Klik op de kaart om een entiteit te selecteren

Gemeente Amsterdam, gemeenteraad 28-10-2009






Opening


Cohen M.J.

De VOORZITTER opent de vergadering om 13.03 uur. Ik open de vergadering van de gemeenteraad van Amsterdam.


1. Mededelingen


Cohen M.J.

Er is bericht van verhindering van mevrouw Gazic, mevrouw Hoogerwerf, mevrouw Mahrach, de heer De Wit en de heer Verweij. Ik deel u verder mee dat er sprake zal zijn van een vergadering die drie dagdelen zal omvatten: vanmiddag, vanavond en morgenmiddag. Dat legt een zekere druk op u en trouwens ook op het college om de zaken concies en zo precies en snel mogelijk te behandelen, waarbij de inhoud uiteraard voorop staat.


1a. Onderzoek van de geloofsbrieven en installatie van het nieuwe raadslid de heer F. Beishuizen (VVD)


Cohen M.J.

De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Van der Garde in verband met het onderzoek van de geloofsbrieven van de heer Beishuizen.


Garde M.C. van der

De Commissie tot Onderzoek van de Geloofsbrieven, ingezonden door de heer F. Beishuizen, benoemd verklaard tot lid van de gemeenteraad op 19 oktober 2009, heeft de eer de raad mee te delen dat zij de geloofsbrieven en de verder bij de Kieswet gevorderde stukken heeft onderzocht en dat zij deze in orde heeft bevonden, terwijl haar niet is gebleken van het bestaan van uitsluitingsgronden of van een onverenigbaarheid. De commissie adviseert de raad, op grond hiervan, tot toelating van de heer F. Beishuizen als lid van de gemeenteraad.


Cohen M.J.

De raad stemt daarmee in? Dan verzoek ik de griffier om de heer Beishuizen de raadzaal binnen te geleiden voor het afleggen van de belofte.

“Ik verklaar dat ik, om tot lid van de raad benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik verklaar en beloof dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk, enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de gemeenteraad naar eer en geweten zal vervullen.”


Beishuizen F.

Dat verklaar en beloof ik.


Cohen M.J.

Dan feliciteer ik u met uw installatie als lid van de gemeenteraad van Amsterdam. Ik wens u gedurende de rest van deze periode een heel goede tijd toe. De VOORZITTER schorst de vergadering.


Schorsing


Cohen M.J.

De VOORZITTER heropent de vergadering.


2. Notulen van de raadsvergadering op 30 september en 7 oktober 2009


Cohen M.J.

De notulen worden goedgekeurd.


3. Vaststelling van de agenda


Cohen M.J.



9. Voordracht van het college van burgemeester en wethouders van 16 juni 2009 tot instemming met opschorting van de onderzoeksfase van de verzelfstandiging van het Afvalenergiebedrijf (Gemeenteblad afd. 1, nr. 647)






Cohen M.J.

De voordracht wordt zonder discussie en hoofdelijke stemming goedgekeurd; de raad neemt mitsdien het besluit, vermeld onder nr. 647 van afd. 1 van het Gemeenteblad.


11. Voordracht van het presidium van de gemeenteraad van 15 september 2009 tot vaststelling van een Verordening tot wijziging van het reglement van orde voor de raad van Amsterdam 2009 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 649)






Cohen M.J.

De voordracht wordt zonder discussie en hoofdelijke stemming goedgekeurd; de raad neemt mitsdien het besluit, vermeld onder nr. 649 van afd. 1 van het Gemeenteblad.


12. Voordracht van het presidium van de gemeenteraad van 15 september 2009 tot vaststelling van een Verordening tot wijziging van de Verordening op de raadscommissies 2009 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 650)






Cohen M.J.

De voordracht wordt zonder discussie en hoofdelijke stemming goedgekeurd; de raad neemt mitsdien het besluit, vermeld onder nr. 650 van afd. 1 van het Gemeenteblad.


13. Voordracht van het presidium van de gemeenteraad van 15 september 2009 tot vaststelling van de beleidsregels en de interne werkinstructie met betrekking tot ingebrekestellingen voortvloeiend uit de implementatie van de Wet dwangsom en beroep bij niet






Cohen M.J.

De voordracht wordt zonder discussie en hoofdelijke stemming goedgekeurd; de raad neemt mitsdien het besluit, vermeld onder nr. 651 van afd. 1 van het Gemeenteblad.


15. Voordracht van het college van burgemeester en wethouders van 15 september 2009 tot vaststelling van het voorbereidingsbesluit Afrikahaven (Gemeenteblad afd. 1, nr. 655)






Cohen M.J.

De voordracht wordt zonder discussie en hoofdelijke stemming goedgekeurd; de raad neemt mitsdien het besluit, vermeld onder nr. 655 van afd. 1 van het Gemeenteblad.


16. Voordracht van het college van burgemeester en wethouders van 15 september 2009 tot instemming met het onttrekken van een aantal wegen aan de openbaarheid in Amsterdam Westpoort (Gemeenteblad afd. 1, nr. 656)






Cohen M.J.

De voordracht wordt zonder discussie en hoofdelijke stemming goedgekeurd; de raad neemt mitsdien het besluit, vermeld onder nr. 656 van afd. 1 van het Gemeenteblad.


20. Voordracht van het college van burgemeester en wethouders van 1 september 2009 tot vaststelling van de tweede herziening van het vernieuwingsplan Lelylaan en omstreken en beschikbaarstelling van een aanvullend uitvoeringskrediet (Gemeenteblad afd. 1,






Cohen M.J.

De voordracht wordt zonder discussie en hoofdelijke stemming goedgekeurd; de raad neemt mitsdien het besluit, vermeld onder nr. 668 van afd. 1 van het Gemeenteblad.


21. Voordracht van het college van burgemeester en wethouders van 15 september 2009 tot beschikbaarstelling van uitvoeringskredieten ten behoeve van de transformatie van station Sloterdijk, eventuele realisatie van een alternatieve zuidelijke entree en t






Cohen M.J.

De voordracht wordt zonder discussie en hoofdelijke stemming goedgekeurd; de raad neemt mitsdien het besluit, vermeld onder nr. 670 van afd. 1 van het Gemeenteblad.


Manuel I.R.



Cohen M.J.



Manuel I.R.



Cohen M.J.



Willemse H.



Cohen M.J.



23. Voordracht van het college van burgemeester en wethouders van 15 september 2009 tot vaststelling van een Verordening tot wijziging van de Verordening op de Wet sociale werkvoorziening (Gemeenteblad afd. 1, nr. 658)






Cohen M.J.

De voordracht wordt zonder discussie en hoofdelijke stemming goedgekeurd; de raad neemt mitsdien het besluit, vermeld onder nr. 658 van afd. 1 van het Gemeenteblad.


27. Voordracht van het college van burgemeester en wethouders van 1 september 2009 tot intrekking van de Verordening inburgering gemeente Amsterdam, vaststelling van de Verordening inburgering Amsterdam en wijziging van de lijst A behorende bij de Verord






Cohen M.J.

De voordracht wordt zonder discussie en hoofdelijke stemming goedgekeurd; de raad neemt mitsdien het besluit, vermeld onder nr. 663 van afd. 1 van het Gemeenteblad.


31. Initiatiefvoorstel ter kennisname van het raadslid de heer Manuel, getiteld: Gebruik ecofont professional door gemeente Amsterdam, en instemming met de bestuurlijke reactie op het initiatiefvoorstel (Gemeenteblad afd. 1, nr. 666)






Cohen M.J.

De voordracht wordt zonder discussie en hoofdelijke stemming goedgekeurd; de raad neemt mitsdien het besluit, vermeld onder nr. 666 van afd. 1 van het Gemeenteblad.


5. Mondeling vragenuurtje


Cohen M.J.



1° Vragen van het raadslid de heer Limmen inzake de rellen naar aanleiding van de voetbalwedstrijd Ajax-Dinamo Zagreb


Cohen M.J.

De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Limmen.


Limmen M.H.J.

Afgelopen donderdag speelde Ajax tegen Dinamo Zagreb en na afloop was het weer eens bal. Er waren rellen in de Amsterdamse binnenstad. In totaal zijn er 38 voetbalsupporters opgepakt wegens het verstoren van de openbare orde. Van de 38 aangehouden supporters werden er 18 met een proces-verbaal dezelfde dag weer vrijgelaten. Dit was niet de eerste keer dat er problemen waren met Dinamo Zagreb, althans met de supporters ervan. Mede naar aanleiding daarvan stellen wij de volgende vragen.

Om te beginnen vragen wij ons af of het überhaupt mogelijk is om fans te weigeren. Kunnen we niet gewoon supporters weigeren van een club met wie we zulke slechte ervaringen hebben gehad? Zeker in het licht van het feit dat de beide vorige internationale wedstrijden van Dinamo Zagreb met grote rellen gepaard gingen. Als dit niet kan, kunnen we dan de regeling toepassen die we ook in de Nederlandse competitie toepassen? De supporters worden naar een vak begeleid en na de wedstrijd verlaten ze de stad meteen weer.

Daarnaast willen wij weten hoe het komt dat een groot gedeelte van de hooligans al meteen weer op vrije voeten werd gesteld. Zoals u weet, hebben wij in deze raad gepleit voor een weekendarrangement. Dat houdt in dat mensen die de openbare orde in het centrum hebben verstoord, een aantal dagen worden vastgezet. Kan dat in dit geval ook?

Wij hebben begrepen dat een groot deel van de rellen op de Wallen heeft plaatsgevonden. Daar hangen een heleboel beveiligingscamera’s. Wij vragen ons af of de politie daarvan gebruikmaakt bij het opsporen van de raddraaiers.

Misschien kunt u ook al iets zeggen over de kosten van het politieoptreden.

In het verleden hebt u wel eens lovend gesproken over de mogelijkheden om raddraaiers - en zeker hooligans - in hun portemonnee te treffen. Dat was na afloop van de wedstrijd Ajax-NEC. Wij vragen ons af of ook die mogelijkheid ook deze keer beproefd wordt.


Cohen M.J.

Wij hadden van tevoren al begrepen dat hooligans van Dinamo Zagreb onze kant op wilden komen. We hebben daarom ook maatregelen getroffen. Ik denk dat het heel goed is geweest dat we deze maatregelen hebben getroffen. Dat heeft niet kunnen voorkomen dat er aan het begin van de avond - dus voor de wedstrijd en niet achteraf, toen was het rustig - op een aantal plekken in de binnenstad een gespannen sfeer is ontstaan met enkele opstootjes op de Wallen en het Rembrandtplein. Dat had helemaal niets met voetballen te maken en ik vind het verwerpelijk, juist vanwege de impact ervan op bewoners, ondernemers en bezoekers van de stad. Door die maatregelen en het optreden van de politie is echter erger voorkomen. Er zijn geen massale vechtpartijen geweest, er zijn geen vernielingen aangericht en er zijn geen gewonden gevallen. Ik vind de overlast echter niet aanvaardbaar. Voor zover ik weet, is er door het optreden van de politie geen materiële schade ontstaan. Als dat wel het geval is geweest, dan vind ik dat deze verhaald moet kunnen worden op de hooligans, hoe ingewikkeld dat ook is. Evenals dat bij vorige keren het geval was, zullen wij desgewenst hulp daarbij verlenen.

De aangehouden hooligans hebben een flinke boete gekregen in de orde van grootte van honderden euro’s. Ajax-hooligans worden zonder uitzondering bij de KNVB voorgedragen voor een stadionverbod. Ik ga ervan uit dat ze dat ook krijgen. Bovendien zal ik een brief schrijven aan de UEFA waarin ik vraag om een uitreisverbod voor deze supporters. Niet alleen omdat dit de tweede keer is dat er in Amsterdam rellen hebben plaatsgevonden, maar ook omdat de groep in andere Europese steden bekend staat als een groep die voor rotzooi zorgt. Ik wacht eerst af wat de reactie van de UEFA hierop is.

Waren wij verplicht om deze fans toe te laten? Die verplichting bestaat niet. Als er een ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde bestaat, dan kan ik de komst van supporters van een uitspelende club weigeren. In dit geval hadden wij informatie dat ze hier waren, maar er bestond onvoldoende concrete informatie dat er werkelijk sprake zou zijn van een ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde. Op basis van deze niet concrete, maar wel aanwezige informatie hebben we onze maatregelen getroffen. Bovendien is er altijd het dilemma of we de goeden onder de kwaden moeten laten lijden. In dit geval was dat echter een secundaire overweging.

U vraagt ook waarom er niet voor is gekozen om de groep rechtstreeks naar de ArenA te begeleiden en haar niet vrijuit in de stad te laten bewegen. Het overgrote deel van de voertuigen waarmee de Kroaten zijn gearriveerd, is rondom de ArenA geparkeerd en door de politie doorzocht op wapens. Inzittenden zijn gecontroleerd en hen is gevraagd of zij een identiteitskaart bij zich hadden. Vooraf was afgesproken dat, in het geval er wapens in de voertuigen zouden worden gevonden die niet traceerbaar zouden zijn tot aan een individu, alle inzittenden van het voertuig bij het stadion zouden worden gehouden. In geen van de voertuigen zijn wapens aangetroffen en daarom was er geen grond om de supporters in hun vrijheid van beweging te beperken. Bovendien komt een aantal supporters op eigen houtje en vaak zonder toegangsbewijs naar Amsterdam. In die gevallen is het niet eenvoudig om hen te vragen waar ze vandaan komen en wat ze komen doen en überhaupt een reden te hebben om te zeggen: u komt de stad niet in.

Is een deel van de gearresteerde hooligans dezelfde avond weer vrijgelaten en wat was daarbij de overweging? In de eerste plaats is geen van de gearresteerde verdachten voor het einde van de wedstrijd vrijgelaten. Dat betrof verdachten die een bepaling uit de APV hadden overtreden. Meer dan de helft zat de volgende ochtend nog vast.

U vraagt verder of er nog gebruik is gemaakt van de beveiligingscamera’s. Het antwoord op die vraag is ‘ja’. Er is gebruikgemaakt van die camera’s en op grond daarvan loopt op dit moment nog een opsporingsonderzoek tegen een aantal personen. Voor de gehele wedstrijd zijn ongeveer driehonderd politieambtenaren ingezet. Verder heb ik u al antwoord gegeven op de vraag over het verhalen van de schade die zou zijn aangericht. De gemeente zal zich desgewenst inzetten om dit mogelijk te maken.


Limmen M.H.J.

De burgemeester zegt dat hij de mogelijkheid bezit om de fans van een uitspelende internationale club de toegang tot Amsterdam te weigeren. Hij zegt ook dat hij er in dit geval niet voldoende aanleiding toe zag. Ik wijs op de brief van de burgemeester hierover waarin staat dat er gevreesd moet worden voor een ernstige verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens. Ik vraag mij af hoe ernstig deze vrees bij u moet zijn voordat u besluit dat u helemaal geen zin hebt in de aanwezigheid van deze fans.


Bakker J.L.

Mijnheer Limmen, denkt u een beetje aan de tijd?


Limmen M.H.J.

Ik heb gevraagd of het mogelijk was deze mensen rechtstreeks naar de ArenA te begeleiden. Daar hebt u niet voor gekozen. De burgemeester geeft aan dat mensen, nog helemaal los van de wedstrijd, in hun auto kunnen stappen en naar Amsterdam kunnen komen. Dat klopt. Daar valt niets aan te doen. Dat laat echter onverlet dat u mensen die wel naar de wedstrijd willen en daarnaast ook willen rellen, wel meer in het gareel kunt houden. Waarom kan daar niet voor gekozen worden?


Bakker J.L.



Limmen M.H.J.

U hebt antwoord gegeven op de vragen over de camera’s en de kosten van de politie-inzet. Het is fijn om te horen dat we, als er schade is ontstaan, proberen om de relschoppers in hun portemonnee te treffen. Ik wil tot slot een vraag stellen over het feit dat de helft van de aangehouden personen al snel weer vrijkwam en het signaal dat we afgeven over de ernst van hun optreden. Is het niet mogelijk om hen langer vast te zetten? Bijvoorbeeld in het kader van het weekendarrangement. Het komt vreemd over dat men aan het begin van de avond rellen trapt en later op de avond weer op vrije voeten staat. Op deze drie vragen wil ik graag uw antwoord.


Cohen M.J.

Over de eerste vraag heb ik net al iets gezegd. Als we supporters de toegang willen weigeren, dan moeten we over concrete informatie beschikken. Nu dit tot twee keer toe achter elkaar is gebeurd, ga ik niet voor niets een brief aan de UEFA schrijven waarin ik deze club ernstig in zijn aandacht aanbeveel. Ik heb u al gezegd dat ik eerst de reactie van de UEFA hierop af wil wachten. Uw tweede vraag is of we deze mensen in het stadion kunnen houden. Het verschil met een binnenlandse wedstrijd is dat supporters in dat geval per bus komen. Ze arriveren vlak voor de wedstrijd en gaan dan meteen het stadion in. Dat was in dit geval anders. Er is een veel grotere tijdsspanne tussen het moment dat de club uit Zagreb hier arriveert en de wedstrijd. We moeten dan een argument hebben om de supporters in het stadion te houden. Daarvoor moeten we een juridische grond hebben. Als die er niet is, dan houdt het op. Om die reden hebben we onderzocht of er wapens aanwezig waren. Als dat het geval zou zijn geweest, dan was dat een reden om in te grijpen. Die redenen waren er niet.


Limmen M.H.J.



Cohen M.J.

Uw derde vraag was of we de mensen langer konden vasthouden. De mensen die gearresteerd zijn, zijn vastgehouden zolang als nodig was. Ook daarvoor is een rechtsgrond nodig. De rechtsgrond die we hebben voor de pleinen, geldt niet voor het noodbevel.


Bakker J.L.



2° Vragen van het raadslid mevrouw Van Pinxteren inzake het optreden van de politie en een knokploeg bij een kraakactie op zondag 25 oktober 2009 op de Westermarkt


Bakker J.L.

De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Van Pinxteren.


Pinxteren J. van

Afgelopen zondag werd het pand op de Westermarkt 3 opnieuw, voor de derde keer, gekraakt. Het wil met dit pand maar niet goed komen. Er is sprake van leegstand en verkrotting. Het werd gekraakt, ontruimd voor renovatie die niet doorging. Het werd opnieuw gekraakt en opnieuw ontruimd voor renovatie. Deze renovatie heeft inmiddels plaatsgehad en moet uiterlijk op 24 oktober 2008 klaar geweest zijn. Dit kunnen we uitrekenen vanaf het moment waarop de splitsingsvergunning formeel is afgewezen. Op 25 oktober 2009 is het opnieuw gekraakt. De eigenaar die er bezwaar tegen heeft, beroept zich op het feit dat er nog verbouwingen aan de gang zijn. Dat kan niet waar zijn, want die moeten in 2008 immers gereed zijn geweest. De eigenaar en zijn vrienden, door een politiewoordvoerder systematisch ‘sympathisanten’ genoemd en elders volgens mij terecht ‘knokploeg’ genoemd, stelden zich zondag zeer agressief op. Een aantal zaken bij de gebeurtenissen op zondag verbaast mij en daarom heb ik enkele vragen aan de burgemeester.

Is het u bekend dat de zogenaamde sympathisanten van de eigenaar van het pand gedurende lange tijd zeer agressief optraden, zowel in woord als in gebaar?

Is het u bekend dat de politie het daarom nodig vond om de beide groepen te scheiden door er tussenin te gaan staan?

Kunt u mij uitleggen waarom de politie niet is overgegaan tot arrestatie van de zogenaamde sympathisanten die hoorbaar en zichtbaar bedreigingen en doodsbedreigingen uitten?

Kunt u zich voorstellen dat ik de verklaring die een politiewoordvoerder mij gaf – er waren geen bedreigingen, want er is geen aangifte gedaan – onacceptabel vind?

Kunt u verklaren waarom bij een charge met twee maten wordt gemeten? Waarom wordt wel een kraker aangehouden die zich niet snel genoeg, namelijk niet binnen twee minuten, uit de voeten maakt, terwijl de zogenaamde sympathisanten zich helemaal niet snel uit de voeten maakten, maar van wie niemand is aangehouden?

Ik heb ook nog twee vragen die misschien voor wethouder Gerson bestemd zijn. Is het u bekend dat in het pand Westermarkt 3 momenteel, nog steeds, drie appartementen te koop staan, kijkt u maar op funda.nl, terwijl dat illegaal is, want ze worden niet gesplitst?

Is het u bekend of er gehandhaafd wordt als een pand waarvoor een splitsingsvergunning is afgewezen toch in afzonderlijke appartementen te koop wordt aangeboden?


Cohen M.J.

Mevrouw Van Pinxteren, bij de kraak van het pand aan de Westermarkt was zowel een groep krakers als een groep personen rond de eigenaar van het pand betrokken. U zei dat al. Er ontstond een situatie waarin twee partijen tegenover elkaar stonden. De krakers, door het pand feitelijk in gebruik te nemen, en de groep rond de eigenaar door zich na de kraak ter plaatse te verzamelen. Het is begrijpelijk dat een dergelijke situatie bedreigend kan overkomen. Om de situatie veilig te houden en om ordeverstoringen te voorkomen, heeft de politie de groepen fysiek gescheiden door zich tussen de beide groepen op te stellen. Daarbij is onder andere de aangehouden persoon - iemand uit de groep krakers - gevorderd om zich te verwijderen. Toen deze persoon daaraan geen gevolg gaf, is hij aangehouden. Dat is de reden van zijn aanhouding. Er is dus geen sprake van meten met twee maten, maar van het creëren van een veilige situatie waarbij degene die is aangehouden zich niet heeft gehouden aan een ambtelijk bevel.

Zich bedreigd voelen, is onvoldoende om aan te nemen dat er sprake is van een strafbaar feit. Bedreiging is een ernstig misdrijf. Om tegen een dergelijk misdrijf goed te kunnen optreden, is een aangifte van belang. Het komt voor dat partijen hechten aan hun anonimiteit en er daarom voor kiezen om geen aangifte te doen. Aangezien er geen strafbare feiten zijn geconstateerd en er geen aangifte is gedaan, was er geen reden voor verdere aanhoudingen. De politie heeft de eigenaar gewezen op zijn mogelijkheden om via de civiele rechter zijn recht te halen. Na enige tijd heeft hij dat advies feitelijk opgevolgd.


Bakker J.L.

De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Gerson.


Gerson H.

Het was mij niet bekend dat er drie appartementen te koop worden aangeboden. Mocht dat het geval zijn, dan is dat op dit moment alleen mogelijk als er sprake is van een koop in onverdeeld eigendom. Daarbij worden de kopers gezamenlijk eigenaar van het gehele pand. Het is onjuist dat er geen splitsingsvergunning is of komt. Volgens mijn informatie is een aanvraag voor een splitsingsvergunning in behandeling en bevindt deze behandeling zich in een afrondende fase.

U stelt ook nog een vraag over handhaving. Er wordt niet publiekrechtelijk gehandhaafd op het te koop aanbieden van een woning. Als een appartement te koop wordt aangeboden terwijl dat niet mogelijk is omdat het pand niet gesplitst is, dan is dat een privaatrechtelijke aangelegenheid en dient de notaris erop toe te zien dat er niet iets verkocht wordt wat niet verkocht kan worden.


Pinxteren J. van

Ik wil allereerst reageren op de woorden van de burgemeester. U zegt dat er geen arrestaties gedaan kunnen worden als er geen aangifte is gedaan. Mijn betoog had als strekking dat aangifte nauwelijks nodig was omdat de politie de hele tijd tussen de twee groepen in stond en alle bedreigingen hoorde. Het was geen kwestie van voelen, maar er is voortdurend geroepen: “Ik sla je dood”, “Ik sla zo dadelijk dat mobieltje zodanig op je kop dat je doodgaat” en dat soort zaken. De politie stond erbij. Is dat op zichzelf niet voldoende aanleiding om tot arrestatie over te gaan, als het meerdere malen gebeurt? Die vraag wil ik aan u stellen.

Op funda.nl staat dat er sprake is van volledige eigendom voor elke woning afzonderlijk. Ik interpreteer dat zodanig, dat er geen sprake is van onverdeelde eigendom, maar dat men suggereert dat er een zelfstandig appartementsrecht verkocht wordt. Het verbaast mij dat dit niet bekend is. U zegt dat de splitsing zich in een afrondende fase bevindt. Mijn informatie is dat op 9 december 2008 de splitsingsvergunning definitief is geweigerd. Ook volgens het Kadaster is dat nog steeds het geval. Volgens mij is uw informatie niet up to date.


Bakker J.L.

De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Cohen.


Cohen M.J.

Ik kan alleen maar constateren dat de politie ter plaatse blijkbaar een ander oordeel had over de vraag of de bedreiging zodanig was, dat deze voldoende was om tot aanhouding over te gaan.


Bakker J.L.

De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Gerson.


Gerson H.

Ik kan uw opmerking niet goed beoordelen. Mijn informatie is een kwartier oud en dus in die zin up to date, maar ze kan misschien niet juist zijn. Ik zal het na laten gaan en het lijkt mij het beste dat ik u de informatie schriftelijk toestuur. Over feiten moeten we niet hoeven twisten.


Limmen M.H.J.

Mijn vraag houdt verband met dit onderwerp. De fractievoorzitter van de grootste partij in de gemeenteraad heeft onlangs in een discussieprogramma op AT5…


Bakker J.L.

Mijnheer Limmen, dít onderwerp.


Limmen M.H.J.

Ja, als u mij even uit laat spreken, dan zult u het verband zien. U was de vorige keer ook al erg fluks met uw interruptie. De fractievoorzitter van de grootste partij in de gemeenteraad zei in een discussieprogramma op AT5 dat ze vond dat het kraakverbod en de handhaving ervan misschien een lagere prioriteit op de veiligheidsagenda van dit college zou moeten krijgen. Als u ziet wat er allemaal kan gebeuren met kraken, vroeg ik me af of de burgemeester misschien klare wijn kan schenken over de vraag hoe Amsterdam het kraakverbod gaat handhaven op het moment dat het definitief is ingevoerd.


Cohen M.J.

Mijn positie ten aanzien van de handhaving van de Leegstandswet is niet veranderd. Als u dit debat hoort, dan ziet u meteen waar de gemeente mee wordt opgezadeld als we straks een nieuwe wet krijgen. Dan moeten wij nauwgezet nagaan welk pand hoe lang wel of niet leegstaat.


Limmen M.H.J.



Bakker J.L.

De VOORZITTER geeft het woord aan de heer De Goede.


Goede M. de

Ik heb een vraag aan de burgemeester. Veel krakers doen geen aangifte wegens bedreiging omdat ze anoniem willen blijven. Betekent dit dat krakers vogelvrij zijn? Of bent u het met GroenLinks eens dat mensen die krakers bedreigen wel degelijk een strafbaar feit plegen en dus dienen te worden vervolgd?


Cohen M.J.

U weet even goed als ik dat strafbare feiten bewezen moeten worden. Daar zijn op een gegeven ogenblik getuigen voor nodig en dan kan het ingewikkeld worden. Daar hebt u gelijk in.


Bakker J.L.



3° Vragen van het raadslid mevrouw Bergervoet inzake de invoering van betaald parkeren in Amsterdam-Noord


Bakker J.L.

De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Bergervoet.


Bergervoet M.

Op 1 augustus 2009 is betaald parkeren rondom het Buikslotermeerplein in Amsterdam-Noord ingevoerd. Dit heeft tot grote chaos en commotie geleid. Wie op dat moment in Amsterdam was en tv heeft gekeken, zal het niet zijn ontgaan. Het verkeer stond urenlang compleet vast. De klanten van het winkelcentrum blijven volgens de winkeliers na deze negatieve ervaring weg en doen hun boodschappen in andere winkelcentra. De winkeliers aan het Buikslotermeerplein staat het water inmiddels aan de lippen en het huidige gure economische klimaat werkt ook niet echt mee. De winkeliers hebben zich gisteren met een noodkreet in de vorm van een open brief tot de wethouder Verkeer van de centrale stad gericht. Ze willen duidelijkheid, voor zichzelf en voor hun klanten, over de uitvoering van het betaald parkeren. Bovendien vragen ze vanwege de opgelopen economische schade om een adempauze bij het invoeren van betaald parkeren tot januari 2010.

Naast de winkeliers is er nog een groep die zegt nadeel te ondervinden van de invoering van betaald parkeren. Slagbomen en betaalautomaten vormen een moeilijk te nemen fysieke hindernis voor mindervaliden en gehandicapten. Daarnaast bevindt zich op het terrein, binnen de slagbomen, woonzorgcomplex Het Slufter. Dat woonzorgcomplex wordt bediend door maar liefst achttien bedrijven, inclusief de thuiszorg. In veel gevallen betreft het leveranciers van medische hulp. Er komen bijvoorbeeld mensen die bewoners helpen om hun elastieken kousen en hun steunkousen aan te trekken. Deze diensten moeten ze nu binnen tien minuten leveren, want alleen de eerste tien minuten parkeren zijn gratis. Daarna moeten ze ervoor betalen. De bewoners van Het Slufter hebben laten weten dat ze bang zijn dat deze kosten aan hen zullen worden doorberekend.


Cohen M.J.



Bergervoet M.

De slagbomen zijn nu soms open en soms dicht. Dat is heel erg onduidelijk en leidt ertoe dat klanten wegblijven omdat zij geen risico willen lopen. Al met al lijkt de voorbereiding en de daadwerkelijke uitvoering van het regime van betaald parkeren weinig doordacht te zijn. Ik heb daarom de volgende vragen aan de wethouder.

Wat gaat de wethouder samen met stadsdeel Noord doen in antwoord op de noodkreet die gisteren in de vorm van een open brief aan hem is gestuurd?

Is de wethouder bereid om, uiteraard samen met stadsdeel Noord, het verzoek van de winkeliers te honoreren om de slagbomen open te laten en tot 1 januari 2010 geen parkeergeld te heffen? Op die manier kunnen de winkeliers de terugloop van de klandizie stoppen en hebben zij een lokkertje om de klanten die weg zijn gebleven weer aan zich te binden.

Bent u bereid om in overleg met stadsdeel Noord en de exploitant van de parkeerterreinen de slagbomen helemaal te verwijderen en een ander systeem van betaald parkeren in te voeren dat veel klant- en gebruiksvriendelijker is?


Cohen M.J.

U overschrijdt echt uw tijd. Ik stel voor dat de wethouder eerst deze vragen beantwoordt. Daarna kunt u bekijken of u dat voldoende vindt of niet.


Bergervoet M.



Gerson H.

Ik had een uitgebreid antwoord voorbereid, maar ik zal het kort houden.


Cohen M.J.

Daar houd ik u aan.


Gerson H.

Op de eerste plaats de verantwoordelijkheden. Stadsdeel Noord is in dit geval opdrachtgever en heeft de Dienst Infrastructuur, Verkeer en Vervoer, afdeling Parkeergebouwen ingehuurd om dit uit te voeren. Een tweede punt is dat ik natuurlijk vanwege het overkoepelende parkeerbeleid erbij betrokken ben. Een aantal weken geleden bereikten mij deze berichten. We hebben onmiddellijk actie ondernomen en hebben intensief overleg gevoerd met het stadsdeel en met betrokkenen. Zoals u misschien al uit het persbericht van 28 oktober 2009 hebt kunnen lezen, hebben wij de problemen opgelost in de richting die u hebt aangegeven. Omwille van de tijd zou ik hiermee de vragen 1, 2 en 3 beantwoord willen zien. De daarin genoemde punten zijn opgelost. Vanavond vergadert stadsdeel Noord erover en daarbij kunnen nadere details aan de orde komen.

Vraag 4 gaat over specifieke problemen met De Slufter. Die zijn mij niet bekend. Het lijkt mij een zaak voor het stadsdeel om dit in goed overleg en in de geest van de oplossing die we nu gevonden hebben, af te wikkelen.

Dan uw vragen 5 en 6. De Dienst Parkeergebouwen schakelt bij dit soort zaken de Stichting Gehandicaptenzorg in.


Cohen M.J.

Die vragen waren nog niet gesteld, wethouder.


Gerson H.

Dan beantwoord ik ze toch?


Cohen M.J.

Nee, nee. Ik ga naar mevrouw Bergervoet. Wie weet heeft die nog meer vragen.


Bergervoet M.

De wethouder begon met het beantwoorden van drie vragen over De Slufter. Zijn er signalen dat de dienstverlening is verslechterd of dat kosten aan de bewoners worden doorberekend?

Een volgende vraag is wat de rol is van onze stadsergonoom. We hebben een stadsergonoom. In hoeverre wordt hij of zij betrokken bij het inrichten van parkeerterreinen? Onderzoekt hij hoe toegankelijk ze zijn?

De Partij van de Arbeid wil de suggestie doen om bij de aanleg en de inrichting van parkeerterreinen en -garages standaard een ergonomische effectrapportage te laten maken. Dan hoeven we niet achteraf te constateren dat ze niet functioneren en ze weer aan te passen. De wethouder kende deze vragen blijkbaar al.


Cohen M.J.

De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Gerson.


Gerson H.

Vraag 4: De specifieke problemen bij De Slufter zijn mij niet bekend. Ik ga ervan uit dat het stadsdeel ze in de geest van de nu getroffen oplossingen zelfstandig zal weten af te handelen. Ik zie niet direct een rol voor de stadsergonoom hierbij. Wij gebruiken daarvoor het Gehandicaptenoverleg Amsterdam, dat altijd bij de uitwerking van dit soort zaken is betrokken. Ik constateer met u dat het kennelijk hier met de slagbomen niet erg goed verlopen is. Ik wil ervoor waken om een nieuwe rapportage aan allerlei ontwikkelingen toe te voegen. Daarom lijkt mij een ergonomische effectrapportage voorshands niet nodig. Ik zal er echter op toezien dat de inschakeling van het gehandicaptenoverleg nauwgezetter en beter gebeurt.


Flos R.E.

Ik denk dat de PvdA in dit geval wijze woorden heeft gesproken. Het is in Amsterdam-Noord natuurlijk een totale puinhoop geworden. U bent daar medeverantwoordelijk voor, zo begrijp ik. U gaat namelijk over de Dienst Infrastructuur, Verkeer en Vervoer en de Dienst Parkeergebouwen die hier volgens ons een wanprestatie heeft geleverd. Het lijkt me dan ook niet meer dan juist dat u tegemoetkomt aan de vraag van mevrouw Bergervoet die door de VVD wordt ondersteund, waardoor er een raadsmeerderheid voor bestaat. Zorgt u ervoor dat er tot 1 januari 2010 geen betaald parkeren in Noord wordt ingevoerd. Daarmee zijn kosten gemoeid. Ik heb begrepen dat het stadsdeel de kosten van december betaalt. Bent u bereid om dan de kosten van de maand november te betalen? Wat de ergonomische effectrapportage betreft, het college zou eens wat meer economische effectrapportages over betaald parkeren moeten laten verrichten. In dit geval zien we weer hoe dit college de lokale middenstand naar de filistijnen helpt.


Gerson H.

Ik heb mij dacht ik zeer zorgvuldig uitgedrukt. Het stadsdeel Noord is in dit geval opdrachtgever. De Dienst Parkeergebouwen is opdrachtnemer. Ik heb mij niet uitgelaten over de schuldvraag. In het algemeen is de opdrachtgever verantwoordelijk voor de gang van zaken. Ik voel mij, om uw tweede vraag te beantwoorden, daarom ook niet verantwoordelijk voor het betalen van welke schade dan ook. Wij zijn in overleg met stadsdeel Noord tot een bepaalde oplossing gekomen. Wat uw laatste vraag aangaat, ik heb laatst in de commissie betoogd dat de hoogte van de parkeertarieven leidt tot een betere bereikbaarheid waar het bedrijfsleven als eerste van profiteert.


Cohen M.J.



4° Vragen van het raadslid de heer Bakker inzake de Noord/Zuidlijn wegens berichtgeving in de krant dat het college van het Rijk geld eist voor de Noord/Zuidlijn


Cohen M.J.

De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Bakker.


Bakker J.L.

Afgelopen zaterdag stond in een krant te lezen dat het college bij het Rijk geld gaat eisen voor de Noord/Zuidlijn. Zo heet als de soep in de krant wordt opgediend, zal ze meestal niet gegeten worden, maar dit bericht roept bij ons toch enkele vragen op.

Vindt het college daadwerkelijk dat het recht heeft op een bijdrage van het Rijk?

Komt dit recht voort uit afspraken met het Rijk? Of interpreteert het college bepaalde afspraken als zodanig? Wat de indexering betreft, heeft Amsterdam immers in het stof gebeten. Daarover heeft de rechter een uitspraak gedaan. Ik wil graag enige helderheid daarover.

Kan het college aangeven wat het in het bestuurlijk overleg dat nu gaande is met de heer Eurlings over de MIRT-investeringen bovenaan zet? Een nieuwe zeesluis bij IJmuiden? De Noord/Zuidlijn? Of de Zuidas?


Gerson H.

U hebt het artikel goed gelezen. Daarin werd geen melding gemaakt van woordvoerder Gerson of van iemand namens hem of namens het college. Het college meent dus niet dat het ergens recht op heeft. Ik heb hier al meerdere malen gezegd dat ik in onderhandeling ben met het Rijk, maar dat het om een gevoelige materie gaat en dat ik de onderhandelingen niet via de publiciteit wil voeren. Dat is nog steeds het geval. Het lijkt me dan ook niet verstandig om uitspraken over een recht of wat dan ook te doen.

De agenda van het MIRT bevat ongeveer twintig punten die allemaal hun gewicht hebben. Aan uw lijstje van drie punten kan ik er nog wel vijf toevoegen. Het college vindt het belang van de stad zo groot, dat wij meer dan een prioriteit bij het Rijk kunnen bepleiten.


Bakker J.L.

Ik vroeg u niet of u er dingen aan toe kon voegen, maar wat u het belangrijkste vond.


Gerson H.

Het college meent dat meerdere dingen voor de stad belangrijk zijn en dat het onzinnig is om er één ding uit te halen en dat het belangrijkste te noemen.


Cohen M.J.

Heel verstandig. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Ivens.


Ivens L.

De heer Gerson deed een interessante uitspraak. Hij zei dat alle twintig projecten hun gewicht hebben. Het lijkt mij heel interessant om dat gewicht te weten. Kunt u ons uw lijstje geven en bij elk project het gewicht vermelden? Dat is namelijk interessant.


Gerson H.

Ik word gehinderd door de heer Van Poelgeest die mij toefluistert dat deze dingen geheim zijn. Het MIRT-overleg is op 3 november 2009. Het lijkt mij heel verstandig om u verslag te doen van dat overleg en u te laten weten welke punten er op de agenda staan.


Cohen M.J.



5° Vragen van de raadsleden de heer Bakker en mevrouw Hauet inzake onduidelijkheden over en de inzet van de wethouder bij de sloop van het zogeheten Van Eesterenmuseum in Nieuw-West


Cohen M.J.

De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Bakker.


Bakker J.L.

Ik stel voor dat voor de tweede termijn mevrouw Hauet het woord krijgt. De laatste tijd is er veel commotie ontstaan over de voorgenomen sloop van het zogeheten Van Eesterenmuseum. In de afgelopen jaren zijn met een grote inzet van het Bureau Monumenten de waarderingskaarten gemaakt. Daarmee kunnen we een afwegingskader hanteren bij de beslissing om te slopen dan wel nieuwbouw te plegen. Juist in dat licht roept de voorgenomen sloop van dit als uiterst waardevol bestempelde stukje stad vraagtekens op. Gisteravond hebben veel bewoners tijdens een inspraakavond onomwonden hun bezwaren geuit. Ik heb er al eerder schriftelijke vragen over gesteld waarop het college zeer duidelijke antwoorden heeft gegeven. Nu is er echter weer onduidelijkheid ontstaan over de precieze inzet van het college en in het bijzonder van de wethouder Monumentenzorg. Wij hebben daarom de volgende vragen:

In hoeverre gaat het college zich hard maken voor het behoud van het Van Eesterenmuseum?

Heeft de inzet van het college misschien al geleid tot planaanpassingen?

Hoe verloopt het overleg tussen stadsdeel en college op dit punt?

Kan het college zeggen of al duidelijk is in hoeverre de waarderingskaarten zijn gebruikt als afwegingskader bij de voorstellen?


Cohen M.J.

De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Gerson.


Gerson H.

Het college heeft op dit moment niets toe te voegen aan de antwoorden die het recent heeft gegeven. Er is wat mij betreft ook geen sprake van een verandering in die antwoorden. De antwoorden hebben wel tot diverse reacties geleid en tot meer discussie. Het behoud van het Van Eesterenmuseum is een bevoegdheid van het stadsdeel. Ik heb mij er als wethouder Monumentenzorg in gemengd. Als gevolg van deze inmenging is er binnenkort een bestuurlijk overleg tussen het stadsdeel en mijzelf waarbij wij de plannen heel goed gaan bekijken.

Mijn inzet heeft op dit moment daarom nog niet tot planaanpassingen geleid, maar er is nog geen definitief besluit over het vernieuwingsplan genomen. Dat plan moet nog in het plenum van de commissie Welstand en Monumenten worden behandeld. Wij wachten dat met vertrouwen af. De waarderingskaarten zijn nog niet bestuurlijk vastgesteld door de betrokken stadsdelen. Ze komen begin december 2009 aan de orde in een portefeuillehoudersoverleg. Daarna zal het officiële vaststellingstraject ingezet worden. We zijn echter al enige jaren met die kaarten bezig. Dat was ook de geest van het antwoord van het college. Hoewel ze formeel geen bestuurlijke status hebben, spelen ze wel een belangrijke rol in de discussie.


Hauet S.

Het antwoord van de wethouder is duidelijk. Het stadsdeel is in deze kwestie inderdaad bevoegd. De centrale stad gaat natuurlijk ook over de monumenten en het is in ons belang dat we het erfgoed heel goed bewaken. Ik ben persoonlijk bang dat de toekenning van de status aan een monument als te bewaren erfgoed een wassen neus dreigt te worden als ontwikkelaars, wie het ook zijn, mooie plannen voorleggen. De PvdA wil daar in elk geval voor waken. Daarom is het goed als de centrale stad, zowel de wethouder als de raad, aangeeft dat wij waardevol historisch erfgoed willen bewaren. Ik hoop dat de wethouder, met erkenning van de verdeling van de bevoegdheden, onverminderd probeert te doen wat hij kan om ervoor te zorgen dat de waardevolle panden behouden blijven. Dat is ook de wens van een groot deel van de bewoners die hiermee te maken hebben.


Gerson H.

Ik denk dat we mogen hopen en rekenen op enige mate van moreel gezag van de centrale stad c.q. de wethouder Monumentenzorg. Een laatste opmerking: wij moeten in alle openheid en eerlijkheid erkennen dat het handhaven van monumentaal erfgoed ook kosten met zich meebrengt. Laten we niet wanhopen, als het goed komt - en dat denk ik - dan hebben wij binnenkort met het project Jeruzalem een prima voorbeeld van hoe het wel kan.


Cohen M.J.



4. Mededeling van de ingekomen stukken


Cohen M.J.

1° Brief van de heer drs. J.H. Gerson, wethouder Volkshuisvesting van 17 september 2009 inzake uitvoering motie nr. 51 van 2009 van de raadsleden mevrouw Willemse, mevrouw Bos, de heer Van Drooge, mevrouw Buurma-Haitsma en mevrouw Van Doorninck over vernieuwende zorginitiatieven.

Besloten is, met deze brief de motie als uitgevoerd te beschouwen.

De Raadscommissie Verkeer, Vervoer en Infrastructuur, Dienstverlening, Volkshuisvesting en Monumenten heeft op 14 oktober 2009 kennisgenomen van de uitvoering van de motie.

2° Brief van het college van burgemeester en wethouders van 9 oktober 2009 inzake afhandeling motie nr. 276 van 2009 van de raadsleden mevrouw Van Doorninck, mevrouw Boelhouwer, de heer Flos, de heer Manuel en de heer Van Drooge over creatieve groene speelplaatsen naar aanleiding van het preadvies op de notitie Lekker leven in Amsterdam; een gezonde stad voor kinderen.

Besloten is, de Raadscommissie Zorg, Milieu, Personeel en Organisatie, Openbare Ruimte en Groen op 4 november 2009 kennis te laten nemen van de uitvoering van deze motie en na goedkeuring de motie als uitgevoerd te beschouwen.

3° Brief van mevrouw M. Vos, wethouder Personeel en Organisatie van 23 september 2009 inzake beantwoording motie nr. 418 van 2009 van de raadsleden de heer De Goede en de heer Mulder inzake arbeidsvoorwaarden van het gemeentelijk personeel en wachtgeldregeling voor politiek ambtsdragers.

Besloten is, de Raadscommissie Zorg, Milieu, Personeel en Organisatie, Openbare Ruimte en Groen kennis te laten nemen van de uitvoering van deze motie en na goedkeuring de motie als uitgevoerd te beschouwen.

4° Brief van het college van burgemeester en wethouders van 22 september 2009 inzake afhandeling motie nr. 457 van 2009 van het raadslid de heer Geurts inzake het lokaal actieplan Biodiversiteit (ecologische verbindingszone Teleport).

Besloten is, de Raadscommissie Zorg, Milieu, Personeel en Organisatie, Openbare Ruimte en Groen kennis te laten nemen van de uitvoering van deze motie en na goedkeuring de motie als uitgevoerd te beschouwen.

5° Brief van het college van burgemeester en wethouders van 2 oktober 2009 inzake afhandeling motie nr. 458 van 2009 van het raadslid de heer Geurts over het lokaal actieplan Biodiversiteit (benutten lokale kennis biodiversiteit).

Besloten is, de Raadscommissie Zorg, Milieu, Personeel en Organisatie, Openbare Ruimte en Groen op 4 november 2009 kennis te laten nemen van de uitvoering van deze motie en na goedkeuring de motie als uitgevoerd te beschouwen.

6° Ledenbrief van de VNG van 21 september 2009 inzake activiteiten impulsprogramma Zwerfafval en Programma 2010-2012.

Besloten is, deze brief in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen teneinde door te geleiden naar het stadsdeel Centrum ter afdoening.

7° Ledenbrief van de VNG van 17 september 2009 inzake budget vergoeding taken lijkschouwer bij euthanasiemelding.

Besloten is, deze brief voor kennisgeving aan te nemen.

8° Ledenbrief van de VNG van 23 september 2009 inzake praktijkvoorbeelden duurzaam inkopen en prijsvraag.

Besloten is, deze brief voor kennisgeving aan te nemen.

9° Ledenbrief van de VNG van 30 september 2009 inzake gemeentelijke schuldhulpverlening: wetsvoorstel en tijdelijke extra middelen.

Besloten is, deze brief voor kennisgeving aan te nemen.

10° Ledenbrief van de VNG van 2 oktober 2009 inzake de Lissabonstrategie in Nederlandse regio’s en gemeenten.

Besloten is, deze brief in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afdoening.

11° Ledenbrief van de VNG van 7 oktober 2009 inzake terugdringen overlast en verloedering.

Besloten is, deze brief in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afdoening.

12° Ledenbrief van de VNG van 7 oktober 2009 inzake aankondiging publiekscampagne goed rioolgebruik.

Besloten is, deze brief in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afdoening.

13° Ledenbrief van de VNG van 8 oktober 2009 inzake Wet en Besluit gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen.

Besloten is, deze brief in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afdoening.

14° Ledenbrief van de VNG van 9 oktober 2009 inzake Reparatiewet VROM.

Besloten is, deze brief in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afdoening.

15° Raadsadres van burgers van 14 september 2009 inzake autoriteitsproblemen in de gezondheidszorg.

Besloten is, dit raadsadres voor kennisgeving aan te nemen.

16° Raadsadres van een burger van 18 september 2009 inzake planning autoloze zondag 2009 en 2010.

Besloten is, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afdoening en een afschrift van het antwoord te zenden aan de leden van de Raadscommissie voor Verkeer, Vervoer en Infrastructuur, Dienstverlening, Volkshuisvesting en Monumenten.

17° Raadsadres van de heer H. de Vet, programmadirecteur Platform Arbeidsmarkt en Onderwijs van 21 september 2009 inzake het rapport Barometer van de stageplaatsen en leerbanenmarkt in Amsterdam.

Besloten is, dit rapport voor kennisgeving aan te nemen.

18° Brief van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland van 21 september 2009 inzake informatie over diverse onderwerpen in verband met opstelling begroting 2010 en meerjarenraming 2011-2013 als financieel toezichthouder.

Besloten is, deze brief voor kennisgeving aan te nemen.

19° Raadsadres van een burger van 21 september 2009 inzake tarieven en verordeningen betreffende waterlevering in handen van Waternet.

Besloten is, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afdoening en een afschrift van het antwoord te zenden aan de leden van de Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Waterbeheer en ICT.

20° Raadsadressen van 21 en 28 september 2009 van een burger inzake fraude rondom bouw Stadion Amsterdam ArenA met als gevolg verlies van gemeente Amsterdam aan inkomsten.

Besloten is, deze raadsadressen voor kennisgeving aan te nemen.

21° Raadsadres van een burger van 21 september 2009 inzake belangenverstrengeling tussen raadslidmaatschap en nevenfunctie.

Besloten is, dit raadsadres in handen van het presidium te stellen ter afdoening.

22° Brief van de heer C.J. Pen, programmaleider Onderzoek van Nicis Institute van 22 september 2009 inzake de rapportage Chinatown, Klein Istanbul of toch maar een doorsneebuurt?

Besloten is, deze rapportage voor kennisgeving aan te nemen.

23° Raadsadres van de heer H.E. van Baasbank, algemeen directeur van de Kamer van Koophandel Amsterdam van 22 september 2009 inzake inrichting van het Rode Lopergebied.

Besloten is, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen teneinde te betrekken bij de door hen in te dienen voorstellen ter zake.

24° Raadsadres van een burger van 22 september 2009 inzake de verkeerssituatie op de kruising van het Rijksmuseum en de Museumbrug.

Besloten is, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afdoening en een afschrift van het antwoord te zenden aan de leden van de Raadscommissie voor Verkeer, Vervoer en Infrastructuur, Dienstverlening, Volkshuisvesting en Monumenten.

25° Raadsadressen van burgers van 22 en 23 september 2009 inzake vervroeging van de horecatijden in het kader van het lokale gezondheids-, jeugd- en veiligheidsbeleid.

Besloten is, deze raadsadressen in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afdoening en een afschrift van het antwoord te zenden aan de leden van de Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Integraal Veiligheidsbeleid, Bestuurlijk Stelsel, Bestuursdienst, Regelgeving en Handhaving, Juridische Zaken en Communicatie.

26° Raadsadres van een burger van 24 september 2009 inzake evaluatie van de autoloze zondag 2009.

Besloten is, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afdoening en een afschrift van het antwoord te zenden aan de leden van de Raadscommissie voor Verkeer, Vervoer en Infrastructuur, Dienstverlening, Volkshuisvesting en Monumenten.

27° Raadsadres van een burger van 26 september 2009 inzake afhandeling klachten door het GVB.

Besloten is, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afdoening.

28° Raadsadres van een burger van 28 september 2009 inzake volgen van regulier onderwijs met een handicap en de bureaucratie.

Besloten is, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afdoening en een afschrift van het antwoord te zenden aan de leden van de Raadscommissie Werk en Inkomen, Sociale Infrastructuur, Educatie, Jeugdzaken, Diversiteit en Grotestedenbeleid.

29° Raadsadres van bewonerscomité Voetboogsteeg van 28 september 2009 inzake aanpassing sluitingstijden horeca in verband met overlast.

Besloten is, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen, teneinde het te betrekken bij de door hen in te dienen voorstellen ter zake.

30° Raadsadres van de heer L. Kloosterman, secretaris van de Stichting Vrije Recreatie van 28 september 2009 inzake toeristenbelasting.

Besloten is, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afdoening en een afschrift van het antwoord te zenden aan de leden van de Raadscommissie voor Financiën, Economische Zaken, Luchthaven en Zeehaven.

31° Brief van de heer M. van Poelgeest, wethouder Grondzaken van 30 september 2009 inzake grondprijsbeleid 2010 en ruimtelijke fondsen.

Besloten is, deze brief in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen teneinde het te betrekken bij de door hen in te dienen voorstellen ter zake.

32° Brief van mevrouw G. Verbeet, voorzitter van Taskforce Sport en Bewegen 50+ van 1 oktober 2009 inzake een factsheet om sport en bewegen voor 50+’ers een prominent onderwerp te maken van gemeentelijk beleid.

Besloten is, deze factsheet voor kennisgeving aan te nemen.

33° Raadsadres van een burger van 1 oktober 2009 inzake reactie op het verhoor van burgemeester Cohen tijdens de enquêtecommissie Noord/Zuidlijn.

Besloten is, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen teneinde het te betrekken bij de door hen in te dienen voorstellen ter zake.

34° Raadsadres van mevrouw F. van Diepen-Oost, voorzitter van het Nationaal Park Zuid-Kennemerland van 1 oktober 2009 inzake de natuurbrug over de Zandvoortselaan.

Besloten is, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen teneinde het te betrekken bij de door hen in te dienen voorstellen ter zake.

35° Raadsadres van de heer W. Steumer, namens Negen Straatjes van 2 oktober 2009 inzake de start van het project 1016 ter bescherming van de Negen Straatjes.

Besloten is, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afdoening en een afschrift van het antwoord te zenden aan de leden van de Raadscommissie voor Financiën, Economische Zaken, Luchthaven en Zeehaven.

36° Brief van de heer ir. H. Meijers, directeur van Contraview van 2 oktober 2009 inzake het vervolg op de brief van 19 augustus 2009 betreffende de gemeenteraadsverkiezingen.

Besloten is, deze brief voor kennisgeving aan te nemen.

37° Raadsadres van de heer drs. R.H. de Ruiter, namens Streaming Projects bv van 7 oktober 2009 inzake de reactie op de eerder ingezonden open brief Noord/Zuidlijn van 12 juni 2009 naar aanleiding van de reactie van het college op het advies van de commissie-Veerman.

Besloten is, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen teneinde het te betrekken bij de door hen in te dienen voorstellen ter zake.

38° Raadsadressen van de heer R. Smithjes, general manager van Radisson BLU Hotel, de heer S. Creemers, operations manager van hotel NH Doelen, de heer R.J. Woltering, general manager van Sofital Amsterdam The Grand, de heer P. van Putten, hotel director van NH Hotels, de heer M.P. van Aelst, voorzitter van Luxury Hotels en de heer T.J. Krooswijk, algemeen directeur van Hotel De L’Europe van respectievelijk 9, 13, 15, 23 en 26 oktober 2009 inzake de aanleg van de Rode Loper en de gevolgen voor de bushalteerlocaties aan de Oude Turfmarkt.

Besloten is, deze raadsadressen in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen teneinde ze te betrekken bij de door hen in te dienen voorstellen ter zake.

39° Raadsadres van een burger van 5 oktober 2009 inzake permanente halteplaatsen voor touringcars op het J.D. Meijerplein ter hoogte van het Joods Historisch Museum.

Besloten is, dit raadadres door te geleiden naar het stadsdeel Centrum ter afdoening.

40° Raadsadres van mevrouw drs. E. Eshuis, voorzitter van de Amsterdamse Raad voor de Stadsontwikkeling van 7 oktober 2009 inzake het voorstel de plannen voor het Amstelstation af te stemmen op het Masterplan Wibautas.

Besloten is, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen teneinde het te betrekken bij de door hen in te dienen voorstellen ter zake.

41° Raadsadres van de heer mr. J.J. Heusdens, voorzitter van de Ondernemersvereniging Regio Amsterdam van 12 oktober 2009 inzake de verzelfstandiging van Haven Amsterdam.

Besloten is, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen teneinde het te betrekken bij de door hen in te dienen voorstellen ter zake.

42° Brief van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland van 13 oktober 2009 inzake de workshop Financieel Toezicht.

Besloten is, deze brief voor kennisgeving aan te nemen.

43° Brief van de heer J.H. Gerson, wethouder Verkeer, Vervoer en Infrastructuur van 16 oktober 2009 inzake bestuurlijke reactie op motie nr. 358 van 2009 van de raadsleden mevrouw Gazic, mevrouw Willemse, de heer Van der Burg, de heer Van Drooge en de heer Manuel over vrijkomende brugwachtershuisjes.

Besloten is, de Raadscommissie Verkeer, Vervoer en Infrastructuur, Dienstverlening, Volkshuisvesting en Monumenten kennis te laten nemen van de uitvoering van deze motie en na goedkeuring de motie als uitgevoerd te beschouwen.

44° Ledenbrief van de VNG van 14 oktober 2009 inzake uitvoering motie Haarlemmermeer.

Besloten is, deze brief in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen teneinde deze te betrekken bij de door hen in te dienen voorstellen ter zake.

45° Brief van de heer L.F. Asscher, wethouder Financiën, Economische Zaken, Onderwijs en Inburgering van 12 oktober 2009 inzake evident ingeburgerden naar aanleiding van de toezegging gedaan in de raadsvergadering van 30 september 2009 tijdens de behandeling van de mondelinge vragen over inburgering.

Besloten is, deze brief voor kennisgeving aan te nemen.

46° Brief van mevrouw C. Gehrels, wethouder Sport, Kunst en Cultuur van 22 oktober 2009 inzake beantwoording raadsvragen, gesteld in de gezamenlijke vergadering van de raadscommissies WIJ en VV van 8 oktober 2009, over het programma Maatschappelijke Investeringen, en specifiek over het Danshuis en de Jan van Galenhal aan de Laan van Spartaan.

Besloten is, deze brief te betrekken bij de behandeling van het kredietbesluit ten behoeve van het Danshuis.

47° Brief van de heer E. Gerritsen, bestuursvoorzitter van Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam (BJAA) van 27 oktober 2009 inzake financiering van het Investeringsplan BJAA 2009-2012.

Besloten is, deze brief te betrekken bij de behandeling van agendapunt 6, vaststelling van de begroting 2010.


5A. Interpellatie van het raadslid mevrouw Ornstein van 17 oktober 2009 inzake het interview van hoofdcommissaris Bernard Welten in NRC Handelsblad van 17 oktober 2009 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 687)


Cohen M.J.

De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Van der Burg.


Burg E. van der

Ik was buiten de stad toen dit alles zich afspeelde, maar ook buiten de stad kon ik op 17 oktober 2009 de NRC kopen. Daarin las ik een interview met de heer Welten waarin hij een aantal stevige uitspraken deed. Uitspraken die uiteraard zeer weloverwogen waren omdat de heer Welten altijd zeer weloverwogen is. Bovendien was het artikel natuurlijk van tevoren ter goedkeuring aan hem voorgelegd. Het was daarom geen slip of the tongue. Een paar dagen later volgde er een persverklaring waarin de heer Welten zei dat hij dit niet had moeten zeggen. Daar kunnen we ons van alles bij voorstellen, ook over de manier waarop de verklaring tot stand is gekomen. In de persverklaring stond niet dat zijn uitspraken niet klopten. Hij houdt zijn woorden staande, het was alleen niet zo handig van hem om ze te zeggen.

Hij zegt namelijk nogal wat. Hij zegt dat de samenwerking niet goed is, dat hij zijn ambities heeft moeten bijstellen. Op de vraag: “Voelt u zich in de steek gelaten door burgemeester Cohen?” is het antwoord: “Laat maar, het wordt te ingewikkeld.” Niet: nee, natuurlijk voel ik me niet in de steek gelaten door mijn korpsbeheerder, door mijn burgemeester. De gemeenteraad gaat niet over de samenwerking in de driehoek. Als die samenwerking echter niet optimaal is, dan kan dit de veiligheid van Amsterdammers in het geding brengen. Als de hoofdcommissaris zegt dat hij zijn ambities bij heeft moeten stellen, dan gaat het over ambities op het gebied van de veiligheid. Hij geeft aan dat hij zaken had willen agenderen, maar dat dit niet gelukt is. Uit reacties van anderen in de politiewereld blijkt dat er steun is voor de uitspraken van Welten. De ondernemingsraad prijst “de moed van de heer Welten om zijn stem te laten horen in de richting van bestuurders in dit land die volstrekt onvoldoende oog en oor hebben voor de specialisten in het veiligheidsdomein”. Aldus de ondernemingsraad in Het Parool van 19 oktober 2009. Iets anders geformuleerd, maar met dezelfde boodschap, zegt de Raad van Korpschefs in de NRC van 20 oktober 2009: “De samenleving is ook voor het openbaar bestuur ingewikkeld en turbulent geworden. Hierdoor komt de aansluiting van het beleid op de problematiek van de straat soms meer onder druk te staan.”

Wij hebben de afgelopen tijd ons oor te luisteren gelegd. Dan blijkt dat de politie een aantal keren voorstellen heeft gedaan waarop de reactie in de driehoek negatief leek te zijn dan wel dat ze onvoldoende werden overgenomen. Dat is zorgelijk, want wij zouden daar graag met elkaar over willen debatteren. Afgelopen maandag was er een debat op AT5 met onder andere mevrouw Van der Garde en mevrouw Ornstein waarin mevrouw Ornstein een aantal punten noemde. Gelukkig zei mevrouw Van der Garde dat iedereen het met die voorstellen eens was. Als de PvdA en de VVD het over die voorstellen eens zijn, dan is er een raadsmeerderheid voor. U zult daarom begrijpen dat wij tijdens de komende debatten over de veiligheid in deze stad voorstellen in zullen dienen. Alleen – en dat zeg ik ook tegen mevrouw Van der Garde – is niet iedereen het erover eens, want anders hadden we misschien al een aantal van deze voorstellen op tafel gehad.

Wij hebben begrepen dat de politie graag zou zien dat er meer doorzon- en zoeklichtacties plaats zouden vinden, vooral in Zuidoost. In plaats van twaalf keer per jaar, twaalf keer per week omdat we op die manier criminele activiteiten onmogelijk kunnen maken. De politie heeft ook heel nadrukkelijk gepleit voor één overheid. Het is vreemd dat iemand nog net niet op de lijst van meest gezochte personen staat en ondertussen gewoon zijn paspoort kan laten verlengen zodat hij zijn drugsgeld naar het buitenland kan brengen. De aanpak die nu door de heer Marcouch in Slotervaart wordt voorgesteld, heeft niet alleen de steun van de politie, maar zij meent ook dat deze aanpak op meer plekken toegepast zou mogen worden. Ook bijvoorbeeld in Zuidoost. Ik zou bijna zeggen dat dit aansluit bij de opmerkingen van mevrouw Burke: wat we in Zuidoost nodig hebben, is de aanpak van Marcouch. Laat ik nog een voorbeeld noemen: de catchscan. We hebben overal camera’s in de stad hangen die bekijken of iemand niet te veel vuile stoffen in de lucht uitstoot. De politie heeft laten weten dat we deze camera’s ook voor andere zaken zouden kunnen gebruiken. Dat gebeurt in Rotterdam bijvoorbeeld al wel, maar in Amsterdam nog niet of onvoldoende. Het zijn zaken waarover wij graag met elkaar willen praten.

We hebben begrepen dat de driehoek afgelopen zondag bij elkaar was om te praten over hoe het verder moet. Wij willen graag van de burgemeester zijn kant van het verhaal horen. Tot nu toe heeft de burgemeester zich stil gehouden. Het valt te prijzen dat de burgemeester dit soort zaken niet via de media uitvent, maar de raad is het hoogste orgaan van de stad Amsterdam en hier zouden we wel kunnen praten over de zaken die spelen. Mevrouw Van der Garde zei namelijk in hetzelfde debat waarvoor ik haar net nog een compliment gaf iets heel bijzonders: “Ach, zo belangrijk is Welten toch helemaal niet? Het gaat om de uitvoering op de straat.” Velen van ons kunnen zich nog de discussie herinneren bij de aanstelling van hoofdcommissaris Welten. Hij kreeg een arbeidsvoorwaardenpakket waar de gemiddelde Amsterdammer voor wil tekenen. We hebben honderdduizenden euro’s gespendeerd aan een huis om hem hiernaartoe te krijgen. Het argument van de burgemeester daarbij was: hij is geen gemiddelde Amsterdammer, hij is geen gemiddelde politieagent, hij is een topper. Die topper moesten we hiernaartoe halen omdat hij uitermate belangrijk was voor datgene wat er in de stad aan de hand was. Zo is ook de samenwerking tussen de drie toppers, de burgemeester, de hoofdcommissaris en de hoofdofficier, uitermate belangrijk. Daarom horen wij graag de reactie van de burgemeester op dit verhaal. Wij willen ook graag dat inhoudelijk wordt ingegaan op de voorbeelden die ik net noemde en waarvan ik zei dat we er meer van in Amsterdam moeten hebben.


Bakker J.L.

Logische vragen van de heer Van der Burg naar aanleiding van het interview van korpschef Welten aan de NRC. Ik wil de vragen graag beantwoorden. Ik ben vlak voor publicatie van het interview door de heer Welten geïnformeerd over de inhoud ervan. Mijn eerste reactie was er een van grote verbazing. Bovendien vond en vind ik een aantal uitlatingen onprofessioneel. De heer Welten was dat met mij eens en hij is dat nog steeds met mij eens. Ik vind dat de heer Welten zichzelf tekort heeft gedaan met een aantal door hem in het interview gedane uitspraken. Belangrijker nog: hij doet met dit interview de driehoek en de veiligheid in de stad tekort, zeker in het licht van de stappen die wij de afgelopen jaren hebben gezet. Het is een feit dat Amsterdam de afgelopen vijf jaar een stuk veiliger is geworden. Daar is hard aan gewerkt en daarover had het interview moeten gaan en nergens anders over. Laat ik er meteen een paar voorbeelden van noemen. Laten we eens kijken naar de objectieve veiligheid in Amsterdam. In 2005 stond de index op 91, nu op 84. De subjectieve veiligheid: toen op 81, nu op 75. Het aantal aangiften: toen 96.000, nu 87.000. Het aantal hardekernjongeren: toen 622, nu 497. Zeer actieve veelplegers: toen 754, nu 590. De drugsoverlast is aanzienlijk teruggelopen. De sterkte van de politie: toen 4700, nu 5500. Het aantal vrouwelijke collega’s is toegenomen, het aantal collega’s van diverse komaf is toegenomen. Het ziekteverzuim in het korps is van 6,5% gedaald naar 5,5%. Het zijn overigens allemaal resultaten die u kent, die we vaker in de commissie hebben besproken en waarover ik eerlijk gezegd toen nooit een kwaad woord van u heb gehoord.

De vorige week was ik zelf op vakantie en de heer Welten was in het buitenland. Gedurende de week hebben wij telefonisch contact gehad, ook over de reacties die het interview opriep. De heer Welten heeft mij daarbij geïnformeerd dat hij een verklaring zou opstellen. Die verklaring is ook uitgegaan. De formulering die hij daarbij heeft gekozen, is van hem. Er is in die week ook contact geweest tussen de heer Welten en de heer Bolhaar, de hoofdofficier van justitie. De afgelopen zondag hebben wij in driehoeksverband, de heer Welten, de heer Bolhaar en ikzelf, uitgebreid over de inhoud van het interview gesproken. Wij hebben geconcludeerd dat er, ondanks dat interview, een voldoende basis tussen ons was om verder te willen gaan en verder te kunnen gaan. De heer Welten is een bekwame korpschef die zijn sporen veelvuldig heeft verdiend en die een belangrijke bijdrage levert aan de veiligheid in stad en regio. Ik heb u net een paar van de resultaten genoemd. We praten hier over een korpschef die met zijn korps in elke visitatie hoog scoort. Ik heb de heer Welten gezegd dat een dergelijk interview niet nog een keer moet plaatsvinden. Hij begrijpt dat. Het is aan hem om de schade die is veroorzaakt te herstellen.

Over de onderlinge verhoudingen in de driehoek is in de media het nodige gezegd en ook u hebt ernaar gevraagd. Ik vind dat begrijpelijk gezien de uitlatingen van de heer Welten. Ik kan u ook een duidelijk antwoord geven op uw vragen over de verhoudingen in onze driehoek. Die zijn goed. Natuurlijk, er zijn spanningen geweest. Die zullen er bij tijd en wijle in de toekomst ook zijn. De omgeving van de openbare orde en veiligheid is stressvol en dynamisch. Daar komt bij dat wij alle drie andere personen zijn en het dus ook niet altijd met elkaar eens zijn. Daar is helemaal niets op tegen. Dat belemmert ons echter niet om te komen tot een gezamenlijk beleid. Sterker nog: ik sluit me aan bij de heer Welten als hij zegt dat de samenwerking steeds beter gaat. Overigens al vanaf de periode van de vorige hoofdofficier. Een goede samenwerking wordt bepaald door de professionele en functionele relaties, niet door persoonlijke verhoudingen. De persoonlijke relatie is alleen relevant wanneer deze de professionele relatie aantast en de samenwerking belemmert. Dat is in deze driehoek niet aan de orde. De kracht van de driehoek is dat elke driehoekspartner functioneel en professioneel andere taken, rollen en verantwoordelijkheden heeft en deze effectief samenbrengt ten behoeve van de veiligheid in de stad. Dat zich daarbij verschillen van inzicht over de aanpak van de veiligheid voordoen, spreekt voor zich. Daar komt bij dat de verschillende taken en bevoegdheden inherent spanningen met zich meebrengen. Wij stemmen die af binnen de driehoek en niet daarbuiten. Dat is dé gouden regel voor het goed functioneren van iedere driehoek.

De driehoek bestaat uit de korpschef, de burgemeester en de hoofdofficier als bevoegd gezag. De korpschef heeft zijn eigen politieprofessie. Ten eerste geeft hij leiding aan het gehele politiekorps. In onze regio is dat een omvangrijke taak voor een korps dat bijna zesduizend mannen en vrouwen sterk is. Ten tweede levert de korpschef vanuit de politieprofessie een bijdrage aan de besluitvorming in de driehoek. Tenslotte is hij een belangrijke adviseur van de burgemeesters in de regio en de hoofdofficier over het veiligheidsbeleid. Hij is dat ook voor de korpsbeheerder. De hoofdofficier is het gezag voor de opsporing en vervolging. De burgemeester is belast met de handhaving van de openbare orde en is verantwoordelijk voor het integrale veiligheidsbeleid. Daarover leg ik verantwoording af aan uw raad. Als korpsbeheerder ben ik verantwoordelijk voor het beheer van het politiekorps en ik leg daarover verantwoording af aan het regionaal college. Dat is het complexe krachtenveld waarbinnen wij eendrachtig moeten samenwerken.

De ambities waarover de heer Welten in het interview spreekt, kunnen volledig tot hun recht komen. Ze doen dat ook in de constellatie van de driehoek. Dat is de plaats waar een korpschef agendeert, adviseert en over zijn ambities spreekt. Hij heeft daarvoor ook alle ruimte. Het is mijn taak om over de besluitvorming in de driehoek verantwoording af te leggen in de politieke arena. Het is aan mij om het veiligheidsbeleid publicitair over het voetlicht te brengen, want ik ben ook degene die daar verantwoording over aflegt. De korpschef heeft alle ruimte om, na overleg in de driehoek, over de politieprofessie naar buiten te treden. Hij moet dat ook doen in het belang van zijn eigen korps. Natuurlijk gaat het verwezenlijken van onze ambities ons allemaal nooit snel genoeg. Het ongeduld van de heer Welten daarover in het interview herken ik. Te meer nu hij mij heeft uitgelegd dat hij dit ongeduld bedoelde met het woord ‘ambitie’ en de later gebruikte term ‘uitvoeringsproblemen’.

Laat ik er meteen de voorbeelden bij noemen die de heer Van der Burg noemt. Wat de doorzonactiviteiten betreft, hebt u gezien dat deze in de brief van augustus 2009 genoemd worden. Ze worden uitdrukkelijk genoemd in reactie op de gebeurtenissen in Zuidoost. In de komende maand organiseren wij een expertmeeting over de manier waarop wij één overheid organiseren. Agenderen: ja. Oppakken: ja. En de catchscan is opgepakt. Daar gebeurt allang het nodige mee. Het kan zijn dat wij op dat gebied niet hetzelfde doen als Rotterdam. Als u er een debat over wilt voeren, dan is dat prima. Als u zegt dat dit onderwerp geagendeerd is, maar dat het niet aan de orde is, dan begrijp ik niet goed waar u het over hebt.

De heer Welten heeft mij gezegd dat hij ‘ongeduld’ bedoelde met de term ‘ambitie’ en met de later gebruikte term ‘uitvoeringsproblemen’. U weet ook dat het uiteindelijke tempo van veel partijen afhankelijk is. Ook partijen buiten de driehoek. Partijen waarover wij binnen de driehoek geen zeggenschap hebben. De politie is een belangrijke, maar niet de enige partner op het gebied van de veiligheid in onze stad. Het is mijn verantwoordelijkheid om al deze partijen samen te brengen en ervoor te zorgen dat wij eendrachtig de stad veiliger maken. Dat hebben wij de afgelopen jaren succesvol gedaan. We zijn er nog niet mee klaar en we zullen doorgaan met alle activiteiten die we op dat gebied verrichten.

Wat is ten slotte de conclusie? De driehoek gaat in deze samenstelling verder. Dat wil deze driehoek en dat kan deze driehoek. De kwaliteiten van onze korpschef geven de hoofdofficier en mij het vertrouwen dat wij gezamenlijk de opgaande lijn op het gebied van de veiligheid voor stad en regio kunnen continueren. Ik wil er tot slot aan toevoegen dat datgene wat ik nu heb gezegd ook het oordeel is van de hoofdofficier van justitie.


Burg E. van der

Tja, hoe zal ik hier op reageren? Ik vraag me af hoeveel mensen, op het moment dat hun baas publiekelijk op deze manier over hen praat, besluiten om de volgende dag te gaan solliciteren. De heer Welten zal dat niet doen.


Cohen M.J.

Nee. Dat komt ook omdat we het daar uitvoerig over gehad hebben. Ik heb ook geprobeerd om u duidelijk te maken dat er twee verschillende aspecten in het geding zijn. Het interview was niet goed. Dat heb ik hem ook gezegd en hij is dat met mij eens. Dat had anders gemoeten. Daar staat tegenover dat hij een uitstekend korpschef is met behoorlijk wat resultaten op zijn naam. Ik heb hem ook uitdrukkelijk gevraagd of wij verder gaan. Zijn antwoord daarop was ‘ja’. Ons antwoord was vervolgens ook ‘ja’.


Burg E. van der

Dat lijkt mij ook heel erg goed, want de heer Welten is een uitstekende korpschef. De burgemeester zegt dat de vragen van de VVD terecht zijn in het licht van het interview. Daarna geeft een heel boze burgemeester op een strenge toon aan wat er niet klopte en wat er niet goed was. Ik mis daarin enige vorm van zelfreflectie. U hebt ons net een college gegeven over de verhouding tussen een korpsbeheerder, een korpschef en een hoofdofficier. Ik vermoed echter - en met mij iedereen in deze zaal denk ik - dat de heer Welten dat wel weet. De heer Welten is namelijk geen groentje die pas komt kijken. De heer Welten weet dus ongeveer alles wat u hebt gezegd. Toch kwam hij met zijn noodkreet - door u onprofessioneel genoemd - omdat er blijkbaar toch iets bij hem leeft. De heer Welten voelde zich blijkbaar geroepen om dit in de krant te zeggen en dat is iets wat we serieus mogen nemen. Ik heb ook de ondernemingsraad geciteerd die ook dit signaal afgeeft. Uw strenge toon bevalt me aan de ene kant wel. Houd hem vast, ook als het gaat om de problemen in de stad. Als problemen in de stad ter sprake komen, dan zegt u er echter heel vaak bij: ja, maar u moet wel de problemen begrijpen van de groep die we nu hard aanpakken. Ze heeft wel iets fout gedaan, maar laten we ook luisteren naar de boodschap erachter. Laten we nu ook luisteren naar het signaal dat de hoofdcommissaris hiermee geeft. Laten we ook luisteren naar het signaal dat de ondernemingsraad hiermee geeft. Ik kan mij namelijk niet voorstellen dat de heer Welten alles wat u ons zojuist hebt verteld niet wist toen hij dit interview gaf. Blijkbaar speelt er toch heel nadrukkelijk iets.

Op de voorstellen die ik noemde, reageerde u met te zeggen dat we over sommige zaken een expertmeeting organiseren en sommige zaken al doen. Met de catchscan doen we in Amsterdam bijvoorbeeld minder dan in Rotterdam. De VVD zal daarover het debat met u aangaan in de Commissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Integraal Veiligheidsbeleid, Bestuurlijk Stelsel, Bestuursdienst, Regelgeving en Handhaving, Juridische Zaken en Communicatie. U noemde net cijfers over de veiligheid in de stad. Ze kloppen allemaal. Het zijn allemaal goede cijfers. Ik kreeg gisteren echter als inwoner van Zuidoost een brief in de bus van het stadsdeel Zuidoost. Daarin legde het alle inwoners uit waarom ze toch veilig konden slapen. Zolang de overheid dat soort brieven moet sturen, is er op het gebied van de veiligheid nog verdomd veel te doen.


Garde M.C. van der

Ik heb al eerder iets over deze kwestie in de pers gezegd. Na het interview met de heer Welten in de NRC dachten wij: dit is een interne kwestie voor de driehoek. Daarnaast dachten velen van ons dat het niet zo handig was om dit in de krant te zetten omdat het de verhoudingen natuurlijk op scherp zet. Voor de Partij van de Arbeid is vooral de veiligheid van de Amsterdammers van belang. Wij hebben geen aanwijzingen dat die na de uitlatingen in de NRC in het geding is. Sterker nog: de burgemeester noemde net heel mooie cijfers waar Amsterdam trots op kan zijn. Mijn partij wil heel graag in de Commissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Integraal Veiligheidsbeleid, Bestuurlijk Stelsel, Bestuursdienst, Regelgeving en Handhaving, Juridische Zaken en Communicatie praten over de voorstellen die de VVD in de toekomst wil doen. Uit de antwoorden van de burgemeester blijkt duidelijk hoe lastig de verschillende taken in de driehoek zijn. Debat over de aanpak van de veiligheid in Amsterdam lijkt me heel nuttig. Wij hebben het volste vertrouwen in de burgemeester. Hij is ons aanspreekpunt bij dit onderwerp. Daar wil ik het bij laten.


Doorninck M. van

Ik kan mij helemaal aansluiten bij het vertrouwen dat mevrouw Van der Garde uitsprak, net als bij haar verdere conclusie. Ook wij hebben via de pers duidelijk gemaakt dat we de uitspraken van de heer Welten onhandig en ongewenst vonden. Ik vraag me eigenlijk veel meer af wat de VVD precies wil. U zegt dat de veiligheid van de Amsterdammer in het geding komt als er geen optimale samenwerking is. Ik krijg net van de burgemeester te horen dat de samenwerking goed is en nog eens besproken is. Mij lijkt dat u op dat punt gerustgesteld moet zijn. Verder zegt u ook dat we problemen krijgen als de voorstellen van de politie te weinig worden overgenomen. Ik vind dat de politie voorstellen kan doen die vervolgens worden afgewogen. Ik vraag me heel erg af wat u wilt. Wilt u dat de voorstellen van de heer Welten die niet worden overgenomen op een ander podium worden besproken zoals nu is gebeurd? U hebt dat nu gedaan en de heer Weten heeft het gedaan. U zegt zelf dat u met eigen voorstellen komt. Dat lijkt mij de beste manier. Wat u echter werkelijk wilt, is mij niet duidelijk. U zegt alleen dat de heer Welten zijn ei kennelijk niet kwijt kan en dat wij daar iets mee moeten doen. Wat moeten we daar dan mee? De burgemeester heeft duidelijk gemaakt dat er binnen de driehoek ruimte is voor welk debat dan ook. We hebben in Nederland afgesproken dat daar, binnen de driehoek, zaken worden uitgesproken. Dus nogmaals: het is mij niet duidelijk wat de VVD wil. Het lijkt me heel vreemd dat de VVD wil dat elke ambitie die de politie in de driehoek uitspreekt ook per definitie opgevolgd wordt. Dat zou ons Amsterdam in elk geval niet zijn, mijnheer Van der Burg.


Limmen M.H.J.

De fractievoorzitter van de Partij van de Arbeid concludeert zojuist dat ze er volstrekt op vertrouwt dat deze situatie niet ten koste gaat van de veiligheid in Amsterdam. Dat zeg ik haar niet een-twee-drie na. Waarom niet? Als de politiechef zegt dat hij zijn ambities naar beneden moet bijstellen omdat hij van de burgemeester onvoldoende ruimte krijgt, dan kan ik dat niet rijmen met het vertrouwen dat u net uitsprak.


Garde M.C. van der

Ik zei dat ik geen aanwijzingen heb dat na de uitlatingen in de NRC de veiligheid in het geding is. Ik vind het grappig dat u deze uitlatingen doet. Als u zegt dat de veiligheid wel in het geding is, wat is er dan mis? Er is geen sprake van een debat dat wij niet kunnen voeren of van iets wat wij de burgemeester niet kunnen vragen. Er is discussie over de aanpak. We kunnen linksom gaan of rechtsom, we kunnen iets eerder of later doen. Waarom is volgens u de veiligheid wel in het geding?


Limmen M.H.J.

Dat is precies de vraag die wij aan de burgemeester en de korpschef hebben. Als ik wist wat er mis was en als ik wist wat er niet gedaan wordt, maar wel gedaan zou moeten worden, dan zou dit debat iets inhoudelijker kunnen zijn. Ik denk dat we daar hoe dan ook naartoe moeten. Dat is des poedels kern. Het is een feit dat er wordt geconstateerd dat er kennelijk iets mis is en dat de ambities omlaag moeten worden bijgesteld.


Cohen M.J.

Ik maak hier bezwaar tegen. Ik heb er net van alles over gezegd. De heer Limmen zegt nu dat het een feit is dat de heer Welten zijn ambities moet bijstellen. Ik heb er net het nodige over gezegd. U moet niet net doen alsof ik dat niet gezegd heb.


Limmen M.H.J.

Nee, ik weet heel goed dat u er iets over hebt gezegd.


Cohen M.J.

U zegt: “Het is een feit dat.” Ik heb dat net ontkend.


Limmen M.H.J.

Dat kan zijn. U hebt er net op gereageerd, dat is correct. Het blijft echter nog steeds een feit…


Cohen M.J.

Nee. Dat blijft dus geen feit.


Limmen M.H.J.

Voorzitter, mag ik ook uitpraten? Ik kan me voorstellen dat de burgemeester vol emotie zit. Dat is bij ons ook het geval, maar ik wil graag uitspreken. Ik heb nooit willen suggereren dat er feiten bestaan waarvan u zegt dat ze anders zijn. Daar gaat het mij niet om. Het feit waarop ik duid, is dat de heer Welten wel degelijk in een interview bepaalde uitlatingen heeft gedaan. Daar gaat het mij om. Dat feit bedoel ik. Tegen mevrouw Van der Garde wil ik zeggen dat het een feit is dat dergelijke uitlatingen zijn gedaan en dat we daarmee in een vreemde situatie terechtkomen. Dat probeerde ik te zeggen.


Garde M.C. van der

Ik begreep net van de burgemeester dat volgens hem ‘ambitie’ vertaald zou moeten worden met ‘ongeduld’. Na het antwoord van de burgemeester zei ik dat de veiligheid wat mij betreft niet in het geding is. Ik daag het CDA en de VVD uit om in de eerstvolgende Commissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Integraal Veiligheidsbeleid, Bestuurlijk Stelsel, Bestuursdienst, Regelgeving en Handhaving, Juridische Zaken en Communicatie een interessant, inhoudelijk debat te voeren waarbij u het ongeduld, de uitvoeringsproblemen, de ambitie, hoe u het ook noemen wilt, vertaalt in inhoudelijke voorstellen voor de verbetering van de veiligheid. De burgemeester is al ingegaan op de drie voorbeelden die de heer Van der Burg noemde. Ik zou zeggen: kom met een fantastisch voorstel dat we kunnen bespreken. Daar doe ik graag aan mee. Nu blijven we in een grijs gebied waarin ik me niet thuis voel.


Limmen M.H.J.

U doet nu net alsof wij verantwoordelijk zijn voor dat grijze gebied. Dat is natuurlijk niet waar. Er zijn bepaalde uitlatingen in de pers gedaan en vervolgens debatteren we er met elkaar over. Dat lijkt me ook heel erg zinvol. Als u zegt: laten we er inhoudelijk over debatteren, dan is het CDA natuurlijk graag bereid om die uitgestoken hand aan te nemen. Natuurlijk willen wij met u inhoudelijk debatteren over de manier waarop de veiligheid verbeterd kan worden. Dat lijkt me prima. We gaan dat sowieso doen en dan kunt u niet alleen liberale veiligheidsvoorstellen tegemoet zien, maar ook voorstellen van christendemocratische huize.


Garde M.C. van der

U zegt dat er een grijs gebied is, maar volgens mij bestaat het niet. U zegt dat het bestaat en ik vraag u om het in te vullen. Ik denk niet dat dat mogelijk is. U hebt net de burgemeester heel duidelijk horen zeggen dat het ook helemaal niet het geval is. Ik hoop dat u nog binnen deze periode voorstellen zult doen zodat ik aan het debat deel kan nemen.


Limmen M.H.J.

Laat ik op een andere manier verder gaan. De burgemeester heeft gezegd dat het aan de heer Welten is om de schade te repareren die nu in de beeldvorming is ontstaan. Daarnaast heeft hij gezegd dat de persoonlijke relatie tussen twee mensen alleen relevant is voor zover ze de professionele relatie schaadt. Dat is natuurlijk des poedels kern. U kunt zich misschien voorstellen dat we vreemd aankijken tegen de manier waarop dit de afgelopen tijd is gegaan. Ik heb alle respect voor de uitlatingen van de burgemeester van zojuist, waar we natuurlijk goed naar hebben geluisterd. Als iemand het echter niet eens kan opbrengen om op de vraag of men zich door elkaar in de steek gelaten voelt gewoon ‘nee’ te antwoorden, dan is het niet vreemd dat we hier in deze raad een debat voeren over de vraag hoe het zo ver heeft kunnen komen.

Toen ik hier naartoe fietste, vroeg ik me af: wat moet de Amsterdammer hier nu mee? Wat moet de Amsterdammer van al dit gedoe vinden? Gedoe dat het beeld van de driehoek schaadt. Ik moest denken aan een pakkende slogan van de Dirk van den Broek-supermarkt. Ik weet niet of u het weet, maar destijds luidde die: ‘vraag niet hoe het kan, maar profiteer ervan’. Dat sloeg op de lage prijzen. Daar moest ik aan denken toen ik hiernaartoe fietste. Daarop parafraserend, is mijn vraag aan de burgemeester concreet: wat waren de ideeën van de heer Welten om de veiligheid te verbeteren? Kunt u ons dat vertellen, want dan weten we in het inhoudelijke debat, waar mevrouw Van der Garde en wij zo ontzettend op wachten, waar we het over hebben? Daarmee kunnen we de onrust wegnemen bij de Amsterdammers omdat het beeld is ontstaan dat de mensen die de top van de veiligheid in deze stad vormen, het niet met elkaar eens zijn. Laten we daarom niet alleen zelf goede inhoudelijke ideeën voor de veiligheid in Amsterdam naar voren brengen, maar laten we daarbij ook in alle openheid de ideeën betrekken die de heer Welten de afgelopen tijd heeft geopperd en die kennelijk niet door konden gaan.


Bakker J.L.



Doorninck M. van

U pleit er nu dus voor dat de burgemeester alles wat er in de driehoek wordt besproken en de plannen van de heer Welten nog eens uitgebreid bespreekt in de gemeenteraad. U vindt het belangrijk dat de raadsleden de discussie in de driehoek nog eens over kunnen doen en dat wij alle ambities van de heer Welten omarmen.


Limmen M.H.J.

Nee, dat lijkt mij geen werkwijze waarop we zitten te wachten. De driehoek heeft zijn eigen verantwoordelijkheid. Als uit de driehoek echter signalen komen dat de veiligheidsambities naar beneden moeten worden bijgesteld omdat de voorstellen van de korpschef geen doorgang vinden, dan komen we in een andere fase. In de Commissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Integraal Veiligheidsbeleid, Bestuurlijk Stelsel, Bestuursdienst, Regelgeving en Handhaving, Juridische Zaken en Communicatie moet daar klare wijn over worden geschonken.


Doorninck M. van

Als de korpschef zijn zin niet krijgt, dan kan hij naar de pers stappen en dan wordt er vervolgens een debat over gevoerd in de gemeenteraad.


Limmen M.H.J.

Dat is al gebeurd. Als de hoofdcommissaris in Amsterdam zo nadrukkelijk aangeeft dat de veiligheid kan worden verbeterd, dan moeten we de onrust wegnemen en allemaal weten waarover het gaat. Dat is mijn voorstel.

Tot slot heb ik een vraag aan de burgemeester. U zei: dit was eens, maar nooit weer. Wat als het nog een keer gebeurt?


Alberts R.

Dat is ook de vraag die ik in eerste instantie aan de burgemeester wil voorleggen. Garanties zijn er niet, maar dit is niet de eerste keer dat we over een actie van de heer Welten in de media spreken. Nu weliswaar in de raad, maar meestal in de commissie. Daar was mede de oproep van de SP aan de heer Welten om te vertrekken op gebaseerd. Het gebeurt elke keer en de vraag is hoe we daarmee omgaan. Kunt u garanderen dat een dergelijke actie in de media zich niet nog een keer voordoet? Wat doet u als het wel gebeurt? Is dit echt eens, maar nooit weer? Dat hebben we de vorige keren namelijk ook gehoord. Ik kan me voorstellen dat u nog twee jaar tandenknarsend met elkaar overlegt. U schudt nu uw hoofd, maar voor hetzelfde geld zegt u dat niet hier en plein public. Ik wil echter ook weten welke consequenties u hieruit trekt op het gebied van voorstellen en adviezen. Krijgt de raad die elke keer voorgelegd? Dat zou volgens mij de consequentie zijn als u wilt voorkomen dat we een debat krijgen omdat de media zijn ingeschakeld.


Manuel I.R.

Laat ik mijn woorden zorgvuldig kiezen. D66 kan zich vinden in de uiteenzetting van de burgemeester over zijn kijk op deze kwestie. Wij denken dat het inderdaad goed mogelijk is dat er binnen een bepaalde professionele omgeving een spanningsveld bestaat tussen bepaalde personen en dat dit niet noodzakelijk hoeft te leiden tot een slecht beleid. Het kan zelfs zijn dat de een iets anders wil dan de ander of minder snel iets wil invoeren en dat de consequentie ervan is dat er een heel goed beleid tot stand komt. D66 heeft de indruk dat dit in de driehoek ook het geval is, dat sommigen in de driehoek snel vooruit willen en dat anderen zich iets genuanceerder opstellen en dat dit heeft geleid tot een goed veiligheidsbeleid in Amsterdam. Aan de andere kant is het heel vervelend als deze spanningen tussen verschillende personen naar buiten komen, als er in de media een discussie over ontstaat. Mevrouw Alberts heeft gelijk, dit is niet de eerste keer. Een uitspraak van de burgemeester als: ‘eens, maar nooit weer’ doet niet meer zoveel ter zake. Dit is niet de eerste keer. Ik vind het erg belangrijk dat er een eind komt aan dit soort uitlatingen vanuit de driehoek. U ziet wat er gebeurt. De VVD en ook enigszins het CDA proberen in te breken in de driehoek en zij willen meediscussiëren over de besluiten die daar genomen moeten worden. Dat lijkt mij zeer onwenselijk. Ik wil daarom heel graag van de burgemeester weten hoe hij denkt dat in de nabije toekomst dit lekken uit de driehoek kan worden voorkomen. Als u hier ferm zegt: ‘dit is eens, maar nooit weer’ en de heer Welten zal zich daaraan houden, welke garantie kunt u dan geven? Dit is in het verleden ook al gebeurd en u ziet hoe vervelend en hoe schadelijk dit kan zijn voor de veiligheid in Amsterdam.


Cohen M.J.

Ik geloof niet dat er nieuwe vragen aan mij zijn gesteld. Ik kan daarom terugvallen op datgene wat ik al gezegd heb. De heer Limmen wees op de slogan van Dirk van den Broek: ‘vraag niet hoe het kan, maar profiteer ervan’. Vervolgens vraagt hij echter hoe het kan. Ik ben het dus met Dirk van den Broek eens. Ik heb het net ook al gezegd: we stemmen af binnen de driehoek. Wat daar gebeurd is, leg ik graag aan u voor waarna we erover kunnen discussiëren. Als de raad voorstellen doet, dan weet u dat ik nooit te beroerd ben om daarop te reageren. Verder citeert u mij verkeerd. U zegt: het is eens, maar nooit weer. Ik zal u nog eens precies vertellen wat ik daarover gezegd heb. Ik heb tegen de heer Welten gezegd dat een dergelijk interview niet nog een keer moet plaatsvinden. Hij begrijpt dat en het is aan hem om de schade die het veroorzaakt te herstellen. Ik ga er daarom ook van uit dat dit gebeurt. Mevrouw Alberts denkt dat wij tandenknarsend bij elkaar zitten. Dat is niet zo. Als dat wel het geval zou zijn, dan zouden we niet op deze manier door moeten gaan. Daar is de driehoek veel te belangrijk voor en ook de veiligheid in Amsterdam is daar veel te belangrijk voor. De heer Manuel zegt dat sommigen snel vooruit willen en anderen minder snel. Daar is geen sprake van. We willen allemaal snel vooruit. Zo nu en dan zijn er wetten en praktische bezwaren waar we allemaal tegenaan lopen. Dat is niet alleen op veiligheidsgebied zo. Dat is overal zo. Ik geloof dat ik daarmee nog een keer herhaald heb wat ik eerder al heb gezegd. Daar houd ik het bij.


Bakker J.L.



6. Voordracht van het college van burgemeester en wethouders van 10 september 2009 tot vaststelling van de begroting 2010 van de gemeente Amsterdam (Gemeenteblad afd. 1, nr. 653)


Bakker J.L.

Bij dit agendapunt wordt ingekomen stuk nr. 47 betrokken.


Goede M. de

Ik heb een punt van orde voordat we aan deze bespreking beginnen. Wij stellen zo meteen de begroting vast. Dat doen we elk jaar. Op dit moment beschikken we echter alleen over de raadsdruk. Wat stellen we zo dadelijk vast? De raadsdruk? De raadsdruk plus erratum? Of de definitieve versie van de begroting?


Bakker J.L.

Volgens mij is de raadsdruk plus erratum gelijk aan de definitieve druk.


Asscher L.F.

Zou het in dit verband niet getuigen van dienstbetoon als de raadsleden deze definitieve druk nu ook krijgen?


Bakker J.L.

Ik weet niet waar deze zich nu bevindt, maar na de vergadering zullen we even bekijken of de raadsdruk morgen aanwezig kan zijn.


Asscher L.F.

Volgens mij is deze allang aanwezig en ligt hij al een week klaar in een kamer in dit stadhuis. Misschien kunnen we de griffie vragen om hem uit te delen. Ik heb het er ook al met de heer Van Drooge over gehad. Dat scheelt weer.


Bakker J.L.

Laten we dat straks even bekijken. We gaan nu gewoon beginnen met de behandeling van de begroting.


Mulder M.

De begroting ligt voor ons. Ze gaat over de stad en over Amsterdammers. Amsterdammers verdienen een mooie toekomst. Ze worden nu echter vooralsnog getroffen door de crisis. De hele stad wordt door de crisis getroffen, maar dat is geen reden om bij de pakken neer te zitten. Integendeel, zou ik zelfs willen zeggen. Ik moet steeds vaker aan Natasja Froger denken die zei: “Ik zeg: dóen.” Dat is precies wat er in deze begroting gebeurt. De verantwoordelijkheid van de PvdA voor onze stad is groot en wij beseffen dat terdege. We lopen er ook niet voor weg. Het zit ook niet in de aard van onze partij om dat te doen. Ook nu de economische crisis de Amsterdammers treft en we de komende jaren, als we problemen krijgen met de gemeentelijke financiën, voor lastige beslissingen komen te staan. Zeker, onze partij staat bekend als een debatpartij. U hebt er afgelopen maandag het een en ander van op de tv kunnen zien met de discussie over de AOW. Het liefst pakken we echter aan. Dat is precies wat ons nu te doen staat. Aanpakken en doen.

Ik kan mij nog goed herinneren dat ik de eerste statistieken zag over de stijgende rente, de dalende orderportefeuilles van het bedrijfsleven en de koersen op de beurs. Mijn reactie was er toch een van ongeloof. Zou het nu echt zo erg zijn? Ja, zo erg werd het. Vorige week sprak ik een werknemer uit de haven die net zijn baan was kwijtgeraakt en ik werd getroffen door zijn persoonlijke verhaal over hoe hij zich speelbal voelt in de wereldeconomie en de grote processen waar we als individuele mensen, burgers van deze stad, vaak zo weinig invloed op lijken te hebben. Alles grijpt in elkaar. Alles houdt verband met elkaar. We moeten niet de illusie wekken dat we al deze processen hier kunnen veranderen, maar we kunnen proberen om de gevolgen van de crisis zo klein mogelijk te maken. Dit college grijpt daarbij adequaat in. Een aantal voorstellen van onze fractie wordt goed uitgevoerd. Op de eerste plaats werk. Werk is nu van groot belang. We proberen mensen toe te leiden naar werk in die sectoren waar nog wel vacatures zijn. We laten mensen anderszins participeren via scholing, job-to-job-plaatsing in mobiliteitscentra en in andere vormen. Dat gebeurt allemaal en het is ook hard nodig.

In het voorjaar deden we er nog een schepje bovenop omdat de werkloosheid vaak iets achter de economische effecten aan loopt en we nog een flink deel ervan voor de boeg hebben. Onze fractie concludeerde dat meer onorthodoxe maatregelen mogelijk zijn. In een motie van onze fractievoorzitter mevrouw Van der Garde hebben we gevraagd om het creëren van banen in maatschappelijk nuttige functies waar nog genoeg te doen is. Het college heeft dit in de begroting blijf-aan-de-bal-banen genoemd. Een prachtige naam, maar het gaat natuurlijk om concrete zaken die nu kunnen gebeuren. We helpen nu sportverenigingen, buurthuizen. We kunnen de stad vriendelijker maken voor toeristen doordat we Amsterdammers inzetten in deze maatschappelijk nuttige functies. We verbeteren de openbare ruimte verder. Denk daarbij aan het schoonmaken van de metro of het weghalen van graffiti. Het zijn allemaal zaken waarvoor we nog genoeg mensen kunnen gebruiken. Met deze begroting gaan we dat nu echt doen. Dank u wel, college.


Bakker J.L.



Ivens L.

Ik hoor u een mooi pleidooi houden voor de blijf-aan-de-bal-banen. Het gaat echter om banen. Deelt u mijn mening dat tegenover een baan een eerlijk salaris, minimaal het minimumloon, dient te staan?


Mulder M.

Het gaat om het aan de slag houden van mensen. Ik denk daarom dat we in dit verband de participatie voorop moeten zetten, het meedoen. Het voert te ver om hier op alle uitvoeringsaspecten van deze banen in te gaan. Het gaat ons erom dat mensen in de crisis geen gat in hun cv oplopen en aan de slag blijven. We blijven investeren in de stad en de stad investeert in deze mensen. Daar zijn we trots op.


Ivens L.

Dat is een mooi verhaal, maar u zegt eigenlijk dat u deze mensen aan vrijwilligerswerk wilt helpen. Daar ben ik het mee eens. Wij zijn zeker voor vrijwilligerswerk. Als we het echter banen noemen en als de gemeente banen creëert, dan wil ik dat er ook een eerlijk loon tegenover staat en geen hongerloontje. We kennen een cao-stelsel, we kennen een minimumkoon, laten we dat respecteren. Bent u het daar echt niet mee eens?


Mulder M.

Het zijn tijdelijke banen, mijnheer Ivens. Voorop staat dat deze mensen aan de slag kunnen blijven en dat ze mee blijven doen. Als stad moeten we samen ervoor zorg dragen dat ze niet werkloos worden, want dat is nog erger.


Bakker J.L.



Manuel I.R.

Ik begrijp iets niet. De Partij van de Arbeid bestuurt dit land. U bestuurt deze stad. Op landelijk niveau schaft u de id-banen af. Deze worden met een bepaalde motivatie afgebouwd. Nu komt u met blijf-aan-de-bal-banen. Wat is het verschil?


Mulder M.

Dat is een mooi bruggetje naar mijn volgende opmerking. In deze begroting behouden we juist de Amsterdamse id-banen, de gesubsidieerde arbeid, voor de stad in de vorm van een vangnetregeling voor de mensen die juist nu door de crisis niet doorstromen naar werk. Ik ben heel blij dat dit nu lukt.


Manuel I.R.

De Partij van de Arbeid in Amsterdam stelt dus voor om de id-banen die landelijk georganiseerd waren over te nemen. Om landelijk beleid dat wordt afgeschaft in Amsterdam weer in te voeren.


Mulder M.

Ik wil graag mijn collega Ünver op dit punt het woord geven.


Bakker J.L.

Dat doe ik. Ik begrijp dat u een antwoord hebt op de vraag van de heer Manuel, mijnheer Ünver. Dit is een interruptie waarna de heer Mulder weer verder gaat.


Unver E.

Wij bouwen de id-banen af omdat dit landelijk beleid is. We hebben ze vanaf 2004 in stand gehouden omdat wij het belangrijk vonden dat de gevolgen voor zowel de instelling als de id’er redelijk zouden moeten zijn. We bouwen de id-banen af waarbij mensen overigens gemiddeld 15% meer verdienen dan het wettelijk minimum. Het tijdelijke aspect van deze banen was niet goed gewaarborgd. Dossiers liepen vast en mensen stroomden niet meer uit. Het waren vanaf het begin in- en doorstroombanen. Nu is de tijdelijkheid gewaarborgd. Er vallen geen gaten in het cv van mensen. Het belang van de mensen, dat ze zich verder kunnen ontwikkelen, staat ook voorop. Daarom hebben we een tijdelijke maatregel verzonnen. Er zijn grote verschillen met de id-banen, zowel aan de inkomenskant als wat het daadwerkelijke werk betreft en de positie waarin de mensen komen te verkeren.


Manuel I.R.

Met alle respect, maar ik moet toch concluderen dat de Partij van de Arbeid in Den Haag id-banen afbouwt en dat de Partij van de Arbeid in Amsterdam ze vervangt door blijf-aan-de-bal-banen. U kunt wel zeggen dat ze qua opzet iets anders zijn, maar het idee is hetzelfde.


Unver E.

U concludeert verkeerd. U kunt concluderen dat ook de Partij van de Arbeid in Amsterdam bezig is om de afbouw van de id-banen te intensiveren. Dat is de conclusie die u moet trekken.


Bakker J.L.

Dan kan ik nu het woord weer aan de heer Mulder geven? U blijft woordvoerder op dit punt, mijnheer Mulder?


Mulder M.

Maar natuurlijk. Laten we maar niet al te veel op de Haagse discussie ingaan, want dan heb ik voor D66 ook nog wel een paar asociale maatregelen.


Manuel I.R.

Komt u maar op. Geen probleem.


Mulder M.

De PvdA heeft een conferentie georganiseerd en heeft veel contact gehad over de gang van zaken. Mensen die werkloos worden, krijgen eerst een WW-uitkering die op rijksniveau is georganiseerd. Na verloop van tijd, als re-integratie nog niet gelukt is, komen zij in de bijstand terecht. Wat ons opvalt, is dat de rijksregelingen en de gemeentelijke regelingen op dat punt niet altijd goed op elkaar aansluiten. Het instrumentarium sluit niet soepel op elkaar aan. Door middel van een motie vragen wij om er zorg voor te dragen dat mensen door de overheid eenduidig bediend worden en dat de overheid ervoor zorgt dat de regelingen goed op elkaar aansluiten. Datzelfde geldt voor de jeugdwerkloosheid. Voor jonggehandicapten hebben we nu de Klijnsma-gelden ter bestrijding van de jeugdwerkloosheid, met dank aan de inzet van de PvdA in Den Haag. We hebben hier ons ambitieuze onderwijsbeleid en ons ambitieuze jeugdbeleid. Wij vragen in een motie om al deze maatregelen beter aan de voorkant op elkaar te laten aansluiten.

Onze inzet op werk is ook geïnspireerd op onze overtuiging dat armoede uiteindelijk pas op te heffen is door participatie en werk. Dat laat echter onverlet dat wij er alles aan willen doen om mensen, ook met een laag inkomen, zo goed mogelijk hun leven te laten leiden. We zijn daarom blij met de investering van 4 miljoen euro in deze begroting in specifiek armoedebeleid gericht op de crisis.

Een volgend aspect waar ik aandacht voor wil vragen, betreft de Amsterdamse ondernemers. Zij merken de gevolgen van de crisis in hun omzet. Vooral kleine ondernemers hebben persoonlijk vaak met grote gevolgen te maken. Wij hebben een aantal voorstellen gedaan om mensen zo goed mogelijk hun bedrijf te laten voortzetten en de belemmeringen daarvoor zoals het verbod op de koopzondag weg te nemen. We zijn blij dat dit nu gebeurt en ook om andere redenen zijn we er natuurlijk voor. Het geeft meer mensen de kans om te ondernemen. Denk daarbij ook aan het voorstel dat de raad vlak voor de zomer heeft aangenomen om aanbestedingen te ontclusteren. Als opdrachten vanuit de markt wegvallen, is de overheid een van de weinige partijen die nog investeert. De gemeente zet enkele honderden miljoenen euro’s in de markt waarvan het bedrijfsleven kan meeprofiteren. Wij denken dat door het ontclusteren en in kleine porties hakken van overheidsaanbestedingen meer bedrijven, ook kleine en middelgrote bedrijven, daaraan mee kunnen doen. Voor het voorstel om 25% van de omzet bij deze ondernemers als onderaannemer terecht te laten komen, is ons voor het eind van 2009 een preadvies beloofd. Daar wachten we met belangstelling op. We hopen dat er we in 2010 mee kunnen beginnen.

We willen graag actie zien als het gaat om het betalen van facturen door de gemeente. De raad heeft, op voorstel van onze fractie, gevraagd om ze binnen dertig dagen te betalen, maar het gebeurt nog niet of te weinig volgens onze indruk. Wij willen er nu echt werk van maken. Daarom vragen wij de accountant om dit te volgen en er tussentijds over te rapporteren. Op die manier kunnen we de verschillende gemeentelijke onderdelen scherp houden en er discipline in brengen. We hebben in andere situaties gezien dat dit echt werkt. Voor ondernemers is een snelle financiële afhandeling, zeker nu, erg belangrijk.


Bakker J.L.



Drooge A.H. van

De heer Mulder wil de accountant vragen om door het hele jaar heen te controleren, op regelmatige basis, want anders hebben we er weinig aan, of facturen wel op tijd betaald worden. Of wilt u dit aan het eind van het jaar laten doen als ze toch een controle houden?


Mulder M.

Wij willen de accountant een specifieke opdracht meegeven zoals we wel vaker doen. Wij vragen daarbij ook om een tussentijdse rapportage. Dat lijkt ons een goed idee. Laat ik er verder niet te veel woorden aan vuil maken, zo ingewikkeld is snel betalen ook niet. Ik zou zeggen: gewoon doen. Een laatste opmerking in dit verband geldt voor de elektronische facturen. We zouden onderzoeken of deze nog sneller betaald kunnen worden, binnen drie dagen. Kunt u daar straks iets meer over zeggen, want daarop ontbreekt nog een reactie?

Voor veel mensen is het leven ingewikkelder geworden door de crisis. Voor de een kan het effect groot zijn, omdat hij zijn baan is verloren of omdat zijn bedrijf over de kop is gegaan. Voor de ander zal het effect kleiner zijn en zal het gaan om minder ruimte voor franje. Een iets minder groot verjaardagsfeest of een vakantie in eigen land in plaats van in Spanje. In alle gevallen hoeft het leven zelf er niet per se slechter op te worden, zolang we elkaar in deze stad maar met warmte blijven benaderen en niet elkaar de schuld geven, maar elkaar juist opzoeken om er samen beter uit te komen. Wij willen bijdragen aan één Amsterdam, waar iedereen de vrijheid heeft zichzelf te zijn, ieder naar zijn eigen aard of met zijn eigen merkwaardigheden en in het besef dat deze vrijheid niet kan bestaan zonder verbondenheid en verantwoordelijkheid voor een gedeelde toekomst. We beoordelen een ander op waar hij heen gaat, niet op waar hij vandaan komt.

Deze toekomst biedt kansen, maar – eerlijk is eerlijk – ook bedreigingen. Kansen omdat het straks ook weer goed gaat met de economie. Economen kunnen niet alles voorspellen, maar dat toch wel. De bedreigingen liggen vooral op het gebied van de financiën, want het Rijk heeft al aangekondigd dat op het moment dat de economische groei weer toeneemt, er bezuinigd zal worden en dit zal ook zijn effect hebben op de gemeentelijke financiën. Als in de economie de zon weer gaat schijnen, dan is de kans op een slechtweerscenario voor de gemeentefinanciën groot. In dit scenario zijn er op dit moment geen zekerheden te geven en er zijn dus ook geen dogma’s. We moeten ons er wel op voorbereiden en daarom hebben wij in een motie een aantal punten geformuleerd waarvan wij graag zien dat het college deze betrekt bij de operatie waarbij bezuinigingsopties in kaart worden gebracht.


Goede M. de

Ik hoor de heer Mulder zeggen dat er geen dogma’s zijn. Dat betekent dat voor u alles bespreekbaar is. U hebt al bezuinigingen genoemd, maar het betekent ook dat we kunnen bekijken of voor degenen die het financieel beter hebben in Amsterdam een belastingverhoging op zijn plaats zou kunnen zijn en om te bezien of een lastenverzwaring zou kunnen bijdragen om onze ambities te verwezenlijken. Dat vindt u dus ook geen dogma.


Mulder M.

Wij zijn geen voorstander van het verhogen van de belastingen. Als we naar het slechtweerscenario kijken, dan denken we dat dit geen zoden aan de dijk zet om de echte problemen op te lossen. Wij zijn echter nooit een partij van dogma’s geweest.


Goede M. de

U zegt nu twee dingen. U zegt dat u geen voorstander van lastenverzwaringen bent. Vindt u het echter reëel dat het college nadenkt over de vraag of het een van de mogelijkheden kan zijn om de gemeentelijke ambities de komende jaren te verwezenlijken? Lastenverhoging voor degenen die ze kunnen dragen, ja of nee?


Mulder M.

Onze partij heeft nog nooit een verbod op nadenken uitgevaardigd.

In onze motie geven we een aantal punten mee. We willen graag dat het college onderzoekt wat de financiële consequenties zijn van een strakkere afbakening tussen de stad en de stadsdelen. De stadsdelen worden groter. Een andere optie is het op middellange termijn bevriezen van het aantal ambtenaren. De begroting niet meer jaarlijks indexeren, maar op de nullijn zetten en uitgaven uit de romp mee laten lopen met de nieuwe uitgaven en geen automatische indexering laten plaatsvinden. Een laatste aspect is de communicatie van de gemeente.

De toekomst is van ons allen. Van onze kinderen die goed onderwijs verdienen. Ook in deze begroting investeren we weer veel in de kwaliteit van het onderwijs. Hij is van onze ouderen die veilig over straat moeten kunnen. Daarom zijn we ook zo blij dat de veiligheidsgelden in deze begroting op peil blijven. De toekomst is van al die Amsterdammers, waar ze ook vandaan komen, die de stad weer verder willen brengen. Deze toekomst kent, juist nu, behalve onzekerheden, vooral ook kansen en mogelijkheden. Voor een stad als Amsterdam, waar ik elke dag weer trots op ben als ik op mijn fiets stap, tenzij hij zoals nu gestolen is en ik op de tram moest wachten. In het blijde besef dat we alle mensen die op weg zijn hun vrijheid gunnen om het pad te kiezen dat bij hen past en in de volle overtuiging dat wij in Amsterdam in staat zijn onze gezamenlijke toekomst samen vorm te geven in één Amsterdam. Zolang wij elkaar maar goed vast blijven houden en de verantwoordelijkheid nemen die bij deze vrijheid past, zien wij deze toekomst met vertrouwen tegemoet.


Ivens L.

U houdt een fantastisch betoog over de toekomst waarmee we het natuurlijk helemaal eens zijn. Als we echter de stad verder willen brengen, moeten we er dan niet voor zorgen dat wij geen vervelende erfenis nalaten? Moeten we in deze begroting bijvoorbeeld de tegenvaller van de Noord/Zuidlijn die ons nog te wachten staat niet alvast opnemen? Moeten we niet gewoon eerlijk aangeven welke tegenvallers er nog te verwachten zijn in plaats van een bestuurlijk team te benoemen dat gaat bekijken welke tegenvallers er zijn? Zullen we er niet alleen een mooie toekomst van maken, maar ook een eerlijke toekomst, mijnheer Mulder?


Mulder M.

Mijnheer Ivens, in deze crisis - en deze begroting gaat over 2010 - blijven wij investeren in mensen. Daar zijn we trots op.


Ivens L.

Dat is natuurlijk absoluut geen antwoord op de vraag. Investeren in mensen is een mooie dooddoener. Ik zal er straks ook iets over vertellen. Het gaat om de vraag: met welk geld? Als we in mensen investeren terwijl we 500 miljoen euro minder hebben zoals de heer Veerman voorspelt, dan heeft dat consequenties. Moeten we daar niet eerlijk en klip-en-klaar over zijn in plaats van dit voor ons uit te schuiven?


Mulder M.

Mijnheer Ivens, het lijkt ons niet verstandig om bij de Noord/Zuidlijn een broedende kip te storen. Het college is dit natuurlijk niet vergeten, maar is er druk over in gesprek met het Rijk.


Ivens L.

Ik concludeer dat we nu een mooiweerbegroting krijgen en dat daarna de tegenvallers komen.


Goede M. de

De heer Mulder sprak over de toekomst en over de generaties die na ons komen. Een van de dingen die we moeten doen, is bouwen. In deze begroting zien we dat bouwen heel erg lastig wordt. Welke oplossingen heeft de PvdA om er toch voor te zorgen dat er de komende jaren wordt gebouwd voor alle mensen die in Amsterdam willen wonen?


Mulder M.

Op het gebied van de grondexploitaties is uw zorg natuurlijk ook onze zorg. Ook dat is met heel veel onzekerheid omgeven. Wat ons betreft kan ook het investeringsfonds van de Nuon-gelden gebruikt worden om nieuwe stukjes stad te maken en op die manier in de toekomst te investeren.


Manuel I.R.

Stelt de Partij van de Arbeid voor om het bedrag van 200 miljoen euro die het vereveningsfonds te kort komt aan te vullen uit de Nuon-gelden? Dat zegt u namelijk. Dat is interessant, maar ik hoor het graag heel concreet, zonder enig dogma, van de Partij van de Arbeid.


Bakker J.L.



Mulder M.

Volgens mij hebben wij in het voorjaar in onze motie aangegeven dat bij dat fonds ook gekeken moet worden naar de fysieke investeringen. Ik heb daar niets nieuws aan toegevoegd.


Manuel I.R.

In de begroting staat klip-en-klaar dat er een bedrag van 200 miljoen euro voor het vereveningsfonds gezocht wordt om verder te kunnen bouwen in Amsterdam. Dat geld hebben we nodig. U zegt dat we het gaan financieren met de Nuon-gelden. Klopt dat?


Mulder M.

Nee, u haalt nu een paar dingen door elkaar. In de begroting lees ik dat we nog extra informatie van het college krijgen over de post van 200 miljoen euro. Laten we dat even afwachten.


Manuel I.R.

Er is helemaal geen extra informatie. In de begroting is al het geld wat we hebben, opgenomen. Er komt geen extra geld bij. We moeten 200 miljoen euro binnen de begroting vinden. U stelt voor om dat bedrag uit de Nuon-gelden te halen. Dat is een interessant voorstel. Trekt u dat nu alweer in of houdt u het overeind?


Mulder M.

Er worden allerlei voorstellen gedaan voor de post van 200 miljoen euro. We hebben er in het voorjaar bij de bespreking van de stofkamoperatie over gepraat. We krijgen nog een voorstel van het college daarover en zonder dat voorstel ga ik hier niet uitgebreid op in.


Bakker J.L.

De VOORZITTER deelt mee dat de volgende moties zijn ingekomen:


48° Motie van het raadslid Mulder inzake de begroting 2010 (bezuinigingsmogelijkheden zwaarweerscenario) (Gemeenteblad afd. 1, nr. 710)


Bakker J.L.

Verzoekt het college van burgemeester en wethouders:

Bij het in kaart brengen van de bezuinigingsmogelijkheden bij een zwaarweerscenario de volgende punten te betrekken en de financiële consequenties in beeld te brengen:
- een strakkere taakafbakening tussen stad en stadsdelen waarmee dubbel werk voorkomen wordt;
- het bevriezen van het aantal ambtenaren per 1 januari 2011;
- de gemeentebegroting niet jaarlijks te indexeren, maar op de nullijn te zetten;
- bezuinigingen op het aantal communicatiemedewerkers en -materiaal.


49° Motie van de raadsleden Ünver, De Goede en Mulder inzake de begroting 2010 (betere samenwerking UWV en gemeente bij bestrijding werkloosheid)


Bakker J.L.

Verzoekt het college van burgemeester en wethouders:

- in overleg te treden met het UWV teneinde de budgetten en het instrumentarium van het UWV en de gemeente Amsterdam (DWI) voor de bestrijding van werkloosheid en de job-to-job-plaatsing in het kader van de economische crisis goed op elkaar te laten aansluiten;
- de budgetten en instrumenten van de verschillende beleidsvelden rondom jeugd (jeugdbeleid, onderwijs, WAJONG, bestrijding jeugdwerkloosheid) gecombineerd in te zetten door de verschillende verantwoordelijke overheden en niet verkokerd, zodat jongeren, waaronder jonggehandicapten, adequaat worden geholpen bij toeleiding naar maatschappelijke participatie (werk, stage, onderwijs).


50° Motie van de raadsleden Mulder en De Goede inzake de begroting 2010 (accountantsopdracht betalen binnen dertig dagen)


Bakker J.L.

Besluit:

De accountant opdracht te geven te controleren bij welke gemeentelijke onderdelen de afspraak om een factuur binnen dertig dagen te voldoen, wordt geschonden en hierover elk kwartaal te rapporteren aan de raad.

De moties maken deel uit van de beraadslaging.


Burg E. van der

De begroting van de gemeente Amsterdam voor 2010 beslaat een bedrag van 5,5 miljard euro. Het is een heel belangrijk document en dus zullen we er de komende dagen veel over in de media lezen. Voor de VVD zijn de komende tijd drie punten belangrijk: economie, mobiliteit en veiligheid. Ik zal met dat laatste beginnen. Het is genoegzaam bekend dat de VVD veiligheid uitermate belangrijk vindt omdat iemand alleen in vrijheid kan leven als er sprake is van veiligheid. Veiligheid is een van de kerntaken van de overheid. Zeker in een tijd van crisis en van bezuinigingen is de VVD de waakhond die erop toeziet dat datgene wat echt noodzakelijk is ook gedaan wordt. Ik zei het net al in de discussie naar aanleiding van de uitspraken van de heer Welten: op het moment dat een inwoner van Zuidoost een brief ontvangt waarin staat dat je alleen maar neergeschoten wordt door mensen die je kent, zodat je niet bezorgd hoeft te zijn, hebben we nog een heleboel te doen in Amsterdam.


Manuel I.R.

Wees dan eens concreet. Wat moet er naar aanleiding van die brief volgens u extra gedaan worden in Zuidoost?


Burg E. van der

Wij denken dat in Zuidoost de actie Zoeklicht meer kan worden ingezet. Wat ons betreft wordt er vaker preventief gefouilleerd. Wij vinden het goed dat er nu begonnen is met het opknappen van winkelcentrum Holendrecht omdat de broken-window-methode kan bijdragen aan het verbeteren van de sfeer daar. Wat ons betreft, komt er meer politie in Zuidoost. Niet alleen in Zuidoost overigens, maar ook in andere delen van de stad. Als we de top 5 van onveilige gebieden in Amsterdam bekijken, dan scoort Zuidoost bovenmatig hoog. Daarom moeten we extra maatregelen nemen. Als u vindt dat deze maatregelen niet genomen moeten worden, maar u andere alternatieven hebt, dan zijn ze voor ons uitermate bespreekbaar. Het gaat ons er niet om dat de VVD wat de middelen betreft haar zin moet krijgen. Het gaat erom dat de VVD samen met de Amsterdammers qua resultaten haar zin moet krijgen. De stad moet veiliger worden en ik kan me niet voorstellen dat D66 daar tegen is.


Manuel I.R.

Nee, absoluut niet. De VVD noemt echter beleid dat al is ingezet en wil daarnaast meer blauw op straat in Zuidoost. De gemeenteraad gaat echter niet over meer blauw. U zegt eigenlijk impliciet dat er meer politie vanuit het Amsterdamse korps in Zuidoost moet worden ingezet en dat deze agenten dus elders uit de stad worden betrokken. Dat lijkt me niet verstandig.


Burg E. van der

We kunnen best een debat houden over de vraag of we wel of niet over meer politie gaan. Voor een deel is dat een zaak van de landelijke politiek. Ook u maakt zich regelmatig schuldig, in de positieve zin van het woord, aan het tippen van uw collega’s in Den Haag over datgene wat er moet gebeuren. D66 heeft zich indertijd heel hard gemaakt voor een paar miljoen euro extra voor het Stedelijk Museum. Dat is lovenswaardig, maar ik zou zeggen: belt u de heer Pechtold eens op en doe hetzelfde op het gebied van openbare orde en veiligheid. Ik neem aan dat u dat ook belangrijk vindt. U zegt dat er al middelen als preventief fouilleren worden ingezet. Het gaat er niet om of we al over het instrument beschikken, het gaat ook om de vraag hoe vaak, wanneer en hoe we het inzetten. D66 en de VVD denken daar totaal verschillend over. U bent een verklaard tegenstander van preventief fouilleren. U bent een verklaard tegenstander van het controleren van mensen op het bezit van drugs. U hebt daarover een totaal andere mening dan wij. Dat is uw goed recht. We gaan daar de komende tijd leuk met elkaar over discussiëren. Ik neem echter aan dat u het mij niet kwalijk neemt dat ik deze maatregelen nog steeds wil en er ook voor zal blijven pleiten.

Veiligheid zal de komende tijd dus een belangrijk thema worden. Mede naar aanleiding van de positieve preadviezen die we afgelopen maandag tijdens Waterloo van mevrouw Van der Garde kregen, zullen we de komende tijd voorstellen doen. De uitnodiging die ze ons zojuist heeft gedaan, stimuleert ons daarbij.

Mobiliteit ligt een beetje in het verlengde van de economie, ons hoofdthema van vandaag. Mobiliteit betekent werknemers die naar de stad moeten komen, klanten die naar de stad moeten komen, gasten die we graag in deze stad ontvangen, Amsterdammers die in deze tijd te maken hebben met zware lasten en voor wie lastenverlichting eerder op zijn plaats is dan lastenverzwaring. Een goed voorbeeld is het stadsdeel Zuider-Amstel die dit doorheeft en plannen in de maak heeft die door de VVD van harte worden ondersteund. Plannen die te maken hebben met de vraag hoe we in deze crisistijd omgaan met het verwelkomen van onze gasten. Een slecht voorbeeld vinden we in stadsdeel Noord. We weten ons daarbij gesteund door de vragen die zojuist zijn gesteld door onze vrienden van de PvdA. In Noord zien we dat ondernemers kapot gaan vanwege het betaald parkeren, maar ook door de slechte manier waarop het georganiseerd is. Bij lastenverlichting gaat het heel vaak niet zozeer om de financiële kant ervan, maar ook om de regeldruk. Of letterlijk de last die mensen ergens van hebben. Als we maatregelen nemen die soms noodzakelijk zijn, laten we ze dan op een dusdanige manier nemen, dat we mensen maximaal faciliteren in plaats van dwarsbomen. Dwarsbomen gebeurt in Noord zelfs letterlijk.

Ons hoofdthema voor de begroting is de economie. De crisis waarmee we te maken hebben en waarvan we nog steeds niet weten in welke omvang ze op onze stad af zal komen, in welke omvang ze überhaupt Nederland zal raken, raakt de gemeente als organisatie, raakt de stad en raakt de Amsterdammer. We hebben het al bij de Staat van de stad gezegd: we zitten niet te wachten op de discussie die door de heer Van Poelgeest werd aangezwengeld over de uitbreiding van het belastinggebied en, nog sterker, over belastingverhoging. Ik kom er nu op terug omdat we gedwongen zijn om nog even stil te staan bij een motie die we de vorige keer hebben ingediend. Een van de punten die door de heer Van Poelgeest werd genoemd, was een btw-verhoging van bijvoorbeeld 1%. Na de Staat van de stad hadden we een live debat op AT5. Mevrouw Van Doorninck zei toen: “De heer Van Poelgeest denkt gewoon na over dingen die we kunnen doen.” Prima. De heer De Goede zei al: we willen geld pakken van de rijken en geven aan de armen. Dat klinkt goed, maar men besefte bij GroenLinks niet dat een verhoging van de btw een van de meest denivellerende maatregelen is die men kan bedenken. Ze raakt juist de onderkant en veel minder de bovenkant. Men schoot dus ook nog eens op het verkeerde wild.


Doorninck M. van

Ik kan me heel goed voorstellen, mijnheer Van der Burg, dat u het verhaal over de btw elke keer wilt noemen.


Burg E. van der

Hij heeft het zelf gezegd.


Doorninck M. van

Wethouder Van Poelgeest heeft al een paar keer gezegd dat het hem niet om de btw gaat, maar om het vergroten van het belastinggebied. GroenLinks wil inderdaad onderzoeken hoe we het geld daar kunnen weghalen waar het zit en hoe we voor de kwetsbaren kunnen zorgen. Bent u echt van plan om een onjuist verhaal elke keer weer te gebruiken in deze campagne?


Burg E. van der

Ik ben heel blij met de bijdrage van mevrouw Van Doorninck. Ik ben heel blij dat ze uitlegde wat wethouder Van Poelgeest precies had gezegd. Ik kom er zo meteen nog even op terug. Voor alle duidelijkheid, mevrouw Van Doorninck, het was niet de heer Van Poelgeest die zei dat de btw-verhoging bedoeld was om van de rijken te pakken en aan de armen te geven. Het was mevrouw Van Doorninck die dat zei, na afloop van het debat dat we in de raad hadden gevoerd. Ik vind het prima dat er gepraat wordt over belastingverhoging. Ik ontzeg de heer De Goede absoluut niet het recht om dat aan de orde te stellen. Als u, mevrouw Van Doorninck, echter al denkt dat het wethouder Van Poelgeest was die sprak over belastingverhoging, dan denkt de gemiddelde Amsterdammer ook dat het niet Maarten van Poelgeest was, dat het niet GroenLinks-lijsttrekker Van Poelgeest was. Dan denkt ook de Amsterdammer dat het wethouder Van Poelgeest was. De Amsterdammer heeft dus het signaal gekregen dat het college, wethouder Van Poelgeest, pleit voor belastingverhoging voor de Amsterdammer. We weten dat het niet zo is, want we hebben gezien hoe de heer Asscher de vorige keer reageerde. Daarom hebben wij de vorige keer een motie ingediend waarin staat dat wij geen uitbreiding van het belastinggebied willen. Deze motie is de vorige keer niet in stemming gekomen en ik weet niet of we haar opnieuw in moeten dienen. In dat geval heb ik haar hier voor u liggen. Wij vinden deze uitspraak belangrijk. Ik wil er geen enkel misverstand over laten bestaan dat wij niemand het recht ontzeggen om na te denken. Ik geloof dat ik hiermee ook de heer Mulder zojuist citeerde. Sterker nog: het zou van GroenLinks’ers tegennatuurlijk gedrag vragen om niet te pleiten voor belastingverhoging. Ik zal hen het recht daartoe niet ontzeggen. Ze moeten dat vooral kunnen doen. Als een wethouder van de stad het echter zegt, dan is het belangrijk dat de gemeenteraad van Amsterdam een ander signaal afgeeft. Daarom dien ik opnieuw de motie over het belastinggebied in.


Doorninck M. van

Mijnheer Van der Burg, twee vragen. Waarom denkt u dat een vergroting van het belastinggebied een belastingverhoging inhoudt? Volgens mij zijn het twee volledig verschillende zaken. Kunt u me dat uitleggen? Waarom zou een vergroting van het belastinggebied van Amsterdam een verhoging van de belastingen inhouden?


Burg E. van der

Waarom zou de heer Van Poelgeest, of zoals u het zegt, wethouder Van Poelgeest, pleiten voor een uitbreiding van het belastinggebied van de gemeente, daaraan verbinden dat dit meer inkomsten voor de gemeente Amsterdam genereert, en daarbij niet bedenken dat dit een lastenverzwaring met zich meebrengt? Het hele verhaal van de heer Van Poelgeest was erop gebaseerd dat er meer belasting werd geheven zodat hij meer geld kon uitgeven. Dat is precies wat uw buurman zojuist zei. Het is niet Eric van der Burg namens de VVD die het zegt. De heer Van Poelgeest, wethouder Van Poelgeest, was degene die zei: geef ons meer belastingruimte, dan maken we er gebruik van en heffen we meer belastingen. De heer Van Poelgeest zei dat. En omdat de heer Van Poelgeest het zegt, geloof ik dat, als we hem die ruimte geven, hij haar ook maximaal zal gebruiken. De motie komt zo naar u toe.

Deze tijd vraagt wat ons betreft om lastenverlichting. Lastenverlichting moet u niet altijd opvatten in de vorm van minder belastingen, als is dat wel een belangrijk punt.


Bakker J.L.



Goede M. de

Ik wil graag de mening van de VVD over het principe dat de breedste schouders de zwaarste lasten moeten dragen. Het gaat om het verschuiven en niet om het verhogen van de lasten. Vindt u het niet redelijk om in deze tijd aan mensen die het kunnen betalen iets meer te vragen en aan mensen die iets minder kunnen betalen iets minder te vragen?


Burg E. van der

De VVD vindt dat inkomenspolitiek thuishoort bij de nationale belastingwetgever.


Goede M. de

Hoelang zit de VVD al niet meer in de regering om daarover mee te praten? Daarom lossen wij het hier op.


Burg E. van der

Misschien vergis ik me en denkt u er anders over, maar volgens mij kennen we in Nederland een progressief belastingstelsel. Dat wil zeggen dat naarmate iemand meer verdient, hij ook meer belasting betaalt. GroenLinks kan terug willen keren naar de oude situatie waarin het toptarief weer op 82% staat, dat is prima. De heer Van Poelgeest zegt ‘72%’. Nee, we hebben ook nog een tarief van 80% gehad, mijnheer Van Poelgeest. U kunt zeggen dat het landelijke belastingtarief niet hoog genoeg is. Ik zou zeggen: laat uw fractievoorzitter Halsema voorstellen daartoe indienen. Volgens mij doet ze dat ook met enige regelmaat. We kennen echter een progressief belastingstelsel.


Asscher L.F.

Wanneer hadden we ongeveer een tarief van 80%?


Burg E. van der

Ik zal het voor u opzoeken.


Asscher L.F.

Graag.


Burg E. van der

Ik wel best uitgaan van 72%, mijnheer Asscher. Het doet namelijk niets af aan het voorbeeld. Het blijft veel en veel te hoog.


Asscher L.F.

Ik ben gewoon nieuwsgierig. Ik probeer uw betoog te volgen en dit vond ik een interessant element.


Burg E. van der

Ik ben blij dat u mijn betoog volgt, ik kom er zo nog even op terug. Deze tijd vraagt in ieder geval om lastenverlichting, niet alleen in geld – dat kan ook aan de orde zijn – maar vooral in regellast. Ook de afgelopen tijd hebben we weer regelmatig voorbeelden gezien waarvan ik dacht: moet dat nu, moet dat zo? Zie het verhaal van de voorzitter van de Kamer van Koophandel in De Telegraaf van vandaag. Zie het voorbeeld van de Turkse ondernemer in de binnenstad van Amsterdam die opeens na veertig jaar zijn lampen moet weghangen en moet vervangen door kleinere lampen, want dat schrijven de regels nu eenmaal voor. Zie ook de voorbeelden die we de vorige keer hebben genoemd. De VVD zal zich ook de komende tijd voluit blijven inzetten voor het verlagen van de lastendruk in de breedste zin van het woord.

De gemeente Amsterdam krijgt al in 2009 te maken met de eerste effecten van de stijgende werkloosheid, bijvoorbeeld omdat we veel meer aan de uitkeringen moeten bijdragen. Jarenlang hebben we geprofiteerd van de regelgeving, nu zullen we er de iets wrangere vruchten van plukken. In 2011 wordt het echter nog erger. In 2011 lopen we een enorm risico op een korting op het gemeentefonds. We weten niet of het om 10% gaat of om 20%. We weten dus niet of het om 150 miljoen euro gaat of om 300 miljoen euro. Het gaat om heel erg veel geld. Daarnaast moeten we ook nog een probleem met de Noord/Zuidlijn oplossen, een bedrag van 500 miljoen euro dat al eerder is genoemd. Ik zal er zo nog iets over zeggen. Bovendien hebben we nog te maken met het vereveningsfonds. De heer Asscher zei net dat hij oplette bij mijn betoog en probeerde om het te volgen. Ik had het idee dat u net even niet oplette toen de heer Mulder het woord voerde. Toen hij serieus voorstelde om het vereveningsfonds aan te vullen vanuit de Nuon-gelden had ik niet verwacht dat de heer Manuel dat meteen zou oppikken, maar dat u meteen als door een wesp gestoken zou opspringen. Het is in strijd met uw beleid om de Nuon-gelden te gebruiken om het gat in het vereveningsfonds te dichten. Het lijkt me niet dat u daarvan een voorstander kunt zijn, mede in het licht van de discussie die we bij de voorjaarsnota hebben gevoerd over het investeringsfonds en bezit voor bezit. Wij vinden natuurlijk ook dat het gat in het vereveningsfonds gedicht moet worden. Laten we wel bedenken, dames en heren, dat we steeds praten over een bedrag van 200 miljoen euro. Het risico bestaat echter dat het gat nog groter zal worden. We praten dan niet over 300 miljoen euro, niet over 400 miljoen euro, zelfs niet over 500 of 600 miljoen euro. In het ergste geval kan het tekort oplopen tot meer dan 700 miljoen euro. Daar moeten we heel goed op letten. De VVD vindt in ieder geval dat het verminderen van de onrendabele top bij een heleboel bouwprojecten een van de aspecten is die daarbij betrokken moet worden. Dat kan dus betekenen dat we meer woningen gaan kopen. Laat ik me daarbij aansluiten bij de Partij van de Arbeid die zegt dat de familie Froger vanaf nu daarbij de leidraad is geworden. Ik kies daarbij echter niet voor ‘gewoon doen’, maar voor: een eigen huis, een plek onder de zon.


Doorninck M. van

Mijnheer Van der Burg, kunt u mij uitleggen wat u precies bedoelt met het verminderen van de onrendabele top?


Burg E. van der

Op sociale woningbouwwoningen lijden we verlies. Dat draagt bij aan de onrendabele top. Als we in een bouwproject minder sociale woningen bouwen en meer koopwoningen of duurdere huurwoningen, verlagen we daarmee de onrendabele top. Het is een maatregel die u niet zult omarmen. Het is wel een maatregel die bijdraagt aan het verkleinen van het tekort in het vereveningsfonds of het minder vergroten van het tekort in het vereveningsfonds. Voor ons is het een bespreekbare variant. Het zou kunnen dat GroenLinks het tekort via andere wegen wil aanvullen. Ik hoop niet dat u dan kiest voor de lijn van de PvdA door de Nuon-gelden aan te spreken. Als u het tekort op een andere manier wilt aanvullen, vind ik dat prima. Volgens mij zijn GroenLinks en de VVD het er in ieder geval over eens dat we ernaar moeten streven dat we voor het vereveningsfonds een andere definitie van het woord ‘fonds’ krijgen. Het moet weer een overschot bevatten en niet een gat, een heel groot gat en op een gegeven moment het grootste gat vormen.


Mulder M.

Mijnheer Van der Burg, hoe gaat u de grote gezinnen huisvesten die nu vaak wonen in kleine sociale huurwoningen die verouderd en slecht zijn? Zo zijn er nog wel meer voorbeelden te noemen van mensen die, als ze een laag inkomen hebben, niet meer in staat zijn om een woning in Amsterdam te vinden. Waar moeten die mensen dan heen?


Burg E. van der

U kent ongetwijfeld de discussie die wij de afgelopen jaren hebben gevoerd en welke oplossingen de VVD heeft bepleit. De VVD heeft gepleit voor minder sociale woningbouw. De sociale woningbouw die er wel moet komen, moet ten goede komen aan drie categorieën: jongeren, ouderen en grote gezinnen. Als u echter de woningbouwproductie op dit moment bekijkt, dan zult u ontdekken dat er behalve woningen voor jongeren, ouderen en grote gezinnen ook andere sociale woningen worden gebouwd. Wij vinden dat we dat minder zouden moeten doen. Dat kan ook, want als we de bevolkingssamenstelling en het woningaanbod vergelijken, dan zien we scheefgroei. We bouwen meer sociale woningen dan er mensen zijn die voldoen aan de criteria om in sociale woningbouw te wonen. Dat is één. Ten tweede kunnen we kijken naar de plekken waar we sociale woningen bouwen. Op de Zuidas is een sociale woning bijvoorbeeld onrendabeler dan op andere plekken in de stad. We zouden er dus voor kunnen kiezen om de woningen die we op de Zuidas willen bouwen ergens anders te bouwen. Als u diezelfde woningen wilt bouwen, maar niet op de Zuidas, maar op andere plekken in Amsterdam, dan daalt daarmee al het tekort dat erdoor ontstaat. Ook hiervoor geldt wat ik ook al tegen de heer Manuel en de heer De Goede zei. Wij willen ieder voorstel van de VVD inruilen voor een ander voorstel als we dat een goed voorstel vinden. Ik wil er geen enkel misverstand over laten bestaan, laten we zo min mogelijk vasthouden aan dogma’s zoals u zelf ook al zei en onderzoeken hoe we het gat gaan dekken. U en ik zijn het er toch over eens dat we voor majeure problemen staan: het bedrag van 500 miljoen euro – dat we voor de Noord/Zuidlijn echt niet volledig van Den Haag krijgen – en 200 miljoen euro voor het vereveningsfonds en 200 tot 300 miljoen euro als korting op het gemeentefonds. Dan heb ik het nog niet eens over een bijdrage voor de grote sluis of de Zuidas. We zullen dus moeten bekijken hoe we die oplossen. Nogmaals: laten we elkaar de hand reiken en bekijken welke maatregelen daarbij kunnen helpen. Wij doen u denkrichtingen aan de hand.


Mulder M.



Bakker J.L.



Mulder M.

Uw voorstel leidt ertoe dat we een gedeelde stad krijgen waar we alleen maar langs de randen en in bepaalde buurten sociale woningbouw plegen omdat het daar goedkoper is. Daarmee werkt u de segregatie gigantisch in de hand. Interesseert het u niet dat de stad opgedeeld wordt in buurten waar rijke mensen wonen en buurten waar arme mensen wonen?


Burg E. van der

Ik probeer me even voor de geest te halen wanneer we voor het laatst een niet-PvdA-wethouder op Volkshuisvesting hebben gehad. Ik combineer dat met het feit dat er nu in Zuid heel veel rijke mensen wonen en de arme mensen vooral buiten de ring wonen. Segregatie heeft blijkbaar met andere dingen te maken, want op dit moment wonen er ook arme mensen in Geuzenveld en rijke mensen in Oud-Zuid. Het heeft dus niet alleen met woningbouw te maken. Bovendien maakt u een karikatuur van mijn verhaal. Ik zei namelijk niet dat we alleen maar sociale woningen aan de randen van de stad moesten bouwen. Ik zei wel dat we bij bepaalde projecten daarnaar moesten kijken en ik noemde daarbij als voorbeeld de Zuidas. Ik zei u ook al dat, als u het voorstel van de VVD om minder sociale woningbouw te plegen, waarbij ik een uitzondering maakte voor jongeren, ouderen en grote gezinnen, niet wilt steunen, onderzoek dan of u ergens anders sociale woningen kunt neerzetten. Daarmee kunt u een bijdrage leveren. In het debat over de aanvulling van het vereveningsfonds hoor ik graag meer voorstellen van de Partij van de Arbeid, want u zult begrijpen dat het voorstel om daarvoor de Nuon-gelden te gebruiken niet de warme sympathie van de VVD krijgt.


Bakker J.L.

Kunt u misschien een beetje naar het eind van uw betoog gaan?


Burg E. van der

We vergaderen toch drie dagdelen, met als hoofdmoot de begroting?


Bakker J.L.

Dat willen we ook halen.


Burg E. van der

Wij hebben spreektijd en ik neem aan dat u het college en de raad aan de spreektijden wilt houden. Als u dat doet, dan zijn we volgens mij morgen op tijd klaar.


Bakker J.L.

Ik moedig u alleen maar aan.


Burg E. van der

Dat is prima. Dan de bezuinigingen die uit Den Haag op ons af komen. Op dat punt doet het college echt te weinig. Te weinig en in onze ogen te laat. We hebben er de vorige keer al over gesproken. Van de SP tot aan de VVD, waarbij ik eerlijkheidshalve erbij moet zeggen dat de PvdA en GroenLinks er iets genuanceerder over dachten, zeiden alle partijen dat het te weinig en te laat is. Ik vond het opvallend om deze week op AT5 te zien dat GroenLinks-wethouderskandidaat Thesingh, nu nog lid van het db in Zuid, de subsidie van speeltuinvereniging Henrick de Keijser intrekt met als argument dat zij het bedrag van 18.000 euro nodig had omdat we in 2011 te maken krijgen met een korting op het gemeentefonds en daarmee ook met een korting op het stadsdeelfonds. Dan zeg ik tegen de heer Asscher: op het moment dat GroenLinks-wethouderskandidaat Thesingh al bezig is om de speeltuinvereniging te korten vanwege een tegenvaller in 2011, had ik van u verwacht dat u ook al voorstellen had opgesteld om daarmee om te gaan. Wij vinden dat u er eerder mee had moeten komen. We hebben er de vorige keer in de raad over gediscussieerd. Februari 2010, het moment dat het college voorstellen wil presenteren, vinden wij te laat. Ik heb inmiddels geproefd dat er een redelijk breed draagvlak lijkt te zijn voor ons voorstel om al in december 2009 met deze voorstellen te komen. Wij zullen daarom ook de motie daarover opnieuw indienen. Op die manier kunnen we Amsterdammers een keuze voorleggen. Daarvoor heb ik een derde motie.

Wat willen wij namelijk? We willen geen dichtgetimmerd verhaal waarin precies staat wat er na de verkiezingen gaat gebeuren en waarbij we kunnen kiezen tussen slikken of stikken. Dat is ook niet de bedoeling van het college, laat daar geen misverstand over bestaan. Ik zeg dit ook niet in verwijtende zin aan het adres van het college. We moeten denkrichtingen aangeven, in varianten denken. Ik sprak erover met de heer Mulder waarbij hij het woord catalogus gebruikte. Dat vond ik een heel mooi woord. Denkrichtingen die we kunnen hanteren. In het verleden hebben we voorstellen gezien waarbij gesteld werd: als we willen bezuinigen, dan kunnen we bepaalde voorstellen doen die geen gevolgen hebben voor de stad. We kunnen andere voorstellen doen met beperkte gevolgen voor de stad. En we kunnen nog weer andere voorstellen doen die zware of zelfs onacceptabele gevolgen hebben. In onze derde motie vragen we het college om de voorstellen zo in te kleden, dat de SP of de VVD of GroenLinks kan zeggen: dit zijn de bouwstenen waarmee wij gaan werken. Daarbij ga ik ervan uit dat de SP voor andere bouwstenen zal kiezen dan de Partij van de Arbeid, en GroenLinks zal kiezen voor andere bouwstenen dan de VVD. Als deze voorstellen in december 2009 gereed zijn, kunnen de politieke partijen aangeven waarvoor ze staan. Als we dat aangeven, dan geven we de Amsterdammer de mogelijkheid om dit te betrekken bij zijn afwegingen bij de verkiezingen in 2010 opdat er draagvlak ontstaat in de stad voor de moeilijke besluiten die genomen moeten worden.


Goede M. de

Ik begrijp hieruit dat de VVD een legohuisje wil bouwen en aan het college vraagt om alvast wat steentjes daarvoor klaar te leggen. Dat is misschien een mooie metafoor, maar wat voor steentjes wilt u? Wilt u groene steentjes? Wilt u rode steentjes? Wilt u witte steentjes? Waaraan moeten we denken als het huis van de VVD hier in Amsterdam komt te staan? Wat wilt u wel doen en wat wilt u niet doen? We kunnen straks al die steentjes verzamelen, maar ik wil graag een schot voor de boeg van u.


Burg E. van der

k had me nog zo voorgenomen om niet naar elkaar te meppen, maar te bekijken hoe we gezamenlijk denkrichtingen kunnen aangeven. Volgens mij slaag ik daar ook nog goed in.


Goede M. de

Ik speel graag samen met u met lego, maar het moet wel gaan over de aard van de keuzes. We kunnen wachten tot het college met voorstellen komt, maar ik ben benieuwd waar u mee komt.


Burg E. van der

Ik heb al gezegd dat we voor veel problemen staan. Voor het vereveningsfonds heb ik aangegeven waaraan wij denken. Dat heeft de heer Mulder in elk geval ook gedaan. Voor de Noord/Zuidlijn is nog 500 miljoen euro nodig. Ik snap dat we niet precies aangeven hoe we dat bedrag willen gaan dekken, want dat ondergraaft de positie van de heer Asscher een beetje. Of die van andere wethouders, want anders trap ik de heer Gerson op zijn staart. Voor de Noord/Zuidlijn of de tweede sluis - en die is er het beste voorbeeld van - kunnen we wel denken aan de Nuon-gelden. Als we de tweede sluis bouwen, kunnen we duidelijk uitleggen dat we dat geld gebruiken om te investeren. Daarmee dekken we een kostenpost in de toekomst. De bezuinigingen van het Rijk op het gemeentefonds vormen een structurele bezuiniging. Daarom moeten we in de gemeentebegroting zoveel mogelijk de tering naar de nering zetten. Dat betekent voor ons dat we niet kiezen voor het middel van lastenverzwaring. Ik heb vanwege uw vraag aan de PvdA het vermoeden dat u daar genuanceerder of anders over denkt of er misschien voluit voor gaat. Dat is uiteraard uw goed recht. Dat is echter precies wat ik bedoel. U kunt dan namelijk aan de kiezer voorleggen dat hij op GroenLinks moet stemmen waarna de belastingen omhooggaan. Wij zeggen het omgekeerde. Het is prima om die keus voor te leggen. Wij vinden dat we de kosten van de gemeentelijke overheid onder de loep moeten nemen.


Mulder M.



Burg E. van der



Mulder M.



Burg E. van der

Wij geven op dit moment ongeveer 800 miljoen euro - ik rond het bedrag even af als u het goed vindt - uit aan salariskosten. Als we dat bedrag met 1% verminderen, een willekeurig gekozen percentage, waarmee makkelijk te rekenen is, dan levert dat 8 miljoen euro op. Op die manier zullen we moeten gaan denken. Ik denk namelijk niet dat we er komen door niet langer 18.000 euro aan speeltuinvereniging Henrick de Keijser te geven. Op die manier komen we niet aan 300 miljoen euro. We zullen daarom fundamentele keuzes moeten maken. Dat betekent dus ook een herijking van de taken van de gemeentelijke overheid. Wij zijn bereid om bij de herijking van de taken van de gemeentelijke overheid terug te keren naar de kerntaken van de overheid. Dat betekent dat er taken afgestoten moeten worden. Wij zijn daartoe bereid omdat we er anders niet komen. De heer Van Drooge heeft aangedrongen op het aanhouden van de nullijn. Dat lijkt mij een zeer zinnige gedachte om uit te werken.


Bakker J.L.



Mulder M.

Het lijkt me inderdaad verstandig om allemaal na te blijven denken over de toekomst. Ik wil echter toch weer iets dichter bij huis blijven en neem de begroting voor 2010 voor me. U hebt net een aantal procedurele voorstellen gedaan. Klopt het dat u het eens bent met de begroting? U komt niet met wijzigingsvoorstellen? Ik heb u namelijk helemaal niet gehoord over de begroting voor 2010 en of er veel mee mis was. Ik denk dus dat u het met de voorstellen van het college eens bent.


Burg E. van der

Ik vind dit een beetje een vreemde vraag. Mag ik concluderen dat de PvdA, afgezien van de moties die ze net heeft ingediend, verder geen wijzigingsvoorstellen heeft voor de begroting voor 2010 en er verder mee akkoord is? Of kan het zijn dat u de begrotingsbehandeling in de commissies in de komende tijd gebruikt om voorstellen in te dienen waarover we in december 2009 besluiten? Als uw antwoord daarop ‘ja’ is, dan zou het kunnen zijn dat dit ook geldt voor alle andere politieke partijen in deze raad en we de komende tijd allerlei voorstellen zullen doen bij de begrotingsbehandelingen. Nu houden we de algemene beschouwingen. Ik neem aan dat u het niet vreemd vindt dat een substantieel deel ervan handelt over zaken die het college niet in 2010 aan wil pakken, maar pas later. Ik zal een voorbeeld noemen. Het college neemt wel de meevaller van 6 miljoen euro bij de Noord/Zuidlijn mee, maar niet de tegenvaller van 500 miljoen euro. Daar mag ik het toch wel over hebben? Laten we juist bij algemene beschouwingen ons druk maken over substantiële bedragen als 500 miljoen euro, 280 miljoen euro en 200 miljoen euro. In de commissies kunnen we dan praten over iets kleinere bedragen die gekoppeld zijn aan de portefeuilles. En u kunt ervan verzekerd zijn dat de VVD in de commissies met bijdragen zal komen.


Mulder M.

De grote lijnen bespreken we vaak bij de financiële beschouwingen. Omdat wij het in grote lijnen eens zijn met de begroting komen wij niet met grote financiële wijzigingen. De grote lijnen van de begroting kunt u dus wel volgen?


Burg E. van der

Ik heb u verteld wat wij van deze begroting vinden. Ik heb ook gezegd dat het college wat mij betreft op een aantal punten eerder voorstellen had moeten doen. Als het college eerder voorstellen had gedaan en deze ook in de begroting 2010 had opgenomen, dan hadden we er besluiten over kunnen nemen. Dat is nu een stuk lastiger omdat we een heleboel gegevens nog niet hebben waar door de medewerkers van de heer Asscher keihard aan gewerkt wordt. Daar zullen we dus in december 2009 over gaan praten. Ik zeg voorstellen van de heer Asscher, maar dat is niet juist. Over de denkrichtingen waar de heer Asscher en de heer Van Poelgeest mee komen. U weet echter net zo goed als ik dat we die niet meer in de begroting 2010 gaan verwerken, maar in de begroting 2011. Ze zullen echter wel zeer fundamenteel, structureel en ingrijpend zijn voor de stad Amsterdam.


Bakker J.L.

De VOORZITTER deelt mee dat de volgende moties zijn ingekomen:


51° Motie van de raadsleden Van der Burg, Ivens, Limmen en Manuel inzake de Staat van de stad (Gemeenteblad afd. 1, nr. 711)


Bakker J.L.

Draagt het college op:

Voor de begrotingsvaststelling in december 2009 te rapporteren met betrekking tot deze heroverweging.


52° Motie van het raadslid Van der Burg inzake inventarisatie maatregelen economische crisis (Gemeenteblad afd. 1, nr. 712)


Bakker J.L.

Draagt het college op:

Om bij de voorstellen die aan de gemeenteraad worden voorgelegd niet te kiezen voor slechts een variant, maar meerdere mogelijkheden voor te leggen door aan te geven welke maatregelen zonder gevolgen genomen kunnen worden, welke met acceptabele gevolgen en welke met onacceptabele gevolgen, zodat de diverse partijen hieruit hun keuzes kunnen maken.


53° Motie van het raadslid Van der Burg inzake het belastinggebied


Bakker J.L.

Besluit:

Geen uitbreiding van het belastinggebied na te streven.

De moties maken deel uit van de beraadslaging.

De VOORZITTER schorst de vergadering.


Schorsing


Bakker J.L.

De VOORZITTER heropent de vergadering.

De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Van Doorninck.


Doorninck M. van

Vorige keer, bij de Staat van de stad, koos elke partij haar eigen manier om de begroting te bespreken.


Bakker J.L.



Doorninck M. van



Bakker J.L.



Doorninck M. van

Ik zal eerst het woord voeren en daarna de heer De Goede. De Club van Rome hield de afgelopen dagen hier in Amsterdam haar jaarlijkse congres. Ze is geen stel milieufundamentalisten, maar de groten der aarde spraken er hun zorg uit over de desastreuze gevolgen van de klimaatcrisis. In de slotverklaring wordt een klemmend beroep gedaan op de wereldleiders om bij de klimaattop in Kopenhagen in december 2009 een streng klimaatakkoord te sluiten. Tijdens het congres werd er een duidelijk verband gelegd tussen de klimaatcrisis en de economische crisis. Het klimaat is niet langer bestand tegen almaar meer consumptie, almaar meer winst en overheden die dat allemaal maar laten gebeuren. Gelukkig werd er niet alleen maar gesomberd tijdens het congres. Het tij kan worden gekeerd als er nu wordt geïnvesteerd in duurzame energieopwekking en duurzame technische innovatie. Dat creëert werkgelegenheid, een windmolen levert zeven banen op en het kan de wereld veilig stellen voor de toekomst. De Club roept op tot een New Green Deal, zeg maar de vertaling van het GroenLinkse groenebanenplan. In feite is de oproep van de Club van Rome een oproep tot solidariteit. Solidariteit met de volgende generaties, solidariteit met ontwikkelingslanden waar natuurrampen dreigen door de opwarming van de aarde en waar men zich niet achter de dijken kan verschuilen. Ook solidariteit met de meest kwetsbaren die het zwaarste lijden onder de economische crisis.

In de begroting stelt het college dat alles erop gericht moet zijn om de stad gezond, economische sterk, duurzaam en sociaal solide te houden. Amsterdam staat er wat dat betreft goed voor. De laatste jaren is er door het roodgroene college op deze terreinen veel winst geboekt. Mensen met een laag inkomen en laagopgeleiden zijn er sinds 2006 flink op vooruitgegaan. Het aantal uitkeringen is afgenomen en ouderen die in de ziektewet zitten en gepensioneerden merkten dat hun leefsituatie verbeterde. Het GroenLinkse idee van de voorschool is een groot succes. Uit onderzoek blijkt dat inmiddels meer dan de helft van de doelgroepkinderen naar de voorschool gaat. Op die manier wordt de achterstand die Amsterdam in het basisonderwijs had ten opzichte van de rest van Nederland ingehaald. Het opleidingsniveau van tweede generatie allochtonen is gestegen. Het aantal studenten met een niet-westerse achtergrond is bijna verdubbeld.

De objectieve veiligheid is sterk verbeterd. Amsterdammers vinden hun buurt socialer en schoner geworden en ze ervaren minder discriminatie. Het gaat beter met de luchtkwaliteit door het weren van vervuilende auto’s. De leefbaarheid in de binnenstad is er flink op vooruitgegaan doordat er minder auto’s rijden en er wordt eindelijk werk gemaakt van meer veiligheid voor fietsers. We zijn er echter nog niet. De prachtwijken hebben onze blijvende aandacht nodig en vroegtijdig schoolverlaten blijft een groot probleem. Ondanks de toegenomen welvaart zijn er nog steeds Amsterdammers die in armoede leven. En hoewel de objectieve veiligheid is verbeterd, voelen mensen zich nog vaak onveilig. Dat is niet te verhelpen door nog meer camera’s op te hangen of door nog meer preventief te gaan fouilleren. Dat is te verhelpen door de sociale cohesie te vergroten, door ervoor te zorgen dat mensen in de samenleving mee blijven doen en erbij horen, door ervoor te zorgen dat mensen zich thuis voelen in hun buurt. De dubbele crisis vraagt om een dubbele inzet op sociaal terrein. De problemen die er nog liggen, moeten worden aangepakt en de vooruitgang die de laatste jaren is geboekt, mag niet door de economische teruggang teniet worden gedaan.

Een sociaal sterke stad heeft een sterke, solide economie nodig. GroenLinks kiest voor een duurzame kenniseconomie en voor investeringen in innovatie. Het mes snijdt daarbij aan twee kanten. We creëren groene banen door te investeren in het isoleren van huizen, door groene daken en zonnepanelen aan te leggen en windmolens te bouwen. Hiermee maken we de stad klaar voor de toekomst. Ook de grote kennisinstellingen profiteren hiervan. GroenLinks wil een universitaire leerstoel Duurzame lokale economie om de functie van kennis- en expertisecentrum op dit gebied te stimuleren. De creatieve industrie en de kennisindustrie leveren niet alleen banen voor hoger opgeleiden, maar zijn bij uitstek de sectoren waarin jonge Amsterdammers de sociale ladder kunnen beklimmen.

Om de stad aantrekkelijk te houden voor creatievelingen, vernieuwers en verlichte geesten moet Amsterdam een groene, vrijzinnige, internationale metropool blijven. Amsterdam is groot geworden door tolerantie en openheid. Iedereen die hier zijn toevlucht en toekomst zoekt en mee wil bouwen aan de stad is welkom. Dat is eeuwenlang de aantrekkingskracht van onze stad en de motor van de economie geweest. Nieuwkomers hebben Amsterdam met hun cultuur en achtergrond gekleurd en verrijkt. Het is nog steeds onze aantrekkingskracht en een belangrijke vestigingsfactor voor vernieuwende bedrijven. GroenLinks kiest voor een sociaal, duurzaam en economisch sterk Amsterdam, voor nu en in de toekomst.

Ik kom nog even terug op de Club van Rome. Al in 1972 concludeerde zij dat de weg die de westerse wereld is ingeslagen, met een economie die is gebaseerd op windhandel en die onze natuurlijke hulpbronnen uitput, niet de juiste is. Die conclusie werd destijds nog weggehoond, maar blijkt nu bewaarheid. In die zin vragen de economische crisis en de klimaatcrisis niet alleen om financiële maatregelen, maar vooral ook om een mentaliteitsverandering. Terecht stelt het college dat we ons er wellicht op moeten instellen dat het welvaartsniveau dat we gewend zijn niet meer terugkomt. En het is maar de vraag of dat zo slecht is. De crisis geeft ons de kans om tot inkeer te komen, om niet meer te gaan voor snel gewin voor enkelen, maar voor een duurzame welvaart en welzijn voor iedereen. Om de na-ons-de-zondvloed-mentaliteit voorgoed te verruilen voor een keuze voor een eerlijke toekomst en een eerlijke wereld. Die toekomst vraagt om solidariteit. Het is nu de tijd om het aloude solidariteitsbeginsel in te zetten dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Degenen die optimaal hebben geprofiteerd van de economische bloeiperiode moeten juist nu hun bijdrage leveren om de crisis het hoofd te bieden. GroenLinks dient dan ook een motie in waarin wij het college vragen om bij de crisismaatregelen die nu worden onderzocht, het solidariteitsbeginsel leidend te laten zijn. Dat betekent voor ons dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen en dat dit terug moet komen in het gemeentelijke belastingstelsel.


Manuel I.R.

U zegt eigenlijk dat GroenLinks in Amsterdam de mensen die iets meer dan gemiddeld verdienen meer wil laten betalen aan gemeentelijke belastingen en dat mensen die iets minder verdienen gecompenseerd worden. U wilt een enorme nivellering in de gemeentelijke belastingen in Amsterdam doorvoeren.


Doorninck M. van

Ja. Wij vragen het college om te onderzoeken welke mogelijkheden er daartoe zijn.


Manuel I.R.

Dat is nogal wat.


Burg E. van der

Aan welke belastingen denkt u dan? Parkeerbelastingen op basis van inkomen? Of onroerendezaakbelasting op basis van inkomen? Toeristenbelasting op basis van inkomen? Hondenbelasting op basis van inkomen? Aan welke belasting denkt u dan?


Doorninck M. van

Wij hebben daar wel zo onze ideeën over, maar wij willen geen proefballonnetjes oplaten. Wij denken dat het goed is om het college te vragen om te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn.


Burg E. van der

Dat is een beetje vreemd. Toen ik net het woord voerde en denkrichtingen aangaf, vroeg de heer De Goede om voorbeelden. GroenLinks vraagt dus aan de VVD, maar ook aan de PvdA, om voorbeelden te geven. Als wij echter aan u vragen om met voorbeelden te komen, dan zegt u: dat willen we niet. Als straks het CDA, D66 en de SP aan het woord komen, moet u ook niet om voorbeelden vragen, want daarmee maakt u zichzelf ongeloofwaardig.


Doorninck M. van

Nee hoor. De heer De Goede vroeg u om denkrichtingen. Dit is een denkrichting en volgens mij ook een tamelijk duidelijk voorbeeld. Wij vragen om in het belastingstelsel het solidariteitsbeginsel leidend te laten zijn. Volgens mij is dat een heel duidelijk voorstel. Ik wacht af of het college kan onderzoeken welke mogelijkheden er daartoe zijn.


Bakker J.L.



Doorninck M. van



Bakker J.L.



Doorninck M. van



Asscher L.F.

Mag ik misschien een verhelderende vraag stellen? Moet het onderzoek zich toespitsen op het bestaande belastinggebied van de gemeente, de bestaande belastingen? Of vraagt u een onderzoek naar theoretische gemeentelijke belastingen die meer vorm zouden geven aan een dergelijk beginsel?


Doorninck M. van

Ik wil het college vragen om daarin heel creatief te zijn en alle mogelijkheden te onderzoeken, ook te onderzoeken of het belastinggebied van de stad vergroot kan worden.


Bakker J.L.

De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen:


54° Motie van het raadslid Van Doorninck inzake de begroting 2010 (solidariteit)


Bakker J.L.

Verzoekt het college van burgemeester en wethouders:

Te onderzoeken welke mogelijkheden er binnen het gemeentelijke belastingstelsel zijn om de sterkste schouders de zwaarste lasten te laten dragen.

De motie maakt deel uit van de beraadslaging.


Doorninck M. van

Dat staat er inderdaad, maar als de wethouder van Financiën nu aan mij vraagt of ik hem vraag ook daarbuiten te kijken, dan zou ik zeggen: ja, wethouder, weest u vooral creatief en onderzoek dat ook.


Bakker J.L.



Doorninck M. van

Amsterdam is gebouwd op en door tolerantie, solidariteit en innovatie. Dat zijn onze kernwaarden en dat zijn ook precies de instrumenten die GroenLinks wil inzetten om sterker en socialer uit deze crisis te komen.


Bakker J.L.

De VOORZITTER geeft het woord aan de heer De Goede.


Goede M. de

Ik ga door, speciaal voor de medewerkers van de pers die het allemaal mooi kunnen opschrijven. O, ze zijn er niet meer. Dat had ik niet gezien. Helaas voor GroenLinks, de bomen groeien niet meer tot in de hemel, hoewel wij natuurlijk een groot voorstander zijn van bomen. De financiële ruimte om al onze plannen in deze gemeente uit te voeren, wordt de komende tijd krapper. Voor een deel komt dit door gebeurtenissen in onze eigen gemeente, bijvoorbeeld bij de Noord/Zuidlijn. Voor het grootste deel is het echter een gevolg van ontwikkelingen in de wereldeconomie. De realiteit van de wereldeconomie haalt de dromen van de stad in. Minder nieuwbouw, een lagere toeristenbelastingopbrengst, lagere legesopbrengsten door minder nieuwbouw, minder erfpacht en een groter wordend begrotingstekort in de jaren na 2010.

Wat komt er nog op ons af? De korting van misschien 3 miljard euro op het gemeentefonds die door de staatssecretaris is genoemd, komt voor Amsterdam neer op 230 miljoen euro. Misschien wordt de soep niet zo heet gegeten, maar als we uitgaan van de helft, dan moeten we de komende tijd nog een enorm bedrag bezuinigen. Een deel ervan kan opgevangen worden door drastisch te reorganiseren. Het werd net ook al door de VVD gezegd. We kunnen dingen slimmer doen, organisaties samenvoegen, diensten laten fuseren. Dat is echter niet genoeg. We ontkomen niet aan het maken van politieke keuzes na 2010. De heer Van der Burg zei al dat GroenLinks dan andere keuzes zal maken dan de VVD. Ik denk echter dat het goed is om het debat daarover te voeren. Het gaat daarbij om concrete zaken. Houden we een theater open of bouwen we een aantal huizen? Gaan we een straat opknappen of houden we een jongerencentrum open? Gaan we met zijn allen op een werkbezoek naar China of leggen we een park aan? Als u deze voorbeelden hoort, dan denk ik dat de keuze van GroenLinks niet zo moeilijk is. Wij zoeken met u naar een meerderheid in de raad om dit soort keuzes te kunnen maken.

Nu doorgaan alsof er niets aan de hand is, de begroting ligt voor ons en we zien het wel, vindt GroenLinks onverantwoord. Wij zien net als andere partijen de noodzaak om snel met elkaar van gedachten te wisselen over de maatregelen die genomen moeten worden. Ik wil graag in de komende commissievergaderingen met het college van gedachten wisselen over de mogelijkheden die er zijn. Ik vind het niet verantwoord om proefballonnetjes op te laten en hier of daar een paar miljoen euro vandaan te halen. Wij zijn maar amateurs, zoals sommige bestuurders dat ook zijn naar ik uit de pers heb vernomen. Wij denken dat we het integrale beeld moeten bekijken: wat is er mogelijk en hoe kunnen we op een verantwoorde manier bezuinigen? Voor ons is alles bespreekbaar. Gooi de romp open, bekijk het bestaande beleid, bekijk wat er niet meer nodig is en waar we dingen slimmer kunnen doen. Kunnen we verbanden zoeken en Amsterdam met andere gemeenten en provincies gezamenlijk in laten kopen en daarmee voordelen behalen? Ik verwacht een heleboel creativiteit van de wethouder en de ambtelijke staf op dat gebied. Ik zie de legostenen die ik eerder noemde graag tegemoet, zodat we daarmee aan de slag kunnen gaan. Rode en groene legosteentjes wat ons betreft. De grote uitdaging in deze begroting is voor ons de bouwproductie. Het vereveningsfonds laat een erg negatief beeld zien. Ik moet eerlijk zeggen dat wij ook niet een-twee-drie een manier zien om 200 miljoen euro te vinden. Het college begint met een stofkamoperatie. Dat is een mooi begin, maar we ontkomen er niet aan om op een gegeven moment het vereveningsfonds extern te voeden. Of we moeten keuzes maken. Dat betekent voor ons niet, mijnheer Van der Burg, het afzien van de bouw van sociale woningen. Wij maken op dat gebied echt een andere keuze dan de VVD. Wij vinden dat er wel moet worden gebouwd voor mensen die geen grote en dure koopwoning kunnen betalen.


Manuel I.R.

Ik dacht dat de heer Van der Burg zou reageren. U zegt dat u wel echte keuzes maakt. Noem ze dan even.


Goede M. de

Ik begrijp uw vraag niet helemaal.


Manuel I.R.

U haalde een beetje uit naar de heer Van der Burg en zei dat u wel echte keuzes maakt. U wilt geen sociale woningbouwplannen schrappen, maar wat wilt u wel? Kunt u dat invullen?


Goede M. de

GroenLinks wil ergens anders geld vandaan halen om deze woningen te bouwen. Dat zijn de legosteentjes waarmee we aan het werk willen gaan. Wat kunnen we niet doen en wat kunnen we wel doen? Misschien mag ik u een voorbeeld geven? In de afgelopen jaren is voorgesteld om de openbare ruimte te verfraaien tot een luxe niveau. Wij vinden dat daar in deze tijd geen geld meer voor is. Het geld ervoor kan beter besteed worden aan de woningen die we willen bouwen.


Manuel I.R.

Dat is een voorbeeldje, maar ik neem aan dat het een serieus voorbeeld is. U wilt de manier waarop we nu in de openbare ruimte te werk gaan, waarbij we zorgen voor een duurzame openbare ruimte met gebruikmaking van mooie materialen, afschaffen. We kunnen weer simpele stoeptegels en betonnen muurtjes gebruiken. Dat is goed genoeg voor deze tijd van economische crisis. Dat vindt GroenLinks.


Goede M. de

Nee, dat vindt GroenLinks niet.


Manuel I.R.

Wat vindt u dan wel?


Goede M. de

Ik zal u zeggen wat ik vind. De ambities die de afgelopen jaren voor een aantal projecten zijn geformuleerd, liggen hoger dan volgens ons nodig is. Wij pleiten niet voor het gebruiken van de goedkoopste materialen. Er zit nog iets tussen de duurste en de goedkoopste materialen. Wij denken dat daar een heleboel geld te halen is. Niet het hele bedrag van 200 miljoen euro, maar een van onze voorstellen is om daar geld vandaan te halen.

De economische crisis leidt ertoe dat verschillende mensen hun baan verliezen. Dat is heel spijtig voor deze mensen, maar het leidt ook tot een groot beroep op de kas van de gemeente. Niet alleen voor bijstandsuitkeringen die we moeten betalen, maar ook de re-integratie van al deze mensen om hen weer aan het werk te krijgen, kost geld. We hebben de afgelopen jaren gespaard en daarom verwachten we voor 2010 geen grote problemen op dat gebied, maar daarna wel. Ik denk dat alleen het geld van de gemeente niet afdoende is. We zullen diverse projecten in de stad moeten starten. Wat ons betreft groene banen, want groen werkt. We kunnen bijvoorbeeld huizen isoleren, zonnecellen aanbrengen, daktuinen aanleggen, innovaties bij bedrijven stimuleren en investeren in de scholing van mensen. Als er weer kansen komen, dan kunnen alle Amsterdammers er klaar voor zijn omdat we de mismatch op de arbeidsmarkt hebben opgelost. Er zijn risico’s, maar als ik de begroting goed lees, dan zijn ze beperkt. Ik hoor echter graag van de wethouder of er nieuwe ontwikkelingen op dat gebied zijn.

Als iemand een bijstandsuitkering heeft en moeilijk aan een baan kan komen, dan is het voor GroenLinks geen kwestie van aan de zijlijn staan. Wij verwachten van mensen dat zij zich inspannen. Als je talenten hebt en bijvoorbeeld kunstenaar bent, ga dan een dag in de week op een school werken om met kinderen kunst te maken. Ga helpen in je buurthuis. Mevrouw Van Doorninck zei het net al, niet alle effecten van de crisis zijn nadelig. Ze kan ook tot een vorm van verbroedering leiden waarbij mensen in hun buurt op zoek gaan naar projecten waar ze achter kunnen staan.


Asscher L.F.



Bakker J.L.



Asscher L.F.

Stelt u voor om dat te verplichten?


Goede M. de

Nee, ik stel niet voor om het te verplichten. Als mensen echter langdurig in de bijstand zitten, dan moeten we samen met hen bekijken wat hun mogelijkheden en kwaliteiten zijn. De gemeente heeft de morele plicht om mensen te helpen deze talenten te benutten. We kunnen wel tegen een kunstenaar zeggen dat we hem net zolang re-integreren totdat hij een baan in een andere sector krijgt, maar als die er niet zijn, ga dan uit van de talenten die mensen hebben zodat ze die kunnen gebruiken op momenten dat het slechter gaat, zoals nu.


Ossel F.

Bedoelt u met uw pleidooi voor groene banen een apart groenebanenplan? Of wijst u erop dat de groene investeringen die het college voorstaat effecten hebben op de werkgelegenheid waar we alert op moeten zijn? Wat bedoelt u precies?


Goede M. de

Dat laatste. Wij denken dat de bestrijding van de klimaatcrisis en de economische crisis hand in hand kunnen gaan. Door te investeren in duurzaamheid en in woningen creëren we banen waarmee we bouwvakkers aan het werk houden die nu minder ingezet worden in de nieuwbouw door te werken aan isolatie. Ik denk dat dit een tamelijk logische gedachte is.

Voordat we er in de commissies op terugkomen, wil ik een paar opmerkingen over de begroting maken. We zien dat er in 2010 bij de gemeente 450 fte bijkomt. Als ik dat omreken, gaat het ongeveer om een bedrag van 40 miljoen euro. Dit is te begrijpen, want het vloeit voort uit beleid. Als we echter in 2011 afscheid moeten nemen van een aantal medewerkers, dan kunnen we met wachtgeldverplichtingen geconfronteerd worden. Wij vragen het college daarom om voorzichtig te zijn en geen zaken op gang te brengen die we straks moeten afbouwen waardoor we verplichtingen hebben. Het is meer een waarschuwing dan een keuze. Wij denken dat heel veel van de prioriteiten in de begroting tegen het licht gehouden moeten worden, misschien bij de collegeonderhandelingen. Ik heb al eerder gezegd dat we bepaalde zaken niet meer doen en andere zaken wel en wat ons betreft zo snel mogelijk.

Er wordt 5 miljoen euro uit het investeringsfonds gevraagd voor het opknappen van panden op de Wallen. Wij zetten daar vraagtekens bij. We hebben nog geen concreet plan gezien waaraan het geld wordt uitgegeven. Wij vinden het voorbarig om het geld alvast te reserveren om later uit te geven. We willen eerst een plan van het college zien voordat we dit geld uitgeven. Dan de Hogesluis, de brug bij het Amstelhotel. De kosten van de renovatie ervan liggen nu al 4,8 miljoen hoger dan het budget ervoor en het werk moet nog beginnen. We vragen ons af wat hier aan de hand is en of het niet een stuk goedkoper kan. Op deze manier gaat het wel erg hard.

Ik wil het college ook prijzen, waarbij ik een concreet punt wil noemen. Het risicomanagement in deze gemeente vonden wij een aantal jaren onderbelicht. Mevrouw Hoogerwerf heeft hier ook een aantal keren op gewezen. Het college heeft dit een aantal jaren geleden serieus opgepakt. Risico’s worden goed beschreven en komen eerder naar buiten. Wij moedigen het college dan ook aan hiermee door te gaan zodat we niet in 2010 ineens geconfronteerd worden met allerlei tegenvallers. Als er iets aan de hand is, dan zien we dat en het wordt in de hand gehouden zodat uitgaven ook binnen de begroting blijven.

Een aantal partijen heeft al gevraagd wat we willen en welke oplossingen wij voorstaan. Een van de eerste dingen waar ik naar gekeken heb, is de omslagrente. Dat is iets wat ik van mijn voorganger, de heer Van der Meer, heb geleerd. De omslagrente is op dit moment 4,5% en we zouden haar kunnen verlagen naar 4% of 3,5%. Dat schept tientallen miljoenen euro’s ruimte in de begroting. Ik zal er niet concreet met een motie om vragen, maar ik vraag het college wel om ernaar te kijken. Welke mogelijkheden zijn er om - misschien tijdelijk - de omslagrente te verlagen? Ik hoop dat u dit betrekt in het pakket maatregelen waarmee u bezig bent.


Mulder M.

Wat denkt u dat er gebeurt als op middellange termijn de rente weer gaat stijgen? Hoe gaan we dan tientallen miljoenen euro’s voor de rente betalen? Hebt u daar ook een dekkingsplan voor?


Goede M. de

Ik heb er een denkplan voor, maar geen dekkingsplan. Op dit moment rekenen wij al een aantal jaren meer omslagrente dan de marktrente. Als de economische crisis op de huidige voet doorzet, zal daar niet snel verandering in komen. Het rentefonds is nog gevuld. Daarom zeg ik ook dat dit niet iets voor de lange termijn is. Zolang de crisis duurt, moeten we tijdelijke maatregelen nemen waardoor we meer ruimte in de begroting krijgen. Dit zou misschien een van die maatregelen kunnen zijn. Ik wil het niet via een motie afdwingen. Ik vraag het college om het te onderzoeken en ik ga er graag met u in de Commissie voor Financiën, Economische Zaken, Onderwijs en Jeugdzaken over in debat.

Mevrouw Van Doorninck noemde al de solidariteit. Wij willen heel graag een stad waarvan we allemaal houden. Dat is een stad waar zowel rijk als arm een plek heeft. We ontkomen er dan niet aan om solidariteit te vragen van de mensen die het goed hebben met de mensen die het iets minder goed hebben. Ik hoop daarom dat we de komende dagen in de commissievergaderingen samen een mooi voorstel kunnen opstellen voor de manier waarop de Amsterdammer die het iets breder heeft de Amsterdammer die het iets minder breed heeft kan helpen. Ik hoorde van verschillende partijen dat ze hiervoor openstaan en ik hoop dat we daarover met elkaar in debat kunnen gaan.

Het vergroenen van de belastingen. Op dit moment loont het niet om te investeren in het isoleren of verduurzamen van je huis. Het gevolg is een hogere WOZ-taxatie en daarna een hogere ozb. Dat is natuurlijk de wereld op zijn kop. Wij willen dat mensen investeren in isolatie zodat er minder energie verbruikt wordt. Wij zullen over twee weken in de Commissie voor Financiën, Economische Zaken, Onderwijs en Jeugdzaken voorstellen doen om een nieuw stelsel in te voeren om dit ongedaan te maken. Sterker nog: het gaat lonen als iemand in zijn huis investeert.

Ik sluit af met een thema dat mevrouw Van Doorninck ook al noemde, de Club van Rome, die deze week in Amsterdam bijeenkwam. Daarbij werd onder meer gezegd: “Overheden hebben de afgelopen jaren triljoenen dollars gepompt in het overeind houden van de financiële markt.” Lees: de huidige economie. “Nu is het belangrijk dat overheden investeren in nieuwe technologieën die de uitstoot van kooldioxide tegengaan. Zo kan de toekomst van de aarde worden gered.” Aldus de Club van Rome. Ik weet niet precies wie van de heren het gezegd heeft. Voor Amsterdam betekent het een aansporing om te investeren in werk en in het milieu. In banen en minder CO2-uitstoot. In groei van de overslag in de haven en tegelijkertijd in innovatie van dezelfde haven. Amsterdam is klaar voor de Green Deal. Wij nodigen de andere partijen dan ook uit om met ons deze Green Deal te verwezenlijken. Een duurzame economie die de lasten niet bij volgende generaties legt, maar nu al verantwoord omgaat met lucht, water en grondstoffen die ons ter beschikking staan.


Bakker J.L.

De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Ivens.


Ivens L.

Na de show van de Staat van de stad houden we nu de algemene beschouwingen. Tijdens de Staat van de stad werd de oppositie nog monddood gemaakt, maar nu kunnen we gelukkig het debat aangaan. Er is namelijk nogal wat aan de hand met deze begroting.


Mulder M.



Bakker J.L.



Mulder M.

Op welk moment tijdens de Staat van de stad werd mevrouw Alberts het woord ontnomen om haar visie op de Staat van de stad te geven?


Ivens L.

Ik zei dat de oppositie monddood werd gemaakt. Volgens mij wilde de voltallige oppositie iets in stemming brengen en weigerde de coalitie erover te laten stemmen. Dat noem ik monddood maken en niet passend in een democratie.

De crisis van het kapitalisme tikt in Amsterdam flink aan. De dreun kwam meteen hard aan bij de vele mensen en de vele Amsterdammers die werkzaam zijn in de financiële sector, bij de banken of op de beurs. Maar als de financiële sector – als spil van onze kapitalistische economie – getroffen wordt, treft dit uiteindelijk iedereen. De omzetten van de bedrijven kelderden en nu vallen er ontslagen. Binnen het kapitalisme hangt alles met elkaar samen en als een sneeuwbal gaat rollen, kan hij zo een lawine worden. Deze lawine dreigt nu veel mensen te verpletteren. De vraag die nu voorligt, is hoe we gaan voorkomen dat Amsterdammers echt buitenspel komen te staan door de crisis. Vrijwel iedereen zal moeten inleveren. Maar niet iedereen kan inleveren, of kan evenveel inleveren. We constateerden al voor deze crisis dat de tweedeling in Amsterdam groter werd. De mensen met wie het lange tijd goed ging, kunnen nu makkelijker inleveren dan de mensen met wie het slechter ging. We moeten de kansen van de crisis grijpen. Dit moment moeten en kunnen we gebruiken om de tweedeling te lijf te gaan. We pakken van de rijken en geven aan de armen. We moeten nu gaan doen wat Robin Hood eind twaalfde eeuw deed.

Vier jaar geleden hadden we het in de verkiezingstijd allemaal over de rijen bij de voedselbanken. Die moesten aangepakt worden. In de drie vette jaren van dit college heeft het hier geen antwoord op weten te geven. Bij de voedselbanken is het alleen maar drukker geworden. Zelfs al voor de crisis werden de rijen langer en nu, met de crisis, is het helemaal druk. Ik ben benieuwd of in de komende verkiezingscampagne deze collegepartijen weer durven te zeggen dat ze de voedselbank overbodig gaan maken, want dan vraag ik me af waar zij de afgelopen jaren waren.

Voor de crisis werd de groep langdurig werklozen al niet kleiner. Werklozen werden van re-integratietraject naar re-integratietraject gesleurd, maar zonder resultaat. Voor deze langdurig werklozen is de situatie alleen maar verergerd. Met de komst van de vele nieuwe werklozen is hun perspectief op een baan sterk afgenomen. Zij staan aan de zijlijn in de wetenschap dat ze niet snel aan de bak komen. Het college wil zich wel inzetten om de nieuwe werklozen aan het werk te helpen, maar doet onvoldoende voor de langdurig werklozen. Wij hebben een voorstel voor een Amsterdamse werkcentrale. Dit plan hadden we voor de crisis al, maar het is nu des te harder nodig. Heel simpel gesteld: we laten werklozen nuttig werk doen en geven hen minimaal het minimumloon. Dit kunnen we betalen omdat we hen dan geen uitkering meer hoeven te verstrekken, we kunnen besparen op de armoedemiddelen en we kunnen fors snijden in de re-integratiegelden. Wat winnen we hiermee? Mensen zijn weer aan het werk en er kunnen nuttige dingen voor de stad plaatsvinden als toezicht houden, speeltuinbeheer, fatsoenlijke zorg, conciërges op school.

Dit college komt voor de nieuwe werklozen wel met een slappe variant van onze werkcentrale, de zogeheten blijf-aan-de-bal-banen. Een variant van de participatiebanen, waarbij mensen verplicht worden te werken voor hun uitkering. Maar tegenover een baan hoort toch een eerlijk loon te staan? Deze blijf-aan-de-bal-banen kosten de gemeente 2 miljoen euro. Dit geld gaat echter niet naar de mensen die gaan werken, maar naar degenen die deze gratis werkers in dienst nemen. Zij krijgen 100 euro per maand om iemand gratis werk te laten verrichten. Dit lijkt meer op een vorm slavernij dan op het creëren van werkgelegenheid. Dit is een ondermijning van het cao-stelsel waar de SP trots op is.


Mulder M.

Ik vind het bizar dat de heer Ivens eerst een gratis ongedekte cheque van ongeveer 300 euro per baan weggeeft om vervolgens deze woorden te kiezen voor de oprechte intenties en inzet van het college. We zoeken elke mogelijkheid die er is om mensen aan de slag te houden. Als u dit op deze manier wegzet en zelf met een totaal onrealistisch alternatief komt, dan maakt u zichzelf volkomen belachelijk. Ik vind het bovendien een schoffering van deze mensen.


Ivens L.

Als u naar mijn betoog had geluisterd, dan had u gehoord dat ik betoogde dat u niet uw stinkende best doet om alle mensen aan het werk te helpen. De langdurig werklozen staan in uw plannen volledig aan de zijlijn en u accepteert dat. Met onze plannen voor de werkcentrale willen we deze mensen aan het werk helpen. U noemt het een onrealistisch plan. Laten we met dit idee aan de slag gaan. Ik legde net uit waarom het een goed en haalbaar idee is. De bal ligt bij u en niet bij de blijf-aan-de-bal-banen. De bal ligt bij de Partij van de Arbeid. Doen we iets voor langdurig werklozen of zeggen we: als u een uitkering wilt ontvangen, dan zult u klusjes moeten opknappen?


Mulder M.

We doen dat juist wel, voor langdurig werklozen en voor nieuwe werklozen, maar we doen het met maatregelen die echt werken en waar deze mensen echt iets aan hebben.


Ivens L.

En met deze klusjes ondermijnen wij het cao-stelsel. Dat noemt de Partij van de Arbeid sociaal. De Partij van de Arbeid sloopt landelijk de AOW en lokaal helpt ze het cao-stelsel om zeep. Juist in deze tijden horen we op te komen voor het sociale stelsel in plaats van dit af te breken.


Mulder M.

U vindt al deze maatschappelijk nuttige functies die werklozen nu gaan vervullen, werk bij sportverenigingen, in buurthuizen, hulp bij het mooier maken van de openbare ruimte, maar klusjes. U vindt het geen nuttige maatschappelijke investeringen.


Ivens L.

Wij vinden het werk. U vindt het vrijwilligerswerk en klusjes. Wij vinden het banen en tegenover een baan staat een echt inkomen. Daarvoor is het minimumloon in Nederland uitgevonden. Ons plan voor een werkcentrale beschreef dit al ongeveer anderhalf jaar geleden. Wij wilden het toen invoeren en u gaf toen niet thuis.

Wij stellen voor om de geest van Robin Hood door Amsterdam te laten waren. We willen de werkcentrale, we willen kwijtschelding van lokale belastingen voor kleine ondernemers met een laag inkomen, we willen de grens van het wettelijk sociaal minimum dat recht geeft op gemeentelijke voorzieningen optrekken van 115% naar 120%. We willen dat minima gratis een paspoort kunnen krijgen. We willen de bijzondere bijstand verruimen. We willen compensatie voor de hogere energiekosten. In 2008 jaar kregen mensen 50 euro van Bos, dit jaar 50 euro van Asscher. Ik gun u die eer en ik hoop dat u dit gaat doen.

We stellen geen Sinterklaasbegroting voor, maar een Robin Hood-begroting. We halen het geld waar het zit, om het in te zetten waar het nodig is. Zo brengen we de top en de basis van de economie weer in balans door fors te snijden in het programma Topstad. Die ambities heeft het college wel gehaald, terwijl de ambitie om de voedselbank overbodig te maken tot nu toe hopeloos faalt. We gaan geen geld uitgeven aan het promoten van Amsterdam voor de Olympische Spelen.


Ossel F.

Ik wil graag een feitelijke vraag stellen. Waar staat in het collegeprogramma dat dit college de voedselbanken overbodig zou maken? Op welke pagina kan ik dat vinden?


Ivens L.

Ik zei al eerder in mijn betoog dat bij de vorige verkiezingen iedereen over elkaar heen buitelde en beloofde om de voedselbanken overbodig te maken. Dat vind ik een ambitie.


Ossel F.

Ik heb het over het college, niet over de verkiezingen, mijnheer Ivens.


Ivens L.

Ik vind dat een ambitie die uw lijsttrekker destijds ook uitsprak. Ik vind het een ambitie die speciaal bij u als verantwoordelijk wethouder op dit terrein zou passen. We constateren dat de rijen steeds langer worden, ik heb de cijfers hier bij de hand. Ze zijn flink toegenomen. Dan moeten we niet berusten en al ons geld uitgeven aan het programma Topstad waarvan we de doelstellingen al gehaald hebben. We moeten de basis weer versterken.


Garde M.C. van der

Ik hoor een echo over de voedselbanken en ik kan het toch niet laten om er iets over te zeggen. We hebben er een keer of vier over gesproken en meestal begon de heer Limmen erover. Wij hebben bij monde van de heer Aboutaleb, maar ook zelf als fractie diverse keren tegen u gezegd wat onze ambitie was en welke voorstellen ervoor gedaan zijn. We hebben er in de campagne over gesproken. Het staat niet in het verkiezingsprogramma en ook niet in het collegeakkoord.


Ivens L.

Het zijn verkiezingsbeloften van de Partij van de Arbeid. Ik hoop dat er kiezers zijn die kijken, dan weten ze wat een verkiezingsbelofte van de Partij van de Arbeid waard is. Ik vind dat het u zou sieren als u toe zou geven dat het ook in de economisch goede jaren drukker is geworden bij de voedselbank. U wilt niet weten hoe druk het er nu is. Als uw lijsttrekker in de verkiezingsstrijd weer zegt dat we de voedselbanken afschaffen, dan ben ik benieuwd of hij het in de volgende periode wel waar kan maken. Als kiezer zou ik er niet meer intrappen.

We geven geen geld meer uit aan het promoten van Amsterdam voor de Olympische Spelen. We snijden in de creatieve topopleidingen, in Investor Development en in de promotie van Amsterdam. We schrappen de China/Indiadesk. We brengen de economie weer in balans. We verschuilen ons niet meer achter de grote beursgenoteerde bedrijven die ons de crisis gebracht hebben, maar gaan opkomen voor de Amsterdamse kracht.


Goede M. de

Ik hoor een aantal stevige maatregelen. Misschien zouden we ons er ook nog wel in kunnen vinden, maar telt u ze eens bij elkaar op. Wat is uw antwoord op de economische crisis in Amsterdam? Ik mis nog 200 tot 300 miljoen euro. Waar haalt u die vandaan als u alle mensen aan het werk wilt houden en al die sociale woningen wilt bouwen? Dit college doet in uw ogen blijkbaar niets goeds.


Ivens L.

Ik zou niet durven zeggen dat dit college niets goeds doet. Heel af en toe gebeurt er wel degelijk iets goeds. Er zijn net een heleboel voorstellen gehamerd dus die vond de SP kennelijk goed genoeg. Op hoofdlijnen laat het college echter een heleboel kansen liggen. Ik denk dat u dat ook zo voelt. U maakt zich ook zorgen over mensen met grote gezinnen die uit Amsterdam moeten vertrekken. Dat komt voor en het college laat dit gebeuren. Dat verwijt ik het college. U vraagt waar de rest van het geld blijft, maar ik hoop dat u nog even geduld hebt, want ik ben pas halverwege mijn verhaal.


Burg E. van der

Ik ben uitermate blij met de bijdrage van de SP. Ze is volstrekt duidelijk en ze maakt ook duidelijk waar de keuzes liggen die we kunnen maken. U zei aan het begin van uw betoog dat we Robin Hood na moeten volgen, van de rijken moeten pakken en aan de armen geven. GroenLinks heeft er een creatief voorstel voor gedaan. Zij wil onderzoeken of we meer belasting in Amsterdam kunnen heffen en of we de belastingen meer inkomensafhankelijk kunnen maken. Ik probeer me een beetje te verplaatsen in het gedachtegoed van de SP. Is de SP het eens met de ideeën van GroenLinks om de belastingen in Amsterdam inkomensafhankelijk te maken en ook te bekijken hoe we meer belastingen kunnen heffen?


Ivens L.

Dat is leuk, want ik was net bij mijn volgende blokje tekst aanbeland, over belastingen. Ik wil er wel even op ingaan. Het inkomensbeleid is in principe een taak van het Rijk, maar dat laat een heleboel kansen liggen. Ik begrijp daarom heel goed wat GroenLinks zegt. Ik heb liever niet dat we hier inkomenspolitiek via de belastingen voeren, maar ik wil het ook niet uitsluiten. Ik ben nog niet zo ver, dat ik allerlei nieuwe belastingen in wil voeren. Volgens mij is dat namelijk helemaal niet nodig. In het vervolg van mijn betoog komt nog een aantal van deze zaken aan de orde.

We vragen ook een bijdrage aan de bezoekers van onze stad.


Mulder M.



Bakker J.L.



Mulder M.

Ik vind dat de heer Ivens een beetje een vreemde definitie geeft van balans in de economie brengen. Als ik de balans van uw inbreng opmaak, dan slaat de balans bij de SP naar één kant uit. Alle dingen die de stad doet om de economie sterker te maken zodat we ook het geld verdienen om de solidariteit ook op lange termijn veilig te stellen, breekt u af.


Ivens L.

Zo, zo. Ik geloof dat de heer Mulder niet helemaal goed opgelet heeft. Ik zei namelijk dat we meer balans brengen door fors te snijden in het programma Topstad. Ik schrap niet eens het hele programma. We snijden op een aantal andere plekken om de balans te herstellen. We zien dat alle uitgaven voor de top van de economie gewoon doorgaan terwijl ondertussen een heleboel mensen niet meer met dat tempo meekunnen. De tweedeling in onze stad wordt groter. Wij willen meer balans aanbrengen. Niet al het geld besteden voor de top van de economie en de zakenwereld, maar ook voor de Amsterdamse kracht, de Amsterdamse ondernemer die wij hoog in het vaandel hebben staan en de Amsterdamse werker die wij hoog in het vaandel hebben staan.


Mulder M.

Uit het uitblijven van een serieus antwoord moet ik dus opmaken dat mijn constatering klopte.


Ivens L.

U luistert niet naar mijn antwoord. Als u het niet serieus neemt, dan moet u misschien uw oren openzetten of mijn bijdrage nog eens opnieuw beluisteren. Dat mag van mij ook. Ik kan het nog een keer voorlezen, maar dat lijkt me zinloos. Als u het niet wilt horen, dan maar niet. Zo doet de Partij van de Arbeid wel vaker tegen de oppositie.


Doorninck M. van

Ik ben bang dat GroenLinks hetzelfde probleem heeft en iets niet hoort. Ik heb van u niet gehoord hoe we onze economie draaiende houden, mijnheer Ivens. Als we flink het mes zetten in de pijlers van de Amsterdamse economie zoals de kennisindustrie, hoe houden we onze economie dan draaiend? En niet alleen draaiend, maar hoe maken we haar ook in de toekomst duurzaam? Als u daar het mes inzet, mijnheer Ivens, dan kiest u wel voor een heel kortetermijnoplossing.


Ivens L.

Het moet niet gekker worden. Zegt u dat het bedrijfsleven door de gemeente Amsterdam draaiend wordt gehouden met een bedrag van 5 miljoen euro voor Amsterdam Topstad? Ik dacht dat het bedrijfsleven meer mans was. Ik denk dat er nog genoeg bedrijven bereid zijn om te investeren in de regio Amsterdam en dat er nog heel wat economische activiteiten plaatsvinden. U zegt dat de hele economie stilligt als wij het budget voor het programma Topstad van 5 miljoen euro naar 2,5 miljoen euro halveren. Ik geloof u niet.


Doorninck M. van

Als u mijn woorden verdraait, dan hoeft u mij ook niet te geloven. Ik zei: als u het mes wilt zetten in de kenniseconomie. Dat zei u net. Daarvan zeg ik: daarmee roept u de duurzame economische toekomst van Amsterdam een halt toe.


Ivens L.

Het woord ‘kenniseconomie’ heb ik niet in mijn mond genomen, maar ook dat mag u terug beluisteren. Ik heb dat helemaal niet gezegd, het is een verdraaiing van mijn woorden. Ik constateer alleen maar dat de collegepartijen hierdoor geprikkeld worden en dat lijkt me wenselijk.

We vragen ook een bijdrage aan de bezoekers van de stad. De tarieven voor hotelkamers zijn het afgelopen jaar fors gedaald en daarmee zijn ook de gemeentelijke inkomsten flink gedaald, aangezien de toeristenbelasting een percentage van de omzet is. Met een extra Robin Hood-toeristenheffing zorgen we ervoor dat de toerist nog steeds flink goedkoper dan in 2008 onze stad kan bezoeken, maar dat de gemeentekas hier niet onder leidt. We laten niet de Amsterdammers opdraaien voor de lagere inkomsten uit het toerisme, want het geld is hard nodig voor Amsterdam. Dit is de uitdaging die wij aan u mee willen geven. In de komende begrotingsbehandelingen zullen wij deze voorstellen herhalen en verdedigen. Dan mag u kiezen: gaan we door op hetzelfde pad alsof er niets is gebeurd of kan deze stad een Robin Hood goed gebruiken?

Dan de techniek van de begroting. Die kent nogal wat onzekerheden. Zo trekt u maar liefst 635 miljoen euro uit voor het stadsdeelfonds, maar we weten nog helemaal niet welke taken de stadsdelen vanaf mei 2010 hebben. Misschien neemt het aantal taken enorm af, dan kan de gemeentelijke bijdrage ook omlaag. Hoe kunt u nu al zo zeker stellen dat er 635 miljoen euro nodig is voor onduidelijke taken? Is het geld leidend of de inhoud?

Het is een begroting met weinig verrassingen, maar wel duidelijk opgesteld in de aanloop naar de verkiezingen. De pijnpunten worden namelijk over de verkiezingen heen getild. Niet om het volgend college hier ruimte voor te geven, maar om zelf goede sier te maken. Hoe helpen wij immers een volgend college met het temporiseren van uitgaven voor Artis en de Rode Loper? Volgens mij zit een volgend college helemaal niet te wachten op een dikke rekening van dit college. Datzelfde geldt voor de Noord/Zuidlijn en het vereveningsfonds. Er is naar schatting 500 miljoen euro extra nodig voor de Noord/Zuidlijn en 200 miljoen euro voor het vereveningsfonds. Deze bedragen zie ik echter niet gereserveerd staan in de begroting. Het college probeert een beter beeld neer te zetten dan reëel is, of dit college verwacht een forse verkiezingsoverwinning van de SP waardoor we alsnog de veel goedkopere Noord/Zuid-metrotram kunnen aanleggen. Wat is de reden hiervoor? Ik hoop dat u dat laatste noemt.

De stand van zaken is nu, met het oog op de crisis, onzeker. Wel is duidelijk dat we extra waakzaam en voorzichtig om moeten gaan met de gemeentelijke portemonnee. Het is nog maar de vraag of een uitgave van 5 miljoen euro voor een Huis voor de Dans op dit moment erg nuttig is. We moeten kunnen accepteren dat niet elke wens nu als prioriteit gezien kan worden. Deelt u die mening? En wat gaat u daarmee doen?

Het investeringsfonds kent ook een onzekerheid. Dit fonds wordt nu flink gevuld. Een deel van het geld van het superdividend van Schiphol zit er nu in. Het uitgangspunt ‘bezit voor bezit’ wordt nu al niet nagekomen en wordt vervangen door ‘bezit voor minder bezit’. Nog voordat er uit het fonds gegrabbeld kan worden, wordt er al geld weggegrabbeld voordat het in de grabbelton komt. Wanneer kunnen we de concrete voorstellen van dit fonds ontvangen? Welke afwegingen worden er precies gehanteerd? Welk kasritme ziet u voor u? Het geld mag hier volgens de SP niet leidend zijn, de inhoud moet leidend zijn. Het risico van een dergelijk fonds is toch dat het geld een te prominente rol krijgt. En geld voor speeltjes is er wat de SP betreft nu zeker niet.


Mulder M.

Als we het toch over de inhoud hebben, wat stelt u dan zelf inhoudelijk voor? Ik hoor voornamelijk vragen aan het college, maar hoe kijkt u zelf tegen dit fonds aan?


Ivens L.

We hebben daar eerder ook al over gesproken. Ik weet alleen niet meer bij welke gelegenheid. Het lijkt ons helemaal niet verkeerd dat bezit voor bezit als uitgangspunt gehanteerd wordt. Wij vragen ons echter sterk af of we dat in de vorm van een fonds moeten doen. Het gevaar van een fonds is dat er weer een apart potje geld komt waarbij bepaald wordt dat het wel hier aan uitgegeven mag worden, maar niet daaraan. Het is maar de vraag of dat de beste manier is. We moeten eerst onze wensen formuleren en daarna het geld ervoor zoeken. Nu gaan we eerst het geld reserveren en daarna bekijken wat de wensen zijn. Dat is eigenlijk de omgekeerde wereld. Daarom wil ik ook weten hoe het college dit fonds beschouwt. Het is niet ons idee. Wij hebben het destijds een Sinterklaasfonds genoemd. Dat gevaar zien we nog steeds.

De gevolgen van de economische crisis zijn onduidelijk. Bij het opstellen van een begroting maakt men altijd een inschatting van de onzekerheden. Dat gebeurt hier echter niet. U geeft alleen aan dat er nog forse ingrepen nodig zijn. En nota bene twee beoogde lijsttrekkers mogen dit in kaart brengen. Wij moeten nu alle verwachtingen voor 2010 kunnen opschrijven. Waarom kunt u dat niet? Deze crisis is er toch al een tijdje? Of wilt u niet wachten op de kiezer en nu al stiekem een nieuw college vormen? De SP wil dat het college alle gevolgen van de crisis inzichtelijk maakt en dit nog doet voordat wij onze slotbeschouwingen houden. Dan kunnen we een eerlijke start maken in 2010, zonder dat het politieke spel leidend is boven de realiteit. Deze begroting is broddelwerk. Of wij hiermee straks kunnen instemmen, is dus nog maar de vraag.


Bakker J.L.

Ik constateer dat het 16.40 uur is. Ik schors de vergadering en wij gaan om 19.30 uur weer verder.

De verdere behandeling van dit punt wordt even aangehouden.

De VOORZITTER schorst de vergadering om 16.40 uur.


Schorsing


Bakker J.L.



Drooge A.H. van



Mulder M.



Drooge A.H. van



Bakker J.L.



Manuel I.R.



Drooge A.H. van



Mulder M.



Drooge A.H. van



Bakker J.L.



Burg E. van der



Drooge A.H. van



Burg E. van der



Drooge A.H. van



Bakker J.L.



Manuel I.R.



Mulder M.



Manuel I.R.



Mulder M.



Manuel I.R.



Mulder M.



Manuel I.R.



Bakker J.L.



Ossel F.



Manuel I.R.



Ossel F.



Manuel I.R.



Bakker J.L.



Wolf F. de



Bakker J.L.



Wolf F. de



Bakker J.L.



Manuel I.R.



Wolf F. de



Bakker J.L.



Manuel I.R.



Wolf F. de



Manuel I.R.



Bakker J.L.



Manuel I.R.



Mulder M.



Manuel I.R.



Mulder M.



Manuel I.R.



Bakker J.L.



Roos D.J.



Manuel I.R.



Bakker J.L.



Manuel I.R.



Bakker J.L.



Manuel I.R.



Doorninck M. van



Manuel I.R.



Asscher L.F.



Bakker J.L.



Asscher L.F.



Limmen M.H.J.



Asscher L.F.



Manuel I.R.



Asscher L.F.



Manuel I.R.



Asscher L.F.



Manuel I.R.



Asscher L.F.



Manuel I.R.



Asscher L.F.



Bakker J.L.



Limmen M.H.J.



Manuel I.R.



Bakker J.L.



7. Voordracht van het college van burgemeester en wethouders van 26 mei 2009 tot instemming met het beleidskader kunst in de openbare ruimte Buitenkunst 2009-2015, kennisname van de mandatering van de wethouder Kunst en Cultuur en beschikbaarstelling van


Bakker J.L.



Amendement


Graumans A.



Cohen M.J.



Gehrels C.



Cohen M.J.



Graumans A.



Cohen M.J.



8. Voordracht van het college van burgemeester en wethouders van 16 juni 2009 tot instemming met het verlenen van een financiële ondersteuning aan de Amsterdamse Basketbalclub (ABC) voorheen Basketbalclub EclipseJet (Gemeenteblad afd. 1, nr. 594)


Cohen M.J.



Motie


Drooge A.H. van



Cohen M.J.



Roemburg E. van



Cohen M.J.



Roos D.J.



Cohen M.J.



Manuel I.R.



Cohen M.J.



Drooge A.H. van



Manuel I.R.



Amendement


Ivens L.



Cohen M.J.



Gehrels C.



Cohen M.J.



Roemburg E. van



Gehrels C.



Cohen M.J.



Ivens L.



Cohen M.J.



Gehrels C.



Cohen M.J.



10. Voordracht van het college van burgemeester en wethouders van 22 september 2009 tot beschikbaarstelling van een krediet voor het inrichten van een fysieke ruimte in de kelderruimte van het stadhuis ten behoeve van het Servicehuis ICT en andere concer


Cohen M.J.



Goede M. de



Cohen M.J.



Roemburg E. van



Cohen M.J.



Gehrels C.



Cohen M.J.



14. Voordracht van het college van burgemeester en wethouders van 15 september 2009 tot vaststelling van de notitie, getiteld: Evenementen goed voor de stad, de stad goed voor evenementen (Gemeenteblad afd. 1, nr. 654)


Cohen M.J.



Amendement


Goede M. de



Cohen M.J.



Mulder M.



Cohen M.J.



Asscher L.F.



Goede M. de



Bakker J.L.



Tweede termijn


Goede M. de



Asscher L.F.



Goede M. de



Asscher L.F.



Goede M. de



Cohen M.J.



Goede M. de



Asscher L.F.



Goede M. de



Asscher L.F.



Goede M. de



Cohen M.J.



17. Voordracht van het college van burgemeester en wethouders van 15 september 2009 tot kennisname van het rapport Uitkomsten denkfase positionering Haven Amsterdam, en instemming met de start van de onderzoeksfase gericht op finale besluitvorming over d


Cohen M.J.



Motie


Ivens L.



Cohen M.J.



Goede M. de



Ivens L.



Goede M. de



Ivens L.



Cohen M.J.



Mulder M.



Cohen M.J.



Ivens L.



Mulder M.



Cohen M.J.



Goede M. de



Cohen M.J.



Goede M. de



Cohen M.J.



Ossel F.



Cohen M.J.



Tweede termijn


Ivens L.



Cohen M.J.



Goede M. de



Cohen M.J.



Ossel F.



Ivens L.



Cohen M.J.



Goede M. de



Cohen M.J.



Ivens L.



Cohen M.J.



18. Voordracht van het college van burgemeester en wethouders tot kennisname van de beleidsregels Brandveilig groepswonen met 24-uurszorg en de Bouwbrief brandveilig wonen met zorg van juni 2009 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 669)


19. Voordracht van het college van burgemeester en wethouders van 15 september 2009 tot vaststelling van de Verordening tot wijziging van de Bouwverordening Amsterdam 2003 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 667)


Cohen M.J.



Motie F


Motie G


Willemse H.



Cohen M.J.



Poelgeest M. van



Willemse H.



Cohen M.J.



Poelgeest M. van



Cohen M.J.



Tweede termijn


Willemse H.



Poelgeest M. van



Willemse H.



Poelgeest M. van



Cohen M.J.



Willemse H.



Cohen M.J.



Willemse H.



Cohen M.J.



Poelgeest M. van



Cohen M.J.



Manuel I.R.



Cohen M.J.



24. Initiatiefvoorstel ter kennisname van het raadslid mevrouw Van der Pligt, getiteld: Jeugdwerkloosheid, en instemming met de bestuurlijke reactie op het initiatiefvoorstel (Gemeenteblad afd. 1, nr. 659)


Cohen M.J.



Motie H


Pligt M. van der



Cohen M.J.



Unver E.



Cohen M.J.



Pligt M. van der



Unver E.



Cohen M.J.



Wout B. van t



Cohen M.J.



Pligt M. van der



Wout B. van t



Cohen M.J.



Ossel F.



Cohen M.J.



Tweede termijn


Pligt M. van der



Cohen M.J.



Ossel F.



Cohen M.J.



Ossel F.



Pligt M. van der



Cohen M.J.



25. Voordracht van het college van burgemeester en wethouders van 7 juli 2009 tot instemming met het preadvies op de notitie van de raadsleden mevrouw Van der Garde en de heer Ünver van 22 april 2009, getiteld: 1500 jongeren (Gemeenteblad afd. 1, nr. 6


Cohen M.J.



Unver E.



Cohen M.J.



Goede M. de



Ossel F.



Cohen M.J.



26. Voordracht van het college van burgemeester en wethouders van 30 juni 2009 tot vaststelling van de Verordening tot wijziging van de Bijzondere subsidieverordening integratie, participatie en sociale cohesie (SIP) (Gemeenteblad afd. 1, nr. 489)


Cohen M.J.



Motie


Flos R.E.



Cohen M.J.



Flos R.E.



Cohen M.J.



Ulichki F.



Flos R.E.



Cohen M.J.



Straub J.



Cohen M.J.



Ulichki F.



Cohen M.J.



Flos R.E.



Cohen M.J.



Ossel F.



Cohen M.J.



Flos R.E.



Ossel F.



Cohen M.J.



Schorsing


Cohen M.J.



28. Initiatiefvoorstel ter kennisname van het raadslid mevrouw Ulichki, getiteld: WE CAN end all violence against women, en instemming met de bestuurlijke reactie op het initiatiefvoorstel (Gemeenteblad afd. 1, nr. 664)


Cohen M.J.



Ulichki F.



Cohen M.J.



Burke P.



Cohen M.J.



Vos M.



Cohen M.J.



29. Initiatiefvoorstel ter kennisname van het raadslid mevrouw Boelhouwer, getiteld: Drugsgebruik goed geregeld, en instemming met de bestuurlijke reactie op het initiatiefvoorstel (Gemeenteblad afd. 1, nr. 665)


Cohen M.J.



Boelhouwer C.



Cohen M.J.



Motie K


Motie L


Motie M


Boelhouwer C.



Cohen M.J.



Burke P.



Boelhouwer C.



Burke P.



Cohen M.J.



Ulichki F.



Cohen M.J.



Vos M.



Cohen M.J.



Boelhouwer C.



Cohen M.J.



Vos M.



Cohen M.J.



30. Initiatiefvoorstel ter kennisname van het raadslid mevrouw Burke, getiteld: Gokverslaving, en instemming met de bestuurlijke reactie op het initiatiefvoorstel (Gemeenteblad afd. 1, nr. 643)


Cohen M.J.



Drooge A.H. van



Cohen M.J.



Burke P.



Cohen M.J.



Ulichki F.



Vos M.



Cohen M.J.



31A. Actualiteit van het raadslid de heer Flos van 26 oktober 2009 inzake subsidieverlening aan het project Luchtkwaliteit inzichtelijk van Milieucentrum Amsterdam en Milieudefensie (Gemeenteblad afd. 1, nr. 690)


Cohen M.J.



Flos R.E.



Cohen M.J.



Vos M.



Flos R.E.



Cohen M.J.



Flos R.E.



Cohen M.J.



Geurts B.



Flos R.E.



Cohen M.J.



Geurts B.



Flos R.E.



Cohen M.J.



Burke P.



Flos R.E.



Burke P.



Cohen M.J.



Moties


Flos R.E.



Cohen M.J.



Drooge A.H. van



Cohen M.J.



Geurts B.



Cohen M.J.



Flos R.E.



Geurts B.



Cohen M.J.



Burg E. van der



Geurts B.



Cohen M.J.



Burke P.



Flos R.E.



Cohen M.J.



Burke P.



Cohen M.J.



Burke P.



Cohen M.J.



Flos R.E.



Burke P.



Flos R.E.



Cohen M.J.



Burke P.



Cohen M.J.



Drooge A.H. van



Burke P.



Drooge A.H. van



Cohen M.J.



Vos M.



Cohen M.J.



Burg E. van der



Vos M.



Burg E. van der



Vos M.



Burg E. van der



Vos M.



Burg E. van der



Vos M.



Burg E. van der



Vos M.



Burg E. van der



Drooge A.H. van



Vos M.



Burg E. van der



Vos M.



Burg E. van der



Vos M.



Cohen M.J.



Drooge A.H. van



Vos M.



Burg E. van der



Cohen M.J.



Burg E. van der



Cohen M.J.



Vos M.



Flos R.E.



Vos M.



Flos R.E.



Vos M.



Cohen M.J.



Vos M.



Burg E. van der



Cohen M.J.



Opening middagvergadering


Cohen M.J.



31a. Actualiteit van het raadslid Flos van 26 oktober 2009 inzake subsidieverlening aan het project ‘Luchtkwaliteit inzichtelijk’ van het Milieucentrum Amsterdam en Milieudefensie


Cohen M.J.

De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Flos.


Tweede termijn


Flos R.E.

Ik zal eerst op de inhoud ingaan, daarna zal onze fractievoorzitter op de meer politieke aspecten ingaan. Het is ongelooflijk hoe wethouder Vos tot tweemaal toe voor het lapje is gehouden door het Milieucentrum Amsterdam en Milieudefensie over de doelstelling van het onderzoek. Dat deze wethouder vervolgens niet bereid is om deze subsidie terug te vorderen, blijkt uit een negatief advies op die motie van ons, en dat zij ook niet bereid is om toekomstige GGD-medewerking en subsidies niet meer te doen, blijkt uit de andere twee moties die zij negatief preadviseerde. Sterker nog, zij heeft aangegeven in de toekomst wederom subsidies te verstrekken voor dit soort projecten. Alleen, zegt de wethouder, moeten Milieucentrum en Milieudefensie de wethouder niet nog eens voor het lapje houden en de berekeningen gebruiken om de rekenmodellen ter discussie te stellen.
De eerste keer dat zij voor het lapje is gehouden, was bij de aanvang van het project, toen ze gevraagd heeft om geen koppeling te maken met de betrouwbaarheid van het onderzoek en dit vervolgens wel op de website in het persbericht stond. Vervolgens blijkt aan het einde van het project dat het onderzoek wederom is gebruikt om de rekenmodellen ter discussie te stellen. Een ezel stoot zich niet driemaal aan dezelfde steen. Wethouder Vos, u wordt wat ons betreft gepiepeld door Milieucentrum Amsterdam en Milieudefensie, en verbindt hier geen conclusies aan door dit niet meer te ondersteunen. U bent wat ons betreft naïef en onverantwoord bezig met zowel gemeenschapsgeld als met het creëren van onrust onder de bevolking over de luchtkwaliteit.


Cohen M.J.

De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Van der Burg.


Burg E. van der

Over de inhoud verschillen we in deze gemeenteraad van mening. De VVD is bij monde van de heer Flos redelijk fel geweest als het gaat om nut en noodzaak van dit project, maar andere politieke partijen denken daar anders over, zo hoort het ook. We komen te spreken over de moties van de heer Flos, en we zien wel hoe het gaat.
Hoezeer we ook verschillen over de inhoud, waar we het als gemeenteraad volgens mij over eens zijn, is dat een gemeenteraad alleen goed kan functioneren op het moment dat hij goed, juist, volledig en tijdig wordt geïnformeerd. Deze zin heb ik een keer eerder uitgesproken in de discussie die we gehad hebben over de milieuzone en het te laat informeren van de raad. Daar was toen ook een hele discussie over, waarbij sommige partijen het verhaal van de wethouder geloofwaardig vonden, en de motie van afkeuring die wij hebben ingediend is niet gesteund. Hier is het anders. De wethouder heeft hier zelf aangegeven - dus daar kan geen discussie over bestaan - dat ze in juni verkeerde informatie heeft gegeven aan de raad en dat ze zich heeft vergist, dat ze er later achter is gekomen en verzuimd heeft de raad in te lichten, en dat we pas afgelopen vrijdag een brief hebben ontvangen waar het in staat. Mijn invulling is dat het gaat om niet meer dan een citaat van de wethouder, waar het wel zeer bedekt in staat. De raad hoort altijd goed, juist en tijdig te worden geïnformeerd.


Geurts B.

U zegt dat het er verdekt in staat. Kunt u dat toelichten? In de brief staan gewoon de bedragen genoemd en staat de betrokkenheid uitgelegd. Wat is daar verdekt aan?


Burg E. van der

In de brief van afgelopen vrijdag, pagina 2, bovenste regel, staat: ‘Het programmabureau Luchtkwaliteit heeft een eenmalige projectsubsidie verstrekt van 18.130 euro voor het Amsterdamse deel.’ Daarmee, zegt de wethouder, heb ik u toch verteld dat ik me vergist heb in juni? Daarvan zeggen we dat het nadrukkelijk misgaat. In juni zei de wethouder iets tegen de raad wat niet klopte. Dat is geen mening van de VVD, dat is een feit dat niet door de wethouder wordt betwist. De wethouder heeft gisteren letterlijk gezegd dat ze zich heeft vergist, en dat betekent dat ze iets heeft gezegd wat niet klopt.


Garde M.C. van der

Kan de heer Van der Burg zeggen wat de wethouder in juni precies heeft gezegd wat niet klopt?


Burg E. van der

De wethouder heeft gezegd dat wij niet betalen.


Garde M.C. van der

In de notulen gaat het hele debat over de GGD, dus daaruit maak ik op dat die zin betekent dat de GGD niet meebetaalt, en dat klopt volgens mij wel. Wat klopt er volgens u niet?)


Burg E. van der

De letterlijke zin is: ‘Er wordt niet aan meebetaald.’ Er staat niet dat er niet wordt meebetaald door de GGD, maar wel vanuit het programmabureau Luchtkwaliteit, maar de zin luidt: ‘Er wordt niet aan meebetaald’. Er staat ook wel iets over de GGD, maar dat gaat niet over het betalen, maar over de begeleiding van dit project. U heeft de afgelopen nacht en ochtend gebruikt om een verdedigingslinie op te trekken, maar dat is helemaal niet aan de orde. Ik heb niet gezegd dat de wethouder zich vergist heeft, de wethouder heeft dat zelf gezegd. Ik mag toch aannemen dat u niet wilt discussiëren over de vraag of de wethouder gezegd heeft of ze zich vergist heeft in juni. Dat heeft ze gisteren gezegd, en dat heeft ze vandaag gezegd in Het Parool. Ze heeft zich vergist in juni.


Garde M.C. van der

Over dat vergissen wil ik niet met u in debat. Wat ik aan u vroeg is, wat er fout is gezegd. Die zin die u voorleest interpreteer ik als dat het gaat over de GGD, en dan klopt de informatie wel.


Burg E. van der

Het grappige is dat de wethouder daar volstrekt anders over denkt dan u. Ik citeer haar uit Het Parool van vandaag: ‘De raad en ik hebben ons niet gerealiseerd dat de gemeente op een andere manier meebetaalt.’ U heeft het blijkbaar op de juiste wijze begrepen, maar mevrouw Vos dacht in elk geval dat u het niet goed begrepen had, dat zegt ze vandaag namelijk letterlijk in Het Parool.
Wat er aan de hand is, is dat de wethouder zelf zegt dat ze zich heeft vergist. Ze komt daar later achter en zegt dat ze dat moet melden aan de raad, en dat verzuimt ze vervolgens. Dat kan niet, de wethouder heeft een actieve informatieplicht in de richting van de raad, en zeker in het kenbaar maken dat de wethouder zich in de communicatie naar de raad vergist heeft. In zijn algemeenheid heeft het college de taak om actief te informeren, maar zeker daar waar het gaat om het onjuist informeren. De wethouder leefde op zijn minst in de veronderstelling dat zij zich vergist had, en leefde op zijn minst in de veronderstelling dat zij iets recht moest breien richting de raad. Dat heeft ze namelijk zelf gezegd, en daarom heeft zij opdracht gegeven om die brief te maken. Alleen bereikte die brief ons niet eind juli, augustus of september, maar eind oktober. Gelukkig heeft de heer Flos daar gisteren een agendapunt van gemaakt, anders was een aantal zaken nog steeds niet aan bod gekomen. Wij vinden het echt niet kunnen. Gisteren heb ik aan GroenLinks gevraagd hoe zij daar in staan. GroenLinks heeft gezegd de beantwoording van het college af te wachten. Ik heb dezelfde vraag daarna niet gesteld aan de PvdA omdat ik er rekening mee hield dat zij hetzelfde antwoord zouden geven. Ik stel deze vraag nu wel opnieuw aan GroenLinks en uiteraard ook aan de andere politieke partijen.
De heer Manuel deed gisteren niet mee aan het debat, maar heeft zich er vanochtend in De Telegraaf wel over uitgelaten. De heer Manuel schudt nu zijn hoofd, maar hij staat toch echt in de krant. Omdat u zich er in de krant over heeft uitgelaten, vraag ik of u zich er nu ook in de raad over wil uitlaten.


Manuel I.R.

Ik heb me er gisteren in het debat niet over uitgelaten, maar ook niet in de krant. Er staat iets in de krant, maar hoe dat er terechtkomt weet je niet altijd.


Burg E. van der

Dan staat het fout in de krant. U staat zelfs geciteerd tussen aanhalingstekens: ‘Zij heeft de raad bewust verkeerd voorgelicht en haar fout niet op tijd hersteld.’


Manuel I.R.

Iedereen kan het nalezen, ik heb gisteren niets gezegd.


Burg E. van der

Er staat niet dat u dat heeft gezegd in de raad. We weten allemaal dat u in de raad niets gezegd heeft.


Manuel I.R.



Burg E. van der

Los daarvan stel ik nu wel de vraag aan de andere politieke partijen om zich uit te spreken over wat zij vinden van het feit dat de gemeenteraad ten allen tijde goed, juist, tijdig en volledig moet worden geïnformeerd. Bent u het met de VVD eens dat op het moment dat het college merkt dat het zich vergist heeft in de informatieverstrekking naar de raad, dat onmiddellijk gecorrigeerd moet worden, en bent u het eens dat de wethouder op dit punt in gebreke is gebleven? Graag hoor ik op dit punt een reactie van de politieke partijen en een nadere reactie van de wethouder. Wat mij opvalt is dat de wethouder een andere toon aanslaat in Het Parool van vandaag dan in de raad van gisteren. Gisteren zei ze dat ze zich heeft vergist, dat ze die vergissing had moeten herstellen door een brief te sturen, dat dat is misgegaan maar dat die brief vrijdag alsnog is verstuurd. Vandaag, maar misschien geldt voor u hetzelfde als voor de heer Manuel, hoewel het tussen de bekende quotetekentjes staat, zei u: ‘Ik heb de raad goed geïnformeerd’. Volgens mij bestaat er spanning tussen wat u gisteren en vandaag heeft gezegd.
Daar komt nog een ander aspect bij waar we eerder een discussie over hebben gehad. Dat was overigens niet met u, mevrouw Vos, maar met voormalig collega mevrouw Buyne, en daar heb ik ook een vraag over gesteld aan de burgemeester. We hebben als VVD op een punt hard geoordeeld in de richting van mevrouw Buyne, en dat was toen ze haar ambtenaren de schuld gaf van hetgeen er mis was gegaan. Ik heb mevrouw Buyne toen gezegd dat zij verantwoordelijk was. Toen mevrouw Buyne bleef zeggen dat het bij haar ambtenaren lag, heb ik de burgemeester gevraagd hoe hij daar naar keek. De burgemeester heeft toen gezegd dat wethouders inderdaad integraal verantwoordelijk zijn. Ook u zegt nu dat u uw ambtenaren heeft gevraagd die brief door te sturen, en dat het vervolgens niet is gebeurd. Mevrouw de wethouder, dat is interessante informatie, maar het doet er niet toe voor de gemeenteraad van Amsterdam. U bent politiek verantwoordelijk voor het informeren van de raad en niet uw ambtenaren.


Geurts B.

Wil de heer Van der Burg nog een keer aangeven waar hij vindt dat de raad niet juist is geïnformeerd? We hebben allemaal kunnen lezen wat er in het raadsdebat van 11 juni gezegd is. Heel duidelijk was dat de vraag ging over de relatie tussen Milieudefensie en de GGD. Daar geeft de wethouder antwoord op. In die context is de vraag gesteld door de heer Van Drooge of er steun was vanuit de gemeente en de GGD voor dat project. Toen was het antwoord dat het project wordt ondersteund, maar dat er niet aan wordt meebetaald. In die context is antwoord gegeven. Dus nogmaals de vraag, ook in de wetenschap dat in april al aan de raad is gecommuniceerd dat het Milieucentrum met een dergelijk project bezig is, het project ‘Luchtkwaliteit inzichtelijk’, of u mij uit kunt leggen wat er niet juist is geweest aan de informatie van de wethouder?


Burg E. van der

Ik zou uw vraag met een tegenvraag willen beantwoorden. Eigenlijk stel ik die tegenvraag niet aan u, maar aan de wethouder, maar ik kan me voorstellen dat u tussen gisteravond en nu de wethouder heeft gesproken. Het is de wethouder die zegt zich in juni te hebben vergist. U zegt nu dat ze alles juist heeft gedaan. Als ze alles juist heeft gedaan, waar zit dan volgens u die vergissing van de wethouder in? Die zit hem erin dat ze zelf zegt dat ze zich heeft vergist en dat ze zich niet gerealiseerd heeft dat de gemeente op een andere manier wel meebetaalt. Dat zegt de wethouder. Ik hoef dus helemaal niet uit te leggen waar de wethouder iets verkeerd heeft gezegd, dat zegt ze namelijk zelf.


Geurts B.

De vraag is aan u over de woorden die u in de mond neemt dat de wethouder de raad niet juist heeft geïnformeerd. Als ik kijk wat daar is gezegd, dan zeg ik dat de context waarin de vraag wordt gesteld, is dat op een andere manier wel wordt meebetaald. U maakt er van dat de raad niet juist is geïnformeerd, en dan zou ik toch echt van u willen weten op welk punt u dat van mening bent.


Cohen M.J.

De VOORZITTER geeft aan dat het de laatste interruptie is. Spreker heeft het idee dat er hier een verschil van mening over bestaat in de raad.


Burg E. van der

GroenLinks is al begonnen met het beantwoorden van de vragen die ik gesteld heb. Uw kijk op de informatieplicht vanuit het college is er een die consistent moet zijn als we kijken naar het verleden en de toekomst. Wij zeggen dat de wethouder toen aan de raad had moeten vertellen dat er weliswaar niet vanuit de GGD financieel wordt bijgedragen aan dit verhaal, maar dat de gemeente Amsterdam wel degelijk 18.130 euro betaalt.


Garde M.C. van der

Deze informatie is in de brief van 8 april aan de raad gecommuniceerd, dus het is niet zo dat er onjuiste informatie is gegeven. U wist dat er subsidie naartoe ging, klopt dat?


Burg E. van der

Wat de wethouder daar zelf over zegt, is dat ze in april aan de raad heeft gemeld dat er dit jaar ruim twee ton subsidie gaat naar het Milieucentrum Amsterdam. In die brief staat ook dat ze onder andere de luchtkwaliteit zouden onderzoeken. Dat is nog wat anders dan de vraag die de heer Van Drooge in juni heeft gesteld, en waar de wethouder antwoord op heeft gegeven. Blijkbaar heeft de wethouder in juni ook niet die combinatie gemaakt met die twee ton, want als ze die link met die twee ton en die brief uit april had gelegd, had ze tegen mijnheer Van Drooge gezegd dat de GGD niet meebetaalt, maar dat ze in de brief van april had gezegd dat er twee ton naar het Milieucentrum gaat, en dat een deel daarvan wordt besteed in het kader van luchtkwaliteit.


Garde M.C. van der

Op pagina 2 van die brief staat dat een van die projecten is bedoeld voor het project Luchtkwaliteit. Dat betekent dat de raad geïnformeerd was over het totaalbedrag en over dit project waar in juni nog een keer over gesproken was in een heel ander debat. Dus wat mij betreft is die informatie in april bij de raad gekomen.


Burg E. van der

Het is boeiend dat u dat niet in juni bedacht en dat het niet gisteren aan de orde kwam, maar dat dit na een nachtje slapen is opgekomen.


Geurts B.

In dat licht zou ik graag willen opmerken dat het boeiend is dat bij het debat in juni noch het CDA noch de VVD noch allerlei andere partijen die link gelegd hebben en toen ook niet de vraag gesteld hebben over de financiële steun van de gemeente aan het Milieucentrum, waarbij ook dit project gesteund zou worden.


Burg E. van der

Ik begrijp dat dit voor u een spannend debat is, zeker voor een fractie als GroenLinks. Laten we wel eerlijk zijn: de heer Van Drooge heeft vragen gesteld. Op het moment dat de heer Van Drooge een vraag stelt, hoort hij volledig geïnformeerd te worden. Het hoeft niet zo te zijn dat de raadsleden allerlei documenten naast elkaar leggen en die gaan vergelijken met teksten die zijn uitgesproken in de gemeenteraad om te kijken of de informatie wel klopt. Als de heer Van Drooge een vraag stelt, hoort die beantwoord te worden. Dat vonden wij gisteren en dat vinden wij vandaag en ik vraag anderen hoe zij daarover denken.


Cohen M.J.

De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Limmen.


Limmen M.H.J.

Luchtkwaliteit is een belangrijk en gevoelig thema. De veronderstelde slechte luchtkwaliteit heeft ook voor het college aanleiding gegeven tot een aantal ingrijpende maatregelen voor wat betreft parkeertarieven. Wij blijven het verkeerd vinden dat het college heeft meebetaald aan deze subsidie. Dat hebben we ook al eerder aangegeven. Dat is eigenlijk niet waar het debat nu over gaat, want daar is gisteren al het een en ander over gezegd door de heer Van Drooge.
Waar het nu over gaat, is de manier waarop de raad is geïnformeerd. Daarin zijn eigenlijk vier fasen te onderscheiden. Als je kijkt naar de brief van de wethouder van april wordt er gemeld dat er een subsidie gaat naar Milieudefensie en wordt er gesproken over het project Luchtkwaliteit inzichtelijk. Vervolgens was er het debat in juni 2009 waarin mijn collega de heer Van Drooge vragen heeft gesteld, waarin werd gesproken over waarom we niet meebetalen aan het project ‘Zelf meten is zeker weten’. Waarom citeer ik dit? Eigenlijk is het strikt genomen zo dat ook die tweede uitlating van mevrouw Vos op een bepaalde manier gezien op een correcte manier te interpreteren is. De vraag is natuurlijk wel of het, gegeven de vraag die toen gesteld werd, ook anders geïnterpreteerd kan worden. Dat is denk ik ook wat mevrouw Vos aangaf in Het Parool, namelijk dat zij en de raad zich niet realiseerden dat er op een andere manier een subsidiestroom ging. Volgens mij is dat waar het hier over gaat; had die informatie kwalitatief van een ander niveau moeten zijn, in de zin van dat het duidelijk zou zijn geweest in juni dat er niet via de GGD, maar op een andere manier wel geld naartoe ging? Wij vinden dat dat eigenlijk wel zou moeten. Maar ik kan me eigenlijk niet voorstellen dat mevrouw Vos zelf ook niet die mening is toegedaan dat ze liever had willen reageren op een manier die had voorkomen dat je later in de situatie terecht zou komen dat die informatie aangevuld moet worden door aan te geven dat er wel op een andere manier subsidie naartoe is gegaan. Het is volgens mij ongelukkig, maar de wethouder heeft zelf ook aangegeven dat men zich op een gegeven moment realiseerde dat de informatie in juni misschien niet volledig is geweest. Het duurde vervolgens een hele tijd eer er een brief in de richting van de raad kwam. Op zich is die brief duidelijk. Er wordt gezegd dat er wel subsidie wordt gegeven. Ik zou het in een dergelijke situatie wel passend vinden als wordt aangegeven dat het kan zijn dat wat gezegd wordt wel een wat andere blik werpt op het debat van juni. Ik denk dat het dan wel aan het college is om explicieter te zijn over het feit dat er nu aanvullende informatie wordt gegeven die toch wel van belang is, ook terugkijkend op het antwoord dat destijds gegeven is op de vragen van de heer Van Drooge. Ik kan me eigenlijk ook niet goed voorstellen dat we het daarover oneens zouden zijn, want dat is de kwaliteit die we waarschijnlijk allemaal willen in de informatievoorziening vanuit het college naar de raad. Daar heeft de heer Van der Burg ook nog een aantal dingen over gezegd. Het moet niet zo zijn dat raadsleden een soort van extra onderzoeksplicht hebben om stukken continu met elkaar te vergelijken. Daarom gaf ik ook het verschil in de betiteling aan tussen hoe er in juni en in die brief van april over werd gesproken.
Wij gaan er dus vanuit dat de wethouder zeer ongelukkig is met de gang van zaken en ik denk dat het goed is als de wethouder uitspreekt of aangeeft hoe zij daar tegenaan kijkt. Wij zijn benieuwd of zij ook wat dat betreft op dezelfde manier aankijkt tegen de kwaliteit en de manier waarop die informatievoorziening van het college naar de raad zou moeten zijn. Dat laat, tot slot, onverlet dat wij van mening zijn dat we moeten proberen die subsidie terug te vorderen, maar dat hebben we gisteren ook al aangegeven.


Geurts B.

Ik heb net natuurlijk al het een en ander in de interrupties gezegd, maar ik ben ook nog eens goed nagegaan wat er precies is gebeurd in dezen en wat voor documenten er naar de raad zijn gegaan, want dat had ik niet paraat. De feiten zijn net al aan bod geweest. Ik kwam het bericht tegen uit april waarin de structurele subsidie aan het Milieucentrum aan bod komt, waar het project Luchtkwaliteit inzichtelijk is genoemd. Ik heb het debat nog eens teruggeluisterd. Wat ik mij kon herinneren van het debat, en dat werd bevestigd in de notulen, was dat daar in een fel debat gesproken werd over de milieuzone, en dat daar ook gesproken werd over de relatie tussen de GGD en Milieudefensie en een project over het meten van de luchtkwaliteit. In dat felle debat gaf de wethouder vervolgens een antwoord gerelateerd aan de GGD, namelijk dat de GGD niet meebetaalt aan het project. Zo had ik dat onthouden en dat vond ik toch ook wel bevestigd in het verslag. Vervolgens realiseerde de wethouder zich dat er meer informatie was, dat er via een andere weg nog een andere subsidie ging naar het project en dat ze vond dat de raad daarover geïnformeerd moest worden, en daar opdracht toe heeft gegeven. Dat had eerder gekund, daar kunnen we ons in vinden, maar als je kijkt waar het over gaat, het totale bedrag en hoe het gegaan is, kun je moeilijk zeggen dat er sprake is van onjuiste informatievoorziening in de raad. Het lijkt het ons een kwestie die veel te groot wordt gemaakt.


Burg E. van der

Wat doet het bedrag er toe? Waar staat in het staatsrecht dat er een andere informatieplicht is bij bedragen tot 20.000 euro of daarboven? Daarom hebben wij ook het onderscheid gemaakt in onze woordvoering. De heer Flos ging in op de inhoud van het verhaal, ik op de informatieplicht. Het bedrag is toch totaal irrelevant, of zegt u dat de informatieplicht van het college verandert naarmate het bedrag hoger wordt?


Geurts B.

Dat hoort u mij niet zeggen.


Burg E. van der

Waarom koppelde u dan net de hoogte van het bedrag in een zin aan de informatieplicht? U noemde net de hoogte van het bedrag.


Geurts B.

Dan had ik dat niet op die manier moeten zeggen.


Cohen M.J.

De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Manuel.


Manuel I.R.

We voeren dit debat na gisteravond denk ik weer omdat wethouder Vos gisteravond vrij snel zei dat ze er vrij snel achter is gekomen dat ze de raad verkeerd geïnformeerd had en dat ze er inderdaad wat langer over gedaan heeft om dat te herstellen in een brief die niet helemaal ondubbelzinnig is. Een aantal partijen in de raad zegt dat er eigenlijk helemaal niets mis is gegaan en dat de wethouder de raad helemaal niet onjuist heeft geïnformeerd. Het is na gisteravond vreemd om dat te ontkennen terwijl de wethouder dat zelf toegaf. Volgens D’66 is een groot deel van de problematiek het opereren van de wethouder, misschien ook de openheid en naïveteit van deze wethouder. Ze zei gisteravond wel heel snel dat ze het fout had gedaan en dat ze spijt betuigde. Ze had haar woorden wat zorgvuldiger kunnen kiezen en misschien eerst aan tafel moeten gaan zitten met haar eigen partij en de PvdA, want we zitten nu met een gekke situatie.


Limmen M.H.J.

We zitten altijd gebroederlijk naast elkaar, maar wat zegt u nu toch? Het kan toch niet zo zijn dat u de wethouder aanraadt alvorens de raad naar eerlijkheid te antwoorden te spreken met de fractie van GroenLinks en de PvdA?


Manuel I.R.

De VOORZITTER vraagt of de heer Limmen nu niet meer naast de heer Manuel wil zitten.


Limmen M.H.J.

Nee hoor, dat niet.


Manuel I.R.

Nee dat zeg ik zeker niet. Maar zoals mevrouw Van de Garde net zei, als je nog eens kijkt naar hetgeen uitgewisseld is in de commissievergadering en de brieven, kun je daar misschien net een andere draai aan geven en dat was in het kader van dit debat misschien handig geweest voor wethouder Vos.


Limmen M.H.J.

Ik vond het van wethouder Vos gisteravond juist duidelijk dat ze zei dat het anders had gemoeten.


Manuel I.R.

Het punt dat ik wil maken is dat de discussie die hier vandaag gevoerd wordt, ook vanuit de PvdA en GL, een beetje oneigenlijk is. De wethouder heeft al gezegd dat ze een fout heeft gemaakt en dat het haar spijt. Dat is natuurlijk toch een politiek punt. De heer Van der Burg heeft in feite gelijk als hij zegt dat het college de raad altijd juist, volledig en tijdig moet informeren en dat nu niet gedaan heeft. Wat moeten wij daar nu mee doen? Het is de zoveelste keer dat u net even uit de bocht vliegt.


Garde M.C. van der

Wij stellen ons oneigenlijk in dit debat op, zegt u. Het enige wat ik heb gedaan is drie vragen stellen aan de heer Van der Burg. Waar ziet u een oneigenlijke bijdrage?


Manuel I.R.

U bent de commissieverslagen en brieven gaan lezen, en u zegt dat de wethouder de raad eigenlijk niet onjuist heeft geïnformeerd. Gisteren heeft de wethouder al toegegeven dat ze dat in haar beleving wel gedaan heeft. In feite gaat u de woorden van de wethouder met terugwerkende kracht corrigeren. Dat is een vreemde gang van zaken. De heer Van der Burg noemde dat een verdedigingslinie.


Garde M.C. van der

Ik heb nog geen bijdrage gehad, maar ik vind het prima dat u de paar vragen die ik gesteld heb op uw manier interpreteert.


Manuel I.R.

Dan wacht ik dat nog even af. D66 vraagt zich af wat het met dit punt moet. U geeft toe dat de raad erg laat en niet ondubbelzinnig op de hoogte is gesteld. Ik wacht af hoe de PvdA daar tegenaan kijkt.


Cohen M.J.

De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Van der Garde.


Garde M.C. van der

We hebben gisteren allen het debat meegemaakt en ik zei ook al tegen de heer Van der Burg dat we geen debat hoeven te voeren over het woord vergissen, want dat is inderdaad gebruikt. Wat ons betreft is er gisteren genoeg over de inhoud gesproken en gaat het nu om de manier waarop de raad is geïnformeerd.


Flos R.E.

Ik heb drie moties ingediend en zou graag weten wat de PvdA inhoudelijk vindt van de manier waarop dit gegaan is, en of de fractie er reden in ziet om - wat mij betreft alle drie of een aantal - de moties te ondersteunen.


Garde M.C. van der

U heeft de bijdrage van mevrouw Burke gisteren gehoord en die leek me heel helder. Het ging zelfs tot in detail tot en met de manieren van meten toe. Volgens mij was dat duidelijk en wil ik zelf mijn eigen spreektijd vanmiddag invullen.


Flos R.E.

Wat mij is bijgebleven van de interruptie van mevrouw Burke is dat zij eigenlijk aangaf dat er zulke grote onbetrouwbaarheden zitten in de kwaliteitsmetingen van de gemeente. Dat klopt toch, mevrouw Burke?


Cohen M.J.



Flos R.E.

Ik vind het opvallend dat de wethouder er alles aan doet om aan te geven dat de metingen van de gemeente ten behoeve van de luchtkwaliteit wel degelijk betrouwbaar zijn. Ik zag daar ruimte tussen wat de wethouder en de PvdA beweren over de betrouwbaarheid.


Burke P.

Ik denk dat we het genoeg over de inhoud hebben gehad, maar ik heb gezegd dat geen enkele meting betrouwbaar is en dat overal een foutpercentage in zit, maar ik vind niet dat we daarom moeten ophouden met meten.


Cohen M.J.



Garde M.C. van der

In mijn spreektijd wil ik het kort nog even hebben over wat er nu uiteindelijk aan de orde was aan het eind van de avond. Inderdaad ben ik na het debat nog even gaan kijken wat er precies is gebeurd. Wat ons betreft, is in april heel duidelijk gesteld dat er subsidie gaat naar het project Luchtkwaliteit inzichtelijk en is er vervolgens in juni, zoals in de notulen staat, een uitspraak gedaan over de bijdrage van de VVD. Het zou handiger geweest zijn, als de wethouder extra informatie wilde geven en ze die informatie eerder zou hebben verstrekt. Dat heeft de wethouder ruiterlijk toegegeven.


Burg E. van der

U zei dat het handiger zou zijn als de wethouder extra informatie had willen geven en ze dat eerlijk had moeten doen?


Garde M.C. van der

Eerder had moeten doen.


Burg E. van der

Maar u heeft het over extra informatie. De wethouder zei niet dat ze te weinig had gezegd, maar dat ze zich had vergist.


Garde M.C. van der

Die extra informatie is de informatie die de raad al had. Die staat namelijk in de brief van 8 april. Dat heeft de wethouder gisteren heel helder gesteld. Zij werd alleen twee keer geïnterrumpeerd door onder andere de VVD. Wat de wethouder volgens mij wilde zeggen was dat de raad in april is geïnformeerd, dat er in juni een vraag kwam waar goed op geantwoord is en vervolgens heeft de wethouder naar aanleiding van de vragen van de heer Van Drooge gedacht de raad te informeren. Het zou handiger zijn geweest als dat antwoord eerder was gekomen, maar ze had de intentie daartoe. Wat de PvdA betreft, is er juiste informatie naar de gemeenteraad gegaan, dat is, denk ik, vooral van belang.


Limmen M.H.J.



Cohen M.J.



Limmen M.H.J.

U heeft er iets over gezegd dat u de informatie juist vond. Gaat u ook nog wat zeggen over de kwaliteit van de informatievoorziening op het niveau van volledigheid en juistheid?


Garde M.C. van der

Ik wilde juist toekomen aan het punt dat ik begrijp dat dit debat belangrijk is voor de oppositie, drie maanden voor de verkiezingen, maar dat ik waardering heb voor de rustige inbreng van het CDA. U vraagt nu of het juiste, volledige informatie is geweest. Het is in april de juiste informatie geweest en het antwoord op de vraag van de heer Van Drooge over de GGD was op dat moment ook de juiste informatie. We hadden de extra informatie als raad ook al, dus wat ons betreft, is dat volledig.


Cohen M.J.

De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Alberts.


Alberts R.

Wij zijn er juist voorstander van dat mensen zelf kunnen meten, dus wat dat betreft, is er van onze kant geen twijfel. Maar dan wil ik iets zeggen over de informatieplicht. Wij vinden inderdaad dat er een actieve informatieplicht is vanuit het college. Bij verschillende gelegenheden hebben we daar ook om gevraagd, dus daar zullen we geen ander standpunt over innemen. In dit geval vinden wij dat het heel slordig en te laat is geweest en in dit geval rekenen we het de wethouder wel aan, maar we vinden die fout niet zwaar genoeg. Wij concluderen hieruit dat de wethouder wel struikelend naar de eindstreep gaat en dat lijkt me voldoende mededeling voor dit moment in dit debat.


Cohen M.J.

De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Vos.


Vos M.

Ik denk dat het goed is dat ik terug kan komen op het debat van gisteravond en dat ik een aantal dingen kan verhelderen. Overigens kan ik me grotendeels vinden in de woorden van de heer Limmen, waar hij ook aangeeft dat ik op 8 april de raad heb geïnformeerd en dat ik in juni heb gesproken over de GGD, maar dat de op de kwaliteit van de informatie daarna nog wel wat aan te vullen is. Ik wil hier wel de stelling neerleggen dat ik de raad niet onjuist heb geïnformeerd, dat heb ik ook niet gezegd en dat wil ik toelichten.
Hoe is het gegaan? Op 8 april heb ik de commissie Zorg en Milieu schriftelijk geïnformeerd over een subsidie aan het Milieucentrum Amsterdam voor dit project. Dat vindt u ook op pagina 1 van het stuk onder ter kennisname 10 met het onderwerp ‘Structurele subsidie Milieucentrum Amsterdam’. De passage luidt: ‘kennisnemen van het besluit van B&W d.d. 3 maart 2009 om het Milieucentrum een structurele subsidie toe te kennen van maximaal 208.000 euro’. Op pagina 2 geef ik vervolgens aan waarvoor dit bedrag bedoeld is. Een van die projecten is Luchtkwaliteit inzichtelijk. Ik citeer: ‘Uit het werkplan blijkt dat het MCA vanuit de lijnen van de strategische visie acht projecten uitvoert in 2009, onder andere Luchtkwaliteit inzichtelijk. MCA plaatst op een drukke plaats in Amsterdam een display met actuele gegevens over luchtkwaliteit en MCA biedt burgers de mogelijkheid om zelf de hoeveelheid NOx in de lucht te meten. Hiermee wil het MCA draagvlak stimuleren voor maatregelen die gericht zijn op schone lucht.’ In de commissie is dit stuk ter kennisname aangedragen, er is dus geen sprake van dat ik informatie voor u heb verzwegen over een bijdrage. U kunt dus niet verbaasd zijn dat dit project bestaat noch dat er geld voor is gegeven. Wel wil ik nogmaals melden dat voor dit project 18.000 euro extra subsidie is verleend vanuit het fonds Luchtkwaliteit, waarvoor het college is gemandateerd om subsidies tot 50.000 euro te verlenen. Deze laatste projectsubsidie is verleend om het project op een grote schaal in heel Amsterdam met veel bewoners uit te voeren, wat met alleen het structurele budget nooit had gekund.


Flos R.E.

In april is aangegeven in de raad dat u een structurele subsidie aan het Milieucentrum voor allerlei projecten geeft. U geeft daarnaast in de brief die afgelopen vrijdag is verstuurd voor de commissie Zorg en Milieu van volgende week woensdag aan dat er een eenmalige projectsubsidie is verstrekt. Naar mijn idee is het niet zo dat projectsubsidies deel uitmaken van de structurele subsidies. Mijn vraag is, concreet: is die 18.000 euro onderdeel van de 200.000 euro die u eerder heeft vermeld, of komt het daar bovenop?


Vos M.

Onderdeel van de structurele subsidie was geld voor het project Luchtkwaliteit inzichtelijk, dus binnen de structurele subsidie is geld verstrekt voor het project om burgers van Amsterdam zelf te laten meten. Daarbovenop is een incidentele subsidie verleend. Die subsidie valt binnen het mandaat van het college om subsidies tot 50.000 euro te verlenen en daarover heb ik u in de brief geïnformeerd.


Burg E. van der

Welke brief bedoelt u dan, die van afgelopen vrijdag?


Vos M.

De brief die in oktober naar u toe is gegaan.


Burg E. van der

Dan gaat het mis en klopt het verhaal van de heer Geurts niet meer. U zegt zojuist dat u ons heeft geïnformeerd in april dat u 208.000 heeft bestemd voor het Milieucentrum. Er staat letterlijk de zin: ‘Hiermee wil het MCA draagvlak creëren voor maatregelen die gericht zijn op schone lucht’. U zegt nu dat u naast die 208.000 euro 18.000 euro subsidie heeft gegeven. Dat valt inderdaad binnen het mandaat van het college, dat staat dus niet ter discussie. Als u naast deze 208.000 euro 18.000 euro geeft, dan komt de vraag van het CDA in juni of we hieraan betalen in een ander licht te staan. Dan heeft u dus wel degelijk de raad niet goed geïnformeerd, want die 208.000 euro konden we weten, die eenmalige 18.000 euro projectsubsidie is eenmalig en konden we toen niet weten. Die heeft u pas voor het eerst genoemd op 27 oktober en niet in de brief van 8 april, niet eerder dan afgelopen vrijdag, terwijl u in juni heeft gezegd dat u het niet deed.


Vos M.

Nu doet u iets vreemds. De kern van het debat is wat ik in juni heb gemeld. U was ervan op de hoogte, en dat kon u ook zijn in juni, dat er subsidie naar dit project gaat. Dat had ik u op 8 april gemeld. Daarnaast is er ruimte voor het college om ook nog incidentele subsidies te verlenen. Dat is nu een van de punten van de discussie. Maar had ik dat nu op dat moment moeten vermelden? Ik heb er in ieder geval op dat moment op gewezen dat het tijdens dat debat van 11 juni ging over de GGD. De heer Van Drooge heeft uitdrukkelijk het punt gemaakt of de GGD meebetaalt aan dit project. Ik heb gezegd dat de GGD niet meebetaalt aan dit project.


Burg E. van der

Ik spreek nu de burgemeester aan. U heeft niet gezegd - kijk de notulen maar na -: ‘Nee, de GGD betaalt niet mee’. Dat heeft u niet gezegd. Als u nu zegt dat de notulen fout waren, moeten die gecorrigeerd worden. Er staat niet in de notulen van juni dat u heeft gezegd dat de GGD niet meebetaalt.


Vos M.

U weet hoe dat gaat met de verslagen van de raad. Het debat op dat moment ging gewoon over de GGD, dat was namelijk de vraag van de heer Van Drooge. De heer Van Drooge heeft mij gevraagd of de GGD betaalt, en ik heb tegen de heer Van Drooge gezegd dat dat niet zo is. U heeft gelijk, het staat er zoals het er staat, maar ik heb bedoeld dat de GGD niet betaalt. Als u de context van het debat leest, is dat ook volstrekt helder. De heer Van Drooge vroeg of de GGD betaalt. Dat was niet zo en dat heb ik ook gezegd. Daarna heb ik mij gerealiseerd, dat is ook wat ik gisteravond heb gezegd, dat er daarnaast wel structurele subsidie en projectsubsidie voor dit project werd verleend. Achteraf zeg ik ook dat het goed zou zijn geweest het op dat moment aan u te vermelden. Ik heb me dat toen niet gerealiseerd. Gisteravond heb ik het woord vergissing daarvoor in de mond genomen, ik zou nu eerder zeggen dat ik me op dat moment niet heb gerealiseerd dat er nog een andere stroom van subsidie was. Ik heb u wel eerder gemeld, op 8 april, dat er subsidie naar dit project gaat en dat is volgens mij het belangrijkste van dit punt.


Burg E. van der

Volgens mij is er niemand in deze gemeenteraad die betwist dat de wethouder op 8 april aan de raad heeft gemeld dat er een subsidie van 208.000 euro naar het Milieucentrum gaat. De vraag in juni was of die incidentele subsidie kwam bovenop die 208.000 euro. Bent u het met de VVD eens dat wij op basis van dat stuk van 8 april niet konden constateren dat die 18.000 euro er bovenop kwam, of konden we dat wel? En zo ja, waar uit de tekst van 8 april konden we afleiden dat die 18.000 euro bovenop die 208.000 euro specifiek voor dit project werd gegeven?


Vos M.

Het belangrijkste is dat u op basis van de brief van 8 april kon weten dat er subsidie ging naar dit project waarin burgers konden meten. Dat was de kern die in de brief staat. Inderdaad, u kon daar niet uit concluderen dat daarbovenop nog een extra subsidie is verleend, maar dat is gewoon het mandaat van het college; voor bedragen tot 50.000 euro kunnen we dat gewoon doen. Ik ben het met u eens dat het wenselijk zou zijn geweest dat ik op dat moment dat verhaal nog eens extra aan u had verteld. Daarom heb ik ook die brief gestuurd. U kunt niet concluderen dat ik de raad onjuist heb geïnformeerd. Dat is niet aan de hand, dat heb ik niet bedoeld, en dat is ook gewoon niet gebeurd.


Cohen M.J.



Vos M.

Ik heb al toegelicht dat het debat van de raad op 11 juni over een ander onderwerp ging, dat ging over de milieuzones en dit onderwerp kwam zijdelings langs. Ik had op dat moment niet alle informatie paraat, maar wist wel dat de GGD niet meebetaalt en dat heb ik gemeld. Ik heb mij daarna gerealiseerd dat die uitspraak tot verwarring zou kunnen leiden. Ook dat heb ik gisteren gezegd. Het leek mij dus verstandig om u een brief te sturen om de hele context van het project toe te lichten. Dat zou gebeuren in de brief die volgende week behandeld wordt in de commissie Zorg en Milieu. Die brief is blijven liggen en dat is mij te verwijten.


Flos R.E.

U kwam er ergens in de zomer achter dat u zich vergist had en u beter had kunnen vermelden dat er nog wel subsidies waren. Waarom heeft u in de brief niet verwezen naar het debat en geschreven dat u zich heeft vergist, dat u onjuist geïnformeerd heeft en dat dit het verhaal is?


Cohen M.J.



Vos M.

Ik heb u niet onjuist geïnformeerd, dat is er gewoon niet aan de hand. Ik heb me later wel gerealiseerd dat ik de vraag van de heer Van Drooge wel juist beantwoord heb, maar dat het goed zou zijn geweest als ik dat verhaal op dat moment paraat had gehad. Dat had ik niet, ook u had die informatie niet paraat. Ik heb me later gerealiseerd dat het, om elke verwarring te voorkomen, verstandig is om toe te lichten hoe het zit met dit project. Ik heb ook toegelicht hoe het met die website ging en dat was volgens mij wel het belangrijkste punt van de heer Van Drooge. Ik heb het een en ander toegelicht in de brief, waarmee ik u naar mijn weten volledig heb geïnformeerd. Dat deze brief is blijven liggen, is mij te verwijten. Ik denk dat ik heb gezegd wat ik had willen zeggen en mijn conclusie blijft dat ik de raad niet onjuist heb geïnformeerd. Ik realiseer me dat de brief eerder bij u terecht had moeten komen en dat is mij te verwijten.


Cohen M.J.



Burg E. van der

De heer VAN DER BURG vraagt een schorsing aan voor overleg.


Cohen M.J.

De VOORZITTER schorst de vergadering.


Burg E. van der



Cohen M.J.



Schorsing


Cohen M.J.

De VOORZITTER heropent de vergadering.
De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Van der Burg.


Motie van 29 oktober 2009 van het raadslid Van der Burg inzake het optreden van wethouder Vos


Burg E. van der

Ik zal een motie indienen en vertellen waarom ik die motie indien: de Probo Koala, de verkoop van het café De Bosbaan, de milieuzone, het al dan niet verzwijgen van informatie, het plan met betrekking tot het gemeentelijk energiebedrijf en nu deze discussie weer. Zoals mevrouw Alberts zei, struikelend gaat deze wethouder door het leven. Wij zeggen dat het de afgelopen jaren al zo was. Wij vinden dat Amsterdam een college verdient, gedurende de hele periode, bestaande uit wethouders waarmee je van mening kunt verschillen, maar waarvan wij wel vertrouwen hebben dat die wethouders onze stad maximaal en goed kunnen besturen. De afgelopen 14 uur is er tegen ons gezegd: ‘Doe het wel, doe het niet’, maar ook dat ze er al bijna is en dat het om nog maar een paar maanden gaat. De Amsterdammers hebben tot het volgend college aantreedt recht op een college waar we vertrouwen in hebben. De VVD heeft niet langer vertrouwen in deze wethouder en daarin dat mevrouw Vos de stad mede goed kan helpen besturen. Dan zijn we consequent en dienen we, hoezeer ons dat ook spijt, een motie in waarin we aangeven geen vertrouwen meer te hebben in de wethouder.


Cohen M.J.

De VOORZITTER deelt mee dat is ingekomen:
Motie van 29 oktober 2009 van het raadslid Van der Burg inzake het optreden van wethouder Vos (Gemeenteblad afdeling 1, nr. 709).
Spreekt uit: geen vertrouwen meer te hebben in de wethouder.
De motie maakt deel uit van de beraadslaging.

De discussie wordt gesloten.


Limmen M.H.J.

(stemverklaring) Wij hebben geluisterd naar de wethouder en hebben haar woorden aldus geïnterpreteerd dat zij met ons van mening is dat de informatievoorziening in een eerder stadium vollediger en sneller had moeten zijn. Wij beschouwen het wel als een zeer onfortuinlijke gang van zaken. Het is waar dat dit niet de eerste situatie is waar mevrouw Vos mee te maken heeft gekregen. Wat dat betreft, sluiten wij ons aan bij de karakterisering die daaraan is gegeven door mevrouw Alberts, maar wij zullen de motie van wantrouwen niet steunen.


Cohen M.J.

De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Manuel.


Manuel I.R.

(stemverklaring) Als we de inbreng van de wethouder van vandaag in de plaats stellen van haar bijdrage van gisteravond vinden wij een motie van wantrouwen te zwaar.


Cohen M.J.

Aan de orde is de stemming over de motie-Van der Burg (Gemeenteblad afdeling 1, nr. 709).

De motie-Van der Burg (Gemeenteblad afdeling 1, nr. 709) wordt bij zitten en opstaan verworpen.


Flos R.E.



Cohen M.J.

De VOORZITTER constateert dat de motie-Van der Burg (Gemeenteblad afd. 1, nr. 709) wordt verworpen met de stemmen van de VVD voor.

Aan de orde is de stemming over drie moties over luchtkwaliteitsmetingen.

De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Meijer.


Meijer M.

Ondanks dat Milieudefensie geen geld heeft gekregen, voel ik me wel partij in dit gebeuren. Aangezien ik woordvoerder ben bij Milieudefensie en verantwoordelijk ben voor de uitvoering van dit project zal ik niet meestemmen.


Motie Flos/Van Drooge over toekomstige subsidiering van luchtkwaliteitsmetingen in stemming


Cohen M.J.

De VOORZITTER brengt de motie Flos/Van Drooge over toekomstige subsidiering van luchtkwaliteitsmetingen in stemming (Gemeenteblad afdeling 1, nr. 706).

De motie Flos/Van Drooge (Gemeenteblad afdeling 1, nr. 706) wordt bij zitten en opstaan verworpen.

De VOORZITTER constateert dat de motie Flos/Van Drooge (Gemeenteblad afdeling 1, nr. 706) is verworpen met de stemmen van VVD, CDA en D66 voor.


Motie Flos/Van Drooge inzake toekomstige medewerking van de GGD aan niet-professionele luchtkwaliteitsmetingen in stemming


Cohen M.J.

De VOORZITTER brengt de motie Flos/Van Drooge inzake toekomstige medewerking van de GGD aan niet-professionele luchtkwaliteitsmetingen in stemming (Gemeenteblad afdeling 1, nr. 707).

De motie Flos/Van Drooge (Gemeenteblad afdeling 1, nr. 707) wordt bij zitten en opstaan verworpen.

De VOORZITTER constateert dat de motie Flos/Van Drooge (Gemeenteblad afdeling 1, nr. 707) is verworpen met de stemmen van VVD, CDA en D66 voor.


Motie Flos/Van Drooge inzake subsidie aan het project Luchtkwaliteit inzichtelijk van Milieudefensie en het Milieucentrum Amsterdam in stemming


Cohen M.J.

De VOORZITTER brengt de motie Flos/Van Drooge inzake subsidie aan het project Luchtkwaliteit inzichtelijk van Milieudefensie en het Milieucentrum Amsterdam in stemming (Gemeenteblad afdeling 1, nr. 708).

De motie Flos/Van Drooge (Gemeenteblad afdeling 1, nr. 708) wordt bij zitten en opstaan verworpen.

De VOORZITTER constateert dat de motie Flos/Van Drooge (Gemeenteblad afdeling 1, nr 708) is verworpen met de stemmen van VVD, CDA en D66 voor.

De VOORZITTER schorst de vergadering.


Schorsing


Bakker J.L.

De VOORZITTER heropent de vergadering.

Er zijn nog twee agendapunten: de beantwoording van de begroting in de eerste termijn door het college en nog een staartje van agendapunt 14. Ik deel u mee dat we vandaag gaan stemmen over een drietal moties: motie M1 van de heer Mulder, over bezuinigingsmogelijkheden zwaarweerscenario, motie M4 van de heer Van der Burg om over de begrotingsvaststelling in december 2009 te rapporteren met betrekking tot deze heroverweging, en een motie van de heer Van der Burg inzake inventarisatiemaatregelen economische crisis, motie M5. Die zullen we aan het einde van agendapunt 6 in stemming gaan brengen.

De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Asscher.


6. Voordracht van het college van burgemeester en wethouders van 10 september 2009 tot vaststelling van de begroting van de gemeente Amsterdam


Asscher L.F.

De bespreking van de begroting gisteren stond vooral in het teken van de gevolgen van de economische crisis en dat is ook logisch. Ik denk dat het goed is als we ons afvragen of de gemeente er klaar voor is om onderscheid te maken tussen verschillende elementen die negatief uitwerken op de financiële situatie van de gemeente. Als eerste noem ik de economische crisis zelf. De gemeente Amsterdam was een van de eerste gemeenten die daar in november een beleid voor heeft vastgesteld.
Dat beleid kwam neer op twee lijnen: op de korte termijn zorgen dat je mensen zoveel mogelijk aan het werk houdt en dat je mensen die niet aan het werk kunnen op school houdt. Tegelijkertijd moet je op de korte termijn solidair zijn met mensen die de klappen krijgen in de zin van schuldhulpverlening en armoedeverlening. Op de lange termijn moet je ervoor proberen te zorgen dat Amsterdam sterker uit de crisis komt. Daarbij hebben we met elkaar besproken dat het zou moeten gaan om verduurzaming, een innovatieve kennisintensieve economie en structurele investeringen, bijvoorbeeld in transformaties in de ruimtelijke sector.
Dat beleid heeft u in november vorig jaar vastgesteld en dat voeren we sindsdien uit. U krijgt elk kwartaal een verslag waarin u aan de ene kant ziet hoe het met de stad staat en aan de andere kant hoe het gaat met de acties die we hebben ondernomen. U heeft daar ook al verschillende nadere besluiten over genomen. Dat komt u dus ook tegen op allerlei plekken in de begroting, bijvoorbeeld in de tijdelijke additionele arbeidsplaatsen waar wethouder Ossel mee bezig is en waarover de raad een motie had aangenomen.
Daarnaast wordt de gemeente geconfronteerd met een aantal fikse tegenvallers die niet met de crisis te maken hebben. Denk daarbij aan de Noord/Zuidlijn en, in mindere mate, aan het afvalenergiebedrijf. Dat is dus een tweede categorie waar we rekening mee moeten houden voor de komende jaren.
Het derde punt is de nu nog in omvang onbekende, maar waarschijnlijk majeure bezuinigingsoperatie die door het Rijk zal worden ingezet. We weten niet hoe groot van omvang deze is en wanneer die komt, maar we kunnen er wel van uitgaan dat er zo’n bezuinigingsoperatie aankomt en dat die dan ook Amsterdam zal raken.
Met het antwoord heb ik in ieder geval willen reageren op diegenen die zeiden dat de crisis al een tijdje aan de gang is en dat het gek is dat wij daar nu pas achter komen. We hebben, denk ik, met elkaar een heel verstandig crisisbeleid vormgegeven en dat voeren we ook uit.
Er zijn al resultaten van te zien, bijvoorbeeld op een aantal mbo-scholen waar jongeren langer in de klas blijven in plaats van dat zij een uitkering krijgen, maar daarnaast moeten we ons gaan voorbereiden op wat zo’n rijksbezuinigingsoperatie met zich meebrengt. Dat is de operatie waar ik op dit moment met wethouder Van Poelgeest aan werk en waarover ook een aantal moties is ingediend.
Hoe staan we er nu voor? Ik vond het heel goed van de heer Manuel dat hij, voordat hij aan deze vraag toekwam, terugkeek op deze collegeperiode, want het is inderdaad onze laatste begroting. Het klonk ook door in sommige van de betogen dat er al die tijd steun is geweest voor wat wij deden in het programakkoord en dat er ook goede resultaten zijn geboekt, terwijl er op andere punten mindere resultaten zijn geboekt dan we hadden gewild. Maar die steun, die veel breder was dan alleen van de coalitiefracties, is gebleven, en dat appreciëren wij.
De volgende periode krijgt een ander karakter. Terwijl in elk geval een aantal van die ambities even belangrijk zal blijven, zullen we dat moeten doen met minder geld. Dat vergt een cultuurverandering voor ons allemaal. In het debat is ook te merken dat we daar nog niet allemaal aan toe zijn. Terwijl we ons aan de ene kant realiseren dat het heel zwaar wordt, kost het nu nog moeite om grote onderdelen van de begroting te schrappen. Tegelijkertijd worden er al wel echt gedachterichtingen geopperd. De VVD gaf aan, volgens mij geheel consistent met de lijn van de VVD, dat er kan worden bezuinigd door minder sociaal te bouwen. D66 gaf aan, weliswaar op mijn uitnodiging, dat kan worden bezuinigd door minder geld aan armoedebestrijding te geven.


Manuel I.R.

We zeiden niet dat er bezuinigd gaat worden op het armoedebeleid, maar dat we de extra uitkeringen die Amsterdam verstrekt ter discussie willen stellen. Dat wil nog niet zeggen dat we echt gaan bezuinigen.


Asscher L.F.

Als er minder wordt uitgegeven, kan dat door betrokkenen worden gezien als een bezuiniging.


Manuel I.R.

Het is een van de punten die we moeten bekijken op het moment dat we moeten gaan bezuinigen.


Asscher L.F.

Daarmee bevestigt u dat ik u terecht heb gecomplimenteerd met het expliciet maken van die denkrichting.
GroenLinks gaf aan te willen kijken naar het lokale belastingstelsel. Tegelijkertijd weten we allemaal dat, op het moment dat die keuzes echt gemaakt moeten worden, het vreselijk ingewikkeld is. Ik herhaal hier dus wat ik twee weken geleden bij de begroting aan uw raad ook heb gezegd: het college is niet van plan u een dichtgetimmerd pakket aan te bieden, maar een inventarisatie van mogelijkheden, zodat de verschillende politieke partijen aan de vooravond van de verkiezingen aan de kiezer kunnen aangeven op welke manier zij daar invulling aan willen geven. De volgende raad zal dan de keuzes moeten maken bij een programakkoord uit de inventarisatie van mogelijkheden die we met elkaar voorbereiden. Zo moeten zorgen dat de begroting sluitend blijft en dat er ruimte beschikbaar blijft voor investeringen. Dat is wat wij ons hebben voorgenomen en wat ik u twee weken geleden heb verteld en dat is wat u mij nu heeft gevraagd. De motie die daarom vraagt is, wat mij betreft dus niet nodig, want zo zijn wij het ook van plan. Waar die motie, ik geloof de derde die in stemming komt, van de heer Van der Burg, vraagt om een onderverdeling in categorieën van acceptabel en onacceptabel begrijp ik wat u bedoelt. Het is echter niet aan ons om te bepalen of het acceptabel is, want dat is over het algemeen een politieke keuze.


Bakker J.L.



Burg E. van der

Waar het mij om gaat is, dat u de raad mogelijkheden geeft waaruit de PvdA haar keus kan maken en de VVD haar keus kan maken. Als u zegt dat u het niet wilt doen op de manier zoals de VVD het in deze motie definieert, maar u een ander idee voor ogen heeft, vindt de VVD dat prima. Het gaat erom of u een scenario mogelijk maakt voor de verschillende politieke partijen.


Asscher L.F.

Dat is precies wat ik twee weken geleden heb aangekondigd.
Vervolgens heeft de voltallige oppositie gevraagd of het niet eerder zou kunnen. Ik heb gezegd dat ik dat begrijp, maar dat het erg lastig is. Wat ik u wil toezeggen, is dat wij in december een tussenstand leveren zodat u weet waar we staan. Ik wil daar niet te veel verwachtingen over wekken maar weet wel dat onze mensen, met externe inhuur, hard bezig zijn dit mogelijk te maken. Naar mijn beste vermogen zal ik u dus graag voor de slotbeschouwing een tussenstand geven om dan in februari die inventarisatie definitief te geven. Daarbij moet u er ook rekening mee houden dat er in februari nog een marge van onzekerheid in zal zitten. Dat kan niet anders, ook op het moment dat het programakkoord gesloten wordt zal dat nog zo zijn. U zult moeten werken met aannames over de benodigde ruimte en over de maatregelen. Wij zullen u in december een tussenstand geven en in februari een inventarisatie zoals u dat hier verlangt. De bewoordingen maken niet uit, we weten denk ik van elkaar wat er bedoeld wordt.
Ik denk dat het wel goed is om stil te staan bij het feit dat we in deze begroting met de directe effecten van de economische crisis op de gemeentebegroting rekening houden. Dat is de reden dat we flink terug zijn gegaan in ruimte ten opzichte van de Voorjaarsnota, en dat we er rekening mee houden dat investeringen die we wel doen, met name grotere en aanvullende investeringen, vrijwel alle zien op de bestrijding van de gevolgen van de economische crisis en om ervoor te zorgen dat mensen in armoede het niet nog moeilijker krijgen door die crisis, en ook een begin te maken met investeringen die ons er straks sterker uit halen, denk daarbij aan investeringen in het klimaat op scholen. In die zin zit dat dus in deze begroting, terwijl we weten dat we de komende jaren ingrijpender zullen moeten veranderen.
Dan wil ik kort ingaan op een aantal van de debatonderwerpen van gisteren. Laat ik beginnen met het onderwerp lokale lasten. Dat is een belangrijk onderwerp en dat proefde je ook in de debatten.
In de eerste plaats noem ik de motie van GL. Als u weet dat wij bij het bestrijden van de crisis solidariteit als beginsel hebben, weet u ook dat dat een van de elementen is waar we naar kijken bij het uitwerken van de antwoorden daarop. Als u vervolgens vraagt om na te gaan hoe het bestaande belastingstelsel veel progressiever gemaakt kan worden, ben ik gaarne bereid dat te doen, maar u moet zich daar niet te veel van voorstellen. Je hebt het dan over de ozb, die per definitie progressief is, want op de waarde van het vastgoed gebaseerd, en over een aantal veel minder grote en minder geschikte belastingen om een dergelijk beleid te voeren, zoals de hondenbelasting. Als u dan zou aanraden nieuwe belastingen in te voeren, moet ik u melden dat de Gemeentewet dat niet toestaat. Er is in de Raad wel eens over gesproken waarom er een hondenbelasting is, maar geen kattenbelasting. Toen heb ik gezegd dat je in Den Haag moet zijn wanneer je dat aan wilt passen.
Overigens, de opmerking van de heer Van Poelgeest over de btw en wat dies meer zij, daarvan heeft hij vrijwel onmiddellijk aangegeven dat hij die op persoonlijke titel deed als bijdrage aan wat ook het landelijk debat is en de partijpolitieke opvatting. Ik denk dat daar ook geen misverstand over bestond. U treft daar in onze begroting ook geen voorstellen voor aan, al zou dat ook wettelijk niet kunnen. Dat was zijn opvatting en ik denk dat we elkaar lang genoeg kennen en volwassen genoeg met elkaar omgaan om te weten dat ook dat hoort bij politiek bestuur. Ik stel het erg op prijs dat u ons als bestuurders toestaat dat we dat soort uitspraken mogen doen, ook dat hoort bij een volwassen democratie.
De motie van de VVD roept op om niet te streven naar een lokaal belastinggebied. Die motie is gekoppeld aan de uitspraken van de heer Van Poelgeest. Tegelijkertijd ontraadt het college die motie omdat, kort samengevat, ik u mijnheer Van der Burg, meer vertrouw dan de heer Rutte als het gaat om het behartigen van de belangen van de Amsterdammers. De gemeente als eerste overheid, waarbij een serieus belastinggebied hoort, wat in de eerste plaats ten koste zou gaan van het nationale belastinggebied, dus niet een verzwaring maar een verplaatsing van belastinginning, zou goed kunnen bijdragen aan de rol van de gemeente als vorm van overheid waar veel burgers als eerste mee te maken hebben. Dat is een wens die al heel lang door gemeenten wordt gekoesterd, en waar de VNG voor heeft gepleit. De grote Wibaut, die niet alleen zei dat je een gulden eerst moest hebben om hem uit te geven, maar er aan toevoegde dat je hem eerst moet nemen om hem te hebben, pleitte er al voor. Daarna kwamen lange debatten rond met name de Financiële verhoudingenwet, waarbij de liberale minister Witteveen van Financiën, wiens zoon sociaaldemocraat werd, maar wiens grootvader Wibaut was, uiteindelijk gezwicht is voor de wensen van Amsterdam om juist meer ruimte te geven voor een lokaal belastingtarief. In dat debat zou het onverstandig zijn om de motie die u indient uit wrevel over de uitspraken van de heer Van Poelgeest aan te nemen en daarmee te doorkruisen wat al lang het door deze gemeente gevoerde beleid is.


Burg E. van der

Deze motie is ingediend in de context van het debat dat drie weken geleden speelde naar aanleiding van de uitspraken van de heer Van Poelgeest. Wij hadden toen graag een uitspraak gewild omdat daarmee een signaal werd afgegeven naar de Amsterdammer dat de gemeente Amsterdam niet kiest voor de lastenverhoging waar de heer Van Poelgeest de Amsterdammer mee leek op te zadelen. De uitleg die het college nu geeft, en ik neem aan dat er gesproken wordt namens het gehele college, is gelukkig een heel andere. Die stemt ons in elk geval een stuk positiever. We moeten nu een weg vinden om uw en ons verhaal duidelijk te maken aan de Amsterdammer want daarmee neutraliseer je het verhaal van de heer Van Poelgeest en neem je die angst weg.


Asscher L.F.

Ik stel dat op prijs. We zijn, denk ik, verplicht zowel rekening te houden met de context waarin we het debat voeren als met het besluit dat we nemen. Dat besluit gaat niet over de hoogte van de lasten, maar is bedoeld om geen uitbreiding van het belastinggebied na te streven. Dat is waarom ik de vrijheid nam om even die principiële discussie ter tafel te brengen, omdat ik het niet zou begrijpen als de raad dat besluit zou nemen naar aanleiding van de context die u schetst. Dus als u die motie terugtrekt, hebben we allebei ons werk gedaan door de Amsterdammer gerust te stellen. Omdat voorstellen zoals toen, bedoeld voor het debat, niet in de begroting van de gemeente voor 2010 voorkomen, denk ik dat uw motie overbodig is.


Burg E. van der

Even over hoe de heer Asscher en ik gezamenlijk aan de Amsterdammer duidelijk kunnen maken dat hetgeen de heer van Poelgeest wilde de komende tijd van tafel is, kunnen we elkaar daarin net vinden.


Asscher L.F.

Waarbij het natuurlijk heel onverstandig zou zijn om de invloed van de heer Van Poelgeest, buiten zijn rol als wethouder, op enige manier te onderschatten, want hij is een gezaghebbend man, zowel in Amsterdam als in het land.
Dan wilde ik u nog even in herinnering roepen op welke onderwerpen onze operatie om een pakket te bieden waar keuzes gemaakt kunnen worden, zijn gericht. Het gaat over bedrijfsvoering, waaronder een professioneel gemeentebreed personeelsinformatiebeheer. Het gaat over de inkomsten, waaronder verkoop en belastingen. Het gaat om het doorlichten van alle rompbegrotingen. Het gaat om een taakdiscussie, welke taken de gemeente heeft voor verschillende groepen, kerntaken en gekozen taken. Het gaat om het doorlichten van alle fondsen en budgettaire kaders, het vereveningsfonds en het mobiliteitsfonds. Het gaat om de omgang met parkeeropbrengsten, ook van de stadsdelen. Ik geef deze opsomming om in herinnering te roepen dat we daarvoor een heel brede opzet kiezen en dat wat ons betreft in die zin de motie over het slechtweerscenario, waarbij die arme communicatiemedewerkers die al vaker ten tonele zijn gevoerd, die toch echt niet zal leiden tot besparingen van tientallen miljoenen, ook in beeld zullen worden genomen. Wat ons betreft, is ook die motie op dit moment niet nodig.
Dan kom ik op een aantal losse opmerkingen dat door partijen is gemaakt. We zullen alle moties die vandaag niet in stemming worden gebracht vanzelfsprekend schriftelijk preadviseren. De heer De Goede vraagt zich af waar die 5 miljoen euro voor het Wallengebied vandaan komt. Welnu, deelraad Centrum en de gemeenteraad hebben op 25 juni en 2 juli van dit jaar ingestemd met de Strategienota, waarin de doelstellingen en ingezette instrumenten uitgebreid worden behandeld. Het is tijd om de uitvoering van die plannen in behandeling te nemen. Dat is buitengewoon concreet maar gelukkig komt er, voordat we tot uitgave van die middelen overgaan, nog een debat over het uitvoeringsprogramma, waarom uw raad heeft gevraagd. Dat we er middelen voor reserveren, juist gezien het belang van de operatie, die door de voltallige gemeenteraad minus de SP gesteund wordt, zal hopelijk kunnen rekenen op uw steun.
Het is een traditie tussen mij en de heer Van der Meer om de discussie over de omslagrente in de raad te voeren. Dat is echt iets voor de liefhebbers, tenzij u erop staat.
Dan kom ik bij de opmerkingen van de SP over het stadsdeelfonds. U heeft het over 635 miljoen euro die aan de stadsdelen wordt gegeven op een toon alsof het over de balk gesmeten wordt, terwijl de taakverdeling onduidelijk is. De begroting van het stadsdeelfonds is gebaseerd op de huidige taakverdeling. Op het moment dat wij daar wijzigingen in aanbrengen die financiële gevolgen hebben, zal dat ook wijzigingen tot gevolg hebben waar het geld naartoe gaat. Tenzij u zegt dat in de huidige taakverdeling door de stadsdelen toegekund zou worden met veel minder dan die 635 miljoen, kunt u niet zeggen dat we dat geld aan andere dingen kunnen uitgeven, omdat bezuinigingen daarop onmogelijk zijn zonder eerst inhoudelijke keuzes te maken.
Als ik het betoog van mevrouw Alberts in herinnering roep bij het aanbieden van de begroting, moet ik in alle eerlijkheid zeggen dat ik dat wel een goed betoog vond. Zij riep de vraag op hoe het komt dat het ook in economische hoogtijdagen heel moeilijk is om een aantal taaie onderwerpen, zoals langdurige armoede, goed te bestrijden. Dat is een onderwerp dat ons denk ik allemaal bezighoudt, en waarvan het ook zaak is om steeds te bekijken of we de juiste maatvoering hebben. Als ik u daar gisteren als nieuwe leider van uw beweging over hoor, hoor ik heel veel grote woorden over Robin Hood, een aankondiging van wat je niet minder zou kunnen noemen dan een omwenteling in de gemeentebegroting als u aan de macht komt. Wat u dan voorstelt, is om 2,5 miljoen euro te bezuinigen op het programma Topstad, een te verdedigen stellingname, en dat daarmee de armoede wel opgelost wordt. Dat vond ik zelf, maar ik heb het ongetwijfeld niet goed begrepen, voor Robin Hood weinig enthousiasmerend.


Ivens L.

Ik had al gezien dat ik u behoorlijk geprikkeld had met mijn betoog: Vier twitterberichten terwijl u aandachtig naar me aan het luisteren was. In eentje wist u als wonderbaarlijke wethouder Financiën van 2,5 miljoen euro 400 miljoen euro voor armoedebestrijding te maken. Ik juich dat natuurlijk toe. Daarmee denk ik dat het inderdaad verstandig is als we 2,5 miljoen van Topstad weghalen, want u maakt daar 400 miljoen van, complimenten daarvoor. Dat heeft u mij helemaal niet horen vragen, want wij denken meer in de orde van 10 à 20 miljoen euro voor armoedebestrijding. Dan komen we al een heel eind voor 2010. Maar mijn relevante vraag was, want ik heb een aantal bezuinigingsmogelijkheden genoemd, zoals bij de toeristenbelasting: vind u ook niet dat een Robin Hood in Amsterdam op dit moment op zijn plek zou zijn? Oftewel: Stelen van de rijken, geven aan de armen. Dat mis ik in uw begroting.


Asscher L.F.

Ik sta een heel andere moraal voor. Ik ben van de school dat het een recht is en een plicht om belasting te betalen, en dat het dus niet hoeft te worden gestolen. Het is ook niet erg dat je in Nederland meer belasting betaalt dan in sommige andere landen als je daar goede voorzieningen voor krijgt. In die zin vind ik uw weinig onderbouwde stemmingmakerij minder aansprekend en minder prikkelend dan hoe mevrouw Alberts het deed, maar dat is aan u.


Ivens L.

Op basis van deze opmerkingen wordt het wel heel grappig, want op die manier kan ik alleen maar concluderen dat het college zijn inspanningen staakt om de tweedeling in de stad echt aan te pakken. U valt nu over het woord stelen, maar u weet heel goed wat wij bedoelen met Robin Hood in Amsterdam. U zegt u dat u de tweedeling in Amsterdam geen probleem vindt. Daar kiezen wij niet voor.


Asscher L.F.

Daar gaat u weer. Wat ik zei, is dat ik me altijd wel aangesproken voelde door het gemeenschappelijk streven naar meer sociale gelijkheid wat door mevrouw Alberts, wat mij betreft, eloquent verwoord werd, en dat ik niet het gevoel had dat uw Robin Hood- betoog daar veel aan had bijgedragen. Dat is wat ik zei, meer niet. Wat betreft die toeristenbelasting: als u denkt dat we daar enorm veel geld uit kunnen halen, is dat, denk ik, meer gegrond op fantasie dan op werkelijkheid.
Tot slot, ik denk dat het zaak is om bij de slotbeschouwingen een wat meer inhoudelijk debat met elkaar te voeren dan we gewoon zijn. De waterstanden over de moties komen dan altijd, een belangwekkend en flink karwei. Ik denk dat het goed is dat we in december een tussenstand geven om de partijen de gelegenheid te geven daar een inhoudelijke opvatting over te geven. Dat doet volgens mij recht aan de wens van de raad zoals ik die gisteren heb gehoord. Iedereen realiseert zich dat er wat op de gemeente afkomt, iedereen realiseert zich ook dat we niet weten hoe groot en wanneer. Het is op zijn minst onze verantwoordelijkheid om onze opvolgers, de nieuwe raad, dat mee te geven om op een verstandige manier de gemeente financieel gezond, eerlijk en sterk te houden


Goede M. de

Ik heb nog een vraag aan de wethouder. Twee dingen zijn geopperd: zero-based budgetting, het opengooien van de romp, en het gaan naar een nullijn en er wordt geen accres meer verleend tenzij daar een heel goede reden voor is. Ik ga er vanuit dat u beide principes ook meeneemt in uw overweging?


Asscher L.F.

Zeker doe ik dat.
Ik was de heer Van Drooge nog een reactie schuldig op het debat over het vereveningsfonds, maar ik denk dat het beter is voor de kwaliteit van het debat als we de heer Van Poelgeest vragen daar nog even op in te gaan.


Bakker J.L.

De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Van Poelgeest.


Poelgeest M. van

Er is een aantal opmerkingen gemaakt over het vereveningsfonds. Dat is op zichzelf ook niet zo merkwaardig omdat er in deze begroting duidelijk naar voren komt dat er, zeker op de middellange termijn, problemen zijn met de verevening. Het college heeft de commissie daarover, vooruitlopend op de presentatie van de begroting, ingelicht. Het is dus ook niet gek dat het in het debat op deze manier terugkomt. Ik denk wel dat het goed is om op te merken dat het moeilijk is om exact te zeggen hoe groot de problemen precies zijn. Dat heeft ook te maken met het karakter van het vereveningsfonds. Ik meen dat de heer Van der Burg allemaal bedragen ging roepen over hoe groot het probleem precies zou zijn, maar het lastige is dat het niet precies op een bedrag vast te pinnen is. Dat heeft aan de ene kant te maken met de ontwikkeling van de grondprijzen, niet alleen van de woningen, maar ook van kantoren en bedrijven. Het heeft aan de andere kant te maken met de ontwikkeling van de bouwkosten. Zoals u weet, hebben we een residueel systeem om te komen tot de grondprijzen. Die twee onzekerheden zitten daar in. Dat heeft te maken met de verwachtingen over hoe bijvoorbeeld de kantorenmarkt zich gaat ontwikkelen. Als het zo is dat er de komende tien jaar weinig tot geen kantoren bij gaan komen, valt een belangrijke inkomstenbron binnen het vereveningsfonds weg. Dat zijn onzekere factoren, maar we weten allemaal dat ze niet de goede kant op wijzen. We weten ook dat de opgave groter is dan de 200 miljoen euro die eerder in een brief bij de begroting is gemeld. Wij zullen de verschillende mogelijkheden in kaart brengen om dat probleem te lijf te gaan. Daarbij zal ook in kaart worden gebracht wat het zal ‘opleveren’ voor de verevening als er geen sociale woningen meer worden gebouwd. De VVD wil wel dat er doelgroepwoningen worden gebouwd, maar andere partijen wellicht niet. Ik wil u erop wijzen dat volgens de afspraken in Bouwen aan de stad de helft van de woningen doelgroepwoningen zijn. Van de zesduizend woningen voor de afgelopen vier jaar zijn er dus drieduizend doelgroepwoningen. Als het gemiddelde verschil tussen een marktwoning en een sociale woning 25.000 euro is, weet u dat het misschien 75 miljoen zou kunnen opleveren. U sprak zelf over bedragen van 700 miljoen. Dan weet u ook dat u met deze maatregelen nog maar een klein deel van het probleem heeft opgelost. Het is denk ik goed dat u zich dat realiseert.


Burg E. van der

Mag ik dan aan het college vragen wat de optelsom is van de bedragen van de maatregelen die het college voorstelt om het tekort te dekken?


Poelgeest M. van

Het college gaat net als bij de begroting alle maatregelen inventariseren.


Burg E. van der



Poelgeest M. van

U heeft aangegeven waar u 75 miljoen denkt te kunnen bezuinigen, maar daarmee bent u er nog niet. Het college zal breed de verschillende mogelijkheden in kaart brengen en dan zullen de partijen ook ten aanzien van de verevening een keuze moeten maken welke maatregelen ze willen nemen. Ik zie niet in waarom dat niet goed zou zijn.


Burg E. van der

U leek het de VVD te verwijten dat wij maar met 75 miljoen euro komen, terwijl u voorlopig met niets komt. Dat is al een behoorlijk verschil in het voordeel van de VVD. Maar uiteraard wacht ik graag de voorstellen van het college af.


Bakker J.L.



Burg E. van der

U heeft gelijk dat er nog meer komt en dat de risico’s groter zijn.


Poelgeest M. van

Mijn woorden waren niet bedoeld als terechtwijzing, eerder als winstwaarschuwing. In ieder geval zijn al voor een bedrag van 200 miljoen euro maatregelen in beeld gebracht en die zijn ook al met de raad gecommuniceerd. Het verhaal dat er tot nu toe geen ideeën zijn, is niet geheel juist.
Dan wil ik iets zeggen over de opmerkingen zoals de heer Van Drooge die heeft gemaakt, allereerst de stelling dat het vereveningsfonds in het verleden ‘geplunderd’ is. Dat wil ik in zoverre nuanceren, dat het geld wel aan nuttige zaken is besteed. De verplaatsing van de rioolwaterzuivering op het Zeeburgereiland is bijvoorbeeld betaald vanuit een winstneming vanuit de verevening en u weet dat die winstneming het mogelijk heeft gemaakt om het Zeeburgereiland te gaan ontwikkelen. Zo was het ook bij de Amstelcampus, waar nog wat onder de grond zat en wat met dat geld verplaatst is. Die winstneming heeft er dus mede toe geleid dat er stedelijke ontwikkeling mogelijk is gemaakt die daarvoor niet mogelijk was.


Drooge A.H. van

De opsomming vind ik even niet relevant. Er zit nog veel meer in, maar daar komen we in de commissie zonder enige twijfel op terug. Het gaat er gewoon om dat je het er uithaalt in de algemene middelen. Dat rioolzuivering ook onder verevening kan vallen, begrijp ik.


Poelgeest M. van

U heeft eigenlijk een pleidooi gehouden om de inkomsten van het tweede tijdvak in de toekomst terug te laten vloeien naar de verevening. U realiseerde zich daarmee ook dat je dat wel kunt beslissen maar dat er dan tegelijkertijd een groot gat ontstaat in de algemene dienst en dat het dus een beweging is die u misschien om verschillende redenen graag wilt, maar die het probleem in financiële zin niet groter of kleiner maakt. Die maatregel wordt ook in het kader van alle maatregelen voor het vereveningsfonds verder verkend en zal ongetwijfeld in het brede pakket dat het college aanbiedt aan te treffen zijn, met de consequenties die daaraan verbonden zijn. Tegen die tijd kunt u de keus maken of u het echt wilt of niet. Dat waren alle zaken ten aanzien van de verevening.
Dan heb ik nog een korte opmerking over de discussie over lastenverlichting. Mijn pleidooi, dat nogal wat stof heeft doen opwaaien, was er niet op gericht dat de gemeente in de toekomst allerlei soorten btw moet gaan heffen. Het werd ter illustratie genoemd voor waar mijn pleidooi wel op was gericht: dat het belastinggebied van de gemeente vergroot moet worden. Ik heb dat pleidooi gehouden bij de aanvang van het Wibautcongres twee weken gelden, geheel in de traditie van de heer Wibaut. Als dat nog tot misverstanden heeft geleid, het volgende: mijn pleidooi was erop gericht het belastinggebied van de gemeente te vergroten. Ik denk zelf dat er een oplossing moet komen voor een heel grote financieringsproblematiek die er aankomt, nog bovenop de problemen zoals we die zojuist bespraken voor het vereveningsfonds. Er zijn heel veel mensen die graag in deze regio willen wonen. Het zou verstandig zijn om die mensen te huisvesten, maar dat kost geld.


Bakker J.L.



Ivens L.

k heb gisteren een vraag gesteld over het investeringsgeld. Er gaat heel veel geld heen. Wij maken ons zorgen over het risico dat het een grabbelton wordt. Wanneer kunnen we daar concrete uitwerkingen en criteria van verwachten?


Poelgeest M. van

Mijn excuses, dat had ik moeten beantwoorden. Wij zullen voor de slotbeschouwing zorgen dat u daar een nadere uitwerking van krijgt.


Bakker J.L.

Dan moeten we nu eerst de begroting formeel vaststellen.

De begroting is bij dezen formeel vastgesteld.

Ik stel voor over te gaan tot besluitvorming en te stemmen over de moties en amendementen


Motie-Mulder inzake de begroting voor 2010, bezuinigingsmogelijkheden zwaarweerscenario


Bakker J.L.

Aan de orde is de motie-Mulder inzake de begroting voor 2010, bezuinigingsmogelijkheden zwaarweerscenario (Gemeenteblad afdeling 1 nr. 710).

Is er behoefte aan stemverklaring?

De VOORZITTER geeft het woord aan de heer De Goede voor een stemverklaring.


Goede M. de

(stemverklaring) Wij zullen de motie steunen omdat we hem zien als een aanvulling en suggestie en niet als een beperking voor het college.


Bakker J.L.

De motie-Mulder (Gemeenteblad afdeling 1 nr. 710) wordt bij zitten en opstaan aangenomen.

De VOORZITTER constateert dat de motie-Mulder (Gemeenteblad afdeling 1 nr. 710) met algemene stemmen is aangenomen.


Motie-Van der Burg, Ivens, Limmen, Manuel inzake de begroting voor 2010, heroverweging van het Amsterdamse beleid


Bakker J.L.

Aan de orde is de motie-Van der Burg, Ivens, Limmen, Manuel inzake de begroting voor 2010, heroverweging van het Amsterdamse beleid (Gemeenteblad afdeling 1, nr. 711).

Is er behoefte aan stemverklaring?

De VOORZITTER geeft het woord aan de heer De Goede voor een stemverklaring.


Goede M. de

(stemverklaring) De wethouder heeft hier een toelichting op gegeven. Als we de motie zo interpreteren, steunen we hem.


Bakker J.L.

De motie-Van der Burg c.s. (Gemeenteblad afdeling 1 nr. 711) wordt bij zitten en opstaan aangenomen.

De VOORZITTER constateert dat de motie-Van der Burg c.s. (Gemeenteblad afdeling 1 nr. 711) met algemene stemmen is aangenomen.


Motie-Van der Burg inzake de begroting voor 2010, inventarisatie maatregelen economische crisis


Bakker J.L.

Aan de orde is de motie-Van der Burg inzake de begroting voor 2010, inventarisatie maatregelen economische crisis (Gemeenteblad afdeling 1, nr. 712).

Is er behoefte aan stemverklaring?

De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Van der Burg voor een stemverklaring.


Burg E. van der

(stemverklaring) Wat ons betreft wordt de motie zo geïnterpreteerd als wethouder Asscher hem heeft uitgelegd.


Mulder M.

(stemverklaring) Het is zo dat de helft van de motie drie weken geleden al is toegezegd. De andere helft is intern consistent. Het idee van de brede opzet gaat door. We hebben een beetje het gevoel van een Ammaatje en zullen in dat verband deze motie niet steunen.


Limmen M.H.J.

Ik begrijp het niet. Kan de heer Mulder het nog eens rustig uitleggen?


Mulder M.

Van de helft van de motie is drie weken geleden tijdens de Staat van de Stad al door het college gezegd dat het zo gedaan zal worden. De andere helft gaat over acceptabele en onacceptabele gevolgen en dat is intern consistent met de cataloguswens, zeg maar.


Burg E. van der

Ik weet dat we met de stemming bezig zijn, maar die tekst was aangepast op voorstel van de wethouder. We doen het dus zoals de wethouder het wil, dus daarmee is die fout eruit. We kunnen wel een motie indienen die we de heer Asscher laten schrijven. De heer Asscher en ik zijn het eens over de tekst die wordt aangepast, daarmee zegt het college de motie wel te willen uitvoeren.


Bakker J.L.

De heer Mulder gaat over zijn eigen stemverklaring.


Goede M. de

Als het een gewijzigde motie is, stem ik daar graag op. Maar zoals het hier staat, staat het er letterlijk en dan stemmen wij niet mee. Als u hem aanpast in de woorden van de heer Asscher kunnen wij hem steunen.


Burg E. van der

Dit is wel bijzonder. Toen er net een motie van wantrouwen werd ingediend, hoefden PvdA en GL de motie niet te hebben en de overwegingen niet te kennen terwijl het ging over zoiets substantieels. Nu kom ik met een gewijzigde tekst. Dat doen we toch wel vaker zo?


Bakker J.L.

Het is nu volgens mij erg onduidelijk wat er nu gebeurt als we voor stemmen.


Burg E. van der

De VVD trekt hierbij de motie in. Wethouder Asscher heeft al toegezegd dat hij hem gaat uitvoeren.


Bakker J.L.

De motie-Van der Burg (Gemeenteblad afd. 1, nr. 712), ingetrokken zijnde, maakt geen onderwerp van behandeling meer uit.

De VOORZITTER stelt aan de orde de voorgezette behandeling van:


Asscher L.F.



14. Voordracht van het college van burgemeester en wethouders van 15 september 2009 tot vaststelling van de notitie, getiteld ‘Evenementen goed voor de stad, de stad goed voor evenementen’.


Bakker J.L.



Asscher L.F.

De heer De Goede en ik vinden het goed om het nu vast te stellen. Het zal iets meer tijd kosten. Als het kan, komt het via de commissie en zullen we het aanpassen. Ik kan het nu niet preadviseren, maar het evenementenbeleid moet nu wel worden vastgesteld.


Goede M. de

Zullen we dan vaststellen dat we het over twee weken in de commissie FEZ gelijk op de agenda zetten?


Bakker J.L.

Dat zullen we allemaal meenemen. Het amendement van de heer De Goede over duurzame en maatschappelijk verantwoorde bedrijfsvoering bij de verstrekking van subsidies voor evenementen wordt ingetrokken.


Sluiting


Bakker J.L.

De VOORZITTER sluit de vergadering om 15.15 uur.

Welkom bij Politiek Archief

In Politiek Archief vindt u de digitale bestanden van vergaderingen van allerlei overheidsinstellingen. U kunt bijvoorbeeld zoeken op 'Provincie Noord-Holland', 'Amersfoort' en 'stadsdeel West'.
Typ hier de naam van de overheidsinstelling(en) waar u iets over wilt weten en klik vervolgens op 'Selecteer entiteit'. Daarna kunt u met de buttons op deze pagina de informatie opvragen die u zoekt.


Klik hier voor een uitgebreide uitleg van de zoekopties.

Zoek per gemeente, provincie of waterschap