar het tekstvoorstel van GS over de Bloemendalerpolder amenderen, maar zij laten de kaart staan. Daarom dient D66 het volgende amendement in.

Amendement 8-69
Bloemendalerpolder

De fractie van D66 dient het volgende amendement in.

Provinciale Staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen te Haarlem op maandag 17 mei 2010, gehoord de beraadslaging over de Structuurvisie Noord-Holland 2040,

overwegende dat:
- de door GS voorgestelde vervangende tekst voor de projectomschrijving B1.2 Integrale Gebiedsontwikkeling Bloemendalerpolder wel tekstvoorstellen betreft maar geen wijziging van het opgenomen kaartbeeld aangeef’;
- Provinciale Staten in het overgangsdocument voor het project Bloemendalerpolder hebben vastgelegd dat de streekplanuitwerking met bijbehorende kaart wordt aangehouden;
- de kaart van de streekplanuitwerking de contour aangeeft voor de bebouwing waarbij noch sprake is van bebouwing van de zogenaamde Brediusgronden noch van de Vechtoevers;

besluiten:
- de kaart van de streekplanuitwerking aan te houden en de kaart op bladzijde 115 in de structuurvisie te vervangen door de kaart van de streekplanuitwerking.

Ik dien een amendement in over de PPC.

Amendement 8-66
Wijzigen besluitvorming instelling en werkwijze van de Provinciale Planologische Commissie

De fractie van D66 dient het volgende amendement in.

Provinciale Staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen te Haarlem op maandag 17 mei 2010, gehoord de beraadslaging over de Structuurvisie Noord-Holland 2040,

overwegende dat:
- de Provinciale Planologische Commissie een belangrijke functie vervult in de coördinatie van zaken betreffende provinciaal ruimtelijk beleid;
- de ontwerp Ruimtelijke verordening structuurvisie voorziet in een aantal bepalingen waarin GS op grond van de wet in overleg treedt met bovengenoemde commissie;
- Provinciale Staten op hoofdlijnen willen besturen;
- het dus van groot belang is dat de Provinciale Planologische Commissie op draagvlak kan rekenen bij Provinciale Staten en dat in de procedures en haar werkwijzen geen wijzigingen plaatsvinden na voorafgaande toestemming van Provinciale Staten;
- even zo de benoeming van haar leden;

besluiten:
artikel 3 lid 3 als volgt te wijzigen:
- artikel 3 lid 3 sub a: ‘Gedeputeerde Staten kunnen na instemming van Provinciale Staten wijzigingen aanbrengen wat betreft de taak, werkwijze en samenstelling van de Provinciale Planologische Commissie’;
- artikel 3 lid 3 sub b: ‘Benoeming van de leden van de Provinciale Planologische Commissie vindt plaats na voordracht van Gedeputeerde Staten door Provinciale Staten’.

Ik dien een amendement in over de ARO.

Amendement 8-67
Wijzigen besluitvorming benoeming en procedure en werkwijze van advies van adviescommissie Ruimtelijke Ordening

De fractie van D66 dient het volgende amendement in.

Provinciale Staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen te Haarlem op maandag 17 mei 2010, gehoord de beraadslaging over de Structuurvisie Noord-Holland 2040,

overwegende dat:
- de adviescommissie Ruimtelijke Ordening een belangrijke functie vervult in de besluitvorming op het gebied van de ruimtelijke ordening, verstedelijking en ruimtelijke kwaliteit;
- de ontwerp Ruimtelijke verordening structuurvisie voorziet in een aantal bepalingen waarin Gedeputeerde Staten zonder voorafgaande toestemming van Provinciale Staten belangrijke beslissingen mogen nemen op het gebied van bovengenoemde aandachtsgebieden;
- Provinciale Staten op hoofdlijnen willen besturen;
- het dus van groot belang is dat de ARO op draagvlak kan rekenen bij PS en dat in de procedures en haar werkwijzen geen wijzigingen plaatsvinden na voorafgaande toestemming van Provinciale Staten;
- het evenzo van belang is dat de leden door Provinciale Staten benoemd worden.

besluiten:
- artikel 4 lid 4 als volgt te wijzigen:
- artikel 4 lid 4 sub a. ‘Gedeputeerde Staten kunnen wijzigingen aanbrengen na instemming van Provinciale Staten wat betreft de taak, werkwijze en samenstelling van de ARO.’
- artikel 4 lid 4 sub b: ‘Benoeming van de leden van de ARO vindt plaats na voordracht van Gedeputeerde Staten door Provinciale Staten’.

Ik heb een amendement voorbereid over wat GS mogen of moeten doen met het advies van de ARO (naast zich neerleggen, terugkoppeling naar PS).

Amendement 8-68
Wijzigen procedure besluitvorming naar aanleiding van advies van adviescommissie Ruimtelijke Ordening

De fractie van D66 dient het volgende amendement in.

Provinciale Staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen te Haarlem op maandag 17 mei 2010, gehoord de beraadslaging over de Structuurvisie Noord-Holland 2040,

overwegende dat:
- de adviescommissie Ruimtelijke Ordening een belangrijke functie vervult in de besluitvorming op het gebied van de ruimtelijke ordening, verstedelijking en ruimtelijke kwaliteit;
- de ontwerp Ruimtelijke verordening structuurvisie voorziet in een aantal bepalingen waarin Gedeputeerde Staten zonder voorafgaande toestemming van Provinciale Staten belangrijke beslissingen mogen nemen op het gebied van bovengenoemde aandachtsgebieden;
- Provinciale Staten op hoofdlijnen willen besturen;
- Provinciale Staten bij verschillende visies op bovengenoemde aandachtsgebieden het laatste woord willen hebben.

besluiten:
- artikel 4 van de Ruimtelijke Verordening Structuurvisie als volgt te wijzigen:
- toevoegen: artikel 4 lid 2 sub a: ‘Indien Gedeputeerde Staten
voornemens zijn af te wijken van het door de ARO gegeven advies, dat op grond van deze verordening aan de ARO is gevraagd, worden Provinciale Staten onverwijld geïnformeerd en gevraagd de beslissing over het voorliggende verschil in inzicht te nemen’;
- Gedeputeerde Staten op te dragen de (ontwerp)verordening in alle voorkomende passages op deze wijziging aan te passen.

Afgelopen weekeinde is aan PS het advies AKN inzake rol PS bij inpassingsplannen toegestuurd. D66 dient de volgende motie in.

Motie 8-29
Advies AKN inzake rol PS bij inpassingsplannen

De fractie van D66 dient de volgende motie in.

Provinciale Staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen te Haarlem op maandag 17 mei 2010, gehoord de beraadslaging over de Structuurvisie Noord-Holland 2040,

overwegende dat:
- het presidium aan AKN advocaten en notarissen de opdracht heeft verleend om een onafhankelijkheidsadvies uit te brengen over de procedure en rol van Provinciale Staten bij (voorgenomen) inpassingsplannen
- het voornemen is om genoemd advies te bespreken in de Statencommissie ROG;
- nu voorligt de ontwerp Provinciale ruimtelijke verordening structuurvisie;
- het wenselijk is dat deze verordening naar letter en geest correspondeert met de visie van PS op hun rol bij (voorgenomen) inpassingsplannen;

verzoeken:
- Gedeputeerde Staten te onderzoeken of het opvolgen van dit advies past bij de letter en geest van de Provinciale ruimtelijke verordening structuurvisie en de resultaten van dit onderzoek voor te leggen zodra het advies van AKN door Provinciale Staten in hun commissie ROG wordt behandeld.

En gaan over tot de orde van de dag.


Meché A.P. van der

U beseft dat u geen spreektijd meer heeft in de tweede termijn?
Dit is het einde van de eerste termijn van PS. De gedeputeerde heeft gevraagd om een schorsing, zodat zij ons efficiënt en geordend kan antwoorden.


Driessen L.M.

Ja. Ik heb de moties en amendementen van de laatste spreekster nog helemaal niet gezien. Ik wil zorgvuldig te werk gaan. Het lijkt me daarom verstandig om er de tijd voor te nemen.


Meché A.P. van der



Geldhof J.



Kraak A.F.

Ik vraag u vanwege de bizarre voorstelling van zojuist om na te gaan of het voorlezen van het dictum wel of niet tot de spreektijd behoort voordat u verder gaat met het debat. Anders kan iedereen in tweede termijn aan spreektijdverlenging doen, zelfs met moties zonder inhoud.


Meché A.P. van der

In ons reglement staat in artikel 24 dat Provinciale Staten de spreektijdregeling vaststellen. We hebben dat vastgesteld in tijd, maar hebben daarin geen onderscheid gemaakt tussen het voorlezen van een dictum of wat dan ook. Vastgesteld is wel dat interrupties geen deel uitmaken van de spreektijd.


Kraak A.F.

Dat betekent dat het voorlezen van het dictum onder de reguliere speektijd valt?


Meché A.P. van der

Ja, voor zover ik dat nu kan overzien wel.


Geldhof J.

Het lijkt me goed om even verder te lezen. Ook het voeren van interpellaties en het stellen van mondelinge vragen wordt niet van de spreektijd afgetrokken. Bij dat deel van het reglement van orde staat volgens mij ook dat het lezen van dicta er niet bij hoort.


Meché A.P. van der

We zullen het nazien. Ik kijk naar de gedeputeerde. Alle moties en amendementen zullen worden geproduceerd. Hoelang hebt u daarna nodig aan schorsing? We beginnen met een uur schorsing. Wilt u als Statenleden in de schorsing ook zelf kijken naar de moties en amendementen? De griffie zal nog een volgorde aanbrengen in verstrekkendheid. Ik schors de vergadering (15.35 uur).


Schorsing


Meché A.P. van der

k heropen de vergadering (19.00 uur). Ik geef het woord aan gedeputeerde Kruisinga over De Ronde Hoep en de structuurvisie.


Eerste termijn van GS


Kruisinga R.

De reactie van GS op amendement 8-11 en op een deel van de motie van CU-SGP (motie 8-13) betreft vooral het woord ‘vooralsnog’. GS vinden dit woord onwenselijk. Dat heeft een principiële, een formele en een procesmatige achtergrond.
Het principiële is dat ons door college en gemeenteraad van Ouder-Amstel nadrukkelijk is verzocht om in de structuurvisie duidelijkheid te creëren. Door de toevoeging van het woord ‘vooralsnog’ ontstaat er echter onduidelijkheid over inhoud en tijd.


Diest C.P.J. van

Is het niet zo dat de gemeenteraad nadrukkelijk heeft gevraagd om daarbij ook flankerend beleid in te zetten en om daarover een toezegging te doen?


Kruisinga R.

De gemeenteraad heeft het bestemmingsplan al vastgesteld. De raad heeft niet gesproken over flankerend beleid. Ik haal de tekst van de raad erbij om heel precies te zijn. De raad heeft op 12 januari 2010 gezegd dat hij duidelijkheid wil hebben over de overige waterberging in het Amstelgroen. Dat had te maken met zijn idee van een afwenteling op De Ronde Hoep. Maar er moeten ook maatregelen worden getroffen over piekberging elders. Er moet ook duidelijkheid over komen dat de financiële gevolgen (planschade) niet voor rekening van de gemeente komen. Ten slotte moet het inrichtingsplan gelijktijdig worden opgesteld in overleg met betrokkenen. Het inrichtingsplan wordt door het Hoogheemraadschap AGV opgesteld. Ook het inrichtingsplan heeft te maken met de duidelijkheid die wij moeten creëren over de volgorde waarin een aantal zaken worden aangepakt.
Het zijn de omstandigheden die maken dat De Ronde Hoep een calamiteitenberging zal zijn. Dat staat los van wat in de structuurvisie wordt beslist. De Ronde Hoep is een calamiteitenberging vanwege haar ligging. De discussie met college, raad en bewoners gaat er namelijk niet over of De Ronde Hoep een calamiteitenberging wordt, maar wat moet worden gedaan nu De Ronde Hoep een calamiteitenberging wordt? Daarbij gaat het vooral om de technische maatregelen en om de schaderegeling.
PS hebben mij nadrukkelijk opgeroepen tot het maken van een schaderegeling die verder gaat dan de gewone nadeelscompensatie voor rechtmatig overheidshandelen, dat tot schade voor de burger leidt. Het algemene bestuur van AGV heeft de schaderegeling vastgesteld. Die schaderegeling is geen twistpunt meer. De regeling vergoedt meer dan nadeelscompensatie. Gemeente en AGV hebben over de regeling onderhandeld. Volgens de regeling rust op AGV de plicht om aan te tonen dat schade niet is ontstaan door het water (omgekeerde bewijslast dus). Dat is een leerpunt van bijvoorbeeld Wilnis. Toen moest een bewoner aantonen dat de schade een gevolg was van de calamiteiten. Dat leidde tot lange onderhandelingen over een schadevergoeding.
Formeel kan ik ook iets zeggen over het woord ‘vooralsnog’. Ik heb in het Provinciaal Waterplan De Ronde Hoep al aangewezen als calamiteitenberging.
Het amendement doet volgens GS geen recht aan de geleverde inspanningen. Het dossier is al in 2005 ontstaan. Mijn voorganger heeft het opgepakt en ik heb het overgenomen. De inspanning is steeds geweest om het waterschap ervan te overtuigen dat zij een aantal stappen moest zetten om het voor de provincie en de bewoners eenvoudiger te maken. Het oorspronkelijke standpunt van het waterschap was namelijk dat eerst de politiek (gemeente en provincie) zich moest uitspreken. Vervolgens zou het waterschap aan zijn bestuur de maatregelen voorleggen die moeten worden genomen om de polder te beschermen tegen calamiteiten. Die bescherming heeft te maken met de regulering van de instroom van water op het moment dat de calamiteit zich voordoet. Daarbij gaat het om het op bepaalde erven aanbrengen van milieubeschermende maatregelen tegen het instromende water. Het waterschap heeft dit standpunt nu verlaten. Het algemene bestuur van het waterschap heeft namelijk vastgesteld om een aantal zekerheden te geven voordat de politiek beslist. PS en gemeenteraad hebben die vraag ook heel nadrukkelijk gesteld. Het waterschap heeft nu duidelijkheid gegeven over de schaderegeling en het maatregelenpakket.
Bij het maatregelenpakket hoort na vaststelling van de structuurvisie een inrichtingsplan. Dat inrichtingsplan moet recht doen aan de polder zoals hij is. In het amendement staat terecht dat in de polder sprake is van ruimtelijke kwaliteit en van unieke cultuurhistorische waarden. Daaraan moet recht worden gedaan bij het maken van het inrichtingsplan.
Het college van burgemeester en wethouders heeft de voorgelegde bestuursovereenkomst ondertekend. In die bestuursovereenkomst wordt voor elke bestuurslaag de eigen prestatie benoemd. Voor de provinciale laag is dat de structuurvisie. Voor de gemeente is dat de aanpassing van het bestemmingsplan, gelet op het gedeeltelijke gebruik als calamiteitenberging. Voor het waterschap is dat het inrichtingsplan. De bestuursovereenkomst ligt nu ter ondertekening voor bij Hoogheemraadschap AGV. De gemeenteraad heeft al ingestemd met de wijziging van het bestemmingsplan.
In de motie van CU-SGP over flankerend beleid (motie 8-13) worden GS opgedragen om de komende twee jaar te gebruiken voor een verdere uitwerking. Van mijn collega’s heb ik begrepen dat grondconstructies worden voorbereid en dat hierover nog moet worden overlegd tussen de gedeputeerden voor groen, landschap en natuur en voor ruimtelijke ordening.
GS ontraden het amendement voor zover het gaat om de toevoeging van het woord ‘vooralsnog’.


Meché A.P. van der

En de motie? U spreekt immers ook over motie 8-13.


Kruisinga R.

Daarvoor geldt wat het woord ‘vooralsnog’ betreft dezelfde opmerking. Gedeputeerde Meerhof wil voor zijn notitie overleggen met de Staten over verdere uitwerking.


Oortgiesen A.

Het is duidelijk dat het woord ‘vooralsnog’ uw aandacht heeft. Het amendement beoogt volgens mij vooral een planschaderegeling. Beoogt u dat ook?


Kruisinga R.

De gemeente vindt het niet redelijk om voor de planschade op te moeten draaien. Dus hebben provincie en waterschap toegezegd dat zij verantwoordelijk zijn voor de planschade. Volgens onderzoeksrapporten wordt de omvang van de planschade gering geacht. Er wordt een bedrag genoemd dat varieert van 0 tot 500.000 euro. De planschade is de verantwoordelijkheid van de provincie en het waterschap geworden, omdat wij de gemeente hebben gevraagd om een oplossing te vinden voor een bovenlokaal/bovenregionaal belang. Die oplossing moet voorkomen dat schade ontstaat in andere delen, bijvoorbeeld in Watergraafsmeer.


Oortgiesen A.

Dus het gaat alleen om het woord ‘vooralsnog’?


Kruisinga R.

Het gaat om het woord ‘vooralsnog’, omdat ons duidelijkheid wordt gevraagd. Op basis van die duidelijkheid gaat het waterschap verder aan de slag. Ook de gemeente kan dan verder aan de slag gaan.


Bruins Slot J.P.H.

De gedeputeerde heeft gezegd dat haar collega’s iets gaan doen met grondconstructies. Dat is geen voor de hand liggende terminologie in dit verband. Begrijp ik het goed dat de planschade is geregeld in het bestemmingsplan? En dat als de gemeente het niet kan of wenst te dragen (omdat de veroorzaker iemand anders is) de provincie of het waterschap het op de een of andere manier op haar of zijn nek neemt? Het waterschap is uiteindelijk de instantie die de schuiven openzet. Wij hebben het constant gehad over schaduwschade. Mevrouw Nagel verwijst heel nadrukkelijk naar mijn inbreng bij diverse behandelmomenten van de begroting. Daarbij ging het mij om die schaduwschade. Bedoelt u dat met het woord ‘grondconstructie’?


Kruisinga R.

Ja. Bekeken moet worden welke mogelijkheden er zijn om over te gaan tot allerlei grondconstructies die verder reiken dan De Ronde Hoep. Vrienden van het Amstelland en de gemeente willen dat heel nadrukkelijk ruimer naar dat gebied wordt gekeken dan alleen De Ronde Hoep.


Meché A.P. van der

Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Driessen.


Driessen L.M.

Het heeft even geduurd, omdat zorgvuldigheid is geboden bij een onderwerp waarmee hopelijk tot 2040 (los van de monitoring) een strategie en een visie bestaat voor de provincie Noord-Holland. De woorden van mevrouw Nagel troffen mij heel diep. Zij zei dat we van elf streekplannen gaan naar een structuurvisie. Als dat geen Lodders is, dan weet ik het niet meer. Het is fijn om dat met zijn allen te kunnen constateren. In de debatten is mij ook de betrokkenheid opgevallen van alle fracties. Iedereen heeft daarvan getuige gegeven vanuit zijn eigen achtergrond en politieke overtuiging en dat te doen met grote inzet en met indiening van veel amendementen en moties. Ook vanuit GS is als een eenheid gewerkt aan de structuurvisie. Hopelijk vindt de structuurvisie vanavond haar apotheose in de vaststelling.
Ik zal niet meer met u in debat gaan over de filosofie, omdat dit al herhaaldelijk is gebeurd. We zijn met zijn allen door heel Noord-Holland getrokken en we hebben aan veel werkgroepen deelgenomen, zodat we optimaal zijn voorbereid op dit debat.
Rest mij om te antwoorden op de vraag van de Partij voor de Dieren en te verklaren dat schuilstallen inderdaad zijn toegestaan als ondergeschikte bouwwerken. Hiermee doe ik mijn toezegging aan u gestand, mijnheer Van Oeveren.
Ik wil u niet langer vermoeien met mijn filosofie en met het prettige gevoel dat ik heb overgehouden aan het debat tot nu toe. Ik ga meteen een efficiënt oordeel geven over de amendementen en moties. Ik begin – met uw permissie, voorzitter – met de amendementen.
Amendement 8-1. GS stellen voor om dit amendement aan te nemen. Wij zijn blij met dit amendement, omdat het voor GS de weg openhoudt om de afspraken met de minister van VROM en – gegeven het risico van het verlopen van het voorkeursrecht – de geamendeerde projectomschrijving gestand kunnen doen. Daardoor verliezen wij niet de WVG en hoeven wij niet de onderhandelingen met het Ministerie van VROM op te schorten. Dat zou desastreus zijn voor de voortgang van de projecten.


Meché A.P. van der

Mevrouw Geldhof. Ik stel wel voor dat we interrupties beperken en proberen om de gedeputeerde haar verhaal af te laten maken.


Geldhof J.

Het tekstvoorstel komt uit uw koker. Daarom stel ik deze vraag aan u. De koker van het college. Opvallend is dat het tekstvoorstel enerzijds heel gedetailleerd is en anderzijds in de tekst niets is opgenomen over woningaantallen bij het KNSF. Kunt u aangeven waarom u daarvoor heeft gekozen?


Driessen L.M.

Onder andere om u een plezier te doen, mevrouw Geldhof. Ik heb u namelijk beloofd dat er nog twee momenten volgen waarbij de vaststelling van de Bloemendalerpolder aan de orde is. Ik heb de Staten (de commissie ROG) ook beloofd dat wij een tekst maken die ruimte geeft aan de inbreng van PS. Die twee momenten zijn de vaststelling van het SOK en de vaststelling van het inpassingsplan. Ik heb die belofte uitgevoerd.
Amendement 8-2. Wij stellen u voor om ook dit amendement aan te nemen. Wij hebben daarvoor dezelfde argumenten als bij amendement 8-1.
Amendement 8-3. Er staat volgens mij een fout in het dictum. In de zevende regel van boven en de derde regel van onder staan de woorden ‘bestaande intensieve veehouderijen’. In plaats daarvan had hier ‘nieuwe intensieve veehouderijen’ moeten staan.


Butter D.J.

Het gaat erom dat het een uitwijkgebied zal worden als bestaande intensieve veehouderijen op hun huidige locatie niet kunnen uitbreiden. Wij stellen voor dat dit soort bedrijven uitwijken naar het uitwijkgebied. Wat hier staat, is dus correct.


Driessen L.M.

Dus het is correct wat in de motie staat. Dan geeft u dus geen ruimte voor nieuwe bedrijven?


Butter D.J.

Dat is correct.


Driessen L.M.

Nee, ik hoor het CDA zeggen ‘zou ook kunnen’. Maar u geeft dus geen ruimte voor nieuwe zich te vestigen bedrijven?


Butter D.J.

Dat is correct, ja. Wij richten ons op bestaande intensieve veehouderijen. Daarvan zijn er 25 in Noord-Holland. We hebben gezegd dat dit soort bedrijven moeten uitwijken naar het concentratiegebied in de Wieringermeer als zij niet op hun huidige locatie kunnen uitbreiden.


Driessen L.M.

Dus is er geen mogelijkheid in Noord-Holland voor mensen die zelf een nieuw bedrijf willen starten?


Eelman-van 't Veer N.D.K.

Wat in het amendement staat, heeft alleen betrekking op bestaande bedrijven her en der in de provincie Noord-Holland. Zij zouden niet mogen uitbreiden. Het laat onverlet wat verder over de Wieringermeer in de structuurvisie staat.


Meché A.P. van der

Ik denk dat het duidelijk is. Het amendement richt zich op bestaande bedrijven die niet kunnen uitbreiden en naar een plek kunnen gaan waar dat wel mogelijk is.


Driessen L.M.

Is het dan juist dat de amendementen 36 en 37 daarmee te maken hebben? Deze amendementen staan alleen grondgebonden veehouderijen toe met als consequentie dat intensieve veehouderij in zijn geheel wordt verboden. Wellicht kunt u dat op die manier in stemming brengen. Maar dat is aan u en niet aan mij.


Butter D.J.

De gedeputeerde legt niet bestaande verbanden tussen amendementen. U hebt het steeds over nieuwvestiging. In amendement 8-3 is geen sprake van nieuwvestiging, maar is sprake van bestaande intensieve veehouderijen die op hun huidige locatie in Noord-Holland zouden kunnen worden uitgebreid, tenzij dat bijvoorbeeld om milieuredenen of ruimtelijke redenen niet mogelijk is. Zij kunnen uitwijken naar het concentratiegebied dat u voor ogen heeft en dat in de structuurvisie in de Wieringermeer is gelegen. De amendementen over grondgebonden en niet grondgebonden neigen – maar dat kunnen de indieners zelf beter zeggen – naar nieuwvestiging. Ik heb het echter over bestaande bedrijven.


Talsma Tj.P.J.

Dat betekent dus geen nieuwe vestigingen?


Butter D.J.

Het heeft niets met nieuwe vestigingen te maken. Wij spreken ons in het amendement alleen maar uit over bestaande bedrijven.


Talsma Tj.P.J.

Wat adviseren GS ons nu?


Driessen L.M.

Wij adviseren om amendement 8-3 aan te nemen. Ik wilde met mijn vraag alleen maar zeker stellen dat u zich realiseert wat de strekking is van het amendement.
Amendement 8-4. GS adviseren om dit amendement niet aan te nemen. Wij ontraden dus dit amendement. Waarom? De ARO is met de SER-ladder, nut en noodzaak, ontheffingen en aandacht voor ruimtelijke kwaliteit bouwsteen van het nieuwe stelsel. De bestaande instrumenten voorzien hier niet in. Zelfs de Park is er niet voor alle ontheffingen en adviezen. De PPC is een breed orgaan, maar zij gaat niet over ruimtelijke kwaliteit. Het kwaliteitsteam Groene Hart is een zeer klein deel van onze provincie. Wij zullen alles in het werk stellen om de regeldruk te verminderen. Ik heb eerder gezegd dat je juist met een ARO bent gebonden aan gemakkelijk na te komen termijnen. Het begrip beeldkwaliteit is niet meer gebruikt in de structuurvisie of de verordening.
Amendement 8-5. Wij stellen u voor om dit amendement aan te nemen, maar maken daarbij de volgende kanttekening. Het nieuwe lid 2 sub f moet worden geschrapt, omdat dit een stimulering betreft terwijl in de verordening slechts kan worden opgenomen wat wel of niet in een bestemmingsplan kan worden opgenomen. Stimulering van een regeling zoals Ruimte voor Ruimte dient niet op andere wijze te geschieden, zoals de verordening. GS stellen daarom voor om het amendement gedeeltelijk aan te nemen door lid 1 sub c conform het amendement aan te vullen en lid 3 sub e toe te voegen aan artikel 16 van de Provinciale ruimtelijke verordening structuurvisie. Daarmee wordt bereikt wat de indieners van het amendement hebben beoogd.


Meché A.P. van der

Dus u schrapt het tweede bolletje?


Kruisinga R.

Ja. Dat is het voorstel van GS.


Diest C.P.J. van

Er zijn drie bolletjes of eigenlijk drie leden. U schrapt dus het tweede bolletje. Dat is lid 2 nieuw sub lid f. U wilt dit schrappen, omdat stimulering tegen het karakter is van de verordening. Het derde bolletje geeft een aanscherping, zodat bestaande bedrijven niet in het gedrang mogen komen door die ontwikkeling. Dat is lid 3 nieuw sub lid e. Wat doet u met het derde bolletje? Handhaaft u dat of voegt u het toe aan lid 1?


Driessen L.M.

Dat bolletje laten we staan.
Amendement 8-6. GS ontraden dit amendement. GS hebben besloten om in voorkomende gevallen te onteigenen bij het ontbreken van een vrijwillige basis. De gemeente is verplicht om ervoor te zorgen dat natuur wordt mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan. Hoe de gemeente dat doet, is echter een kwestie van beleidsvrijheid. Het amendement beperkt die gemeentelijke beleidsvrijheid. Lokaal wat kan, centraal wat moet.
Amendement 8-7. GS stellen voor om dit amendement aan te nemen. Het amendement maakt expliciet wat GS in de nota van beantwoording hebben gezegd.
Amendement 8-8. GS ontraden dit amendement, omdat het in strijd is met rijksbeleid (Mooi Nederland). Dat beleid wil verspreid glas in het landelijke gebied opruimen. Dit amendement beoogt het tegenovergestelde door geen beperkingen op te leggen aan bestaande bedrijven om zich uit te breiden in het landelijke gebied. Daardoor wordt de eenheid van het landschap beperkt en ontstaat verdere verrommeling.
Amendement 8-9. We zijn nagegaan of er sprake is van een kaartfout. Dat is niet het geval. Bestaande bedrijven kunnen nu al buiten de bollenconcentratiegebieden ondernemen, maar zij kunnen hun permanente bollenteelt buiten de bollenconcentratiegebieden niet uitbreiden. Opneming van dit bedrijf bij het bollenconcentratiegebied geeft dus alleen planologische helderheid, maar schept geen extra ruimte voor uitbreiding omdat dan alleen de huidige contouren van het bestaande bedrijf worden toegevoegd. Daarom wordt dit amendement ontraden.
Amendement 8-10. GS vinden dit een heel goede suggestie en stellen voor om dit amendement aan te nemen.
Amendement 8-11. Gedeputeerde Kruisinga heeft dit amendement uitgebreid behandeld.
Amendement 8-12. Dit is heel lastig amendement. Ik wil u dringend verzoeken om het amendement aan te houden en daarmee de deur nu niet dicht te gooien (ik verwijs naar mijn betoog over de afspraken met VROM). Als je van tevoren deze mogelijkheid uitsluit, gaan er veel deuren dicht. Ik zeg toe om allerlei alternatieve mogelijkheden te onderzoeken. Dat zal aan u ter besluitvorming worden voorgelegd bij de bespreking van het masterplan Bloemendalerpolder. Door het amendement aan te nemen stelt u ons voor voldongen feiten naar het Ministerie van VROM toe en vooral naar de WVG toe.


Bruins Slot J.P.H.

Ik wijs de gedeputeerde erop dat wij een amendement niet kunnen aanhouden. Wij zullen daarom straks toch in beraad gaan.


Driessen L.M.

Ik weet dat, maar hopelijk heb ik met mijn formulering aangetoond hoe nodig het is om dit amendement niet aan te nemen. Ik sluit daarbij niet uit dat ik alternatieven zal aandragen, als wij op een later tijdstip over dit plan besluiten.


Geldhof J.

Kan de gedeputeerde een toelichting geven op haar opmerking dat toevoeging van dit amendement leidt tot sluiting van heel veel deuren? Welke deuren zijn dat? Waarom is het zo belangrijk om dit amendement niet aan te nemen?


Driessen L.M.

Wij zijn op weg naar het masterplan en zijn met diverse partijen in onderhandeling. Een van die partijen is VROM. Het is daar een heel druk gebied aan het worden. Het is het tracé van de A1 en er zijn allerlei verleggingen noodzakelijk, de grote masten, er is een gasdrukleiding, enzovoorts. In de Bloemendalerpolder speelt een complex van factoren. Ik heb al in een besloten vergadering aan u gemeld dat de Vechtoever en de twee koetshuizen een onderdeel vormen van de businesscase. Door het amendement aan te nemen zouden wij naar VROM toe erg in de problemen komen. Dat geldt ook wat betreft de WVG die op dit gebied is gelegd.
Amendement 8-13. De afweging is gemaakt om de ARO geen rol te laten spelen in de advisering over schaalvergroting voor agrarische bouwpercelen tot 2 ha. Dat geldt ook voor gebieden voor gecombineerde landbouw. Ook in kleinschalige gebieden is behoefte aan percelen tot 2 ha. Gemeenten kunnen die afweging maken en daarbij hun eigen voorwaarden opleggen. GS willen bouwpercelen tot 2 ha mogelijk maken, omdat gezonde economische bedrijfsvoering van een bepaalde agrariër soms uitbreiding van de blokken vereist. Het is echter nog steeds aan de gemeenten om daarbinnen al dan niet een lijn te trekken. Het amendement treedt in die gemeentelijke bevoegdheid. Ik zal me echter neerleggen bij een andersluidend besluit van uw kant.


Binnema H.A.

Zowel in de gecombineerde landbouwgebieden als in de grootschalige landbouwgebieden zegt u dat artikel 15 onverminderd van toepassing is op de bestemmingsplannen. Dat artikel gaat over de kwaliteitseisen in het landelijke gebied. Ik ben er altijd van uitgegaan dat overal waar dit artikel wordt genoemd de ARO in beeld is als toetser van de kwaliteitseisen voor het landelijke gebied. Wie gaat op het moment dat bij de gecombineerde landbouw artikel 15 aan de orde is toetsen of aan de ruimtelijke kwaliteitseisen is voldaan?


Driessen L.M.

De gemeente. De gemeente heeft ook een structuurvisie gemaakt en daarover overleg gevoerd met de provincie. Wij geven de ruimte tot 2 ha. Als een gemeente meer dan 2 ha wil, dan heeft zij te maken met GS en PS. Tot 2 ha kan de gemeente haar eigen instrumenten inzetten, zoals de Welstandsverordening, (soms) een beeldkwaliteitsplan en vaak een structuurvisie. Gemeenten kunnen daarmee naar eigen inzichten hun gebied inrichten. Dat is ook toepassing van ‘decentraal wat kan’.


Binnema H.A.

Maar artikel 15 zegt ook dat wordt getoetst aan onze eigen beleidsnota of de leidraad Landschap en cultuurhistorie. Vindt die toetsing dan helemaal niet plaats? Het artikel komt op heel veel plekken terug. Ook in die zin dat er bestemmingsplannen op worden bekeken. U zegt dat het volledig bij de gemeente ligt. De vraag is dan hoe wij erop toezien dat wat de gemeente in haar structuurvisie opneemt voldoet aan wat in artikel 15 wordt gezegd en waaraan normaal gesproken de ARO zou gaan toetsen.


Driessen L.M.

Wij kunnen zienswijzen indienen op de (gemeentelijke) structuurvisie en dat doen wij ook.


Binnema H.A.

Alleen op de structuurvisie of ook op bestemmingsplannen? Ik neem aan dat u ook op bestemmingsplannen let. Dan is het dus het vertrouwen van de Staten in het ambtelijk voldoende in de gaten houden dat gemeenten voldoen aan artikel 15.


Driessen L.M.

Zeker. Zie ook onze inbreng in de structuurvisie van Amsterdam en allerlei andere structuurvisies en bestemmingsplannen waarmee wij ons bemoeien. Wij houden het goed in de gaten. Door het voortschrijdende digitale tijdperk wordt monitoring voor ons gemakkelijker. Denk daarbij aan allerlei digitaal kaartmateriaal (DURP).


Gersteling F.J.

Het antwoord van de gedeputeerde verbaast mij, omdat voor alles geldt dat de gemeente een eigen welstand heeft. Je zou als provincie kunnen zeggen om zonder ARO te werken, omdat de gemeentelijke welstandscommissie de ARO-taak uitvoert.


Driessen L.M.

Ik heb gezegd dat we tot 2 ha geen ARO-toets doen.


Gersteling F.J.

Wij vinden dat de ARO moet worden ingeschakeld voor allerlei zaken waarvoor er ook een gemeentelijke Welstandscommissie bestaat. In die gevallen wordt dus op het argument van het bestaan van een gemeentelijke Welstandscommissie geen beroep gedaan. Een gelijke behandeling van de gevallen is nodig. Ook uitbreidingen tot 2 ha kunnen tot grote ingrepen in het landschap leiden. Daarom is volgens mij ook voor die uitbreidingen een ARO-toets nodig, ook al is er een gemeentelijke welstand.


Driessen L.M.

De ARO geldt buiten bestaand bebouwd gebied en geldt niet voor een vergunning die wij hebben verleend. Wij kunnen wel zienswijzen indienen op het bestemmingsplan. U hebt gelijk: de welstand blijft bestaan in de gemeente.


Gersteling F.J.

Die welstand heeft toch ook op het buitengebied betrekking? De gemeentelijke Welstandscommissie kijkt ook buiten het bbg-gebied. Uw argument van het bestaan van een gemeentelijke welstandstoets is daarom voor mij niet overtuigend.


Driessen L.M.

Kortom: ik wil amendement 8-13 sympathiek ontraden.


Wagemaker E.P.

Het gaat opeens snel. Ik waardeer dat zeer, maar u ontraadt sympathiek. Wat bedoelt u daarmee?


Driessen L.M.

Men heeft naar eer en geweten een dergelijk amendement opgesteld. Men is betrokken. Ik vind het dan jammer om het amendement te moeten ontraden.
Amendement 8-14. Locaties en behoefte aan laad- en loswallen zijn al onderzocht (zie de structuurvisie pagina 151). Via het subsidieprogramma Water als Economische Drager is er zelfs de mogelijkheid van financiële steun naast de rijkssteun via quickwins voor de binnenvaart. We begrijpen uw gedachte en de portee van dit amendement, maar het amendement is overbodig. Daarom ontraden wij het.
Amendement 8-15. GS stellen u voor dit amendement aan te nemen, omdat het een waardevolle toevoeging is van ons beleid.
Amendement 8-16. GS ontraden u dit amendement, omdat zomer- en winterregeling een gemeentelijke bevoegdheid is en ook de handhaving daarvan bij de gemeente ligt.
Amendement 8-17. PS hebben op 19 november 2007 besloten om de Wijkermeerpolder buiten de begrenzing van het Nationaal Landschap te houden zodat onomkeerbare veranderingen worden tegengegaan die eventuele havenuitbreiding onmogelijk maken, ook al zal een eventuele uitbreiding van de haven en de mogelijke locatie pas na 2020 aan de orde zijn. Deze argumentatie is nog steeds van toepassing. Wij hebben in goed overleg met Amsterdam bereikt dat zij in haar havenvisie eerst kijkt naar de intensivering van het eigen bedrijf. Vanaf 2013 start of eindigt een onderzoek naar wat wij gaan doen in het totale Noordzeekanaalgebied. In dat kader stellen GS u voor om dit amendement te ontraden.


Wagemaker E.P.

Het Rijk geeft heel duidelijk in de algemene maatregel van bestuur aan dat het gebied rondom de Stelling een beschermd gebied is. Niet de hele Wijkermeerpolder is dus beschermd. Het is heel bijzonder dat wij een mooie tekening krijgen met overal (zelfs door het water heen) rondom de Stelling beschermd gebied terwijl dat kleine plekje in de Wijkermeerpolder wit is. Op die manier kun je niet omgaan met monumenten.


Driessen L.M.

In februari 2003 is het Streekplan Noord-Holland-Zuid aangenomen. Daarin was ook de Wijkermeerpolder opgenomen. Een vorige keer is ook de Houtrak aan de orde geweest. GS hebben toen – om het onderzoek zo breed mogelijk te maken – voorgesteld om de Hourak, de Wijkermeerpolder en ook buitengaats te onderzoeken wat het beste is. Ik denk dat het beste uit het onderzoek – dat nog gaat plaatsvinden – naar voren zal komen. Iedereen in en om het Noordzeekanaalgebied wordt bij dat onderzoek betrokken. De Stelling van Amsterdam is sowieso beschermd (Unesco).


Wagemaker E.P.

Dat is duidelijk, maar waarom tekent u het dan niet als beschermd gebied in? Dan weet je straks waarnaar je onderzoek kunt laten uitvoeren. Niet naar die plek. Daar gaat het nu om.


Driessen L.M.

Ik zal er nog een keer naar kijken en er in tweede termijn op terugkomen.
Amendement 8-18. De inzet van handhavingsinstrumenten voor de verordening hoeft niet in die verordening te worden opgenomen. Dat is al bij wet geregeld. Voorbeeld van dat instrument is het inpassingsplan. Ontheffingsaanvragen betreffen altijd nieuwe bestemmingsplannen. Bij een projectbesluit dient deze gevolgd te worden door een nieuw bestemmingsplan. Wat in het amendement wordt genoemd, is dus al geregeld. GS vinden het amendement daarom overbodig. Het is aan PS om te beslissen wat zij met deze wetenschap doen.


Geldhof J.

Ik heb een vraag ter verduidelijking. In amendement 8-18 is de eerste zin van het besluit volgens mij geen verzoek tot het in overweging nemen op basis van een verouderd bestemmingsplan. De tweede zin van het besluit (vanaf het woord ‘indien’) is inderdaad in de wet geregeld.


Driessen L.M.

Volgens de nieuwe Wet ruimtelijke ordening kun je niet meer volgens een oud bestemmingsplan opereren (eerste zin). De rest is zoals ik heb gezegd. Je kunt bij een verouderd bestemmingsplan ook geen leges meer heffen.
Amendement 8-19. Dit amendement is volgens GS gekoppeld aan amendement 8-42. Het gaat over wonen met nieuwe kwaliteit. Wij hebben dat opgenomen om woonmilieus mogelijk te maken die nu in Noord-Holland ontbreken. We willen dat in elk geval onderzoeken. Die woonmilieus bieden vooral kansen voor Noord-Holland-Noord. Ook deze woonmilieus moeten voldoen aan onze ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid en bereikbaarheid. Landschappelijk wonen betreft vrijwel altijd een bovenlokale vraag, die bovenlokaal moet worden opgenomen en afgewogen. Deze woonmilieus dragen bij aan de internationale concurrentiepositie van de grotere metropoolregio. Het gaat om een kwalitatief hoogwaardige en landschappelijk goed ingepaste ontwikkeling. Het principe van rood voor groen en ruimte voor ruimte en de aanpak van de verrommeling staan bij ons voorop in het kader van dit amendement. GS willen u daarom dit amendement ontraden.
Amendement 8-20. GS willen u dit amendement aanraden, dat wil zeggen adviseren om het aan te nemen. Wat betreft de definitie van transformatiegebied is hier geen sprake van een zoekgebied, maar van een gebied. Verder kunnen we ons prima vinden in de definitie zoals in het amendement is verwoord.
Amendement 8-21. Dit amendement komt wellicht enigszins bevoogdend over op gemeenten. In de huidige financieringswijze is het een argument tegen hogere aanloopkosten dat niet alle elementen van duurzaam bouwen ruimtelijk relevant zijn. Wat zijn ‘eisen van duurzaam bouwen’? Of bedoelt u daarmee de kaders in de zin waarin PS kaders horen te stellen? Wij zijn bereid om dit in het uitvoeringsprogramma te verkennen. Wij willen het amendement dus na uw toelichting wellicht aanraden.


Binnema H.A.

U schrijft zelf in uw structuurvisie dat nieuwe ontwikkelingen buiten bestaand bebouwd gebied dienen te voldoen aan eisen op het gebied van duurzaam bouwen. Ik heb dat overgenomen, omdat ik vind dat in de verordening geborgd zou moeten zijn wat in de structuurvisie is opgenomen.


Driessen L.M.

In dat geval adviseren wij positief.
Amendement 8-22. De ARO adviseert GS en niet de gemeenten. Wij staan positief tegenover dit amendement, maar we willen hiermee niet impliceren dat een directe lijn ontstaat tussen de ARO en de gemeenten. Dat zou niet juist zijn. Een lijn tussen ARO en gemeente kan er alleen zijn met tussenkomst van de provincie. GS doen uitspraak over ontheffing na een integrale afweging, gehoord de commissie ROG. Natuurlijk kunnen prealabele vragen via GS door de ARO worden behandeld. In de commissie heb ik al toegezegd dat ik het een goed idee vind als het voor de gemeenten een must is om zich er prealabel van te vergewissen of zij op de goede weg zijn en niet in het zicht van de haven worden afgeblazen (terwijl allerlei kosten zijn gemaakt). Hun plannen moeten dan wel door de toets van nut en noodzaak en van geen binnenstedelijke oplossing heen zijn gekomen. Over de toevoeging ‘natuur’. De ARO-leden dienen een brede deskundigheid te hebben, maar zij adviseren alleen over de ruimtelijke kwaliteit. Wij en u hebben al de andere kennis in huis. De ARO-leden moeten natuurlijk wel kennis van de natuur bezitten, maar zij hoeven daarover niet te adviseren. Het gaat mij om de ruimtelijke kwaliteit. De andere zaken gebeuren ambtelijk en integraal in GS.


Wagemaker E.P.

Staat u helemaal achter de intentie van dit amendement?


Driessen L.M.

Ja, maar ik denk genuanceerd over de deskundigheid van de natuur. Dat komt vanzelf goed bij de vragen van de kandidaat als de ARO deze avond overleeft.


Wagemaker E.P.

Wij hebben daarover verder helemaal niets meer te zeggen?


Driessen L.M.

Nee. Ik denk dat GS de leden van de ARO zullen aanwijzen. Ik zal daarin zeker meenemen dat er iemand met een economische achtergrond, een milieuachtergrond en een natuurachtergrond in moet zitten. Zij hoeven daarover echter niet expliciet te adviseren. Ik adviseer u dit amendement aan te nemen, behalve het rechtstreekse contact tussen gemeenten en de ARO. De leden van de ARO moeten in brede zin deskundig zijn - ook op het gebied van natuur - maar zij adviseren niet expliciet over natuur.
Amendement 8-23. Artikel 10 betreft slechts een administratieve wijziging van bestaand bebouwd gebied op basis van ontheffingen. Artikel 19 is conform de regels van de AMvB Ruimte. Wij adviseren u dit amendement aan te nemen.
Amendement 8-24. Wat in het besluit is vermeld, is al geregeld in het milieubeleidsplan. Wij hebben in GS afgesproken dat wij amendementen en moties over al geregelde zaken ontraden. Het is echter aan u om te beslissen tot een herbevestiging van wat al is geregeld in het milieubeleidsplan.


Binnema H.A.

Volgens mij gaat het hier over zaken die u in het kader van de ruimtelijke ordening wilt regelen. Het milieubeleidsplan schrijft geen regels voor op het gebied van de ruimtelijke ordening. Ik heb in het amendement gebruikgemaakt van een tekst uit een vorig concept. Het is mij niet duidelijk waarom die tekst is geschrapt, maar ik zou die tekst graag weer in ere willen herstellen. Het lijkt me ook logisch om op deze wijze in de verordening op te nemen wat in het milieubeleidsplan is uitgesproken, vooral als daarin wordt uitgesproken dat een aantal zaken in de verordening en de structuurvisie terug moeten komen.


Driessen L.M.

U hebt ons voortschrijdend inzicht dus niet gewaardeerd, omdat het al in het milieubeleidsplan is geregeld. Het doet echter geen kwaad als u dit amendement aanneemt.

Amendement 8-25. ‘Geen significante negatieve effecten’ is de tekst uit de algemene maatregel van bestuur en is daarom de juiste tekst om in de verordening op te nemen. Wij stellen u daarom voor dit amendement aan te nemen. Misschien zullen we het hier en daar enigszins moeten herformuleren, zodat de juridische uitwerking gebeurt volgens onze interpretatie van de AMvB.

Amendement 8-26. Volgens GS zou dit amendement moeten worden gecombineerd met amendement 8-33. Het onderwerp van het amendement is al vaker onderwerp van gesprek geweest. GS hebben na lang vergaderen geconcludeerd dat de provincie hier niet over gaat. De provincie gaat alleen over de aantakking op Noord-Hollands grondgebied. Wij zijn buiten beeld. Als we ons nog een keer in de discussie met het Rijk over infrastructuur (zoals gedeputeerde Post aanstaande woensdag in het MIRT-overleg) op deze wijze mengen, worden we wellicht niet serieus genomen en staan we buiten spel. De gelden voor deze verbinding zijn niet voor de provincie. Het is geen gemakkelijke discussiepositie als de heer Duivesteijn van ons te horen krijgt om 60.000 woningen te bouwen zonder dat hij daar van onze kant een verbinding bij krijgt op korte termijn. In de structuurvisie staat - en daarover is lang nagedacht - ‘bij voorkeur ondergronds’. Daardoor houd je alle opties open. Zijn er voldoende financiële middelen, dan ga je ondergronds. Je bent gedwongen om het oude land te beschermen; daarom is Flevoland aangelegd.


Nagel A.M.

Ik heb in mijn bijdrage een suggestie gedaan. Er zijn nog andere oplossingen mogelijk. Ik heb uw betoog heel goed begrepen.


Driessen L.M.

Welke oplossing denkt u in dit kader te moeten voorstellen?


Nagel A.M.

Wij zouden met het halve budget wellicht in Noord-Holland oplossingen kunnen vinden in dat opzicht. Ik heb de suggestie gedaan om dat te onderzoeken bij de Woonvisie omdat we anders met een brug worden geconfronteerd die we niet willen.


Driessen L.M.

Daarop ben ik juist ingegaan. Flevoland is gebouwd en ontworpen om het oude land te beschermen. Het is niet de bedoeling om al die aantallen op het oude land te bouwen. Het is de bedoeling om al onze weidevogelgebieden etc. te beschermen door middel van Flevoland. Daarom ga ik niet in op uw suggestie. De Noordvleugelconferentie heeft het op deze wijze uitgebracht.


Geldhof J.

Wij verwachten niet dat gedeputeerde Post buiten spel zal worden gezet. Zij kan namelijk uitstekend haar mannetje staan, ongeacht met welke boodschap zij op pad zal worden gestuurd.


Driessen L.M.

Ik heb mijn bijdrage van zojuist in overleg met gedeputeerde Post opgesteld.


Geldhof J.

Wij hebben ons intern afgevraagd of je niet te veel vraagt met de formulering uit het amendement, namelijk ‘dient wat Noord-Holland betreft een ondergrondse verbinding te zijn’. Het woord ‘bij voorkeur’ is daaruit weggevallen. Denkt u dat gedeputeerde Post ermee akkoord gaat als de formulering zou luiden ‘dient wat Noord-Holland betreft grotendeels een ondergrondse verbinding te zijn’?


Driessen L.M.

Ik zal het met haar overleggen, maar zij heeft ook moeite met de andere voorgestelde tekstwijziging uit het amendement ‘bij voorkeur door opwaardering van de bestaande verbindingen’. U moest eens weten hoeveel moeite wij nu al hebben om bestaande afspraken door het Rijk te laten nakomen. Daardoor is de combinatie van beide zinsneden uit het amendement een heel moeilijke. In het amendement wordt én gezegd om het ondergronds te doen én bij voorkeur door opwaardering van bestaande verbindingen, terwijl wij daarover helemaal niet gaan. Wij gaan alleen maar over de aantakking op het Noord-Hollands grondgebied.


Gersteling F.J.

Ik word getriggerd door uw opmerking dat wij niet meer serieus worden genomen door nog een keer een dergelijke uitspraak te doen, omdat wij daarover niet gaan maar alleen over de aantakking op ons grondgebied. Daar zit natuurlijk al duidelijk een belang in. Ik vind dat een even groot belang als het belang van Almere. Bovendien is in Flevoland inderdaad gebouwd om te voorkomen dat waardevolle gebieden bebouwd zouden gaan worden. Analoog daaraan is natuurlijk dat wij geen bebouwing van het IJmeer willen en analoog daaraan is dat wij geen brug willen. Dat is natuurlijk ook de reden van de uitspraak uit het amendement: als die verbinding er komt, moet hij ondergronds zijn. Wij hebben daarom wel degelijk een belang. Ik voel me niet prettig bij het idee dat we op onze tellen en woorden moeten passen, omdat we anders niet serieus worden genomen. Ik vrees dat het dan een verkeerde kant op gaat. Door opname in de structuurvisie van de woorden ‘bij voorkeur’ wordt duidelijk een zwakkere tekst gemaakt dan wat we hier een jaar geleden hebben aangenomen. Wij geven door die zwakkere tekst het signaal af dat voor ons een brug wel bespreekbaar is. Maar dat is een probleem, omdat een brug voor ons niet bespreekbaar is. Wij willen die boodschap duidelijk uitspreken. Ik vind dat we daartoe alle recht hebben. Het ministerie zou dat moeten accepteren.


Meché A.P. van der

U kunt het amendement straks aannemen. Ik geef het woord terug aan gedeputeerde Driessen.


Driessen L.M.

Ik heb heel zorgvuldig geformuleerd, mijnheer Gersteling. Ik blijf achter de woorden staan die ik heb uitgesproken als gesprekspartner Noord-Holland ten opzichte van het Rijk en Flevoland. Ik zou dat niet zeggen als ik u niet echt wilde waarschuwen. Maar het staat u natuurlijk vrij om dit amendement al dan niet aan te nemen. Wij zullen ons uiterste best doen om dit te verklaren en uit te leggen aan de andere partners.


Binnema H.A.

Ik zou hierover graag wat meer willen weten. Het verbaast mij namelijk. Wij hebben destijds een motie aangenomen. GS hebben toen ook gewaarschuwd dat zij met die boodschap nergens meer welkom zouden zijn. Dat is nu een jaar geleden. Kunt u zeggen op welke overleggen u niet meer welkom bent vanwege dit standpunt? Volgens mij zit u namelijk nog steeds overal aan tafel.


Driessen L.M.

Een jaar geleden is een motie aangenomen. GS kunnen een motie naast zich neerleggen. Nu gaat het over de structuurvisie. De structuurvisie is iets waar je voor staat tot 2040. Ik doe nu hetzelfde als bij de megastallen. Ik waarschuw alleen maar voor de effecten van de formulering in dit amendement. Dat is mijn goed recht. U moet zelf weten wat u doet met mijn waarschuwing. Dat is uw goed recht. U kunt het amendement aannemen.


Binnema H.A.

Ik had het prettig gevonden als u had gemeld dat u onze motie in het afgelopen jaar naast zich neer hebt gelegd.


Driessen L.M.

Een motie is lang niet zo’n sterk middel als een amendement in de structuurvisie.


Binnema H.A.

De boodschap heeft volgens u een grote impact en wordt ook door onze bestuurlijke partners blijkbaar zo ervaren. U zegt steeds dat PS GS niet met deze boodschap op pad kunnen sturen. Ik ben benieuwd aan welke overleggen u op basis van die motie niet meer kunt deelnemen of niet meer serieus wordt genomen.


Driessen L.M.

We zitten er natuurlijk wel bij. Ze kunnen ons niet de toegang ontzeggen.


Meché A.P. van der

Samenvattend: amendementen 8-26 en 8-33 worden ontraden.


Driessen L.M.

Ja.
Amendement 8-27. Een veel gemakkelijker onderwerp, namelijk de vuurtorens. Wij willen dit amendement graag overnemen en daar meteen ook alle watertorens in Noord-Holland bij voegen. Kunt u zich daarin vinden, mijnheer Kardol?


Kardol J.A.

Dat lijkt me een uitstekend idee.


Driessen L.M.

Het zal wel een inventarisatie vergen.


Kardol J.A.

Waarschijnlijk van vijf minuten.


Driessen L.M.

Nee, om het allemaal te bepalen en te beslissen. Het is geen gemakkelijke inventarisatie, omdat er veel watertorens zijn. Hopelijk zullen alle watertorens zich bij ons melden. Wij zullen ons best doen om ze op te nemen.
Amendement 8-28. GS zijn positief over de insteek van dit amendement. De structuurvisie beperkt zich echter tot ruimtelijk relevante zaken, zoals locaties voor bedrijventerreinen en havens. De in het amendement genoemde ontwikkelingen passen slechts in een economisch stimuleringsbeleid. Aan de ruimtelijke mogelijkheden voor een duurzaam energiecluster rond Den Helder (De Stroomhaven) is al aandacht besteed in de structuurvisie. Daarom ontraden wij u dit amendement.


Kardol J.A.

Het amendement gaat niet alleen over Den Helder. Dat is slechts een van de voorbeelden van de in het amendement bedoelde ontwikkelingen. Het gaat hier om een afweging tussen zuid en noord. De essentie van het verhaal is dat zuid veel extensiever wordt besproken, terwijl noord eigenlijk niet aan de orde komt. Het amendement wil dat meer in balans brengen. Het kan niet zo zijn dat een deel van de provincie niet aan de orde komt. U weet dat dit naar voren komt in het MIRT en in de gebiedsagenda, maar hier gebeurt dat niet.


Driessen L.M.

Ik ben dat niet met u eens en daarom ontraad ik het amendement.


Meché A.P. van der



Driessen L.M.

Amendement 8-29. In 2010 stellen we een nieuwe behoefteraming bedrijventerreinen voor Noord-Holland-Zuid vast. Daaraan wordt momenteel hard gewerkt. Dat staat ook in het uitvoeringsprogramma B1.11. In bijlage 3 gaat het vooralsnog alleen over de raming uit 2009 van Noord-Holland. Zij moet deel blijven uitmaken van de structuurvisie. GS ontraden daarom dit amendement.
Amendement 8-30. Dit amendement gaat over de toegestane omvang van agrarische bouwblokken. De al eerder genoemde argumenten van GS om 2 ha voor te stellen gelden hier ook. Daarom ontraden GS alle amendementen die uitgaan van 1,5 ha. Wij zijn overtuigd van de behoefte hieraan bij de boeren en van een prudente omgang met deze verworvenheid door de gemeenten.
Amendement 8-31. GS willen dit amendement van CU-SGP combineren met motie 8-3 van de VVD. Ik zal bij mijn bespreking van de motie mijn oordeel geven. In principe hebben wij geen bezwaar tegen evaluatie, maar het gaat om het tijdstip, de frequentie en de omvang. Ik zou het niet elk jaar willen doen. De VVD heeft voorgesteld om in 2012 te evalueren. Dat lijkt me een goed idee. Het lijkt me nog beter om in 2012 te beslissen hoe vaak wordt geëvalueerd. Je kunt het om de twee jaar doen als je vindt dat het erg goed is gegaan. Je kunt het elk jaar doen als je het nodig vindt om een vinger aan de pols te houden. Je zou dit amendement kunnen combineren met motie 8-3 door een gemiddelde te nemen. De motie spreekt over voorjaar 2012 en dit amendement over najaar 2012. GS staan dus in principe niet negatief tegenover evaluatie.
Amendement 8-32. GS willen ook dit amendement verbinden met motie 8-3. GS willen het amendement overnemen en raden aan om het amendement te betrekken bij motie 8-3.
Amendement 8-34. Artikel 15 gaat over de ruimtelijke kwaliteitseisen. Een goede ruimtelijke ordening is een bredere afweging. Dat is de taak van GS. Daarom ontraden wij u dit amendement.
Amendement 8-39. Aquacultuur - het kweken van vis - is niet grondgebonden. Het kader voor intensieve veehouderij hoeft hier dus niet te worden toegepast. Daarom ontraden GS u dit amendement.


Graaf R.J. de

Welk amendement hebben we zojuist besproken? Zou de gedeputeerde kunnen herhalen vanaf 8-34?


Driessen L.M.



Meché A.P. van der



Graaf R.J. de



Wellink D.C.J.M.



Meché A.P. van der



Driessen L.M.

Amendement 8-34. GS ontraden dit amendement
Amendement 8-35. GS ontraden ook dit amendement.
Amendement 8-36 (over bijlage 2, Stop veefabrieken). GS ontraden ook dit amendement.
Amendement 8-37 (over alleen grondgebonden landbouw). GS ontraden ook dit amendement.
Amendement 8-38. GS ontraden ook dit amendement.


Oeveren R.E. van

Ik hoor een repetitie van ‘wij ontraden dat’, maar ik mis de motivering. Ik heb die motivering nodig om te kunnen beoordelen of ik daarover nog iets in tweede termijn wil zeggen.


Driessen L.M.

Het gaat weer over de agrarische bouwblokken. U hebt een amendement ingediend waarin u 1 ha meer dan genoeg vindt. Ik meende niet weer de noodzaak te hoeven uitleggen die GS zien om bouwblokken van 2 ha agrarische activiteiten (dus niet caravanstallingen, kampeerboerderijen en zorgboerderijen) toe te laten. GS hebben daarbij het welzijn van de boer in ogenschouw.


Oeveren R.E. van

Wij hebben het in het amendement over meer dan alleen de grootte van de bouwblokken.


Driessen L.M.

Amendement 8-3. Verzoeken om ontheffing van verboden uit de Structuurvisieverordening moeten volgens u rechtstreeks aan de structuurvisie worden getoetst. GS vinden dat daarin al duidelijk is voorzien.
Amendement 8-37. GS zijn het daarover niet eens met u en ontraden daarom dit amendement.


Meché A.P. van der



Driessen L.M.



Meché A.P. van der



Driessen L.M.

Amendement 8-38. Dit amendement gaat weer over grondgebonden intensieve veehouderij. Ook daarmee zijn wij het niet eens. U hebt in uw amendement gesproken over ammoniak en 1,8 GVE per hectare. De GS-voorstellen zijn gedaan, omdat de koeien in de toekomst meer ruimte moeten krijgen en het bestaande areaal dus sowieso meer ruimte nodig zal hebben om aan de eisen van morgen te kunnen voldoen.


Oeveren R.E. van

Wij denken juist met de door ons gedefinieerde grondgebondenheid een beter dierenwelzijn en een mindere milieubelasting te kunnen bereiken. Hoe staat u daar tegenover?


Driessen L.M.

En dat allemaal op 1 ha? Dat zien wij niet zitten. U wilt – samengevat – grotere ruimtes voor hetzelfde aantal koeien, terwijl u het aantal hectaren wilt beperken.


Oeveren R.E. van

U hebt mij dan wellicht verkeerd begrepen. Ik denk namelijk dat je moet uitgaan van de beschikbare hoeveelheid grond en vervolgens bezien hoeveel dieren daarop kunnen staan volgens de 1,8 GVE (grootvee-eenheden).


Driessen L.M.

Wij hebben dat niet gedaan, maar wij zijn uitgegaan van het welzijn van de bedrijven en hebben dat gekoppeld aan de normen en de wetten voor de dieren. Wij zijn ook uitgegaan van een gezonde bedrijfsvoering. We zullen in de verordening niet opnemen dat een agrariër vijftig koeien moet weg doen omdat we naar 1 ha terug moeten.
Amendement 8-39. Ik ben dan eindelijk aangekomen bij de aquacultuur, het kweken van vis. Wij beschouwen visteelt niet als grondgebonden en dus hoeft het kader voor intensieve veehouderij volgens ons niet te worden toegepast. Wij ontraden daarom dit amendement.


Oeveren R.E. van

Ik ben het met u eens dat ‘grondgebondenheid’ een vreemde term is bij viskwekerijen, maar het gaat erom of viskwekerijen al dan niet moeten worden gezien als intensieve dierhouderijen. Wij denken dat er zulke grote hoeveelheden vis in een kubieke meter water worden gestopt en dat er zoveel andere vis nodig is om ze te laten groeien, dat sprake is van intensieve dierhouderijen. Ik vind uw zojuist gegeven argumentatie over de niet-grondgebondenheid niet juist.


Driessen L.M.



Oeveren R.E. van



Driessen L.M.

Het is watergebonden.


Oeveren R.E. van

Het is watergebonden en – belangrijker nog – het is per definitie een intensieve veehouderij. Zeg dat dan ook en sluit het niet uit. Zeg niet dat het per definitie geen intensieve veehouderij is. Dat laatste zegt u namelijk in feite wel.


Driessen L.M.

Ik blijf het amendement afwijzen.
Amendement 8-40. Dit amendement gaat over de geiten en de Q-koorts. Geiten en schapen zijn qua milieubelasting en bedrijfssysteem niet te vergelijken met hokdieren. Bedoeling van het amendement is volgens GS de hokgebonden grootschaligheid. Die is er niet bij de geiten en de schapen.


Oeveren R.E. van

Het gaat er ons om dat de dieren te veel op een kluitje worden gehouden. Er zijn soms honderden schapen die in een boerderij worden gestald. Er zijn soms honderden geiten die bij elkaar worden gezet. Dat zijn voorbeelden van intensieve veehouderij. Het doet er toch niet toe dat die arme dieren geen koeien zijn. Het blijft toch een heel intensieve manier van dieren houden.


Driessen L.M.

Zo wordt het door ons niet ervaren. Ik had me niet echt verheugd op een discussie over de vraag of een geit of schaap met een koe moet worden gelijkgesteld. Wij hebben ons standpunt hierover in de verordening neergelegd. Ik denk niet dat GS het op dit punt met u eens zullen worden. Helaas.


Meché A.P. van der



Driessen L.M.

Amendement 8-41. Bestuurlijk gevoelige ontheffingsaanvragen zullen worden voorgelegd aan de commissie ROG. De voorgestelde opname in de verordening is dus niet nodig. Hoewel ik begrip heb voor het amendement moeten GS het amendement toch ontraden, omdat – juridisch gezien – het GS zijn die de ontheffing verlenen na het horen van de commissie (in sommige gevallen). GS zijn dus de ontheffingverlenende instantie en dus is het amendement niet conform de wet.


Meché A.P. van der



Driessen L.M.



Loggen C.J.

Mijn fractie heeft behoefte aan een korte schorsing.


Meché A.P. van der

Hoelang moet de schorsing duren?


Loggen C.J.

Vijf minuten.


Meché A.P. van der

We zitten nu in de fase waarin uitvoerig wordt gereageerd op de amendementen en de moties. Ik zou het willen zien als een tweede termijn.


Loggen C.J.

Ik zal mijn schorsingsverzoek toelichten. Kijkend naar het tijdstip en de lengte van de beantwoording vraag ik me af op dit de wijze is waarop we het willen afmaken. We kunnen ook voor een meer innovatieve manier kiezen. Ik vraag dit ook aan de andere fracties.


Meché A.P. van der

Oké. Dan schors ik de vergadering.


Loggen C.J.



Meché A.P. van der



Schorsing


Meché A.P. van der

Ik heropen de vergadering.


Loggen C.J.

Vanwege het late tijdstip en het grote aantal amendementen en moties waarop nog niet is gereageerd, willen we het ordevoorstel doen voor een integrale schriftelijke reactie van de gedeputeerde. De gedeputeerde heeft overigens tot nu toe een buitengewoon heldere en goede reactie gegeven. In de uitloopvergadering kan dan worden volstaan met de tweede termijn en het geven van stemverklaringen. Bij die schriftelijke beantwoording moet ook clustering plaatsvinden op basis van verstrekkendheid en eventueel integraliteit. Als we hiertoe besluiten, is er vanavond nog voldoende tijd om het laatste punt op de agenda te behandelen.


Meché A.P. van der

Is de meerderheid van de Staten het eens met dit voorstel? Zijn er andere meningen?


Talsma Tj.P.J.

Mijn fractie vindt het prettig en zinvol om op deze wijze verder te gaan tot de afgesproken 22.00 uur. We zien dan wel hoever we zijn gekomen. Wat overblijft, wordt op de uitloopvergadering behandeld. We kunnen afzien van een tweede termijn, omdat de behandeling van de moties en amendementen erg grondig is gedaan in de eerste termijn.


Meché A.P. van der

Zijn er andere meningen?


Binnema H.A.

Ik kan me daar in grote lijnen bij aansluiten. Ik begrijp de praktische overwegingen van waaruit de VVD haar voorstel doet, maar ik vind het van belang dat we het debat in dit huis verder voeren. Verder is het zo dat we al heel veel schriftelijke informatie toegestuurd hebben gekregen. Ik geef er ook de voorkeur aan om hier met elkaar het debat aan te gaan. Hopelijk hebben de Statenleden voldoende zelfdiscipline bij het plegen van interrupties. Hopelijk wil de voorzitter ons daarbij helpen. Ik voorzie dat het beter is om het vanavond ordentelijk af te maken. Ik ben er voorstander van dat er op de uitloopvergadering ook gelegenheid is voor een tweede termijn. Een schriftelijke afdoening door GS zal ongetwijfeld ook weer veel nieuwe vragen opleveren.


Bruins Slot J.P.H.

Mijn fractie is verdeeld, maar ik denk dat een meerderheid het VVD-voorstel wil volgen. In dat voorstel wordt ook het agendapunt over de leidraad in eerste termijn afgehandeld. GS kunnen dan ook daarop schriftelijk reageren. Vervolgens kunnen we volgende week de uitloopvergadering beginnen met de tweede termijn.


Kardol J.A.

Onze fractie deelt meer het voorstel van de PvdA. We gaan vanavond door tot 22.00 uur. Wat overblijft, wordt door GS schriftelijk afgedaan. Ik vind wel dat een tweede termijn nodig is om nog eventuele wijzigingen aan te brengen op de eerste termijn.


Wellink D.C.J.M.

De SP-fractie ondersteunt het VVD-voorstel.


Geldhof J.

Ik ondersteun het betoog van de PvdA en van GroenLinks.


Oeveren R.E. van

Ik ondersteun het betoog van de heer Binnema.


Bruystens P.J.

Ik ondersteun het betoog van de PvdA en GroenLinks.


Meché A.P. van der

We gaan stemmen met handopsteken. Wie is voor het voorstel van de VVD? Het voorstel van de VVD wordt gesteund door 25 leden. Wie is voor het voorstel van de PvdA?


Speekenbrink I.J.M.



Meché A.P. van der



Speekenbrink I.J.M.



Meché A.P. van der



Speekenbrink I.J.M.



Meché A.P. van der



Bos H.K.

Het voorstel van de PvdA is niet hetzelfde als van GroenLinks. Het is in strijd met het reglement van orde om geen tweede termijn te houden.


Meché A.P. van der

Dat is inderdaad het geval.


Talsma Tj.P.J.

Ik trek het voorstel om geen tweede termijn te houden daarom in.


Meché A.P. van der

We gaan opnieuw stemmen. Wie is voor het voorstel van de PvdA en GroenLinks? 26 leden stemmen voor. Ik wil nog een keer stemmen over het voorstel van de VVD. Wie is voor het voorstel van de VVD? 22 leden stemmen voor. We gaan dus door, maar de interrupties moeten zoveel mogelijk worden beperkt. U kunt korte vragen stellen als u iets niet duidelijk is. Ik moet volgens afspraak om 22.00 uur stoppen.


Driessen L.M.

Amendement 8-42. Ik heb hierover een reactie gegeven bij mijn bespreking van amendement 8-19 (landschappelijk wonen).


Gersteling F.J.



Driessen L.M.



Kraak A.F.



Driessen L.M.

Amendement 8-43. GS adviseren om dit amendement aan te nemen. We hebben geen bezwaar tegen deze aanpassing van de verordening.
Amendement 8-44. Dit amendement is door mij beantwoord bij amendement 8-17.


Bruins Slot J.P.H.

Ik wil weten welke mening dat is geweest. Ik ga niet terugbladeren.


Driessen L.M.

Het was een negatief advies (ontraden).


Meché A.P. van der



Driessen L.M.

Amendement 8-45. GS zijn van oordeel dat we met dit amendement heel erg op de stoel van de gemeenten gaan zitten, terwijl geldt ‘decentraal wat kan’. Daarom is er bewust voor gekozen om alleen categorie 4.8.5 als provinciaal belang aan te merken. In het amendement trekt de provincie heel veel invulling van een bedrijventerrein naar zich toe. Het amendement wordt ontraden.
Amendement 8-46. Deze gedetailleerde sturing ligt niet in de lijn van ‘decentraal wat kan en centraal wat moet’. In de verordening zijn met de kwaliteit van het landschap onverenigbare activiteiten uitgesloten van artikel 17. Splitsing van het artikel geeft een extra regel en daardoor wordt niet tegemoetgekomen aan de vermindering van de regeldruk. Daarom wordt het amendement ontraden.
Amendement 8-47. Dit amendement biedt onvoldoende juridische argumenten. Elk bedrijf moet voldoen aan de milieuregelgeving. De kaders van het beleid voor dierziekten worden bepaald via het Rijk en Europa en dus niet via provinciaal ruimtelijk beleid. GS herkennen zich niet in de overwegingen. Het amendement wordt ontraden.
Amendement 8-48. Dit is een amendement op de bouwblokken. Ik heb al herhaaldelijk uitgelegd waarom GS toelaten om bouwblokken tot 2 ha te kunnen laten aanpassen.
Amendement 8-49. Verwijdering van de passage ‘voorkeur voor Den Helder’ vergroot de maatschappelijke onrust in de Kop van Noord-Holland. Daardoor wordt de kans op het vinden van een geschikte locatie verkleind. Ik ben in gesprek met de burgemeester van Den Helder. Ik ga er heel prudent mee om en dring niets op. Via de burgemeester ben ik met het gemeentebestuur in gesprek om naar een oplossing te zoeken. Ik ben veel verder dan ooit met de overwegingen en de mogelijkheden en wil het daarom vooralsnog niet opgeven. De bereidheid is aan alle kanten aanwezig. Onoverkomelijke zaken worden door mij teruggemeld aan de commissie ROG. Ik blijf ook onderzoek doen naar alternatieven. Misschien dient zich spontaan iemand aan die een motorcrossgebied op zijn eigen grond wil toelaten. Ik zal dat dan onderzoeken. Vooralsnog hecht ik er echter aan om geen onrust meer te zaaien over dit onderwerp. GS ontraden het amendement.
Amendement 8-50. Het gaat hier om lokale recreatieterreinen en sportterreinen. Dat is een gemeentelijke aangelegenheid. De gemeente brengt zelf de behoefte in beeld en zij zorgt zelf voor operationalisering. Het is voor de provincie van belang dat er geen uitschuifeffect optreedt. Dus we doen niet aan volbouwen binnenstedelijk en vervolgens aanleg van nieuw buiten bestaand bebouwd gebied. Artikel 14 lid 1 biedt een voldoende regeling van de sturing hierop. GS ontraden daarom het amendement.
Amendement 8-51. GS adviseren om dit amendement aan te nemen.
Amendement 8-52. Dit amendement gaat over de weidevogelleefgebieden. Goedkeuring van peilbesluiten is niet meer nodig op grond van de Waterwet, maar er zijn nog wel mogelijkheden om peilbesluiten te vernietigen en om zelfs een aanwijzing te geven. In de nota van beantwoording geven GS expliciet aan dat agrarische bedrijfsvoering niet wordt beperkt door weidevogelleefgebieden en dus is het niet nodig het amendement in de verordening op te nemen. De gedachte is ons sympathiek, maar het amendement wordt toch ontraden.


Diest C.P.J. van

Ik heb een opmerking over amendement 8-51. Dit amendement gaat over veenweidegebieden. Er zijn veel gebieden met een gemengde grondslag en met een (in dikte variërende) kleilaag op veen. Welk kaartmateriaal gaan we gebruiken om die grondsoorten te beoordelen? U zegt steeds dat het aan de gemeenten is om in detail te treden. Is opneming in de verordening ook in dit geval niet een te gedetailleerde regeling?


Driessen L.M.

Nee. Ik ben het niet met u eens. In de Voorloper Groene Hart - GS hebben daarmee ingestemd - staat dat scheuren van grasland in veenweide niet is gewenst. De provincie Utrecht heeft het al in haar verordening opgenomen. Zuid-Holland was dat oorspronkelijk ook van plan en heeft nu een andere regeling om scheuren van grasland in veenweide aan te pakken. De andere twee Groene Hartprovincies reguleren het dus al. Daarom adviseren GS om dit amendement aan te nemen.
Amendement 8-53. Dit amendement heeft ook betrekking op weidevogelgebieden. Maar GS willen dit amendement ontraden, omdat alle ruimtelijke functies worden onderzocht in B1.8. Daaronder vallen ook weidevogelgraslanden en weidevogelnatuur. Het is niet noodzakelijk om deze functie apart in het project te benoemen.
Amendement 8-54. De stelling is juist. Maar het is niet nodig en niet juist om dit op te nemen in de verordening als er geen provinciaal belang in het geding is. Dat is hier het geval. Gemeenten nemen op lokaal niveau een eigen verantwoordelijkheid en de waarden buiten de Ecologische Hoofdstructuur van provinciaal belang staan in de leidraad. Dat is de juridische basis hiervoor. Het amendement wordt ontraden.
Amendement 8-55. Dit amendement gaat over duurzame energie. De provincie beschikt over een Bodemvisie. De Bodemvisie biedt onder andere kansen voor de Wro en geothermie. Toepassing van het amendement vereist per gebied maakwerk in het kader van een integrale afweging. Het is lastig om het in beelden te vangen. Op projectniveau wordt hieraan gewerkt, zoals in de Bloemendalerpolder en in de Haarlemmermeer. Het vergt de nodige inspanning, middelen en menskracht. We willen het voorstel om een position paper Duurzame Gebiedsontwikkeling in het kader van het uitvoeringsprogramma afwachten. GS ontraden dit amendement. We zijn er al heel intensief mee bezig en hebben geen behoefte aan een amendement om onszelf te stimuleren.
Amendement 8-56. Dit amendement gaat over duisternis. In het huidige beleidsplan 2003-2013 staat voor 2010/2011 de actie om op basis van het Prismaproject Lichtvervuiling en Donkertebescherming een onderzoek naar een donkertebeleid uit te voeren. Op basis daarvan wordt bepaald of aanvullend provinciaal donkerte- of duisternisbeleid wordt opgesteld. Regeling in de verordening vindt afhankelijk hiervan tezijnertijd plaats. Nu zijn we in elk geval nog niet zo ver. GS ontraden het amendement.


Meché A.P. van der



Driessen L.M.

Amendement 8-57. Dit amendement komt overeen met motie 8-21 over paragraaf energie en duurzaam bouwen. Het voegt aan die motie niets toe. De motie is echter explicieter en is beter geformuleerd. GS ontraden dit amendement.
Amendement 8-58. UNESCO werelderfgoed Beemster en UNESCO werelderfgoed Stelling van Amsterdam zijn verschillende zaken en hebben verschillende grenzen. Verwarring gebeurt vaker. Het Zuidoostkwadrant van de Beemster is bewust buiten de begrenzing van de Stelling van Amsterdam gehouden, omdat het gebied aan de binnenzijde van de hoofdverdedigingslinie ligt en het geen kernwaarde heeft. Als het aan de andere kant had gelegen, dan was het wel UNESCO-gebied geweest. Daarom wordt het amendement ontraden.
Amendement 8-59. Dit is een amendement over de Wijkermeerpolder. Doel van de themakaart is het overbrengen van een visie en niet om de huidige situatie in beeld te brengen. In tegenstelling tot het amendement is de huidige kaarttekst sturend geformuleerd. Het amendement wordt daarom ontraden.


Meché A.P. van der



Driessen L.M.

Amendement 8-60. Doel van de themakaart is het overbrengen van een visie en niet om de huidige situatie in beeld te brengen. In tegenstelling tot het amendement is de huidige kaarttekst sturend geformuleerd. Het amendement wordt daarom ontraden.
Amendement 8-61. In de verordening is een definitie van bestaand bebouwd gebied opgenomen. Het amendement betreft indien ook derden die geen zienswijze op grond van artikel 3.8 Wro hebben ingediend. Het amendement is niet in overeenstemming met onze definitie van bestaand bebouwd gebied. De tekst dient te worden gehandhaafd en wij ontraden daarom het amendement.
Amendement 8-62. Dit amendement gaat over harde en zachte plannen. Het onderscheid tussen beide plannen betreft de vorderingen van de gemeente bij de planvoorbereiding. Een hard plan is een plan dat is vastgesteld door de gemeenteraad. Van essentieel belang is of het bedrijventerrein als bestaand bebouwd gebied wordt beschouwd. Dat is alleen mogelijk bij een onherroepelijk bestemmingsplan. Daarom wordt dit amendement ontraden.
Amendement 8-63. Dit amendement gaat over Distriport Noord-Holland. Voor GS is er een hard plan als het door de raad is vastgesteld. Essentieel is echter of het bestaand bebouwd gebied is. Zolang het bestemmingsplan niet onherroepelijk is, is het geen bestaand bebouwd gebied. GS ontraden het amendement.
Amendement 8-64. Dit amendement gaat over kavelgrootte. Centraal wat moet en decentraal wat kan. De provincie schept kaders vanuit een economisch sterk internationale concurrentiepositie van agrarische bedrijven. De gemeente bepaalt haar beleid binnen de kaders door de provincie neergelegd. GS willen meer regelgeving voorkomen door extra toetsing niet over te nemen. Het amendement wil een extra toetsing toevoegen en daarom ontraden GS het amendement.
Amendement 8-65. De samenwerking met de marktpartijen heeft betrekking op de verkenning van de haalbaarheid van de plannen. Die informatie is nodig voor een goede risico-inschatting. In de huidige fase wordt geïnventariseerd wie de eigenaren zijn. Bovendien zijn we nog helemaal niet zover als in het amendement wordt gesuggereerd. Wij zijn bezig met de haalbaarheid van de plannen en dat is momenteel niet gemakkelijk.
Amendement 8-66. In een provinciale verordening worden regels gesteld over de samenstelling van de PPC (artikel 9.1 Wro). Dat is gebeurd in de verordening. Momenteel geldt het huidige reglement. Daarom ontraden GS dit amendement.
Amendement 8-67. De ARO is een adviescommissie voor GS. PS zijn daarvoor kaderstellend, maar dat betreft niet de benoemingen (namen). Hetzelfde geldt voor de taak, werkwijze en samenstelling. Ook dat is volgens de Provinciewet een taak van GS. Het zou raar zijn als wij voorschrijven wat men moet gaan adviseren. Daarom ontraden GS dit amendement.
Amendement 8-68. De inhoud van het ARO-advies gaat over ruimtelijke kwaliteit. GS zijn van plan om zulke adviezen doorgaans over te nemen. Alleen als het een bestuurlijk zeer gevoelige kwestie betreft, wordt het aan de Statencommissie voorgelegd. Het gaat daarbij niet om het al dan niet willen volgen van een ARO-advies. Daarover is in verschillende gremia eerder gediscussieerd. Het amendement wordt ontraden.
Amendement 8-69. Ik begrijp uw zorg over de Brediusgronden en de Vechtoever. Ik wil daarmee heel zorgvuldig omgaan, ik heb dat al eerder aangegeven. Ik heb u al eerder antwoord gegeven op de vraag over de aantallen. Geeft u mij de ruimte en een sleutel om oplossingen te vinden. Ik zie die sleutel als het geven van ruimte voor de Brediusgronden, sport, financiële haalbaarheid en mogelijkheden op de KNSF. Om dat te combineren. Ik wil geen besluiten nemen zonder PS daarin te kennen. Ik heb het eerder gezegd. Er volgen twee grote beslismomenten voor PS om mee te beslissen. Door terug te vallen op de streekplanuitwerking ontneemt u mij allerlei mogelijkheden, inclusief nu nog onvoorzienbare mogelijkheden. Door het aannemen van het amendement ontvalt de grondslag voor het erop gevestigde provinciale voorkeursrecht. Ik hecht eraan om dit niet te verliezen totdat ik ver genoeg ben om u een plan te presenteren. GS ontraden het amendement.
Amendement 8-70. Voor de begrenzing van transformatiegebieden zijn die gebieden aangegeven waarop de planvorming betrekking heeft. Voor de ontwikkelingen in het centrale deel van het transformatiegebied worden ook groenontwikkelingen in het buitengebied gefinancierd. Daarom is het gehele gebied als transformatiegebied aangegeven. Daarom ontraden GS dit amendement.
Motie 8-1. GS adviseren om deze motie wat betreft de ruimtelijk relevante aspecten van deze visies en kaders aan te nemen. Immers, ruimtelijke voorwaarden voor ontheffing worden al in structuurvisie en verordening genoemd. Extra toetsingskaders hoeven door PS niet te worden vastgesteld. Veelal kan worden volstaan met vaststelling door GS. Dit is vergelijkbaar met de vroegere leidraad Provinciaal Beleid. De kaders zijn tenslotte door PS vastgesteld. In de structuurvisie en verordening zijn alle ruimtelijk relevante aspecten vanuit sectorale visies meegenomen bij de integrale ruimtelijke afweging. Ik wil u op basis van deze kanttekeningen adviseren om de motie wat betreft de ruimtelijk relevante aspecten van deze visies en kaders aan te nemen.
Motie 8-2. Dit is volgens GS een onjuiste motie, omdat GS in eerste instantie nooit iets expliciet voorleggen aan een Statencommissie. Het is aan de griffie om onderwerpen te verdelen onder de Statencommissies. Het is aan PS om ruimtelijk dienstbaar te zijn aan functionele bedrijventerreinen.


Meché A.P. van der



Driessen L.M.

Neemt u mij niet kwalijk. De ‘Statencommissie ROG’ moet worden veranderd in ‘PS’. Dus wel voorleggen aan PS.


Eelman-van 't Veer N.D.K.

In welke frasen moet in motie 8-2 ‘Statencommissie ROG’ worden veranderd in ‘PS?’ Is dat in de overwegingen of in het ‘van mening zijnde dat’?


Driessen L.M.

In beide gevallen moet de ‘Statencommissie ROG’ worden veranderd in ‘PS’. Dan is het formeel juist.


Meché A.P. van der

Ik verzoek de motie-indiener om dit in overweging te nemen.


Driessen L.M.

Motie 8-3. Ook hier is weer sprake van voorleggen aan de Statencommissie ROG (van de evaluatie). Ook hier zou ik willen adviseren om dit te veranderen in PS. PS besluiten bij monde van het presidium of de griffie aan welke commissie het is. Ook bij de vorige motie was het zo dat sommige ruimtelijke instrumenten dienstbaar zijn aan functionele commissies. Het kan dus wel ruimtelijk zijn, maar ook dienend voor een (andere) vakcommissie. Niet alles gaat automatisch naar de commissie ROG. Het gaat gewoon naar de Staten. Na deze wijziging van de motie adviseren GS positief over de motie. Ik geef de voorkeur aan een tweejaarlijkse evaluatie, maar het is aan u om te bepalen hoe vaak u wenst te evalueren.


Kardol J.A.

De andere variant is een amendement. U geeft de voorkeur aan een motie. Ik heb begrepen dat moties u meer liggen, omdat je ze – zo begrijp ik – ter zijde kunt leggen, terwijl dat bij een amendement minder gemakkelijk is.


Driessen L.M.

Ik vind het niet rechtvaardig dat u mijn woorden zo uitlegt, omdat het over een heel ander onderwerp gaat. Ik waardeer uw poging.


Kardol J.A.

Het gaat over de keuze tussen een amendement en een motie. U bent over het amendement heen gelopen en hebt gezegd dat u het bij de motie behandelt. Ik verzoek u terug te keren naar het amendement. Waarom kiest u voor de motie en niet voor het amendement?


Driessen L.M.

Mag ik die vraag later beantwoorden? Anders gaat het heel erg ophouden.
Motie 8-4. Het ontheffingsregime in de verordening is consistent. Ook op zich kleine ingrepen, zoals wandel- en fietspaden, kunnen herhaaldelijk in het gebied voorkomen en grote ruimtelijke impact hebben. We noemen dit cumulatie van effecten. Dit geldt voor alle ruimtelijke ingrepen en niet alleen voor wandel- en fietspaden. Deze kleine ingrepen kunnen bij toepassing van het ontheffingsregime van een eenvoudig advies worden voorzien. Alleen is het zo dat heel veel kleine ingrepen samen iets heel groots vormen. Vele kleintjes maken samen een enorme impact. Wij willen dat goed en zorgvuldig kunnen afwegen. GS ontraden dan ook deze motie.
Motie 8-5. Het beleidskader Ruimte voor Ruimte ligt nu niet voor ter besluitvorming. Deze motie moet volgens ons worden betrokken bij de besluitvorming van dit beleidskader. GS verzoeken u daarom om deze motie aan te houden tot de behandeling van dit beleidskader.


Binnema H.A.

Wanneer wordt dit beleidskader in PS behandeld? Als dit op korte termijn is, is het wat anders dan wanneer dat over een of twee jaar zou zijn.


Driessen L.M.

Gedeputeerde Bond is daarvoor de verantwoordelijke gedeputeerde. Hij is momenteel niet bereikbaar. Ik kom er zo spoedig mogelijk op terug bij u.


Meché A.P. van der



Driessen L.M.

Motie 8-6. Recent is een woningbehoeftenonderzoek uitgevoerd. Binnenkort kan het in PS worden besproken. Er bestaan geen grote verschillen van inzicht. De gehanteerde cijfers zijn de meest actuele. Bijlage 4 bevat een overzicht van de binnenstedelijke mogelijkheden. De onzekerheid van de woningbouw in Almere wordt erkend (zie bijlage 5). De meest recente rapportage over de woningbouwbehoefte besteedt aandacht aan de doelgroepontwikkeling. GS adviseren om deze motie aan te houden tot de behandeling van de woonvisie. Dan is de structuurvisie vastgesteld. U kunt dan van daaruit vertrekken met de bespreking van de woonvisie.
Motie 8-7. GS adviseren deze heldere motie aan te nemen.
Motie 8-8. Dit is al bij wet geregeld. Wij zijn er dankbaar voor dat u met ons meedenkt. Wij hebben afgesproken dat wat al geregeld is en dus overbodig is, wordt ontraden. Het is natuurlijk aan u wat u met dit advies doet. De motie is overbodig.
Motie 8-9. De openheid aan de noordzijde van de gemeente wordt beperkt in Warmenhuizen. De oude locatie in de ontwerpstructuurvisie ontsluit een groot deel van het bewoonde gebied. De huidige discussie over bedrijfsverplaatsing heeft uitgewezen dat het nu op de kaart aangegeven gebied het meest voor de hand ligt. Het gaat om hooguit een beperkt aantal bedrijven en er zullen geen grootschalige kassen of bedrijfsbebouwing ontstaan. Daarom ontraden GS u deze motie.
Motie 8-10. Activiteiten die onverenigbaar zijn met de kwaliteit van het landelijke gebied, zoals stallingen en caravans, zijn al uitgesloten. Sturing op verbredingsactiviteiten kan vernieuwingen in de weg staan en daarbij zit je al snel op de ondernemersstoel. De motie is niet in de lijn van versterking van de stads- en plattelandsrelatie. GS ontraden u daarom deze motie.
Motie 8-11. GS adviseren om deze motie aan te nemen. Helder en duidelijk wat we doen met de ov-knooppunten.
Motie 8-3. Ik ontvang zojuist een memo van een ambtenaar over motie 8-3. Daarin staat dat evaluatie van de leidraad en de ARO in 2012 plaatsvindt. Dan kunnen we ook bepalen of er elk jaar of om de twee jaar wordt geëvalueerd. Daarom adviseer ik toch positief over motie 8-3, mits dat in onderlinge samenhang en afstemming gebeurt.


Meché A.P. van der

De heer Kardol heeft nog een vraag gesteld over de voorkeur van de gedeputeerde voor het amendement of de motie. Wordt hierover schriftelijk geantwoord?


Driessen L.M.

De motie was beter.


Meché A.P. van der

Het antwoord is dus dat de motie beter is.


Kardol J.A.

Ik beschouw dat niet als een antwoord, maar als een mening.


Driessen L.M.

Het is de mening van GS.
Motie 8-12. Op dit moment is er nog geen uitgewerkt beleidskader Duurzaamheid dat als toetsingskader of als ontwikkelingskader kan dienen voor experimenten zoals genoemd in de motie. Momenteel wordt in bestaande regelingen, zoals de HIRB, ten behoeve subsidieverlening voor energiebesparing en toepassing duurzame energie wel al getoetst op het aspect duurzaamheid. GS adviseren om deze motie aan te nemen en de ontwikkeling van een beleidskader Duurzaamheid op te nemen in een uitvoeringskader, mits u toevoegt ‘met inachtneming van de SER-ladder’. Het mag namelijk niet zo zijn dat je de SER-ladder kunt omzeilen door iets een pilot of een experiment te noemen.
Motie 8-13. Deze motie is al door gedeputeerde Kruisinga behandeld.


Blokker G.

U bent gedeputeerde Grondbeleid. Daarom zou het goed zijn als u vanuit die invalshoek een reactie geeft op de motie.


Driessen L.M.

Dat is gedeputeerde Meerhof. Bovendien gaat het om integraal beleid. Via programma Amstelscheg worden ontwikkelkansen voor De Ronde Hoep in kaart gebracht. Dat gebeurt via een gebiedsproces waarbij gesprekken worden gevoerd met partijen in het gebied. In de eerste helft van 2011 wordt het uitvoeringsprogramma Amstelscheg vastgesteld. De te nemen maatregelen kunnen daarna worden gerealiseerd. Zij zijn afhankelijk van het gesprek met de partijen in het gebied en van de financieringsmogelijkheden. Gedeputeerde Meerhof heeft al gezegd te werken aan een grondconstructie om naar de zogenaamde schaduwschade te kijken. Het is niet opgenomen in de structuurvisie, omdat het provinciaal belang bestaat uit de calamiteitenberging eens in de honderd jaar.
Motie 8-14. Andere criteria dan de structuurvisie en de leidraad Landschap en cultuurhistorie zijn niet nodig. GS maken een integrale afweging. Daarbij kunnen ambtelijke beleidsstukken en adviezen ondersteunend zijn. De ARO maakt geen integrale afweging, maar adviseert alleen op het punt van de ruimtelijke kwaliteit. Wij ontraden daarom de motie.
Motie 8-15. De verplaatsingsmogelijkheden van bestaande bedrijvigheid zijn heel erg beperkt. Beïnvloeding is alleen mogelijk bij nieuwe bedrijvigheid. Wij ontraden u daarom deze motie.
Motie 8-16. De gemeenten zijn de primair verantwoordelijken voor de onbegrensde gebieden. De landschappelijke kwaliteiten van ontgrensde gebieden worden door het planologische regime van de structuurvisie, verordening en leidraad Landschap en cultuurhistorie en de ARO beschermd. De natuurwaarden van ontgrensde gebieden hebben een planologische basisbescherming (dus niet bouwen buiten bebouwd gebied) en zij kennen een basisbescherming in de Flora- en faunawet (gericht op vrijwel alle soorten met een onderzoeksplicht, ontheffingsregime en zorgplicht). Kortom: een voorstel zoals in de motie bedoeld, is niet noodzakelijk (mits de leidraad en de ARO worden gehandhaafd) en leidt tot volgens GS ongewenste extra regelgeving. Gedeputeerde Heller heeft dit betoog ook in de commissie WAMEN gehouden. De structuurvisie wordt naar aanleiding van de herijking van de EHS pas dit najaar aangepast. De motie wordt daarom door ons ontraden.
Motie 8-17. In de Wro is geregeld dat bij de structuurvisie ook wordt vastgelegd de wijze waarop GS zich voorstellen hoe de voorgenomen ontwikkelingen zullen worden verwezenlijkt. De structuurvisie is weliswaar zelfbindend, maar ten behoeve van de uitvoering staan we sterker met een vastgesteld uitvoeringsprogramma. Daarom wordt deze motie door ons ontraden.
Motie 8-18. De motie is niet nodig, omdat het landelijke gebied volgens ons voldoende is beschermd door de structuurvisie. Daarom wordt de motie door ons ontraden.
Motie 8-19. Buiten bestaand bebouwd gebied is geen verstedelijking toegestaan. Beide voorgestelde onderwerpen zijn al afdoende beschermd door het Waterplan, de wetgeving etc. De motie wordt daarom door ons ontraden.
Motie 8-20. De woningbouwcapaciteit binnen bestaand bebouwd gebied – dus in bestaande bestemmingsplannen – is met 25.500 niet toereikend. De behoefte is namelijk 35.000. Er is dus een tekort van ongeveer 10.000. Tot 2020 is het wel toereikend. Door eerst de huidige capaciteit bestaand bebouwd gebied te benutten, is er wel tot 2020 voldoende capaciteit, maar niet tot 2030. Zie ook de verstedelijkingsafspraken. Het Wieringerrandmeer wordt door de motie weer discussiepunt in GS. De motie wordt u daarom door ons ontraden.
Motie 8-21. Ik adviseer om deze motie aan te nemen, omdat wij ons vanzelfsprekend aan de wet willen houden.
Motie 8-22. Ik adviseer om deze motie aan te nemen, mits PS aan GS daarbij een kader meegeven. U mag zelf bepalen hoe die kaders eruitzien.
Motie 8-23. De zaadveredelingsbedrijven in Enkhuizen waren gelegen in stedelijk gebied in het streekplan Noord-Holland-Noord. Juridisch valt het gebied daarom binnen bestaand bebouwd gebied. Het is aan de gemeente om dit gebied in te vullen. De provincie kan bij functiewijziging een zienswijze indienen, maar zij kan het gebied niet buiten bestaand bebouwd gebied brengen. Daarom wordt de motie door mij ontraden.
Motie 8-24. Rode cirkels zijn digitaal al een aparte laag. Prioritering van de knooppunten zal enige tijd in beslag nemen en in het uitvoeringsprogramma worden uitgewerkt. De problematiek van spoordoorsnijdingen zal worden opgenomen bij de prioritering. Het zal dus een uitwerking van het uitvoeringsprogramma zijn. Mogelijkheid en werkelijkheid van de toevoeging van nieuwe stations zal in het uitvoeringsprogramma nader worden onderzocht. Ik ontraad u daarom deze motie.
Motie 8-25. Onderzoek van de westelijke randweg is al in volle gang. Het gesprek met het Rijk over de mogelijkheid tot overname van de N9 wordt al gevoerd. Hoewel wij heel sympathiek staan tegenover de strekking van de motie, gebeurt het al en dus is de motie overbodig. Daarom wordt de motie door ons ontraden.
Motie 8-26. Aan deze motie wordt al voldaan. Wij informeren PS al stelselmatig. PS worden al bij iedere stap betrokken. Het lijkt me daarom verstandig om de motie wel aan te nemen. Dan hebben we meteen al een motie uitgevoerd. Controle over onszelf is niet overbodig.
Motie 8-27. Ik heb al eerder gezegd dat en waarom ik deze motie ontraad. Ik heb u daarover ook een brief gestuurd. Er zijn afspraken gemaakt. Ik heb de terminologie op pagina 60 en bij het uitvoeringsprogramma globaal aangehouden en heb heel voorzichtig geformuleerd. Ik ontraad u daarom deze motie.
Motie 8-28. Financiële middelen voor de stellingen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zijn vooral provinciale middelen (dekking is TWINH) en niet zozeer rijksmiddelen. PS worden op verzoek altijd geïnformeerd. In 2011 wordt een midtermreview gehouden van het programma Stelling van Amsterdam. Natuurlijk wordt dat ook aan PS voorgelegd. Ik ontraad u daarom deze motie.
Motie 8-29. De verordening bevat algemene regels voor alle gemeenten over wat zij in hun bestemmingsplannen dienen op te nemen. De verordening bevat geen passages over inpassingsplannen, omdat dit provinciale bestemmingsplannen zijn. Daarom moet ik u deze motie ontraden.
Motie 8-30. Ik adviseer om deze motie ongewijzigd aan te nemen, omdat het een ondersteuning vormt van ons beleid. Ik dank u voor deze motie.
Motie 8-31. Binnenkort verschijnt een GS-nota over het programma van eisen voor de gebiedsontwikkeling Haarlemmermeer-Westflank. De definiëring van Regionaal Groen is pas mogelijk bij concretere projecten, dus bij het masterplan. Het is al financieel begrensd door onder andere de PASO-middelen. Een verevening infra kan wettelijk gezien beperkt. Lokale ontsluiting wordt in ieder geval verevend. Het groen 500 ha Rods is al in het bestuurlijk akkoord opgenomen. 400 ha wordt volledig door de woningbouw verevend. Wij vinden de motie daarom niet noodzakelijk. Ik ontraad u dus deze motie.


Meché A.P. van der

Dit was de eerste termijn. We kunnen aan de tweede termijn beginnen. Er is nog een half uur vergadertijd. Is er behoefte aan een tweede termijn?


Bruins Slot J.P.H.

Ik wil nu geen tweede termijn. Ik wil een schorsing. Dat zou echter zonde van de tijd zijn. Daarom stel ik voor om de leidraad in eerste termijn te behandelen. Daarvoor hebben zich slechts vier insprekers aangemeld. Dan hebben we dat gehad en kan de vergadering om 22.00 uur worden gesloten.


Meché A.P. van der

Het voorstel is dus om dit agendapunt vandaag te laten rusten en de vergadering voort te zetten met agendapunt 8b. Kunt u zich daarin vinden? Ja. De heer Gersteling heeft mij gevraagd om een omissie goed te kunnen maken. Hij heeft in zijn eerste termijn vergeten om een amendement in te dienen. Ik wilde hem daar nu ruimte voor geven. Ik zie dat mevrouw Nagel ook nog iets is vergeten in de eerste termijn.


Gersteling F.J.

Ik had gedacht om het in de tweede termijn te doen, maar het is anders gelopen. Het gaat er in mijn amendement om dat in artikel 24 niet is voorzien in de mogelijkheid van nieuwe bebouwing in weidevogelleefgebieden anders dan in het bestaande bouwblok of een uitbreiding van het bestaande bouwblok, bijvoorbeeld doordat er verderop nog een tweede gebouw komt. Dat lijkt ons in een weidevogelleefgebied onwenselijk. Het amendement wil dat repareren. Ik zal het dictum in verband met de tijd niet voorlezen.

Amendement 8-71
Weidevogelleefgebieden

De fractie van de SP dient het volgende amendement in.

Provinciale Staten van Noord-Holland bijeen op 17 mei 2010.

Overwegende dat:
- een serie onderzoekingen van de laatste jaren aantoont dat behalve het beheer, de afwezigheid van opgaande begroeiing en gunstige omgevingscondities, de afwezigheid van bebouwing in hoge mate bepalend is voor het succes van weidevogelpopulaties;
- het onwenselijk is dat in nieuwe bestemmingsplannen nieuwe
bouwblokken worden toegekend in open gebieden;
- uitbreiding op bestaande of uitbreiding van bestaande bouwpercelen
minder schadelijk is voor de weidevogels.

Besluiten:
Artikel 24 Weidevogelleefgebieden lid 1 te wijzigen in:
“Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op weidevogelleefgebieden, zoals op kaart 2 en op de digitale verbeelding ervan aangegeven, voorziet niet in: a. de mogelijkheid van nieuwe bebouwing, anders dan binnen een bestaand bouwblok of een uitbreiding daarvan.” (vervolgen met bestaande tekst onder b, c en d)

Artikel 1 Begripsbepalingen te wijzigen door toe te voegen:
“Bestaand bouwblok: bouwblok vastgelegd in een bestaand bestemmingsplan, zoals dat geld ten tijde van de inwerkingtreding van de verordening.”

En gaan over tot de orde van de dag.


Meché A.P. van der

GS wordt verzocht om hierop een schriftelijke reactie te geven.


Nagel A.M.

Een kleine aanvulling op amendement 8-6. Bij ‘besluiten’, sub 1, b, wordt achter ‘dat in het bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid wordt opgenomen om bij’ tussengevoegd ‘particulier natuurbeheer of’.


Binnema H.A.

Hoe zou deze zin eigenlijk moeten eindigen? De zin eindigt nu namelijk met het woord ‘en’.


Meché A.P. van der

Kan ik het hierbij laten?


Butter D.J.

Het amendement 8-6 is ingediend door CDA en VVD. Ik zou het op prijs hebben gesteld als mevrouw Nagel over de tekstwijziging met mij in overleg was getreden. Mijn fractie is nu enigszins verbaasd.


Meché A.P. van der

Mag ik het daarbij laten?


Loggen C.J.

Mijn fractie zou het op prijs stellen om de beantwoording van de amendementen en moties schriftelijk te ontvangen, omdat er vanavond zoveel amendementen en moties zijn behandeld. We kunnen dan volgende week teruglezen wat er precies is gezegd, inclusief de clustering daarvan.


Meché A.P. van der

U bedoelt dat u het verslag wilt zien? Ik vraag de griffie of dat mogelijk is. Het verslag wordt toegezegd.


Binnema H.A.

Ik wil tevens verzoeken om daarbij een behandelvoorstel te voegen, zodat bijvoorbeeld alle amendementen en moties die te maken hebben met bouwpercelen in volgorde van verstrekkendheid worden aangeleverd. Dan is de stemvolgorde vooraf duidelijk.


Meché A.P. van der

De griffie zal daarvoor zorgen.


8b. Voordracht Leidraad Landschap en Cultuurhistorie


Meché A.P. van der

Het woord is aan de heer Butter.


Butter D.J.

Ik verwijs naar de brief van 23 maart 2010. Dat is een begeleidende brief bij de leidraad. De gedeputeerde heeft bij de beantwoording van moties en amendementen bij het vorige agendapunt gezegd dat GS het advies van de ARO doorgaans zullen overnemen. Is de leidraad sturend of besluitvormend? Volgens de brief van 23 maart 2010 wordt het meer een overlegorgaan. In de commissie is naar voren gebracht dat de leidraad niet het doel heeft om gewenste ruimtelijke ontwikkelingen te blokkeren. Door middel van de leidraad wordt gekeken naar een zo goed mogelijke ruimtelijke inpassing. Ik concludeer daaruit dat er overleg gaande is tussen de ARO en de desbetreffende gemeenten en initiatiefnemers die een plan indienen. Graag duidelijkheid over waar de ARO staat. GS hebben er vooralsnog geen behoefte aan om criteria te stellen voor de ARO, zo bleek bij het vorige agendapunt. Daarom wil ik weten welk karakter het advies van de ARO heeft. Dan nog een vraag over evaluatie. In de brief van 23 maart 2010 en in de voordracht wordt een evaluatieperiode van drie jaar genoemd. Mijn fractie stelt voor om jaarlijks te evalueren en dat te doen met ingang van 2012.


Meché A.P. van der



Heijst A.P. van

Ik heb al in de commissie gezegd dat de leidraad Landschap en cultuurhistorie plezierig is om te lezen. Eens te meer wordt duidelijk hoeveel waardevolle landschappen en cultuurgebieden de provincie Noord-Holland rijk is. Natuurlijk is het geweldig om in een zo mooie provincie te wonen. Het is nog mooier om mee te mogen besturen, maar dat brengt ook grote verantwoordelijkheden met zich mee.
Hoe waarborgt de provincie Noord-Holland dat over tientallen jaren de kwaliteiten van landschap en cultuurhistorie (zoals in deze leidraad benoemd) in Noord-Holland nog steeds zijn geborgd? Zullen de toetsingsinstrumenten zoals de ARO voldoende zijn om de landschappen en de open ruimten, de cultuurhistorische monumenten en alle natuurgebieden met hun eigen kwaliteiten, mooie gebouwen en andere structuren te behouden? Gaat ons dat lukken? Zullen wij niet met al deze kennis op vele momenten voor zware dilemma’s komen te staan? De druk op de open ruimte en de verstedelijking nemen in de Randstad hand over hand toe. Hoe je het ook wendt of keert, er zal buiten bestaand bebouwd gebied worden gebouwd. Daarbij zullen soms keuzes moeten worden gemaakt die, met de kennis die we hebben, niet altijd de meest behoudende zullen zijn. Een voorbeeld is het doorsnijden van een beschermd snelwegpanorama langs de A9, dat is opgenomen in een algemene maatregel van bestuur. De Stelling van Amsterdam, onderdeel van het UNESCO-werelderfgoed, gaat ter hoogte van de Wijkermeerpolder gevaar lopen.
In de bespreking van de leidraad ontbreken in de opsomming van waardevolle zaken de stiltegebieden en duisternisgebieden. Daarover zijn bij het vorige agendapunt voorstellen ingediend, onder andere door GroenLinks. Als die voorstellen niet in de structuurvisie worden overgenomen, behouden wij ons het recht voor om voorstellen in te dienen voor aanvulling van de te behouden of in elk geval aan te wijzen waardevolle gebieden in de leidraad.
GroenLinks is in het algemeen positief over de leidraad, omdat daarin vrijwel alles dat waardevol is in Noord-Holland wordt benoemd. Laten we hopen dat we in 2040 de waardevolle gebieden inderdaad grotendeels hebben kunnen behouden. Laten we ervan uitgaan dat we met deze leidraad de sleutel in handen hebben om te zorgen dat we genoeg van waarde in Noord-Holland over hebben ondanks de enorme druk op de open ruimte.


Heijst A.P. van



Meché A.P. van der



Eelman-van 't Veer N.D.K.

Als een door de burger gekozen politicus behoor je dienstbaar te zijn aan die burger en je daarnaar te gedragen. Een van onze taken is om te bewerkstelligen dat je mede voorwaardenscheppend bent dat er in de provincie op een goede manier gewoond, gewerkt en gerecreëerd kan worden. Vandaag behandelen we een van de belangrijkste zo niet het belangrijkste dossier in deze Statenperiode. Dat is de structuurvisie. De structuurvisie kan voorwaardenscheppend zijn voor een plezierig woon-, werk- en recreatieklimaat.
Een structuurvisie met als belangrijke stelling behoud door ontwikkeling en met als belangrijk uitgangspunt centraal wat moet (dat geldt voor rijks- en provinciewetgeving) en decentraal wat kan (dat betekent dat de verantwoordelijkheid zo dicht mogelijk bij de burger en dus bij gemeentelijke overheid wordt gelegd).
Decentraal - ik kan het niet vaak genoeg verwoorden - als een zeer belangrijk uitgangspunt en in de praktijk de rolwisseling voor de provinciale overheid. We moeten als middenbestuur wennen aan die rolwisseling. Dat hebben we in het afgelopen traject duidelijk gemerkt.
We hebben dat ook ervaren bij de vele insprekers op de leidraad Landschap en cultuurhistorie, evenals de bezorgdheid en de onzekerheid van de burgers en de insprekers over hoe deze leidraad in de praktijk zal functioneren. Immers, hoe zal in de praktijk de bouwontwikkeling gaan als er gebouwd moet worden buiten bestaand bebouwd gebied? Dan is dit een belangrijk instrument. In plaats van een beleidskader is het al een leidraad geworden. Het woord ‘bijbel van de ARO’ is ook verdwenen, maar de CDA-fractie deelt de bezorgdheid van de insprekers wel. In de commissie gaf ik de letterlijke betekenis van leidraad. Een leidraad geeft richting aan. Denk echter ook eens aan het beeld van lijperenbomen. Je dwingt die bomen strak geleid de door jou gewenste richting op te groeien. Nu is het de vraag of deze leidraad geschikt is om op deze manier te leiden of dat hij te vaag blijft geformuleerd met heel veel open einden. Je kunt je ook afvragen of we de gemeenten bij de nieuwe start van de structuurvisie meer vertrouwen zouden moeten geven en de verantwoordelijkheid moeten geven aan de gemeente zelf. De stelling ‘decentraal wat kan’ moeten we daadwerkelijk invullen. Als gemeenten planontwikkeling willen gaan realiseren in het bbg-gebied zijn zij in eerste instantie (denk aan de nieuwe rolwisseling) aan bod. U schrijft zelf in de voordracht voor de leidraad dat de provincie van gemeenten verwacht dat zij de individuele kwaliteiten per dorp als uitgangspunt nemen bij ruimtelijke ontwikkelingen, mits nut en noodzaak zijn aangetoond. Geef die gemeenten dan een volledige kans om plannen op een volwaardige wijze in te dienen en aan de slag te gaan met de structuurvisie en deze leidraad.
Het spijtige is dat de leidraad volgens ons niet voldoende concrete handvaten aanreikt. Hoe zal het ontheffingenbeleid van GS dus in de praktijk uitpakken? Wij zijn daarover bezorgd. Is de leidraad dan alleen maar kommer en kwel? Nee, natuurlijk niet. In de afgelopen discussieperiode is er al veel aangepast in de reacties en beantwoording van GS. Dat gebeurde zelfs in de laatste week. Daarvoor hartelijk dank. Kijk bijvoorbeeld naar de aanpassing van de beleidslijn en hoe deze is bijgesteld voor stolpboerderijen en kerktorens.
De uitspraak van GS dat zij graag over deze beleidslijn in overleg treden met de gemeenten spreekt ons aan. Wij vinden dat een waardevolle toevoeging in onze denklijn over hoe je met elkaar moet omgaan in overheidsland. Een gemeente kan ook best geïnspireerd worden door deze leidraad ondanks het feit dat een inspiratieboek nog moet volgen. Het moge duidelijk zijn uit het betoog van mevrouw Nagel dat wij de ARO - die zo stevig door GS wordt gekoppeld aan de leidraad - niet zien zitten. Wij achten GS zeer wel in staat om zelf de ontheffingsaanvragen te beoordelen, gezien alle instrumenten die er liggen. Voor ons blijven er nog enkele concrete punten over.
We hebben nog steeds moeite met de compenserende maatregelen in paragraaf 2 van de voordracht, omdat wij de archeologische maatregelen fake vinden. Gemeenten moeten uiteraard aandacht hebben voor archeologische waarden, maar om dan te vragen om extra compensatie voort te brengen en aandacht te hebben voor archeologische waarden elders … Die zijn er toch al? Alle archeologische waarden zijn - als het goed is - straks in kaart gebracht.
Wij vroegen in de commissie naar de verhouding tussen enerzijds metropolitaan landschap en anderzijds de Nationale Landschappen en rijksbufferzones. De gedeputeerde heeft daarop het duidelijke antwoord gegeven dat Nationale Landschappen ruimtelijk en juridisch voor gaan, maar in paragraaf 2g zie ik dat antwoord niet terug. Ik wil dat antwoord daar alsnog graag hebben.


Blokker G.

Ik ga terug naar de archeologie. Ik weet dat het CDA zich nadrukkelijk bezighoudt met de mogelijkheden die de bodem biedt voor energie. De bestaansgeschiedenis van Noord-Holland gaat terug tot de prehistorie en misschien zelfs de protohistorie. We hebben dus echt wat in huis en onder de grond. Daarom wil ik graag uitleg van u, want we werken ook in deze provincie met de Richtlijnen van Malta. Dus heeft de provincie duidelijk gemaakt dat een aantal gebieden extra archeologische zorg nodig heeft omdat het dicht aan de oppervlakte zit.


Eelman-van 't Veer N.D.K.

Ik heb gezegd dat wij de zorg voor de archeologische waarden buitengewoon belangrijk vinden, maar wij zien de compenserende maatregelen niet zitten, omdat in de memo (1b) bij deze voordracht wordt gezegd dat er rekening moet worden gehouden met de archeologische waarden (dat vind ik uitstekend), maar ik zie niet in hoe je extra compenserende maatregelen kunt nemen elders in het gebied. Die gebieden zijn toch al beschermd? Zij kunnen dus niet ter compensatie dienen. Zij waren al bestemd als archeologisch waardevol.
Terug naar het begin van mijn betoog. De statusscheppende voorwaarde is om een provincie te hebben waar het goed wonen, werken en recreëren is, maar het uitgangspunt van de ondertitel is behoud door ontwikkeling. Wij hopen dat daarvoor met deze leidraad voldoende ruimte zal worden geschapen. We zijn zeer benieuwd hoe dit instrument in de praktijk zal werken. Daarom hebben we de motie van CU-SGP voor een snelle evaluatie mee ondertekend. De leidraad krijgt vooralsnog het voordeel van de twijfel, maar we zijn benieuwd of het in de praktijk voldoende handvaten biedt om de ontheffingsaanvragen te behandelen.


Meché A.P. van der

Andere fracties die hierover het woord willen voeren? Nee. Dan is het woord aan mevrouw Driessen.


Driessen L.M.



Butter D.J.



Driessen L.M.

Ik begin met te zeggen dat de leidraad Landschap en cultuurhistorie is gemaakt om geen enkel misverstand te laten ontstaan over de inrichting van het gebied. Ik wil niemand bevoordelen en niemand benadelen. Ik wil een duidelijke beschrijving van het gebied. Natuurlijk wil je ook laten zien hoe mooi Noord-Holland is en wat we allemaal in huis hebben. Ik neem aan dat u dat heeft gewaardeerd. Dat is de directe aanleiding tot het schrijven van de nota Landschap en cultuurhistorie. Ook om een houvast te hebben. Je kunt gemakkelijker voor of tegen iets betogen als je een goede DNA hebt of een heel goede omschrijving van de verschillende gebieden. Ik vond het gebrek daaraan een gemis, zeker als je zoveel verantwoordelijkheid op je neemt als in deze structuurvisie, waarin tot 2040 provinciale belangen worden opgenomen en waardoor die provinciale belangen worden uitgevoerd. Het moet dan voor iedereen duidelijk zijn. Er mag dan geen licht tussen zitten.
Waarom is de leidraad zo nuttig voor de ARO? Omdat de ARO de leidraad dan in beeld heeft, daardoor zicht heeft op wat er allemaal in Noord-Holland is, de juiste afweging kan maken en beschikt over de juiste referentiekaders. In GS hebben alle gedeputeerden hun eigen beleidsgebied of facet daarvan. Het geheel vormt het prachtige Noord-Hollandse landschap, of het nu gaat over het eiland of over de drukke gebieden rond Amsterdam en de andere grote steden. Dat is in principe de oorsprong van de leidraad. Wij hebben een behoorlijk strenge verordening door discussies in den lande en met VROM. We hebben een behoorlijk streng artikel 15 in de verordening. Daarom hebben we de leidraad als een leidraad gemaakt. Dus niet als gebiedende wijs. We hebben hem ook nog enigszins aangepast. Als we onverhoopt in een evaluatie ontdekken (PS zijn bezig om de evaluatiemomenten in te bouwen) dat hij nog strenger moet of juist milder moet, dan zal het op dat moment moeten gebeuren. Ik vind het belangrijk om te laten zien wat er is. We hebben een stringente verordening en een goede en duidelijke structuurvisie. Daarom is het niet aan ons om ook nog eens een heel strenge leidraad te hebben. Anders zou alles dichtgetimmerd worden.
Mevrouw Eelman stelde een vraag over de compensatie van de archeologische gebieden. Uit mijn hoofd zeg ik daarover het volgende. Archeologie is natuurlijk moeilijk te compenseren. We hebben bedoeld dat de kracht van het landschap en de kracht van de archeologische waarden in het gebied worden benut in de cultuurhistorische verantwoording. Dus een looppad of een extra voorziening voor de bezichtiging of een extra lamp gericht op het moois waarover we beschikken. Dat is de compenserende maatregel waaraan in de inrichting van een gebied wordt gedacht. Je kunt archeologische waarden natuurlijk niet terugbrengen. Het is dus het benutten en kenbaar maken voor het publiek van extra aandacht aan archeologische waarden elders in het gebied. Het is dus een verbinding. Stel, je hebt hier een schip gevonden en daar een zwaard. Je zou daarvan een looppad kunnen maken. Een extra compenserende maatregel om het gebied nog waardevoller te maken dan het is. Als ik met dit betoog uw twijfel niet kan wegnemen, dan wil ik graag wachten op de evaluatie en het dan toelichten. De verordening is streng en de leidraad is slechts een inventarisatie. Ik kan dat goed rechtvaardigen. De leidraad is geen juridisch vastgeklonken gebeuren. Laten wij er ervaring mee opdoen en die ervaring bij de evaluatie gebruiken.
Ik ben dankbaar voor de positieve woorden van GroenLinks. Inderdaad zullen er buiten bestaand bebouwd gebied keuzes moeten worden gemaakt. Daarom is er de inventarisatie door middel van de leidraad en zijn GS voorstander van de ARO. Het maken van keuzes in de ruimtelijke ordening is weliswaar een kerntaak van de provincie, maar je bent nooit te jong of te oud om te leren van adviezen. Je kunt die adviezen naast je neer leggen. De adviezen zullen altijd gevoegd worden bij de voorstellen die naar de commissie ROG worden gestuurd. GS zullen de adviezen van de ARO betrekken bij hun afweging om tot voorstellen te komen.
Ik kan op dit moment nog niet zoveel zeggen over doorsnijding van snelwegpanorama’s. Als het zover is, zullen we er met elkaar over discussiëren.
De heer Butter vroeg ook naar de ARO en de leidraad. Ik geloof dat ik uw vragen gedeeltelijk heb beantwoord. De ARO is geen overlegorgaan, maar een adviesorgaan. Ik heb in eerste instantie geschetst hoe ik de leidraad Landschap en cultuurhistorie heb bedoeld. Ik heb het niet bedoeld als service, maar als een leidraad voor verschillende doeleinden. Ook voor de ARO, voor GS en voor PS. PS kunnen hun mening baseren op de leidraad Landschap en Cultuurhistorie. De ARO is in die zin een adviesorgaan waar uitgebreide discussies worden gevoerd met de gemeente. U kunt plannen indienen maar u kunt ook discussie voeren. Ik ben blij met de prealabele vorm. Als je van de ARO gebruik wilt maken op basis van de leidraad Landschap en cultuurhistorie, lijkt het me nog waardevoller om beide zaken goed met elkaar te verbinden. Iedereen wordt er dan beter van. De commissie vindt het belangrijk dat de gemeenten vroegtijdig worden geïnformeerd. Daarvoor zullen wij zorgen.
Ik ben het helemaal eens met de evaluatie. Misschien was de drie jaar te optimistisch voor de nieuwigheid van de ARO. Als PS die behoefte hebben, wil ik hen daarin graag volgen.


Meché A.P. van der

Ik stel voor om de tweede termijn van zowel 8a als 8b op 27 mei te doen. Volgens planning begint de vergadering op 27 mei om 20.00 uur, maar ik stel voor om 18.30 uur te beginnen. Vanaf 17.30 uur kan een maaltijd worden genuttigd. 27 mei is een donderdag. U ontvangt uiterlijk komend weekend in elk geval het verslag van de beantwoording door GS van de ingediende moties en amendementen, zoals dat vandaag heeft plaatsgevonden. Bovendien ontvangt u een clustering van de amendementen en moties naar belangrijkheid. Hopelijk ziet u kans om met uw fractie voorafgaand aan de vergadering op 27 mei daarover te hebben vergaderd, zodat we niet meteen hoeven te beginnen met een schorsing voor intern beraad. We beginnen de 27e met de tweede termijn en daarna volgt de stemming over de structuurvisie. Ik overleg met gedeputeerde Heller over agendering van het onderwerp herijking EHS.


Kardol J.A.

Dus wordt volgende week de EHS niet in beschouwing genomen?


Meché A.P. van der

Ik laat u dat nog weten. U krijgt in het weekend de vergaderstukken.


Sluiting


Meché A.P. van der

Ik schors de vergadering (22.05 uur).

Welkom bij Politiek Archief

In Politiek Archief vindt u de digitale bestanden van vergaderingen van allerlei overheidsinstellingen. U kunt bijvoorbeeld zoeken op 'Provincie Noord-Holland', 'Amersfoort' en 'stadsdeel West'.
Typ hier de naam van de overheidsinstelling(en) waar u iets over wilt weten en klik vervolgens op 'Selecteer entiteit'. Daarna kunt u met de buttons op deze pagina de informatie opvragen die u zoekt.


Klik hier voor een uitgebreide uitleg van de zoekopties.

Zoek per gemeente, provincie of waterschap